Aanhef
Beleidsregels zonnepanelen voor monumenten, beeldbepalende zaken en beschermd stadsgezicht Geertruidenberg
Het college van de gemeente Geertruidenberg, in zijn vergadering van 27 juli 2021:
gelet op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht en artikel 4a van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, artikel 2.1 lid 1 onder a van de Wabo, artikel 2.1 lid 1 onder f en artikel 2.15 van de Wabo voor rijksmonumenten en artikel 2.2 lid 1 onder b en artikel 2.18 van de Wabo voor gemeentelijke monumenten en beeldbepalende zaken, en de Erfgoedverordening Geertruidenberg 2017,
BESLUIT
vast te stellen de:
Beleidsregels zonnepanelen voor monumenten, beeldbepalende zaken en beschermd stadsgezicht Geertruidenberg
Inhoudsopgave
1Inleiding
2Het bestaande en toekomstige juridische kader
3Duurzaamheidsbeleid in Geertruidenberg
4Op zoek naar nieuwe uitgangspunten
5De kern van het nieuwe beleid
6Categorieën, en gebiedsindeling van beschermd stadsgezicht
7Visualisatie van de toetsingscriteria
8Tekst van de regeling
Bijlage 1: gebiedsindeling Beschermd stadsgezicht Geertruidenberg voor het zonnepanelenbeleid
Bijlage 2: kaart van plangebied van de Riethorst
8. Tekst van de regeling
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
a.
zonnepanelen: zonnepanelen, watergedragen zonnecollectoren, heatpipes en daglichtpanelen
b.
Gebied A: het gebied zoals aangeduid op de bijlage bij dit beleid, de kaart met de gebiedsindeling
c.
Gebied B: het gebied zoals aangeduid op de bijlage bij dit beleid, de kaart met de gebiedsindeling
d.
Gebied C: het gebied zoals aangeduid op de bijlage bij dit beleid, de kaart met de gebiedsindeling
e.
dak-doorbraken: dakkapellen, dakvensters en schoorstenen en pijpen
f.
Commissie: de Commissie ruimtelijke kwaliteit, de gemeentelijke adviescommissie wat betreft erfgoed, welstand, ruimtelijke ordening, stedenbouw en landschap
g.
openbare ruimte: openbaar toegankelijk gebied, weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer.
Artikel 2 Toepasselijkheid en gebiedsindeling
Dit beleid geldt voor:
a.
aangewezen rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en beeldbepalende zaken in heel de gemeente, binnen en buiten het beschermd stadsgezicht van Geertruidenberg; b. de deelgebieden A, B en C van het beschermd stadsgezicht, die zijn aangeduid op de bijlage bij dit beleid, de kaart met de gebiedsindeling. Deze gebieden betreffen het beschermd stadsgezicht voor zover dat is gelegen binnen de contouren van de bestemmingsplannen Kom Geertruidenberg 2012 en Dongeburgh (en de plannen die nadien binnen die contouren zijn vastgesteld). Voor de overige delen van het beschermd stadsgezicht zijn zonnepanelen toegelaten binnen de kaders van wat op grond van landelijke regels vergunningsvrij is voor zonnepanelen buiten het beschermd stadsgezicht en zijn deze beleidsregels verder niet van toepassing.
Artikel 3 De status van de beleidsregels
a.
Het betreft door ons op grond van art. 4:81 Awb vastgestelde beleidsregels met betrekking tot onze bevoegdheden voor de beoordeling, wat betreft welstand en erfgoedwaarden, van vergunningaanvragen voor zonnepanelen voor monumenten, beeldbepalende zaken en gebouwen in beschermd stadsgezicht.
b.
Over aanvragen voor zonnepanelen voor monumenten en beeldbepalende zaken wordt advies ingewonnen bij de Commissie. In andere gevallen worden aanvragen voor zonnepanelen in beschermd stadsgezicht ambtelijk en niet door de Commissie getoetst, indien deze voldoen aan de beleidsregels.
c.
