Gemeentelijke regelgeving

Beleidsplan Financiële Zelfredzaamheid

Gemeente Geertruidenberg · geldt sinds 29 juli 2026

Aanhef

Gemeente Geertruidenberg 2025

Armoede, geldzorgen en schulden

1. Inleiding

1.1 Wettelijke taak

Vanaf 1 juli 2012 is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) van kracht. Per 1 januari 2021 is de gewijzigde Wgs en het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening in werking getreden. De wet verplicht gemeenten te zorgen voor integrale vroegsignalering en schuldhulpverlening.

Op grond van artikel 2 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is de gemeente verplicht om elke vier jaar een beleidsplan vast te stellen dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening, waar ook armoedebestrijding en geldzorgen aan bod komen.

Schuldhulpverlening bestaat uit de volgende onderdelen:

•Preventie: voorkomen van schulden en/of financiële problemen.

•(wettelijke) vroegsignalering: vroegtijdig signaleren van betalingsachterstanden en het aanbieden van ondersteuning.

•Curatie: beheersbaar maken (stabilisatie) en/of het oplossen van problematische schulden.

•Nazorg: ondersteunen van inwoners na een schuldhulpverleningstraject om terugval en het ontstaan van nieuwe schulden te voorkomen.

1.2 Uitgangspunten van op te stellen beleid

Onderstaande uitgangspunten zijn geformuleerd naar aanleiding van Programma Mens en Zorg, de nulmeting Sociaal Domein, Kernwaarden en Beleidskader Sociaal Domein.

Integrale aanpak

We zien dat de hulpvragen binnen het sociaal domein complexer worden en ondersteuning steeds meer vraagt om een bredere en domein overstijgende aanpak. Hierbij wordt niet alleen het financiële vraagstuk centraal gesteld, maar wordt ook gekeken naar de oorzaken en, waar mogelijk, versterken van eigen kracht. Met de ontwikkelingen voor het realiseren van stevige lokale teams wordt een integrale aanpak de komende jaren uitgezet in een proof-of-concept. Een laagdrempelige en integrale toegang waar samen met de zorgvrager gekeken wordt naar passende ondersteuning

Daarnaast sluiten de ambities van dit beleidsplan financiële zelfredzaamheid; armoede, geldzorgen en schulden aan bij de ontwikkelingen rondom het implementeren van de werkwijze m.b.t. de omgekeerde verordening. Door maatwerk te leveren daar waar nodig en zo snel mogelijk in te zetten op het versterken van zelfredzaamheid. Zo draagt het beleidsplan financiële zelfredzaamheid in zijn geheel bij aan het creëren van gelijke kansen voor inwoners.

Maatwerk

De inzet van schuldhulpverlening is maatwerk. Welke vorm van hulp we inzetten en welke partners we daarbij betrekken is afhankelijk van de situatie waarin de cliënt zich bevindt en welke oorzaak aan de

situatie ten grondslag ligt. Hierbij sluiten we in onze dienstverlening zoveel mogelijk aan bij de leefwereld van de inwoner, zonder oordeelsvorming.

Draagkracht

We zetten in op het behouden, versterken en vergroten van iemands motivatie. We werken, waar mogelijk, toe naar het verduurzamen en verstevigen van de zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid van onze inwoners, zodat zij op een goede manier in staat zijn zelf toe te werken naar oplossingen. Indien blijkt dat volledige zelfredzaamheid niet haalbaar is, zoeken we naar balans tussen het bieden van ondersteuning en behoud van eigen regie.

1.3 Totstandkoming beleidsplan

Het is bekend dat geldzorgen bij verschillende leefsituaties zich kenmerken met verschillende behoeften, situaties en uitdagingen. De gemeente Geertruidenberg vindt het belangrijk dat beleid aansluit bij de noodzaak en behoeften van de inwoners en uitvoerbaar is. Tijdens een brainstormsessie hebben organisaties vanuit de gemeente en daarbuiten meegedacht aan de kaders van dit beleidsplan. Er was met name aandacht voor maatwerk en samenwerking. Organisaties willen graag een goede samenwerking met de gemeente en andere partners om onze inwoners zo goed mogelijk te ondersteunen. Deze samenwerking staat de komende jaren centraal.

Om nog beter aan te sluiten bij de situatie en behoeften van de inwoners hebben we op verschillende manieren onderzoek gedaan. Daarnaast zijn we intensief in gesprek gegaan met inwoners.

Hieronder een korte uiteenzetting van de activiteiten die we voor de totstandkoming van het beleidsplan armoede, geldzorgen en schulden hebben ondernomen. De uitkomsten van de bijeenkomsten hebben we op ambities en hoofdlijnen uitgewerkt in hoofdstuk 5. De verdiepingsslag is verwerkt in de uitvoeringsagenda, waar concrete acties uiteengezet worden.

Diverse dialoogsessies met en over jongeren, volwassenen, uitkeringsgerechtigden en andere inwoners.

Met deze sessies is inzicht gegeven in wat en hoe we op dit moment ondersteuning bieden op het gebied van armoede en schulden. Hoe ervaren onze jongeren vraagstukken rond geldzorgen en financiën. Ook het inzicht met betrekking tot toegankelijkheid van onze voorzieningen.

Literatuur en data geraadpleegd, waaronder CBS, SCP, Divosa, VNG en GGD.

Ervaring en kennis uitwisselen middels twee stakeholderbijeenkomsten met o.a. (Maatschappelijk) partners, adviesraden en andere belanghebbenden in onze gemeente.

Deze bijeenkomsten zijn van grote meerwaarde geweest in de totstandkoming van ons nieuwe beleidsplan. Niet alleen wij als gemeente bieden ondersteuning, maar onze maatschappelijke partners leveren eveneens een zeer belangrijke bijdrage.

Resultaten armoedemonitor en minima effectrapportage door extern bureau

Door de resultaten op onze uitgevoerde minimaeffectrapportage en armoedemonitor hebben we een beter beeld gekregen van de situatie in onze gemeente.

Workshop met raadsleden gevolgd “één uur in de bijstand”.

Tijdens deze workshop “één uur in de bijstand” werd een inkijkje gegeven in de vele dilemma’s en stress waar mensen die leven in armoede en schulden, dagelijks mee te maken hebben. Ook leerde het ons hoe je snel vanuit een ogenschijnlijk stabiele situatie in de problematische schulden terecht kan komen. De conclusie was dat het belang van de juiste laagdrempelige ondersteuning groot is, zoals een minder bureaucratie en versimpeling van de route naar ondersteuning en het vergroten van de zichtbaarheid.

