Aanhef
Gemeente Geertruidenberg
Welstandsnota 2012
Gemeente Geertruidenberg
Datum:
juni 2012
Projectgegevens:
WSN01-GEE00031-01E
Vastgesteld:
28juni 2012
Inhoud
Leeswijzer 1
1Inleiding 5
1.1 Naar een nieuw welstandsbeleid 5
1.2 Uitgangspunten welstandstoezicht in Geertruidenberg 6
1.3 Relatie met andere beleidsterreinen 6
1.3.1 Bestemmingsplan 7
1.3.2 Beeldkwaliteitplannen 7
1.3.3 Monumenten en het beschermd stadsgezicht 7
2Juridisch en organisatorisch kader 9
2.1 Vaststelling en aanpassing van het welstandsbeleid 9
2.1.1 Vaststelling 9
2.1.2 Aanpassing van de welstandsnota 9
2.2 De adviescommissies 10
2.2.1 Welstandscommissie 10
2.2.2 Monumentencommissie 13
2.3 Het welstandsoordeel 14
2.3.1 Burgemeester en wethouders voeren het welstandstoezicht uit 14
2.3.2 Het welstandsadvies 14
2.3.3 Afwijking van het advies; afwijken van de criteria 15
2.3.4 Openbaarheid 16
2.3.5 Bezwarenprocedure 17
2.4 Handhaving en excessenregeling 17
3Beoordelingskader 19
3.1 Beoordelingskader in een ander daglicht sinds 1 oktober 2010 19
3.2 Opzet van het beoordelingskader bij een vergunningaanvraag 21
3.3 Algemene welstandscriteria 22
3.4 Gebiedscriteria 23
3.5 Criteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken 24
3.6 De toets bij ontwikkelingen 29
3.6.1 Beeldkwaliteitplannen 29
3.6.2 Nieuwe ontwikkelingen 29
3.7 Reclamecriteria 30
3.8 Monumenten en beschermd stadsgezicht 32
4Algemene welstandscriteria 35
4.1 Relatie tussen vorm, gebruik en constructie 35
4.2 Relatie tussen bouwwerk en omgeving 36
4.3 Betekenissen van vormen in de sociaal-culturele context 36
4.4 Evenwicht tussen helderheid en complexiteit 37
4.5 Schaal en maatverhoudingen 37
4.6 Materiaal, textuur, kleur en licht 38
5Historische beschrijvingen 39
5.1 Algemene beschrijving gemeente Geertruidenberg 39
5.1.1 Situering 39
5.1.2 Globale ruimtelijke ontwikkeling 39
5.2 Beschrijving kern Raamsdonksveer 40
5.2.1 Ontstaansgeschiedenis 40
5.2.2 Karakteristieke deelgebieden 40
5.2.3 (Historische) bebouwingslinten 41
5.3 Beschrijving kern Geertruidenberg 42
5.3.1 Ontstaansgeschiedenis 42
5.3.2 Historische stadsgebieden 43
5.3.3 Historische bebouwing rondom het centrum 43
5.3.4 Voormalige vestingwerken 44
5.4 Beschrijving kern Raamsdonk 44
5.4.1 Ontstaansgeschiedenis 44
5.4.2 Historische (dorpsgebieden en) bebouwingslinten 44
5.5 Buitengebied 45
6Gebiedscriteria 47
6.1 Gebieden met een uitgebreide toets 48
6.1.1 Historische dorpsgebieden (H1) 48
Gebiedscriteria 50
6.1.2 Historische bebouwingslinten (H2) 53
Gebiedscriteria 55
6.1.3 Bebouwingslinten (H3) 59
Gebiedscriteria 60
6.2 Gebieden met een reguliere toets 64
6.2.1 Tuindorp/wijk (W1) 64
Gebiedscriteria 66
6.2.2 Traditionele blokverkaveling (W2) 67
Gebiedscriteria 70
6.2.3 Het Nieuwe Bouwen (W3) 74
Gebiedscriteria 75
6.2.4 Woonerven (W4) 78
Gebiedscriteria 80
6.2.5 Thematische bebouwing (W5) 83
Gebiedscriteria 85
6.2.6 Individuele woningbouw (W6) 88
Gebiedscriteria 89
6.2.7 Industrieterrein (B1) 92
Gebiedscriteria 93
6.2.8 Bedrijventerrein (B2) (zichtlocaties) 94
Gebiedscriteria 96
6.2.9 Bijzondere bebouwing (T1) 98
Gebiedscriteria 100
6.2.10 Centrumvoorzieningen (T2) 101
Gebiedscriteria 103
6.2.11 Buitengebied (G2) 105
Gebiedscriteria 106
6.3 Welstandsvrije gebieden 107
6.3.1 Individuele woningbouw (W6) 107
6.3.2 Bedrijventerrein (B2) 108
6.3.3 Groen/Parken/Sport (G1) 108
6.3.4 Buitengebied (G2) 109
6.3.5 Jachthaven (T3) 109
6.3.6 Industrieterrein (B1) 109
7Woonschepen en boten/pontons met vastgestelde ligplaatsen 111
7.1 Welstandscriteria voor woonschepen: 112
7.2 Welstandscriteria voor boten/pontons, niet zijnde woonschepen,
met vastgestelde ligplaatsen (waaronder de objecten zoals genoemd onder 7 en 8): 112
8Gebieden waarvoor een beeldkwaliteitplan geldt 113
8.1 Beeldkwaliteitplan Overdiepse Polder 113
8.2 Overige beeldkwaliteitplannen 114
Leeswijzer
Twee delen, één beleidskader
Op 1 januari 2003 is de huidige Woningwet in werking getreden. Als gevolg van deze wetswijziging is de systematiek van het bouwvergunningstelsel ingrijpend veranderd. Eén van de wijzigingen betreft het gemeentelijk welstandstoezicht. Met het van kracht worden van de Woningwet is elke gemeente verplicht welstandsbeleid vast te stellen. Dit beleid dient te worden vastgelegd in een welstandsnota. Zonder een welstandsnota is het niet langer mogelijk om welstandstoezicht uit te oefenen. De gemeente Geertruidenberg heeft in 2004 haar welstandsnota vastgesteld.
Na enkele jaren met deze nota te hebben gewerkt heeft de gemeente Geertruidenberg besloten haar welstandsnota uit 2004 te herzien. Voorliggende nota betreft deze herziene welstandsnota. De nota bestaat uit twee delen die samen het welstandsbeleid van de gemeente Geertruidenberg beschrijven;
-Deel A: Algemeen Deel.
-Deel B: Beoordelingscriteria.
Bij deze nota horen kaarten waarop de bebouwingstypen en de welstandsbeleid verduidelijkt worden. Per deelgebied worden deze aspecten inzichtelijk gemaakt.
Zowel voor de bebouwingstypen als het welstandsbeleid zijn 6 deelgebiedkaarten bijgevoegd (Geertruidenberg Noord, Geertruidenberg Zuid, Raamsdonksveer Noord, Raamsdonksveer Zuid , Raamsdonk en buitengebied)
Deel A: Algemeen Deel
In dit deel van de welstandsnota is beschreven hoe het welstandstoezicht in de gemeente Geertruidenberg momenteel is georganiseerd en wordt uitgevoerd. Daarnaast is er in dit deel aandacht voor de achtergronden van het welstandsbeleid en de relatie met andere beleidsterreinen. Het Algemeen Deel bevat dus achtergrondinformatie die nodig is om de gemaakte keuzes te kunnen herleiden. In hoofdstuk 1 wordt aandacht besteed aan de aanleiding voor de herziening van de nota uit 2004, de relatie met andere beleidsterreinen en enkele belangrijke beleidskeuzes die zijn gemaakt bij het opstellen van de welstandsnota. Hoofdstuk 2 gaat meer in op de wijze waarop het welstandstoezicht is georganiseerd. In hoofdstuk 3 wordt tot slot het beoordelingskader uitgelegd, waarbij een link wordt gelegd naar deel B van deze welstandsnota.