Als een aanvrager wil afwijken van de beleidsregels, wordt advies over de aanvraag ingewonnen bij de Commissie, waarbij de beleidsregels als uitgangspunt leidend zijn voor het advies.
Artikel 4 Nieuwbouw in deelgebieden A, B en C van beschermd stadsgezicht
1Bij nieuwbouw worden zonnepanelen toegestaan, indien:
a.
de zonnepanelen op een architectonisch geïntegreerde wijze worden toegepast in het nieuwbouwplan;
b.
rekening wordt gehouden met de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden, de context van de straat en de belendende bebouwing (ensemble);
c.
rekening wordt gehouden met een passende ritmiek, positionering en kleur;
d.
voldoende wordt aangesloten op de beeldkwaliteit die de beleidsregels voor het desbetreffende gebied beogen te beschermen.
2Voor de beoordeling hiervan wordt advies ingewonnen bij de Commissie.
Artikel 5 Algemene uitgangspunten voor het plaatsen van zonnepanelen
De volgende algemene uitgangspunten gelden altijd bij het plaatsen van zonnepanelen op monumenten en beeldbepalende panden in de gemeente Geertruidenberg en bij het plaatsen van zonnepanelen in het beschermd stadsgezicht van Geertruidenberg, tenzij in de beleidsregels anders is vermeld:
1In alle situaties wordt de kap van het hoofdvolume van het gebouw zo veel mogelijk gemeden. Mogelijkheden kunnen worden gezocht op het achtererf, op ondergeschikte (platte) daken of daken van aan- en bijgebouwen. Wellicht zouden in sommige gevallen voor particuliere ook collectieve zonnedaken of zonneweides een oplossing voor verduurzaming kunnen bieden.
2Zonnepanelen worden boven op de dakbedekking geplaatst en reversibel (omkeerbaar), zodat bij later verwijderen weer een ongeschonden dakvlak zichtbaar wordt.
3Zonnepanelen aan gevels of in voortuinen zijn niet toegestaan.
4Zonnepanelen op schuine daken worden in dezelfde hellingshoek als het dakvlak geplaatst.
5Zonnepanelen worden in een rechthoekige vorm gelegd en indien feitelijk mogelijk: symmetrisch op het dakvlak. Getrapte, onderbroken of asymmetrische vormen (bijvoorbeeld rond dakramen en dakdoorvoeren) zijn niet toegestaan.
6Bij meerdere zonnepanelen op één dakvlak worden de panelen allemaal in dezelfde richting geplaatst (alle panelen horizontaal of verticaal), waarbij de richting wordt afgestemd op het dak en op de buurpanden.
7Het toepassen van verschillende formaten, typen en fabricaten zonnepanelen op één dakvlak is niet toegestaan.
8Zonnepanelen worden geheel in een donkere matzwarte kleur uitgevoerd. Blauwe panelen zijn niet toegestaan. Panelen dienen zonder rand te zijn (dus ook zonder zilverkleurige of aluminium rand). Het verdient aanbeveling om bij het plaatsen van zonnepanelen te kiezen voor een vorm die zoveel mogelijk in het dak wordt geïntegreerd, zonder het bestaande dakvlak aan te tasten.
9De constructie van het bestaande dak moet de verhoogde belasting van het gewicht van de panelen kunnen dragen.
10Bij daken die zijn gedekt met koper of een zeldzame dakbedekking zijn zonnepanelen niet toegestaan.
11Los van deze algemene uitgangspunten gelden er ook aanvullende gebiedscriteria (A, B, of C) en een aparte set criteria voor monumenten en beeldbepalende panden (D), die meer gedetailleerde regels geven voor de plaatsing en afmeting van panelen.
12Waar in dit beleid wordt gesproken over zichtbaarheid vanaf de openbare ruimte geldt: deze zichtbaarheid wordt op de tegenoverliggende gevel gemeten op een hoogte van 1,80 meter of tot 75 meter vanaf het desbetreffende pand.
Artikel 6 Criteria A zonnepanelen in het beschermd stadsgezicht Geertruidenberg gebied A
Voor gebied A gelden, naast de algemene uitgangspunten van artikel 5, de volgende toetsingscriteria:
1.