1.4 Uitdagingen nieuwe beleidsperiode

Ondanks de stappen die de afgelopen jaren zijn gezet in de uitvoering voor armoedeverzachting, vroegsignalering en schuldhulpverlening, staan we nog steeds voor grote uitdagingen om inwoners met geldzorgen eerder en beter te bereiken en de passende hulp te bieden. Het taboe op schulden, de beeldvorming rondom schuldhulpverlening en het dalende vertrouwen in de overheid zorgen ervoor dat mensen geen hulp zoeken. Daarnaast zien we structurele oorzaken van schuldenproblematiek, zoals de snelle opbouw van schulden in incassotrajecten en de verleidingen van achteraf betalen bij webwinkels. Inwoners hebben een grote invloed op het verloop van het proces van financiële zorgen tot schuldhulpverlening. Zo speelt de motivatie een belangrijke rol en daarnaast de schaamte van het hebben van mogelijk (problematische schulden).

Een andere uitdaging is dat we bij het regelen van schulden vaak afhankelijk zijn van de snelheid van de traagste schuldeiser. Dit kan ervoor zorgen dat inwoners de moed verliezen, het overzicht kwijt raken en het schuldentraject niet afmaken. De uitdagingen vragen om een zorgvuldige uitvoeringsagenda met concrete acties en een brede samenwerking met onder andere maatschappelijk partners om de resultaten te kunnen realiseren.

Het beleidsplan Financiële zelfredzaamheid heeft de volgende opbouw:

Hoofdstuk 1: Inleiding en aanleiding beleidsplan Schuldhulpverlening

Hoofdstuk 2: Missie en visie Gemeente Geertruidenberg rond armoede, geldzorgen en schulden

Hoofdstuk 3: Achtergrond en huidige inrichting vroegsignalering en schuldhulpverlening

Hoofdstuk 4: Evaluatie huidig beleid

Hoofdstuk 5: Ambities: preventieve aanpak, armoedeverlichting en schuldhulpverlening

Hoofdstuk 6: Organisatie en sturing

2. Missie en visie gemeente Geertruidenberg

2.1 Missie

Zoals in de inleiding al kort is aangehaald richten we ons met het beleidsplan “Financiële zelfredzaamheid; armoede, geldzorgen en schulden 2025-2028” de komende vier jaar op het zoveel mogelijk voorkomen en verlichten van armoede en eerder signaleren en oppakken van problematische schulden van inwoners in onze gemeente.

We zien dat financiële problemen van grote invloed zijn op andere leefgebieden zoals werk, gezondheid en huisvesting. Daarom benaderen we armoede en schulden als maatschappelijke problemen waarvoor duurzame oplossingen nodig zijn om de landelijke streefdoelstellingen

1Halvering percentage aantal schuldentrajecten en een halvering in het percentage (kinder-)armoede

omtrent armoede en schuldhulpverlening te behalen.

2.2 Visie

Deze visie sluit aan op het beleidskader sociaal domein en de omgekeerde verordening sociaal domein, waar schuldhulpverlening voor een klein gedeelte onderdeel van uitmaakt. We gaan uit van de eigen verantwoordelijkheid, maar ondersteunen de mensen die het op eigen kracht (nog) niet redden. Om dit goed uit te kunnen voeren vinden we het belangrijk de komende jaren nog meer in te zetten op integraal en generiek werken. We werken samen met (vrijwilligers) organisaties in het voorliggend veld.

2.3 Landelijke visie schuldenproblematiek

Ook landelijk gebeurt er veel op het gebied van de schuldenproblematiek. Door kabinet Rutte IV is er een concrete doelstelling vastgesteld, namelijk dat in 2030 het percentage van (kinder-)armoede en de problematische schulden gehalveerd moeten zijn (t.o.v. 2015). Het huidige kabinet-Schoof besteedt in haar hoofdlijnenakkoord “Hoop, lef en trots” aandacht aan de onderwerpen schulden en armoede, die nader zijn uitgewerkt in het regeerprogramma. Het kabinet geeft aan breed in te zetten op bestaanszekerheid en zich te richten op de hoogte van inkomen, inkomenszekerheid en betaalbare en toegankelijke voorzieningen. Problematische schulden moeten waar mogelijk worden voorkomen, en als dat niet lukt, moeten mensen in staat zijn zo snel mogelijk weer uit de schulden te komen. Daarnaast wordt de verbetering van de gemeentelijke schuldhulpverlening voortgezet, met focus op aandacht van de problematiek bij de bron.

De Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden wordt voortgezet onder de naam “Nationaal programma Armoede en Schulden”. Met dit programma wil het kabinet problematische schulden fundamenteel aanpakken met een integraal pakket maatregelen. Deze maatregelen worden de komende tijd nog verder uitgewerkt.

Enkele relevante maatregelen uit het programma zijn:

•Verbetering vroegsignalering: investeren in intensievere vroegsignalering

•Integraal schuldenoverzicht: een compleet en bruikbaar overzicht van publieke en private schulden.

•Verder werken aan de basisdienstverlening: de basisdienstverlening moet leiden tot een hulpaanbod dat in iedere gemeente uit minimaal dezelfde elementen bestaat. Onderdeel hiervan is bijvoorbeeld aandacht voor verschillende doelgroepen die een andere aanpak vragen en investeren in de kwaliteit van schuldhulpverlening door aanscherping van (wettelijke) kwaliteitseisen.

•Verbetering in het invorderingsproces. Door betere samenwerking tussen publieke en private schuldeisers, wil het kabinet een meer gecoördineerde aanpak van schuldinvordering realiseren.

Hoewel het kabinet maatregelen neemt om geldzorgen en schulden te voorkomen, ontstaan er soms nieuwe risico’s door beslissingen op andere beleidsonderwerpen of door Europese regelgeving. Neem bijvoorbeeld de liberalisering van de gokmarkt, die leidt tot een toename van gokverslaving bij jongeren, en de groeiende toegankelijkheid en promotie van ‘Buy now, Pay later’- diensten. Dit maakt het inzetten op preventiever maatregelen die zich richten op bewustwording, financiële educatie en gedragsverandering nog urgenter.

Tot slot is het wetsvoorstel Proactieve dienstverlening een belangrijke ontwikkeling. Dit wetsvoorstel houdt in dat het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en gemeenten mogen onderzoeken wie waarschijnlijk recht heeft op een uitkering of een andere ondersteunende voorziening, maar deze niet gebruikt. Zij mogen contact opnemen met deze mensen en hen ondersteunen als zij een aanvraag voor een uitkering of voorziening willen doen. Het doel van dit voorstel is niet-gebruik van uitkeringen en andere (sociale) voorzieningen te verminderen.

