Gemeentelijke regelgeving

Omgevingsprogramma Groen

Gemeente Geertruidenberg · geldt sinds 16 mei 2025

Aandacht voor natuur

3.4 Deelgebieden

1. Agrarisch gebied met waarden

De hoofdfunctie van het gebied is agrarisch, maar hier is een behoefte aan nieuwe functies. Denk aan recreatie zoals fietsen en wandelen en ook natuur. In het agrarisch gebied met waarden willen we het groen en het landschap zoveel mogelijk versterken. Natuurontwikkelingen zijn mogelijk als die aansluiten bij het karakter van het landschap, of het oorspronkelijke landschap weer laten opbloeien.

2. Agrarisch gebied open landschap

In dit deelgebied willen we het agrarische karakter behouden en de openheid van het landschap behouden. In het agrarisch gebied met open landschap willen we het groen en het landschap zoveel mogelijk behouden en versterken. Er zijn wel kansen om de biodiversiteit in dit gebied te verbeteren.

3. Amergebied

Op termijn heeft de energietransitie invloed op de Amercentrale en het omliggende terrein. In de toekomst van het Amergebied staat de ontwikkeling van het Amergebied als energielandschap centraal, dit is als dusdanig bestemd. Met dat vertrekpunt proberen we zo goed mogelijk invulling te geven aan de aspecten natuur en natuurwaarden door natuur inclusief te bouwen. Indien mogelijk zal extensieve recreatie een rol kunnen blijven spelen.

4. Centrum Geertruidenberg

Dit deelgebied bestaat uit de historische stadskern van Geertruidenberg en de omringende vestingwerken. Het stadsgezicht is van grote betekenis voor de identiteit van de gemeente. In dit verstedelijkte deelgebied ligt de focus meer op klimaatadaptatie en minder op natuur.

5. Centrum Raamsdonksveer

Dit deelgebied bestaat hoofdzakelijk uit bebouwd gebied, met één parkstructuur gelegen achter het gemeentehuis. In dit verstedelijkte deelgebied ligt de focus meer op klimaatadaptatie en minder op het verbinden en versterken van natuurwaarden.

6. Dombosch, Rivierkade en de Pontonnier

Dit deelgebied bestaat hoofdzakelijk uit bedrijventerreinen en bedrijfsbebouwing. Aan de westzijde wordt de Rivierkade van de rest van het deelgebied gescheiden door de Donge. De focus ligt hier vooral op klimaatadaptatie vanwege de dominantie van hittestress. Al worden langs de Donge ook de kansen voor natuur meegenomen.

7. Gasthuiswaard

Dit deelgebied bestaat zowel uit bebouwd gebied als uit agrarisch gebied. Het bebouwd gebied is een relatief grootschalig bedrijventerrein. Het bestaat uit een smalle strook met bedrijvigheid langs de oever van de Donge. De focus ligt zowel op klimaatadaptatie als op het verbinden en versterken van natuur.

8. Geertruidenberg

Dit deelgebied bestaat uit woonwijken buiten de stadskern van Geertruidenberg. Doordat

Geertruidenberg tot het stedelijk gebied behoort ligt de focus hier meer op klimaatadaptatie en minder op het verbinden van natuur. Tegelijkertijd doen zich aan de randen van Geertruidenberg goede mogelijkheden voor ten aanzien van biodiversiteit.

9. Natuurgebieden

De natuurgebieden behoren volledig tot het buitengebied. De focus zal hierbij liggen op het verbinden en versterken van natuur. De groenblauwe structuren spelen daarbij een dominante rol, aangezien dit de hotspots zijn voor biodiversiteit in de gemeente.

10. Raamsdonk

Dit deelgebied bestaat hoofdzakelijk uit (kleinschalig) bebouwd gebied, met centraal gelegen woonwijken met rijtjeshuizen en naar de randen toe boerenerven. Doordat Raamsdonk tot het stedelijk gebied behoort ligt de focus hier meer op klimaatadaptatie en minder op het verbinden van natuur. Het landelijke karakter biedt wel mogelijkheden voor de extensieve natuurbeleving.

11. Raamsdonksveer

Dit deelgebied is het meest bebouwd in de hele gemeente, waardoor de focus hier met name ligt op klimaatadaptatie. Tegelijkertijd zijn hier groenvoorzieningen aanwezig, die nog beter aangesloten kunnen worden op andere netwerken. Ook willen we in Raamsdonksveer speelplekken in het groen stimuleren om mensen van jong en oud actief te stimuleren om te bewegen. In de wijken en buurten moet de hoogwaardige kwaliteit van de openbare ruimte behouden blijven.

4 Beleidsuitgangspunten

4.1.1 Versterken en verbinden van groen (kwantiteit)

Beleidsregel: De komende tien jaar streven we naar het planten van 3.000 bomen, dat zijn 300 bomen per jaar.

Voor de realisatie van meer groen spelen bomen een prominente rol. Daarom bestaat de nadrukkelijke ambitie om 3.000 bomen te planten in tien jaar, die minstens zestig tot tachtig jaar oud kunnen worden. Naast het planten van nieuwe bomen valt hier ook onder het vervangen van ongezonde bomen die aan vervanging toe zijn of al zijn geveld.

