Aanhef
De burgemeester van de gemeente GEERTRUIDENBERG;
gelezen het voorstel aan de burgemeester van 27 mei 2025,
gelet op,
•artikel 1:3, vierde lid van de Algemene wet bestuursrecht;
•titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht;
•titel 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht;
•artikel 125, derde lid van de Gemeentewet;
•artikel 172 van de Gemeentewet;
•artikel 2:59 van de Algemene Plaatselijke Verordening Geertruidenberg 2023;
overwegende dat,
•in de gemeente Geertruidenberg enkele bijtincidenten met honden hebben plaatsgevonden;
•het gewenst is om beleid vast te stellen omtrent de uitleg van het voorschrift in de APV, artikel 2:59 van de Algemene Plaatselijke Verordening Geertruidenberg 2023 (gevaarlijke honden);
besluit vast te stellen de:
Beleidsregel bijtincidenten honden gemeente Geertruidenberg
Artikel 1. Definities
1In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
•aanlijngebod: gebod als bedoeld in artikel 2:59, eerste en tweede lid van de Algemene Plaatselijke Verordening Geertruidenberg 2023.
•bijtincident: hiervan is sprake wanneer een hond een persoon of ander dier bijt. Bijtincidenten kunnen als licht of ernstig worden aangemerkt.
•deskundige: een gedragstherapeut die is aangesloten bij het Dierbaar Keurmerk, het Martin Gaus keurmerk, de Nederlandse Vereniging van Gedragstherapeuten voor Honden of de Stichting Platform Professionele Diergedragsdeskundigen of een met voorstaande gelijk te stellen persoon.
•ernstig bijtincident: als het bijtincident ernstig letsel heeft veroorzaakt en / of in een geval dat de burgemeester het bijtincident als ernstig aanmerkt. Dat gelet op de omstandigheden van het geval.
•ernstig letsel: als een beet of de tanden van de bijtende hond tot in de huid komen of sprake is van bloedverlies, letsel aan de huid/weefsel, lederhuid, weefselverplaatsing, functieverplaatsing of dat de benadeelde/ het slachtoffer nog ernstig is getroffen door de beet of beten. Dit laatste betreft bijvoorbeeld de nabehandeling van een beet, zoals het toedienen van een tetanusinjectie.
•gevaarlijke hond: een hond die een ernstig bijtincident heeft veroorzaakt of door de burgemeester is aangemerkt als een gevaarlijke hond. Een hond kan in ieder geval als gevaarlijk worden aangemerkt indien deze meerdere lichte bijtincidenten heeft veroorzaakt.
•hinderlijke hond: een hond die een licht bijtincident heeft veroorzaakt.
•lederhuid: de middelste huidlaag die bestaat uit bindweefsel waarin zich kunnen bevinden: zweetklieren, haarwortels, talgklieren, bloed, lymfevaten, zintuigcellen en zenuwuiteinden enz.
•licht bijtincident: een bijtincident dat niet wordt aangemerkt als ernstig bijtincident.
Van een licht bijtincident is bijvoorbeeld sprake wanneer een hond een persoon, een ander dier of in plaats daarvan een voorwerp bijt, maar er geen sprake is van ernstig letsel.
•muilkorfgebod: gebod als bedoeld in artikel 2:59, eerste en derde lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Geertruidenberg.
•Risico-assessment: een onderzoek waarbij een inschatting wordt gemaakt van de risico’s die een hond geeft voor de maatschappij. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht.
Artikel 2. Hinderlijke honden
1Indien de burgemeester een hond hinderlijk acht, kan de burgemeester aan de eigenaar of houder van deze hond een sanctie opleggen. Indien deze kwalificatie aan de hond wordt gegeven op basis van lichte bijtincidenten, kan de burgemeester een sanctie opleggen conform de in artikel 2 opgenomen tabel I.
2Indien de hond om andere redenen door de burgemeester wordt aangemerkt als hinderlijk, kan de burgemeester aan de eigenaar of houder van deze hond de sanctie opleggen die hij in de gegeven omstandigheden het meest passend acht. Hierbij kan aansluiting worden gezocht bij de in artikel 2 opgenomen tabel I.
Tabel I
Incident met een persoon of dier
Incident met voorwerp
1eincident
Waarschuwing
Registratie
2eincident
Aanlijn- en/of muilkorfgebod
Waarschuwing
3eincident
Last onder dwangsom
Aanlijn- en/of muilkorfgebod
4eincident
Last onder bestuursdwang
Last onder dwangsom
5eincident
-
Last onder bestuursdwang
Artikel 2a. Meerdere honden betrokken bij een bijtincident
Indien bij een bijtincident niet vastgesteld kan worden wie de daadwerkelijk bijtende hond is, kan de burgemeester bevelen dat alle eigenaren en/of houders van de betrokken honden, een gedragscursus dienen te volgen. Dit geldt uiteraard niet voor de aangevallen hond. Althans als aannemelijk is dat de aangevallen hond slechts slachtoffer is.
