Aanhef
Regels over de zuiverheid van besluitvorming
Regels rond (schijn van) belangenverstrengeling
Artikel 1
Wethouders mogen hun invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of van een organisatie waarbij een wethouder een persoonlijke betrokkenheid heeft.
Artikel 1.1
Wethouders dienen actief en uit zichzelf de schijn van belangenverstrengeling tegen te gaan.
Artikel 1.2
Wethouders onthouden zich alleen van deelname aan de stemming als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling kan optreden;
Het kan dan gaan om de situatie waarbij:
•de wethouder zelf een persoonlijk belang heeft;
•het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij de wethouder een substantiële betrokkenheid heeft.
Artikel 1.3
Wethouders onthouden zich bij beslissingen waarbij belangenverstrengeling kan optreden zowel van stemming (zie artikel 1.2) als van beïnvloeding van de besluitvorming gedurende het gehele besluitvormingsproces.
Artikel 1.4
Wethouders mogen bepaalde in de Gemeentewet opgesomde functies niet uitoefenen. Ook vervult een wethouder geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn wethouderschap.
Artikel 1.5
Wethouders mogen bepaalde in de Gemeentewet genoemde overeenkomsten en handelingen niet aangaan.
Artikel 1.6
Wethouders maken openbaar welke betaalde en onbetaalde functies zij vervullen naast het wethouderschap.
Artikel 1.7
De gemeentesecretaris draagt zorg voor een geactualiseerde openbare lijst met nevenfuncties van wethouders. Op deze lijst wordt ook vermeld of de werkzaamheden al dan niet bezoldigd zijn.
Artikel 1.8
Wethouders doen opgaaf van hun substantiële financiële belangen – bijvoorbeeld in de vorm van aandelen, opties en derivaten – in ondernemingen waarmee de gemeente relaties heeft of waarin de gemeente een belang heeft. Deze financiële belangen zijn openbaar. Ook een tussentijds ontstaan substantieel financieel belang dient opgegeven te worden.
Artikel 1.9
De gemeentesecretaris draagt zorg voor een geactualiseerde openbare lijst met gemelde financiële belangen van wethouders.
Regels rond (schijn van) corruptie
Artikel 2
Wethouders laten hun invloed en stem niet kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hen zijn gegeven of in het vooruitzicht zijn gesteld.
Artikel 2.1
Wethouders dienen actief en uit zichzelf de schijn van corruptie tegen te gaan.
Aannemen van geschenken
Artikel 2.2
Wethouders nemen geen geschenken aan die hen uit hoofde van of vanwege hun functie worden aangeboden, tenzij:
a.het weigeren, teruggeven of terugsturen indruist tegen de gangbare fatsoensnormen, de gever zou kwetsen of deze bijzonder in verlegenheid zou brengen;
b.het weigeren, teruggeven of terugsturen om praktische redenen onwerkbaar is;
c.het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of fles wijn) met een geschatte waarde van maximaal 50 euro, waarbij de schijn van beïnvloeding minimaal is.
Artikel 2.3
Als geschenken om één van de in artikel 2.2 genoemde redenen niet zijn geweigerd, teruggegeven of teruggestuurd, of om andere redenen toch in het bezit zijn van een wethouder, wordt dit gemeld aan de griffier, tenzij het gaat om het genoemde onder artikel 2.2 onder c. De geschenken worden dan alsnog teruggestuurd of ze worden eigendom van de gemeente. De griffier zorgt voor de registratie van giften en hun gemeentelijke bestemming.
Accepteren van faciliteiten en diensten
Artikel 2.4
Wethouders accepteren geen faciliteiten en diensten van anderen die hen uit hoofde van of vanwege hun functie worden aangeboden, tenzij:
a.het weigeren ervan het raadswerk onmogelijk of onwerkbaar zou maken en;
b.tegelijkertijd de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is.
Artikel 2.5
Wethouders gebruiken faciliteiten of diensten van anderen die uit hoofde of vanwege de raadsfunctie worden aangeboden, niet voor privédoeleinden.
Accepteren van uitnodigingen voor werkbezoeken, lunches, diners en recepties
Artikel 2.6
Wethouders accepteren uitnodigingen voor werkbezoeken, netwerkbijeenkomsten, lunches, diners en recepties die niet door de gemeente zijn georganiseerd en/of betaald alleen als:
a.dat behoort tot de uitoefening van het raadswerk en;
b.de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel (protocollaire taken, formele vertegenwoordiging van de gemeente, uitnodiging met beschreven doel omtrent de wenselijkheid van de aanwezigheid) en;
c.tegelijkertijd de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is.