We werken met de bomenbalans. Dit geeft inzicht in het aantal bomen, maar zegt ook iets over het boomkroonvolume dat binnen het project toeneemt of verdwijnt. Het boomkroonvolume (BKV) is een belangrijk kengetal voor de mate waarin bomen bijdragen aan de ecosysteemdiensten. Als uitgangspunt geldt: des te groter het kroonvolume van een (gezonde) boom, des te groter is de bijdrage aan de ecosysteemdiensten. Bij het streven om meer groen in de nabijheid van woningen te handhaven of te realiseren, gaan we zoveel mogelijk uit van de 3+30+300-regel.

Beleidsregel: Bij herinrichting en renovatieprojecten wordt de omgeving aantoonbaar vergroend, minimaal met 2%.

Bij elk project vindt vergroening plaats, waarbij zoveel mogelijk wordt uitgegaan van de 3-30-300 regel. Herinrichting en renovatie vindt doorgaans slechts 1 keer in de 30-50 jaar plaats en daarom is het belangrijk om goed na te denken over vergroeningskansen als dit moment zich voordoet. De mate waarin dat daadwerkelijk gebeurt is een afweging per project. Het streven is om op termijn de omgeving minimaal 10% te vergroenen ten opzichte van 2022. Indien maatregelen niet haalbaar zijn wordt in de directe nabijheid gezocht naar mogelijkheden.

Om hittestress tegen te gaan vervangen we verharding door groen. Hierdoor warmt de omgeving minder op. Bovendien biedt het groen, met name bomen, schaduw waar mensen kunnen afkoelen bij hitte. Bij minder verharding kan regenwater beter infiltreren in de bodem, waardoor de rioleringen minder onder druk komen te staan. Bovendien ontstaat meer ruimte voor het verduurzamen van de groeiplaatsen van bomen en dus een vitaler bomenbestand.

Beleidsregel: Bij vergroening passen we maatwerk toe, afhankelijke van de lokale context en kansen.

Groen gaat na aanplanting alleen werken als het effectief is. Het moet aansluiten bij de daadwerkelijke situatie. Ondergrond, vochtigheid, levensduur en soorten zijn allemaal variabelen die hierbij belangrijk zijn. We streven naar groen dat van goede kwaliteit is. Dit hangt af van de plek en de situatie: hoe gebruiken we het groen, wat zijn de omstandigheden, is er zon én schaduw? En heel belangrijk: zijn de groeiomstandigheden van groen goed? Bodem en water zijn sturend. Groen kan pas effectief zijn als er water in de grond zit.

We gaan niet alleen meer bomen aanplanten, maar we zorgen er ook voor dat bomen voldoende vocht tot hun beschikking krijgen. Het type groen hangt af van de bodemsoort en de inrichting van de ondergrond. Bijvoorbeeld voetpaden en fietspaden af laten lopen in een berm met bomen. Die bermen houden het vocht in de bodem en vullen ook het grondwater aan.

Om tot kwalitatief groen te komen moet het groen passen in de lokale situatie. Waarbij niet alleen gekeken wordt naar esthetiek, maar waar bij de inrichting gekeken wordt naar toekomstbestendig groen. Idealiter autochtoon, biodivers en biologisch. Ook voor de biodiversiteit is niet al het groen van dezelfde waarde. Meer informatie over het benutten van groen voor verbetering van biodiversiteit, luchtkwaliteit, klimaat en temperatuur en waterhuishouding in de stad is te vinden in de factsheets van de WUR (zie hoofdstuk 8, Bronnenlijst).

Beleidsregel: Bij nieuwbouw ontwikkelingen is natuurinclusief ontwerpen en bouwen het uitgangspunt

Natuurinclusief bouwen betekent dat er bewust ruimte voor biodiversiteit wordt gecreëerd op, aan of in het gebouw of de (openbare) omgeving, zodat er meer diverse planten- en diersoorten kunnen leven. In 2025 wordt het verplicht om in het kader van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) nestvoorzieningen te integreren voor huisgebonden soorten zoals huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Dit betekent dat bij de bouw van woningen, bedrijfspanden en andere objecten de natuur wordt geïntegreerd door bijvoorbeeld het accommoderen van nestvoorzieningen, het aanleggen van groene daken en gevels, natuurlijke tuinen of groene erfafscheidingen. Tot die tijd verkennen we de randvoorwaarden en meetinstrumenten om deze natuurinclusieve aanpak te bevorderen.

Beleidsregel: Bestaande boomstructuren worden in stand gehouden bij het aanleggen van groen en planten van nieuwe bomen.

De hoofdboomstructuur is meestal kernoverstijgend door zijn landschappelijke, natuurlijke, stedenbouwkundige en/of verkeerskundige functie. Het betreft vooral de doorgaande wegen door en tussen de kernen. De hoofdstructuren bestaan uit forse bomen, bomen van de eerste of tweede grootte. Deze structuur vormt een duurzaam en beeldbepalend netwerk binnen de gemeente, het vormt het visitekaartje. Het ontwerp, aanleg en beheer zijn gericht op het bereiken van grote, vitale bomen die samen een opvallende structuur vormen.

