Gemeentelijke regelgeving

Gedragscode burgemeester Gemeente Goes 2021

Gemeente Goes · geldt sinds 4 augustus 2021

Aanhef

Regels over de zuiverheid van besluitvorming

Regels rond (schijn van) belangenverstrengeling

Artikel 1

De burgemeester mag zijn invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of van een organisatie waarbij de burgemeester een persoonlijke betrokkenheid heeft.

Artikel 1.1

De burgemeester gaat actief en uit zichzelf de schijn van belangenverstrengeling tegen.

Artikel 1.2

De burgemeester onthoudt zich alleen van deelname aan de stemming in het college van B&W als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling kan optreden. Het kan dan gaan om de volgende situaties:

•het betreft een kwestie waarbij de burgemeester zelf een persoonlijk belang heeft;

•het betreft een kwestie waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij de burgemeester een substantiële betrokkenheid heeft.

Artikel 1.3

De burgemeester onthoudt zich bij beslissingen waarbij belangenverstrengeling kan optreden niet alleen van stemming (zie artikel 1.2) maar ook van beïnvloeding van de besluitvorming gedurende het gehele besluitvormingsproces.

Artikel 1.4

De burgemeester mag bepaalde in de Gemeentewet opgesomde functies niet uitoefenen.

Artikel 1.5

De burgemeester mag bepaalde in de Gemeentewet genoemde overeenkomsten en handelingen niet aangaan.

Artikel 1.6

De burgemeester vervult geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn burgemeesterschap. Een voornemen tot aanvaarding van een betaalde of onbetaalde nevenfunctie maakt hij kenbaar in het college. Bij aanvaarding van de nevenfunctie maakt hij deze openbaar. De burgemeester maakt tevens de inkomsten uit zijn nevenfuncties openbaar.

Artikel 1.7

De gemeentesecretaris draagt zorg voor een geactualiseerde openbare lijst met functies van de burgemeester. Op deze lijst wordt tevens vermeld of de werkzaamheden al dan niet bezoldigd zijn en de hoogte van de eventuele bezoldiging.

Artikel 1.8

De burgemeester doet er opgaaf van dat hij substantiële financiële belangen heeft – bijvoorbeeld in de vorm van aandelen, opties en derivaten – in ondernemingen waarmee de gemeente zaken doet of waarin de gemeente een belang heeft. Deze financiële belangen zijn openbaar en worden ter inzage gelegd. Ook een tussentijds ontstaan substantieel financieel belang dient opgegeven te worden.

Artikel 1.9

De gemeentesecretaris draagt zorg voor een geactualiseerde openbare lijst met gemelde financiële belangen van de burgemeester.

Artikel 1.10

Oud-burgemeesters mogen gedurende een jaar na het eind van het burgemeesterschap niet als externe partij betaalde werkzaamheden verrichten voor de gemeente. Uitzondering hierop is het raadslidmaatschap.

Regels rond (schijn van) corruptie

Artikel 2

De burgemeester mag zijn invloed en zijn stem niet laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hem zijn gegeven of hem in het vooruitzicht zijn gesteld.

Artikel 2.1

De burgemeester gaat actief en uit zichzelf de schijn van corruptie tegen.

Aannemen van geschenken

Artikel 2.2

De burgemeester neemt geen geschenken aan die hem uit hoofde van of vanwege zijn functie worden aangeboden, tenzij:

a.het weigeren, teruggeven of terugsturen indruist tegen de gangbare fatsoensnormen, de gever zou kwetsen of deze bijzonder in verlegenheid zou brengen;

b.het weigeren, teruggeven of terugsturen om praktische redenen onwerkbaar is;

c.het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of fles wijn) met een geschatte waarde van maximaal 50 euro, waarbij de schijn van beïnvloeding minimaal is.

Artikel 2.3

Als geschenken om één van de in artikel 2.2 genoemde redenen niet zijn geweigerd, teruggegeven of teruggestuurd, of om andere redenen toch in het bezit zijn van de burgemeester, wordt dit gemeld aan de gemeentesecretaris, tenzij het gaat om het genoemde onder artikel 2.2 onder c. De geschenken worden dan alsnog teruggestuurd of ze worden eigendom van de gemeente. De gemeentesecretaris zorgt voor de registratie van giften en hun gemeentelijke bestemming.

