2- Activeren
2.1 - Soorten activa
2.1.1 - Immateriële vaste activa
Immateriële vaste activa zijn uitgaven waar geen tastbare gemeentelijke bezittingen tegenover staan.
Op de balans worden immateriële vaste activa afzonderlijk opgenomen (BBV art. 34):
•Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen worden niet geactiveerd, maar in één keer afgeschreven;
•Een saldo voor agio of disagio wordt lineair afgeschreven over de looptijd van de betreffende schulden;
•Kosten van onderzoek en ontwikkeling, die niet direct gerelateerd kunnen worden aan de totstandkoming van het actief, zoals de kosten van haalbaarheidsonderzoeken, worden geactiveerd en in 4 jaar afgeschreven.
2.1.2 - Materiële vaste activa
Materiële vaste activa zijn fysiek aanwezige activa. Het BBV (art. 35) maakt onderscheid in:
•Investeringen met een economisch nut;
•Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;
•Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.
Investeringen met een economisch nut
Een deel van de gemeentelijke investeringen heeft economische waarde, omdat gemeenteprijzen en tarieven voor diensten kunnen vragen, waardoor deze investeringen rendabel kunnen zijn en weer verkocht kunnen worden. Volgens het BBV worden alle investeringen met een economisch nut geactiveerd (BBV, art. 59, lid 1).
Daarnaast gelden de volgende afspraken:
•Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 25.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen, deze worden altijd geactiveerd;
•Kosten van eerste aanleg bij uitbreidingsinvesteringen in het rioolstelsel, die volledig gedekt worden uit de verkregen grondprijzen van een grondexploitatie, worden niet geactiveerd;
•Voorbereidingskosten vormen één geheel met de kosten die tot de investering worden gerekend en worden geactiveerd. Wanneer er na de voorbereiding alsnog besloten wordt niet te investeren komen deze voorbereidingskosten ten laste van de exploitatie;
•Software valt onder de materiële vaste activa met economisch nut. Dit geldt ook voor de gebruiksrechten op software die ineens in rekening worden gebracht. Implementatiekosten (direct) worden in de vorm van bijkomende kosten als onderdeel van de verkrijgingsprijs gezien en worden geactiveerd. Opleidingskosten voor het gebruik van de software zijn niet direct nodig om het actief gebruiksklaar te krijgen en worden niet geactiveerd.
Investeringen met een economisch nut, waarvoor een heffing kan worden geheven
Investeringen die worden gedaan ter bestrijding van de kosten voor bijvoorbeeld riolering, inzameling huishoudelijk afval, begraafrechten (heffingen) en parkeren worden geactiveerd.
Investeringen met een maatschappelijk nut
Onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut worden verstaan investeringen in (de inrichting van) wegen, straten, pleinen, openbaar groen en civiele kunstwerken. Met het oog op een betere vergelijkbaarheid van de kosten, worden in het nieuwe BBV met ingang van 1 januari 2017 nieuwe investeringen met een maatschappelijk nut geactiveerd en over de verwachte levensduur afgeschreven.
2.1.3 - Financiële vaste activa
Onder financiële vaste activa worden volgens artikel 36 BBV verstaan:
•Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen;
•Leningen aan openbare lichamen, woningbouwcorporaties, deelnemingen en overige verbonden partijen;
•Overige langlopende leningen;
•Uitzettingen in ’s Rijksschatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;
•Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;
•Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;
•Bijdragen aan activa in eigendom van derden.
Als uitgangspunt worden de bijdragen in activa in eigendom van derden niet geactiveerd, tenzij de raad een expliciet besluit neemt over de activering van de betreffende bijdrage én wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 61 BBV:
•Er is sprake van een investering door een derde;
•Deze investering draagt bij aan de publieke taak van de gemeente;
•De derde heeft zich verplicht tot het daadwerkelijk investeren op een wijze zoals overeengekomen;
•De bijdrage kan worden teruggevorderd als de derde in gebreke blijft of de gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.
