Gemeentelijke regelgeving

Regeling Werktijden en Verlof

Gemeente Gennep · geldt sinds 1 januari 2017

Aanhef

Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Gennep

Gelet op de artikelen 3:28, lid 3, 4:2, 6:2:1, lid 1, lid 2, lid 3,lid 5, lid 7 en 6:4 lid 2 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling;

Gezien de instemming van de OR;

Besluit de volgende regeling vast te stellen:

Regeling Werktijden en Verlof

Artikel 1 Dagvenster en flexibel werken

Medewerkers bepalen zelf, in overleg met hun leidinggevende, de werktijden binnen het dagvenster van de gemeente Gennep. Dit dagvenster is op maandag t/m vrijdag van 7:00 tot en met 22:00 uur.

Bij de bepaling van de werktijden staan eigen verantwoordelijkheid voor de continuïteit in bedrijfsprocessen en servicegerichtheid voor de burger centraal. De medewerker heeft de vrijheid bij het bepalen van zijn/haar werktijden maar er kan altijd verlangd worden dat een medewerker op aangewezen momenten aanwezig moet zijn of zich beschikbaar houdt omdat zijn/haar functie dit verlangt. Dit geldt ook voor tijden buiten het dagvenster.

Medewerkers kunnen flexibel invulling geven aan hun werktijden door opgebouwde compensatie-uren te sparen of op te nemen.

De medewerker kan compensatie-uren opbouwen door per week meer uren te werken dan zijn/haar formele arbeidsduur.

De medewerker kan compensatie-uren inwisselen door per week minder uren te werken dan zijn/haar formele arbeidsduur.

Compensatie-uren en uren gewerkt buiten het dagvenster kunnen niet omgezet worden in of verrekend worden met vakantieverlof.

(Compensatie)-uren gewerkt buiten het dagvenster, op vrijwillige basis dus zonder dat het college hier om gevraagd heeft, worden nooit uitbetaald.

De fulltime medewerker kan maximaal een saldo van plus of min 72 uur aan compensatie-uren opbouwen buiten het Individueel Keuzebudget (IKB). Voor deeltijdwerkers geldt dit naar rato.

Artikel 2 Pauzes en rusttijden

1Een werkdag wordt na maximaal 5,5 werkuren onderbroken door een pauze van tenminste een half uur.

2Als een medewerker meer dan 8 uur en minder dan 10 uur werkzaam is op een dag dan zijn alle pauzes opgeteld minimaal 45 minuten in totaal.

3Bij meer dan 10 uur werken op een dag zijn de pauzes samen minimaal 1 uur.

Artikel 3 Medisch bezoek

1Bij het inplannen van bezoek aan de (tand)arts of medisch specialist wordt de medewerker geacht rekening te houden met de werkgeversbelangen.

2Medisch bezoek vindt in eigen tijd plaats.

Artikel 4 Thuis werken

1De leidinggevende is bevoegd om met de medewerker afspraken te maken over incidenteel of structureel thuis werken.

2Thuis werken gebeurt op vrijwillige basis van de kant van de werkgever en de kant van de medewerker. Zowel werkgever als medewerker kunnen zich niet beroepen op recht of verplichting.

3Thuis werken is in eerste instantie een zaak van vertrouwen van de leidinggevende en de zelfstandigheid van de medewerker. Hierbij gelden de volgende aandachtspunten:

a.De eventuele nadelen van de afwezigheid voor de organisatie en de toepasbaarheid binnen de functie (´face to face contact´).

b.De mogelijkheden om de taken thuis zelfstandig uit te voeren.

c.De argumenten en persoonlijke omstandigheden van de medewerker.

VERLOF

Artikel 5 Vakantieverlof

1Aan de medewerker met een volledig dienstverband wordt in elk kalenderjaar een vakantie met behoud van zijn bezoldiging verleend van 172,8 uur. Een deel van deze verlofuren, te weten 14,4 uren, wordt opgenomen in het IKB.

2Het aantal vakantie-uren wordt, afhankelijk van de leeftijd, die de medewerker in het desbetreffende jaar bereikt, verhoogd met:

Leeftijd

Verhoging per jaar

Van 30 tot en met 34 jaar

7,2 uur

Van 35 tot en met 39 jaar

14,4 uur

Van 40 tot en met 44 jaar

21,6 uur

Van 45 tot en met 49 jaar

28,8 uur

Van 50 tot en met 54 jaar

36,0 uur

55jaar en ouder

43,2 uur

3Buiten de landelijke feestdagen worden Nationale Bevrijdingsdag en Carnavalsmaandag aangewezen als lokale feestdag en wordt de dag na Hemelvaart aangewezen als een dag waarop geen arbeid hoeft te worden verricht.

4Burgemeester en wethouders kunnen na instemming van de Ondernemingsraad jaarlijks dagen aanwijzen waarop ambtenaren verplicht verlof op dienen te nemen. Dit kunnen ook halve dagen zijn. Deze verlofdagen worden van het vakantieverlof afgeschreven.

5Op het einde van het kalenderjaar mag een medewerker met een volledig dienstverband maximaal 72 uur meenemen naar het volgende jaar, buiten het IKB om (zie voor meer informatie ook de regeling IKB). Als een medewerker per 31 december een saldo heeft boven het maximum worden er tussen de leidinggevende en de medewerker afspraken gemaakt om het bovenmatig aantal verlofuren op te nemen.

6Voor deeltijdwerkers geldt het bepaalde in dit artikel naar rato.

