Aanhef
De raad van de gemeente Geldrop-Mierlo;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van Geldrop-Mierlo d.d. 1 november 2022;
gehoord de commissie Ruimte d.d. 21 en 28 november 2022;
besluit:
de Nota Parkeernormen Geldrop-Mierlo vast te stellen.
Samenvatting
Een Nota Parkeernormen is een uitwerking van parkeerbeleid. Een parkeernorm is een getal dat aangeeft hoeveel auto- en fietsparkeerplaatsen moeten worden aangelegd in nieuwe ruimtelijke projecten zodanig dat er geen overlast komt voor omliggende wijken.
In de parkeervisie van de gemeente Geldrop-Mierlo (vastgesteld juli 2022) is aangegeven dat bij nieuwbouw zal worden gestuurd op beperking van autobezit en -gebruik om zo een leefomgeving te creëren die niet alleen bereikbaar is, maar ook een prettige verblijfskwaliteit heeft met aandacht voor groen en ontmoeten. Tegelijkertijd ligt er de opdracht om de woningbouwopgave van Geldrop-Mierlo zo veel en zo snel mogelijk te faciliteren en niet te frustreren.
Bovenstaande doelen bereiken wij met het uitgewerkte parkeernormenbeleid op basis van vier hoofdlijnen:
•Een beter bij de verdichtingsambities passende gebiedsindeling en waar mogelijk aangepaste, lagere normen;
•De fiets als kans: heldere normen voor het parkeren van de fiets;
•Meer mogelijkheden voor het verminderen van de afhankelijkheid van de privéauto op basis van een innovatieve benadering van mobiliteit;
•Het stimuleren van gebruik van parkeervoorzieningen op afstand op basis van langere loopafstanden.
Hoofdlijn 1: Auto- en fietsparkeernormen
Basis voor de normen van Geldrop-Mierlo blijven de parkeerkencijfers en de rekenregels van het CROW
1Het CROW is een landelijk kennisplatform op onder andere het gebied van auto- en fiets parkeren. De Bredase parkeernormen worden gebaseerd op de meest recente parkeerkencijfers uit de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’, uitgebracht op 1 december 2018.
. Echter, met name in het deel wat gereserveerd wordt voor het parkeren van bezoekers zien wij in den lande dat dit veel lager is dan voorheen bedacht. In de nieuwe nota sluit Geldrop-Mierlo aan bij deze nieuwe werkelijkheid wat kan leiden tot beter haalbare plannen.
Hoofdlijn 2: De fiets als kans
In de parkeervisie van Geldrop-Mierlo is opgenomen dat met name de fiets een belangrijke kans is in de wens tot een wijziging in vervoerskeuze. Naast een kans is de fiets ook een bedreiging voor de begaanbaarheid van trottoirs wanneer berging en stalling onvoldoende is geregeld. De parkeernormennota besteed hier uitgebreid aandacht aan in de vorm van eigen parkeernormen voor de fiets die ook als basis dienen voor het kunnen verlenen van een omgevingsvergunning. Daarbij kijken we niet alleen naar het aantal fietsen maar ook naar de kwaliteitseisen waaraan een fietsvoorziening moet voldoen.
Hoofdlijn 3: Afwijkingen naar beneden mogelijk op basis van concrete mobiliteitsoplossingen
Meer dan voorheen zijn er mogelijkheden om de parkeereis die wordt gesteld aan initiatiefnemers naar beneden bij te stellen. Nu al is het mogelijk om een korting te krijgen wanneer een ontwikkeling bij een ov-voorziening is gelegen. Nieuw in deze nota is de mogelijkheid een aftrek te kunnen krijgen voor een deelautoconcept. Daarnaast kan korting worden verleend voor een excellente fietsparkeervoorziening. Hierdoor is de afhankelijkheid van de (privé-) auto vaak minder. Met de nieuwe nota is het mogelijk om hierdoor een aftrek te realiseren op de parkeerbehoefte en dus op de eis om parkeerplaatsen te creëren. De nieuwe nota zet hiervoor in op een proces die die duidelijkheid biedt voor ontwikkelaar en gemeente en zet afspraken over de realisatie van parkeerplaatsen en mobiliteitsconcepten zo veel mogelijk vast in voorwaarden voor de vergunning.
Hoofdlijn 4: Mogelijk maken van parkeren op afstand
Wanneer parkeerplaatsen in het openbaar gebied toch noodzakelijk zijn stimuleren de beleidsregels tot het verder gebruiken van bestaande onbenutte capaciteit in andere parkeervoorzieningen of op -terreinen. Dit door voor verschillende functies langere loopafstanden te creëren.
Bescherming van bestaande openbare parkeerplaatsen en borging van afspraken
In de parkeervisie is aangegeven dat de gemeente terughoudend zal zijn bij het uitgeven van nieuwe parkeerrechten (zoals vergunningen) bij nieuwbouw en transformaties. Uitgangspunt is en blijft dat het bestaande openbare areaal beschikbaar blijft voor de bestaande gebruikers en in sommige gevallen ook voor bezoekers aan nieuwe functies.
Het is daarom van belang goede afspraken te maken. De gemeente Geldrop-Mierlo ziet een passende parkeeroplossing als een resultaat van een goede dialoog tussen initiatiefnemer en de gemeente. Deze dialoog leidt altijd tot heldere afspraken die worden vastgelegd, minimaal in de omgevingsvergunning (in de vorm van een parkeereis) en waar mogelijk ook privaatrechtelijk in overeenkomsten.
3 Introductie tot parkeernormen
3.2 Bovenliggende beleidsuitgangspunten
3.2.1 Parkeernormen zijn in de basis richtlijnen
Parkeerkencijfers worden regelmatig bestempeld als harde eisen die in ruimtelijke ontwikkelingen worden opgelegd. Dit is echter geen juiste interpretatie van de parkeernorm. Parkeerkencijfers zijn in de basis richtlijnen en vormen een vertrekpunt om te komen tot een onderbouwde inschatting van het benodigde aantal fiets- en autoparkeerplaatsen.
Omdat parkeerkencijfers richtlijnen zijn, is het van belang om altijd aandacht te hebben voor de lokale situatie. De kennis en ervaring van de initiatiefnemer, belanghebbenden en de gemeente Geldrop-Mierlo wordt ingezet om de best mogelijke parkeeroplossing te creëren.
3.2.2 De parkeerkencijfers van CROW als vertrekpunt
De fiets- en autoparkeernormen en verschillende rekenregels uit deze nota zijn afgeleid van de parkeerkencijfers van CROW. Het CROW is een landelijk kennisplatform voor onder andere infrastructuur, mobiliteit en parkeren. Veel gemeenten in Nederland hanteren de kencijfers van CROW als uitgangspunt.
3.2.3 De mobiliteitscorrectie
Onderdeel van het stappenplan op basis waarvan de parkeernormen worden toegepast in Geldrop-Mierlo is de mobiliteitscorrectie. De mobiliteitscorrectie is een werkwijze waarmee de inzet van een of meerdere mobiliteitsconcepten (bijvoorbeeld een excellente fietsparkeeroplossing) leidt tot een vermindering van het aantal benodigde autoparkeerplaatsen. De hoofdgedachte hierbij is dat het mobiliteitsconcept leidt tot een vermindering van de parkeerbehoefte van de privéauto.
De mobiliteitscorrectie legt een belangrijke verantwoordelijkheid neer bij de initiatiefnemer van een ruimtelijke ontwikkeling. De initiatiefnemer draagt zorg voor het aanbieden van een robuust mobiliteitsconcept, dat ook op de langere termijn blijft functioneren. Ook geldt dat toekomstige bewoners, werknemers of bezoekers geïnformeerd moeten worden over het mobiliteitsconcept en wat het voor hen betekent.
