Gemeentelijke regelgeving

Leidraad invordering gemeentelijke belastingen Geertruidenberg 2022

Gemeente Geertruidenberg · geldt sinds 1 januari 2022

Aanhef

Inhoudsopgave

Leidraad invordering gemeentelijke belastingen Geertruidenberg 11

Artikel 1 Inleiding en toepassingsgebied 11

1.1. Inleiding 11

1.1.1. Lijst met gebruikte afkortingen 12

1.1.2. Definities 12

1.1.3. Reikwijdte beleidsvoorschriften 13

1.1.4. Aansprakelijkgestelden en andere derden 13

1.1.5. Awb en algemene beginselen van behoorlijk bestuur 13

1.1.6. Keuze uit verschillende invorderingsmaatregelen 14

1.1.7. Invorderingsmaatregelen tegen grote bedrijven 14

1.1.8. Voor de invordering minder geschikte dagen 15

1.1.9. Binnenkomst van bescheiden 15

1.1.10. Positie belastingdeurwaarder 15

1.1.11. Bewaren invorderingsbescheiden 16

1.1.12. Verklaring inzake nakoming fiscale verplichtingen 16

1.1.13. Informatieplicht 16

1.1.14. Diplomatieke status 16

1.2. Toepassingsgebied 17

Artikel 2 Begrippen 17

2.1. Woonplaats 17

Artikel 3 Bevoegdheden ontvanger 17

3.1. Fiscale en civiele bevoegdheden 17

3.2. Conservatoir beslag 18

3.2.1. Geen conservatoir beslag dan ook geen versnelde invordering 18

3.2.2. Ontbreken belastingaanslag en conservatoir beslag 18

3.3. Gerechtelijke procedures - toestemming 18

3.3.1 Juridische bijstand 18

3.3.2 Toestemming 18

3.4. Rijksadvocaat 18

3.5. Faillissementsaanvraag 18

Artikel 3a nvt 19

Artikel 4 Bevoegdheid belastingdeurwaarder 19

4.1. Reikwijdte bevoegdheid belastingdeurwaarder 19

4.2. Bescherming 19

4.3. Legitimatie 19

Artikel 5 nvt 19

Artikel 6 Reikwijdte van de wet 19

6.1. Rente en kosten in het kader van de reikwijdte van de wet 19

Artikel 7 Betaling en afboeking 20

7.1. Tijdstip betaling 20

7.2. De afboeking van de betaling 20

7.3. Teveelbetaling 21

7.4. Rente en kosten bij afboeking betalingen 21

7.5. Het toerekenen van kosten bij meerdere aanslagen 21

7.6. Afboeking betaling bestuurlijke boete waarvoor uitstel van betaling is verleend 21

7.7. Afboeking van betalingen door aansprakelijkgestelden 21

7.8. Betaling bij vergissing 21

7.9. Mededeling afboeking betaling 22

7.10. Betaling van kleine bedragen 22

7.11. Ontvangen bedragen uit de wettelijke schuldsaneringsregeling en faillissement 22

Artikel 7a Uitbetaling van belastingteruggaven 22

7a.1. Aanwijzen bankrekeningnummer voor uitbetaling 22

7a.2. Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente 23

7a.3. Uitbetalingsfouten 23

Artikel 7b Cessie- en verpandingsverbod uitbetalingen inkomstenbelasting nvt 23

Artikel 8 Bekendmaking aanslag 23

8.1. Verzending of uitreiking van het aanslagbiljet in bijzondere situaties 23

8.2. Bekendmaking als de rechtspersoon (vermoedelijk) is opgehouden te bestaan 24

8.3. Gehoudenheid tot betalen belastingaanslag en aanslagbiljet 24

8.4. Vooraf uitnodigen erfgenamen tot betalen belastingaanslag 24

Artikel 9 Betalingstermijnen 24

9.1. Afwijking van de betalingstermijnen in geval van voorlopige aanslagen 24

9.2. Afwijking van de betalingstermijnen in geval van voorlopige teruggaven 24

9.3. Uitbetaling voorlopige teruggave in één termijn 24

9.4. Dagtekening aanslagbiljet 24

9.5. Begrippen bij betalingstermijnen 24

9.6. Verzuim ontvanger bij uitbetaling 25

9.7. Regeling betalingstermijnen 25

9.8. Automatische incasso 25

Artikel 10 Versnelde invordering 25

10.1. Reikwijdte versnelde invordering 26

10.2. Vrees voor verduistering en versnelde invordering 26

10.3. Metterwoon verlaten van Nederland en versnelde invordering 27

10.4. Geen vaste woonplaats in Nederland en versnelde invordering 27

10.5. Beslag en versnelde invordering 27

10.6. Verkoop namens derden en versnelde invordering 27

10.7. Vordering ex artikel 19 en versnelde invordering 27

Artikel 11 Aanmaning 27

11.1. De geadresseerde van de aanmaning 28

11.2. Aanmaning ten onrechte verzonden 28

11.3. Achterwege laten van tussentijdse vervolging en aanmaning 28

11.4. Gedeeltelijke voldoening aan de aanmaning 28

11.5. Betalingsherinnering 28

11.6. Aanmaning bij invordering langs civielrechtelijke weg 28

Artikel 12 Dwangbevel 29

12.1. Onderwerp van het dwangbevel 29

12.2. Tegen wie verleent de ontvanger een dwangbevel 29

Artikel 13 Betekening van het dwangbevel 29

13.1. Betekening dwangbevel per post 30

13.1.1. Adressering van per post betekende dwangbevelen 30

13.2. Betekening dwangbevel door de belastingdeurwaarder 30

13.3. Bijzondere gevallen van betekening dwangbevel 31

Artikel 14 Tenuitvoerlegging van het dwangbevel 31

14.1. Tenuitvoerlegging algemeen 31

14.1.1. (Keuze van invorderingsmaatregelen) vervallen 31

14.1.2. Houding van de belastingdeurwaarder tijdens tenuitvoerlegging 31

14.1.3. Tenuitvoerlegging dwangbevel als de belastingschuldige is overleden 32

14.1.6. Beslaglegging voor vordering van derden 32

14.1.8. Opheffing beslag tegen betaling door een derde 32

14.1.9. Opschorten van de executie 33

14.1.10. (Onderhandse verkoop) vervallen 33

14.1.11. Samenloop opheffing beslag en onderhandse verkoop vervallen 33

14.1.12. Strafrechtelijk beslag 33

14.1.13. Invordering en ontnemingswetgeving 33

14.2. Beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn 33

14.2.1. Kennisgeving vooraf en beslag roerende zaken 33

14.2.2. Domiciliekeuze en beslag roerende zaken 34

14.2.3. Aanbod van betaling en beslag roerende zaken 34

14.2.4. Omvang van het beslag op roerende zaken 34

14.2.5. Beslag op roerende zaken van derden nvt 34

14.2.6. Beroep of verzet door een derde tegen inbeslagneming roerende zaken 34

14.2.7. Voldoening zekerheidsschuld door ontvanger en beslag roerende zaken 34

14.2.8. Beslag roerende zaken bij derden 35

14.2.9. Wegvoeren van beslagen zaken 35

14.2.10. Belasting van personenauto’s en motorrijwielen en belasting zware motorrijtuigen en beslag roerende zaken nvt 36

14.2.11. Afsluiting en beslag roerende zaken 36

14.2.12. Bewaarder en beslag roerende zaken 36

14.2.13. Executoriale verkoop computerapparatuur 36

14.2.14. Executoriale verkoop zilveren, gouden en platina werken 37

14.2.15. Beslag op illegale zaken 37

14.2.16. Bieden voor rekening van de gemeente en beslag roerende zaken 37

14.2.17. Opheffing van het beslag op roerende zaken 37

14.2.18. Afboeking executieopbrengst verkoop roerende zaken 37

14.2.19. Proces-verbaal van verkoop roerende zaken 38

14.2.20. Gegevensverstrekking omtrent beslag roerende zaken 38

14.2.21 Relaas van onttrekking 38

14.2a. Administratief beslag op motorrijtuigen en aanhangwagens 38

14.3. Beslag op onroerende zaken 38

14.3.1. Bewaring van in beslag genomen roerende zaken bij beslag onroerende zaken 38

14.3.2. Nieuwe belastingschuld en beslag onroerende zaken 38

14.3.3. Verhuurde of verpachte onroerende zaken 38

14.3.4. Voorwaarden van verkoop van onroerende zaken 39

14.3.5. Opheffing van het beslag onroerende zaken 39

14.4. Beslag onder derden 39

14.4.1. Beslag op vordering van een derde 39

14.4.1a. Geen beslag op coronabonus zorgprofessional 39

14.4.2. Derdenbeslag of vordering ex artikel 19 39

14.4.3. Roerende zaken bij derden 40

14.4.4. Plaats beslaglegging en derdenbeslag 40

14.4.5. Derdenbeslag op een vordering waar geen beslagvrije voet voor geldt 40

14.4.5a Derdenbeslag en kosten van levensonderhoud 40

14.4.5b. Vrij te laten bedrag en beslag onder derden bij geen adres in Nederland 40