De wijkboomstructuren verfijnen en ondersteunen het netwerk van de hoofdstructuur. Wijkboomstructuren bestaan vaak uit een serie van meer of minder representatieve wijkontsluitingswegen. In het buitengebied drukken de wijkboomstructuren een duidelijke stempel op een (deel-)gebied of bijzondere lijn. We streven naar fraaie bomen van de eerste grootte (volwassen bomen hoger dan 18 m), die forse groene lijnen opleveren die het landschap doorkruisen en opdelen. Daar waar mogelijk hoeft de verschijningsvorm van een wijkboomstructuur niet te verschillen van een hoofdstructuur. We richten de openbare ruimte zodanig in dat we de biodiversiteit versterken. Daarbij zoeken we een balans tussen de winst voor biodiversiteit en de bijbehorende beheerkosten.

Groenstructuurvlakken

Op de groenstructuurkaart (bijlage 1 en 2) zijn de groenblauwe structuren opgenomen. Water en het omliggende grootschalige groen zijn belangrijk. Ook zijn parken opgenomen, die deel uitmaken van de koelteplekken en zorgen voor verbinding met de natuur. Deze parken liggen zowel binnen als buiten de dorpen. Ze vergroten de beleving van groen, de identiteit van het gebied en de biodiversiteit.

De parken willen we behouden en het beheer en de inrichting van de parken willen we waar mogelijk optimaliseren. Voor het beheer van parken en historisch groen wordt een ‘Beheervisie parken en Historisch Groen’ opgesteld.

De groenstructuurkaart wordt toegepast bij het toetsen en afwegen van (nieuwe) ontwikkelingen, herinrichtingen en herstructureringen. De groenstructuurkaart wordt als kader gebruikt bij deze ontwikkelingen en dient als input voor het opstellen van andere beleidsplannen en een omgevingsplan. De groenstructuurkaart is opgebouwd uit de boomstructuur én belangrijke groenstructuren. De boomstructuur die in 2008 is opgezet zetten we voort in deze groenstructuurkaart. De boomstructuur die we nastreven is gedifferentieerd, omdat het aansluit op een divers landschappelijk, natuurlijk en historisch raamwerk. Naast een boomstructuur zijn ook groenvlakken aan de kaart toegevoegd.

Beleidsregel: Alle aanwezige groenstructuren, zowel bomen als struiken en struwelen, koesteren we.

Al het groen in de gemeente is in meer of mindere mate van toegevoegde waarde. Het vervuld namelijk een rol in het ecosysteem, milieu en klimaat. Het uitgangspunt is dan ook dat we geen groen verwijderen, maar dat we al het groen koesteren. In het bijzonder geldt dit voor de aanwezige groenstructuren. Dit zijn structuren die een verbindende functie hebben.

Wanneer behoud ter plaatse niet mogelijk is, dan zorgen we voor compensatie. De compensatie dient minimaal van eenzelfde omvang en kwaliteit te zijn als het te verwijderen deel. De compensatie moet plaatsvinden binnen de gemeentegrenzen. Wanneer compensatie niet kan worden gerealiseerd dan moet voorafgaand aan het verdwijnen van de te verwijderen groenstructuur financiële compensatie plaatsvinden door een bedrag te storten in de gemeentelijke bomenvoorziening, bedoeld voor instandhouding van een duurzaam bomenbestand in de gemeente Geertruidenberg. Het te compenseren bedrag wordt bepaald door de taxatiewaarde die is bepaald door een erkend en gecertificeerd taxateur, gespecialiseerd in groen en/of bomen.

Beleidsregel: De ondergrond en bijbehorende infrastructuur wordt onderzocht bij het aanleggen van groen.

Voor het aanplanten van bomen is de onderliggende infrastructuur van groot belang. Kabels en leidingen kunnen daarbij belemmerend werken. Bij de toekomstige inrichting van de openbare ruimte speelt vergroening een belangrijke rol en moet bij de inrichting altijd goed gekeken worden naar een passende inrichting van de ondergrondse infrastructuur in combinatie met bomen. Gemeente Geertruidenberg neemt zoveel als mogelijk bij de aanleg van kabels en leidingen het initiatief voor aanwijzing van een boomvriendelijk tracé en gestuurd boren onder monumentale en waardevolle bomen en groenstructuren.

Beleidsregel: Doorbroken groene en blauwe structuren worden waar mogelijk met elkaar in verbinding gebracht.

De grootste ecologische waarde ligt langs de Donge. Dit is een grote groenblauwe dooradering van de gemeente, waaraan ook het Natuur Netwerk Brabant (NNB) is gelegen. Het is wenselijk om dit gebied te versterken en andere groene en blauwe structuren hierop aan te sluiten. Dan ontstaat er meer verbinding tussen de verschillende gebieden en dit komt de natuurwaarden ten goede.