3.2.4 Parkeren op eigen terrein als primair beleidsuitgangspunt
Het primaire beleidsuitgangspunt in deze Nota Parkeernormen is dat de parkeerbehoefte van een ruimtelijke ontwikkeling (fiets- en autoparkeren) volledig op eigen terrein wordt opgelost. Eigen terrein is gedefinieerd als grond waarover de initiatiefnemer kan beschikken ter plaatse van de ruimtelijke ontwikkeling, danwel in de nabijheid binnen de, in bijlage 5 genoemde, maximale loopafstanden wanneer dit exclusief bestemd is voor de genoemde ontwikkeling.
Terughoudend met gebruik van bestaande parkeercapaciteit in de openbare ruimte
De toepassing van parkeernormen leidt tot een zekere theoretische parkeerbehoefte. Het is gebruikelijk om, indien de parkeerbehoefte niet (volledig) op eigen terrein kan worden opgelost, te onderzoeken of bestaande parkeercapaciteit in de openbare ruimte kan worden benut. Parkeerplaatsen die aantoonbaar beschikbaar zijn op de momenten van de dag/week waarop het bouwplan tot een parkeerbehoefte leidt.
Zoals opgenomen in paragraaf 1.1 is het niet vanzelfsprekend dat, wanneer de parkeerbehoefte niet (volledig) op eigen terrein kan worden opgelost, het tekort in de openbare ruimte opgelost kan worden. In deze nota wordt deze ambitie als volgt concreet gemaakt:
•In het centrum van Geldrop (zie voor afbakening kaart in Bijlage 3) is het niet mogelijk om de parkeerbehoefte van een bouwplan af te wentelen naar de openbare straatparkeerplaatsen. Het benutten van openbare parkeerterreinen is onder gestelde voorwaarden wel mogelijk.
•In de rest van de gemeente Geldrop-Mierlo is het mogelijk om de parkeerbehoefte van een bouwplan af te wentelen naar de openbare ruimte, als de parkeerdruk in de eindsituatie (na afwenteling) niet hoger is dan 85,0%.
5 Autoparkeernormen
5.1 Stedelijkheidsgraad
Een variabele die moet worden bepaald binnen de parkeerkencijfers van CROW is de factor stedelijkheidsgraad. De stedelijkheidsgraad staat voor het gemiddeld aantal huisadressen in een gebied per vierkante kilometer. De stedelijkheidsgraad kan variëren van de laagste categorie: niet stedelijk (minder dan 500 adressen) tot zeer sterk stedelijk (meer dan 2.500 adressen).
Met gemiddeld 1.339 adressen per vierkante kilometer valt de gehele gemeente Geldrop-Mierlo binnen de categorie matig stedelijk (tussen de 1.000 en 1.500 adressen). Uiteraard zijn er verschillen in de stedelijkheidsgraad tussen beide kernen. Echter, de verschillen in adressenomgevingsdichtheid in relatie tot autobezit vertaalt zich in de keuze voor een verschillende plaats op de bandbreedte van parkeernormering (zie 5.3).
6 Toepassingskader
6.3 Het bepalen van de parkeerbehoefte
6.3.1 Stap 1: de normatieve parkeerbehoefte berekenen
De normatieve parkeerbehoefte van een ruimtelijke ontwikkeling vormt het uitgangspunt voor de bepaling van het aantal benodigde fiets- en autoparkeerplaatsen. De normatieve parkeerbehoefte wordt berekend op basis van de fietsparkeernormen in bijlage 2 en de autoparkeernormen in bijlage 4. Om de normatieve parkeerbehoefte te berekenen dient voor iedere geplande functie de berekening: functie * parkeernorm te worden uitgevoerd.
Resultaat stap 1: voor alle functies die in het bouwplan worden gerealiseerd is de normatieve parkeerbehoefte op een navolgbare manier bepaald.
6.3.2 Stap 2: het salderen van de bestaande parkeerbehoefte
In stap 2 wordt de parkeerbehoefte van eventuele bestaande functies, die als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling komen te verdwijnen, in mindering gebracht op de parkeerbehoefte van de nieuwe functie(s). Dit principe wordt salderen genoemd. De hoofdgedachte bij salderen is dat bestaande parkeerplaatsen opnieuw kunnen worden ingezet om de parkeerbehoefte van de nieuwe functie(s) op te lossen. Een bestaand tekort hoeft daarbij niet worden opgelost.
Voor het salderen dient gewaarborgd te worden dat een bestaande parkeerbehoefte op de juiste wijze in mindering wordt gebracht op de parkeerbehoefte van de nieuwe functie(s). Salderen is ook van toepassing op het fietsparkeren als voor de eerdere functie(s) fietsparkeerplaatsen beschikbaar waren. Bij het salderen van de parkeerbehoefte van een of meerdere bestaande functies kan de situatie zich voordoen dat de maatgevende parkeerbehoefte verschuift. Als hier sprake van is, dan kan er feitelijk sprake zijn van een (gedeeltelijk) nieuwe parkeerbehoefte die niet gesaldeerd kan worden. In het onderstaande kader en in het rekenvoorbeeld in bijlage 8 wordt dit toegelicht.
De correcte werkwijze voor salderen is om de parkeerbehoefte van bestaande en geplande functies voor ieder dagdeel te salderen. De hoogste waarde geldt als de maatgevende parkeerbehoefte van het bouwplan.
Verschuiving van de maatgevende parkeerbehoefte
Een regelmatig voorkomende ontwikkeling is de transformatie van een kantoor naar woningen. In deze transformatie zijn er twee hoofdgebruikersgroepen: werknemers van het kantoor en toekomstige bewoners. Deze doelgroepen kennen een specifieke aanwezigheid gedurende de dag/week. Werknemers zijn voornamelijk overdag aanwezig en in de avond en in de nacht niet. Bewoners zijn overdag gedeeltelijk aanwezig en in de nacht (in theorie) allemaal thuis.
In een transformatieontwikkeling van kantoor naar woningen is, op basis van de in bijlage 5 opgenomen aanwezigheidspercentages, sprake van een verschuiving van de maatgevende parkeerbehoefte. Het moment waarop de woningen tot hun maximale parkeerbehoefte leiden (de werkdagnacht) is het moment waarop het kantoor tot geen enkele parkeerbehoefte leidt. Dit heeft tot gevolg dat in deze transformatieontwikkeling sprake is van een geheel nieuwe parkeerbehoefte en er niet kan worden gesaldeerd.
Resultaat stap 2: de parkeerbehoefte van een of meerdere bestaande functies is op de juiste wijze in mindering gebracht op de normatieve parkeerbehoefte van het bouwplan zoals bepaald in stap 1.
6.3.3 Stap 3: toepassing van de mobiliteitscorrectie
Wanneer de normatieve parkeerbehoefte is berekend en een eventuele parkeerbehoefte van een of meerdere bestaande functie(s) is gesaldeerd, kan in de volgende stap een mobiliteitscorrectie worden toegepast. De mobiliteitscorrectie vormt een optionele stap, de initiatiefnemer bepaalt óf en in welke mate wordt ingezet op een of meerdere mobiliteitsconcepten om in (een gedeelte van) de parkeerbehoefte te voorzien. Een voorbeeld van een mobiliteitsconcept is het inzetten van een of meerdere deelauto's. Mobiliteitscorrecties kunnen alleen leiden tot een vermindering van het aantal benodigde autoparkeerplaatsen.
De gemeente Geldrop-Mierlo heeft de mogelijke mobiliteitscorrecties en randvoorwaarden die hiermee gepaard gaan in deze Nota Parkeernormen vastgelegd. In totaal zijn drie correcties mogelijk. De correcties kunnen worden gestapeld, echter tot een maximum percentage van de totale normatieve parkeerbehoefte (dus inclusief bezoekersdeel), dit is per zone verschillend:
•Centrum Geldrop: 30%
•Schil centrum Geldrop: 20%
•Overige gebieden (Geldrop en Mierlo): 10%
De correcties worden hierna toegelicht. Er is geen sprake van mogelijkheid in de aan te houden correctiehoogte. Met andere woorden het is altijd volledige correctie of niet. Op het moment dat een initiatiefnemer mobiliteitscorrectie toepast, dan moet hiervoor een mobiliteitsplan worden opgesteld (zie tekstkader ‘Het Mobiliteitsplan’).
