1. Inleiding
1.2 Opbouw groenbeleidsplan
Het groenbeleidsplan is opgebouwd uit verschillende modules. Het is een leidraad voor het ontwerpen, aanleggen, beheren en onderhouden van de groene openbare ruimte. Elke module behandelt een specifiek onderwerp.
In de module Kaders zijn de doelen en uitgangspunten gesteld waarbinnen de inrichting en het beheer van het (openbaar) groen in de gemeente Geldrop-Mierlo verder ontwikkeld worden. De voorliggende module Groenbeheer omschrijft de wijze waarop we de groenvoorzieningen in onze gemeente beheren.
De modulaire opbouw van het groenbeleidsplan maakt het gemakkelijk om modules in de toekomst afzonderlijk aan te passen en vast te stellen. Daarnaast kan het groenbeleidsplan ook eenvoudig worden aangevuld met nieuwe modules.
1.3 Doelstelling
Met het groenbeleid willen we een aantrekkelijke en duurzame groene woon- en leefomgeving realiseren en behouden. In de module Groenbeheer is vastgelegd met welke wijze van beheren we dit willen bereiken.
Naast de doelen duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid, cultuurhistorie en recreatie is ook een aantal uitgangspunten uit de module Kaders hierbij van toepassing. Hieronder staan ze beschreven.
Biodiversiteit
Groenvlakken en bomenstructuren vormen verbindingen voor allerlei dieren, groot en klein. Variatie in soorten zorgt voor grotere biodiversiteit. Maar ook het beheer is hierop van invloed, bijvoorbeeld door gefaseerd te maaien of niet te snoeien als bomen of planten in bloei staan.
Klimaat
Groen kan onderdeel zijn van oplossingen voor problemen die samenhangen met het klimaat en de veranderingen die hierin worden verwacht. Bij beslissingen die de hoeveelheid groen (binnen een gebied) raken, moet de invloed van groen op (de gevolgen van) het klimaat altijd als afweging worden meegenomen. Dit geldt voor nieuwe ontwikkelingen maar ook voor inrichting en beheer van groen en afhandeling van overlastmeldingen.
1.4 Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. In hoofdstuk 3 is te lezen wat de huidige kwaliteiten van het groen zijn. Hoofdstuk 4 laat de visie zien waarheen wordt gewerkt. In hoofdstuk 5 wordt dit vertaald naar visies per gebruiksgebied, waarna in hoofdstuk 6 worden omschreven wat die visie per gebruiksgebied betekent voor het onderhoud. In hoofdstuk 7 volgen de externe factoren die van invloed zijn op het beheer. Tot slot worden in hoofdstuk 8 de financiële consequenties beschreven.
2. Wet- en regelgeving
2.1 Wet Natuurbescherming
Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet.
Stap 1: Wat hebben we?
3. Huidige situatie
3.1 Kwaliteit van het openbaar groen
Zoals eerder in de inleiding omschreven, kent groen meerdere waarden en doelstellingen. Het is daarbij belangrijk te realiseren dat de beleving van groen voor iedereen anders is. Vanuit biodiversiteit mag er gerust meer (on)kruid staan in de beplanting of het gazon, maar dit geeft wel een ander beeld dan een plantsoen dat schoon geharkt is. Ditzelfde geldt voor het gebruik van het groen. Een trapveldje met grote kale plekken voor de goals ziet er minder netjes uit, maar is wel een teken dat het trapveldje volop gebruikt wordt. Rode lijn van deze module Groenbeheer is dat het beheer in de gemeente geen eenheidsworst hoeft te zijn. Accenten zijn gewenst op basis van de omgeving en het gebruik daarvan.
3.2 Sturing op beeldkwaliteit
CROW is een non-profit kennispartner voor (decentrale) overheden, aannemers en adviesbureaus. Zij hebben een beeldsystematiek ontwikkeld waarbij beeldkwaliteiten van verschillende beheergroepen worden benoemd. Op basis van deze beeldkwaliteiten kunnen werkafspraken gemaakt worden. Bijvoorbeeld het gras op het gazon mag niet langer worden dan 10 centimeter. Daarmee bepaalt de opdrachtgever niet hoe vaak er wordt gemaaid, maar wel wat het beeld buiten moet zijn.
De systematiek loopt van een beeldkwaliteit D (is feitelijk niets doen), tot en met een beeldkwaliteit A+ (beter gaat eigenlijk niet). In Geldrop-Mierlo wordt het groen in de centra onderhouden op kwaliteitsniveau A (Goed), de overige gebieden binnen de kom op niveau B (voldoende) en het buitengebied op niveau C (sober/schraal).
3.3 Kengetallen
In onderstaand schema staat globaal aangegeven welke hoeveelheden beheerd worden. Dit betreft de elementen die daadwerkelijk door de gemeente beheerd worden. In totaal wordt 228 hectare groen (exclusief bossen) beheerd.
Beheergroep
Eenheid
Hoeveelheid totaal
Bomen
Stuks
22.500
Hagen
are
702
Heesters
are
6.411
Bosplantsoen
are
4.031
Gras
are
11.689
4. Van visie naar uitvoering
4.1 Uitgangspunten voor beheer
5. Visie per gebied
5.1 Centrumgroen
Sierwaarde is voor dit groen de belangrijkste functie. Het groen moet er dan ook zeer verzorgd en kwalitatief goed uitzien. Dit houdt in dat er een intensief beheer moet worden gepleegd. Uitgevallen beplantingen moeten zo snel mogelijk worden vervangen en onkruidgroei en zwerfvuil in de groenvakken wordt niet getolereerd. Het gras in het centrum wordt als gazon onderhouden.