Ook de drie kernen binnen de gemeente kunnen een bijdrage leveren vanuit de bestaande groenstructuren en de aanwezige wateren. Door stedelijk groen (parken, tuinen, bedrijfsgroen, straatgroen) met de juiste beplanting in te richten, ecologisch te beheren en te verbinden wordt de biodiversiteit ondersteund. Ook de biotopen rondom de bedrijventerreinen, gebouwen, schoolpleinen en waterpartijen kunnen een bijdrage leveren. Dergelijke ontwikkelingen moeten in samenhang bekeken worden en aansluiten op de lokale context van de desbetreffende biotoop. In eerste instantie is hiervoor meer groen nodig, om die verbindingen beter te kunnen maken. Wanneer de structuur versterkt wordt kan dit ook bijdragen aan een aangesloten natuurbeleving.

4.1.2 Biodiversiteit (groene omgeving, kwaliteit)

Beleidsregel: Betere leefomstandigheden creëren voor icoonsoorten binnen de gemeentegrenzen.

Gemeente Geertruidenberg werkt met icoonsoorten. Dit zijn dieren en planten die ons een beeld geven van hoe het gaat met de biodiversiteit. Als een icoonsoort aanwezig is, wil dat zeggen dat het goed gaat met de natuurwaarde in onze gemeente. Icoonsoorten zijn ook zogenaamde doelsoorten waarmee de gemeente het beheer en inrichting van de (openbare) ruimte kan optimaliseren. Veel soorten profiteren namelijk mee wanneer we maatregelen treffen voor de icoonsoorten.

Door rekening te houden met en maatregelen te treffen voor icoonsoorten, creëren we een goede omgeving voor mens, dier en plant. Voor gemeente Geertruidenberg hebben we dertien icoonsoorten geselecteerd (zie bijlage 4). Dat betekent dat bij zowel ruimtelijke ontwikkeling en inrichting als bij beheer en onderhoud hier rekening mee wordt gehouden. Icoonsoorten leven in specifieke biotopen, door rekening te houden met deze biotopen wordt op de geschikte plekken invulling gegeven aan maatregelen voor de juiste icoonsoorten.

Het stedelijk gebied is een landschap op zich, met een eigen karakteristiek en dynamiek. Veel dieren weten zich aan te passen aan de dynamiek van de stad. We ontdekken dat de stad een eigen biotoop heeft, een ecosysteem waar de mens een belangrijke rol in speelt. Dit versnipperde landschap heeft specifieke voordelen ten opzichte van het buitengebied (bijvoorbeeld: warmer, wintervoeding, geen jacht, weinig tot geen gewasbeschermingsmiddelen).

Beleidsregel: Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de stedelijke icoonsoorten, onder andere huismus, gierzwaluw en vleermuizen.

De Omgevingswet verbiedt onder andere het vernietigen, doden en verwonden van beschermde dier- en plantensoorten en het wegnemen van hun verblijfplaatsen. In de gebouwde omgeving gaat het bij beschermde soorten vooral om vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen. Hiermee moet tijdens een verbouwing of ontwikkeling rekening mee worde gehouden. Zodat de aanwezige populaties beschermde soorten in stand gehouden kunnen worden of verbeteren.

De gemeente kan ook in één keer voor de gehele gemeente een ecologisch onderzoek doen en maatregelen nemen op gebiedsniveau. De gemeente beschrijft dit ecologisch onderzoek en de maatregelen op gebiedsniveau in een soortenmanagementplan. Het soortenmanagementplan dient de gemeente in bij de provincie. Op basis van het soortenmanagementplan kan de provincie vervolgens aan de gemeente voor tien jaar een gebiedsgerichte omgevingsvergunning verlenen.

Beleidsregel: Hotspots van biodiversiteit worden zoveel mogelijk beschermd en versterkt

Een hotspot van biodiversiteit is een locatie, waar het aantal soorten flora en fauna dat er voorkomt hoger is dan op andere locaties binnen de gemeente Geertruidenberg. In bijlage 5 zijn de hotspots op een kaart weergegeven. De hotspots bevinden zich hoofdzakelijk aan de randen van de gemeente en het zijn vooral locaties langs in, op of om het water. De hotspots verdienen meer aandacht dan ze nu krijgen en bieden kansen om de soortenrijkdom verder te vergroten.

Een beschermde status betekent dat we voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen deze gebieden uitgaan van het “Nee, tenzij” principe, zoals gebruikelijk is in het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Ruimtelijke ontwikkelingen mogen niet plaatsvinden, tenzij door een ecoloog is vastgesteld dat dit geen negatieve effecten tot gevolg heeft voor het betreffende natuurgebied.

Beleidsregel: We zetten zowel in op plekken met een hoge soortendiversiteit (kansen voor veel soorten) als op plekken met lage soortendiversiteit (specifieke kansen).

Uit de Nationale Databank Flora en Fauna blijkt dat we in de verschillende deelgebieden van onze gemeente meer of minder soorten aantreffen. De zeven belangrijkste en best onderzochte soortgroepen zijn vaatplanten, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en vogels.

In onze gemeente zien we rondom sommige hotspots een soortendiversiteit tot wel 700 verschillende soorten. In andere gebieden, zoals in de kern Raamsdonksveer, zien we minder biodiversiteit, namelijk zo’n 200 tot 300 verschillende soorten. Daarnaast zijn er ook soorten in onze gemeente, met name aan de noordelijke zijde, die op de Rode lijst staan. Op de Rode lijst staan soorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Om biodiversiteit te behouden is het belangrijk dat we onze natuur, maar ook de groene gebieden op waarde schatten. En dat we zowel oog hebben voor de reeds aanwezige natuurlocaties als de kansen op nieuwe locaties.