Deel B: Beoordelingscriteria
Het tweede deel van deze welstandsnota beschrijft de beoordelingscriteria die door de welstandscommissie/monumentencommissie worden gebruikt bij de beoordeling. In dit deel worden in hoofdstuk 4 de algemene welstandscriteria besproken. Hoofdstuk 5 geeft vervolgens een historische beschrijving van de verschillende kernen. In hoofdstuk 6 komen de gebiedscriteria en de objectcriteria aan de orde. De reclamecriteria komen tot slot aan de orde in hoofdstuk 7.
DEEL A ‘ALGEMEEN DEEL’
1Inleiding
In de voorliggende nota wordt het welstandsbeleid van de gemeente Geertruidenberg uiteengezet. Het welstandsbeleid heeft tot doel om het belang te behartigen van een aantrekkelijke gebouwde omgeving. Elk bouwwerk maakt deel uit van de beleving van de openbare ruimte. Een aantrekkelijke goed verzorgde omgeving verhoogt de belevingswaarde en economische waarde van het onroerend goed. De welstand moet hieraan in alle openheid een bijdrage leveren.
1.1 Naar een nieuw welstandsbeleid
De jaren voor 2003 is er kritiek geuit op het welstandstoezicht. Dit vormde aanleiding tot de ontwikkeling van een nieuwe systematiek, die is vastgelegd in de wijziging van de Woningwet per 1 januari 2003. Hierbij dient het welstandstoezicht aan de volgende kwaliteitseisen te voldoen:
-het moet transparant toetsbaar en openbaar zijn;
-de burger dient bij het opstellen van een bouwplan vooraf zoveel mogelijk zekerheid te krijgen over de specifieke eisen waaraan dat bouwplan moet voldoen;
-het dient op democratische wijze tot stand te komen;
-de burger dient niet meer beperkingen te ondervinden, waaronder ook worden begrepen de administratieve en financiële lasten, dan gegeven het doel van het welstandstoezicht strikt noodzakelijk is.
Hierop aansluitend heeft de gemeenteraad van Geertruidenberg in 2004 een wettelijk vereiste welstandsnota vastgesteld.
De opgedane ervaringen met de welstandstoets en de gevolgen van de inwerkingtreding van de Wabo per 1 oktober 2010 maken een aanpassing van de welstandsnota uit 2004 wenselijk. Door de Wabo zijn meer bouwactiviteiten vergunningvrij geworden. De verantwoordelijkheid om aan normen te voldoen en om het uiterlijk van bouwwerken af te stemmen op de omgeving wordt hierdoor meer dan voorheen bij burger en bedrijf neergelegd. De landelijke deregulering dwingt tot een herbezinning over de gevallen waarin de gemeente nog een welstandstoets wil eisen. Tegen die achtergrond is er aanleiding om meer welstandsvrij te maken. Dit heeft geleid tot de keuze voor het vaststellen van welstandsvrije gebieden en van gebieden waarvoor een reguliere welstandstoets geldt. Een uitgebreide welstandstoets zal alleen gelden voor die zaken en delen van de gemeente die bijzondere waarden hebben. Deze nota geeft ook een richtlijn wat betreft de welstandstoets bij nieuwe ontwikkelingen. Dit alles met de bedoeling om waar nodig voldoende grip op de kwaliteit van de bebouwde omgeving te behouden. Verwacht wordt dat deze insteek aansluit op de landelijke ontwikkeling en klantvriendelijker is voor burgers (minder vaak is een oordeel of een vergunning van de gemeente nodig).
Verder voorziet deze nota in toetscriteria voor reclame-uitingen. In de praktijk is gebleken dat hieraan behoefte bestaat.
1.2 Uitgangspunten welstandstoezicht in Geertruidenberg
Het welstandsbeleid van de gemeente Geertruidenberg is opgesteld vanuit de overtuiging dat het belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving behartigd dient te blijven in de gemeente. De gevels van gebouwen en andere bouwwerken vormen samen de dagelijkse leefomgeving van de inwoners en bezoekers. Het welstandsbeleid is geformuleerd vanuit de overtuiging dat de lokale overheid het publieke belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving dient te behartigen. De overheid grijpt met welstandstoezicht in, in de individuele vrijheid van burgers en ondernemers, omdat de verschijningsvorm van een bouwwerk geen zaak is van het individu alleen. Een bouwwerk maakt deel uit van de publieke ruimte. De voorbijganger wordt ermee geconfronteerd, of hij wil of niet. Een aantrekkelijke, goed verzorgde omgeving is van belang voor het welbevinden van de gebruikers, maar verhoogt ook de waarde van het onroerend goed en versterkt het vestigingsklimaat. Het welstandstoezicht moet daaraan, in alle openheid, een bijdrage leveren. De welstandscriteria in deze nota dienen om bouwplannen zoveel mogelijk te laten voldoen aan de beoogde kwaliteit. Goede opdrachtgevers en ontwerpers gebruiken ze echter als opstapje naar betere plannen en om een discussie te voeren over de schoonheid en de uitstraling van het gebouw in zijn context. Deze welstandsnota dient een inspiratiebron te zijn voor bewoners en overheid om plannen te maken en de omgeving te beheren. Laat de criteria, die in het algemeen behoudend van aard zijn, vooral een bron van inspiratie zijn voor een fascinerend ontwerp.
1.3 Relatie met andere beleidsterreinen
Welstand is onderdeel van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid, dat gericht is op het tot stand brengen van een betekenisvolle fysieke omgeving. Dit beleid betreft de esthetische en de functionele kwaliteit, de duurzaamheid en de cultuurhistorische betekenis. Weliswaar is welstand een belangrijk onderdeel, omdat het een wettelijke basis heeft, maar het kan niet de andere inspanningen op het gebied van ruimtelijke kwaliteit vervangen. Voldoen aan redelijke eisen van welstand wil immers zeggen dat een zeker minimum aan zorg en zorgvuldigheid bij de totstandkoming van een bouwwerk is besteed aan de visuele kwaliteit. Niet meer, maar ook niet minder. Voor een effectief en praktisch hanteerbaar kwaliteitsbeleid is het zaak zorg te dragen voor een goede aansluiting tussen de verschillende instrumenten. In het kader van deze welstandsnota is vooral de relatie met het bestemmingsplan, het beeldkwaliteitplan en de aanwezige monumenten en het beschermd stadsgezicht van belang.
De welstandscriteria worden weliswaar in belangrijke mate ontleend aan de stedenbouwkundige, cultuurhistorische en landschappelijke context, maar zijn zelf bouwkundig en situatief van aard; het gaat om het bouwwerk en de plaatsing ervan. Daarbij mag de welstandstoets niet in het vaarwater van het bestemmingsplan terechtkomen.