Accepteren van faciliteiten en diensten

Artikel 2.4

De burgemeester accepteert geen faciliteiten en diensten van anderen die hem uit hoofde van of vanwege zijn functie worden aangeboden, tenzij:

a.het weigeren ervan het bestuurswerk onmogelijk of onwerkbaar zou maken en;

b.tegelijkertijd de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is.

Artikel 2.5

De burgemeester gebruikt faciliteiten of diensten van anderen die uit hoofde of vanwege de bestuursfunctie worden aangeboden, niet voor privédoeleinden.

Accepteren van uitnodigingen voor werkbezoeken, lunches, diners, recepties en voorstellingen

Artikel 2.6

De burgemeester accepteert uitnodigingen voor werkbezoeken, netwerkbijeenkomsten, voorstellingen, lunches, diners en recepties die door anderen worden betaald of georganiseerd alleen als:

a.dat behoort tot de uitoefening van het bestuurswerk en;

b.de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel (protocollaire taken, formele vertegenwoordiging van de gemeente, uitnodiging met beschreven doel omtrent de wenselijkheid van de aanwezigheid) en;

c.tegelijkertijd de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is.

Accepteren van reizen en overnachtingen

Artikel 2.7

De burgemeester accepteert uitnodigingen voor werkbezoeken waarbij reis- en verblijfkosten door anderen worden betaald alleen bij hoge uitzondering. Een dergelijke invitatie dient altijd te worden besproken in het college. De invitatie mag alleen worden geaccepteerd als het bezoek aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente en de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is. Van een dergelijk werkbezoek wordt altijd verslag gedaan aan het college. Bij buitenlandse werkbezoeken gebeurt dat schriftelijk, met afschrift aan de raad.

Regels rond het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen

Artikel 3

De burgemeester houdt zich aan het beleid dat is vastgesteld voor het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen.

Artikel 3.1

De burgemeester houdt zich aan de regels over het gebruik van interne voorzieningen van algemene aard.

Artikel 3.2

De burgemeester houdt zich aan de verordeningen over onkostenvergoedingen, declaraties en het gebruik van ICT-hulpmiddelen.

Regels rond informatie

Artikel 4

De raad ziet erop toe dat het college van burgemeester en wethouders, en haar afzonderlijke leden, de raad goed informeert. Het college en de burgemeester verstrekken alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft, tenzij dit in strijd is met het openbaar belang. De raad, het college en de burgemeester kunnen geheimhouding opleggen overeenkomstig de wet.

Artikel 4.1

De burgemeester is open en transparant over de eigen beslissingen en de beweegredenen daarvoor. De burgemeester handelt in overeenstemming met de Gemeentewet en met de Wet openbaarheid van bestuur.

Artikel 4.2

Als de burgemeester de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het geheime karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, is hij verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet hem tot mededeling verplicht.

Artikel 4.3

De burgemeester maakt niet ten eigen bate of ten bate van een ander gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie.

Artikel 4.4

De burgemeester gaat prudent om met mondelingen en schriftelijke informatie die hij ontvangt. Hij maakt die niet openbaar c.q. geeft die niet door aan anderen zonder instemming van de afzender. Bij twijfel over de bedoeling van de afzender informeert hij hier eerst naar.

Regels rond de onderlinge omgang en de gang van zaken tijdens de vergaderingen

Artikel 5

Politieke ambtsdragers gaan respectvol met elkaar en met ambtenaren om, zijn open en eerlijk en bevorderen het debat op basis van feiten.

Artikel 5.1

De burgemeester houdt zich tijdens vergaderingen en bijeenkomsten aan het reglement van orde en de verordening op de meningsvormende vergadering.

Artikel 5.2

De burgemeester onthoudt zich in het openbaar van negatieve uitlatingen over gemeenteambtenaren. Dus ook in vergaderingen en bijeenkomsten zoals genoemd in het Reglement van Orde en de Verordening op de raadscommissie

Artikel 5.3

De burgemeester bejegent wethouders, raadsleden, de griffie(r) en andere ambtenaren op correcte wijze in woord, gebaar en geschrift. Ook in de media en op sociale media zien hij af van persoonlijke aanvallen.

Artikel 5.4

De burgemeester twijfelt niet in het openbaar – in de raad, de media of op de sociale media – aan de integriteit van een raadslid of wethouder. Hij erkent en bevestigt hen proactief in hun ambt als bestuurders of volksvertegenwoordiger die in hun handelen het algemeen belang nastreven en de rechten van individuen beschermen.