14.4.5c. Toepassing 5%-regeling Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. 41

14.4.6. (Bij derdenbeslag in gebreke blijven tot het doen van verklaring) vervallen 41

14.4.7. (Bij derdenbeslag niet afdragen na het doen van verklaring) vervallen 41

14.4.8. (Afdracht binnen de vierwekentermijn bij derdenbeslag) vervallen 41

14.4.9. Derdenbeslag op polis van levens- of spaarverzekering of lijfrente 41

14.4.10. Retentierecht en derdenbeslag 41

14.4.11. Opheffing van het derdenbeslag 41

14.4.12. Onverschuldigde betaling en derdenbeslag 41

14.4.13. Derdenbeslag onder de Staat, de ontvanger of een openbaar lichaam en het doen van verklaring 42

14.4.14. Derdenbeslag op voorlopige teruggaaf 42

14.5. Beslag op schepen 42

14.5.1. Beletten van het vertrek van het schip 42

14.5.2. De executie van schepen 42

14.5.3. Afgelasting van de verkoop van een schip 42

14.5.4. Deskundige hulp en beslag op schepen 43

14.5.5. Opheffing van het beslag op schepen 43

Artikel 15 Er zijn in deze leidraad op artikel 15 van de wet geen beleidsregels gemaakt. 43

Artikel 16 Doorlopend beslag 43

16.1. Voor 1 januari 2011 gelegde derdenbeslagen 43

Artikel 17 Verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel 43

17.1 Aanhouden tenuitvoerlegging bij verzet 43

17.2. Verzet tegen tenuitvoerlegging van dwangbevel bij onjuiste adressering 44

Artikel 18 Er zijn in deze leidraad op artikel 18 van de wet geen beleidsregels gemaakt. 44

Artikel 19 Doen van een vordering 44

19.1. Vordering algemeen 44

19.1.1. Bekendmaking vordering 44

19.1.2. Voldoen aan de vordering 44

19.1.3. Niet voldoen aan de vordering 44

19.1.4. Intrekken van een vordering 45

19.1.5. Vermindering of vernietiging van de belastingaanslag in relatie tot vordering 45

19.1.6. Doorbreken beslagverboden en vordering 45

19.1.6a. Toepassing 5%-regeling Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. 45

19.1.6b. Geen vordering voor corona bonus zorgprofessional 45

19.1.7. Notoire wanbetaler en vordering 45

19.1.8. Vordering ten laste van de echtgenoot 46

19.2. De faillissementsvordering 46

19.2.1. Aan te melden schulden in faillissement 46

19.2.2. Belastingschulden ontstaan gedurende een surseance zijn boedelschulden in faillissement 46

19.2.3. Opkomen in faillissement 46

19.3. Vorderingen met betrekking tot periodieke uitkeringen 47

19.3.1. Overwegen van vordering op periodieke uitkeringen 47

19.3.2. Vooraankondiging van vordering op periodieke uitkeringen 47

19.3.3. Beslagvrije voet en vordering op periodieke uitkeringen 47

19.3.4. Beslagvrije voet voor belastingschuldige zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland 47

19.3.5. Belastingschuldige woont in buitenland en beslagvrije voet 48

19.3.6. Verrekening ex artikel 117 Ambtenarenwet vervallen 48

19.3.7. Periodieke uitkeringen onder de bijstandsnorm 48

19.3.8. Vordering in relatie tot voorlopige teruggaaf Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. 48

19.4. Beslagvrije voet en overheidsvordering 48

Artikel 20 Lijfsdwang 49

Artikel 21 Voorrecht rijksbelastingen 49

Artikel 22 Bodemrecht 49

22.1. Werkingssfeer en reikwijdte bodemrecht 49

22.2. Bodemrecht en bestuurlijke boeten 49

22.3. Overbetekening bodembeslag 49

22.4. Volgorde uitwinning bodembeslag buiten faillissement 50

22.5. Volgorde uitwinning bodembeslag in faillissement 50

22.6. Bodemrecht en insolventie van de derde-eigenaar 50

22.7. Bodemrecht en voorrang 50

22.8. Verzet en beroep 50

22.8.1. Verzet artikel 435, derde lid, Rv tegen bodembeslag 50

22.8.2. Taken met betrekking tot de schriftelijke mededeling ex artikel 435, derde lid, Rv inzake bodembeslag 50

22.8.3. Opschorting verkoop na verzet in rechte tegen bodembeslag 50

22.8.4. Beroepschrift ex artikel 22 van de wet 50

22.8.5. Beroepschriftprocedure ex artikel 22 van de wet 51

22.8.6. Taak van de ontvanger met betrekking tot beroepschrift ex artikel 22, eerste lid, van de wet 51

22.8.7. Beslissing college op het beroepschrift tegen een bodembeslag 51

22.8.8. Onduidelijk bezwaar tegen bodembeslag 51

22.8.9. Samenloop administratief beroep en verzet tegen bodembeslag 52

22.9. Terughoudend beleid bij reëel eigendom derde Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. 52

Artikel 22bis Mededeling Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. 52

Artikel 22a en artikel 23 Deze bepalingen zijn niet van toepassing voor de gemeente. 52

Artikel 23a Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. 52

Artikel 24 Verrekening 52

24.1. Wanneer verrekening 52

24.3. Reikwijdte van de verrekening 53

24.4. Bekendmaking verrekening 53

24.5. Verrekening en fiscale eenheid vennootschapsbelasting 53

24.6. Instemmingsregeling bij cessie en verpanding 53

24.6.1. Geen verrekening bij instemming cessie of verpanding 53

24.6.2. Mogelijkheid van cessie of verpanding uit te betalen bedragen 53

24.6.3. Instemming of weigering met een cessie of verpanding 53

24.6.5. Bekendmaking beschikking college bij cessie of verpanding 54

24.6.6. Houding ontvanger bij procedure tegen weigeren instemming met cessie of verpanding 54

Artikel 25 Uitstel van betaling 54

25.1. Algemene uitgangspunten uitstelbeleid 55

25.1.1. Houding van de ontvanger tijdens behandeling verzoek om uitstel 55

25.1.2. Toewijzing van het verzoek om uitstel van betaling 55

25.1.3. Redenen afwijzing verzoek om uitstel 55

25.1.4. Redenen beëindigen uitstel 56

25.1.5 Beëindigen van een betalingsregeling met meer dan één termijn 56

25.1.6. Van rechtswege vervallen van een verleend uitstel 56

25.1.7. Geen invordering tijdens verleend uitstel 56

25.1.8. Na (afwijzen) uitstel veertien dagen wachttijd 56

25.1.9. Uitstel voor een ambtshalve belastingaanslag 57

25.1.10. Uitstel voor een aanslag ter behoud van rechten 57

25.1.11. Uitstel voor een bestuurlijke boete 57

25.1.12. Tijdens uitstel nieuwe aanslagen voldoen Vervallen per 1 juli 2016. 57

25.2. Uitstel in verband met bezwaar tegen een belastingaanslag 58

25.2.1. Bezwaar tegen hoogte belastingaanslag 58

25.2.2. Bezwaar- en beroepschrift geldt niet als verzoek om uitstel 58

25.2.2.A. Afzonderlijk verzoek om uitstel in verband met een bezwaarschrift 58

25.2.2.B. Nadere gegevens 58

25.2.3. De beslissing op het verzoek om uitstel van betaling 59

25.2.4. Uitstel in verband met een onderlinge overlegprocedure 59

25.2.5. Zekerheid bij uitstel in verband met bezwaar 59

25.2.6. Onherroepelijke invorderingsmaatregelen voor bestreden belastingschuld 59

25.2.7. Verrekening tijdens uitstel in verband met bezwaar 59

25.2.7.A. Nadere voorwaarden bij herbeoordeling verleend uitstel 60

25.2.8. Geen uitstel voor het niet bestreden bedrag 60

25.2.9. Ten onrechte uitstel voor het gehele bedrag van de belastingaanslag 60

25.3. Uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag 60

25.3.1. Uitstel in verband met een belastingteruggaaf en andere uit te betalen bedragen 60

25.3.2. Berekening van het uit te betalen bedrag bij uitstel 61

25.3.3. Beslissing op het verzoek om uitstel in verband met een uit te betalen bedrag 61

25.3.4. Verrekening en uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag 61

25.4. Uitstel in verband met betalingsproblemen 61

25.4.1. Beslissing op een verzoek om uitstel in verband met betalingsproblemen 61

25.4.5. Uitstel van betaling erfbelasting bij verkrijging eigen woning door broers of zussen van de erflater Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. 62