Artikel 3. Gevaarlijke honden
1Indien de burgemeester een hond gevaarlijk acht, kan de burgemeester aan de eigenaar of houder van deze hond een sanctie opleggen. Indien deze kwalificatie aan de hond wordt gegeven op basis van ernstige bijtincidenten, kan de burgemeester een sanctie opleggen conform tabel II.
2Indien de hond om andere redenen door de burgemeester wordt aangemerkt als gevaarlijk, kan de burgemeester aan de eigenaar of houder van deze hond de sanctie opleggen die hij in de gegeven omstandigheden het meest passend acht. Hierbij kan aansluiting worden gezocht bij tabel II.
3Indien op grond van tabel II een aanlijn- en/of muilkorfgebod dient te worden opgelegd, de burgemeester van oordeel is dat het opleggen van dit gebod niet toereikend is en door de aanwezigheid van de hond sprake is van verstoring van de openbare orde of ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, kan de burgemeester gebruikmaken van zijn lichte bevelsbevoegdheid op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet en de hond tijdelijk in beslag nemen.
4In het geval sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid, legt de burgemeester bij de terugkeer van de hond aan de eigenaar of houder hiervan alsnog een aanlijn- en muilkorfgebod op.
Tabel II
Incident met een persoon
Incident met een ander dier
1eincident
Aanlijn- en/of muilkorfgebod
Waarschuwing
2eincident
Last onder bestuursdwang
Aanlijn- en/of muilkorfgebod
3eincident
-
Last onder bestuursdwang
Artikel 4. Duur opgelegde sanctie
1De opgelegde sanctie geldt in beginsel voor onbepaalde tijd, met uitzondering van inbeslagname.
2Op schriftelijk verzoek van de eigenaar of houder van de hond kan de opgelegde sanctie worden opgeheven, wanneer de eigenaar of houder van de hond door middel van een gedragstest door een deskundige als bedoeld in artikel 5 aannemelijk heeft gemaakt dat de hond niet hinderlijk of gevaarlijk is.
3De burgemeester kan besluiten dat de opgelegde sanctie alleen wordt opgeheven wanneer uit een risico-assessment als bedoeld in Tabel III uit artikel 6, blijkt dat de hond niet hinderlijk of gevaarlijk is.
4De burgemeester gaat in verband met het herstel van de openbare orde in beginsel niet eerder tot opheffing van de sanctie over dan nadat zes maanden zijn verstreken sinds het opleggen van de sanctie.
Artikel 5. Gedragstest
1In opdracht van de eigenaar of houder van de hond kan bij de hond een gedragstest worden afgenomen om aan te tonen dat de hond niet (meer) hinderlijk of gevaarlijk is. De burgemeester gaat alleen tot heroverweging van zijn (voornemen tot het opleggen van een) sanctie over, indien deze gedragstest is afgenomen door een deskundige.
2De kosten voor het laten uitvoeren van een gedragstest komen voor rekening van de eigenaar of houder van de hond.
Artikel 6. Overtreding opgelegde sanctie
1Bij overtreding van de opgelegde sanctie worden nadere sancties genomen, zoals opgenomen in tabel III.
2De kosten die het kader van bestuursdwang zijn gemaakt, komen voor rekening van de eigenaar/houder.
Tabel III
Type Sanctie
Beschrijving
Geldboete
Overtreding van een aanlijn- en/of muilkorfgebod is strafbaar met een geldboete van de tweede categorie (artikel 2.59 juncto 6:1 APV).
Dwangsom
Bij overtreding van een aanlijn- en/of muilkorfgebod kan de burgemeester een last onder dwangsom opleggen (titel 5.3.2 Awb).
De dwangsom bedraagt € 1.000 per overtreding, met een maximum van € 5.000.
Bij de maximale dwangsom kan de burgemeester verzoeken om vrijwillig afstand te doen van de hond.
Vrijwillige afstand
Bij een nieuw bijtincident kan de burgemeester verzoeken om vrijwillig afstand te doen van de hond, in plaats van het opleggen van een dwangsom.
Indien het afstand doen niet vrijwillig gebeurt, kan de burgemeester onvrijwillige inbeslagname toepassen (artikel 5:31 Awb).
Onvrijwillige inbeslagname
De burgemeester kan besluiten tot onvrijwillige inbeslagname met toepassing van spoedeisende bestuursdwang (zonder voorafgaande last) (artikel 5:31 Awb) wanneer:
-de eigenaar/houder weigert vrijwillig afstand te doen van de hond;
-de situatie hiertoe aanleiding geeft.
De hond ondergaat een risico-assessment door de faculteit diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht bij inbeslagname.
Euthanasie
Indien uit het risico-assessment blijkt dat de hond niet kan worden herplaatst bij een andere eigenaar of anderszins het risico op bijtincidenten niet kan voorkomen, kan de burgemeester besluiten de hond te laten euthanaseren door een daartoe bevoegde dierenarts.
Artikel 7. Inwerkingtreding
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het elektronisch gemeenteblad en treedt in werking de dag na die van bekendmaking.
Artikel 8. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als “Beleidsregel bijtincidenten honden gemeente Geertruidenberg”.