Artikel 5.5

De burgemeester streeft naar de hoogste kwaliteit van besluitvorming. Het is een gezamenlijke opdracht om de feiten op tafel te krijgen en deze niet te verdraaien. De burgemeester is eerlijk over zijn overwegingen, luistert naar de argumenten van anderen, de argumenten ingebracht vanuit de raad en het college en accepteert deze als bijdragen tot de zorgvuldige besluitvorming.

Artikel 5.6

Bij onenigheid in de onderlinge omgang of de gang van zaken tijdens vergaderingen gaat de burgemeester, mogelijk onder begeleiding, het gesprek aan met een raadslid of wethouder.

Regels rond de vaststelling en de handhaving van de gedragscode

Artikel 6

De raad stelt de gedragscode vast voor elk van de bestuursorganen – de raad, de wethouders en de burgemeester – en ziet toe op de naleving ervan.

Artikel 6.1

De raad ziet erop toe dat de gedragscodes van raad, burgemeester en wethouders worden nageleefd.

Artikel 6.2

Het college van burgemeester en wethouders ziet er in het bijzonder op toe dat het college en de individuele collegeleden de eigen gedragscode naleven. De gemeentesecretaris ondersteunt het college hierbij.

Artikel 6.3

Minimaal één keer per bestuursperiode evalueert het college de gedragscodes van de wethouders en de burgemeester op actualiteit, functioneren en de mate waarin deze naar behoren worden nageleefd. De burgemeester betrekt de resultaten van deze evaluatie in de periodieke evaluaties van alle gedragscodes met de raad.

Artikel 6.4

Indien de burgemeester twijfelt aan een eigen handeling of die van een andere politieke ambtsdrager volgt de burgemeester de processtappen zoals vastgelegd in de Procesafspraken Integriteit.

Bijlage 1 Verwijzingen naar de wet per gedragscode artikel

Over zuiverheid van besluitvorming

Inleiding

•Algemene wet bestuursrecht artikel 2:4

Over belangenverstrengeling

Artikel 1.1 (toezicht op onafhankelijke besluitvorming)

•Algemene wet bestuursrecht artikel 2:4

Artikel 1.2 (onthouden van stemming)

•Gemeentewet artikel 58

Artikel 1.4 (verboden combinaties van functies)

•Gemeentewet artikel 36B

Artikel 1.5 (verboden overeenkomsten/handelingen)

•Gemeentewet artikel 41C

Artikel 1.6 (over andere functies)

•Gemeentewet artikel 41B

Artikel 1.8 (over financiële belangen)

•Basisnorm 14, Modelaanpak basisnormen integriteit openbaar bestuur en politie

Over corruptie

Artikel 2 (tekst van de eed)

•Gemeentewet artikel 41A

Over gebruik van gemeentelijke faciliteiten en middelen

Artikel 3, 3.1 en 3.2

•Gemeentewet artikel 44

•Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Goes 2019, bijlage 5

Over informatie

Artikel 4 (informatieverstrekking door bestuur)

•Gemeentewet artikel 169

•Gemeentewet artikel 180

•Wet openbaarheid van bestuur artikel 10

Artikel 4.2 (geheimhouding)

•Algemene wet bestuursrecht artikel 2:5

•Gemeentewet artikel 23, 25, 55, 86

•Wetboek van Strafrecht artikel 272

•Zie ook bijlage 5

Over respectvolle omgang met elkaar

Artikel 5.1 en 5.2 (gedrag tijdens de vergadering)

•Zie bijlage

Over de vaststelling en handhaving van de gedragscode

Artikel 6 (vaststellen voor een gedragscode voor de raad, de wethouders en de burgemeester)

•Raad: Gemeentewet artikel 15, lid 3

•Wethouders: Gemeentewet artikel 41c, lid 2

•Burgemeester: Gemeentewet artikel 69, lid 2

Artikel 6.1-6.3 (naleving van de code)

•Algemene wet bestuursrecht artikel 2:4

•Over de rol van de burgemeester: Gemeentewet artikel 170, lid 2

•Gemeentewet artikel 46, zie bijlage 4

•Gemeentewet artikel 47, zie bijlage 4

•Gemeentewet artikel 49, zie bijlage 4

•Gemeentewet artikel 61b en 62

•Kieswet artikel X1

•Kieswet artikel X8

•Schending van de gedragscode kan een strafbaar feit opleveren (bijvoorbeeld het schenden van de geheimhoudingsplicht Wetboek van Strafrecht artikel 272). Als de schending een misdrijf is, geldt een aangifteplicht (Wetboek van Strafrecht artikel 162).