25.5. Betalingsregeling voor particulieren 62

25.5.1. Duur betalingsregeling particulieren 62

25.5.2. Voorwaarden aan betalingsregeling particulieren 62

25.5.3. Kort uitstel particulieren 63

25.5.4. Behandeling verzoek betalingsregeling particulieren 63

25.5.5. Vermogen en betalingsregeling particulieren 63

25.5.6. Betalingscapaciteit en betalingsregeling particulieren 63

25.5.7. Berekening betalingscapaciteit: bijzondere uitgaven 64

25.5.8. Berekening betalingscapaciteit: aflossingsverplichtingen aan derden 64

25.5.9. Berekening betalingscapaciteit: extra inkomsten 64

25.5.10. Belastingschuldige stelt zelf een betalingsregeling voor 64

25.5.11. Betalingsregeling langer dan twaalf maanden 64

25.6. Betalingsregeling voor ondernemers 64

25.6.1. Duur betalingsregeling ondernemers 64

25.6.2. Voorwaarden betalingsregeling ondernemers 65

25.6.2A. Bijzondere omstandigheden betalingsregeling ondernemers 65

25.6.2B. Verklaring derde deskundige 65

25.7. Administratief beroep 66

25.7.1. Toetsing uitstelbeschikking door het college 66

25.7.2. Beroepsfase uitstel 66

25.7.3. Beslissing college op beroepschrift bij uitstel 66

25.7.4. Niet tijdig beslissen op een verzoek om uitstel 66

25.7.5. Beroep of herhaald verzoek om uitstel bij de ontvanger 67

Artikel 25a Uitstel van betaling exitheffingen inkomstenbelasting nvt 67

25a.1. Beoordeling zekerheid bij uitstel van betaling ter zake van exitheffingen 67

Artikel 25b Uitstel van betaling exitheffingen vennootschapsbelasting 67

25b.1 Beoordeling zekerheid bij uitstel van betaling ter zake van exitheffingen 67

Artikel 26 Kwijtschelding van belastingen 67

26.1. Algemene uitgangspunten kwijtscheldingsbeleid 68

26.1.1. Kwijtschelding van betaalde belastingschulden 68

26.1.2. Het indienen van een verzoek om kwijtschelding 68

26.1.3. Niet ingevuld of onjuist ingevuld verzoekformulier om kwijtschelding 68

26.1.4. Gegevens en normen ten tijde van indiening verzoek om kwijtschelding 69

26.1.5. Toewijzing van het verzoek om kwijtschelding onder voorwaarden 69

26.1.6. Motivering afwijzing van het verzoek om kwijtschelding 69

26.1.7. Na afwijzen kwijtschelding veertien dagen wachttijd bij voortzetting invordering 69

26.1.8. Mondeling meedelen afwijzen kwijtschelding 69

26.1.9. Wanneer wordt geen kwijtschelding verleend 70

26.1.10. Begrip 'ex-ondernemer' en kwijtschelding 71

26.1.11. Verzoekschriften aan andere instellingen 71

26.2. Kwijtschelding van belastingen voor particulieren 71

26.2.1. Vermogen en kwijtschelding particulieren 71

26.2.2. De inboedel en kwijtschelding particulieren 71

26.2.3. De auto en kwijtschelding particulieren 72

26.2.4. Saldo op bankrekening en kwijtschelding voor particulieren 72

26.2.5. De eigen woning en kwijtschelding voor particulieren 72

26.2.6. Vermogen van kinderen en kwijtschelding voor particulieren 72

26.2.7. Nalatenschappen en kwijtschelding voor particulieren 72

26.2.8. vervallen 73

26.2.9. vervallen 73

26.2.10. Betalingscapaciteit en kwijtschelding voor particulieren 73

26.2.11. Vakantiegeld en kwijtschelding voor particulieren 73

26.2.12. Studiefinanciering en kwijtschelding voor particulieren 74

26.2.13. Bijzondere bijstand/ouderlijke bijdrage en kwijtschelding voor particulieren 75

26.2.13a. Persoonsgebonden budget en kwijtschelding voor particulieren 75

26.2.14. Betalingen op belastingschulden en kwijtschelding voor particulieren 75

26.3. Kwijtschelding van belastingen voor ondernemers 76

26.3.1. Kwijtschelding voor ondernemers bij een saneringsakkoord 76

26.3.2. Aansprakelijkheid en kwijtschelding voor ondernemers 76

26.3.3. Voorwaarden tot deelname aan een saneringsakkoord 77

26.3.4. Toepassingsbereik saneringsakkoord 77

26.3.5. Ten minste dubbele percentage en saneringsakkoord 77

26.3.6. Bestuurlijke boeten en saneringsakkoord 77

26.3.7. Rente en kosten en saneringsakkoord 77

26.3.8. Speciale crediteuren en saneringsakkoord 77

26.3.9 Betaling bedrag saneringsakkoord 78

26.4. Administratief beroep 79

26.5. Voortzetting van de invordering na afwijzing verzoek om kwijtschelding 80

26.6. Geen verdere invorderingsmaatregelen en afwijzing verzoek om kwijtschelding 80

26.7. Geautomatiseerde kwijtschelding 81

Artikel 27 Verjaring 81

27.1. Versnelde invordering en verjaring 81

27.2. Aansprakelijkgestelden en verjaring 81

27.3. Stuiting van de verjaring 81

27.4. Schorsing van de verjaring 82

27.5. Afstand van verjaring 82

27.6. Rente en kosten en verjaring 82

27.7. Na verjaring geen civiele invordering 82

27.8. Verjaring van belastingteruggaven 82

Artikel 27a Betalingskorting 82

Artikel 28 Invorderingsrente 82

28.1. Cheque buitenland en invorderingsrente 82

28.2. Correctie berekende invorderingsrente 82

28.3. Vermindering terecht in rekening gebrachte invorderingsrente 83

28.4. Vervallen 83

28.5. Vervallen 83

28.6. Kwijtschelding invorderingsrente niet mogelijk 83

28.7. Vervallen 83

28.8. Drempelbedrag 83

Artikel 28a, artikel 28b en artikel 28c 83

Artikel 29 83

Artikel 30 Beschikking betalingskorting en invorderingsrente 83

30.1. Beschikking terugnemen betalingskorting 83

30.2. Verzoek tot vermindering rente is bezwaar 84

30.3. Betalingskorting en invorderingsrente: (hoger) beroep en cassatie 84

30.4. Teruggenomen betalingskorting en invorderingsrente: uitstel van betaling 84

30.5. Geen bezwaar mogelijk tegen de niet verleende betalingskorting 84

Artikel 31 en artikel 31a 84

Artikel 32 Samenloop fiscale en civiele aansprakelijkheidsbepalingen 84

32.1. Keuze aansprakelijkheid 84

32.2. Gemeenschapsschulden 84

Artikel 33 Aansprakelijkheid van bestuurder, leider vaste inrichting, vaste vertegenwoordiger en vereffenaar voor alle belastingen 84

33.1. Leider vaste inrichting en vaste vertegenwoordiger bij aansprakelijkheid 85

33.2. Feitelijke vestiging bij aansprakelijkheid 85

33.3. Lichaam dat is ontbonden bij aansprakelijkheid 85

33.4. Vereffenaar bij aansprakelijkheid 85

33.5. Vervallen. 85

33.6. Gewezen bestuurder bij aansprakelijkheid 85

33.7. Disculpatie bestuurders, leiders en vaste vertegenwoordigers 86

Artikel 33a. Aansprakelijkheid van begunstigden 86

Artikel 34 tot en met 47 86

Artikel 48 Beperking aansprakelijkheid van erfgenamen 86

48.1. Beneficiaire aanvaarding 86

48.2. Invordering ten laste van een erfgenaam blijft achterwege 86

Artikel 48a Aansprakelijkheid van derden voor uitbetaalde bedragen inkomstenbelasting of omzetbelasting 86

