Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2026

Gemeente Goes · geldt sinds 1 januari 2026

Aanhef

De raad van de gemeente Goes:

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders:

besluit:

vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2026.

Artikel 1 Definities

a.dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan;

b.jaar: een kalenderjaar;

c.maand: een kalendermaand;

d.vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben;

e.week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen.

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit

Onder de naam 'precariobelasting' wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3 Belastingplicht

De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief

1De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.

2Voor de berekening van de precariobelasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 5 Belastingjaar

1Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

2Met betrekking tot de belasting die anders dan per jaar wordt geheven is het belastingtijdvak gelijk aan het aantal dagen, weken dan wel maanden dat de in artikel 1 bedoelde voorwerpen zijn aangetroffen.

Artikel 6 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven voor:

1voorwerpen ten behoeve van percelen waarvan de gemeente krachtens eigendom, bezit of beperkt recht de genothebbende is, met uitzondering van die percelen, waarin de gemeentebedrijven worden uitgeoefend en van die, welke aan derden zijn verhuurd;

2voorwerpen, die voor algemeen nut zijn aangebracht ten behoeve van post en telecommunicatie zoals brievenbussen, telefooncellen en postzegelautomaten;

3wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond A.N.W.B. en van andere overeenkomstige instellingen;

4voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden gedoogd;

5voorwerpen, welke noodzakelijk voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak, door het rijk, de provincie, de gemeente of door waterschappen, zijn aangebracht of geplaatst;

6vlaggenstokken en vlaggen zonder reclame of handelsnaam;

7borden, masten, palen e.d. die in verband met de verkiezingen van publiekrechtelijke lichamen zijn aangebracht;

8pilasters, plinten, kozijndorpels, gevelversieringen, goten, puilijsten, goot- of kroonlijsten, spionnen e.d.;

9afvoerbuizen van hemelwater, welke aan een gebouw zijn aangebracht en niet meer dan 0.20 meter buiten de gevel uitsteken;

10voorwerpen waarop de verordening binnenhavengeld van toepassing is;

11voorwerpen waarop de verordening marktgelden van toepassing is;

12voorwerpen uitsluitend gebezigd voor een algemeen nut beogende instelling die als zodanig is ingeschreven in het zogenaamde ANBI-register;

13voorwerpen onder, op of boven openbare grond, die om niet of tegen een prijs van ten hoogste € 0,11 zijn afgestaan aan de gemeente;

14naamborden of naamplaten, niet meer vermeldende dan de naam van de bewoner en het beroep of bedrijf, aangebracht plat tegen de gevel der percelen;

15borden tot verhuur of verkoop van woningen of percelen, in het geval deze borden aan de te verhuren of te verkopen woningen of percelen zijn bevestigd;

16kabels, buizen, leidingen en dergelijke welke noodzakelijk voor de uitoefening van de publiekrechtelijke taak van openbare nutsbedrijven;

17kabels, buizen, leidingen en dergelijke bestemd voor distributie van antenne-energie van een gemeenschappelijke of centrale antenne-inrichting;

18een zogenoemd straatgeveltuintje en een plantenbak op het trottoir of de loopstrook ten behoeve van de aanvrager, nadat door of namens burgemeester en wethouders terzake vergunning is verleend.

19voorwerpen op de weg voor de viering/ herdenking van koningsdag, 4 en 5 mei, open monumentendag en de intocht van sinterklaas.

20motorvoertuigen die tijdens evenementen worden tentoongesteld op de Grote Markt.

Artikel 7 Wijze van heffing

De precariobelasting wordt geheven:

1bij wege van aanslag indien het hebben van voorwerpen een structureel karakter heeft;

2in alle andere gevallen bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waaronder mede wordt verstaan een nota of andere schriftuur.

3belastingaanslagen van minder dan € 50,- worden niet opgelegd.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 9 Termijnen van betaling

1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand, volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.\

2In afwijking van het eerste lid geldt, in het geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 25.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening nog maanden in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande, dat het aantal termijnen tenminste vier en ten hoogste negen bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kunnen nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de precariobelasting.

Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel

1De "Verordening Precariobelasting 2025" van 19 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van bekendmaking, doch niet eerder dan de in lid 3 genoemde datum.

3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

4Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening op de heffing en de invordering precariobelasting Goes 2026'.

Tarieventabel behorende Verordening precariobelasting 2026

Nr

Omschrijving voorwerp

Tarief per dag

Tarief per week

Tarief per maand

Tarief per jaar

Algemeen tarief

1

Voorwerpen voor zover het bijzonder tarief niet van toepassing is

€ 8,85

€ 21,75

€ 87,20

Bijzonder tarief

2.1

Bouwmaterialen, grond, keten, loodsen, bouwwerktuigen en stellingen en al wat verder bij bouwwerken nodig is

€ 0,65

€ 1,55

€ 10,95

2.2

Indien voorwerpen bedoeld onder 2.1. worden aangetroffen tbv bouwwerken in een bestemmingsplan of een bestemmingsplan in voorbereiding

€ 0,50

€ 1,00

€ 4,35

2.3

Schutting of omkasting van bouw- en daarmee samenhangende werken, alsmede voor het hebben van een steiger, hieronder te verstaan twee of meer schragen of ladders onderling door een of meer planken verbonden, wanneer de schutting,omkasting of steiger in het geheel lang is.

€ 2,85

€ 5,35

€ 8,10

3

Schut, schoor of paal

€ 1,15

€ 4,45

€ 8,90

4

Windscherm

€ 9,65

5

Rijwielhek, rijwielstandaard of dergelijk voorwerp

€ 2,10

6

Draden, buizen, kabels

€ 0,90

€ 4,30

7

Tank in de grond ter bewaring van vloeistoffen, anders dan bedoeld onder 8. en 9.

€ 19,90

8

Bezink- of vergaarput in de grond

€ 9,65

9

Voorwerpen verband houdende met een installatie voor de levering van benzine of andere motorbrandstoffen,olie, lucht of water

9.1

Vast aftappunt (met toebehoren) voor motorbrandstof of olie

€ 195,10

9.2

Verplaatsbaar aftappunt (met toebehoren) voor motorbrandstof of olie

€ 38,80

9.3

Aftappunt voor lucht en water

€ 19,40

9.4

Vulput

€ 6,20

9.5

Tank voor benzine, olie, gas of andere brandstoffen

€ 28,35

9.6

Leiding

€ 4,00

€ 2,10

10

Automatisch verkooptoestel

€ 88,65

11

Hijsbalk

€ 19,40

12

Bord, lichtbalk, uithangbord, uithangteken, gevelbord, gevelplaat of andere tot reclamedoeleinden gebezigde voorwerpen indien de grootste afmeting van het voorwerp bedraagt:

€ 4,15

€ 39,80

Voor elke meter boven de eerste meter

€ 2,10

€ 20,05

13.1

Zonnescherm of markies met handelsdoeleinden

€ 9,65

13.2

Zonnescherm of markies zonder handelsdoeleinden

€ 4,00

14

Spandoek

€ 13,45

€ 26,80

€ 62,85

15

Transportbaan of dergelijke inrichting

€ 9,60

16

Brug

€ 9,60

17

Luifel, uitbouw, overbouwing en dergelijke onderdelen van bouwwerken bij een oppervlakte van ten hoogste 5 m²

€ 13,25

Voor elke m² boven een oppervlakte van 5 m²

€ 4,25

18.1

Afmeerpaal in het water met een overschrijding van 0 tot 1 meter

€ 99,10

18.2

Afmeerpaal in het water met een overschrijding van 1 tot 2 meter

€ 181,90

18.3

Afmeerpaal in het water met een overschrijding van 2 tot 3 meter

€ 266,15

18.4

Afmeerpaal in het water met een overschrijding van 3 tot 4 meter

€ 348,95

19

Kramen/spandoeken e.d. worden gemeten aan de langste zijde

€ 2,35

€ 9,35

20

Terrassen op de Grote Markt

€ 12,90

€ 100,95

20.1

Terrassen andere plaatsen

€ 6,75

€ 60,60

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.