4- Afschrijven
4.1 - Afschrijvingslasten
4.1.1 - Afschrijvingsbasis
Onder de afschrijvingsbasis wordt verstaan het bedrag waarop wordt afgeschreven. De afschrijvingsbasis wordt bepaald door de verkrijgings- of vervaardigingsprijs minus de restwaarde en eventuele bijdrage van derden.
De restwaarde van een actief is de geschatte verkoopwaarde (directe-opbrengstwaarde)) aan het einde van de gebruiksduur. Een restwaarde leidt tot een lagere afschrijving. De restwaarde en het effect op de jaarlijkse afschrijving wordt per vast actief (of groep van vaste activa) bepaald.
De volgende restwaarden worden gehanteerd:
•Gronden en terreinen: geen restwaarde, hierop wordt in het geheel niet afgeschreven;
•Woonruimten: bij activa met een verkrijgings- of vervaardigingsprijs > € 100.000 wordt de restwaarde bepaald op 15% van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Bij activa met een verkrijgings- of vervaardigingsprijs < € 100.000 wordt geen restwaarde gehanteerd;
•Bedrijfsgebouwen: bij activa met een verkrijgings- of vervaardigingsprijs > € 100.000 wordt de restwaarde bepaald op 15% van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Bij activa met een verkrijgings- of vervaardigingsprijs < € 100.000- wordt geen restwaarde gehanteerd
•Grond- weg en waterbouwkundige werken: geen restwaarde;
•Vervoermiddelen: bij activa met een verkrijgings- of vervaardigingsprijs > € 100.000 wordt de restwaarde bepaald op 10% van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Bij activa met een aanschaffingsprijs < € 100.000 wordt geen restwaarde gehanteerd;
•Machines, apparaten en installaties: bij activa met een verkrijgings- of vervaardigingsprijs > € 100.000 wordt de restwaarde bepaald op 10% van de aanschaffingsprijs. Bij activa met een verkrijgings- of vervaardigingsprijs < € 100.000, - wordt geen restwaarde gehanteerd;
•Overige materiële activa: geen restwaarde.
4.1.2 - Afschrijvingstermijn
De technische gebruiksduur is de periode dat een actief technisch geschikt is om te worden gebruikt. De economische gebruiksduur is de periode waarbij naar schatting de totale kosten van gebruik van het actief het laagste zijn (kapitaallasten en onderhoudskosten). In de loop der tijd kunnen onderhoudskosten zo hoog worden dat vervanging van het actief goedkoper is dan doorgaan met het bestaande actief. Het actief kan dan technisch gezien nog bruikbaar zijn. Ook kunnen (technologische) ontwikkelingen ervoor zorgen dat 'alternatieve activa' lagere lasten met zich meebrengen, waardoor vervanging wenselijk is.
Voor het bepalen van de afschrijvingstermijn wordt de bij deze nota behorende afschrijvingstabel gehanteerd (bijlage 2). De tabel is niet limitatief en kan aangevuld worden met nieuwe activa en de bijbehorende afschrijvingstermijnen. Als het voornemen bestaat om af te wijken van de beschreven afschrijvingstermijnen wordt dit voorgelegd aan de raad.
4.1.3 - De ingangsdatum van het afschrijven
Afschrijven hangt samen met de ingebruikname van het actief.
Om de jaarlijkse onder uitputting kapitaallasten te verminderen, gelden de volgende regels:
•In het jaar van ingebruikname van het actief wordt het actief op de (eind)balans geplaatst en wordt per begin van het volgend boekjaar gestart met afschrijven;
•Een eventuele financiële afwikkeling van de investering na activering die in een volgend jaar valt, wordt op hetzelfde actief geactiveerd. Het afschrijvingsbedrag wordt hierna herrekend. Hierbij mag het krediet niet overschreden worden, als dit wel het geval is, zal er een nieuw krediet aangevraagd moeten worden bij de Raad.