Artikel 49 Formele bepalingen voor aansprakelijkstelling 87

49.1. Aansprakelijkstelling voor bestuurlijke boete 87

49.2. Aansprakelijkstelling voor invorderingsrente 87

49.2a. Vooraankondiging aansprakelijkstelling 87

49.3. De aansprakelijkstelling - in gebreke zijn 87

49.3.1. Wanneer in gebreke 87

49.3.2. In gebreke zijn en versnelde invordering 87

49.3.3. In gebreke zijn en een beschikking ‘geen verdere invorderingsmaatregelen’ 88

49.4. Informatieverstrekking in beschikking aansprakelijkstelling keten- en inlenersaansprakelijkheid 88

49.5. Informatieverstrekking aan aansprakelijkgestelden 88

49.6. Aansprakelijkheid: eerst uitwinning belastingschuldige 88

49.7. Volgorde van aansprakelijkstellen 88

49.8. Bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie tegen de beschikking aansprakelijkstelling 89

49.8.1. Uitstel in verband met bezwaar tegen een beschikking aansprakelijkstelling 89

49.8.2. 89

49.9. Overgangsrecht 89

Artikel 51 Conservatoir beslag bij aansprakelijkheid 89

51.1. Conservatoir beslag en uitstel in verband met bezwaar 89

Artikel 52 Betalingstermijn beschikking aansprakelijkstelling 89

52.1. Vermindering van de belastingaanslag en aansprakelijkstelling 89

Artikel 53 Aansprakelijkheid: verhaalsrechten en kwijtschelding 89

53.1. Geen zelfstandige verjaring van de aansprakelijkheidsschuld 90

53.2. Ontslag van betalingsverplichting aansprakelijk gestelde bestuurder en verwijtbaarheid 90

Artikel 54 Mededeling aan de aansprakelijkgestelde 90

54.1. Betaling teruggaaf aanhouden bij aansprakelijkstelling 90

Artikel 55 tot en met 57 90

Artikel 58 Informatieverplichtingen van de belastingschuldige of de aansprakelijkgestelde 90

58.1. Geen invorderingsonderzoek tijdens een gerechtelijke procedure 91

58.2 Gegevens voor invordering van ‘eigen’ belastingschulden 91

58.3. Invorderingsonderzoek tijdens faillissement 91

Artikel 59 Informatieverplichting: gegevensdragers bij een derde 91

Artikel 60 Formele bepalingen voor de informatieverplichtingen 91

60.1. Redelijke termijn voor verstrekken van informatie 91

60.2. Kwaliteit van de gegevens en wijze van verstrekking of beschikbaar stellen 92

Artikel 61 Geen geheimhoudingsplicht bij de informatieverplichtingen 92

61.1. Niet van de administratie gescheiden (beroeps-) vertrouwelijke gegevens 92

Artikel 62 Informatieverplichtingen van de administratieplichtige 92

Artikel 62bis Artikel 62bis is niet van toepassing voor de gemeente. 93

Artikel 62a 93

Artikel 63 tot en met 63ab 93

Artikel 63b Bestuurlijke boeten 93

63b.1. Algemene uitgangspunten 93

63b.2. Betalingsverzuim bij aanslagbelastingen 93

63b.3. Verplichting toe te laten dat kopieën e.d. worden gemaakt 93

Artikel 63c en 64 94

Artikel 65 Niet nakomen informatieverplichting: strafmaat voor misdrijf 94

65.1. Reikwijdte opzetcriterium bij misdrijf 94

Artikel 65a en artikel 66 94

Artikel 67 Geheimhoudingsplicht 94

Artikel 67a 94

67.1 Bekendmaking aan de belastingschuldige 95

67.2 Bekendmaking aan derden in het belang van de invordering 95

67.3. Informatieverstrekking aan gerechtsdeurwaarder over periodieke betalingen 95

Artikel 68 tot en met 72 95

Artikel 69 95

Artikel 73 Insolventieprocedures 95

73.1. Algemene uitgangspunten insolventieprocedures 95

73.1.1. Aanmelden belastingschulden in WSNP of faillissement 95

73.1.2. Invorderingsmaatregelen tijdens de toepassing van WSNP of faillissement 96

73.1.3. Boedelschulden 96

73.1.4. Proceskostengarantie 96

73.1.5. Belangenbehartiging door de bewindvoerder of de curator 96

73.1.6. Bodemvoorrecht in faillissement en in de WSNP 96

73.1.7. Bodemrecht en insolventie van de derde-eigenaar 96

73.1.8. Uitstel in relatie tot faillissement en WSNP 97

73.1.9. Kwijtschelding in relatie tot faillissement en WSNP 97

73.1.10. Ketenaansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid in relatie tot faillissement en WSNP 97

73.1.11. Toeslagenschuld in relatie tot WSNP en faillissement 97

73.1.12. Verplichtingensignaal in relatie tot WSNP en faillissement 97

73.2. Insolventieprocedure en Wettelijke schuldsanering 97

73.2.1. Kwijtschelding tijdens WSNP 97

73.2.2. De WSNP is beëindigd met een schone lei 97

73.2.3. De WSNP is beëindigd zonder schone lei of de schone lei is ingetrokken 98

73.2.4. De WSNP is tussentijds beëindigd 98

73.3. Insolventieprocedure en surseance 98

73.3a. WHOA-akkoord 98

73.3a.1. Geldend beleid bij aangeboden WHOA-akkoord 98

73.3a.2. Voorwaarden WHOA-akkoord 98

73.3a.3. Gevolgen toetreding WHOA-akkoord 99

73.3a.4. Gevolgen homologatie WHOA-akkoord 99

73.3.1. Uitstel en surseance 99

73.3.2. Ketenaansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid in relatie tot surseance 99

73.4. Insolventieprocedure en faillissement 99

73.4.1. Faillissementsaanvraag: algemeen 99

73.4.2. Ontbinding van rechtspersonen in plaats van faillissementsaanvraag 99

73.4.3. Particulieren en faillissement 100

73.4.4. Saneringsaanbod en faillissementsaanvraag 100

73.4.5. Verzoek om uitstel van betaling vóór behandeling faillissementsaanvraag door rechter 100

73.4.6. Toestemming voor faillissementsaanvraag 100

73.4.7. Steunvordering derden voor faillissementsaanvraag 100

73.4.8. Verlenen van steunvordering en faillissementsaanvraag 101

73.4.9. Verzet tegen faillietverklaring 101

73.4.10. Beroep op regresrecht in faillissement 101

73.4.11. Verzending of uitreiking aanslagbiljet bij faillissement 101

73.4.12. Opkomen in faillissement 101

73.4.13. Volgorde uitwinning bodembeslag in faillissement 101

73.4.14. Na de toepassing van het faillissement 101

73.4.15. Opening nationale (secundaire) insolventieprocedure 101

73.4.16. Omzetting faillissement in WSNP 102

73.5. Insolventieprocedure - minnelijke schuldsanering door leden van de NVVK of gemeenten 102

73.5a Insolventieprocedure - minnelijke schuldsanering door anderen dan leden van de NVVK of gemeenten 105

Artikel 74 Uitstel- en kwijtscheldingsfaciliteiten 108

Artikel 75 Kosten van vervolging 108

75.1. Gevorderde som bevat geen vervolgingskosten 108

75.2. Aan derden toekomende bedragen 108

75.3. Rechtsmiddelen en vervolgingskosten 109

75.4. Verzoek om vermindering vervolgingskosten aanmerken als bezwaar 109

75.5. Niet in rekening brengen van vervolgingskosten 109

75.6. Onverschuldigdheid van vervolgingskosten 109

75.7. Niet-verwijtbaarheid en vervolgingskosten 110

75.8. Versnelde invordering en vervolgingskosten 110

75.9. Aansprakelijkgestelden en vervolgingskosten 111

75.10. Geen kwijtschelding van vervolgingskosten 111

75.11. Limitering betekeningskosten dwangbevel 111

Artikel 76 tot en met 79 111

Artikel 80 Invordering, Awb en het moment van vaststelling van (naheffings)aanslagen 111

80.1. Tenuitvoerlegging termijndwangbevel 111

80.2. Moment van vaststelling van (naheffings)aanslagen 111

Artikel 1 Inleiding en toepassingsgebied

Dit artikel bevat de inleiding van de Leidraad Invordering gemeentelijke belastingen en het beleid over het toepassingsgebied zoals opgenomen in artikel 1 van de Invorderingswet 1990.

Artikel 2 Begrippen

In aansluiting op artikel 2 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over het begrip 'woonplaats'.