Ligging nabij hoogwaardig openbaar vervoer
De eerste correctie heeft betrekking tot de ligging van een ruimtelijke ontwikkeling in de directe nabijheid van openbaar vervoer.
Voor de ov-haltes geldt dat deze in toenemende mate effect hebben op het autobezit en -gebruik onder bewoners, werknemers en bezoekers naar mate het bedieningsniveau van bus of trein in frequentie toeneemt. Voor de definitie van HOV en OV wordt verwezen naar de lijst met begripsomschrijvingen. De hoogte van de correctie is afhankelijk van de werkelijke loopafstand vanaf de ontwikkeling tot de halte. Hiervoor zijn twee categorieën bepaald: van 0 tot 400 meter en van 400 tot 750 meter. De correctie moet worden toegepast op de normatieve parkeerbehoefte van de ontwikkeling (indien van toepassing na salderen).
OV voorziening
Afstand van halte tot aan hoofdingang
0-400 meter
400-750 meter
HOV halten
15%
10%
Overige OV halten
10%
n.v.t.
Tabel 2 Mobiliteitscorrectie ligging nabij openbaar vervoer voorziening
De correcties opgenomen in Tabel 2 zijn van toepassing op iedere functie die in een ontwikkeling wordt gerealiseerd. De initiatiefnemer hoeft feitelijk geen maatregelen te treffen om voor deze correctie in aanmerking te komen. De gemeente Geldrop-Mierlo eist wel dat de initiatiefnemer in het op te stellen mobiliteitsplan motiveert hoe de toekomstige bewoners of werknemers maximaal worden gestimuleerd om gebruik te maken van het openbaar vervoer.
Inzet van een autodeelconcept
De initiatiefnemer van een ruimtelijke ontwikkeling kan ervoor kiezen om een autodeelconcept aan te bieden richting de toekomstige bewoners. Dit is een concept aangeboden vanuit een partij, waarbij meerdere huishoudens van dezelfde voertuigen gebruik maken. Een autodeelconcept kan particulier autobezit (1e en/of 2e auto) vervangen, als gevolg hiervan neemt het aantal benodigde parkeerplaatsen af. Wanneer een initiatiefnemer van plan is om een autodeelconcept aan te bieden, dan gelden de volgende eisen en randvoorwaarden:
•Een autodeelconcept kan alleen leiden tot een reductie van de parkeerbehoefte van woonfuncties;
•Een autodeelconcept kan uitsluitend van toepassing zijn in het centrum van Geldrop en de schil eromheen, mits in een loopafstand van 100 meter er een parkeerregulering van kracht is, gemeten vanaf de hoofdentree van het gebouw;
•Het deelautoconcept betreft altijd elektrische of zero emission voertuigen;
•In een ruimtelijke ontwikkeling in het centrum en de schil van Geldrop kan maximaal 20% van de parkeerbehoefte worden ingevuld met een autodeelconcept (hiermee is de schaalgrootte van het concept in relatie gebracht tot het aantal woningen);
•Iedere deelauto die wordt ingezet vervangt maximaal 5 reguliere auto's van bewoners;
•Voor iedere deelauto wordt een geoormerkte autodeelparkeerplaats aangelegd;
•De inzet van het autodeelconcept dient te allen tijde te zijn gewaarborgd, bijvoorbeeld ook voor nieuwe bewoners in geval van verhuizing van de eerste bewoner. Een en ander aan te tonen door middel van een ondertekende overeenkomst tussen de initiatiefnemer en partij die het concept zal aanbieden. Dit contract dient te worden overlegd wanneer de aanvraag voor de omgevingsvergunning wordt ingediend;
•In de bovengenoemde overeenkomst moet worden vastgelegd hoe het autodeelconcept in stand wordt gehouden wanneer, bijvoorbeeld als gevolg van faillissement, de gecontracteerde partij niet meer in staat is om de deelauto's aan te bieden;
•Het autodeelconcept moet beschikbaar zijn vanaf het moment dat de woningen worden opgeleverd;
•Deelnemers van een autodeelconcept komen niet in aanmerking voor een parkeervergunning in de openbare ruimte
Excellente fiets- en scooter parkeeroplossing
De gemeente Geldrop-Mierlo ziet de fiets en (elektrische) scooter als belangrijke kans in de vorm van een alternatief voor de privéauto. Daarom is er aftrek van de autoparkeereis mogelijk indien er sprake is van een uitzonderlijke facilitering van de fiets- en scooterparkeerbehoefte van vaste en tijdelijke gebruikers. Deze eisen komen bovenop de standaard fietsparkeereisen.
De aftrek geldt alleen voor appartementsgebouwen in de gehele gemeente. Randvoorwaarde is dat de fietsenberging volledig op eigen terrein plaats wordt gerealiseerd.
Er is een kwantitatieve eis ten aanzien van een korting op basis van een excellente fietsparkeeroplossing. Dit betreft als harde eis:
•Woningen < 75m2: minimaal 4 stallingsplaatsen
•Woningen >75 en < 125m2 : minimaal 5 stallingsplaatsen
•Woningen > 125m2: minimaal 6 stallingsplaatsen
Daarnaast moeten er minimaal 5 kwalitatieve maatregelen worden getroffen. De volgende kwalitatieve maatregelen komen daarvoor in aanmerking:
•Voorziening op maaiveldniveau gesitueerd met directe aansluiting op hoofdingang;
•Gebruikers kunnen vanuit de stalling rechtstreeks (binnendoor) doorlopen naar de bestemming, zonder terug te hoeven lopen door de stalling;
•Voorbereid op groter fietsbezit door middel van etagerekken (minimale hoogte 2 meter75, gangpaden minimaal 2.10 breedte);
•De gangpaden in de stalling zijn minimaal 2.100 mm breed en een hoofdgang is minimaal 1.250 mm breed, zowel voor fiets als scooter;
•Een gebruiker moet de toegang van een stalling gemakkelijk kunnen openen: automatisch, met een eenvoudig te bedienen drukknop, chipkaartlezer of anderszins door middel van een tag;
•Service station: voorziening met basaal fietsgereedschap, perslucht of voetpomp voor bandenspanning op peil brengen;
•Minimaal ruimte voor 2 buitenmodel fietsen per woning en/of bakfiets;
•Stallingsmogelijkheden voor bezoekers aan de functie.
Wanneer sprake is van het voldoen aan bovenstaande uitgangspunten kan de autoparkeereis met maximaal 20% worden verlaagd.
Het mobiliteitsplan
Bij het kunnen toepassen van een mobiliteitscorrectie dient er in alle gevallen een plan te worden ingediend waarin de praktische werking is uitgewerkt. Daarbij gaat het om o.a. een kwantitatieve onderbouwing van het aantal te vervangen parkeerplaatsen en een kwalitatieve uitwerking in de zin van:
–Hoe de bewoners worden geinformeerd bij start koop/huur
–In hoeverre is er sprake van verplichtend karakter van gebruik
–Hoe wordt omgegaan met wijzigingen door te tijd (bv verkleuring van functie, ander type bewoners etc.)
–Hoe de afspraken met leveranciers worden geborgd op de lange termijn
–Hoe instandhouding en vervreemding zal worden geregeld en geborgd.
In alle gevallen is de initiatiefnemer gehouden aan een zelf op te stellen ‘Plan B’. Dit plan moet vooraf bekend zijn bij de gemeente en ingaan op het feit: wanneer het gebruik van het parkeerareaal anders is dan voorspeld, hoe door de eigenaren huurders dient te worden gehandeld.