Accepteren van reizen en verblijven
Artikel 2.7
Wethouders accepteren werkbezoeken waarbij reis- en verblijfkosten door anderen worden betaald alleen bij hoge uitzondering. Een dergelijke invitatie dient altijd te worden besproken in een fractievoorzittersoverleg. De invitatie mag alleen worden geaccepteerd als het bezoek aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente en de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is. Van een dergelijk werkbezoek wordt altijd een verslag gedaan aan de raad.
Regels over het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen
Artikel 3
Wethouders houden zich aan het vastgestelde beleid voor het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen.
Artikel 3.1
Wethouders houden zich aan de regels over het gebruik van interne voorzieningen van algemene aard.
Artikel 3.2
Wethouders houden zich aan de verordeningen over onkostenvergoedingen, declaraties en het gebruik van ICT-hulpmiddelen.
Regels rond informatie
Artikel 4
De wethouders zien erop toe dat het college van burgemeester en wethouders, en haar afzonderlijke leden, de raad goed informeert. Het college en de burgemeester verstrekken alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft, tenzij dit in strijd is met het openbaar belang. De raad, het college en de burgemeester kunnen geheimhouding opleggen overeenkomstig de wet.
Artikel 4.1
Wethouders zijn open en transparant over de eigen beslissingen en de beweegredenen daarvoor. Wethouders handelen in overeenstemming met de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en met de Wet openbaarheid van bestuur.
Artikel 4.2
Wethouders die de beschikking krijgen over gegevens waarvan zij het geheime of vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, zijn verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet hen tot mededeling verplicht.
Artikel 4.3
Wethouders maken niet ten eigen bate of ten bate van een ander gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie.
Artikel 4.4
Wethouders gaan zorgvuldig om met mondelinge en schriftelijke informatie die zij ontvangen. Zij maken die niet openbaar of geven die niet door aan anderen zonder instemming van de afzender. Bij twijfel over de bedoeling van de afzender informeren zij hier eerst naar.
Regels rond de onderlinge omgang en de gang van zaken tijdens vergaderingen
Artikel 5
Politieke ambtsdragers gaan respectvol met elkaar en met medewerkers om, zijn open en eerlijk en bevorderen het debat op basis van feiten.
Artikel 5.1
Wethouders houden zich tijdens vergaderingen en bijeenkomsten aan het Reglement van Orde (college en raad) en de Verordening op de raadscommissie. Aanwijzingen van de voorzitter volgen zij op.
Artikel 5.2
Wethouders onthouden zich in het openbaar van negatieve uitlatingen over (individuele) gemeentelijke medewerkers. Dus ook in vergaderingen en bijeenkomsten zoals genoemd in het Reglement van Orde en de Verordening op de raadscommissie.
Artikel 5.3
Wethouders bejegenen elkaar, bestuurders, de griffie(r) en andere medewerkers, maar ook insprekers en andere betrokkenen op correcte wijze in woord, gebaar en geschrift. Ook in de media en op sociale media vallen zij elkaar niet persoonlijk aan.
Artikel 5.4
Wethouders twijfelen niet in het openbaar – in de commissie en raad, de media of op de sociale media – aan elkaars integriteit of aan de integriteit van een bestuurder. Zij erkennen en bevestigen elkaar proactief in hun ambt als volksvertegenwoordiger dan wel als bestuurder, die in hun handelen het algemeen belang nastreven en de rechten van individuen beschermen.
Artikel 5.5
Wethouders streven naar de hoogste kwaliteit van besluitvorming. Het is een gezamenlijke opdracht om de feiten op tafel te krijgen en deze niet te verdraaien. Wethouders zijn eerlijk over hun overwegingen, luisteren naar elkaars argumenten en die van de leden van het college van B&W en accepteren deze als bijdragen om te komen tot zorgvuldige besluitvorming.
Artikel 5.6
Bij onenigheid in de onderlinge omgang, de gang van zaken tijdens vergaderingen óf bij vermoedens van integriteitsschendingen gaan wethouders, mogelijk onder begeleiding, onderling het gesprek aan met elkaar.
Regels rond de vaststelling en de handhaving van de gedragscode
Artikel 6
De raad stelt de gedragscode vast voor elk van de bestuursorganen – de raad, de wethouders en de burgemeester – en ziet toe op de naleving ervan.
Artikel 6.1
De raad ziet erop toe dat de gedragscode van de raad, de burgemeester en die van de wethouders worden nageleefd.