1.3.1 Bestemmingsplan
Het bestemmingsplan regelt, voor zover nodig voor een goede ruimtelijke ordening, de functie, de plaatsing en de afmetingen van bouwwerken. De architectonische vormgeving van bouwwerken valt buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan en wordt exclusief door de welstandsnota geregeld. Welstandscriteria mogen de geboden ruimte in het bestemmingsplan niet wezenlijk beperken. Als het bestemmingsplan alternatieve mogelijkheden biedt, bijvoorbeeld in de plaatsing van een bouwwerk of een zekere afwisseling in de goothoogte, dan kan een negatief welstandsadvies worden gegeven als de gekozen stedenbouwkundige of architectonische oplossing afbreuk doet aan de ruimtelijke beleving, uiteraard op basis van de welstandscriteria. Bij tegenstrijdigheden tussen welstandscriteria en het bestemmingsplan, geldt het bestemmingsplan.
1.3.2 Beeldkwaliteitplannen
Voor grootschalige (woningbouw)ontwikkelingen kan het gemeentebestuur eisen dat een beeldkwaliteitplan wordt opgesteld. Dit onderwerp komt verder aan bod in paragraaf 3.6.
1.3.3 Monumenten en het beschermd stadsgezicht
De monumentencommissie wordt om advies (qua monumentenzorg en welstandseisen) gevraagd indien een bouwplan betrekking heeft op een monument of een beeldbepalende zaak of is gesitueerd in het beschermd stadsgezicht.
2Juridisch en organisatorisch kader
Evenals het welstandsbeleid moet de uitvoering van dat beleid, de welstandsadvisering, klantgericht zijn. Transparante procedures en vooraf geformuleerde beoordelingscriteria zijn belangrijke middelen hierbij. De bij de advisering toe te passen criteria moeten uit te leggen zijn en de uitvoering van het welstandsbeleid moet openbaar en controleerbaar zijn. De aanvrager en zijn architect hebben, voor de behandeling van het plan waaraan zij intensief hebben gewerkt, recht op een inzichtelijke, vlotte procedure; een procedure die evenwel rekening houdt met zowel het privé- als het gemeenschapsbelang.
De in de welstandsnota neergelegde criteria zijn geen algemeen verbindende voorschriften, maar beleidsregels als bedoeld in Hoofdstuk 4 titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Beleidsregels leggen een door het bestuursorgaan zelf te voeren beleid vast en binden daarmee ‘in beginsel’ het bestuur. Afwijking van deze beleidsregels is mogelijk, mits deugdelijk gemotiveerd.
Burgemeester en wethouders en de welstandscommissie/monumentencommissie mogen hun welstandsoordeel alleen nog maar baseren op criteria genoemd in de welstandsnota. Deze worden in deel B van deze nota genoemd. Aanvullingen en/of wijzigingen van de welstandsnota dienen door de gemeenteraad te worden vastgesteld. Buiten de welstandsnota om mogen geen andere welstandscriteria worden gehanteerd. Bestaande (architectonische) beleidsnota’s over ruimtelijke kwaliteit, zoals bijvoorbeeld beeldkwaliteitplannen, dienen te worden geïncorporeerd in de welstandsnota, dit met toepassing van de juridische vormvereisten.
De welstandsnota bevat dus het toetsingskader voor bouwaanvragen voor wat betreft de preventieve beoordeling aan redelijke eisen van welstand. Daarnaast kunnen de in de welstandsnota opgenomen criteria grond vormen voor repressief toezicht, dat wil zeggen voor handhaving via aanschrijving, indien een bestaand bouwwerk in ernstige mate in strijd is met de redelijke eisen van welstand.
2.1 Vaststelling en aanpassing van het welstandsbeleid
2.1.1 Vaststelling
In de Woningwet is bepaald dat de gemeenteraad de plicht heeft om een welstandsnota vast te stellen (art. 12a).
De wet bepaalt ook dat jaarlijks verslagen aan de raad dienen te worden gemaakt (art. 12b en 12c van de Woningwet).
2.1.2 Aanpassing van de welstandsnota
Na vaststelling van de welstandsnota kan de gemeenteraad ook tussentijds aanvullingen op de welstandsnota vaststellen. Dit is vooral het geval bij de grotere nieuwe projecten waarvoor de welstandscriteria in het kader van de stedenbouwkundige planvoorbereiding worden opgesteld (vaak in beeldkwaliteitplannen). Voor dergelijke aanvullingen geldt dat de inspraak wordt gekoppeld aan de reguliere inspraakregeling bij de stedenbouwkundige planvoorbereiding.
De raad heeft bij de vaststelling van de nota besloten om het college van b&w te mandateren tot het wijzigen van de nota:
-om, na inspraak, de welstandscriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken aan te passen, waardoor sneller aanpassingen kunnen worden doorgevoerd als in de praktijk blijkt dat dit gewenst is en
-om, na inspraak, criteria van een ander bebouwingstype te verklaren voor een ontwikkeling van ondergeschikte betekenis zoals bedoeld in paragraaf 3.6.2.
2.2 De adviescommissies
De gemeente heeft de welstandszorg aan twee commissies toegedeeld, te weten:
-de welstandscommissie;
-de monumentencommissie.
De welstandscommissie en de monumentencommissie hebben tot taak zorg te dragen voor de in de Woningwet genoemde taken. De monumentencommissie heeft daarnaast nog taken die voortvloeien uit de Monumentenwet, de Monumentenverordening en de lokale subsidieverordening ten behoeve van restauraties. De taken van de monumentencommissie zijn nader vermeld in de Verordening op de monumentencommissie. In de volgende paragrafen wordt ingegaan op beide adviescommissies.
2.2.1 Welstandscommissie
Reglement op de welstandscommissie
A Taken
De welstandscommissie draagt zorg voor de welstandsadvisering met inachtneming van de wet en van deze welstandsnota.
De monumentencommissie draagt zorg voor de welstandsadvisering van plannen, die gelegen zijn binnen het beschermd stadsgezicht, historische dorpsgebieden en historische bebouwingslinten van Geertruidenberg en plannen waarbij sprake is van een rijksmonument, gemeentelijk monument of een beeldbepalend(e) zaak/pand. De welstandscommissie zorgt voor de welstandsadvisering in de andere gevallen.
De welstandsadvisering vindt echter plaats door de welstandscommissie, aangevuld met een gemandateerd stemgerechtigd lid van de monumentencommissie, indien:
-de welstandscommissie het bevoegde adviesorgaan is èn;
-het bouwplan is gesitueerd in een gebied waarvoor een uitgebreide welstandstoets geldt èn;
-de plannen naar het oordeel van burgemeester en wethouders van invloed zijn op de stedenbouwkundige structuur, de historische structuur, de beeldkwaliteit en/of de overige belangrijke waarden (en de werkzaamheden geen betrekking hebben op een monument, beeldbepalende zaak of plannen in beschermd stadsgezicht).
Op het gebied van welstand is de commissie belast met de volgende wettelijke taken:
-het uitbrengen van advies omtrent omgevingsvergunningplichtige aanvragen qua activiteit bouwen;
-het verzorgen van de verslaglegging aan de gemeenteraad van de door de commissie verrichtte werkzaamheden. Daarbij dient ten minste aangegeven te worden op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria van de welstandsnota.