Beleidsregel: Grotere diversiteit in het bomenbestand en voedselbron voor insecten

Een belangrijke reden om in te zetten op diversiteit van soorten is dat het betere bescherming biedt tegen ziekten en plagen in bomen en struiken. Bij nieuwe aanplant van bomen en struiken is het belangrijk om ook te selecteren op voedselbomen/-struiken voor insecten. Bomen en struiken die gedurende een specifieke periode van het jaar voedsel leveren aan bijen en andere bestuivers zijn belangrijk voor de biodiversiteit. Ook aandacht voor bomen die voedsel voor vogels produceren zoals bomen met eetbare bessen zijn belangrijk. Dit vraagt nadrukkelijk de aandacht om aan de voorkant van een initiatief goed na te denken over de passende soort in de desbetreffende context. Het vertrekpunt daarbij is diversiteit, aangezien homogene groepen vaak weinig biodiversiteit brengen.

Beleidsregel: Ecologisch maaibeheer vormt het uitgangspunt voor alle grassen, met uitzondering van locaties waarin andere functies voorrang krijgen.

Bermen, groenstroken en oevers maken een aanzienlijk deel uit van het landoppervlakte. Veel soorten planten en dieren vinden hier hun leefgebied. Bermen en oevers hebben bovendien de functie van verbindingsbaan. Ook voor bijen en andere insecten is het een belangrijk leefgebied.

Alleen bij een juiste manier van beheer leveren ze een belangrijke bijdrage aan de biodiversiteit. Alle reden dus om goed om te gaan met bermen en ze ecologisch te beheren. Ecologisch beheer vraagt om een andere manier van beheer dan regulier maaien. Ecologisch maaibeheer leggen we vast door (op de toegewezen plekken) in onderhoudsbestekken eisen te stellen aan de opdrachtnemer, bijvoorbeeld Kleurkeur-certificering.

Daarnaast is en blijft ook een groot deel van het groen als grasgazon behouden. Dit dient namelijk ook functionele doeleinden, zoals het uitlaten van honden, spelen met kinderen of gelegenheid tot wandelen. Gazons worden dan ook op een manier onderhouden die dergelijke activiteiten faciliteert.

Beleidsregel: Wanneer door ruimtelijke ontwikkelingen natuurgebied verdwijnt compenseren we dat binnen de gemeentegrenzen.

Een belangrijk criterium voor natuurcompensatie is dat geen verlies van natuurwaarden mag optreden. Er mag geen nettoverlies optreden van de oppervlakte en de kwaliteit van aanwezige natuurwaarden. Natuur gaat verloren: planten, bomen en stuiken verdwijnen. Het vaststellen van de fysieke oppervlakte van (leef)gebieden die verloren gaan door een ingreep is de eerste stap in het bepalen van effecten. De tweede stap is lastiger: wat zijn de effecten op dieren? Als een deel van het leefgebied verloren gaat moeten we weten of het resterende, versnipperde deel nog een levensvatbare populatie kan herbergen. Wanneer dat niet het geval is moeten we ons afvragen of het resterende gebied samen met andere leefgebieden in de omgeving groot genoeg is voor een levensvatbare populatie. Bovendien moeten we weten of de ingreep wellicht een verstoring teweegbrengt in het gebied dat overblijft na de ingreep.

Om de natuurwaarde van het te verdwijnen gebied te beoordelen is dus specifieke ecologische deskundigheid vereist. Een ecologisch deskundige bepaalt daarom de natuurwaarde. Uitgangspunt is om de verloren natuurwaarde te compenseren met minimaal eenzelfde omvang en kwaliteit.

Ecologische toets

16. Beleidsregel: Langs perceelsgrenzen in het buitengebied worden waar mogelijk groene perceelscheidingen aangebracht, zoals heggen, houtwallen of takkenrillen

Een heg, houtwal of takkenril biedt ruimte aan het schuilen en broeden van insecten, zoogdieren en vogels. Ook paddenstoelen, mossen en varens groeien graag op dit soort plekken. Groene perceelscheidingen zorgen voor een aantrekkelijk leefgebied voor veel nuttige dieren. Ze geven een boost aan de biodiversiteit.

De buitengebieden zijn van belang voor akker-, weidevogels zoals patrijzen, kievieten, veldleeuwerik et cetera., maar ook zoogdieren zoals hazen en egels en amfibieën. Al deze soorten hebben voedsel en bescherming nodig in het open agrarisch landschap om te overleven.

Patrijshagen, keverbanken, kruidenrijk gras, winterstoppels en kikkerpoelen zijn hierbij onmisbaar.

Het beter benutten van verplichte bufferstroken biedt hiervoor potentie. Agrarische natuurvereniging Slagenlandschap met aangesloten biologische boeren zetten zich hier al voor in, zoals door een akkervogelgebied en aanplant van wilgen. Buitengebieden zijn belangrijke overgangsgebieden tussen bebouwde omgeving en natuurgebieden.

Beleidsregel: Binnen de natuurgebieden wordt zoveel als mogelijk de rust en stilte gewaarborgd.