Artikel 6.2
De wethouders zien er in het bijzonder op toe dat de eigen gedragscode correct wordt nageleefd. De gemeentesecretaris ondersteunt hen hierbij.
Artikel 6.3
Minimaal één keer per raadsperiode evalueren de wethouders de gedragscodes op actualiteit, functioneren en de mate waarin de regels naar behoren worden nageleefd. Zij brengen hierover verslag uit aan de gemeenteraad.
Artikel 6.4
Als een wethouder twijfelt aan een eigen handeling of die van een andere politieke ambtsdrager volgt de wethouder de processtappen zoals vastgelegd in het convenant.
Bijlage 1 Verwijzingen naar de wet per gedragscode artikel
Over zuiverheid van besluitvorming
Inleiding
•Algemene wet bestuursrecht artikel 2:4
Over belangenverstrengeling
•Artikel 1.1 (toezicht op onafhankelijke besluitvorming)
Algemene wet bestuursrecht artikel 2:4
•Artikel 1.2 (onthouden van stemming)
Gemeentewet artikel 58 jo 28
•Artikel 1.4 (verboden functies/nevenfuncties)
Gemeentewet artikel 36b en 41b jo 12, zie ook bijlage 2
•Artikel 1.5 (verboden overeenkomsten/handelingen)
Gemeentewet artikel 41c jo 15, zie ook bijlage 3
•Artikel 1.6 (over andere functies)
Gemeentewet artikel 41b jo 12
•Artikel 1.8 (over financiële belangen)
Basisnorm 14, Modelaanpak basisnormen integriteit openbaar bestuur en politie
Over corruptie
Artikel 2 (tekst van de eed)
•Gemeentewet artikel 41a
Over gebruik van gemeentelijke faciliteiten en middelen
Artikel 3, 3.1 en 3.2
•Gemeentewet artikel 44
Over informatie
Artikel 4 (informatieverstrekking door bestuur)
•Gemeentewet artikel 169
•Wet openbaarheid van bestuur artikel 10
•Algemene verordening gegevensbescherming artikel 6
Artikel 4.2 (geheimhouding)
•Algemene wet bestuursrecht artikel 2:5
•Gemeentewet artikel 23, 25, 55, 86
•Wetboek van Strafrecht artikel 272
•Zie ook bijlage 5
Over respectvolle omgang met elkaar
Artikel 5.2 (gedrag tijdens de raadsvergadering)
•Zie bijlage 5
Over de vaststelling en handhaving van de gedragscode
Artikel 6 (vaststellen voor een gedragscode voor de raad, de wethouders en de burgemeester)
•Raad: Gemeentewet artikel 15, lid 3
•Wethouders: Gemeentewet artikel 41c, lid 2
•Burgemeester: Gemeentewet artikel 69, lid 2
Artikel 6.1-6.3 (naleving van de code)
•Algemene wet bestuursrecht artikel 2:4
•Over de rol van de burgemeester: Gemeentewet artikel 170, lid 2
•Kieswet artikel X1, zie bijlage 4
•Kieswet artikel X8, zie bijlage 4
•Gemeentewet artikel 46, 47 en 49
•Gemeentewet artikel 61b en 62
•Schending van de gedragscode kan een strafbaar feit opleveren (bijvoorbeeld het schenden van de geheimhoudingsplicht Wetboek van Strafrecht artikel 272). Als de schending een misdrijf is, geldt een aangifteplicht (Wetboek van Strafrecht artikel 162).
Bijlage 2 Specifiek uitgesloten combinaties van functies
Artikel 36b
1Een wethouder is niet tevens:
a.minister;
b.staatssecretaris;
c.lid van de Raad van State;
d.lid van de Algemene Rekenkamer;
e.Nationale ombudsman;
f.substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman;
g.commissaris van de Koning;
h.gedeputeerde;
i.secretaris van de provincie;
j.griffier van de provincie;
k.lid van de rekenkamer van de provincie waarin de gemeente waar hij wethouder is, is gelegen;
l.lid van de raad van een gemeente;
m.burgemeester;
n.lid van de rekenkamer;
o.ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid;
p.ambtenaar, in dienst van die gemeente of uit anderen hoofde aan het gemeentebestuur ondergeschikt;
q.ambtenaar, in dienst van de Staat of de provincie, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op de gemeente;
r.functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van bestuur het gemeentebestuur van advies dient.
