Aanhef
De raad van de gemeente Gemert-Bakel,
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 november 2025;
gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;
Besluit
vast te stellen de navolgende verordening:
Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2026
Artikel 1 Belastbaar feit
Onder de naam ‘toeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de Basisregistratie Personen zijn ingeschreven:
a.tegen een vergoeding in welke vorm dan ook, dan wel
b.die zonder vergoeding gedurende hun verblijf beroeps- of bedrijfsmatige werkzaamheden verrichten voor of in opdracht van anderen.
Artikel 2 Belastingplicht
1Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot het houden van verblijf als bedoeld in artikel 1 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen.
2De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt.
3Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 verblijf houdt.
4De belastingplichtige die gelegenheid biedt tot het houden van verblijf als bedoeld in artikel 1, in hem daartoe ter beschikking staande ruimten, dan wel ter beschikking staande terreinen kan ter zake van elk van die ruimten en/of terreinen afzonderlijk in de heffing worden betrokken.
Artikel 3 Vrijstellingen
1De belasting wordt niet geheven voor het verblijf van:
a.degene die verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders;
b.een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, onder c, d, f, g of h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers;
c.kinderen in de leeftijd van 0 tot en met 3 jaar;
d.degene die onder bevoegde leiding deelneemt aan een jeugdkamp voor jongeren tot en met 18 jaar, en deel uitmaakt van een vereniging of andere organisatie met een doelstelling van sociale, culturele, educatieve of wetenschappelijke aard;
e.degene die verblijft in een instelling met een ANBI-status.
2Een vrijstelling als bedoeld in het vorige lid, onder c en d, wordt alleen toegepast indien dit duidelijk blijkt uit het gestelde in artikel 14.
Artikel 4 Maatstaf van heffing
De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar.
Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten, dat zij verblijf hebben gehouden.
Artikel 5 Belastingtarief
Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 1,65.
Artikel 6 Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 7 Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 8 Kwijtschelding
Bij de invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 9 Aanslaggrens
Geen belastingaanslag wordt opgelegd indien het aantal overnachtingen, waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, gedurende het belastingjaar minder dan acht zal of heeft belopen.
Artikel 10 Voorlopige aanslag
Na de aanvang van het belastingjaar doch niet vóór 1 mei kan aan de belastingplichtige een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld.
Artikel 11 Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en de tweede termijn twee maanden later.
2Het bedrag inzake een bestuurlijke boete moet worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
3Indien een machtiging voor automatische incasso is afgegeven en zolang de verschuldigde bedragen via automatische incasso kunnen worden afgeschreven, moet(en) de aanslag(en) en de bestuurlijke boete(s) worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
4In afwijking van het derde lid is betaling via automatische incasso alleen mogelijk voor zover het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen en bestuurlijke boetes minder is dan € 5.000,00.
5De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 12 Nadere regels door het Dagelijks Bestuur
Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de toeristenbelasting.
Artikel 13 Aanmeldingsplicht
1De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de gemeenteambtenaar, belast met de heffing van gemeentelijke belastingen.
2In aanvulling op het bepaalde in het eerste lid, is de belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, tevens gehouden zich te registreren in het digitale nachtregisterformulier van de gemeente, te vinden op: https://gemert-bakel.nachtregister.app.
3De verplichting als bedoeld in de voorgaande leden geldt niet voor de belastingplichtige die met betrekking tot het jaar voorafgaand aan het belastingjaar in de heffing van de toeristenbelasting betrokken is.
4De belastingplichtige doet aangifte van het aantal overnachtingen bij de in het eerste lid bedoelde ambtenaar middels een aan hem uit te reiken aangiftebiljet. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt de aangifte binnen twee weken na het uitnodigen daartoe gedaan.
5Artikel 67a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de in die wet geregelde verzuimboete zijn onverkort van toepassing.
Artikel 14 Registratieplicht in digitaal nachtregister
1De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is verplicht per belastingjaar een verblijfsregister bij te houden in het digitale nachtregister van de gemeente, te vinden op: https://gemert-bakel.nachtregister.app.
2De registratie vindt onverwijld bij aankomst plaats en bevat tenminste de volgende gegevens met betrekking tot een ieder aan wie die nacht gelegenheid tot overnachten wordt verschaft:
a.naam, adres en woonplaats van de persoon die overnacht;
b.datum van aankomst en datum van vertrek;
c.het aantal overnachtingen ter zake waarvoor belasting verschuldigd is.
3Registratie van gegevens, bedoeld in tweede lid, onder a, voor meereizende echtgenoten, minderjarige kinderen of reisgezelschappen is niet van toepassing.
4Voor zover op grond van andere wet- of regelgeving geen langere termijn geldt, geldt voor het nachtverblijfregister een bewaartermijn van 5 jaar.
5Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de inrichting en gebruik van het nachtverblijfregister, waaronder begrepen het toestaan van andere digitale nachtverblijfregistersystemen met dezelfde functionaliteit als het gemeentelijke systeem.
Artikel 15 Aangifteplicht
De belastingplichtige, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, indien hij niet binnen vier weken na afloop van het belastingjaar een uitnodiging heeft ontvangen tot het doen van aangifte, binnen twee weken na afloop van deze termijn schriftelijk aan de aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 232, vierde lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, te verzoeken tot een uitnodiging tot het doen van aangifte. De gemeente behoudt zich te allen tijde het recht voor alsnog een uitnodiging tot het doen van aangifte te verzenden, dan wel, bij gebrek aan een aangifte door belastingplichtige, de grondslag voor de berekening van de toeristenbelasting te schatten en middels ambtshalve aanslag op te leggen.
Artikel 16 Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel
1De ‘Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2025’ van 12 december 2024, of zoals laatstelijk gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
4Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening toeristenbelasting Gemert-Bakel 2026’.