6.3.4 Stap 4: vaststelling van de parkeerbehoefte
Nadat stap 1 t/m 3 zijn doorlopen, wordt de parkeerbehoefte van het bouwplan vastgesteld. Dit is het aantal benodigde fiets- en autoparkeerplaatsen. Bij de vaststelling van de parkeerbehoefte is nog geen rekening gehouden met dubbelgebruik, deze optimalisatie vindt plaats per stap 5 t/m 7. Nadat de parkeerbehoefte is vastgesteld, worden in stap 5 t/m 7 de mogelijkheden onderzocht om de parkeerbehoefte op te lossen.
6.4 Het oplossen van de parkeerbehoefte
6.4.1 Stap 5: aanleg parkeerplaatsen op eigen terrein
In de eerste plaats vindt de bepaling van het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein plaats. Het uitgangspunt is dat de vastgestelde parkeerbehoefte op eigen terrein wordt opgelost. Dit geldt voor het aantal parkeerplaatsen voor vaste gebruikers (bewoners, kantoormedewerkers, etc.). Voor het parkeren van bezoekers kunnen openbare parkeerplaatsen worden gebruikt wanneer hiervoor voldoende capaciteit aanwezig is.
Met name in gebiedsontwikkelingen worden vaak nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd die, nadat de ontwikkelingen zijn voltooid, tot de openbare parkeercapaciteit zullen gaan behoren. Binnen dit stappenplan worden deze parkeerplaatsen als parkeerplaatsen op eigen terrein beschouwd.
Resultaat stap 5: het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein is bepaald en in mindering gebracht op de vastgestelde parkeerbehoefte.
6.4.2 Stap 6: gebruik parkeerplaatsen in privaat eigendom elders
De situatie kan zich voordoen dat de vastgestelde parkeerbehoefte niet (volledig) op eigen terrein kan worden opgelost. In dit geval kan de initiatiefnemer onderzoeken of de resterende parkeerbehoefte kan worden opgelost door parkeerplaatsen van een private partij te kopen of te huren. Dit kan bijvoorbeeld in een private parkeervoorziening zijn. De gemeente stelt een aantal randvoorwaarden. Met deze randvoorwaarden is de beschikbaarheid en bruikbaarheid van de parkeerplaatsen gewaarborgd. De randvoorwaarden zijn:
•De private parkeervoorziening moet gelegen zijn binnen de maximaal acceptabele loopafstand van de te realiseren functie(s) zoals opgenomen in bijlage 5;
•De initiatiefnemer moet bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning inzage geven in de beschikbaarheid van de parkeerplaatsen op de momenten waarop de te realiseren functie(s) tot een parkeerbehoefte zullen leiden (conform de aanwezigheidspercentages in bijlage 5);
•De initiatiefnemer moet bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning een contract (inclusief kettingbeding) overleggen waarmee het gebruik van de parkeerplaatsen voor een periode van tenminste 10 jaar is gewaarborgd.
Resultaat stap 6: het aantal private parkeerplaatsen dat door de initiatiefnemer wordt gekocht of gehuurd is bepaald en in mindering gebracht op de resterende parkeerbehoefte.
6.4.3 Stap 7: gebruik bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte
Nadat stap 5 en stap 6 zijn doorlopen, kan de situatie zich voordoen dat nog niet de volledige parkeerbehoefte van het bouwplan is opgelost. In dergelijke gevallen kan door de initiatiefnemer onderzocht worden of de parkeerbehoefte gefaciliteerd kan worden door gebruik te maken van bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Parkeerplaatsen die aantoonbaar beschikbaar zijn op de momenten van de dag/week waarop het bouwplan tot een parkeerbehoefte leidt.
Zoals beschreven in paragraaf 3.2.4 is Geldrop-Mierlo terughoudend met het ter beschikking stellen van openbare parkeerplaatsen aan bouwplannen. Wanneer een deel van de parkeerbehoefte van een bouwplan af moet worden gewenteld naar de openbare ruimte kan dit alleen wanneer de parkeerdruk in de eindsituatie (na afwenteling) niet hoger is dan 85,0%.
Om te kunnen beoordelen of de parkeerdruk in de eindsituatie niet hoger is dan 85,0%, is actueel inzicht nodig in de bestaande parkeerdruk. De verantwoordelijkheid om de parkeerdruk in kaart te brengen ligt primair bij de initiatiefnemer. Omdat de gemeente Geldrop-Mierlo zelf met enige regelmaat parkeerdrukmetingen laat uitvoeren, kan mogelijk van deze gegevens gebruik worden gemaakt. Indien een parkeerdrukonderzoek uitgevoerd moet worden, dan moet dit onderzoek aan de volgende eisen voldoen:
•Het parkeerdrukonderzoek moet worden uitgevoerd door een door de gemeente Geldrop-Mierlo akkoord bevonden onderzoeksbureau.
•De uitvoering van het parkeerdrukonderzoek moet worden afgestemd met de gemeente, hierbij worden in ieder geval bepaald: het onderzoeksgebied (in welke straten wordt geteld) en op elke momenten van de dag/week moet worden geteld.
•De parkeerdrukmeting wordt uitgevoerd op de formele parkeerplaatsen die in het onderzoeksgebied aanwezig zijn.
•Voordat het parkeerdrukonderzoek wordt uitgevoerd moet door de gemeente Geldrop-Mierlo worden vastgesteld dat er geen andere ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving zijn waarin gebruik gemaakt wordt van parkeerplaatsen in het onderzoeksgebied.
Resultaat stap 7: het aantal openbare parkeerplaatsen dat ter beschikking wordt gesteld aan het bouwplan is bepaald en in mindering gebracht op de resterende parkeerbehoefte.
Bijlage 1 Begrippenlijst
a.Autoparkeernorm: een getal dat aangeeft hoeveel autoparkeerplaatsen voor een bepaalde functie nodig zijn per eenheid of bruto vloeroppervlakte;
b.Autoparkeerbehoefte: de totale behoefte (programma * norm) naar autoparkeerplaatsen vanuit een ruimtelijke ontwikkeling, rekening houdend met gebiedsindeling en aanwezigheidspercentages;
c.Bezoekersaandeel: het deel van de auto- of fietsparkeervraag dat bestaat uit bezoekers;
d.Bruto vloeroppervlak (bvo): de vloeroppervlakte van de ruimte, dan wel van meerdere ruimten, van een vastgoedobject gemeten (volgens NEN 2580) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de (buitenste) opgaande scheidingsconstructie;
e.CROW: CROW is een landelijk kennisinstituut op het gebied van infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer, en werk en veiligheid.