2.4 Samenhang met andere beleidsterreinen

De oorzaken van schulden zijn vaak complex en divers. Een integrale benadering is dan ook essentieel in de mate van effectiviteit van de dienstverlening. Niet-gebruik van regelingen kan bijvoorbeeld voortkomen uit moeite met lezen, schrijven of digitale vaardigheden. Preventie is daarom breed en omvat verschillende thema’s. Vanuit andere beleidsterreinen wordt ook indirect ingezet op schuldpreventie door bijvoorbeeld het versterken van basisvaardigheden of het bevorderen van taalvaardigheid en integratie bij nieuwkomers.

Wederkerigheid

De visie luidt dat inwoners van Geertruidenberg naar vermogen bijdraagt en naar vermogen mee kan doen. We gaan hierbij uit van de zelfredzaamheid van onze inwoners en werken naar een gemeente waar inwoners naar elkaar omkijken. Een inclusieve samenleving waarin mensen van betekenis zijn voor anderen. Meedoen en participeren draagt direct bij aan de fysieke, mentale en financiële gezondheid van de inwoners. Als gemeente zetten wij hier de komende jaren actief op in. Wij verwachten van de inwoners die een beroep doen op ondersteuning in het sociaal domein ook hun bijdrage leveren. Dit kan op diverse manieren en in diverse vormen, zoals vrijwilligerswerk, activiteiten in de buurt etc.

2.5 Samenwerking partners

In Geertruidenberg is een breed netwerk aanwezig van maatschappelijke organisaties, stichtingen en andere instellingen die zich richten op het ondersteunen van mensen met geldzorgen en schulden. Dit netwerk omvat onder andere de welzijnsorganisatie, de bibliotheek, Vluchtelingenwerk, de Goederenbank, kerken, Stichting Leergeld, huisartsen en andere maatschappelijke organisaties.

Een belangrijk onderdeel van onze visie is dat we in gezamenlijkheid meer bereiken door meer formele samenwerkingen aan te gaan en uit te breiden met verschillende maatschappelijke organisaties en vrijwilligersorganisaties. De samenwerking met partners is van groot belang voor bijvoorbeeld het vergroten van het bereik van preventieve interventies.

Naast de betrokkenheid van bovengenoemde organisaties, speelt ook (vroeg)signalering van schulden en financiële problemen een belangrijke rol in de preventie hiervan. Dit gebeurt niet alleen door de bovengenoemde maatschappelijke partners, maar ook door anderen zoals werkgevers, (sport)verenigingen, naasten zoals familie, vrienden, buren en kennissen. Dit staat los van de zogenaamde wettelijke vroegsignalering van betalingsachterstanden. Het is van belang dat de samenwerking met diverse partners in een proces wordt vastgelegd. Dit komt verder in het beleidsplan aan bod en de gezamenlijke processen worden in de uitvoeringsagenda opgenomen.

2.6 Doelen

•Het versterken van de aanpak van preventie en vroegsignalering.

•Bevorderen van de samenwerking met- en tussen lokale partners.

•Inwoners melden eerder het (mogelijk) ontstaan van problematische schulden.

•Gelijke kansen voor kinderen en jongeren om talenten te ontwikkelen.

3. Theoretisch kader en huidige inrichting vroegsignalering en schuldhulpverlening

3.1 Armoede en armoedebestrijding

Of iemand arm is, hangt volgens de definitie af van wat in de eigen samenleving als minimaal noodzakelijk geldt. Dit betekent dat armoede in Nederland niet te vergelijken is met armoede in landen waar hongersnood en droogte heersen. Ook is armoede in het Nederland van nu heel wat anders dan armoede in het Nederland van net na de Tweede Wereldoorlog. De huidige maatschappij verschilt immers van die van zeventig jaar geleden. Toen waren er heel andere normen voor minimaal noodzakelijke uitgaven. Armoede verwijst naar een situatie die al langere tijd voortduurt. Iemand die een keer een maand weinig inkomen heeft, telt niet als ‘arm’. Armoede wordt gemeten op basis van het jaarinkomen: iemand is arm als het jaarinkomen onder de armoedegrens blijft. Het inkomen kan dus een deel van het jaar hoger zijn dan de armoedegrens. Iemand leeft in armoede als ze na het betalen van de vaste lasten (wonen, energie en zorg) te weinig geld overhouden voor andere basisbehoeften

2CBS, Nibud en SCP oktober 2024

.

Leven in langdurige armoede kan gepaard gaan met het hebben van geldzorgen en/of schulden. Wanneer iemand in armoede leeft, is er een grotere kans op het ontwikkelen van schulden. Dit wordt onder andere veroorzaakt door een beperkt beschikbare buffer om de financiële tegenvaller op te vangen. Tegelijkertijd kan het hebben van schulden ervoor zorgen dat iemand (soms tijdelijk) de beschikking heeft over beperkte middelen en hierdoor in armoede komt te leven.

Oorzaken en gevolgen van armoede

Armoede kent vaak meerdere oorzaken. Voorbeelden van mogelijke oorzaken zijn werkloosheid, een slechte gezondheid, laaggeletterdheid en psychische problemen. Daarnaast kunnen er verschillende ingrijpende gebeurtenissen zijn opgetreden zoals een echtscheiding of het overlijden van een partner, waardoor financiële problemen zijn ontstaan. Naast persoonlijke oorzaken wordt armoede ook sociologisch bepaald, dat wil zeggen dat de familie of wijk waarin je opgroeit van invloed kan zijn. Dit is de zogenoemde overerving van armoede en is het belangrijk in te zetten op het doorbreken van intergenerationele armoede. Programma’s zoals ‘opgroeien in een kansrijke omgeving’ kunnen hier aan bijdragen.

Armoede is een ingrijpend probleem. Het kent vaak meer gevolgen dan alleen het niet meer kunnen betalen van de rekeningen. De gevolgen van in armoede leven kunnen groot zijn: er ontstaan vaak schulden, mensen kunnen niet meedoen met de maatschappij, worden uitgesloten en voelen zich buitengesloten. De tweedeling wordt hierdoor groter. Armoede leidt tot minder geluk, meer stress, stigma en schaamte en een verminderde ervaring van controle over de eigen situatie. Armoede maakt mensen gericht op de korte termijn. Deze factoren kunnen armoede in stand houden, doordat ze het moeilijker maken om goed te functioneren en goede beslissingen (voor de langere termijn) te nemen

3Onderzoek: De effecten van armoede op voelen, denken en doen versie 20 maart 2018, Arnoud Plantinga, Marcel Zeelenberg en Seger M. Breugelmans

.