De commissie is ook belast met de volgende, aanvullende, niet-wettelijke taken:
-beoordeling van aanvragen voor reclames;
-onder regie van de gemeente, en op verzoek van de gemeente of aanvrager overleg voeren over de voorbereiding van bouwplannen;
-desgevraagd uitbrengen van adviezen aan het college van burgemeester en wethouders over de welstandsaspecten van in voorbereiding zijnde structuurplannen, bestemmingsplannen, stedenbouwkundige plannen, beeldkwaliteitplannen en andere belangrijke beleidsstukken;
-desgevraagd adviseren over stedenbouwkundige en architectonische ontwikkelingen die van belang zijn voor de ruimtelijke kwaliteit in de gemeente;
-desgevraagd adviseren in het geval van excessen: buitensporigheden in het uiterlijk van bouwwerken die ook voor niet-deskundigen evident zijn;
-voorlichting inzake ruimtelijke kwaliteit aan de gemeenteraad, het college en burgers;
-advisering in alle aangelegenheden, waarover burgemeester en wethouders haar oordeel vragen.
De commissie adviseert en motiveert haar advies schriftelijk.
Impactvolle plannen (vooral die in strijd zijn met het bestemmingsplan) worden standaard in een vroeg stadium (fase van eerste schets/opzet) door het behandelende cluster voor advies voorgelegd aan de commissie.
Het is beter om zoveel mogelijk duidelijkheid te hebben in een vroeg stadium, dan in een later stadium een compleet uitgewerkt plan nog in grote mate te moeten aanpassen vanwege het advies van de commissie. In dat kader kan de commissie ook advies worden gevraagd over een geval waarbij de aanwezige welstandscriteria niet toereikend zijn voor een welstandstoets.
B Samenstelling
De welstandscommissie bestaat minimaal uit drie stemgerechtigde leden, waaronder een secretaris en voorzitter. De leden zijn onafhankelijk en deskundig op het gebied van architectuur, ruimtelijke kwaliteit dan wel cultuurhistorie. De functie van secretaris en voorzitter kan niet verenigd zijn in één persoon. De secretaris stelt de adviezen en verslagen op, die vervolgens door de commissie worden vastgesteld en door de voorzitter en de secretaris worden ondertekend. De secretaris brengt het verslag en de adviezen zo snel mogelijk binnen een week ter kennis aan het cluster Vergunningverlening en Toezicht.
De voorzitter, een deskundige met bestuurlijke ervaring, is verantwoordelijk voor het functioneren van de commissie en de kwaliteit van de advisering. Tijdens de vergadering treedt de voorzitter op als gastheer/gastvrouw voor alle aanwezigen.
De welstandscommissie is bevoegd om ambtenaren, adviseurs en/of deskundigen te horen en/of in te schakelen, echter met dien verstande, dat toestemming van burgemeester en wethouders nodig is, indien aan het horen of inschakelen van adviseurs en/of deskundigen kosten voor de gemeente verbonden zijn.
Van de welstandscommissie maken geen deel uit: leden van het college van burgemeester en wethouders, leden van de gemeenteraad, ambtenaren van de gemeente Geertruidenberg. Ook mogen geen personen deel uitmaken van de commissie, die andere werkzaamheden voor de gemeente verrichten, evenals werkzaamheden voor instanties en particulieren, waarvan zaken in de commissie worden behandeld.
C Benoeming en ontslag van de commissieleden
De gemeenteraad mandateert burgemeester en wethouders om de leden van de welstandscommissie en plaatsvervangende leden te benoemen en te ontslaan. De leden kunnen ten hoogste voor drie jaar worden benoemd. Eenmaal kan herbenoeming plaatsvinden voor ten hoogste drie jaar.
Een lid kan ontslag nemen door schriftelijke kennisgeving aan burgemeester en wethouders. Hij/zij blijft zijn/haar functie uitoefenen totdat in de opvolging is voorzien. Wanneer blijkt dat een lid zijn of haar taak niet of niet behoorlijk vervult, kunnen burgemeester en wethouders dit lid ontslaan.
De benoeming gebeurt onder de voorwaarde dat het college de benoeming van de (vaste en plaatsvervangende) leden van de welstandscommissie voortijdig kan beëindigen als het college dit wenselijk acht in relatie tot een andere invulling van de welstandsadvisering of bij het geheel of gedeeltelijk afschaffen van de welstandsadvisering. De kennisgeving van zo’n beëindiging zal tenminste drie maanden voor de feitelijke beëindiging kenbaar worden gemaakt aan de leden van de commissie.
De leden van de welstandscommissie ontvangen voor hun werkzaamheden een door het college te bepalen vergoeding en indien van toepassing een reiskostenvergoeding.
D Vergaderingen, ambtelijke rol, onvoorziene gevallen
De commissie vergadert als uitgangspunt één keer per twee weken, of zo vaak als het college nodig acht. De vergaderingen van de welstandscommissie zijn in principe openbaar, zoals bedoeld in de wet.
Indien de aanvrager van een omgevingsvergunning hierom heeft verzocht en de aanvraag wordt behandeld door de commissie, wordt die aanvrager in staat gesteld om aan de commissie een toelichting te geven op zijn aanvraag.
Belanghebbenden hebben geen spreekrecht, tenzij het college dit recht in een concreet geval wel toekent.
De commissie komt tot een onafhankelijk advies. Een commissielid dat ten aanzien van enig onderwerp tijdens de vergadering direct of indirect zo betrokken is dat er sprake is van strijdige belangen, waardoor de objectiviteit van de commissie kan worden geschaad, doet hiervan mededeling aan het andere lid en aan het cluster Vergunningverlening en Toezicht van de gemeente Geertruidenberg. Als het andere lid, dan wel de verantwoordelijke wethouder, zulke strijdige belangen aanwezig acht, is het aan het desbetreffende lid niet toegestaan om zo tijdens de behandeling van het desbetreffende onderwerp deel te nemen aan de vergadering.
Het cluster Vergunningverlening en Toezicht bereidt de behandeling in de commissie voor. Dit cluster stelt ook de agenda op.
Voor zaken waarin het reglement niet voorziet, of bij gerezen geschillen, beslist het college, na de commissie hierover te hebben gehoord.
2.2.2 Monumentencommissie
A Taken van de commissie
De monumentencommissie draagt zorg voor de welstandsadvisering alsook advisering omtrent de gevolgen voor de (cultuur)historische waarden van plannen, die gelegen zijn binnen het beschermd stadsgezicht, historische dorpsgebieden en historische bebouwingslinten van Geertruidenberg en plannen waarbij sprake is van een rijksmonument, gemeentelijk monument of een beeldbepalend(e) zaak/pand.
De monumentencommissie adviseert het gemeentebestuur op verzoek of uit eigen beweging.
Over planologische maatregelen, waarbij gemeentelijke monumenten en/of rijksmonumenten, beschermde stads- of dorpsgezichten of beeldbepalende zaken aan de orde zijn, dient de monumentencommissie om advies te worden gevraagd. Daarnaast brengt de monumentencommissie advies uit in alle aangelegenheden, waarover burgemeester en wethouders haar oordeel vragen. De taken zijn vermeld in de Verordening op de monumentencommissie.
Impactvolle plannen (vooral die in strijd zijn met het bestemmingsplan) worden standaard in een vroeg stadium (fase van eerste schets/opzet) door het behandelende cluster voor advies voorgelegd aan de commissie. Het is beter om zoveel mogelijk duidelijkheid te hebben in een vroeg stadium, dan in een later stadium een compleet uitgewerkt plan nog in grote mate te moeten aanpassen vanwege het advies van de commissie. In dat kader kan de commissie ook advies worden gevraagd over het geval dat de aanwezige welstandscriteria niet toereikend zijn voor een welstandstoets.