Artikel 3 Bevoegdheden ontvanger

Artikel 3 van de wet geeft een afbakening van de bevoegdheden van de ontvanger.

De ontvanger treedt in alle rechtsgedingen die voortvloeien uit de uitoefening van zijn taak als zodanig in rechte op (artikel 3, tweede lid).

De bepalingen van deze leidraad zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op de invordering op civielrechtelijke wijze. Dat het bestuursorgaan ten aanzien van de invordering ook over de bevoegdheden beschikt die een schuldeiser op grond van het privaatrecht heeft is thans geregeld in artikel 4:124 Awb ).

In aansluiting op artikel 3 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-de fiscale en civiele bevoegdheden van de ontvanger;

-het leggen van conservatoir beslag;

-het vragen van toestemming bij gerechtelijke procedures;

-de Rijksadvocaat;

-Faillissementsaanvraag.

Artikel 3a nvt

Er zijn in deze leidraad op artikel 3a van de wet geen beleidsregels gemaakt.

Artikel 4 Bevoegdheid belastingdeurwaarder

Artikel 4 van de wet bepaalt dat voor het verrichten van deurwaarderswerkzaamheden in opdracht van een ontvanger voor de invordering van (rijks) belastingen, uitsluitend een belastingdeurwaarder bevoegd is.

In aansluiting op artikel 4 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de reikwijdte van die bevoegdheid.

Artikel 5 nvt

Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.

Artikel 6 Reikwijdte van de wet

Artikel 6 van de wet bepaalt dat de wet ook van toepassing is op:

-de rente;

-de kosten.

In aansluiting op artikel 6 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over rente en kosten.

Artikel 7 Betaling en afboeking

Artikel 7 van de wet schrijft voor hoe de toerekening van betalingen plaats moet vinden:

-Lid 1 bepaalt dat toerekening van betalingen achtereenvolgens gebeurt aan de kosten, de betalingskorting, de rente en de belastingaanslag;

-Lid 2 bepaalt hoe de afboeking aan de verschillende componenten van de belastingaanslag plaatsvindt;

In aansluiting op artikel 7 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-het tijdstip van de betaling;

-de afboeking van de betaling;

-teveelbetalingen;

-het rekenen van rente en kosten bij afboeking;

-het toerekenen van kosten bij meerdere aanslagen;

-de afboeking van de betaling op de bestuurlijke boete;

-de afboeking van betalingen door aansprakelijkgestelden;

-betaling bij vergissing;

-het verzenden van een mededeling bij een afboeking van een betaling;

-betaling van kleine bedragen;

-ontvangen bedragen uit de wettelijke saneringsregeling en faillissement.

Artikel 7a Uitbetaling van belastingteruggaven

Artikel 7a van de wet regelt de wijze waarop de ontvanger bedragen uitbetaalt.

Op grond van artikel 4:89, eerste lid, Awb dient een schuldenaar te betalen op een daartoe door de schuldeiser bestemde bankrekening. Het komt in de praktijk echter regelmatig voor dat een belastingschuldige aan wie de ontvanger een bedrag moet betalen, geen bankrekening(nummer) heeft aangewezen waarop de betaling moet plaatsvinden. Wanneer zich een dergelijke situatie voordoet, regelt artikel 7a van de wet dat de ontvanger betaalt op een bankrekening die op naam van de belastingschuldige staat.

In aansluiting op artikel 4:89 Awb en artikel 7a van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-de aanwijzing van het rekeningnummer voor uitbetaling;

-uitbetalingsfouten.

Artikel 7b Cessie- en verpandingsverbod uitbetalingen inkomstenbelasting nvt

Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.

Artikel 8 Bekendmaking aanslag

Artikel 8 van de wet regelt dat de ontvanger de belastingaanslag bekend maakt door toezending of uitreiking aan de belastingschuldige. De belastingschuldige is de belastingaanslag in zijn geheel verschuldigd.

In aansluiting op artikel 8 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-de verzending of uitreiking van het aanslagbiljet in bijzondere situaties;

-bekendmaking van de aanslag aan een rechtspersoon die (vermoedelijk) is opgehouden te bestaan;

-de gehoudenheid tot betalen belastingaanslag en aanslagbiljet;

-het verzenden van een uitnodiging tot betaling aan erfgenamen.

Artikel 9 Betalingstermijnen

Artikel 9 van de wet regelt binnen welke betalingstermijnen belastingaanslagen moeten worden betaald.

In aansluiting op artikel 9 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-de afwijking van de betalingstermijnen bij voorlopige aanslagen;

-de afwijking van de betalingstermijn bij voorlopige teruggaven;

-de uitbetaling van een voorlopige teruggave in één termijn;

-de dagtekening van het aanslagbiljet;

-het begrip maand bij betalingstermijnen;

-verzuim ontvanger bij uitbetaling;

-regeling betalingstermijnen;

-automatische incasso.

Artikel 10 Versnelde invordering

Artikel 10, eerste lid, van de wet geeft een limitatieve opsomming van bijzondere situaties waarin de ontvanger met doorbreking van de in artikel 9 van de wet voorgeschreven betalingstermijnen een belastingaanslag terstond en tot het volle bedrag kan invorderen.

Artikel 10, tweede en derde lid, van de wet bevatten uitzonderingsbepalingen met betrekking tot de toepassing van deze versnelde invordering.

In aansluiting op artikel 10 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-de reikwijdte van de versnelde invordering;

-de vrees voor verduistering;

-het metterwoon verlaten van Nederland;

-geen vaste woonplaats in Nederland;

-als er al beslag ligt;

-de verkoop namens derden;

-de vordering ex artikel 19.

Artikel 11 Aanmaning

Artikel 11 van de wet regelt dat als een belastingaanslag niet binnen de daartoe gestelde termijnen wordt betaald, de ontvanger overgaat tot vervolging van de belastingschuldige door de verzending van een aanmaning.

In aansluiting op artikel 11 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-de geadresseerde van de aanmaning;

-als de aanmaning ten onrechte is verzonden;

-het achterwege laten van tussentijdse vervolging;

-de gedeeltelijke voldoening na aanmaning;

-de betalingsherinnering;

-de aanmaning bij invordering langs civielrechtelijke weg.

Artikel 12 Dwangbevel

Artikel 12 van de wet bepaalt dat de invordering van de belastingaanslag kan geschieden bij een door de ontvanger uit te vaardigen dwangbevel.

Op grond van dit dwangbevel kan de ontvanger overgaan tot invordering van de belastingaanslag.

In aansluiting op artikel 12 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-het onderwerp van het dwangbevel;

-tegen wie een dwangbevel wordt verleend.

Artikel 13 Betekening van het dwangbevel

In artikel 13 van de wet is de wijze van betekening van het dwangbevel beschreven

6De eisen waaraan een dwangbevel moet voldoen zijn genoemd in artikel 4:122 Awb. Deze eisen gelden in aanvulling op de eisen die de Awb en Rv in het algemeen stellen aan het dwangbevel en de bekendmaking ervan.

. Het dwangbevel vermeldt expliciet dat de belastingschuldige tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel in verzet kan komen.

Het dwangbevel wordt bekendgemaakt door middel van betekening. De betekening van het dwangbevel met bevel tot betaling kan plaatsvinden:

-door de belastingdeurwaarder;

-per post door de ontvanger.

In aansluiting op artikel 13 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-de betekening van het dwangbevel per post;

-de betekening van het dwangbevel door de deurwaarder;

-bijzondere gevallen van betekening van het dwangbevel.

Artikel 14 Tenuitvoerlegging van het dwangbevel

Artikel 14 van de wet gaat over de tenuitvoerlegging van het dwangbevel.

In aansluiting op artikel 4:116 van de Awb en artikel 14 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-de algemene regels over tenuitvoerlegging;

-beslag op roerende zaken die geen registergoederen;

-beslag op onroerende zaken;

-beslag onder derden;

-beslag op schepen.

Artikel 15 Er zijn in deze leidraad op artikel 15 van de wet geen beleidsregels gemaakt7Let op: als de invordering wordt toegepast met artikel 15, eerste lid, aanhef, of onderdeel a of b, van de wet is betekening van een dwangbevel door ter post bezorging niet mogelijk..

Artikel 16 Doorlopend beslag

In aansluiting op artikel 16 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over voor 1 januari 2011 gelegde derdenbeslagen.

Artikel 17 Verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel

Artikel 17 van de wet geeft een zelfstandige regeling voor het instellen van verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel. Naast de belastingschuldige kan een ieder tegen wie de dwanginvordering is gericht in verzet komen.

