Aanhef
Geamendeerd en vastgesteld op 2 november 2020
Bijlagen
Bijlage 1 - Provinciaal beleid zonneparken en windmolens
Zie informatieve bijlage 1 met een uitsnede uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
Bijlage 2 - Landschapstypen Geldrop-Mierlo
Zie bijlage 2 met een uitvergroting van figuur 4.
Bijlage 3 - Zoekgebieden zonneparken Geldrop-Mierlo
Zie ook bijlage 3 met een uitvergroting van dit figuur.
Bijlage 4 - Zoekgebieden zonneparken Geldrop-Mierlo met voorkeuren
Zie bijlage 4 met een uitvergroting van figuur 5.
Bijlage 5 - Zoekgebieden zonneparken Geldrop-Mierlo en geschiktheid bodem voor landbouw
Zie bijlage 5 met een uitvergroting van figuur 6.
Bijlage 6 - Matrix energiebouwstenen per landschapstypen (RES)
Zie informatieve bijlage 6 met energiebouwstenen matrix uit de RES.
Bijlage 7 - Checklist principeverzoek en projectplan zonnepark
Onderstaande checklist geeft aan wat tenminste in het principeverzoek moet worden opgenomen.
•Kaart met de ligging en de begrenzing van het projectgebied;
•Technische gegevens: schetsontwerp met afmetingen, zoals hoogtes en oppervlaktes, beschrijving van opgesteld vermogen (hoeveel draagt het initiatief bij aan de gemeentelijke doelstellingen), duurzaamheid;
•Concept-inrichtingsplan, waarbij ingegaan wordt op:
•De locatie;
•Omvang van het initiatief;
•Inpassing: hoe is rekening gehouden met het landschapstype en de ontwerpprincipes, het percentage inpassing;
•Beplanting;
•Beheer voor de exploitatieperiode van het zonnepark;
•Meervoudig ruimtegebruik
•Beoogde (maatschappelijke) meerwaarde;
•Eventuele omgevingseffecten die mogelijk nader onderzocht dienen te worden.
•(Concept-)participatieplan met daarin de beoogde proces- en financiële participatie. Beschrijving van de dialoog met omwonenden en/of andere stakeholders (wat is er al gedaan en wat is de initiatiefnemer nog van plan);
•Beschrijving van de financiële, technische (zoals netaansluiting) en maatschappelijke haalbaarheid;
•Beschrijving van de eventuele plussen op de toetsingscriteria voor meerwaarde.
Onderstaande checklist geeft aan wat tenminste in het projectplan moet worden opgenomen.
•Beschrijving locatie en initiatief, waarbij ook de geschiktheid van het landschapstype waarin de beoogde projectlocatie ligt en de geschiktheid van de precieze beoogde locatie worden aangetoond
•Kaart met de ligging en de begrenzing van het projectgebied;
•Technische gegevens: definitief ontwerp met afmetingen, zoals hoogtes en oppervlaktes, beschrijving van opgesteld vermogen (hoeveel draagt het initiatief bij aan de gemeentelijke doelstellingen);
•Definitief inrichtingsplan
•Hoe de ontwerpprincipes voor zon en wind worden toegepast in het ontwerp
•Beplantingsplan
•Beheerplan van de aanwezige biodiversiteit
•In hoeverre is afgestemd met Enexis of Tennet
•Duurzaamheid zonnepark of windmolens
•Beschrijf voor het zonnepark of de windmolens hoe het initiatief een maatschappelijke meerwaarde geeft. Voor een zonnepark wordt dit onderbouwd vanuit meervoudig ruimtegebruik, toevoegen van aantoonbare waarde aan de omgeving en de bijdrage aan andere maatschappelijke doelen. Voor windmolens wordt dit onderbouwd door de maatregelen die zijn getroffen om de impact van de windmolens op de omgeving te beperken, een goede landschappelijke inpassing en de bijdrage aan andere maatschappelijke doelen.
•Participatie:
•Hoe de omgeving betrokken is geweest in het proces tot ontwerp, incl. verslag van de bijeenkomst(en) met betrokkenen
•Beschrijving van de rollen van de betrokken partijen
•Organisatievorm van het project
•Hoe invulling wordt gegeven aan het streven naar minimaal 50% eigendom van de productie van de lokale omgeving (burgers en bedrijven).
