Aanhef
Voorwoord
Dit ‘Vergunningenbeleid en -uitvoeringsprogramma 2024’ geeft inzicht in de vergunningstaken van de gemeente Geldrop-Mierlo en het uitvoeringsprogramma voor 2024. Samen met het ‘Uitvoeringsprogramma handhaving 2024’ geeft deze beleidsnota vorm aan het gemeentelijk ‘VTH-beleid’ (vergunningverlening, toezicht en handhaving). Vanaf volgend jaar wordt een actualisering van het VTH-beleid voorzien waarbij beide beleidsnota’s ineen schuiven in een Uitvoerings- en handhavingsstrategie (U&H-strategie) en een uitvoeringsprogramma U&U.
Gezien de hoeveelheid taken die moet worden uitgevoerd en de menskracht die aanwezig is, moeten op het gebied van vergunningverlening keuzes worden gemaakt over de processen en de inzet van de medewerkers. Keuzes over hoe je aandacht besteedt aan het verlenen of weigeren van vergunningen. Dit programma richt zich daarmee op het beantwoorden van de vraag ‘hoe benaderen we het verlenen van vergunningen en op welke wijze toetsen we vergunningen en behandelen we ingekomen meldingen.’
De gemeente kan slechts beperkt sturen op het aantal aanvragen om vergunningen dat moet worden behandeld. Dat kan eigenlijk alleen door vergunningplichten te schrappen uit het omgevingsplan en verordeningen, ze te vervangen door meldings- of informatieverplichtingen of door ‘flitsvergunningen’ mogelijk te maken waarbij de aanvrager de vereiste vergunning zelf digitaal afhandelt. Zo ver is het echter nog niet altijd. Veelal is het aantal aanvragen nu nog ‘aanbodgestuurd’. Op basis van ervaringen kunnen wel prognoses worden gemaakt. De ervaringen op het gebied van toezicht en handhaving kunnen worden meegenomen in een ‘slimme’ inzet in menskracht als het om vergunningverlening gaat.
Het is noodzakelijk processen slim op te zetten en om keuzes te maken over de manier van toetsen. Enerzijds risicogestuurd toetsen op basis van de complexiteit van een initiatief, anderzijds – waar daartoe aanleiding is - themagerichte aandacht. Dat laatste kan bijvoorbeeld door een specifiek thema dat in het jaarlijkse Uitvoeringsprogramma Handhaving is gekozen. Vergunningverlening heeft zowel een preventieve als repressieve werking en zal, samen met toezicht en handhaving, een bijdrage leveren aan een gezonde en veilige leefomgeving.
Nieuw vergunningen- en handhavingsbeleid
Met alle nieuwe ontwikkelingen en regelgeving is het nodig om de beleidsstukken te herzien. Daarom is nu ook de tijd aangekomen om de verbinding in het beleid tussen vergunningen en toezicht & handhaving te leggen. We gaan een nieuwe uitvoerings- en handhavingsstrategie (U&HS) opstellen met een actuele probleem- en risicoanalyse die een representatief beeld geeft van de risico’s in de omgeving. De U&HS dient beter aan te sluiten bij de doelstellingen en strategie bij de actuele gemeentelijke ambitie én er dient te worden voldaan aan de bepalingen in het Omgevingsbesluit, de kwaliteitscriteria 2.3 en de Omgevingswet. We gaan dan zorgdragen voor de integratie van bestaand beleid, evaluatie, lokaal beleid en geldende/toekomstige wet- en regelgeving. Dit proces, met afstemming tussen verschillende interne en externe partijen, gaan we dit jaar opstarten (2024). Dit kan betekenen dat ook het uitvoeringsprogramma en jaarverslag er anders uit zal gaan zien, met duidelijkere doelstellingen die aasluiten op de gemeentelijke strategie.
Leeswijzer
Hoofdstuk 1 bevat in het kort een uiteenzetting van de visie en doelstellingen van vergunningverlening.
Hoofdstuk 2 geeft inzicht in hoe risicogestuurde toetsing en vergunningverlening plaatsvindt.
Hoofdstuk 3 geeft inzicht in de vergunningverlening en procedures van de Omgevingswet (Ow).
Hoofdstuk 4 geeft inzicht in de processen bij vergunningverlening.
Bijlage 1 geeft inzicht in hoe de BRIStoets© toegepast wordt bij vergunningverlening onder de Wabo
Bijlage 2 geeft een toelichting op de toetsmatrix Bouwbesluit.
Bijlage 3 geeft inzicht in de risicomatrix voor evenementen.
Bijlage 4 geeft inzicht in de geplande inzet Vergunningen.
Bijlage 5 is het Werkprogramma 2024 van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (hierna: ODZOB)
Bijlage 6 betreft de dienstverleningsovereenkomst met de ODZOB
Bijlage 7 betreft een addendum bij de dienstverleningsovereenkomst met de ODZOB
2. RISICOANALYSE EN TOETSINGSMATRIX BEOORDELING AANVRAGEN
2.2 Risicogestuurd toetsen
2.2.1 Toetsingsprotocol Wabovergunningen / Omgevingswet-vergunningen
Voor de toetsing van Wabo-aanvragen (aanvragen om omgevingsvergunning die zijn ingediend vóór inwerkingtreding Omgevingswet, dus vóór 1 januari 2024) wordt gebruikt gemaakt van de toetsingsmatrix en de zogenoemde BRIStoets©, een webapplicatie die is gebaseerd op het ‘Landelijk Toetsingsprotocol Bouwplannen 2012’ (LTB). Deze is als bijlage 1 toegevoegd aan deze beleidsnota. In het LTB is de werkwijze vastgelegd. De nadruk bij het toetsen ligt op veiligheid en gezondheid.