Urgentie van aanpak armoede

In Nederland zijn 179 Voedselbanken en ontvangen ruim 180.000 Nederlanders hulp van deze Voedselbanken. Er is een steeds grotere groep inwoners die hard werkt voor een inkomen, maar door inflatie en andere stijgingen op achterstand komt te staan. Zelfs met twee inkomens is het door de stijgende lasten soms niet meer mogelijk om rond te komen.

Het aanpakken van armoede zal bijdragen aan het verlagen van stress bij inwoners wat leidt tot een verbetering van algehele (mentale, fysieke en financiële) gezondheid.

Complexiteit van het vraagstuk armoede

Armoede is onderdeel van een groter probleem. Het is dan ook onmogelijk om het vraagstuk van armoede en schulden met één beleidsregel of een herijking van het beleidsplan op te lossen. In het boek van Tim ’S Jongers ‘Armoede uitgelegd aan mensen met geld’ wordt hieraan gerefereerd. Geldproblemen gaan vaak gepaard met andere problemen. Het is dan ook belangrijk verbanden te leggen tussen verschillende domeinen. Schulden en armoede hangen niet altijd samen. Een laag besteedbaar inkomen is meestal het gevolg van een (te) laag inkomen gecombineerd met bijvoorbeeld een grote(re) afstand tot de arbeidsmarkt.

Daarnaast zien we dat mensen die lijden onder geldstress vaak te weinig mentale ruimte ervaren om de stap naar werk te kunnen maken. Ondersteuning van inwoners in het meedoen en rondkomen is in veel situaties complex en vraagt maatwerk.

3.2 Geldzorgen

Ongeveer een derde van de Nederlands huishoudens heeft betalingsachterstanden. Bij bijna 20% van de huishoudens met betalingsachterstanden is de problematiek zo ernstig dat de schulden risicovol of problematisch zijn. Dit gaat om ongeveer 1,5 miljoen huishoudens. Deze groep maakt deel uit van de 2,8 miljoen Nederlanders die het risico lopen op armoede of sociale uitsluiting (NIBUD, 2019).

Zo weten we dat van de jongeren tussen 18 en 26 jaar 20% te maken heeft met ernstige betaalproblemen. Van alle volwassenen heeft 8% hiermee te maken.

Wanneer iemand financiële problemen heeft en daar veel zorgen over ervaart, heeft dat effect op zijn of haar welzijn. Er is stress en onzekerheid, onrust en vaak schaamte. Volwassenen die leven met geldzorgen, schulden of armoede hebben vaak te maken met stress, ongezonde leefstijl, chronische ziekten als diabetes en hart- en vaatziekten, maar ook met psychosociale problemen of opvoedproblematiek. Ook zijn ze vaak minder gelukkig en minder goed in staat om beslissingen te nemen. Een goede financiële basis is daarmee een voorwaarde om mee te kunnen doen in de samenleving en voor een gezond en gelukkig leven. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat mensen met geldstress meer gevoelens van depressie en nervositeit ervaren, een lage zelfwaarde hebben én zich meer buitengesloten voelen door de maatschappij. Ook blijkt dat financiële schaarste en de bijkomende geldstress kan leiden tot verminderd denkvermogen en vermijdingsgedrag ten opzichte van financiën. Deze consequenties zijn op zichzelf niet alleen vervelend voor mensen, maar kunnen er ook voor zorgen dat hun financiële problemen verder verergeren. Mensen met geldstress hebben niet alleen een gebrek aan geld. Zij hebben ook het gevoel dat ze weinig of geen mogelijkheden hebben om met de situatie om te gaan of deze te verbeteren.

In de wetenschappelijke literatuur is (het ontbreken van) geldstress, naast toekomstige financiële zekerheid, de belangrijkste determinant van financieel welzijn. Geldstress heeft grote invloed op het leven en welzijn van mensen.

Mensen die lang met geldzorgen moeten leven overlijden hierdoor gemiddeld 7 jaar eerder en hebben 15 jaar minder gezonde levensjaren dan mensen die niet in armoede leven (Raad Volksgezondheid en samenleving, 2021). Daarnaast heeft langdurig geldgebrek van ouders een negatieve invloed op kinderen. Hoe langer een gezin geldgebrek heeft, des te groter is de kans op nadelige gevolgen voor het welbevinden van kinderen (NJI, 2020). Recent onderzoek van CBS (2023) wijst uit dat kinderen die in een bijstandsgezin opgroeien relatief vaak te maken krijgen met een opeenstapeling van risicofactoren. Hierdoor hebben kinderen minder kansen hun potentieel te ontwikkelen ten opzichte van kinderen die niet in een bijstandsgezin opgroeien. De onderwerpen gezondheid, kansenongelijkheid en geldzorgen gaan daarom hand in hand en vragen om een integrale aanpak in het tegengaan van kansenongelijkheid.

Gevolgen

Schaamte is een veelvoorkomend gevoel bij inwoners met schulden. Als de urgentie wordt ervaren om het bespreekbaar te maken zijn de problemen vaak zo groot, dat er geen laagdrempelige oplossing meer kan worden gevonden. Als gemeente moeten we er voor zorgen dat we samen met de inwoner die leeft in armoede de gevolgen van hun situatie kunnen minimaliseren, zoveel mogelijk te ondersteunen naar een zelfredzaam bestaan en het leven draaglijker te maken.

Bereiken van mensen met geldzorgen

Inwoners met geldzorgen blijven voor gemeenten vaak onzichtbaar, gemeentelijke communicatie bereikt hen niet om diverse redenen. Daardoor ontvangen zij niet de passende ondersteuning bij hulpvragen. Onderzoek (SCP-rapport “zien, luisteren en helpen” juni 2024), toont aan dat dit verregaande gevolgen heeft. Dit geeft ons als gemeente inzicht in de noodzaak meer aandacht te besteden aan passende ondersteuning aan inwoners.

3.3 Preventie en vroegsignalering

Een huishouden wacht gemiddeld vijf jaar voordat ze hulp inschakelt, waardoor de schulden en de negatieve gevolgen daarvan alleen maar groter worden (Schonewille & Weijers, 2019). Met de wijziging van de Wgs hebben gemeenten vanaf 2021 de bevoegdheid gekregen om inwoners met betalingsachterstanden op vaste lasten te benaderen en hulp aan te bieden. Er is daarmee een wettelijke grondslag om gegevens uit te wisselen met water- en energieleveranciers, woningbouwcorporaties en zorgverzekeraars. Naar aanleiding van signalen van betalingsachterstanden zijn gemeenten verplicht om contact te zoeken met de betreffende inwoner en een aanbod voor ondersteuning te bieden. Met vroegsignalering beogen we huishoudens met betalingsproblemen in een zo vroeg mogelijk stadium te bereiken en hulp aan te bieden, zodat verdere groei van betalingsachterstanden tot een problematische schuld voorkomen wordt. Vroegsignalering draagt op deze manier bij aan het voorkomen van stijgende maatschappelijke kosten als gevolg van schulden. Dat geldt voor het betrokken huishouden zelf, voor de gemeente en voor schuldeisers.