B Samenstelling, benoeming en ontslag, vergaderingen, ambtelijke rol, verslaglegging
Deze zaken zijn geregeld in de Verordening op de monumentencommissie.
2.3 Het welstandsoordeel
2.3.1 Burgemeester en wethouders voeren het welstandstoezicht uit
De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de afgifte van de omgevingsvergunning ligt in de meeste gevallen bij burgemeester en wethouders. Zij hebben een eigen verantwoordelijkheid voor het welstandsoordeel dat tot stand komt aan de hand van de in de welstandsnota opgenomen criteria. Het advies van de onafhankelijke en deskundige welstandscommissie/monumentencommissie speelt daarbij een belangrijke rol.
2.3.2 Het welstandsadvies
Het advies van de welstandscommissie/monumentencommissie aan burgemeester en wethouders van de gemeente Geertruidenberg wordt schriftelijk uitgebracht. Het advies geeft aan of 'het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk of een standplaats, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan' niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. Ingeval het advies betrekking heeft op een object waarop ook de Monumentenwet en de Monumentenverordening van toepassing is, zal de monumentencommissie in het welstandsadvies ook aangeven of de voorgenomen plannen de monumentale waarden, beeldbepalende waarden dan wel de waarden van het beschermd stadsgezicht al dan niet aantasten. Deze beoordeling vindt plaats aan de hand van de in de welstandsnota opgenomen criteria. Ingeval het advies betrekking heeft op een object waarop ook de Monumentenwet en de Monumentenverordening van toepassing is, dan wordt ook getoetst aan de waarden van het monument, van de beeldbepalende zaak of van het beschermd stadsgezicht.
Bij die laatstgenoemde toets worden de ‘Redengevende Omschrijving’ van het monument / de beeldbepalende zaak betrokken en de in het bestemmingsplan voor de historische kom van Geertruidenberg omschreven waarden van het beschermd stadsgezicht.
Alle adviezen worden in voldoende mate schriftelijk gemotiveerd. Op verzoek van burgemeester en wethouders wordt een advies uitgebreider gemotiveerd.. Een behandeling van een plan in de welstands- of monumentencommissie heeft slechts een beperkt aantal uitkomsten. Deze worden hierna vermeld. Deze uitkomsten gelden naar analogie ook bij een toets aan de hierboven vermelde waarden op het gebied van monumentenzorg.
Voldoet
De welstandscommissie/monumentencommissie is van oordeel dat het plan volgens de van toepassing zijnde welstandscriteria niet in strijd is met redelijke eisen van welstand.
Voldoet mits (voldoet niet tenzij)
De welstandscommissie/monumentencommissie is van oordeel dat het plan op onderdelen niet voldoet aan de toetsingscriteria, tenzij tegemoet gekomen wordt aan de geformuleerde bezwaren op die punten. De commissie omschrijft nauwkeurig welke onderdelen van het plan bezwaarlijk zijn. In het geval het college het advies overneemt, krijgt de aanvrager, voor zover dit nog past binnen de beschikbare vergunningstermijn, de gelegenheid om de plannen te wijzigen en aan de bezwaarpunten tegemoet te komen. Burgemeester en wethouders kunnen ook besluiten om de voorwaarden van het welstandsadvies op te nemen in de omgevingsvergunning.
Voldoet in principe
De hoofdopzet van het plan (de bouwmassavorm) voldoet aan redelijke eisen van welstand. De geveluitwerkingen alsook de materialisering en detailleringen worden nog ter advisering opgevraagd.
Voldoet niet
De welstandscommissie/monumentencommissie is van oordeel dat het bouwplan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. Een negatief standpunt houdt in dat, indien het college het advies overneemt, het bouwplan ingrijpend zal moeten worden gewijzigd. Adviseert de commissie negatief dan geeft ze een nauwkeurige schriftelijke motivering. Deze omvat een korte omschrijving van het ingediende plan, een verwijzing naar de van toepassing zijnde welstandscriteria en een samenvatting van de beoordeling van het plan op die punten.
Aanhouden
De welstandscommissie/monumentencommissie kan het advies aanhouden - waarbij het cluster Vergunningverlening en Toezicht van de afdeling Ruimte aangeeft of en hoe lang dit mogelijk is binnen de resterende vergunningstermijn - wanneer meer informatie of een nadere toelichting van de opdrachtgever/ontwerper noodzakelijk is.
2.3.3 Afwijking van het advies; afwijken van de criteria
Burgemeester en wethouders volgen in hun oordeel in principe het advies van de welstandscommissie/monumentencommissie. Daarop zijn de volgende uitzonderingen mogelijk.
A Afwijken van het advies
Afwijken van het advies op inhoudelijke grond/second-opinion
Burgemeester en wethouders kunnen op inhoudelijke grond afwijken van het advies van de welstandscommissie/monumentencommissie, indien zij van mening zijn dat het welstandsadvies uit oogpunt van zorgvuldigheid, redelijkheid of motivering - waaronder strijdigheid met de (interpretatie van de) toetsingscriteria krachtens de nota - niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. In dat geval kunnen burgemeester en wethouders de commissie verzoeken om het uitgebrachte advies in heroverweging te nemen met inachtname van de veronderstelde gebreken.
Indien het advies (ook na een eventuele heroverweging van de commissie) naar de mening van burgemeester en wethouders niet voldoet aan de eisen van zorgvuldigheid, redelijkheid of motivering - waaronder strijdigheid met de (interpretatie van de) toetsingscriteria krachtens de nota - leggen burgemeester en wethouders als uitgangspunt het desbetreffende plan voor een second opinion voor – in eerste instantie aan de eigen welstandscommissie (bij een oorspronkelijk advies van de monumentencommissie) en aan de eigen monumentencommissie (bij een oorspronkelijk advies van de welstandscommissie) en zo nodig daarna bij nog steeds niet voldoen aan de genoemde eisen aan een vergelijkbare andere welstandscommissie/monumentencommissie. Indien het advies van de commissie en de second opinion tegengesteld zijn en burgemeester en wethouders op inhoudelijke grond afwijken van het advies van de ‘eigen’ commissie wordt dit in de beslissing op de aanvraag van de omgevingsvergunning gemotiveerd. De ‘eigen’ commissie wordt hiervan op de hoogte gesteld.
Afwijken van het advies om andere redenen
Burgemeester en wethouders hebben de mogelijkheid om bij het in strijd zijn van een bouwplan met redelijke eisen van welstand, toch de vergunning te verlenen indien zij van oordeel zijn dat daarvoor andere zwaarder wegende redenen zijn, bijvoorbeeld van economische of maatschappelijke aard. Deze afwijking wordt in de beslissing op de aanvraag van de vergunning gemotiveerd. De welstandscommissie/monumentencommissie van de gemeente Geertruidenberg wordt hiervan op de hoogte gesteld. Burgemeester en wethouders van de gemeente zullen terughoudend zijn met het gebruik van deze mogelijkheid, omdat de ruimtelijke kwaliteit niet snel ondergeschikt wordt geacht aan economische of maatschappelijke belangen.
B Afwijken van de criteria
De welstandscommissie/monumentencommissie kan bij haar advisering afwijken van het welstandsbeleid.