Centrumgroen
Omschrijving
Beeld
Netjes, strak, opgeruimd
Beeldkwaliteit
A-niveau
Kenmerk beheer
Intensief
Biodiversiteit
Minder belangrijk
Voorbeelden toe te passen beheergroepen
Wisselperken, vaste planten, heesters met grote sierwaarde en hagen.
5.2 Groenstructuur
De maatvoering van deze groenelementen geeft de gelegenheid om het beheer grootschalig aan te pakken. Het beheer is gericht op het bereiken van een gesloten beplanting waarin verschillende (inheemse) heestersoorten voorkomen. De vakken met een grotere sierwaarde bij de entrees van de plantsoenen dienen wel vrij van onkruid te blijven. Dit om de sierwaarde van de entrees hoog te houden. Het gras in de groenstructuur wordt onderhouden als gazon.
Uit ervaring is gebleken dat dit voor de gemeente Geldrop-Mierlo de meest onderhoudsvriendelijke manier van gazonbeheer is. Ook kan de gewenste recreatie op deze gazonvelden plaatsvinden. Stroken rond het bosplantsoen worden minder intensief gemaaid om kruidengroei te stimuleren.
Groenstructuur
Omschrijving
Beeld
Netjes, opgeruimd
Beeldkwaliteit
B-niveau
Kenmerk beheer
Matig intensief
Biodiversiteit
Belangrijk
Voorbeelden toe te passen beheergroepen
Bosplantsoen, heesters met solitairen, hagen, gazons en vaste planten langs doorgaande wegen.
5.3 Overig groen (buurtgroen)
Het beheer van het buurtgroen is geheel gericht op het voorkomen van overlast. De beplanting moet goed gesloten zijn om extreme onkruidgroei te voorkomen en de takken mogen niet over de rand van het vak hangen. Ook hier wordt het gras als gazon onderhouden. Belangrijk bij de sortimentskeuze is het bijbehorende beheer. De heesters die in deze vakken staan, mogen qua sortiment van elkaar verschillen maar alle soorten moeten wel zoveel mogelijk dezelfde beheerbehoefte hebben. Op deze manier kan een efficiënte en doelgerichte beheermethode worden opgesteld.
Buurtgroen
Omschrijving
Beeld
Netjes, opgeruimd
Beeldkwaliteit
B-niveau
Kenmerk beheer
Matig intensief, overlast voorkomen
Biodiversiteit
Belangrijk
Voorbeelden toe te passen beheergroepen
Bosplantsoen, heesters met solitairen en hagen.
5.4 Buitengebied
Het beheer van het groen in het buitengebied is geheel gericht op het voorkomen van overlast. Takken mogen bijvoorbeeld niet over de rand van het vak hangen. Gras wordt niet als gazon onderhouden en wordt hooguit twee maal per jaar gemaaid, behalve de meterstrook naast de weg, deze wordt vier maal per jaar gemaaid. De planning van het maaien wordt afgestemd op de tijdstippen waarop dit natuurtechnisch het beste kan.
Buitengebied
Omschrijving
Beeld
Natuurlijk
Beeldkwaliteit
C-niveau
Kenmerk beheer
Extensief
Biodiversiteit
Belangrijk
Voorbeelden toe te passen beheergroepen
Bosplantsoen, lang gras
Stap 4: Hoe gaan we het einddoel behalen?
6. Uitvoering
6.1 Werkzaamheden
Als uitwerking van dit beheerplan en op basis van de afgesproken kwaliteitsbeelden wordt een bestek gevuld. Hierin wordt per beheergroep aangegeven welke werkzaamheden uitgevoerd moeten worden. Een aantal voorbeelden zijn:
•onkruidbestrijding
•ruimen zwerfafval
•blad ruimen
•maaien van grassen
•snoeien beplanting
6.2 Aanvullende uitgangspunten
Naast het reguliere onderhoud van de betreffende beheergroepen zijn de onderstaande uitgangspunten belangrijk om op te volgen om zo uitvoering te geven aan de doelstellingen op het gebied van biodiversiteit en ruimtelijke kwaliteit.
Stap 5: Waar liggen risico’s?
7. Externe beïnvloeding
7.1 Ziekten en plagen
Er zijn verschillende ziekten en plagen bekend die voorkomen in het groen. Over het algemeen kan gesteld worden dat deze of een tijdelijke invloed hebben of geen bedreiging vormen voor de betreffende plant. Risicoperiode hierbij ligt vooral na aanleg (bijvoorbeeld taxus-kever); specifieke maatregelen voor dit stadium zijn opgenomen in de module Inrichting.
Op dit moment worden geen maatregelen genomen om ziekten en plagen te bestrijden of te voorkomen. Mochten er zich op dit gebied ontwikkelingen voordoen die daar wel aanleiding toe geven, dan zal daar op dat moment maatwerk voor worden geleverd.
7.2 Bestrijding exoten
Soorten flora en fauna die hier van nature niet voorkomen, bereiken met regelmaat ons land; door klimaatveranderingen, maar ook door globalisering of (onbewust) uitzetten door bewoners. Sommige soorten blijken in de praktijk een invasieve groei te kennen waardoor inheemse soorten verdrongen worden. Door onbekendheid, wet- en regelgeving en het (vooralsnog) ontbreken van natuurlijke vijanden is bestrijding van deze soorten soms problematisch.
In Geldrop-Mierlo worden invasieve exoten (zoals Japanse duizendknoop) in kaart gebracht en wordt de ontwikkeling gemonitord. Getracht wordt, binnen de mogelijkheden, om verdere verspreiding te voorkomen. Ontwikkelingen op het vlak van bestrijding worden gevolgd en wanneer betere bestrijdingsmethoden ontwikkeld worden, zal de afweging worden gemaakt deze in te zetten.