Het is de bedoeling dat flora en fauna in natuurgebieden tot rust komen. Onder natuurgebieden worden hier Natura 2000 gebieden en het Natuur Netwerk Brabant (NNB) verstaan. Stiltegebieden zijn vaak net als natuurgebieden toegankelijk, maar lawaaiige activiteiten zijn er uit den boze.

Stiltegebieden zijn unieke gebieden waar de nood tot bescherming voortvloeit uit de eigenschap stilte en rust. Stilte betekent hier niet de totale afwezigheid van geluid maar wel een aangenaam geheel van geluiden. Het is een aaneengesloten gebied dat een landelijk karakter heeft. Natuurlijke geluiden, afkomstig van zowel fauna als flora overheersen

Beleidsregel: Een gezonde bodem vormt de basis voor de biodiversiteit. Het optimaliseren van bodemleven vormt een belangrijk onderdeel van ruimtelijke invulling.

Een gezonde bodem met een hoge biodiversiteit heeft essentiële functies. Het draagt bij aan de bodemvruchtbaarheid, een goede bodemstructuur, het weren van ziekten en plagen en het afbreken van (schadelijke) stoffen. Deze essentiële functies noemen we ecosysteemdiensten. Om de biodiversiteit te stimuleren kunnen overgangsgebieden ingericht worden. Bij een overgangsgebied verandert het milieu op een relatief korte afstand, zoals van hoog naar laag, van droog naar nat en/of van voedselrijk naar voedselarm. In overgangsgebieden kunnen door de verschillende milieus meer soorten leven en is er een betere samenhang.

Beleidsregel: Kleine groene biodiversiteitsmaatregelen door inwoners worden waar mogelijk gefaciliteerd door de gemeente.

Inwoners kunnen ook zelf initiatief nemen in het onderhoud of realiseren van groen in hun buurt of wijk. Hiervoor bestaat de mogelijkheid om aanspraak te maken op het beschikbare Wijkbudget. Bijvoorbeeld voor het vergroenen van een pleintje of voor bloemrijke boomspiegels. Ook is het mogelijk om als inwoner (kleinschalig) bij te dragen aan het beheer en onderhoud, als gemeente belonen wij dan ook het weghalen van onkruid. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van het concept ‘Wijkgericht SAMENwerken’, waarin de gemeente burgerinitiatieven van inwoners begeleid en faciliteert. Daarnaast probeert de gemeente zelf ook langs te komen op locaties waar wij kansen zien om tot maatregelen te komen.

4.2 Klimaat

Beleidsregel: Om hittestress tegen te gaan planten we bij herinrichting van de openbare ruimte meer bomen en groenstroken dan in de huidige situatie.

Het onderscheppen van zonnestraling is de meest effectieve manier om de gevoelstemperatuur te verminderen. In die zin zijn grote bomen met dichte boomkruinen de beste optie om de gevoelstemperatuur in stedelijke gebieden te verbeteren, omdat ze de meeste schaduw creëren. Hittegolven kunnen echter gepaard gaan met langere droogteperioden. Daarom is het belangrijk dat we ook rekening houden met de droogtetolerantie van de boomsoort. Bomen die aangedaan zijn door droogte kunnen hun bladeren verliezen, waardoor hun vermogen om schaduw te bieden vermindert. Daarom zijn de meest geschikte bomen die hittestress tegen moeten gaan ook bestand tegen droogte. Bij de keuze van bomen en groen gaan we uit van maatwerk. We houden rekening met beschikbaar water, bodem en klimaatbestendigheid van het sortiment.

Beleidsregel: Parkeergelegenheden worden zoveel mogelijk aangelegd als halfverharding of groene parkeerplaatsen.

Bij de aanleg van halfverharding is het belangrijk met duurzame en circulaire producten te werken die geen schade/vervuiling aanbrengen in de toekomst. Denk aan biobased materialen. Halfverharding zorgt voor het doorlaten van (regen)water. Door halfverhardingen te gebruiken krijgt een parkeerplaats een natuurlijke uitstraling. Daarbij kan de halfverwarding worden ingezaaid met gras. Het is een duurzaam alternatief voor bestrating of asfalt. Vertrekpunt is om dit toe te passen bij renovatie, maar in geval van bovenmatige hittestress kunnen ook bestaande parkeervoorzieningen worden omgevormd.

Beleidsregel: Op plekken in de gemeente die gevoelig zijn voor droogte wordt waar mogelijk water opgevangen.

Grote delen van de gemeente zijn van nature nat of hebben bodems die slecht water doorlaten of vasthouden. Water opvangen leidt dan mogelijk tot een vorm van overlast, doordat het niet goed in de bodem kan infiltreren. Daarom moet voor het opvangen van water goed gekeken worden waar dit in de gemeente doelmatig is en meerwaarde biedt.

Wanneer een locatie geschikt is kan het vasthouden van water bijdragen aan het voorkomen van tekorten in droge perioden. Wanneer het water opgeslagen wordt, kan het weer beschikbaar komen in tijden van droogte. Maatregelen zijn: het weghalen van verharding rond bomen, regenwateropvang door middel van groene daken, bassins en wadi’s. Op droogtegevoelige plekken helpen alle beetjes (groot of klein) tegen het bestrijden van droogte en wateroverlast. Zo kan ook vergroening van tuinen, daken en gevels een bijdrage leveren aan het vasthouden van water.