3.4 Schuldhulpverlening

We spreken van problematische schulden indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet kan voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen

4Wet gemeentelijke schuldhulpverlening 2021 (Wgs)

. Mensen zijn niet meer in staat om openstaande rekeningen te betalen, waardoor nieuwe schulden ontstaan. Kortom, als je naar verwachting je schulden niet binnen drie jaar kunt terugbetalen, is er sprake van problematische schulden.

Bij het bestrijden van de schuldenproblematiek zien we vaak dat mensen zich te laat melden bij schuldhulpverlening. Mensen melden zich gemiddeld vijf jaar nadat de eerste betalingsachterstanden zijn ontstaan.

Hier zijn diverse redenen voor:

•Schaamte om te bekennen dat zij hun financiële huishouding niet op orde hebben;

•Men denkt lang nog zelf een oplossing te vinden;

•De weg naar hulpverlening is niet altijd bekend.

•Taalproblemen en een beperkt netwerk kunnen hier een rol in spelen.

Gevolg is dat wanneer iemand zich uiteindelijk bij schuldhulpverlening meldt, de schuld is opgelopen tot gemiddeld 42.000 euro en meer dan 14 crediteuren bevat.

Oorzaken

Zoals armoede diverse oorzaken kent, geldt dat ook voor mensen die met schulden te maken krijgen. We zien dat dit geregeld veroorzaakt wordt door life-events, zoals het verlies van een dierbare, een echtscheiding, het krijgen van een kind of werkloos raken. Daarnaast zijn er tal van andere oorzaken voor het ontstaan van financiële problemen, zoals laaggeletterdheid, onvoldoende aangeleerde vaardigheden hoe om te gaan met geld, sociale druk, lichamelijke of verstandelijke beperkingen, psychische of verslavingsproblematiek.

Vooral de laatste tien jaar volgen de ontwikkelingen rondom schuldhulpverlening elkaar snel op.

In 2012 werd schuldhulpverlening een wettelijke taak voor gemeenten met de inwerkingtreding van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). De wet beschrijft onder andere een regierol voor gemeenten bij de schuldhulpverlening. Dit betekent dat de gemeente moet nadenken over hoe zij de integrale schuldhulpverlening gaat vormgeven, wie er op welk moment bij betrokken is (intern en extern) en wat ieders rol is. De gemeente is eindverantwoordelijk voor de schuldhulpverlening, ook in het geval van uitbesteding. De Wet adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind die vanaf 2021 van kracht is, stelt gemeenten in staat deze regierol nog beter te vervullen. De wet geeft gemeenten de mogelijkheid te adviseren over het voortzetten van het schuldenbewind of, indien gepast, een lichtere vorm van ondersteuning te adviseren. Het advies moet binnen drie maanden na het instellen van het schuldenbewind gegeven worden.

Zoals eerder in dit beleidsplan wordt omschreven is sinds 2021 vroegsignalering aan de Wgs toegevoegd. Gemeenten hebben vanaf deze datum de mogelijkheid om gegevens van inwoners met betalingsachterstanden in een vroeg stadium uit te wisselen met vaste lasten-partners zoals woningcorporaties, zorgverzekeraars, water- en energieleveranciers. Daarnaast zijn gemeenten per 1 januari 2021 verplicht aan ondernemers met (dreigende) problematische schulden schuldhulpverlening te bieden. Binnen het kader van Wgs is ook ruimte voor maatwerk. Dit maatwerk heeft betrekking op de uitvoering van schuldhulpverlening.

De wijzigingen in 2021, die vroege signalering en gegevensuitwisseling mogelijk maken, hebben als doel om meer huishoudens te bereiken en trajecten aantrekkelijker te maken. In de afgelopen jaren zijn er verschillende stappen gezet om meer huishoudens te bereiken en om het aantrekkelijker te maken een traject aan te gaan, bijvoorbeeld door de pauzeknop, sociaal incassobeleid en de halvering van de wettelijke en minnelijke schuldhulpverleningstrajecten van 36 naar 18 maanden.

De impact van schuldenproblematiek

Schuldenproblematiek staat vaak niet op zichzelf, maar gaat samen met problematiek op andere leefgebieden, zoals eerder genoemde life-events. Ook de maatschappij speelt een rol in het ontstaan van schuldenproblematiek. Een dalende economie, de verleiding om te consumeren en de mogelijkheden voor het afsluiten van leningen en kredieten kunnen schulden(problematiek) in de hand werken. Daar komt bij dat de maatschappij een bepaalde financiële zelfstandigheid en verantwoordelijkheid van mensen verlangt. Het hebben van een financiële buffer, financieel overzicht en het tijdig betalen van je rekeningen, zijn vaardigheden die als vanzelfsprekend beschouwd worden. Helaas is dit niet voor iedereen het geval. Inzichten uit de hersenwetenschap laten zien dat schulden – en de stress om die schulden – het brein negatief beïnvloeden. Iedereen heeft een bepaalde mentale bandbreedte die ervoor zorgt dat je informatie kunt verwerken en beslissingen kunt nemen

5Mullainathan, S., & Shafir, E., Schaarste: hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen, Amsterdam: Maven, 2013

. Schaarste beïnvloedt deze mentale bandbreedte. Alle mentale capaciteit wordt gebruikt voor hoe om te gaan met de schaarste situatie. Het resultaat is dat mensen met schuldenproblematiek met de dag gaan leven en niet meer overzien wat bepaalde keuzes op de lange termijn voor gevolgen hebben. Ze zijn niet in staat om problemen op andere levensgebieden aan te pakken. Financiële problematiek belemmert de zelfredzaamheid en participatie.

Landelijke ontwikkelingen

De afgelopen jaren zijn er een aantal maatschappelijke en economische ontwikkelingen geweest die een grote impact hebben gehad op de gehele bevolking. Iedereen heeft de gevolgen gevoeld van de coronacrisis, de wereldwijde energiecrisis (versterkt door de oorlog in Oekraïne) klimaatverandering en de hoge inflatie. Inwoners hebben laten zien veerkrachtig te zijn en zelfstandig of met hulp uit hun netwerk de gevolgen van deze ontwikkelingen zoveel mogelijk zelf op te kunnen vangen. Toch zien we dat de gestegen energieprijzen en hoge inflatie voor veel huishoudens tot financiële onzekerheid heeft geleid. Met name de laagste en middeninkomens geven aan onzekerheid te ervaren over het kunnen betalen van rekeningen.