Verzet is mogelijk zodra de betekening van het dwangbevel heeft plaatsgevonden. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging van het dwangbevel, voor zover dit door het verzet wordt bestreden. Ook kan verzet worden gedaan tegen een vordering als bedoeld in artikel 19 van de wet.

Er kan geen verzet worden ingesteld tegen de in rekening gebrachte kosten van de aanmaning en de betekeningskosten van het dwangbevel.

In aansluiting op artikel 17 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-het aanhouden van de tenuitvoerlegging van een dwangbevel bij verzet;

-verzet tegen tenuitvoerlegging van dwangbevel bij onjuiste adressering.

Artikel 18 Er zijn in deze leidraad op artikel 18 van de wet geen beleidsregels gemaakt.

Artikel 19 Doen van een vordering

De in artikel 19 van de wet omschreven vordering geeft de ontvanger de mogelijkheid om in bepaalde gevallen op eenvoudige wijze belastingschuld te verhalen op hetgeen een derde aan de belastingschuldige is verschuldigd of ten behoeve van hem onder zich heeft of zal krijgen.

In aansluiting op artikel 19 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-de algemene regels over het doen van een vordering;

-de faillissementsvordering;

-vorderingen met betrekking tot periodieke uitkeringen;

-de overheidsvordering, bedoeld in artikel 19, vierde lid, van de wet.

Artikel 20 Lijfsdwang

Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.

Artikel 21 Voorrecht rijksbelastingen

Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.

Artikel 22 Bodemrecht

Artikel 22 van de wet gaat over het bodemrecht.

In aansluiting op artikel 22 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-de werkingssfeer van het bodemrecht;

-bodemrecht en bestuurlijke boeten;

-overbetekening bodembeslag;

-de volgorde uitwinning bodembeslag buiten faillissement;

-de volgorde uitwinning bodembeslag in faillissement;

-bodemrecht en insolventie van de derde-eigenaar;

-bodemrecht en voorrang;

-verzet en beroep.

Artikel 22bis Mededeling Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. Artikel 22a en artikel 23 Deze bepalingen zijn niet van toepassing voor de gemeente. Artikel 23a Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. Artikel 24 Verrekening

Artikel 24 van de wet regelt de verrekening door de ontvanger van in te vorderen en uit te betalen bedragen. Bij de verrekening mag de ontvanger geen gebruik maken van de algemene verrekeningsbepalingen van het Burgerlijk Wetboek . Tijdens faillissement, surseance en wettelijke schuldsanering geldt artikel 24 van de wet niet; dan zijn de artikelen 53 tot en met 56 , 234 , 235 en 307 van de FW van toepassing.

In aansluiting op artikel 24 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-wanneer verrekening;

-betwiste schuld en verrekening;

-reikwijdte van de verrekening;

-bekendmaking verrekening;

-instemmingsregeling bij cessie en verpanding.

Artikel 25 Uitstel van betaling

Op grond van artikel 25 van de wet kan de ontvanger - onder door hem te stellen voorwaarden - uitstel van betaling verlenen aan de belastingschuldige voor (een gedeelte van) een opgelegde belastingaanslag.

Het verlenen van uitstel van betaling gebeurt in beginsel op schriftelijk verzoek van de belastingschuldige. In daartoe aanleiding gevende gevallen kan de ontvanger ook ambtshalve uitstel van betaling verlenen.

De ontvanger kan een verleend uitstel van betaling bij beschikking tussentijds beëindigen.

In aansluiting op artikel 25 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-de algemene uitgangspunten van het uitstelbeleid;

-uitstel in verband met bezwaar tegen een belastingaanslag.

-uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag;

-uitstel in verband met betalingsproblemen;

-betalingsregeling voor particulieren;

-betalingsregeling voor ondernemers;

-administratief beroep.

Artikel 25a Uitstel van betaling exitheffingen inkomstenbelasting nvt

Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.

Artikel 25b Uitstel van betaling exitheffingen vennootschapsbelasting

Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.

Artikel 26 Kwijtschelding van belastingen

Artikel 26, eerste lid, van de wet bepaalt dat bij ministeriële regeling regels worden gegeven voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van rijksbelastingen. De ontvanger verleent gehele of gedeeltelijke kwijtschelding als de belastingschuldige niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar de belastingaanslag te betalen. In het algemeen zal van buitengewoon bezwaar sprake zijn als de middelen om een belastingaanslag te betalen ontbreken en ook niet binnen afzienbare tijd worden verwacht.

De kwijtscheldingsregels op basis van artikel 26 van de wet zijn vastgelegd in de regeling. In de artikelen 19a en 22a van de regeling zijn de doelstellingen van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen in de belastingsfeer tot uitdrukking gebracht.

Bij de berekening van de kwijtschelding worden de kosten van bestaan binnen een bepaalde bandbreedte gesteld op 90% van het inkomen van de belastingschuldige. De gemeente Geertruidenberg voert een ruimer kwijtscheldingsbeleid en heeft dit percentage verhoogd tot maximaal 100% (artikel 255, vierde lid, van de Gemeentewet) Vastgesteld in de raadsvergadering van 18 december 1997.

Voor AOW-gerechtigde personen worden de kosten van bestaan gesteld op 100 percent van de netto AOW bedragen. Zie het raadsbesluit van 19 februari 2013, nummer 4, waarin dit percentage is vastgesteld.

Aan een aansprakelijkgestelde kan geen kwijtschelding worden verleend. Wel kan hij op zijn verzoek worden ontslagen van de betalingsverplichting. In artikel 53, derde lid van de wet is bepaald dat bij ministeriële regeling regels worden gegeven op grond waarvan de ontvanger de aansprakelijkgestelde geheel of gedeeltelijk van zijn betalingsverplichting kan ontslaan als deze niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar te betalen.

De voorwaarden voor het al dan niet verlenen van kwijtschelding, gelden ook voor het ontslag van de betalingsverplichting.

In aansluiting op artikel 26 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-algemene uitgangspunten van het kwijtscheldingsbeleid;

-kwijtschelding van (rijks)belastingen voor particulieren;

-kwijtschelding van (rijks)belastingen voor ondernemers;

-administratief beroep;

-voortzetting van de invordering na afwijzing verzoek om kwijtschelding;

-geen verdere invorderingsmaatregelen en afwijzing van het verzoek om kwijtschelding;

-geautomatiseerde kwijtschelding.

Artikel 27 Verjaring

In aanvulling op afdeling 4.4.3 (artikelen 4:104 tot en met 4:111 ) Awb regelt artikel 27 van de wet enkele specifieke (aanvullende) zaken met betrekking tot verjaring:

-dat stuiting van de verjaring door de ontvanger mogelijk is door het zenden van een schriftelijke mededeling waarin het recht op betaling ondubbelzinnig wordt voorbehouden;

-als de belastingschuldige heeft opgehouden te bestaan (oftewel: de onderneming bestaat niet meer) en er is iemand aansprakelijk gesteld voor de belastingschuld, dan treedt de aansprakelijkgestelde in de plaats van de belastingschuldige (oftewel: in dat geval kan ook de aansprakelijkheidsschuld zelfstandig worden gestuit of verlengd).

In aansluiting op afdeling 4.4.3 van de Awb en artikel 27 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-versnelde invordering en verjaring;

-aansprakelijkgestelden en verjaring;

-stuiting van de verjaring;

-schorsing van de verjaring;

-afstand van verjaring;

-rente en kosten en verjaring;

-verjaring van belastingteruggaven.

Artikel 27a Betalingskorting

De bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.

Artikel 28 Invorderingsrente

Artikel 28 van de wet regelt het in rekening brengen en vergoeden van invorderingsrente.

In aansluiting op artikel 28 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-correctie berekende invorderingsrente;

-vermindering terecht in rekening gebrachte invorderingsrente;

-verzuim van de gemeente en invorderingsrente;

-rente- of schadevergoeding;

-kwijtschelding invorderingsrente niet mogelijk;

-verminderingen en toepassing artikel 28, zesde lid, van de wet .

Artikel 28a, artikel 28b en artikel 28c

Er zijn in deze leidraad op artikel 28a, artikel 28b en artikel 28c van de wet geen beleidsregels gemaakt.

Artikel 29

Er zijn in deze leidraad op artikel 29 van de wet geen beleidsregels gemaakt.

Artikel 30 Beschikking betalingskorting en invorderingsrente

Artikel 30 van de wet bepaalt dat de ontvanger het bedrag van de betalingskorting en de invorderingsrente vaststelt bij een voor bezwaar vatbare beschikking. Op deze beschikking is hoofdstuk V van de AWR van toepassing. De ontvanger kan geen betalingskorting verlenen van belastingen.