Dit kan gebeuren op basis van een gemotiveerd positief welstandsadvies bij plannen die weliswaar niet voldoen aan de specifieke welstandscriteria, maar wel aan redelijke eisen van welstand (de algemene welstandscriteria). Deze afwijking wordt in de beslissing op de aanvraag van de vergunning ook gemotiveerd. Afwijkingen van het beleid vragen om een bestuurlijk draagvlak. Wanneer de commissie voor een bepaald plan aanleiding ziet tot afwijken van het beleid, zal zij het college in haar advies daarover informeren.
2.3.4 Openbaarheid
De commissievergadering (beraadslagingen en beoordeling) vindt in openbaarheid plaats, tenzij op verzoek van de aanvrager en de gemeente hiervan om zwaarwegende redenen die in de Wet Openbaarheid van Bestuur, artikel 10, vermeld staan, hiervan moet worden afgeweken. Indien de openbare behandeling van een plan niet gewenst is, dan wordt dit gelijktijdig met de aanbieding van de overige plangegevens en tekeningen schriftelijk bekend gemaakt aan de (secretaris van de) commissie.
Belanghebbenden (aanvrager en architect) kunnen op verzoek in de gelegenheid worden gesteld om een toelichting te geven op hun plan of een toelichting te verkrijgen op het advies.
Belangstellenden kunnen de vergadering van de commissie bijwonen op de publieke tribune. Zij hoeven daarvoor geen afspraak te maken. Belangstellenden hebben geen spreekrecht. De welstandscommissie/monumentencommissie wordt immers gevraagd om een onafhankelijk en deskundig advies aan burgemeester en wethouders, binnen het democratisch vastgestelde kader van de welstandsnota. In zeer bijzondere situaties kunnen burgemeester en wethouders de commissie vragen om belangstellenden te horen, voorafgaand aan de planbeoordeling.
2.3.5 Bezwarenprocedure
Indien een opdrachtgever of architect nadere toelichting op het welstandsadvies behoeft of het niet eens is met het advies, is de eerste stap contact opnemen met de behandelend ambtenaar van het cluster Vergunningverlening en Toezicht. Deze kan zelf een nadere toelichting geven over het advies of een afspraak met de commissie maken.
Een negatief welstandsadvies is een weigeringgrond voor de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Indien burgemeester en wethouders op basis van het welstandsadvies de omgevingsvergunning hebben geweigerd staat voor de aanvrager beroep open volgens de Algemene wet bestuursrecht. Als een bezwaar te maken heeft met het welstandsoordeel richt de belanghebbende zich dus nadrukkelijk op het oordeel van burgemeester en wethouders en niet op het advies van de welstandscommissie/monumentencommissie. Dat is immers alleen een advies aan burgemeester en wethouders. Na een ontvangen bezwaarschrift wordt als uitgangspunt de procedure opgestart voor een advies daarover door de ‘vaste commissie van advies voor bezwaarschriften’.
2.4 Handhaving en excessenregeling
De gemeente geeft met deze welstandsnota regels voor het welstandstoezicht en zal zich ook inspannen voor de naleving daarvan. Hierbij zijn het gemeenteljike handhavingsbeleid en de daarin opgenomen prioritering van belang. Als voor een vergunningplichtig bouwwerk geen omgevingsvergunning is aangevraagd, dan wel het bouwwerk na realisering afwijkt van de omgevingsvergunning en legalisatie niet mogelijk is, kan het college degene die tot het opheffen van de situatie bevoegd is, aanschrijven om binnen een door hen te bepalen termijn de strijdigheid op te heffen.
Ook ten aanzien van bouwwerken waarvoor geen omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen hoeft te worden aangevraagd, kan indien sprake is van ernstige mate van strijdigheid met redelijk eisen van welstand tot aanschrijving worden besloten, in het kader van de excessenregeling (repressief welstandstoezicht). In de Woningwet is een excessenregeling opgenomen (art. 12, 12a en 13).
Repressief welstandstoezicht kan alleen maar worden uitgeoefend wanneer het uiterlijk van een bouwwerk in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand. Het gaat hierbij om heel evidente, ook voor niet-deskundigen, kenbare buitensporigheden van het uiterlijk van een bouwwerk. Met deze regeling hebben burgemeester en wethouders de mogelijkheid om achteraf ongewenste excessen ongedaan te maken.
De excessenregeling geldt niet voor gebieden die welstandsvrij zijn in de zin van deze nota. De excessenregeling geldt wel voor het gehele rijksbeschermde stadsgezicht en voor de percelen waarop een monument of beeldbepalende zaak staat. De excessenregeling geldt ook voor gebieden waarvoor een beeldkwaliteitplan is/wordt vastgesteld of waarvoor criteria van een ander bebouwingstype worden vastgesteld.
Net zoals bij preventief welstandstoezicht is de uitoefening van repressief welstandstoezicht strikt gekoppeld aan vooraf door de gemeenteraad vastgestelde en in de nota opgenomen welstandscriteria. Beoordeling kan plaatsvinden op grond van de algemene welstandscriteria, maar ook op grond van de specifieke welstandscriteria bij excessen, zoals hieronder is geformuleerd:
-Het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk voor zijn omgeving.
-Het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden bij aanpassing van een bouwwerk.
-Armoedig materiaalgebruik.
-Toepassing van felle of contrasterende kleuren.
-Veranderingen welke een te grove inbreuk zijn op hetgeen in de omgeving gebruikelijk is en daardoor in strijd zijn met de voor het gebied of object geldende welstandscriteria.
-Te opdringerige of niet belangrijke reclame-uiting, of een reclame-uiting welke ontsierend en/of hinderlijk is.
-Door leegstand en/of wijze van dichtzetting negatieve invloed op de ruimtelijke kwaliteit.
-Achterstallig onderhoud.
-Gehele of gedeeltelijke vernietiging van een bouwwerk.
3Beoordelingskader
De welstandscriteria die in het volgende deel van de welstandsnota geformuleerd zijn, zijn maatgevend voor de gemeentelijke welstandbeoordeling in het kader van de Woningwet. Deze criteria bieden een objectief en beleidsmatig kader voor de besluitvorming door het gemeentebestuur en een richtinggevend kader voor opdrachtgevers en vormgevers. Naast het bestemmingsplan en de gemeentelijke bouwverordening is de welstandsnota een gemeentelijk instrument om bouwplannen te toetsen.
In deze welstandsnota worden voor verschillende schaalniveaus en lagen beschrijvingen gegeven waaruit welstandscriteria worden geformuleerd. Deze vormen het kader waarbinnen concrete bouwinitiatieven getoetst worden. Om uiteindelijk op het niveau van het bouwperceel een set criteria te kunnen maken, is het belangrijk om de verbanden en samenhang tussen de verschillende schaalniveaus in beeld te brengen. Dit hoofdstuk is dan ook te beschouwen als uitgebreide leeswijzer voor hetgeen in het volgende deel van de welstandsnota wordt beschreven.
3.1 Beoordelingskader in een ander daglicht sinds 1 oktober 2010
Op 1 oktober 2010 is de Wabo in werking getreden. Tegelijkertijd is het Besluit omgevingsrecht (Bor) in werking getreden. Artikel 2 in bijlage II bij het Bor geeft feitelijk voortzetting aan de categorie bouwvergunningvrije bouwwerken uit het vervallen Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken (Bblb). Met dien - belangrijke - verstande, dat nu ook bij andere gebouwen dan woningen en woongebouwen vergunningvrijheid geldt en dat omgevingsvergunningvrije bouwwerken direct bij nieuwbouw van het hoofdgebouw mogen worden gerealiseerd.