4.1.4 - De afschrijvingsmethode
Er zijn verschillende methoden om op basis van de afschrijvingsduur de afschrijvingslasten te bepalen. De afschrijvingsmethode voor nieuwe investeringen is de lineaire methode. Waar in het verleden de annuïteiten methode is toegepast, wordt dit gecontinueerd maar wel afgebouwd via een uitsterfconstructie.
Bij de lineaire afschrijvingsmethode blijven de jaarlijkse afschrijvingslasten gedurende de afschrijvingstermijn gelijk. De rentelasten nemen wel jaarlijks af. Het bedrag aan kapitaallasten laat daardoor een dalend verloop zien. Voor het berekenen van de lineaire kapitaallasten wordt gerekend met het rente-omslagpercentage.
Bij de annuïteiten afschrijvingsmethode blijft het jaarlijkse bedrag aan afschrijving en rente gedurende de hele gebruiksduur gelijk. Naar gelang het afschrijvingsbestanddeel van de annuïteit stijgt, daalt het rentebestanddeel. Voor het berekenen van de annuïteit wordt gerekend met de rekenrente zoals die voor het jaar van ingebruikname door de raad is vastgesteld.
BIJLAGE 1 – BEGRIPPENLIJST
Actief/Activa
Het op de balans presenteren van de financiële waarde van het aangeschafte of vervaardigde kapitaalgoed, vanaf het moment dat de gemeente het economische risico loopt en dat een meerjarig nut heeft.
Activeren
Het op de balans presenteren van de financiële waarde van het aangeschafte of vervaardigde kapitaalgoed met meerjarig nut dat vanaf dat moment als vast actief kan worden beschouwd. De jaarlijkse kosten worden in de toekomst ten laste van de exploitatie gebracht, dit zijn de rente- en afschrijvingskosten, ook wel kapitaallasten genoemd.
Actuele waarde
Onder de actuele waarde van activa of passiva wordt verstaan de waarde die is gebaseerd op actuele marktprijzen. Als actuele waarde waartegen activa en passiva in de jaarrekening kunnen worden gewaardeerd, komt, afhankelijk van de soort activa of passiva dan wel van de omstandigheden, in aanmerking de actuele kostprijs, bedrijfswaarde, marktwaarde of opbrengstwaarde.
Afschrijving
Periodieke boekhoudkundige verwerking van de waardevermindering van activa wegens technische slijtage/levensduur en/of economische veroudering/levensduur. Het af te schrijven bedrag hangt af van de economische levensduur van de investering. De afschrijvingen zijn onderdeel van de kapitaallasten. De meest voorkomende afschrijvingsmethoden zijn lineaire afschrijving en annuïtaire afschrijving.
Afschrijvingstermijn
De periode waarover een investering wordt afgeschreven.
Agio
Agio is het positieve verschil tussen het bedrag waarvoor een lening wordt aangegaan en het bedrag dat aan de geldnemer wordt uitgekeerd. Agio kan ook te maken hebben met aandelen. De prijs, of koers van een aandeel is opgebouwd uit de nominale waarde plus het agio.
Annuïteit - (Annuïtaire afschrijvingsmethode)
Een afschrijvingsmethode waarbij kapitaallasten jaarlijks gelijk zijn gedurende de economische levensduur van de investering. In de beginjaren is de afschrijvingscomponent laag en de rentecomponent hoog. In de laatste jaren ligt deze verhouding andersom.
Balans
Een balans is een overzicht van de bezittingen, de schulden en het eigen vermogen van een organisatie. Het geeft de grootte en de samenstelling van het vermogen weer op een bepaald tijdstip.
Boekwaarde
Waarde van de activa op de balans. Dit is de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de cumulatieve afschrijvingen per balansdatum. Of de lagere marktwaarde bij activa met economisch nut.
Boekwinst
Dit is het resultaat als een actief wordt verkocht tegen een hogere prijs dan de resterende boekwaarde op het moment van verkoop. Het resultaat wordt apart in de jaarrekening verantwoord (als incidentele baten).