Voor een goede waterkwaliteit staat een natuurlijk watersysteem centraal.

Met een watersysteem dat is gebaseerd op het natuurlijke bodem-watersysteem is veel winst voor de natuur te behalen. In dit geval komen weinig nutriënten in de wateren en komt de oorspronkelijke vegetatie tot bloei. Vanwege de aanwezige industrie en de nabijheid van de agrarische sector zal dit een kwestie zijn van de lange adem. Desalniettemin komt het de bedrijven en de inwoners ten goede wanneer de waterkwaliteit en bijbehorend watersysteem op orde is. Zo’n aanpassing van het bodemwatersysteem brengt niet alleen de biodiversiteitsdoelen dichterbij, maar komt ook tegemoet aan het milieu.

Beleidsregel: Daken worden bij nieuwbouw of herinrichting zoveel mogelijk vergroend.

Onder een groen dak verstaan we een dak dat begroeid is met planten, eventueel aangevuld met kruiden en/of grassen. Een groen dak bestaat uit diverse lagen. Daardoor kan het een behoorlijke hoeveelheid water opvangen. Water dat anders direct zou worden afgevoerd via het riool en mogelijk overlast zou veroorzaken. Via de begroeiing, die insecten en vogels aantrekt, verdampt het water geleidelijk. Bij nieuwbouw of herinrichting ontstaat vanaf het ontwerp ruimte om hier direct goed invulling aan te geven, waar dit voor bestaande bouw veel lastiger is

Beleidsregel: Op lokale kleine schaal inwoners faciliteren in klimaatmaatregelen

Geertruidenberg mee aan het NK Tegelwippen en is aangesloten bij dit nationale initiatief. Het maakt niet uit of het om een kleine of grote tuin gaat, iedereen kan meedoen. Tegels vervangen door groen in de tuin is goed voor het klimaat en de natuur. In een groene tuin heb je minder wateroverlast, is het koeler in de zomer en een groene tuin is goed voor allerlei dieren, insecten en vogels. Samen kunnen we op tal van manieren bijdragen aan een groenere en gezondere omgeving. De gemeente Geertuidenberg ondersteunt vanuit Wijkgericht SAMENwerken dergelijke initiatieven door mee te denken en mee te helpen en waar mogelijk financiële bijdrages te leveren. Denk hierbij ook aan het planten van bomen of moestuinen.

Hoe groen de gezondheid en het welzijn bevordert

26. Beleidsregel: We streven naar de 3+30+300-regel, waarin we met het toevoegen van nieuw groen stapsgewijs toewerken naar het behalen van deze kentallen.

De regel gaat uit van al het groen in de wijk, zowel het gemeentelijk groen als het particulier groen, bijvoorbeeld de achtertuinen van inwoners. Het gaat niet alleen om groen in parken en op recreatieroutes, maar ook om groen dicht bij huis. Ook elkaar ontmoeten en samen aan de slag via beheer door bewoners zijn belangrijk.

Mensen komen elkaar tegen en maken een praatje in het park, sporten er of onderhouden gezamenlijk een groen speelplein in de buurt. De 300-regel doelstelling gaat er bijvoorbeeld om dat inwoners op korte afstand van hun woning kunnen genieten van groene pleinen, groene speel- en sportplekken, plantsoenen, buurtparkjes en stadstuinen.

Een groene leefomgeving is een aantrekkelijke leefomgeving. Denk bijvoorbeeld aan groen en water bij woningen en bedrijventerreinen. Dit heeft niet alleen een positieve invloed op de gezondheid, maar dragen ook bij aan een aantrekkelijk woon- en vestigingsklimaat. Daarnaast biedt het kansen om hittestress en wateroverlast te verminderen. Om beleid te maken dat groen direct koppelt aan gezondheid is de 3+30+300-regel ontwikkeld. In bijlage 9 is de 3+30+300-regel voor gemeente Geertruidenberg uitgewerkt.

Beleidsregel: In de gemeente wordt waar mogelijk voorzien in extra mogelijkheden voor extensieve natuurbeleving.

De nadruk ligt hier op de manieren waarop we het groen in de gemeente beter kunnen beleven. Groene plekken nodigen uit tot recreatie, actief bewegen en sociale interactie. Het gaat hier om het creëren van wandelpaden, fietspaden, klompenpaden of blotevoetenpaden. Plekken waar je even tot stilstand kunt komen en rust kunt ervaren. Op plekken waar we actief bezig zijn met de vergroeningsopgave kijken we daarom ook altijd naar de mogelijkheden van extensieve natuurbeleving. Binnen natuurbeschermingszones staat rust centraal en wordt in principe niet voorzien in extra mogelijkheden voor natuurbeleving.

Groen levert een belangrijke bijdrage aan de uitstraling en beleving van de gemeente. Dit is zowel van belang voor bezoekers, als voor de manier waarop de inwoners en gebruikers naar hun eigen buurt en stad of dorp kijken. Hoe hoger de waardering, hoe hoger het woon- en gebruiksgenot en hoe zorgzamer mensen met het groen in hun eigen omgeving omspringen. Het wordt beleefd.