Zonnepanelen op het voordakvlak (van alle kapvormen) zijn niet toegestaan.
2.
Zonnepanelen op achterdakvlakken die vergunningsplichtig zijn en zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, zijn met vergunning toegestaan onder de volgende voorwaarden:
a.minimaal 50 cm afstand houden tot de goot;
b.minimaal 50 cm afstand houden tot de nok;
c.bij voorkeur rondom 50 cm afstand houden van bestaande dakdoorbraken (dakkapellen, dakvensters en schoorstenen);
d.zo veel mogelijk in de onderste helft van het dakvlak zijn geplaatst.
3.
Zonnepanelen op dwarskappen (nok haaks op de straat) zijn toegestaan, wanneer de panelen niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, niet grenzen aan de openbare ruimte en daarnaast voldoen aan de volgende criteria:
a.vanaf de achtergevel naar voren zijn geordend;
b.minimaal 100 cm afstand houden tot de achtergevel en minimaal 100 cm afstand houden tot de voorgevel;
c.zo veel mogelijk onder in het dakvlak worden geplaatst, met minimaal 50 cm afstand tot de goot;
d.minimaal 50 cm afstand houden tot de nok;
e.bij voorkeur rondom 50 cm afstand houden van bestaande dakdoorbraken (dakkapellen, dakvensters en schoorstenen);
f.indien het zijdak rechthoekig is en vanaf de openbare ruimte visueel afgeschermd wordt door het naastgelegen pand (inclusief kap) met een goothoogte van niet meer dan 1 meter lager dan het pand waarop de zonnepanelen worden beoogd, wordt advies ingewonnen bij de Commissie voor een maatwerkoplossing, tenzij wordt voldaan aan de regels hierna onder h;
g.indien het zijdakvlak een andere vorm heeft dan een rechthoek (zoals een schilddak), wordt advies ingewonnen bij de Commissie voor een maatwerkoplossing;
h.indien het zijdak niet (zoals hierboven vermeld) afgeschermd wordt door het naastgelegen pand en indien het zijdakvlak de vorm heeft van een rechthoek, geldt het volgende: wat betreft de buitenste contouren van het geheel van zonnepanelen mag er sprake zijn van ten hoogste één L-vormige combinatie van zonnepanelen of van één enkele uitsparing erin. Voor het overige dienen de buitenste contouren van het geheel van de zonnepanelen een rechthoekig vlak te vormen, en indien feitelijk mogelijk symmetrisch op het dakvlak te liggen. Overige getrapte, onderbroken of asymmetrische vormen in de contouren van het geheel van zonnepanelen zijn niet toegestaan;
i.uitzondering: op zijdakvlakken grenzend aan openbare ruimte bij hoekpanden zijn geen zonnepanelen toegestaan.
4.
Zonnepanelen op platte daken (van hoofd- en bijgebouwen) zijn toegestaan: wanneer de afstand van de zonnepanelen tot de zijkant van het dak minimaal 1 keer de hoogte van de panelen is en de panelen plat of onder een flauwe helling (met een hoek tot circa 15 graden) en in een aaneengesloten patroon worden geplaatst.
5.
Zonnepanelen op mansardekappen of andere bijzondere kapvormen vragen een maatwerkoplossing van de Commissie.
6.
Over toepassing van nieuwe producten voor de opvang van zonne-energie, waarvan de verschijningsvorm is aangepast aan de bestaande dakbedekking, wordt advies ingewonnen bij de Commissie.
7.
Voor zonnepanelen in het plangebied van de Riethorst wordt mede rekening gehouden met het daarvoor geldende beeldkwaliteitsplan. Zie onderdeel 6 van de toelichting op het beleid en bijlage 2.
Artikel 7 Criteria B zonnepanelen in het beschermd stadsgezicht Geertruidenberg gebied B
Voor gebied B gelden, naast de algemene uitgangspunten van artikel 5, de volgende toetsingscriteria:
1.