f.Deelauto: een auto, waarvan de eigenaar of houder aantoont dat deze krachtens een overeenkomst gedeeld wordt met (ten minste) één andere particuliere deler van een ander huishouden;
g.Eigen terrein: grond waarover de initiatiefnemer kan beschikken ter plaatse van de ruimtelijke ontwikkeling danwel in de directe nabijheid binnen de in bijlage 5 genoemde maximale loopafstanden van de ruimtelijke activiteit;
h.Fietsparkeernorm: een getal dat aangeeft hoeveel fietsparkeerplaatsen voor een bepaalde functie nodig zijn per eenheid of bruto vloeroppervlakte;
i.Fietsparkeerbehoefte: de totale behoefte (programma * norm) naar fietsparkeerplaatsen vanuit een ruimtelijke activiteit;
j.HOV: Hoogwaardig openbaar vervoer met in de dagperiode (07:00-19:00 uur) minimaal een 15 minutendienst op werkdagen, daarbuiten minimaal een 30 minutendienst (in de avonden en weekenden);
k.Vaste gebruikersaandeel: het deel van de auto- of fietsparkeervraag dat bestaat uit vaste gebruikers, niet zijnde bezoekers;
l.Kwaliteitseis: een eis die gesteld wordt vanuit het oogpunt van bruikbaarheid van een nieuw te realiseren parkeervoorziening;
m.Maatgevende parkeerbehoefte: het moment waarop de verschillende functies binnen het programma gezamenlijk op basis van de aanwezigheidspercentages hun maximale parkeerbehoefte hebben ervan uitgaande dat parkeerplaatsen voor iedere parkeerder toegankelijk zijn;
n.NEN: Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut;
o.Openbare ruimte: de door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig aangewezen en van een naam voorziene buitenruimte die binnen de gemeente Geldrop-Mierlo is gelegen;
p.OV: Openbaar Vervoer met in de dagperiode (07:00-19:00 uur) minimaal een 30 minutendienst op werkdagen, daarbuiten minimaal een 60 minutendienst (in de avonden en weekenden);
q.Parkeerdruk: het totale geparkeerde voertuigen gedeeld door de parkeercapaciteit in de openbare ruimte of in de gebouwde openbare parkeervoorzieningen, uitgedrukt in een percentage;
r.Parkeerterrein: een "van een rijbaan gescheiden terrein dat is bestemd om op te parkeren of op te stallen." (bron: NEN 2443:2012);
s.Programma: het totaal aan verwachte hoeveelheid functies uitgedrukt in de in bijlage 2 en bijlage 4 opgenomen eenheden in het bouwplan;
t.Ruimtelijke ontwikkeling: een activiteit zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder a Wabo en/of artikel 2.1, eerste lid onder c Wabo;
u.Salderen: het berekenen van de parkeereis op basis van het verschil tussen de parkeervraag fiets- of auto in de nieuwe situatie (na realisering van de ruimtelijke ontwikkeling) en de parkeervraag in de oude situatie (vóór realisering van de ruimtelijke ontwikkeling);
v.Straatparkeerplaatsen: de in de gemeente direct langs de openbare weg gelegen gereguleerde parkeerplaatsen (kent meerdere verschijningsvormen zoals langsparkeren, visgraatparkeren en haaksparkeren);
w.Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Bijlage 2 Fietsparkeernormen
Functie
Eenheid
Parkeernorm
Percentage bezoekers
Min.
Max.
Hoofdgroep: wonen
Woning, kleiner dan 75 m²
Per woning
2,0
n.v.t.
n.v.t.
Woning, tussen 75 en 125 m²
Per woning
3,0
n.v.t.
n.v.t.
Woning, groter dan 125 m²
Per woning
4,0
n.v.t.
n.v.t.
Studentenhuis/kamerverhuur
Per kamer
1,0
n.v.t.
n.v.t.
Hoofdgroep: werken
Kantoor (personeel)
Per 100 m² bvo
1,3
3,5
n.v.t.
Kantoor met baliefunctie (bezoekers)
Per balie
3,0
8,0
n.v.t.
Hoofdgroep: winkelen en boodschappen doen
Winkelcentrum
Per 100 m² bvo
1,5
4,0
94%
Supermarkt
Per 100 m² bvo
1,6
4,3
93%
Bouwmarkt
Per 100 m² bvo
0,1
0,4
87%
Tuincentrum
Per 100 m² bvo
0,1
0,4
89%
Hoofdgroep: onderwijsvoorzieningen
Kinderdagverblijf/crèche/peuterspeelzaal
Per 100 m2 bvo
2,0
5,0
n.v.t.
Basisschool (< 250 leerlingen)
Per 10 leerlingen
3,0
5,0
n.v.t.
Basisschool (250 tot 500 leerlingen)
Per 10 leerlingen
3,5
5,8
n.v.t.
Basisschool (>500 leerlingen)
Per 10 leerlingen
4,3
7,2
n.v.t.
Basisschool (medewerkers)
Per 10 leerlingen
0,2
0,7
n.v.t.
Middelbare school (leerlingen)
Per 100 m² bvo
6,0
16,0
n.v.t.
Middelbare school (medewerkers)
Per 100 m² bvo
0,4
1,1
n.v.t.
ROC (leerlingen)
Per 100 m² bvo
8,0
14,0
n.v.t.
ROC (medewerkers)
Per 100 m² bvo
0,6
1,0
n.v.t.
Hoofdgroep: zorg- en maatschappelijke voorzieningen
Apotheek (bezoekers)
Per locatie
4,0
10,0
n.v.t.
Apotheek (medewerkers)
Per locatie
2,0
7,0
n.v.t.
Begraafplaats/crematorium
Per gelijktijdige plechtigheid
3,0
8,0
67%
Gezondheidscentrum (bezoekers)
Per 100 m² bvo
1,0
3,0
n.v.t.
Gezondheidscentrum (medewerkers)
Per 100 m² bvo
0,3
0,7
n.v.t.
Kerk/moskee
Per 100 zitplaatsen
20,0
62,0
60%
Ziekenhuis (bezoekers)
Per 100 m² bvo
0,2
0,6
n.v.t.
Ziekenhuis (medewerkers)
Per 100 m² bvo
0,3
0,8
n.v.t.
Hoofdgroep: sport, cultuur en ontspanning
Bibliotheek
Per 100 m² bvo
2,0
5,0
97%
Bioscoop
Per 100 m² bvo
4,0
12,0
94%
Fitness
Per 100 m² bvo
3,5
8,5
90%
Museum
Per 100 m² bvo
0,5
1,4
95%
Sporthal
Per 100 m² bvo
1,4
3,9
96%
Sportveld
Per 100 m² bvo
30,0
85,0
95%
Sportzaal
Per 100 m² bvo
2,2
6,2
94%
Stedelijk evenement
Per 100 bezoekers
18,0
50,0
99%
Theater
Per 100 zitplaatsen
13,0
38,0
87%
Zwembad (openlucht)
Per 100 m² bassin
15,0
43,0
97%
Zwembad (overdekt)
Per 100 m² bassin
11,0
32,0
99%
Hoofdgroep: horeca en verblijfsrecreatie
5Bij de hoofdgroep wordt het terras meegerekend
Fastfoodrestaurant
Per locatie
8,0
35,0
90%
Restaurant
Per 100 m² bvo
3,0
20,0
80%
Café
Per 100 m² bvo
3,0
10,0
90%
Bijlage 3 Gebiedsindeling autoparkeernormen
Onderstaand zijn de gebiedsindelingen opgenomen die door Geldrop-Mierlo worden gehanteerd bij de bepaling van haar parkeernormen. Op navraag bij de gemeente kunnen de grenzen op kadastraal niveau worden afgegeven.
Bijlage 4 Autoparkeernormen
In de onderstaande tabel zijn de autoparkeernormen voor woonfuncties separaat voor Geldrop en Mierlo opgenomen. Voor de functie 'wonen' wordt de parkeerbehoefte van bewoners en bezoekers van bewoners apart berekend. Om deze reden is de bewoners- en bezoekersparkeernorm apart opgenomen. Zie voor een nadere toelichting paragraaf 5.3. De bewonersparkeernorm is exclusief de geldende bezoekersparkeernorm. In andere woorden: de parkeernorm voor de functie 'koop, appartement, midden' in het centrum van Geldrop bedraagt: 0,7 voor bewoners + 0,1 voor bezoekers van bewoners = 0,8 parkeerplaats per woning.