In aansluiting op artikel 30 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-beschikking terug te nemen betalingskorting;

-verzoek tot vermindering rente is bezwaar;

-betalingskorting en invorderingsrente: (hoger) beroep en cassatie;

-teruggenomen betalingskorting en invorderingsrente: uitstel van betaling;

-geen bezwaar mogelijk tegen de niet verleende betalingskorting.

Artikel 31 en artikel 31a

Er zijn in deze leidraad op de artikelen 31 en artikel 31a van de wet geen beleidsregels gemaakt.

Artikel 32 Samenloop fiscale en civiele aansprakelijkheidsbepalingen

Artikel 32 van de wet bepaalt dat naast de aansprakelijkheidsbepalingen die in hoofdstuk VI van de wet zijn opgenomen, de ontvanger ook een beroep kan doen op aansprakelijkheidsbepalingen in andere wettelijke regelingen. De ontvanger kan dus ook een beroep doen op aansprakelijkheidsbepalingen uit bijvoorbeeld het Burgerlijk Wetboek of het Wetboek van Koophandel.

In aansluiting op artikel 32 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-keuze aansprakelijkheid;

-gemeenschapsschulden en aansprakelijkheid.

Artikel 33 Aansprakelijkheid van bestuurder, leider vaste inrichting, vaste vertegenwoordiger en vereffenaar voor alle belastingen

Artikel 33 van de wet bevat hoofdelijke aansprakelijkheidsregels die gelden voor de invordering van alle (rijks)belastingen.

Deze regels dienen ertoe om, als op het in dit artikel genoemde lichaam geen verhaal meer kan worden uitgeoefend, die personen voor de nog verschuldigde belasting aan te spreken, die in een nauwe betrekking staan of stonden tot het desbetreffende lichaam en invloed (hadden) kunnen uitoefenen op het betalen van de belastingschulden.

In aansluiting op artikel 33 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-leider vaste inrichting en vaste vertegenwoordiger;

-feitelijke vestiging;

-lichaam dat is ontbonden;

-vereffenaar;

-bestuurder;

-gewezen bestuurder.

Artikel 33a. Aansprakelijkheid van begunstigden

Er zijn in deze leidraad op artikel 33a van de wet geen beleidsregels gemaakt.

Artikel 34 tot en met 47

Deze bepalingen zijn niet van toepassing voor de gemeente.

Artikel 48 Beperking aansprakelijkheid van erfgenamen

Artikel 48 van de wet regelt niet de aansprakelijkheid van de erfgenaam, maar geeft aan dat de erfgenaam - als rechtsopvolger van de erflater - niet voor alle belastingaanslagen voor het volle bedrag zal worden aangesproken.

In aansluiting op artikel 48 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-beneficiaire aanvaarding;

-invordering ten laste van een erfgenaam blijft achterwege.

Artikel 48a Aansprakelijkheid van derden voor uitbetaalde bedragen inkomstenbelasting of omzetbelasting

Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.

Artikel 49 Formele bepalingen voor aansprakelijkstelling

Artikel 49 van de wet regelt de formele bepalingen voor aansprakelijkstellingen. Het geeft aan op welke wijze een materiële aansprakelijkheid wordt omgezet in een formele aansprakelijkstelling. De bepalingen gelden niet alleen voor de in de wet opgenomen aansprakelijkheidsregels, maar gelden ook voor de aansprakelijkheid in enige andere wettelijke regeling, bijvoorbeeld in het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Koophandel.

De aansprakelijkstelling vindt plaats bij voor bezwaar vatbare beschikking, en wel afzonderlijk voor een ieder die aansprakelijk wordt gesteld.

In aansluiting op artikel 49 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-aansprakelijkstelling voor bestuurlijke boete;

-aansprakelijkstelling voor invorderingsrente;

-vooraankondiging aansprakelijkstelling;

-de aansprakelijkstelling - in gebreke zijn;

-informatieverstrekking in beschikking aansprakelijkstelling keten- en inlenersaansprakelijkheid;

-informatieverstrekking aan aansprakelijkgestelden;

-eerst uitwinning belastingschuldige;

-volgorde van aansprakelijkstellen;

-bezwaar en uitstel van betaling;

-overgangsrecht.

Artikel 51 Conservatoir beslag bij aansprakelijkheid

De versnelde invordering op grond van de artikelen 10 en 15 van de wet is niet van toepassing op een aansprakelijkgestelde. Wel heeft de ontvanger de mogelijkheid om conservatoir beslag te leggen op grond van artikel 51 van de wet met toepassing van de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

In aansluiting op artikel 51 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over conservatoir beslag en uitstel in verband met bezwaar.

Artikel 52 Betalingstermijn beschikking aansprakelijkstelling

Op grond van artikel 52, eerste lid, van de wet heeft de aansprakelijkgestelde een betalingstermijn van zes weken na dagtekening van de beschikking van de aansprakelijkstelling.

Als na het verstrijken van deze termijn geen betaling heeft plaatsgevonden en geen bezwaarschrift tegen de beschikking is ingediend, is het in de beschikking vermelde bedrag invorderbaar.

In aansluiting op artikel 52 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over vermindering van de belastingaanslag.

Artikel 53 Aansprakelijkheid: verhaalsrechten en kwijtschelding

De ontvanger heeft op grond van het bepaalde in artikel 53 recht om ook de regels voor de verrekening (artikel 24 van de wet met uitzondering van het derde lid) toe te passen voor een aansprakelijkgestelde. Dit leidt ertoe dat een openstaande aansprakelijkheidsschuld kan worden verrekend met een aan de aansprakelijkgestelde uit te betalen bedrag.

Als de aansprakelijkgestelde niet in staat is - anders dan met buitengewoon bezwaar - de belastingschuld waarvoor hij aansprakelijk is gesteld geheel of gedeeltelijk te voldoen, dan kan aan hem op verzoek ontslag van betalingsverplichting worden verleend.

In aansluiting op artikel 53 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-geen zelfstandige verjaring van de aansprakelijkheidsschuld;

-ontslag van betalingsverplichting aansprakelijk gestelde bestuurder en verwijtbaarheid.

Artikel 54 Mededeling aan de aansprakelijkgestelde

Artikel 54 van de wet regelt de uitbetaling van een teruggaaf aan de aansprakelijkgestelde die het gevolg is van een vermindering van de belastingaanslag waarvoor hij aansprakelijk is gesteld.

In aansluiting op artikel 54 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over het aanhouden van de betaling van een teruggaaf bij aansprakelijkstelling.

Artikel 55 tot en met 57

Deze bepalingen zijn niet van toepassing voor de gemeente.

Artikel 58 Informatieverplichtingen van de belastingschuldige of de aansprakelijkgestelde

Artikel 58 van de wet regelt de verplichting voor de belastingschuldige en de aansprakelijkgestelde tot het verstrekken van gegevens en inlichtingen en het ter beschikking stellen van gegevensdragers die voor de invordering van de 'eigen' belastingschulden van belang zijn.

Verder regelt artikel 58 van de wet de identificatieverplichting tegenover de ontvanger.

Onder de gegevens die voor de invordering van de 'eigen' belastingschulden van de belastingschuldige van belang zijn, vallen ook de gegevens die de ontvanger nodig heeft om te beoordelen of hij mogelijk derden aansprakelijk kan stellen.

In aansluiting op artikel 58 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-geen invorderingsonderzoek tijdens een gerechtelijke procedure;

-gegevens voor invordering ‘eigen’ belastingschulden.

Artikel 59 Informatieverplichting: gegevensdragers bij een derde

Op grond van artikel 249 van de Gemeentewet is artikel 59 van de wet niet van toepassing bij de invordering van gemeentelijke belastingen.

Artikel 59 legt aan degene die de boekhouding of gegevens van de belastingschuldige of aansprakelijkgestelde (bij)houdt de verplichting op de gevraagde gegevens aan de ontvanger van de rijksbelastingdienst te verstrekken. Het artikel kan op grond van artikel 246a van de Gemeentewet bij algemene maatregel van bestuur geheel of gedeeltelijk van toepassing worden verklaard voor gemeentelijke belastingen. In de betreffende algemene maatregel van bestuur, het Besluit gegevensverstrekking gemeentelijke belastingheffing (Stb. 1995, 346) is ten aanzien van de invordering geen bepaling opgenomen die overeenkomt met artikel 59 . In artikel 7 van het Besluit gegevensverstrekking is alleen bepaald dat de rijksbelastingdienst desgevraagd gegevens en inlichtingen moet verstrekken over de inkomens- en vermogenspositie van de belastingschuldige die een verzoek om kwijtschelding van gemeentelijke belasting heeft gedaan op de voet van artikel 26 van de wet . Bij de beoordeling van een ingediend kwijtscheldingsverzoek kunnen de opgegeven inkomens- en vermogensgegevens worden geverifieerd bij de rijksbelastingdienst.