Het kabinet dempt de effecten door het verhogen van het minimumloon en het bijstellen van de koopkracht bij kwetsbare groepen. Toch blijkt volgens berekeningen van het Centraal Plan Bureau dat de groep mensen met financiële problemen groeit. Zo is er bij inwoners minder geld voor boodschappen, maken ze zich zorgen over hun bestaanszekerheid of energierekening. Voorheen dachten we dat inwoners in de bijstand, of net erboven, hier uitsluitend last van hadden. De crisissen treffen nu ook inwoners met een midden of hoger inkomen. En met name de hoge energieprijzen en klimaatuitdagingen zullen blijven (Centraal Plan Bureau, 2022). Deze ontwikkelingen brengen blijvend hogere kosten voor levensonderhoud met zich mee. Dit kan leiden tot een hogere ondersteuningsvraag bij onder andere geldzorgen en schulden. In de eerste helft van 2024 is het aantal aanmeldingen met 17% gestegen t.o.v. 2023.

Lokale ontwikkelingen

In onze gemeente zien we dat steeds meer inwoners in financiële onzekerheid verkeren en wordt de vraag naar (lichte) ondersteuning groter. Vanuit het programma Mens en Zorg vinden we het belangrijk dat inwoners gelijke kansen krijgen, zij naar vermogen kunnen meedoen en ondersteuning krijgen zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig.

De gemeente Geertruidenberg wil een gemeente zijn waarin bestaanszekerheid centraal staat. We

willen dat inwoners weten waar zij terecht kunnen voor vragen rondom financiële zorgen, zonder dat zij zich veroordeeld voelen. In hoofdstuk 4 en 5 wordt verder ingegaan op de lokale ontwikkelingen, onderbouwing met kwantitatieve gegevens m.b.t. de stijging in ondersteuningsvragen en meldingen en onze huidige dienstverlening.

Maatschappelijke gevolgen

Recent onderzoek, uitgevoerd door Panteia in samenwerking met de Hogeschool Utrecht en Nibud, laat zien dat er aanzienlijke maatschappelijke kosten bij schuldenproblematiek zijn. Het rapport, getiteld “De maatschappelijke kosten van schuldenproblematiek. Een last voor burgers, bedrijven en overheden”, onderbouwt dat de jaarlijkse kosten van problematische schulden op zijn minst €8,5 miljard bedragen. Deze kosten zijn verdeeld over diverse domeinen zoals gezondheid, maatschappelijke ondersteuning, arbeidsmarkt en economie, onderwijs, en openbare orde en veiligheid. Ruim de helft van deze kosten worden gemaakt door het verlies van arbeidsproductiviteit en verzuim.

Het rapport benadrukt dat een aanzienlijk deel van deze kosten kan worden voorkomen door preventieve maatregelen en tijdige oplossingen voor schulden. Echter, het aanpakken van de onderliggende oorzaken van schulden blijft cruciaal voor een duurzame oplossing. Schulden zijn vaak onderdeel van een complex netwerk van problemen, waaronder mentale gezondheidsproblemen en sociale spanningen. Daarom betekent het oplossen van schuldenproblematiek niet automatisch dat alle gerelateerde kosten verdwijnen, maar legt wel de dringende nadruk op passende beleidsinterventies om de schuldenproblematiek effectief aan te pakken

6Jungmann, N., Oomkens, R., Vroonhof, P., Beulen, M., Boog, J., & van Horssen, C. (2024).De maatschappelijke kosten van schuldenproblematiek: Een last voor burgers, bedrijven en overheden. Nibud & Hogeschool Utrecht

.

Zo blijkt dat elke geïnvesteerde euro in financiële hulpverlening de maatschappij € 1,40 - € 2,00 oplevert

7Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening: een nieuw perspectief. (NVVK) April, 2022.

. Dit maatschappelijk rendement wordt in verschillende domeinen zichtbaar, bijvoorbeeld in de gezondheidszorg, het sociaal domein van de gemeente, de arbeidsmarkt en economie en de rechterlijke macht (openbare orde en veiligheid). Deze cijfers en ontwikkelingen benadrukken de noodzaak om niet alleen landelijk beleid, maar ook onze lokale preventieve en ondersteunende maatregelen effectief in te zetten om betalingsproblemen te verhelpen maar vooral te voorkomen. Door efficiënte financiële hulpverlening kunnen we kostenstijgingen in andere sectoren dus voorkomen, wat leidt tot een algehele besparing. (Bron: Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening: een nieuw perspectief. (NVVK) April, 2022).

4. Armoede en schulden in Geertruidenberg – feiten en cijfers

4.1 Feiten en cijfers

Kenmerken minimahuishoudens tot 120% Wsm.

•Aandeel AOW-uitkeringen (35%) ligt in de gemeente Geertruidenberg boven het landelijk gemiddelde van 20-25%.

•Van alle minimahuishoudens in beeld met een AOW-uitkering als voornaamste inkomensbron, leeft 96% al langdurig (3 jaar of langer) van een minimuminkomen.

Huishoudtype:

•57% vormt een alleenstaand huishouden.

•21% van de huishoudens met ten minste een minderjarig kind.

•12% eenoudergezin

•9% tweeoudergezin

•Bijna de helft van de minimakinderen groeit op in een eenoudergezin (160 kinderen, 47%). Daarnaast is te zien dat de helft van de minimakinderen tussen de 4 en 12 jaar oud zijn. De meerderheid van de kinderen die opgroeien in een minimagezin heeft een niet-westerse migratieachtergrond (177 kinderen, 52%). Dit ligt in lijn met het landelijk gemiddelde.

•In de gemeente Geertruidenberg groeien kinderen in een eenoudergezin verhoudingsgewijs vaker op in een huishouden met een inkomen tot 120% Wsm.(27% = ruim 1 op de 4 kinderen) dan kinderen uit een tweeoudergezin.

Langdurige minima

Tot slot zien we dat het aantal langdurige minima (3 jaar of langer) gemiddeld 6% hoger is ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Dit is onder andere te verklaren door het verhoogde aantal AOW-gerechtigden in onze gemeente. We kunnen hierdoor concluderen dat de uitstroom verder zal stabiliseren en de hoogte van het aantal AOW-gerechtigden nog gaat toenemen gezien de inwonersgegevens in de gemeente Geertruidenberg. Echter kunnen we op basis van deze gegevens nog geen conclusies trekken over het mogelijke aantal problematische schulden.

Demografische gegevens:

Herkomst:

•72% van de minimahuishoudens heeft een Nederlandse achtergrond (615 huishoudens).