GELDROP (matig stedelijk)
Functie
Eenheid
Centrum
(minimum bandbreedte)
Schil
(minimum bandbreedte)
Rest bebouwde kom (midden bandbreedte)
Buitengebied
(midden bandbreedte)
Hoofdgroep: wonen
Bewoners
Bezoekers
Bewoners
Bezoekers
Bewoners
Bezoekers
Bewoners
Bezoekers
Koop, huis, vrijstaand
Per woning
1,10
0,10
1,20
0,15
1,90
0,20
2,10
0,20
Koop, huis, twee-onder-een-kap
Per woning
1,00
0,10
1,10
0,15
1,80
0,20
1,90
0,20
Koop, huis, tussen/hoek
Per woning
0,80
0,10
1,00
0,15
1,60
0,20
1,70
0,20
Koop, appartement, duur
Per woning
0,90
0,10
1,00
0,15
1,70
0,20
1,80
0,20
Koop, appartement, midden
Per woning
0,70
0,10
0,90
0,15
1,50
0,20
1,60
0,20
Koop, appartement, goedkoop
Per woning
0,60
0,10
0,70
0,15
1,30
0,20
1,30
0,20
Huur, vrije sector
Per woning
0,80
0,10
1,00
0,15
1,60
0,20
1,70
0,20
Huur, huis, sociale huur
Per woning
0,60
0,10
0,70
0,15
1,30
0,20
1,30
0,20
Huur, appartement, duur
Per woning
0,70
0,10
0,90
0,15
1,50
0,20
1,60
0,20
Huur, appartement, midden
Per woning
0,55
0,10
0,70
0,15
1,30
0,20
1,35
0,20
Huur, appartement, goedkoop
6Incl sociale huur, tot liberalisatiegrens
Per woning
0,40
0,10
0,50
0,15
1,10
0,20
1,10
0,20
Huur, appartem., sociaal, 1e aftoppingsgrens
Per woning
0,35
0,10
0,45
0,15
1,05
0,20
1,05
0,20
Kamerverhuur, zelfstandig (niet-studenten)
Per kamer
0,30
0,10
0,40
0,15
0,50
0,20
0,50
0,20
Kamerverhuur, onzelfstandig (studenten)
Per kamer
0,00
0,10
0,00
0,15
0,05
0,20
0,05
0,20
Zorgwoning/service woning
Per woning
0,50
0,10
0,60
0,15
0,80
0,20
0,90
0,20
Kleine eenpersoonswoning
7Meestal grondgebonden, ook wel tiny house genoemd.
(≤ 30 m² bvo)
Per woning
0,30
0,10
0,40
0,15
0,50
0,20
0,50
0,20
MIERLO (matig stedelijk)
Functie
Eenheid
Centrum
(midden bandbreedte)
Rest bebouwde kom (midden bandbreedte)
Buitengebied
(midden bandbreedte)
Hoofdgroep: wonen
Bewoners
Bezoekers
Bewoners
Bezoekers
Bewoners
Bezoekers
Koop, huis, vrijstaand
Per woning
1,50
0,20
1,90
0,20
2,10
0,20
Koop, huis, twee-onder-een-kap
Per woning
1,40
0,20
1,80
0,20
1,90
0,20
Koop, huis, tussen/hoek
Per woning
1,20
0,20
1,60
0,20
1,70
0,20
Koop, appartement, duur
Per woning
1,30
0,20
1,70
0,20
1,80
0,20
Koop, appartement, midden
Per woning
1,10
0,20
1,50
0,20
1,60
0,20
Koop, appartement, goedkoop
Per woning
1,00
0,20
1,30
0,20
1,30
0,20
Huur, vrije sector
Per woning
1,20
0,20
1,60
0,20
1,70
0,20
Huur, huis, sociale huur
Per woning
1,00
0,20
1,30
0,20
1,30
0,20
Huur, appartement, duur
Per woning
1,10
0,20
1,50
0,20
1,60
0,20
Huur, appartement, midden
Per woning
0,95
0,20
1,30
0,20
1,35
0,20
Huur, appartement, goedkoop
8Incl sociale huur, tot liberalisatiegrens
Per woning
0,80
0,20
1,10
0,20
1,10
0,20
Huur, appartement, sociaal, 1e aftoppingsgrens
Per woning
0,75
0,20
1,05
0,20
1,05
0,20
Kamerverhuur, zelfstandig (niet-studenten)
Per kamer
0,35
0,20
0,50
0,20
0,50
0,20
Kamerverhuur, onzelfstandig (studenten)
Per kamer
0,05
0,20
0,05
0,20
0,05
0,20
Zorgwoning/serviceflat
Per woning
0,75
0,20
0,80
0,20
0,90
0,20
Kleine eenpersoonswoning
9Meestal grondgebonden, ook wel tiny house genoemd
(≤ 30 m² bvo)
Per woning
0,35
0,20
0,50
0,20
0,50
0,20
Bovenstaande autoparkeernormen voor woonfuncties zijn exclusief het bezoekersdeel. In onderstaande tabel zijn de bezoekersparkeernormen opgenomen.
Gebied
Bezoekersparkeernorm
Geldrop centrum
0,10 parkeerplaats per woning
Geldrop schil
0,15 parkeerplaats per woning
Overige gebieden
0,20 parkeerplaats per woning
Functie
Eenheid
Centrum Geldrop
Schil Geldrop
Centrum Mierlo
Rest bebouwde kom Geldrop en Mierlo
Buitengebied
Percentage bezoekers
Hoofdgroep: werken
Kantoor (zonder baliefunctie)
Per 100 m² bvo
1,30
1,70
1,55
2,10
2,60
5%
Commerciële dienstverlening
Per 100 m² bvo
1,80
2,10
2,05
2,90
3,60
20%
Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief
10Bijvoorbeeld: industrie, laboratorium of werkplaats (exclusief vrachtwagenparkeren).
Per 100 m² bvo
1,30
1,70
1,55
2,40
2,40
5%
Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief
11Bijvoorbeeld: loods, opslag of transportbedrijf (exclusief vrachtwagenparkeren).
Per 100 m² bvo
0,40
0,60
0,65
1,10
1,10
5%
Bedrijfsverzamelgebouw
Per 100 m² bvo
1,00
1,30
1,25
1,90
2,00
5%
Hoofdgroep: winkelen en boodschappen doen
Buurtsupermarkt
Per 100 m² bvo
0,90
1,70
1,90
3,50
n.v.t.
89%
Fullservice supermarkt
Per 100 m² bvo
2,10
3,00
3,30
5,20
n.v.t.
93%
Grote supermarkt (XL)
Per 100 m² bvo
5,00
5,90
6,00
7,70
n.v.t.
84%
Groothandel specialist
Per 100 m² bvo
n.v.t.
4,90
n.v.t
5,90
n.v.t.
80%
Groothandel algemeen
Per 100 m² bvo
n.v.t.
5,40
n.v.t
6,40
n.v.t.
80%
Hoofdwinkelcentrum
Per 100 m² bvo
2,80
n.v.t
3,50
n.v.t.
n.v.t.
85%
Buurt- en dorpscentrum
Per 100 m² bvo
n.v.t.
2,10
n.v.t
3,70
n.v.t.
72%
Wijkcentrum (klein)
Per 100 m² bvo
n.v.t.
2,70
n.v.t
4,50
n.v.t.
76%
Wijkcentrum (gemiddeld)
Per 100 m² bvo
n.v.t.
3,40
n.v.t
5,10
n.v.t.
79%
Wijkcentrum (groot)
Per 100 m² bvo
n.v.t.
3,80
n.v.t
5,70
n.v.t.
81%
Woonwarenhuis (zeer groot)
Per 100 m² bvo
n.v.t.
n.v.t
n.v.t.
5,10
5,20
91%
Meubelboulevard/woonboulevard
Per 100 m² bvo
n.v.t.
1,80
n.v.t
2,40
n.v.t.
93%
Winkelboulevard
Per 100 m² bvo
n.v.t.
3,50
n.v.t
4,20
n.v.t.
94%
Outletcentrum
Per 100 m² bvo
n.v.t.
8,20
n.v.t
10,10
10,40
94%
Bouwmarkt
Per 100 m² bvo
n.v.t.
1,60
n.v.t
2,40
2,50
87%
Tuincentrum
Per 100 m² bvo
n.v.t.
2,00
n.v.t
2,60
2,90
89%
Groencentrum
Per 100 m² bvo
n.v.t.
2,00
n.v.t
2,60
n.v.t.
89%
Functie
Eenheid
Centrum Geldrop
Schil Geldrop
Centrum Mierlo
Rest bebouwde kom Geldrop en Mierlo
Buitengebied
Percentage bezoekers
Hoofdgroep: sport, cultuur en ontspanning
Bibliotheek
Per 100 m² bvo
0,20
0,50
0,45
1,20
1,40
97%
Museum
Per 100 m² bvo
0,50
0,70
0,60
1,10
n.v.t.