De categorie licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken is verdwenen. Er bestaan alleen nog omgevingsvergunningplichtige activiteiten en categorieën van activiteiten die omgevingsvergunningvrij zijn. Artikel 2 geeft zo een opsomming van bouwwerken en enkele werkzaamheden aan bouwwerken die omgevingsvergunningvrij zijn, ongeacht de bepalingen in het bestemmingsplan.
Artikel 3 in bijlage II bij het Bor introduceert een ‘nieuw’ type vergunningvrije bouwwerken, die alleen omgevingsvergunningvrij zijn voor de activiteit bouwen. Dit betekent dat deze bouwwerken wel moeten voldoen aan / moeten passen binnen de bepalingen in het bestemmingsplan. Ook deze vergunningvrijheid geldt bij alle soorten hoofdgebouwen en vanaf nieuwbouw.
Artikel 5 in bijlage II Bor somt een aantal omstandigheden op, waaronder artikel 2 en/of artikel 3 (gedeeltelijk) niet van toepassing zijn. Daaronder valt onder andere de omstandigheid van monumentale status of beschermd stads-/dorpsgezicht. Op 1-1-2012 is een wijziging van het Bor in werking getreden, waardoor er meer vergunningvrij is geworden wat betreft onderhoud en wijzigingen aan rijksmonumenten, bouwen in, aan, op of bij monumenten en bouwen in het beschermd stadsgezicht.
4categorieën van gevallen
In zowel artikel 2 als artikel 3 in bijlage II bij het Bor wordt een nieuwe en bijzondere soort van omgevingsvergunningvrijheid beschreven. Voor vier categorieën van gevallen is het al dan niet omgevingsvergunningvrij zijn afhankelijk van het gemeentelijk welstandsbeleid. Indien in de welstandsnota criteria zijn opgenomen voor de categorieën van gevallen zijn deze niet omgevingsvergunningvrij en dienen deze dus ook te worden getoetst op onder andere het bestemmingsplan en het Bouwbesluit. Een gemeente kan echter besluiten om één of meerdere van deze categorieën van gevallen als welstandsvrij aan te merken en daarmee dus ook omgevingsvergunningvrij verklaren. Het gaat om de volgende categorieën van gevallen:
-bepaalde bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied op een afstand van minder dan 1,00 meter van het openbaar toegankelijk gebied;
-dakramen, daklichten, lichtstraten of gelijksoortige daglichtvoorzieningen in het voordakvlak of naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak, waarbij de constructie maximaal 0,60 meter buiten het dakvlak uitsteekt;
-erf- of perceelsafscheidingen met een hoogte tussen 1,00 en 2,00 meter, achter de voorgevelrooilijn, op een afstand van minder dan 1,00 meter van het openbaar toegankelijk gebied;
-dakkapellen aan de voorzijde of naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak.
De gemeente Geertruidenberg onderschrijft het belang van sturing op de uiterlijke kwaliteit van deze categorieën van gevallen. Voor deze categorieën van gevallen is dan ook een welstandstoets benodigd en daardoor een omgevingsvergunning vereist, tenzij sprake is van welstandsvrij zijn bij welstandsvrije bebouwingstypen (zie par. 6.3) of in de gevallen dat achtererfgebieden welstandsvrij zijn (zie par. 3.4 en hoofdstuk 6).
Verder is het niet gewenst een uitzondering te maken door het welstandsvrij verklaren van bepaalde bouwwerken.
Toepassingsbereik van de welstandsnota
De omgevingsvergunning voor het bouwen is geregeld in artikel 2.1 lid 1 onder a Wabo. De toetsingscriteria voor de reguliere omgevingsvergunning betreffen op grond van artikel 2.10 Wabo de voorschriften van:
1het Bouwbesluit;
2de bouwverordening;
3het (geldende) bestemmingsplan, beheersverordening of exploitatieplan;
4de redelijke eisen van welstand.
Dit houdt in dat omgevingsvergunningplichtige bouwwerken getoetst worden aan de criteria zoals opgenomen in voorliggende welstandsnota. Voor de activiteit omgevingsvergunningvrije bouwwerken wordt niet getoetst aan redelijke eisen van welstand. Voor deze bouwwerken is uitsluitend repressief welstandstoezicht mogelijk.
De verruiming van het vergunningvrij bouwen heeft dus grote gevolgen voor het welstandstoezicht. Veel bouwwerken zullen niet meer worden onderworpen aan een welstandstoets ‘vooraf’, maar kunnen uitsluitend repressief worden getoetst.
3.2 Opzet van het beoordelingskader bij een vergunningaanvraag
In deze welstandsnota wordt onderscheid gemaakt tussen:
-welstandsvrij;
-een reguliere welstandstoets;
-een uitgebreide welstandstoets.
Bepaalde bebouwingstypen worden in deze nota welstandsvrij verklaard. Voor een welstandsvrij bebouwingstype geldt geen welstandstoets, tenzij het gaat om een omgevingsvergunningplichtig plan met betrekking tot een monument of beeldbepalende zaak of een plan in het beschermd stadsgezicht. Bij bepaalde bebouwingstypen en in bepaalde gevallen is het achtererfgebied welstandsvrij. Zie hiervoor paragraaf 3.4 en de gebiedscriteria in hoofdstuk 6.
Als er wel een welstandstoets geldt, is het onderscheid van belang tussen:
a.algemene welstandscriteria;
b.gebiedscriteria;
c.criteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken;
d.de toets bij ontwikkelingen;
e.reclamecriteria.
Deze criteria worden in deel B van deze welstandsnota (hoofdstuk 4 en verder) beschreven.
Hierna wordt kort vermeld hoe deze zaken zich tot elkaar verhouden. In de volgende paragrafen komen deze zaken uitgebreider aan bod.
De algemene welstandscriteria zijn het vangnet voor gevallen waarin de overige criteria (vooral de gebiedscriteria en de criteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken) niet toereikend zijn (zie paragraaf 3.3).
Gebiedscriteria zijn specifieke per bebouwingstype/gebied opgestelde welstandscriteria. Bij bepaalde bebouwingstypen is een reguliere welstandstoets aan de orde, in andere gevallen een uitgebreide toets.
Er zijn specifieke criteria opgesteld voor enkele categorieën van veel voorkomende kleine bouwwerken (vooral aan de voorkant en/of grenzend aan het openbaar gebied). Die criteria, die ook variëren per bebouwingstype, gelden voor nader bepaalde gebieden waarvoor een reguliere welstandstoets geldt. Omdat die criteria meer zijn uitgewerkt, is in het algemeen een snellere toets mogelijk wat betreft de hier bedoelde bouwplannen. Als zo’n plan niet voldoet aan deze criteria, wordt vervolgens getoetst aan de gebiedscriteria en/of algemene criteria. Voor gebieden met een uitgebreide toets worden de bedoelde plannen voor veel voorkomende kleine bouwwerken getoetst aan de uitgebreide gebiedscriteria.
Het kan voorkomen dat de geldende (gebiedsgerichte) welstandscriteria ontoereikend zijn voor een goede welstandstoets. In dat geval kan het gemeentebestuur ervoor kiezen om criteria van een bebouwingstype in de directe omgeving van toepassing te verklaren bij een ondergeschikte ontwikkeling of om een beeldkwaliteitplan te eisen bij een niet-ondergeschikte ontwikkeling.
