Beleidsregel
Artikel 1 hoofdcriteria voor ontheffing
1Hogere grenswaarden kunnen worden vastgesteld in die gevallen waarin de toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de te verwachten geluidbelasting, vanwege de weg/spoorweg of industrie, van de gevels van de betrokken woningen:
a.bronmaatregelen niet mogelijk zijn dan wel dat deze onvoldoende doeltreffend zullen zijn, of;
b.op bezwaren stuit van
· stedenbouwkundige aard en/of;
· verkeerskundige aard en/of;
· landschappelijke aard en/of;
· financiële aard.
2Bij de afweging hogere grenswaarden toe te passen kan een combinatie van de in lid 1 genoemde criteria worden toegepast.
Artikel 2 subcriteria voor ontheffing
1Naast de in artikel 1 genoemde hoofdcriteria moet aan één van de onderstaande subcriteria worden voldaan.
2.Bij weg- en railverkeerslawaaiwordt slechts afgeweken van de voorkeursgrenswaarde indien:
a.er sprake is van nog niet geprojecteerde woningen buiten de bebouwde kom, die:
-verspreid gesitueerd worden;
-nodig zijn vanwege grond- of bedrijfsgebondenheid;
-een open plaats tussen aanwezige bebouwing opvullen;
-bestaande bebouwing vervangen;
b.er sprake is van nog niet geprojecteerde woningen binnen de bebouwde kom, die:
-in een dorps- of stadsvernieuwingsplan worden opgenomen;
-door situering of bouwvorm een doelmatige akoestisch afschermende functie gaan vervullen voor andere woningen;
-nodig zijn vanwege grond- of bedrijfsgebondenheid;
-een open plaats tussen aanwezige bebouwing opvullen;
-bestaande bebouwing vervangen;
c.er sprake is van een geprojecteerde, in aanbouw zijnde of aanwezige woningen en een nog niet geprojecteerde (spoor)weg, voor zover die (spoor)weg:
-een noodzakelijke verkeers- en vervoersfunctie zal vervullen.
d.Bij aanleg of wijziging aan een hoofdspoorweg is Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant het bevoegd gezag. Nadrukkelijk is deze beleidsregel op het vaststellen van hogere grenswaarden in die gevallen niet van toepassing.
3Bij wegverkeerslawaai wordt naast het bedoelde in lid 2 slechts afgeweken van de voorkeursgrenswaarde indien:
-er sprake is van een aan te leggen weg die een zodanige verkeersverzamelfunctie zal vervullen, dat die weg zal leiden tot aanmerkelijk lagere geluidsbelastingen van woningen binnen de zone van een andere weg. (Bijvoorbeeld de aanleg van randwegen.)
4Bij railverkeerslawaaiwordt naast het bedoelde in lid 2 slechts afgeweken van de voorkeursgrenswaarde indien:
er is sprake van nog niet geprojecteerde of geprojecteerde woningen die:
-in de omgeving van een station of halte gesitueerd worden;
-in een stads- of dorpsvernieuwingsplan worden opgenomen;
-door de gekozen situering of bouwvorm een doelmatige akoestische afscherming gaan vervullen voor andere woningen of voor andere geluidgevoelige gebouwen of geluidgevoelige terreinen.
5Bij industrielawaaiwordt naast het bedoelde in lid 2 slechts afgeweken van de voorkeursgrenswaarde indien:
a.er sprake is van nog niet geprojecteerde of geprojecteerde woningen die:
-een geluidbelasting ondervinden die gelijk is aan of lager dan het ter plaatse heersende referentieniveau.