95%
Bioscoop
Per 100 m² bvo
2,20
7,00
3,20
11,20
13,70
94%
Filmtheater/filmhuis
Per 100 m² bvo
1,60
4,30
2,60
7,90
9,90
97%
Theater/schouwburg
Per 100 m² bvo
5,90
6,50
7,40
9,80
12,00
87%
Musicaltheater
Per 100 m² bvo
2,40
2,90
2,90
4,00
5,10
86%
Casino
Per 100 m² bvo
5,20
5,60
5,70
6,50
8,00
86%
Bowlingcentrum
Per bowlingbaan
1,10
1,80
1,60
2,80
2,80
89%
Biljart-/snookercentrum
Per tafel
0,60
0,90
0,85
1,40
1,80
87%
Dansstudio
Per 100 m² bvo
1,10
3,40
1,60
5,50
7,40
93%
Fitnessstudio/sportschool
Per 100 m² bvo
0,90
2,90
1,40
4,80
6,50
87%
Fitnesscentrum
Per 100 m² bvo
1,20
4,00
1,70
6,30
7,40
90%
Wellnesscentrum
Per 100 m² bvo
n.v.t.
n.v.t
n.v.t.
9,30
10,30
99%
Sauna, hammam
Per 100 m² bvo
2,00
4,10
2,50
6,70
7,30
99%
Sporthal
Per 100 m² bvo
1,30
1,90
1,55
2,90
3,50
96%
Sportzaal
Per 100 m² bvo
0,90
1,70
1,15
2,80
3,60
94%
Tennishal
Per 100 m² bvo
0,20
0,30
0,30
0,50
0,50
87%
Squashhal en Padelbaan
Per 100 m² bvo
1,50
2,30
1,60
2,70
3,20
84%
Zwembad overdekt
Per 100 m² bvo
n.v.t.
9,70
n.v.t
11,50
13,30
97%
Zwembad openlucht
Per 100 m² bvo
n.v.t.
9,10
n.v.t
12,90
15,80
99%
Zwemparadijs
Per 100 m² bvo
n.v.t.
n.v.t
n.v.t.
4,00
4,00
99%
Sportveld
Per ha. netto terrein
13,00
13,00
20,00
20,00
20,00
95%
Kunstijsbaan (kleiner dan 400 meter)
Per 100 m² bvo
1,00
1,30
1,25
1,90
2,10
98%
Ski- snowboardhal
Per 100 m² sneeuw
n.v.t.
n.v.t
n.v.t.
2,60
n.v.t.
98%
Golfoefencentrum (pitch en putt)
Per centrum
n.v.t.
n.v.t
n.v.t.
51,10
56,20
97%
Golfbaan (18 holes)
Per 18 holes
n.v.t.
n.v.t
n.v.t.
96,00
118,30
98%
Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), gem.
Per 100 m² bvo
0,60
1,40
3,10
4,70
5,10
98%
Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), groot
Per 100 m² bvo
1,20
2,10
3,70
5,60
6,10
98%
Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), zeer groot
Per 100 m² bvo
2,40
3,40
3,90
5,80
6,40
98%
Kinderboerderij (stadsboerderij)
Per boerderij
0,60
1,40
3,10
4,70
5,10
97%
Manege (paardenhouderij)
Per box
n.v.t.
n.v.t
n.v.t.
n.v.t.
0,40
90%
Dierenpark
Per ha. netto terrein
4,00
8,00
8,00
8,00
99%
Functie
Eenheid
Centrum Geldrop
Schil Geldrop
Centrum Mierlo
Rest bebouwde kom Geldrop en Mierlo
Buitengebied
Percentage bezoekers
Hoofdgroep: sport, cultuur en ontspanning
Attractie- en pretpark
Per ha. netto terrein
n.v.t.
n.v.t
n.v.t.
8,00
8,00
99%
Volkstuin
Per 10 tuinen
n.v.t.
1,10
n.v.t.
1,40
1,50
100%
Plantentuin (botanische tuin)
Per gemiddelde tuin
n.v.t.
5,00
n.v.t.
10,50
13,50
99%
Hoofdgroep: horeca en (verblijfs)recreatie
Camping (kampeerterrein)
Per standplaats
n.v.t.
n.v.t
n.v.t.
n.v.t.
1,20
90%
Bungalowpark (huisjescomplex)
Per bungalow
n.v.t.
n.v.t
n.v.t.
1,70
2,10
91%
1* hotel
Per 10 kamers
0,30
0,70
0,40
2,40
4,50
77%
2* hotel
Per 10 kamers
1,10
2,00
1,35
4,10
6,30
80%
3* hotel
Per 10 kamers
1,60
2,80
2,10
5,00
6,80
77%
4* hotel
Per 10 kamers
2,90
4,60
3,40
7,20
9,00
73%
5* hotel
Per 10 kamers
4,50
7,10
5,30
10,60
12,60
65%
Café/bar/cafetaria
Per 100 m² bvo
4,00
4,00
5,00
6,00
n.v.t.
90%
Restaurant
Per 100 m² bvo
8,00
8,00
9,00
13,00
n.v.t.
80%
Discotheek/club
Per 100 m² bvo
4,90
11,90
6,90
20,80
20,80
99%
Evenementenhal/beursgebouw
Per 100 m² bvo
4,00
5,00
5,50
8,50
n.v.t.
99%
Hoofdgroep: gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen
Huisartsenpraktijk (-centrum)
Per behandelkamer
1,80
2,20
2,05
3,00
3,30
57%
Apotheek
Per apotheek
2,00
2,50
2,25
3,20
n.v.t.
45%
Fysiotherapie praktijk (-centrum)
Per behandelkamer
1,00
1,20
1,25
1,80
2,00
57%
Consultatiebureau
Per behandelkamer
1,10
1,30
1,35
1,9-
2,20
50%
Consultatiebureau voor ouderen
Per behandelkamer
1,20
1,50
1,30
1,90
2,20
38%
Tandartsenpraktijk (-centrum)
Per behandelkamer
1,30
1,70
1,55
2,40
2,70
47%
Gezondheidscentrum
Per behandelkamer
1,30
1,60
1,55
2,20
2,50
55%
Ziekenhuis
Per 100 m² bvo
1,30
1,50
1,40
1,70
2,00
29%
Crematorium
Per gelijktijdige plechtigheid
n.v.t.
n.v.t
n.v.t.
30,10
30,10
98%
Begraafplaats
Per gelijktijdige plechtigheid
n.v.t.
n.v.t
n.v.t.
31,60
31,60
97%
Religiegebouw
Per zitplaats
0,10
0,10
0,15
0,20
n.v.t.
96%
Verpleeg- en verzorgingstehuis
Per wooneenheid
0,50
0,50
0,60
0,60
n.v.t.