Over de vraag of zonnepanelen op het voordakvlak aanvaardbaar zijn, wordt advies ingewonnen bij de Commissie, vanwege de gewenste beeldkwaliteit in dit gebied, en rekening houdend met het overige beleid.
2.
Voor zonnepanelen op achterdakvlakken gelden: het kader van wat landelijk vergunningsvrij is voor zonnepanelen buiten het beschermd stadsgezicht, en ook de uitgangspunten van artikel 5, behoudens dat het vijfde uitgangspunt niet als voorwaarde wordt gesteld hiervoor.
3.
Over de vraag of zonnepanelen dwarskappen (nok haaks op de straat) aanvaardbaar zijn, wordt advies ingewonnen bij de Commissie, vanwege de gewenste beeldkwaliteit in dit gebied, en rekening houdend met het overige beleid.
4.
Zonnepanelen op platte daken (van hoofd- en bijgebouwen) zijn toegestaan: wanneer de afstand van de zonnepanelen tot de zijkant van het dak minimaal 1 keer de hoogte van de panelen is en de panelen plat of onder een flauwe helling (met een hoek tot circa 15 graden) en in een aaneengesloten patroon worden geplaatst.
5.
Zonnepanelen op mansardekappen of andere bijzondere kapvormen vragen een maatwerkoplossing van de Commissie.
6.
Over toepassing van nieuwe producten voor de opvang van zonne-energie, waarvan de verschijningsvorm is aangepast aan de bestaande dakbedekking, wordt advies ingewonnen bij de Commissie.
Artikel 8 Criteria C zonnepanelen in het beschermde stadsgezicht Geertruidenberg gebied C
Voor gebied C gelden, naast de algemene uitgangspunten van artikel 5, de volgende toetsingscriteria:
1.
Voor zonnepanelen op schuine daken in dit gebied gelden:
a.voor voordakvlakken en zijdakvlakken: dat de afstand van de zonnepanelen tot zowel de nok als de goot tenminste 50 cm dient te zijn;
b.bij zijdakvlakken dienen de zonnepanelen tenminste 50 cm vanaf voorgevel en achtergevel te liggen;
c.in de volgende gevallen: als de daken van twee of meer naast elkaar gesitueerde individuele panden als één aansluitend dakvlak doorlopen, mogen de panelen worden gelegd tot de perceelsgrens tussen die panden; als niet sprake is van zo’n doorlopend dakvlak op meer panden, dienen de panelen minimaal 50 cm afstand te houden tot beide gevels/perceelsgrenzen;
d.Voor het voordakvlak kan alleen worden afgeweken van het vijfde uitgangspunt van artikel 5 in de volgende zin: ten hoogste één L-vormige combinatie van zonnepanelen of een rechthoekig vlak van zonnepanelen met één enkele uitsparing toegestaan. Hetzelfde geldt voor het zijdakvlak;
e.Voor zonnepanelen op achterdakvlakken gelden: het kader van wat landelijk vergunningsvrij is voor zonnepanelen buiten het beschermd stadsgezicht, en ook de uitgangspunten van artikel 5, behoudens dat het vijfde uitgangspunt niet als voorwaarde wordt gesteld hiervoor.
2.
Zonnepanelen op platte daken (van hoofd- en bijgebouwen) zijn toegestaan wanneer de afstand van de zonnepanelen tot de zijkant van het dak minimaal 1 keer de hoogte van de panelen is en de panelen plat of onder een flauwe helling (met een hoek tot circa 15 graden) en in een aaneengesloten patroon worden geplaatst.
3.
Zonnepanelen op mansardekappen of andere bijzondere kapvormen vragen een maatwerkoplossing van de Commissie.
4.
Over toepassing van nieuwe producten voor de opvang van zonne-energie, waarvan de verschijningsvorm is aangepast aan de bestaande dakbedekking, wordt advies ingewonnen bij de Commissie.
5.
Voor zonnepanelen in het plangebied van de Riethorst wordt mede rekening gehouden met het daarvoor geldende beeldkwaliteitsplan. Zie onderdeel 6 van de toelichting op het beleid en bijlage 2.