Bruto-methode
De investering wordt in totaal geactiveerd en afzonderlijk op de balans verantwoord. Bijdragen uit reserves mogen hier niet meer in mindering op worden gebracht. Bestemmingsreserves opgebouwd ten behoeve van deze investeringen worden afzonderlijk op de balans verantwoord en kunnen worden gebruikt ter dekking van de lasten.
Componentenbenadering
De componentenbenadering houdt in dat verschillende samenstellende delen van een materieel vast actief afzonderlijk worden gewaardeerd en afgeschreven op basis van het waardenverloop van die individuele delen. Per samenstellend deel kunnen de economische gebruiksduren namelijk verschillen. Bij toepassen van deze benadering, worden afzonderlijke vervangingen opnieuw geactiveerd.
Disagio
Disagio is het negatieve verschil tussen het bedrag waarvoor een lening wordt aangegaan en het bedrag dat aan de geldnemer wordt uitgekeerd.
Economische levensduur
De economische levensduur wordt bepaald door bij rationeel en doelmatig gebruik rekening houden met technische ontwikkelingen. Nieuwe technologieën kunnen bestaande investeringen sneller doen verouderen.
Economisch nut
Investeringen hebben een economisch nut als ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen.
Exploitatie
De lasten en baten die worden toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben en is een onderdeel van de jaarrekening.
Financiële vaste activa
Is een onderdeel van de vaste activa die financiële bezittingen vertegenwoordigen, zoals deelnemingen en aandelen.
Immateriële vaste activa
Is een onderdeel van de vaste activa waar geen bezittingen tegenover staan. Ze vallen niet onder de materiële en financiële vaste activa, ze zijn niet stoffelijk (niet tastbaar) van aard. Voorbeelden zijn de kosten voor het sluiten van geldleningen en onderzoek en ontwikkeling van een bepaald actief.
Investering:
Een andere benaming hiervoor die vaak gebruikt wordt, is actief of kapitaaluitgave. Investeringen zijn uitgaven waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. Onderscheid wordt gemaakt tussen investeringen met een economisch nut en investeringen met een maatschappelijk nut.
Investering met economisch nut
Activa die bijdragen aan de mogelijkheid middelen te verwerven bijvoorbeeld door het vragen van heffingen (leges, rechten en tarieven) en/of verhandelbaar zijn. Het gaat hierbij nadrukkelijk om de mogelijkheid middelen te verwerven. Deze investeringen moeten volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) worden geactiveerd. Voorbeelden zijn rioleringen (verwerving middelen d.m.v. rioolheffing) en gebouwen (verwerving middelen d.m.v. verhuur en/of verkoop).
Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut
Activa die geen mogelijkheid hebben middelen te genereren en een publieke taak vervullen in de openbare ruimte zoals; wegen, groenvoorziening, bruggen etc. Deze investeringen mogen volgens het BBV worden geactiveerd.
Investeringskrediet
Bedrag dat door de gemeenteraad is beschikbaar gesteld voor het doen van een investering.
Kapitaallasten
De jaarlijkse exploitatielasten van afschrijving en rente die verbonden zijn aan investeringen.
Krediet
Een door de raad beschikbaar gesteld bedrag voor een concrete investering.
Levensduur verlengende investering
Investering aan een bestaand actief waardoor een langere economische levensduur ontstaat. Onderhoud is niet levensduur verlengend, maar dient om het actief gedurende zijn levensduur in goede staat te houden.
Lineaire afschrijvingsmethode
Een afschrijvingsmethode waarbij de jaarlijkse kapitaallasten dalen. De component afschrijvingen is over de periode een jaarlijks gelijk bedrag. Als gevolg van een dalende boekwaarde nemen de jaarlijkse rentelasten af.
Materiële vaste activa
Materiele vaste activa zijn investeringsuitgaven waar tegenover bezittingen (van stoffelijke aard) staan, waarvan de gebruiksduur gedurende meerdere jaren kan worden toegepast.
Netto-methode
Investeringsbedragen worden netto verantwoord in de balans (verminderd met investeringssubsidies en bestemmingsreserves).