b.er sprake is van aanwezige of in aanbouw zijnde woningen die:
-een geluidbelasting ondervinden die gelijk is aan of lager dan het ter plaatse heersende referentieniveau;
c.te allen tijde geldt als uitgangspunt dat in nieuwe situaties zoveel mogelijk aan de voorkeursgrenswaarde moet worden voldaan;
d.indien afwijking desalniettemin gewenst is, moet de noodzaak tot afwijking aangetoond worden;
e.het vaststellen van een hogere grenswaarde voor deze categorie zal slechts dan worden verleend wanneer de derde die de maatregelen zal treffen garandeert dat de te treffen geluidsreducerende maatregelen daadwerkelijk zullen worden gerealiseerd;
6Burgemeester en wethouders kunnen bij alle in de leden 2 tot en met 5 van dit artikel genoeme lawaaisoorten aanvullende de eis stellen dat de woningen zullen beschikking over tenminste geluidluwe gevel en dat voldoende verzekerd is dat de verblijfsruimten en de tot de woning behorende buitenruimte niet worden gesitueerd aan de gevel waar de hoogste geluidbelasting optreedt.
Artikel 3 voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden
Bij de toepassing van deze beleidsregel worden de hieronder opgenomen en in de Wet geluidhinder opgenomen voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden gerespecteerd:
1.voorkeursgrenswaarde en maximale grenswaarde wegverkeerslawaai
Situatie
Voorkeursgrenswaarde
Lden
Nieuwe woning
48dB
Nieuwe woning bestaande weg
Maximale ontheffingswaarde
Nieuw te bouwen woning
Stedelijk: 63 dB
Buitenstedelijk:53 dB
Nieuw te bouwen agrarische bedrijfswoning
Buitenstedelijk:
Vervangende nieuwbouw
Stedelijk: 68 dB
Buitenstedelijk: 63 dB
Bestaande woning/nieuwe weg
Nieuw te bouwen woning
Stedelijk: 63 dB
Buitenstedelijk: 58 dB
Gelijktijdig met wegaanleg te bouwen woning
Stedelijk: 58 dB
Buitenstedelijk: 53 dB
Hoogst toelaatbaar binnenniveau
Nieuwe woning en bestaande weg of
Bestaande woning en nieuwe weg
33dB
Bestaande woning en bestaande weg (sanering)
38dB
2.Voorkeursgrenswaarde en maximale grenswaarde railverkeerslawaai
Situatie
Voorkeursgrenswaarde
Lden
Nieuwe woning
55dB
Maximale ontheffingswaarde
Nieuw te bouwen woning
68dB
Hoogst toelaatbaar binnenniveau
Nieuwe woning en bestaande spoorweg of
Bestaande woning en nieuwe spporweg
33dB
Bestaande woning en bestaande spoorweg (sanering)
38dB
3.Voorkeursgrenswaarde en maximale grenswaarde industrielawaai
Situatie
Voorkeursgrenswaarde, Letmaal
Nieuwe woning
50dB(A)
Eerste zonevaststelling
Maximale ontheffingswaarde
Nieuw te bouwen woning
55dB(A)
In aanbouw zijnde of bestaande woning
60dB(A)
Wijziging zone
Nieuw te bouwen woning, in aanbouw zijnde of bestaande woning
Vastgestelde waarde + 5 dB(A)
Vervangende nieuwbouw
65dB(A)
Hoogst toelaatbaar binnenniveau
Nieuwe woning
35dB(A)
Bestaande woning
40dB(A)
Artikel 4 slotbepalingen
1Deze beleidsregel kan worden aangehaald als: “beleidsregel Vaststellen hogere grenswaarden Wet geluidhinder”.
2De vaststelling van een hogere grenswaarden geschied volgens de procedure zoals die is opgenomen in artikel 110c Wet geluidhinder.
3Deze beleidsregel treedt in werking op de eerste dag nadat de bekendmaking in de gemeentelijke informatiepagina’s in het huis-aan-huisblad “de Trompetter” heeft plaatsgevonden.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van Geldrop-Mierlo van 30 januari 2007,
burgemeester en wethouders,
J.H.M. van Vlerken M.J.D. Donders - de Leest
secretaris burgemeester