Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting Goes 2026

Gemeente Goes · geldt sinds 26 december 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Goes:

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders:

besluit:

vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting Goes 2026.

Artikel 1 Definities

Deze verordening verstaat onder:

a.vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden;

b.lengte: de lengte over alles;

c.vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een zelfde vaartuig gedurende een periode van ten minste een maand;

d.etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur;

e.maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen;

f.seizoen: het tijdvak van 1 april tot en met 31 oktober;

g.schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt;

h.passanten: diegene die verblijf houden in de gemeente, met of op een vaartuig, zonder het hebben van een vaste ligplaats.

Artikel 2 Belastbaar feit

Ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente op vaartuigen waarvoor wegens de aanwezigheid in het watergebied van de gemeente in welke vorm dan ook een vergoeding wordt betaald door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, wordt onder de naam watertoeristenbelasting een directe belasting geheven.

Artikel 3 Belastingplicht

1Belastingplichtig is degene die tegen vergoeding gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 aan hem ter beschikking staande ligplaatsen dan wel op hem ter beschikking staande vaartuigen.

2De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt.

3Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig de schipper, de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig als in artikel 2 bedoeld dan wel een andere persoon die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig.

Artikel 4 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:

1door degenen die verblijf houden aan boord van:

a.een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden indien het vaartuig dienst doet met een charitatief doel;

b.kano's, roei- en volgboten met een lengte van ten hoogste 4 meter;

c.motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter;

d.een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt;

2waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de Verordening Toeristenbelasting;

3van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal etmalen dat verblijf is gehouden. Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend. Het aantal verblijven wordt gesteld op de som van het aantal etmalen dat elke in artikel 2 bedoelde persoon verblijf heeft gehouden.

Artikel 6 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing

1Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen:

a.het aantal personen dat verblijf heeft gehouden, bepaald op:

2,2 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 4 , doch ten hoogste 7 meter;

2,9 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 7, doch ten hoogste 9 meter;

2,7 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 9, doch ten hoogste 12 meter;

3,7 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 12 meter.

b.het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden bepaald op:

15,1 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 4, doch ten hoogste 7 meter;

19,2 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 7, doch ten hoogste 9 meter;

18,7 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 9, doch ten hoogste 12 meter;

20,4 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 12 meter.

2Het aantal vaartuigen als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op het gemiddelde van een viertal tellingen, waarbij in elk van de maanden mei, juni, augustus en oktober één telling valt, op door het college van burgemeester en wethouders te bepalen data.

Artikel 7 Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing

1In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijke aantal etmalen dat verblijf is gehouden, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op de voet van artikel 6 berekende aantal.

2Het in het eerste lid bedoelde verzoek kan desgewenst per ligplaats worden gedaan.

Artikel 8 Belastingtarief

De belasting bedraagt per persoon per etmaal € 1,25.

Artikel 9 Belastingjaar

Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 10 Wijze van belastingheffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 11 Aanslaggrens

Geen belastingaanslag wordt opgelegd indien het aantal etmalen dat gelegenheid tot verblijf is of wordt gegeven, gedurende het belastingjaar minder dan tien zal of heeft belopen.

Artikel 12 Termijnen van betaling

1De aanslagen moeten worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.

2De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 13 Kwijtschelding

Bij de invordering van de belasting wordt geen kwijtschelding verstrekt.

Artikel 14 Aanmeldingsplicht

De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b. en d. van de Gemeentewet.

Artikel 15 Inwerkingtreding en citeertitel

1De 'Verordening watertoeristenbelasting 2025' van 19 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking.

3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

4Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening watertoeristenbelasting Goes 2026'.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.