Hoewel er qua aantallen meer minimahuishoudens zijn met een Nederlandse achtergrond, hebben huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond verhoudingsgewijs vaker een minimuminkomen dan huishoudens met een Nederlandse achtergrond of een westerse migratieachtergrond. Van alle huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond heeft een derde een inkomen tot 120% Wsm (zie onderstaande tabel).

Bereik regelingen

De Armoedemonitor laat ons vooral zien dat het bereik van de regelingen afwijkt van het landelijk gemiddelde. Dit kan diverse verklaringen hebben, zoals schaamte, laaggeletterdheid of onvoldoende zichtbaarheid en communicatie met betrekking tot de mogelijkheden van de aanwezige voorzieningen en regelingen in onze gemeente. Zo maakt slechts 32% gebruik van de regeling ‘kwijtschelding’ en zien we dat ook het gebruik van de tegemoetkomingsregeling ruim onder het landelijk gemiddelde zit met 21%.

Uitkomsten Inkomenseffectrapportage

Uit onze Inkomenseffectrapportage (IER) kunnen we concluderen dat er twee doelgroepen met een inkomen van 100% Wsm. te kort komen wanneer zij geen gebruik maken van de gemeentelijke regelingen. Het betreft de paren zonder kinderen en de paren met kinderen in de leeftijd van 8-13 jaar.

De eerste groep komt maandelijks €47 tekort en de tweede groep houdt €1 over per maand.

4.4 Schuldhulpverlening

Vroegsignalering

Het totale aantal vroegsignalen in 2023 bedroeg 772 signalen en steeg in 2024 met 3% naar 795 signalen in het systeem van vroegsignalering. Op basis van de gegevens uit ons vroeg-signaleringssysteem zien we dat we in 2024 met ons huidige beleid voor vroegsignalering 24,9% van het totaal aantal meldingen hebben bereikt in de contactlegging. Onder contactlegging verstaan we onder andere: brieven verstuurd, huisbezoek en email. Slechts 9% accepteert ondersteuning na contactlegging. Tot slot zien we zien we dat meldingen gemiddeld 4 maanden achtereen aanhouden, waardoor de betalingsachterstanden toenemen en de hoogte van het verschuldigde bedrag oploopt, voordat inwoners ondersteuning accepteren.

Schuldhulpverlening

Problematische schulden komen in Geertruidenberg relatief meer voor bij alleenstaanden (63%) en inwoners tussen de 27 en 45 jaar (44%) en tussen de 45 en 65 jaar (40%).

In 2023 waren er 17 nieuwe aanmeldingen voor schuldhulpverleningstrajecten. Jaarlijks hebben we ongeveer 35 lopende schuldhulpverleningstrajecten. Op basis van de gegevens zien we dat de gemiddelde schuldenlast in 2023 per dossier €35.000. bedroeg.

Inwoners uit participatiewet en schuldhulpverleningstrajecten

In 2023 was het aantal schuldhulpverleningstrajecten i.r.t. inwoners vanuit de participatiewet 100% Wsm. 21% van het totale aantal schuldhulpverleningstrajecten. We zien in 2023 een stijging in het aantal trajecten van inwoners met een inkomen tot 120% Wsm t.o.v. 2022. Van het totale aantal schuldhulpverleningstrajecten in 2023 zien we dat 67% alleenstaand is.

Stijging recidive

We zien dat het aantal recidive in schuldhulpverleningstrajecten 2024 met 8% is gestegen t.o.v. 2023.

Volgens cijfers van het CBS was in 2023 het percentage geregistreerde problematische schulden in Geertruidenberg 7,1% en in 2024 het aantal huishoudens met geregistreerde schulden in totaal 7,4%. Ook hier is een lichte stijging te zien.

Eerste conclusies

Op basis van de Armoedemonitor, Nulmeting Sociaal domein en Inkomenseffectrapportage kunnen we voorzichtig eerste conclusies trekken over o.a. het bereik van de regelingen, het bereik van de vroegsignalering en de hoogte van schulden. Naar aanleiding van de cijfers m.b.t. schuldhulpverlening en vroegsignalering kunnen we concluderen dat preventie en een laagdrempelige aanpak van groot belang is om het bereik te vergroten en hierdoor de problematische schulden te verkleinen.

Bovenstaande gegevens hebben wij meegenomen in de lokale ontwikkelingen en geanalyseerd aan de hand van de huidige dienstverlening.

In hoofdstuk 5 gaan we verder in op de gevormde ambities naar aanleiding van de resultaten en analyse van de armoedemonitor en de effectrapportage van de regelingen in de gemeente Geertruidenberg. Vervolgens volgt een concrete uitwerking om de dienstverlening te optimaliseren en zo de streefdoelstellingen te behalen.

5. Huidige situatie en ambities

5.1 Doelen

Vanuit de eerder genoemde missie en visie en naar aanleiding van de evaluatie op ons huidige beleid voor vroegsignalering en schuldhulpverlening, hebben we op basis van de wettelijke verplichtingen en lokale ontwikkelingen voor de komende beleidsperiode doelen opgesteld ten behoeve van de doorontwikkeling en verbetering van het beleid rond financiële zelfredzaamheid.

•Het versterken van de aanpak van preventie en vroegsignalering.

•Bevorderen van de samenwerking met- en tussen lokale partners.

•Inwoners melden eerder het (mogelijk) ontstaan van problematische schulden.

•Gelijke kansen voor kinderen en jongeren om talenten te ontwikkelen.

Deze doelen hebben we opgedeeld in vier pijlers, die de basis vormen van onze aanpak.

1Preventie en educatie.

2Wettelijke vroegsignalering.

3Schuldhulpverlening.

4Nazorg.

Bovenstaande pijlers komen terug in de doelstellingen. De doelstellingen zijn concreet vertaald naar onze ambities voor de komende vier jaar 2025-2028.

5.2 Preventie en educatie

5.3 Wettelijke vroegsignalering

5.3.3 Wat gaan we daarvoor doen?

5.4 Schuldhulpverlening

Schuldhulpverlening, waarom doen we het?

Schuldhulpverlening maakt deel uit van de bredere taak van de gemeente Geertruidenberg om inwoners zekerheid te bieden over hun bestaan. Pas wanneer de basis goed is geregeld, kunnen we voorkomen dat geldzorgen uitmonden in financiële problemen. Daarom is het integraal aanbieden van onze diensten van groot belang. Inkomensondersteuning, re-integratie en het waarborgen van een sociaal minimum, bijvoorbeeld via een bijstandsuitkering en psychosociale ondersteuning zijn belangrijke stappen op weg naar een schuldenvrij leven. Dit helpt ons niet alleen om inwoners uit de schulden te krijgen, maar ook om hun financiële stabiliteit op de lange termijn te waarborgen. We willen een duurzaam vangnet bieden en perspectief geven, zodat geldzorgen geen ernstige financiële problemen worden.