Artikel 9 Criteria voor zonnepanelen op monumenten en beeldbepalende panden
Deze criteria gelden voor aangewezen rijks- en gemeentelijke monumenten en beeldbepalend panden in de gemeente Geertruidenberg. Deze regels gelden dus ook voor de monumenten en beeldbepalende panden in het beschermd stadsgezicht.
Hiervoor gelden, naast de algemene uitgangspunten van artikel 5, de volgende toetsingscriteria:
1.
Zonnepanelen op het voordakvlak (van alle kapvormen) zijn niet toegestaan.
2.
Zonnepanelen op achterdakvlakken van schuine daken zijn toegestaan wanneer de panelen niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte. Tevens gelden de volgende voorwaarden:
a.minimaal 50 cm afstand houden tot de goot;
b.minimaal 50 cm afstand houden tot de nok;
c.minimaal 50 cm afstand houden van bestaande dak-doorbraken;
d.zo veel mogelijk in de onderste helft van het dakvlak zijn geplaatst.
3.
Zonnepanelen op dwarskappen (nok haaks op de straat) zijn toegestaan, wanneer de panelen niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, niet grenzen aan de openbare ruimte en daarnaast voldoen aan de volgende criteria:
a.vanaf de achtergevel naar voren zijn geordend;
b.minimaal 100 cm afstand houden tot de achtergevel;
c.niet meer dan 50% van de breedte van het dakvlak innemen, en daarbij ook minimaal 300 cm
afstand houden tot de voorgevel;
d.zo veel mogelijk onder in het dakvlak worden geplaatst, met minimaal 50 cm afstand tot de goot;
e.minimaal 50 cm afstand houden tot de nok;
f.rondom 50 cm afstand houden van bestaande dakdoorbraken;
g.uitzondering: op zijdakvlakken grenzend aan openbare ruimte bij hoekpanden zijn geen
zonnepanelen toegestaan.
4.
Zonnepanelen op platte daken (van hoofd- en bijgebouwen) zijn toegestaan: wanneer de afstand van de zonnepanelen tot de zijkant van het dak minimaal 1,5 keer de hoogte van de panelen is en de panelen plat of onder een flauwe helling (met een hoek tot circa 15 graden) en in een aaneengesloten patroon worden geplaatst.
5.
De aanwezige monumentale waarden mogen niet worden aangetast. Hierover wordt advies ingewonnen bij de Commissie.
6.
Zonnepanelen op mansardekappen of andere bijzondere kapvormen vragen een maatwerkoplossing van de Commissie.
7.
Over toepassing van nieuwe producten voor de opvang van zonne-energie, waarvan de verschijningsvorm is aangepast aan de bestaande dakbedekking, wordt advies ingewonnen bij de Commissie.
8.
Wat betreft industrieel erfgoed: als een aanvraag voor zonnepanelen niet voldoet aan de voormelde criteria, wordt aan de Commissie advies gevraagd over de vraag of sprake is van zorgvuldig ontworpen plan, dat niet leidt tot een visuele verstoring.
Artikel 10 Overgangsrecht
Deze beleidsregels zijn nog niet van toepassing op situaties die op het moment van inwerkingtreding van dit beleid in strijd zijn met de hierin opgenomen regels. Voor deze situaties zal een gedoogbeschikking opgesteld worden waarin wordt opgenomen vanaf welk moment de beleidsregels van toepassing zijn en onder welke voorwaarden. Deze overgangstermijn wordt gekoppeld aan de levensduur van de aangebrachte zonnepanelen.
Artikel 11 Inwerkingtreding
1.
Deze beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie van het besluit tot vaststelling van de beleidsregels.
2.
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels zonnepanelen voor monumenten, beeldbepalende zaken en beschermd stadsgezicht Geertruidenberg
Bijlage 1: Gebiedsindeling Beschermd stadsgezicht Geertruidenberg voor het zonnepanelenbeleid
Kaart