60%
Functie
Eenheid
Centrum Geldrop
Schil Geldrop
Centrum Mierlo
Rest bebouwde kom Geldrop en Mierlo
Buitengebied
Percentage bezoekers
Hoofdgroep: onderwijs
Kinderdagverblijf (exclusief kiss & ride)
Per 100 m² bvo
0,90
1,10
1,00
1,40
1,50
0%
Basisonderwijs (exclusief kiss & ride)
Per leslokaal
0,50
0,50
0,75
0,80
0,80
0%
Middelbare school
Per 100 leerlingen
2,70
3,50
3,70
4,90
4,90
11%
ROC
Per 100 leerlingen
3,70
4,40
4,70
5,80
5,90
7%
Hogeschool
Per 100 leerlingen
7,30
8,00
9,30
10,70
10,90
72%
Universiteit
Per 100 leerlingen
11,20
13,20
13,20
16,50
16,80
48%
Avondonderwijs
Per 10 leerlingen
3,50
4,60
4,50
6,80
10,50
95%
Bijlage 5 Aanwezigheidspercentages en loopafstanden
Aanwezigheidspercentages
Functie
Werkdag-ochtend
Werkdag-middag
Werkdag-avond
Koop-avond
Werkdag-nacht
Zaterdag-middag
Zaterdag-avond
Zondag-middag
Woningen bewoners
50%
50%
90%
80%
100%
60%
80%
70%
Woningen bezoekers
10%
20%
80%
70%
0%
60%
100%
70%
Kantoor/bedrijven
100%
100%
5%
5%
0%
0%
0%
0%
Commerciële dienstverlening
100%
100%
5%
75%
0%
0%
12Indien op zaterdag open: dan 100%
0%
0%
Detailhandel
30%
60%
10%
75%
0%
100%
0%
13Bij avondopenstelling: 70%
75%
Grootschalige detailhandel
30%
60%
70%
80%
0%
100%
0%
14Bij avondopenstelling: 70%
40%
Horeca
30%
40%
90%
80%
0%
75%
100%
50%
Supermarkt
30%
60%
40%
80%
0%
100%
40%
40%
Sportfuncties binnen
50%
50%
100%
100%
0%
100%
100%
75%
Sportfuncties buiten
25%
25%
50%
50%
0%
100%
25%
100%
Bioscoop/theater/podium
5%
25%
90%
90%
0%
40%
100%
40%
Sociaal-medisch arts/consultatiebureau
100%
75%
10%
10%
0%
10%
10%
10%
Verpleeg- en verzorgingshuis/aanleunwoning
50%
50%
100%
100%
25%
100%
100%
100%
Ziekenhuis patiënten (inclusief bezoekers)
60%
100%
60%
60%
5%
60%
60%
60%
Ziekenhuis medewerkers
75%
100%
40%
40%
25%
40%
40%
40%
Dagonderwijs
100%
100%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
Avondonderwijs
0%
0%
100%
100%
0%
0%
0%
0%
Opmerking: houd bij de toepassing van de bovenstaande aanwezigheidspercentages rekening met de (commerciële) openingstijden van functies.
Maximaal acceptabele loopafstanden
Doelgroep
Gebied
Max loopafstand
Toelichting
Wonen
Centrum Geldrop
Schil centrum Geldrop
Centrum Mierlo
Rest bebouwde kom
250meter
200meter
150meter
100meter
Voor het centrum van Geldrop geldt dat - onder nader te bespreken voorwaarden - de loopstand kan worden opgerekt naar 400 meter.
Werknemers
Alle gebieden
600meter
Bezoekers overige
functies
Alle gebieden
400meter
Deze afstand geldt niet voor bezoekers van winkels met dagelijkse voorzieningen
Bijlage 6 POET Correctiefactoren
Onderstaande tabel geeft aan hoe parkeermogelijkheden op eigen terrein zullen worden meegenomen in de bepaling in de uiteindelijke parkeereis.
NB: De correctie geldt uitsluitend voor projecten gelegen in niet gereguleerd gebied.
Type parkeervoorziening
Theoretisch aantal
Berekeningsaantal
Opmerkingen
Enkele oprit, geheel voor voorgevelrooilijn zonder garage/carport
1
1
min. 5,0m diep en 3,0m breed
enkele oprit, (gedeeltelijk) achter voorgevelrooilijn, zonder garage/carport
1
0,8
min. 5,0m diep en 3,0m breed
Lange oprit zonder garage of carport
2
1,4
min.11 meter diep en 3,0m breed
Dubbele oprit zonder garage of carport
2
1,6
min. 5 meter diep en 5,5m breed
Garage zonder oprit (bij woning)
1
0,4
Garage zonder oprit (niet bij woning)
1
0,5
Garage met enkele oprit
2
1,0
oprit min. 5,0m diep en 3,0m breed
Garage met lange oprit
3
1,6
oprit min. 11,0m diep en 3,0m breed
Garage met dubbele oprit
3
1,8
oprit min. 5,0m diep en 5,5m breed
Carport met enkele oprit
2
1,2
oprit min. 5,0m diep en 3,0m breed
Carport met lange oprit
3
1,8
oprit min. 11,0m diep en 3,0m breed
Carport met dubbele oprit
3
2,0
oprit min. 5,0m diep en 5,5m breed
Bijlage 7 Kwaliteitseisen fietsparkeren
Het gebruik van een fietsenstalling hangt sterk af van de kwaliteit, de bruikbaarheid en het comfort van de stalling. Ook de routing binnen de stalling, de sociale veiligheid en de afmeting van de fietsparkeerplaatsen beïnvloeden het gebruik, evenals de mogelijkheid om fietsen met afwijkende afmetingen te stallen. De Leidraad Fietsparkeren (CROW-publicatie 291), het Bouwbesluit 2012 (artikel 4.31) en FietsParKeur gaan uitgebreid in op de kwaliteitsrichtlijnen voor fietsenstallingen. Hierna zijn de kwaliteitseisen opgenomen voor het ontwerpen van een fietsenstalling in een ruimtelijke ontwikkeling.
Toegankelijkheid
De belangrijkste kwaliteitseisen voor een goed toegankelijke en bruikbare fietsenstalling zijn:
•De stalling heeft een voetgangersuitgang in de richting van de eindbestemming.
•De afstand mag maximaal ca. 75 meter zijn van de stalling tot de hoofd-/ neven-/personeelsingang van de bestemmingen en/of functies waarvoor de stalling is bestemd.
•De toegang vanaf de weg naar een stalling op lager of hoger niveau is goed en comfortabel te gebruiken voor alle fietsen en scooters; dus ook voor zware fietsen, elektrische fietsen en fietsen met afwijkende maten (kratten, brede sturen, brede banden, lange fietsen, etc.).
•Het hellingspercentage van een hellingbaan is maximaal 22%.
Inrichting en bruikbaarheid
De waliteitseisen voor een goede inrichting en goed bruikbare fietsenstalling zijn:
•Binnen en vanuit de fietsenstalling naar de bijbehorende bestemming is een logische, snelle en eenvoudige routing.
•De sociale veiligheid wordt gewaarborgd door een overzichtelijke inrichting, goede verlichting en bij voorkeur daglichttoetreding. Als een stalling openbaar toegankelijk is kan (camera)toezicht of bewaking overwogen worden.
•Gebruikers moeten elkaar in de verkeersruimtes van de stalling kunnen passeren (verkeersruimte minimaal 1.50m breed).
•Stallingssystemen voor fietsen moeten voldoen aan de eisen van FietsParkeur of zijn gelijkwaardig daaraan, met een hart op hart afstand van minimaal 450 mm.
•De minimale vrije hoogte in een gebouwde stalling is 2600 mm.
•De hart-op-hart afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een stallingssysteem op gelijk niveau is minimaal 900 mm breed;
•De hart-op-hart-afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een hoog/laag fietsparkeersysteem is minimaal 450 mm breed voor zowel onder- als bovenlaag;
•De stalling moet voldoende parkeermogelijkheden bieden voor fietsen die afwijken van de standaardmaten:
–Minimaal 5% van de fietsparkeerplaatsen is geschikt voor bakfietsen of andere fietsen met sterk afwijkende maten (vakken minimaal 1000 mm breed);
–Minimaal 15% van de fietsparkeerplaatsen is geschikt voor fietsen die niet in een standaard fietsenrek passen (hart-op-hart afstand minimaal 500 mm) ten behoeve van van bijvoorbeeld fietsen met een krat, bagagedrager vóór, breed stuur, brede banden, etc.
•De stalling biedt oplaadmogelijkheden voor elektrische tweewielers (minimaal 1 oplaadpunt per woning).
Benodigd oppervlak voor fietsenberging bij woningen
In onderstaande tabel is het benodigde oppervlak (exclusief bergruimte) bepaald voor het stallen van fietsen bij woningen/appartementen indien niet wordt gekozen voor een gemeenschappelijke fietsenstalling.
Aantal fietsen
Oppervlak (m2)
Opmerking
2
4,1
Haaks
3
5,8
Haaks
4
7,3
45°
5
8,4
45°
6
9,5
45°
7
10,6
45°
8
11,8
45°
Tabel 3 Oppervlak fietsenberging bij woningen/appartementen voor het stallen van fietsen(excluseif bergruimte) – bewerking van tabel uit Leidraad fietsparkeren, CROW 2010