Op grond van de uitkomsten van de weging uit de matrix is een prioriteitenlijst opgesteld. De beschikbare capaciteit wordt ingezet daar waar de risico’s het grootst zijn en waarvoor onze deskundigheid en kennis het meest gevraagd is. Op die manier blijft Geldrop-Mierlo op een verantwoorde manier verzekerd van een veilige en gezonde bebouwde omgeving.
Matrix toetsingsprotocol
Het toetsingsprotocol bestaat uit een matrix. In deze matrix worden verticaal de aspecten per hoofdstuk uit het Bouwbesluit 2012 weergegeven, zoals veiligheid (constructie van het bouwwerk, gebruik), gezond¬heid (geluid, licht, ventilatie), bruikbaarheid (toegankelijkheid, vrije doorgang) en energiezuinigheid (isolatie, terugdringen gebruik gas en elektriciteit). Horizontaal zijn de gebruiksfuncties weergegeven die het Bouwbesluit onderscheidt, zoals woon-, industrie- en winkelfunctie. Per combinatie wordt weergegeven hoe intensief een bouwplan moet worden getoetst. Geldrop-Mierlo volgt de landelijke matrix, die regelmatig wordt bijgesteld.
De BRIStoets©-matrix is dynamisch en er worden regelmatig wijzigingen in aangebracht. Een matrix wordt dan ook niet opgenomen in het beleid. Verwezen wordt naar de meest actuele LTB van BRIStoets© waarbij gemeente Geldrop-Mierlo zich heeft aangesloten via een online abonnement.
In de matrix wordt een groter belang gehecht aan veiligheid- en gezondheidsaspecten. Bovendien worden bouwwerken die worden gebruikt voor gevoelige gebruiksfuncties intensiever getoetst. Een voorbeeld daarvan is een verzorgingstehuis. Bouwwerken die door hun gebruik of omvang een groter risico vormen voor de brandveiligheid hebben een hoge prioriteit gekregen.
De toetsniveaus
De diepgang van de toets kan variëren van “geen toets” tot “volledig toetsen”:
Niveau 1. Uitgangspuntentoets / snel toetsen.
Getoetst wordt of alle stukken beschikbaar zijn om de uitgangspunten van de aanvraag te kunnen beoordelen. De toets beperkt zich tot de aangeleverde stukken (ontvankelijkheidtoets). Dit niveau is de minimale invulling. Niveau 1 wordt toegepast wanneer de kans en de gevolgen zeer gering zijn.
Niveau 2. Visueel toetsen.
Getoetst wordt of de uitgangspunten op de aangeleverde stukken in de juiste vorm zijn.
Per te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten plausibel zijn. Niveau 2 is het basisniveau.
Niveau 3. Representatief toetsen.
Per te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten plausibel zijn. Op basis van de visuele toets wordt bepaald welke aspecten moeten worden nagerekend. Het bepalen van de belangrijkste berekeningen blijft een taak van de toetser.
Niveau 4. Volledig toetsen.
Getoetst wordt of de uitgangspunten van de aangeleverde stukken in de juiste vorm zijn en of van elk te toetsen aspect de uitgangspunten juist zijn.
Van elk te toetsen aspect worden de uitkomsten gecontroleerd of nagerekend. Niveau 4 komt in de matrix alleen voor met betrekking tot het toepassen van zogenaamde ‘gelijkwaardige oplossingen’.
2.2.2 Toetsingsprotocol Omgevingswet-vergunningen
Voor de toetsing van Omgevingswet-aanvragen voor de bouwactiviteit (aanvragen om omgevingsvergunning die zijn ingediend na inwerkingtreding Omgevingswet, dus vanaf 1 januari 2024) geldt de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb). De Wkb verplaatst de toetsing aan de bouwtechnische eisen van een bouwwerk van de gemeente naar een onafhankelijke (private) partij, de zogenoemde kwaliteitsborger. De toets vooraf op de bouwplannen wordt vervangen door een toets in de praktijk. Dit gebeurt op de bouwplaats zelf, tijdens het bouwproces. Daarnaast vergroot de Wkb de aansprakelijkheid van de bouwer voor bouwfouten.
Gefaseerde inwerkingtreding Wkb
De Wkb is op 1 januari 2024 in eerste instantie alleen ingegaan voor bouwwerken in gevolgklasse
1Uit een impactanalyse die is uitgevoerd door een extern bedrijf in het kader van de totstandkoming van de Legesverordening 2024 is dit ook gebleken.
. Dit is de laagste risicoklasse waar bijvoorbeeld eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden onder vallen. Drie jaar na inwerkingtreding van de Wkb vindt een landelijke evaluatie plaats. Afhankelijk van de uitkomsten van de evaluatie volgen daarna eventueel de bouwwerken in hogere risicoklassen.
We verwachten dat de verschuiving van de bouwtechnische toets naar de private kwaliteitsborger slechts een minimale vermindering in werkdruk oplevert voor onze casemanagers. Tijdens de beoordeling van een aanvraag om omgevingsvergunning valt de bouwtechnische toets aan het Bouwbesluit 2012 weg, maar initiatiefnemers zijn nog steeds verplicht om de verklaring van de private kwaliteitsborger te overleggen aan de gemeente in de vorm van een melding. Deze melding dient vervolgens door onze gemeente beoordeeld te worden. Het is aan de gemeente om deze meldingen te toetsen op volledigheid en juistheid. Dat is een eis van de Algemene wet bestuursrecht. Dat vergt tijd en deskundigheid. Daarnaast geldt de Wkb het eerste jaar alleen voor nieuwbouw en niet voor verbouwingen. Bij aanvragen om omgevingsvergunningen voor verbouwingen geldt dus het oude stelsel van toetsing vooraf door de gemeente aan de regelgeving uit het Bouwbesluit 2012.