Artikel 6 Buitengewoon verlof

1.Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten wordt aan de medewerker verlof met behoud van bezoldiging verleend:

Reden

Aantal dagen

a.Overlijden van de echtgenoot(o)t(e) ov geregistreerd partner

4

b.Overlijden van de ouders, stiefouders, schoonouders,

4

c.Overlijden van kinderen, stiefkinderen, aangehuwde kinderen

4

d.Overlijden van bloed- en aanverwanten in de 2e graad

2

e.25-, 40-, of 50 jarig huwelijks-/geregistreerd partner jubileum

1

f.25-,40-, of 50 jarig ambtsjubileum

1

g.Huwelijk of geregistreerd partnerschap aangaan

1

2Het verlof als genoemd in 1a en 1b van dit artikel dient binnen 7 kalenderdagen, na overlijden van de betreffende bloed- of aanverwant, te worden opgenomen.

3Het verlof als genoemd in 1d wordt ten hoogste 4 kalenderdagen als de medewerker de begrafenis moet regelen.

4Het verlof als genoemd in 1e, 1f en 1g wordt alleen verleend als de feitelijke dag samenvalt met een werkdag.

Artikel 7 Calamiteitenverlof en kortdurend zorgverlof

1Een medewerker heeft recht op maximaal 2 dagen calamiteitenverlof bij plotselinge problemen in het privéleven, die onmiddellijk moetenworden opgelost.

2Als zowel aan de voorwaarden van calamiteiten verlof wordt voldaan als aan de voorwaarden van kortdurend zorgverlof, dan eindigt het calamiteiten verlof na één dag en gaat het over in kortdurend zorgverlof.

3Een medewerker heeft op grond van de WAZO per jaar recht op maximaal tweemaal de arbeidsduur per week kortdurend zorgverlof voor de verzorging van:

a.de echtgenoot, de geregistreerde partner of de persoon met wie de medewerker ongehuwd samenwoont;

b.een kind tot wie de medewerker als ouder in een familierechtelijke betrekking staat;

c.een kind van de echtgenoot, de geregistreerde partner of de persoon met wie demedewerker ongehuwd samenwoont;

d.een pleegkind dat blijkens de basisregistratie personen op hetzelfde adres woont als de medewerker en dat hij als pleegouder als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet verzorgt;

e.een bloedverwant in de eerste of tweede graad (ouders, adoptieouders, (adoptie)kinderen, grootouders, kleinkinderen, broers en zussen

f.degene die, zonder dat er sprake is van een arbeidsrelatie, deel uitmaakt van de huishouding van de medewerker; of

g.degene met wie de medewerker anderszins een sociale relatie heeft, voor zover de te verlenen verzorging rechtstreeks voortvloeit uit die relatie en redelijkerwijs door de werknemer moet worden verleend.

5Kortdurend zorgverlof komt, vanaf het moment van opname, direct voor de helft voor rekening van de werkgever en voor de helft voor rekening van de medewerker.

6Zwaarwegend dienstbelang kan een reden zijn om het verlof niet te verlenen of om het verlof te beëindigen.

Artikel 8 Kraamverlof

1Na de bevalling van echtgenote, geregistreerde partner of degene van wie de medewerker het kind erkent, heeft de medewerker recht op 2 dagen verlof met behoud van bezoldiging.

2Het verlof dient te worden opgenomen binnen vier weken vanaf het moment dat het kind feitelijk op hetzelfde adres als de moeder woont.

Artikel 9 Ouderschapsverlof

1Na de geboorte van een kind heeft de een partner onvoorwaardelijk recht op drie dagen onbetaald ouderschapsverlof, bovenop de twee dagen betaald kraamverlof.

2Op grond van de WAZO heeft de medewerker recht op ouderschapsverlof als hij/zij ouder is van of verantwoordelijk is voor een inwonend kind in de leeftijd tot 8 jaar en niet eerder voor dit kind bij een andere werkgever ouderschapsverlof heeft genoten.

3Het aantal uren waarop een medewerker per kind recht heeft is ten hoogste 26 x de arbeidsduur per week. De medewerker heeft maximaal recht op 13 x de arbeidsduur per week aan betaald ouderschapsverlof.

4Over de tijd waarin de medewerker betaald ouderschapsverlof geniet zijn de volgende maximale doorbetalingspercentages vastgesteld:

Schaal

Percentage loondoorbetaling

1

90%

2

85%

3

80%

4

70%

5

60%

6en hoger

50%

5Het ouderschapsverlof wordt, in overleg met de leidinggevende opgenomen.

6De medewerker moet het verzoek om ouderschapsverlof tenminste drie maanden voor de gewenste ingangsdatum van het verlof indienen en dient voorafgaand aan de ingangsdatum de overeenkomst ouderschapsverlof te ondertekenen.

7In het geval van onvoorziene omstandigheden (bijvoorbeeld een plotseling zieke partner) is de termijn, genoemd in lid 5, niet meer van toepassing.

8De medewerker mag tijdens het ouderschapsverlof geen andere betaalde arbeid verrichten.

9Als de medewerker verantwoordelijk is voor de verzorging van een tweeling of een meerling, heeft hij recht op betaald ouderschapsverlof voor één kind. Op grond van de WAZO bestaat er voor het tweede kind of de andere kinderen wel recht op onbetaald ouderschapsverlof.

10De medewerker kan op grond van onvoorziene omstandigheden een verzoek indienen om toegekend ouderschapsverlof niet op te nemen. Tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet, stemt het college hiermee in. Instemming heeft tot gevolg dat het resterende ouderschapsverlof wordt opgeschort.

Artikel 10 Bijzondere situaties

In gevallen waarin deze regeling niet voorziet of in bijzondere situaties is het College van Burgemeester en Wethouders bevoegd een besluit te nemen.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking op 1-1-2017 en kan worden aangehaald als de Regeling Werktijden en Verlof Gennep. De oude regeling van 1-1-2015 wordt per dezelfde datum ingetrokken.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.