Bijlage 8 - Financiële participatie
Hieronder staan enkele vormen van financiële participatie die zijn uitgewerkt in de zogenaamde participatiewaaier naar aanleiding van het klimaatakkoord: mede-eigenaarschap, financiële deelneming, omgevingsfonds en omwonendenregeling. Dit zijn voorbeelden van hoe invulling gegeven kan worden aan financiële participatie. Bij de eerste twee is sprake van lokaal eigendom van de grootschalige opwekinstallatie. Bij de laatste twee kan de omgeving voordeel hebben van de grootschalige opwek via een fonds.
De Participatiewaaier (nov 2019, tot stand gekomen n.a.v. het Klimaatakkoord)
In onderstaande tabel is een overzicht te zien van de verschillende varianten van financiële participatie, voor- en nadelen ervan en van randvoorwaarden.
Overzicht participatievormen (Bron: participatiewaaier, nov 2019)
Participatievorm
Voordelen
Nadelen
Randvoorwaarden
Mede eigenaarschap
•actieve deelname en betrokkenheid door (gedeeld of volledig) lokaal eigendom van de gemeenschap;
•financieel risico voor deelnemers, niet iedereen kan in alle projecten (financieel) meedoen;
•een actieve gemeenschap, die op basis van gelijkwaardige samenwerking mee-investeert en meebeslist;
•lokaal zeggenschap over de bedrijfsvoering;
•risico dat het eigendom in handen is van slechts een beperkt aantal bedrijven of landeigenaren, en niet van de omwonenden;
•ruimte vanuit de overheid en de initiatiefnemer voor gedeeld lokaal eigendom. Dit ligt anders bij volledig lokaal eigendom: de coöperatie, groep inwoners of grondeigenaren treden dan op als de initiatiefnemer.
•hoog risico, hoog rendement: met grote lokale deelname en betrokkenheid wordt het risico ook kleiner.
•de voorinvestering in onderzoeken is vaak hoog, bovendien is er dan nog onzekerheid of het project doorgaat. Eventueel kan dit worden opgelost door een garantstelling van de gemeente;
•ook de verantwoordelijkheid voor het onderhoud van bijvoorbeeld windmolens ligt bij de deelnemers.
Financiële deelneming
•actieve deelname, eigenaarschap en gedeeld lokaal eigendom door omwonenden;
•financieel risico voor deelnemers, niet iedereen kan (financieel) meedoen;
•interesse vanuit de lokale omgeving om op individuele basis mee te investeren;
•geen voorinvestering nodig door de deelnemers;
•voordeel komt vaak bij een relatief kleine groep terecht;
•bereidheid van de initiatiefnemer om bijvoorbeeld obligaties of kWh-certificaten uit te geven.
•geen verantwoordelijkheid voor onderhoud.
•risico dat alleen bedrijven of landeigenaren deelnemen en omwonenden niet;
•geen directe invloed op de bedrijfsvoering.
Omgevingsfonds
•de opbrengsten uit het hernieuwbare energieproject komen ten goede aan maatschappelijke doelen, de samenleving profiteert als geheel;
•mogelijk zijn de baten vanuit het omgevingsfonds niet voor iedereen zichtbaar of merkbaar.
•een brede vertegenwoordiging van omwonenden om het fonds te beheren, en eventueel (op verzoek van de omwonenden) de gemeente/provincie, de Natuur en Milieufederatie en/of de exploitant;
•omwonenden die niet in staat zijn met eigen geld te investeren profiteren ook mee.
•lokale overeenstemming over de kaders van het fonds;
•maak zichtbaar welke projecten tot stand zijn gekomen dankzij de opbrengsten van het energieproject.
Omwonendenregeling
•omwonenden lopen geen financieel risico;
•ligt gevoelsmatig dichtbij compensatie, dit kan tot verwarring leiden. Daarnaast kan dit ook als ‘afkopen’ worden ervaren;
•goede afspraken op basis van vroegtijdig overleg tussen initiatiefnemer en omwonenden.
•omwonenden die niet in staat zijn met eigen geld te investeren profiteren ook mee;
•omwonenden die niet binnen een vastgestelde afstand wonen van het project zijn geen onderdeel van de regeling.
•de baten zijn vaak direct merkbaar (bijvoorbeeld bij verduurzaming van de woning);
het biedt kansen voor verdergaande verduurzaming van de gebouwde omgeving en een koppeling met de warmtetransitie.