De reclamecriteria gelden voor de toets van reclame-uitingen.
Verder bevat deze nota welstandscriteria voor woonschepen en voor boten/pontons, niet zijnde woonschepen, met vastgestelde ligplaatsen (zie hiervoor hoofdstuk 7).
3.3 Algemene welstandscriteria
Als uitgangspunt gelden voor iedere welstandsbeoordeling algemene welstandscriteria. De algemene welstandscriteria richten zich op de zeggingskracht en het vakmanschap van het architectonisch ontwerp en zijn terug te voeren op vrij universele kwaliteitsprincipes. Ze bestaan uit een uiteenzetting van algemene architectonische begrippen en aspecten waarmee kwaliteit, of gebrek aan kwaliteit, kan worden omschreven. De algemene welstandscriteria dienen ook als inspiratiebron voor de ontwerpers en opdrachtgevers.
In sommige gevallen zal ook teruggegrepen moeten worden op algemene criteria. Dat is bijvoorbeeld het geval als een ingediend bouwplan een dermate hoge kwaliteit heeft dat burgemeester en wethouders daaraan willen meewerken, ook al past het niet binnen het bebouwingstype dat ingevolge de welstandsnota van kracht is. Ook kan het zijn dat een bouwplan aan de meeste, maar niet aan alle gebiedsgerichte criteria voldoet, maar wel goed vanuit de algemene welstandscriteria te motiveren is. De algemene criteria vormen dan als het ware een vangnet voor die gevallen waarin de overige criteria niet toereikend zijn.
Voorts wordt er aan algemene welstandscriteria getoetst wanneer er sprake is van een omgevingsvergunningplichtig plan in een welstandsvrij gebied met betrekking tot een monument of beeldbepalende zaak of in een beschermd stadsgezicht.
Voorzover de gebiedscriteria niet specifiek zijn gericht op bepaalde vergunningplichtige bouwactiviteiten, gelden aanvullend de algemene welstandscriteria voor die activiteiten, als deze plaatsvinden in beschermd stadsgezicht of op een perceel waarop een monument of beeldbepalende zaak staat.
De algemene criteria zijn opgenomen in hoofdstuk 4 van deze welstandsnota.
Voor andere gevallen waarin gebiedscriteria niet toereikend zijn, kan de raad c.q. het college van B&W vooraf besluiten om gebruik te maken van de regeling die beschreven is onder paragraaf 3.6.
3.4 Gebiedscriteria
De gemeente Geertruidenberg bestaat uit verschillende woon- en werkgebieden die ieder eigen stedenbouwkundige en architectonische eigenschappen bezitten. Een historisch centrum vraagt namelijk om een andere benadering dan een bedrijventerrein. In Deel B van deze welstandsnota worden de gebieden, die in Geertruidenberg worden onderscheiden, beschreven.
Het gemeentebestuur wil in aansluiting op de landelijke deregulering (zoals vermeld in de inleiding (paragraaf. 1.1) in minder gebieden een uitgebreide welstandstoets, dan het geval was op basis van de welstandsnota uit 2004.
Belangrijke vragen bij het al dan niet aanwijzen van waardevolle gebieden zijn: a) Is er sprake van overeenkomsten in architectuur? b) Is er sprake van cultuurhistorische waarde? c) Is er sprake van een stedenbouwkundige samenhang? Elk bebouwingstype is op basis van bovenstaande vragen gewaardeerd. Uiteindelijk wordt aangegeven of een welstandstoets wenselijk is of niet en zo ja, op welke manier. Hierbij is gebruik gemaakt van de volgende indeling:
-Uitgebreide welstandstoets; dit zijn de gebieden waar de cultuurhistorische, architectonische en stedenbouwkundige waarden het duidelijkst afleesbaar zijn. In deze gebieden wordt uitgebreid getoetst op welstand. In bepaalde gevallen is het achtererfgebied welstandsvrij (zie hierna).
-Reguliere welstandstoets; dit zijn de gebieden die nog wel op welstand worden getoetst, maar waar de gemeente kiest voor een grotere vrijheid voor de burger. De welstandstoets richt zich in deze gebieden vooral op de voorkant.
-Welstandsvrij; dit zijn de gebieden waar individuele ingrepen nauwelijks invloed hebben op het straatbeeld of waar functionaliteit voorop staat. In deze gebieden wordt dan ook niet meer getoetst op welstand.
De indeling naar ‘uitgebreid’ en ‘licht’ heeft uitsluitend een signaleringsfunctie. Uiteindelijk wordt voor elk bebouwingstype met een welstandstoets een beschrijving opgenomen en worden criteria geformuleerd waaraan voldaan moet worden. In gebieden met een ‘uitgebreide’ toets moet getoetst worden aan meer en/of gedetailleerdere criteria dan in gebieden met een ‘reguliere’ toets. Hierna is een overzicht gegeven van de indeling van de bebouwingstypen.
Bebouwingstypen met een uitgebreide toets
Historische dorpsgebieden (H1)
Historische bebouwingslinten (H2)
Bebouwingslinten (H3)
Bebouwingstypen met een reguliere toets
Tuindorp/wijk (W1)
Traditionele blokverkaveling (W2)
Het Nieuwe Bouwen (W3)
Woonerven (W4)
Thematische bebouwing (W5)
Individuele woningbouw (W6) (individuele woningbouw aan de Heemraadsingel in Raamsdonk)
Industrieterrein (B1) (zichtlocaties)
Bedrijventerrein (B2) (zichtlocaties)
Bijzondere bebouwing (T1)
Centrumvoorzieningen (T2)
Buitengebied (G2)
Welstandsvrije bebouwingstypen
Individuele woningbouw (W6)
Industrieterrein (B1) (niet-zichtlocaties)
Bedrijventerrein (B2) (niet-zichtlocaties)
Jachthaven (T3)
Groen/Parken/Sport (G1)
Buitengebied (G2) (voorzover dit grenst aan de Bergse Maas)
Achtererfgebied in veel gevallen welstandsvrij
Er geldt altijd een welstandstoets, ook voor het achtererfgebied, als sprake is van situering in beschermd stadsgezicht en/of op een perceel waarop een monument of beeldbepalende zaak staat. Is niet sprake van zo’n situering, dan is het achtererfgebied welstandsvrij in de volgende gevallen:
-Bij bebouwingstypen W1 t/m 6, T1 t/m 3, G1, H1, H3;
-Bij bebouwingstype H2, mits het bouwperceel niet grenst aan bebouwingstype G2;
-Bij bebouwingstypen B1 en B2, mits het bouwperceel niet grenst aan bebouwingstype G2 en evenmin aan de Donge en aan de Bersche Maas.
In de andere gevallen bij welstandsplichtige bebouwingstypen H1, H2, B2 en G2 geldt wel (ook) een welstandstoets voor het achtererfgebied.
3.5 Criteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken
Onder de wetgeving tot 1 oktober 2010 was het verplicht om in de welstandsnota sneltoetscriteria op te nemen voor licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken. Het betrof criteria voor kleine, veel voor komende bouwwerken, zoals aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, kozijn- en gevelwijzigingen, dakkappellen en erfafscheidingen. Met het vervallen van deze categorie bouwwerken en het vervallen van de mogelijkheid van ambtelijke afhandeling van de welstandstoets, vervalt ook de verplichting om in een welstandsnota sneltoetscriteria op te nemen. Wat betreft de mogelijkheid van een ambtelijke toets: zie onderaan deze paragraaf.