Bijlage 2 Specifiek uitgesloten combinaties van functies

Burgemeester (Gemeentewet, artikel 68)

1De burgemeester is niet tevens:

a.minister;

b.staatssecretaris;

c.lid van de Raad van State;

d.lid van de Algemene Rekenkamer;

e.Nationale ombudsman;

f.substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman;

g.commissaris van de Koning;

h.gedeputeerde;

i.secretaris van de provincie;

j.griffier van de provincie;

k.lid van de rekenkamer van de provincie waarin de gemeente waar hij burgemeester is, is gelegen;

l.lid van een raad;

m.wethouder;

n.lid van de rekenkamer;

o.ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid;

p.lid van een deelraad;

q.lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente;

r.ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt;

s.ambtenaar, door of vanwege het Rijk of de provincie aangesteld, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op de gemeente;

t.functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van bestuur het gemeentebestuur van advies dient.

2In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder r, kan een burgemeester tevens ambtenaar van de burgerlijke stand zijn.

Bijlage 3 Specifiek verboden overeenkomsten/handelingen

Burgemeester (Gemeentewet, artikel 69)

1Artikel 15, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de burgemeester met dien verstande dat de ontheffing, bedoeld in het tweede lid van dat artikel, wordt verleend door de commissaris van de Koning.

2De raad stelt voor de burgemeester een gedragscode vast.

Ergo: artikel 15, eerste en tweede lid, vertaald naar de situatie van de burgemeester:

1‘De burgemeester’ mag niet:

a.als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;

b.als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;

c.als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met de gemeente aangaan van:

1eovereenkomsten als bedoeld in onderdeel;

2eovereenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan de gemeente;

d.rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende:

1ehet aannemen van werk ten behoeve van de gemeente;

2ehet buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente;

3ehet leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de gemeente;

4ehet verhuren van roerende zaken aan de gemeente;

5ehet verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de gemeente;

6ehet van de gemeente onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen;

7ehet onderhands huren of pachten van de gemeente.

2Van het eerste lid, aanhef en onder d, kan ‘de commissaris van de Koning’ ontheffing verlenen.

Bijlage 4 Enkele formele sancties

Gemeentewet, artikel 61B

1De burgemeester kan te allen tijde bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister worden ontslagen.

2Indien sprake is van een verstoorde verhouding tussen de burgemeester en de raad, kan de raad, door tussenkomst van de commissaris van de Koning, een aanbeveling tot ontslag zenden aan Onze Minister.

3Voordat de raad verklaart dat van een verstoorde verhouding tussen de burgemeester en de raad sprake is, overlegt hij met de commissaris van de Koning over de aanleiding tot die verklaring.

4Een aanbeveling vormt geen onderwerp van beraadslagingen en wordt niet vastgesteld nadat de raad tenminste twee weken en ten hoogste drie maanden en tevoren heeft verklaard, dat tussen de burgemeester en de raad sprake is van een verstoorde verhouding.

5De oproeping tot de vergadering waarin over de aanbeveling wordt beraadslaagd of besloten, wordt tenminste achtenveertig uur voor de aanvang of zoveel eerder als de raad heeft bepaald, bij de leden van de raad bezorgd. Zij vermeldt het voorstel tot de aanbeveling.

6De commissaris brengt advies uit aan Onze Minister over de aanbeveling.

7Onze Minister wijkt in zijn voordracht slechts af van de aanbeveling op gronden ontleend aan het advies van de commissaris dan wel op andere zwaarwegende gronden.

Gemeentewet, artikel 62

1De burgemeester kan bij koninklijk besluit worden geschorst.

2Onze Minister kan, in afwachting van een besluit omtrent schorsing, bepalen dat de burgemeester zijn functie niet uitoefent.

3Een besluit als bedoeld in het tweede lid vervalt, indien niet binnen een maand een besluit omtrent de schorsing is genomen.

Bijlage 5 Relevante regelgeving gemeente Goes

Over gebruik van gemeentelijke faciliteiten en middelen

•Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Goes 2019

Over respectvolle omgang met elkaar

•Reglement van orde 2018

•Verordening op de raadscommissie 2018

Over handhaving van de gedragscode

•Procesafspraken over de handhaving van de integriteit van het gemeentebestuur van Goes, vastgesteld door de gemeenteraad op 24 juni 2021.

Alle hier genoemde documenten zijn voor raads- en commissieleden te vinden op het besloten deel van het raadsinformatiesysteem via vergadermappen / verordeningen raad.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.