2In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder l, kan een wethouder tevens lid zijn van de raad van de gemeente waar hij wethouder is gedurende het tijdvak dat:
a.aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de raad en eindigt op het tijdstip waarop de wethouders ingevolge artikel 42, eerste lid, aftreden, of
b.aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot wethouder en eindigt op het tijdstip waarop de goedkeuring van de geloofsbrief van zijn opvolger als lid van de raad onherroepelijk is geworden of waarop het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd. Hij wordt geacht ontslag te nemen als lid van de raad met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot wethouder aanvaardt. Artikel X 6 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.
3In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder p, kan een wethouder tevens zijn:
a.ambtenaar van de burgerlijke stand;
b.vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht.
Bijlage 3 Specifiek verboden overeenkomsten/handelingen
Artikel 41b
1Een wethouder vervult geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn wethouderschap.
2Een wethouder meldt zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie aan de raad.
3Een wethouder maakt zijn nevenfuncties openbaar. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging op het gemeentehuis.
4Een wethouder die zijn ambt niet in deeltijd vervult, maakt tevens de inkomsten uit nevenfuncties openbaar. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging op het gemeentehuis uiterlijk op 1 april na het kalenderjaar waarin de inkomsten zijn genoten.
5Onder inkomsten wordt verstaan: loon in de zin van artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met de eindheffingsbestanddelen bedoeld in artikel 31 van die wet.
Artikel 41c
1Artikel 15, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de wethouders.
2De raad stelt voor de wethouders een gedragscode vast.
Artikel 15
1Een lid van de raad mag niet:
a.als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;
b.als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;
c.als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met de gemeente aangaan van:
1eovereenkomsten als bedoeld in onderdeel d;
2eovereenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan de gemeente;
d.rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende:
1ehet aannemen van werk ten behoeve van de gemeente;
2ehet buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente;
3ehet leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de gemeente;
4ehet verhuren van roerende zaken aan de gemeente;
5ehet verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de gemeente;
6ehet van de gemeente onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen;
7ehet onderhands huren of pachten van de gemeente.
2Van het eerste lid, aanhef en onder d, kunnen gedeputeerde staten ontheffing verlenen.
3De raad stelt voor zijn leden een gedragscode vast.
Bijlage 4 Enkele formele sancties
Kieswet, artikel X1
1Zodra onherroepelijk is komen vast te staan dat een lid van een vertegenwoordigend orgaan een van de vereisten voor het lidmaatschap niet bezit of dat hij een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult, houdt hij op lid te zijn.
2De voorzitter van het vertegenwoordigend orgaan geeft hiervan onverwijld kennis aan de voorzitter van het centraal stembureau.
3Een overeenkomstige kennisgeving vindt plaats, indien door het overlijden van een lid een plaats in het vertegenwoordigend orgaan is opengevallen.
Kieswet, artikel X8
1Het lid van de gemeenteraad dat in strijd met artikel 15, eerste lid, van de Gemeentewet handelt, kan in zijn betrekking worden geschorst door de voorzitter van de gemeenteraad. De voorzitter onderwerpt de zaak aan het oordeel van de raad in zijn eerstvolgende vergadering.
2De raad kan, na de geschorste in de gelegenheid te hebben gesteld zich mondeling te verdedigen, hem van zijn lidmaatschap vervallen verklaren. Indien hij daartoe geen aanleiding vindt, heft hij de schorsing op.
3De raad kan ook ambtshalve het lid dat in strijd met artikel 15, eerste lid, van de Gemeentewet handelt, na hem in de gelegenheid te hebben gesteld zich mondeling te verdedigen, van zijn lidmaatschap vervallen verklaren.
4Van de beslissing van de raad, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt terstond aan de belanghebbende mededeling gedaan.
5De werking van een besluit, inhoudende de vervallenverklaring, wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. Ingeval de vervallenverklaring ambtshalve heeft plaatsgevonden, is het lid van de raad gedurende deze periode in zijn betrekking geschorst.
6Indien een lid van de raad op grond van dit artikel onherroepelijk van zijn lidmaatschap vervallen is verklaard, doet de burgemeester daarvan mededeling aan de voorzitter van het centraal stembureau.
Bijlage 5 Relevante regelgeving gemeente Goes
Over gebruik van gemeentelijke faciliteiten en middelen
•Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Goes 2019
Over respectvolle omgang met elkaar
•Reglement van orde 2018
•Verordening op de raadscommissie 2018
Over handhaving van de gedragscode
•Procesafspraken over de handhaving van de integriteit van het gemeentebestuur van Goes, vastgesteld door de gemeenteraad op 24 juni 2021.
Alle hier genoemde documenten zijn voor raads- en commissieleden te vinden op het besloten deel van het raadsinformatiesysteem via vergadermappen / verordeningen raad.