Nieuwe of uitbreidingsinvesteringen
Investeringen ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwe activiteiten of uitbreiding van huidige activiteiten, waarvan de financiële aspecten nog niet in de begroting zijn opgenomen.
Rente
Een vergoeding voor het beslag dat de boekwaarde van een investering legt op de financieringsmiddelen van de gemeente. De rente is een onderdeel van de kapitaallasten.
Restwaarde
Vertegenwoordigt de schatting van de opbrengstwaarde tegen het huidige prijspeil, verminderd met de te maken kosten voor verwijdering of vernietiging van (delen van) het actief.
Technische levensduur
Het aantal jaren dat een actief daadwerkelijk meegaat, voordat het technisch versleten is.
Vaste activa
De bezittingen van de gemeente waarvan het daarvoor benodigde vermogen voor een periode langer dan een jaar is vastgelegd. Vaste activa worden onderverdeeld in immateriële, materiële en financiële vaste activa.
Verkrijgingsprijs
Het bedrag dat is betaald om activa aan te schaffen (inkoopprijs en de bijkomende kosten.
Vervangingsinvestering
Het vervangen van een bestaand actief, waarvan de financiële aspecten al in de begroting zijn verwerkt en de technische of economische levensduur is verstreken.
Voorbereidingskosten investeringen
Dit zijn (onderzoeks)kosten die nodig zijn voor besluitvorming over een investering. De dekking vindt plaats uit een zogenaamd voorbereidingskrediet.
Bijlage 2- AFSCHRIJVINGSTERMIJNEN
Balansrubriek
Betreft
Afschrijvingstermijn in jaren
Immateriële vaste activa
Kosten voor onderzoek en ontwikkeling
4
Materiële vaste activa
Gronden en terreinen
Grond
Geen
Begraafplaats, aanleg, uitbreiding
50
Begraafplaats, ruimen graven
15
Hekwerken (hoogwaardig)
15
Hekwerken (andersoortig)
15
Parkeerterrein, waarvan met asfaltverharding
15
Schoolpleinen
15
Sportveld (atletiekbaan), aanleg toplaag
10
Sportveld (atletiekbaan), aanleg onderlaag
30
Sportveld (atletiekbaan), renovatie
30
Sportveld (gras), aanleg toplaag
10
Sportveld (gras), aanleg onderbouw
20
Sportveld (gras), renovatie
25
Sportveld (asfalt), aanleg toplaag
15
Sportveld (kunstgras), aanleg toplaag
10
Sportveld (kunstgras), aanleg onderlaag
30
Sportveld, drainage
15
Sportveld (waterbakken)
15
Sportveld (bak polsstok)
15
Sportveld (bak hoogspringen)
15
Volkstuinen (grondwerk)
40
Woonwagenterrein, aanleg
20
Bedrijfsgebouwen
Binnenklimaat
30
Dakrenovaties / dakbedekkingen
20
Fietsenstalling
15
Gebouw gif opslag
20
Grote bouwkundige aanpassingen
20
KCA-depot
25
Kleedaccommodaties / wasgelegenheden
20
Kozijnen
20
Leidingen
20
Luchthal
15
Natuursteen
30
Nieuwbouw
40
Noodgebouw
15
Onderwijsgebouw/school
40
Opslagplaatsen / Loodsen
20
Renovatie
20
Sportaccommodaties
40
Verbouwing
20
Verbouwing (uitbreiding) oorspronkelijk gebouw
Restant gebruiksduur
Vloer sporthal
20
Grond- weg en water-bouwkundige werken
Armaturen
30
Bodemsanering (preventieve maatregelen)
15
Bruggen (beweegbare), nieuwbouw
50
Bruggen (beweegbare), reconstructie
25
Bruggen (vaste), stuwen en duikers
50
Damwanden, nieuw in havengebied en langs kanaal
50
Elektriciteitskasten
15
Fietspaden
20
Fietstunnels
50
Grondwerk (volkstuinen)
40
LED
20
Lichtmasten (openbaar)
40
Lichtmasten (sportterrein)
15
Mechanisch en elektrisch diversen
15
Sneeuwploeg
10
Speeltoestellen / speelplaatsen
15
Verkeer- en straatnaamborden
15
Verkeersdoorstromingsmaatregelen
10
VRI's, verkeerslichten meubilair
30
VRI's, verkeersregelautomaat
15
VRI's, detectielussen
15
Verkeerstellingenapparatuur
10
Verlichting (openbaar), vervanging en aanpassing
10
Voorzieningen markt / kermis etc.