Beleidsregel: We nemen in het groenbeleid de cultuurhistorie mee

Alhoewel meer groen, biodivers groen en klimaatadaptief groen de prioriteit heeft is het daarnaast belangrijk om de ontwikkelingen in een cultuurhistorisch perspectief te plaatsen. Om een (her) ontwikkeling goed te kunnen duiden is het van belang om te kijken naar de cultuurhistorische elementen. Dan ontstaat bovendien samenhang in het groen.

De invulling is afhankelijk van de periode waarin het is aangelegd, de hand van de ontwerper, soortkeuze, maatschappelijke tendensen en de intensiteit van beheer. Verschillende landschappen, landgoederen, buitenplaatsen, lanen en verdedigingswerken verwijzen naar belangrijke periodes in de geschiedenis. Daarnaast is de historie van een stad of dorp vaak ook te af te lezen uit de groenaanleg. In elke periode werden andere keuzes gemaakt voor:

gebruik (alleen flaneren op de paden of ook sportmogelijkheden in het groen);

weelderigheid van beplanting (veel kleur en bloemen of juist heel sober);

mate van natuurlijkheid (strak vormgegeven en/of intensief beheer of organische vormgeving en/of extensief beheer).

Door de juiste variatie aan te brengen in de groenvoorzieningen, wordt het onderscheidend vermogen versterkt en ontstaat een groter onderscheid aan vestigingsmilieus (voor elk wat wils). Door oog te hebben voor het oorspronkelijke gedachtengoed en door de identiteit waar mogelijk te versterken worden de belevings- en gebruikswaarde verhoogd.

Beleidsregel: We zorgen bij het vergroenen voor educatie, communicatie en participatie

Het vergroenen van de gemeente Geertruidenberg is niet enkel een opgave van de overheid. Bewoners, scholen en bedrijven hebben profijt van een groene omgeving, dus het is van belang om deze partijen hierin mee te nemen. Door bewoners te informeren over het belang van groen, bewustwording te creëren en ze te stimuleren om ook een bijdrage aan de vergroening te leveren. Dit zorgt ervoor dat bewoners en gebruikers zorgzamer met het groen omgaan. Wanneer bijvoorbeeld jongeren al vroeg kennis maken met de positieve effecten van groen, waarderen zij dit ook op latere leeftijd en inspireren zij andere personen.

Beleidsregel: We streven naar het zoveel mogelijk vergroenen en natuurlijk inrichten van speeltuinen en schoolpleinen

Een natuurlijke speeltuin biedt kinderen de kans om op ontdekkingsreis te gaan op elementen zoals zwerfkeien, zandondergronden, wilgentunnels, struiken, bloemen, water of boomstammen. Al deze natuurlijke elementen zorgen voor vrij spel en ontdekken van de natuur. Een groen schoolplein draagt bij aan het in balans brengen en houden van de natuur. Meer uitdaging op een plein zorgt voor minder ‘gedoe’ tussen leerlingen. Ze maken kennis met de natuur, zijn beschermd tegen de zon en een groen plein houdt het regenwater beter vast. Door veel groen en minder tegels is er bovendien meer ruimte voor regenwater om de grond in te zakken. Los van dit alles ziet een groen schoolplein er veel aantrekkelijker en sfeervoller uit dan een ‘grijs’ plein.

Beleidsregel: Op lokale schaal worden inwoners, scholen en bedrijven gefaciliteerd die willen bijdragen aan klimaatadaptieve maatregelen en biodiversiteitsherstel.

In de gemeente zetten wij ons actief in om lokale maatregelen te stimuleren. Inwoners stimuleren we aan de hand van bewustwording, acties, landelijke dagen, subsidies en burgerinitiatieven. Bij scholen stimuleren we groene schoolpleinen en groene educatie. Voor bedrijven geldt dat we ze – net als bij de inwoners – stimuleren en faciliteren op tal van onderdelen

Bijlage 3 Biotopen

Op hoofdlijnen zijn de biotopen onder te verdelen in grijze natuur, groene natuur en blauwe natuur. Grijze

natuur betreft hier de erven buitengebied, de bedrijventerreinen en de stedelijke omgeving. Blauwe natuur

betreft de wateren. De overige biotopen vallen onder de groene natuur.

Bijlage 5 Hotspots biodiversiteit

In gemeente Geertruidenberg zijn zes hotspotgebieden aangegeven: Amertak, Donge ten oosten A27, Donge ten westen A27, Kleine Nieuwe Dombosch, Kromgat en Overdiepse polder - Oude Maasje. Van deze locaties maakt alleen Kromgat geen onderdeel uit van het NNB.

Bron: Actualisatie groenbeleidsplan gemeente Geertruidenberg, Maasarend, januari 2024.

Bijlage 6 Hittestress door warme nachten

Bron: Actualisatie groenbeleidsplan gemeente Geertruidenberg, Maasarend, januari 2024.

Bijlage 7 Natuurnetwerk Brabant

Bron: Actualisatie groenbeleidsplan gemeente Geertruidenberg, Maasarend, januari 2024.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.