Artikel 60 Formele bepalingen voor de informatieverplichtingen

Artikel 60 van de wet regelt de formele bepalingen voor de informatieverplichtingen.

In aansluiting op artikel 60 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-het stellen van een redelijke termijn voor verstrekken van informatie;

-de kwaliteit van de gegevens en wijze van verstrekking of beschikbaar stellen.

Artikel 61 Geen geheimhoudingsplicht bij de informatieverplichtingen

Artikel 61 van de wet bepaalt voor de in de artikelen 58, 59 en 60 van de wet opgenomen verplichtingen dat niemand zich op geheimhouding kan beroepen, zelfs niet als die geheimhoudingsverplichting bij wettelijk voorschrift zou zijn opgelegd.

In aansluiting op artikel 61 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over niet van de administratie gescheiden (beroeps-)vertrouwelijke gegevens.

Artikel 62 Informatieverplichtingen van de administratieplichtige

Op grond van artikel 249 van de Gemeentewet is artikel 62 van de wet niet van toepassing bij de invordering van gemeentelijke belastingen.

Artikel 62 van de wet legt aan derden de verplichting op om gegevens en inlichtingen die voor de invordering van belang kunnen zijn te verstrekken aan de ontvanger van de rijksbelastingdienst. In artikel 246a van de Gemeentewet is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur regels kunnen worden gesteld om de artikelen 59 en 62 van de Invorderingswet 1990 geheel of gedeeltelijk van toepassing te verklaren of een overeenkomstige bepaling vast te stellen. In de betreffende algemene maatregel van bestuur, het Besluit gegevensverstrekking gemeentelijke belastingheffing is ten aanzien van de invordering geen bepaling opgenomen die overeenkomt met artikel 62. In een aantal gevallen kunnen gemeenten echter toch gebruik maken van inlichtingen van derden. Het kan daarbij gaan om de volgende gevallen:

-Verschaffing inlichtingen door de rijksbelastingdienst. De Staatssecretaris van Financiën heeft in onderdeel 2.1.1.3 van het Voorschrift informatieverstrekking 1993 bepaald dat aan gemeenten desgevraagd informatie wordt verstrekt voor zover die zijn belast met de uitvoering van de belastingwet of invordering op basis van de Invorderingswet 1990. Op grond van dit voorschrift kunnen aan de rijksbelastingdienst ten aanzien van een derde bijvoorbeeld gegevens over werkgevers of uitkerende instanties worden gevraagd indien een beslag op loon of uitkering wordt overwogen. Opgemerkt wordt dat het voorschrift geen wettelijke verplichting aan de rijksbelastingdienst oplegt tot het verstrekken van inlichtingen.

-Inlichtingenplicht derden op grond van artikel 475g Rv.

Artikel 62bis Artikel 62bis is niet van toepassing voor de gemeente.

Artikel 62a

Er zijn in deze leidraad op artikel 62a van de wet geen beleidsregels gemaakt.

Artikel 63 tot en met 63ab

Er zijn in deze leidraad op de artikelen 63, 63a, 63aa en 63ab van de wet geen beleidsregels gemaakt.

Artikel 63b Bestuurlijke boeten

In aansluiting op artikel 63b van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-algemene uitgangspunten;

-betalingsverzuim bij aanslagbelastingen

-verplichting toe te laten dat kopieën e.d. worden gemaakt.

Artikel 63c en 64

Er zijn in deze leidraad op de artikelen 63c en 64 van de wet geen beleidsregels gemaakt.

Artikel 65 Niet nakomen informatieverplichting: strafmaat voor misdrijf

Bij het niet of niet correct nakomen van een verplichting tot het verstrekken van gegevens of het ter beschikking stellen van gegevensdragers, kan sprake zijn van opzet.

In artikel 65, eerste en tweede lid, van de wet wordt de strafmaat voor dit strafbare feit gegeven. De beide straffen die in die leden zijn genoemd, kunnen cumulatief worden toegepast. Artikel 65a van de wet merkt dit strafbare feit aan als een misdrijf.

Het derde lid van artikel 65 van de wet bevat de zogenaamde 'inkeerregeling':het recht op strafvervolging vervalt als een persoon tijdig tot inkeer komt en alsnog zorgt voor een juiste en volledige verstrekking van informatie.

In aansluiting op artikel 65 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de reikwijdte opzetcriterium bij een misdrijf.

Artikel 65a en artikel 66

Er zijn in deze leidraad op artikel 65a en artikel 66 van de wet geen beleidsregels gemaakt.

Artikel 67 Geheimhoudingsplicht

Artikel 67 van de wet regelt de geheimhoudingsplicht. In het tweede lid van dat artikel is bepaald dat de geheimhoudingsplicht niet geldt als:

-bekendmaking verplicht is volgens een wettelijk voorschrift;

-sprake is van structurele gegevensverstrekking aan bestuursorganen die bij ministeriële regeling (voor de gemeente geldt: bij besluit van het college) zijn aangewezen;

-de bekendmaking plaatsvindt aan de belastingschuldige zelf voor zover deze gegevens door of namens hem zijn verstrekt.

Daarnaast kan het college op grond van het derde lid ontheffing van de geheimhoudingsplicht verlenen.

In aansluiting op artikel 67 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:

-bekendmaking gegevens op verzoek van de belastingschuldige zelf;

-informatieverstrekking aan gerechtsdeurwaarder over periodieke betalingen.

Artikel 67a

Er zijn in deze leidraad op artikel 67a van de wet geen beleidsregels gemaakt.

Artikel 68 tot en met 72

De artikelen 68, 70 tot en met 70f zijn niet van toepassing voor de gemeente.

Er zijn in deze leidraad op de artikelen 68, 69, 70, 70a, 70aa, 70ba, 70c, 70ca, 70d, 70e, 70ea, 70f, 71 en 72 van de wet geen beleidsregels gemaakt.

Artikel 69

Deze bepaling is niet toepassing voor de gemeente.

Artikel 73 Insolventieprocedures

In dit artikel is het volgende beleid over insolventieprocedures opgenomen:

-de algemene uitgangspunten insolventieprocedures;

-insolventieprocedure en wettelijke schuldsanering;

-insolventieprocedure en surseance;

-insolventieprocedure en faillissement;

-insolventieprocedure: minnelijke schuldsanering door leden van de Vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren (“NVVK”) of gemeenten;

-insolventieprocedure: minnelijke schuldsanering door anderen dan leden van de NVVK of gemeenten;

-insolventieprocedures en akkoorden;

-wettelijk breed moratorium.

Artikel 74 Uitstel- en kwijtscheldingsfaciliteiten

Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.

Artikel 75 Kosten van vervolging

Dit artikel beschrijft het beleid bij het in rekening brengen van kosten van vervolging. Met 'vervolgingskosten of kosten' wordt bedoeld de kosten die op grond van de Kostenwet invordering rijksbelastingen (Kostenwet) in rekening worden gebracht.

Hieronder vallen ook de kosten die verbonden zijn aan de werkzaamheden die de belastingdeurwaarder verricht voor de invordering op civiele wijze.

In dit artikel is het volgende beleid over kosten van vervolging opgenomen:

-gevorderde som bevat geen vervolgingskosten;

-aan derden toekomende bedragen;

-rechtsmiddelen en vervolgingskosten;

-verzoek om vermindering vervolgingskosten aanmerken als bezwaar;

-niet in rekening brengen van vervolgingskosten;

-onverschuldigdheid van vervolgingskosten;

niet-verwijtbaarheid en vervolgingskosten;

-versnelde invordering en vervolgingskosten;

-aansprakelijkgestelden en vervolgingskosten;

-geen kwijtschelding van vervolgingskosten;

-limitering betekeningskosten dwangbevel.

Artikel 76 tot en met 79

Deze bepalingen zijn niet van toepassing voor de gemeente.

Artikel 80 Invordering, Awb en het moment van vaststelling van (naheffings)aanslagen

In dit artikel is beleid opgenomen met betrekking tot artikel 4:121 van de Awb en het moment van vaststelling van naheffingsaanslagen.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.