10
Wegen; aanleg en reconstructie hoofdontsluitingswegen
25
Wegen; aanleg en reconstructie overige wegen
50
Vervoermiddelen
Aanhangwagens
10
Aanhanger grafdelver
15
Bedrijfswagens
8
Bestelauto
8
Brandweerwagen
15
Huisvuilauto's
8
Overige vervoersmiddelen
8
Personeel / materiaalwagen
10
Personenwagen
8
Reinigingswagen
8
Tractor / trekker 4 wielen
8
Tractor / trekker 2 wielen
8
Veegwagen (groot)
8
Veegwagen (klein)
8
Vrachtauto's
8
Machines, apparaten, installaties
Ademluchtcompressor
15
Aggregaat
15
Alarmontvangers
8
Archiefinstallaties
25
Archiefsystemen (vervanging)
10
Automaten en meters
10
Beamer/audiovisuele middelen
5
Beregeningsinstallaties
10
Brandblus- en reddingsmiddelen
7
Brandkranen
10
Brandmeldinstallatie
30
Centrale verwarmingsinstallatie
15
Chippercombi
6
Documenten Informatie Systeem
5
Droogkast
10
Explosiemeter
8
Filterinstallatie
15
Frankeerapparaat
5
Geluidsinstallaties
10
Gladheidsbestrijdingsmaterieel
8
GPS
8
Groot speelmateriaal speellokalen
10
Hardware; servers
4
Hardware; infrastructuur (netwerk)
5
Hardware; ov. randapparatuur (printers, scanners, beamer)
5
Hardware; werkplekken (pc's)
4
Heetwaterreiniger
10
Hogedrukreiniger
7
Hoogwerker
5
Hydraulisch gereedschap
10
iPad
4
Kledingkasten
7
Klimrekken onderwijs
10
Laptop
4
Machines / apparaten
7
Minikraan
8
Mobilofoon
10
Onkruidbestrijdingsmachine (weed it)
5
Opzetkolkenzuiger
8
Persluchtapparatuur
15
Portofoon
10
Rioolreinigingsmachine
8
Slagboominstallatie
10
Software
4
Skate voorziening
10
Speelwerktuig
5
Sporttoestellen
10
Stemmachines
15
Tachymeter
8
Technische installaties (algemeen)
15
Telefooncentrales
10
Telefooncentrales, vervanging callcentersoftware
7
Uitrukkleding
7
Vastgoed beheers en vastgoedinformatiesysteem
5
Verbindingsmiddelen
10
Volgnummersysteem
10
Zoutstrooiers
10
Overige materiële activa
Bureaustoelen/vergaderstoelen
15
Carillons (klokken, uurwerken)
30
Carillon reviseren
10
Inrichting gebouwen
10
Inrichting (1e) schoolgebouwen
15
Onderwijsleerpakketten
15
Overige inventaris
10
Reiniging; aanpassen aanbiedplaatsen
20
Reiniging; bovengrondse verzamelcontainers
20
Reiniging; GFT-emmers en biobaskers
5
Reiniging; glasbaklocaties
20
Reiniging; milieupark
20
Reiniging; minicontainers
20
Reiniging; ondergrondse vuilcontainers (betonblok)
20
Reiniging; ondergrondse vuilcontainers (binnenbak)
10
Zonwering buiten
15
Financiële activa
Aandelen / deelnemingen in gemeenschappelijke regelingen
Geen
Bijdrage in activa van derden
Economische levensduur
Effecten
Geen
Leningen aan woningbouwcorporaties
Geen
Overige langlopende leningen
Geen