Schulden kunnen iedereen overkomen. Steeds meer mensen krijgen te maken met financiële problemen, ongeacht hun achtergrond. De afgelopen jaren is gebleken dat onverwachte omstandigheden zoals: stijgende energieprijzen en daarmee samenhangende inflatie grote financiële zorgen veroorzaakt heeft voor velen. Deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat het steeds belangrijker is om, op zowel landelijk als lokaal niveau, te investeren in de aanpak van armoede, geldzorgen en schuldhulpverlening. De drie thema’s hebben een grote samenhang en zijn hierdoor samengevoegd in één beleidsplan Financiële zelfredzaamheid.

Als gemeente Geertruidenberg hebben we de ambitie en doelstelling dat alle inwoners mee kunnen doen in onze samenleving waarbij zij zo (financieel) zelfredzaam mogelijk zijn, zonder dat zij stress ervaren van geldzorgen en (problematische) schulden.

We willen als gemeente het taboe rondom schulden doorbreken en het gesprek hierover voeren. Dit kunnen we als gemeente niet alleen. Daarom werken we nauw samen met inwoners, schuldeisers, vrijwilligersorganisaties, en andere partners. Ook landelijk dragen we bij aan verbetering, samen met organisaties als de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK). Door samen te werken kunnen we het aantal schulden in onze gemeente daadwerkelijk verminderen.

5.4.3. Wat gaan we daarvoor doen?

5.5 Nazorg

Na het succesvol afronden van een schuldregelingstraject bieden wij nazorg, een cruciaal onderdeel van schuldhulpverlening. Nazorg is tevens een vorm van preventie, gericht op het ondersteunen van inwoners bij het opbouwen van een schuldenvrij leven en het voorkomen van terugval. Nazorg is maatwerk en afhankelijk van de persoonlijke situatie en behoefte.

6. Organisatie en sturing

6.1 Monitoring

Kwaliteit van de dienstverlening hebben we hoog in het vaandel staan. Om de effectiviteit van het door de gemeenteraad vastgestelde beleid te meten en financieel vooruit te kijken, gebruikt het college de planning en control cyclus (P&C cyclus) om inhoudelijk en financieel terug te blikken op de onderdelen en de ontwikkeling daarvan. Hierdoor kunnen we tijdig bijsturen wanneer de gewenste resultaten uitblijven of niet voldoen aan de verwachtingen. We maken onderscheid tussen maatschappelijke effecten die we willen bereiken en prestatie-indicatoren binnen de dienstverlening van de gemeente Geertruidenberg en partners in de uitvoering van preventie, vroegsignalering en schuldhulpverlening.

Niet alle resultaten zijn uit te drukken in cijfers of meetbare resultaten. Kwantitatieve gegevens nemen we jaarlijks op in de armoedemonitor die halverwege 2025 beschikbaar is vanuit KWIZ. Daarnaast streven we naar ondersteuning zo snel als mogelijk, zonder dat dit ten koste mag gaan van de kwaliteit. Het is daarnaast van belang oog te hebben voor de monitoring van de subjectieve elementen in de vereisten van de basisdienstverlening in het kader van kwaliteitscontrole.

Dit wordt opgenomen in de prestatie-indicatoren in het jaarverslag van de P&C cyclus.

6.2 Communicatie

Onze communicatieaanpak is gericht op het geven van een duidelijk beeld aan onze inwoners over de ondersteuningsmogelijkheden binnen onze gemeente. We hebben hierbij de volgende doelen opgesteld:

-Inwoners weten beter waar zij terecht kunnen voor meer informatie en ondersteuning;

-Met onze communicatie brengen we het hulpaanbod van de gemeente en ketenpartners onder de aandacht van onze inwoners;

-Mensen met geldzorgen zijn zich er meer van bewust dat het van belang is om tijdig aan de bel te trekken;

-Lokale stakeholders zijn bekend met het ondersteuningsaanbod vanuit de gemeente;

-Lokale stakeholders weten elkaar te vinden, zijn beter geïnformeerd over elkaars aanbod, informeren elkaar en zoeken actie(f)(ver) de samenwerking met elkaar (zodat er beter naar elkaar doorverwezen kan worden);

-We beogen met onze communicatie het taboe en de schaamte rondom schulden te verminderen en de drempel om hulp te zoeken te verlagen.

6.3 Financieel kader

In de vorige hoofdstukken hebben we het voorgestelde beleidskader beschreven. Om ambities en nieuwe activiteiten te realiseren, kan dit financiële gevolgen hebben voor de meerjarenbegroting. De financiële gevolgen van deze nieuwe activiteiten lichten we in dit hoofdstuk toe. De uitgangspunten van dit beleidsplan zijn onder andere dat het aantal schuldhulpverleningstrajecten af zal nemen door de inzet op preventie, vroeg(tijdig) signaleren en nazorg te vergroten.

De interventies uit het beleidsplan worden bekostigd uit het lokale budget voor schuldhulpverlening. We hebben voor 2025 een beperkt budget investeringskosten opgenomen.

Het kabinet Schoof heeft aangekondigd dat het een uitgebreid pakket aan maatregelen op schuldenaanpak aan het voorbereiden is. Het kabinet maakt in totaal €75 miljoen per jaar vrij voor dit pakket aan maatregelen. Op dit moment is nog onduidelijk hoe dit pakket er precies uitziet en welke extra gelden er naar de gemeenten komen. Uw raad kan ter zijner tijd besluiten om dit extra geld toe te kennen aan het voorliggende beleidsplan.

Bijlage 2 – Bronnen

Onderzoek: De effecten van armoede op voelen, denken en doen versie 20 maart 2018, Arnoud Plantinga, Marcel Zeelenberg en Seger M. Breugelmans

Jungmann, N., Oomkens, R., Vroonhof, P., Beulen, M., Boog, J., & van Horssen, C. (2024).

De maatschappelijke kosten van schuldenproblematiek: Een last voor burgers, bedrijven en overheden. Nibud & Hogeschool Utrecht

Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening: een nieuw perspectief. (NVVK) April, 2022.

'S Jongers, T. (2024). Armoede uitgelegd aan mensen met geld. De Correspondent

Mullainathan, S., & Shafir, E., Schaarste: hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen, Amsterdam: Maven, 2013

Odekerken, et al., 2020; Sarti, Odekerken & Koster, 2021; BKR, 2021; Westhof & De Ruig, 2015

Nationale Ombudsman. (2022). Watertrappelen in de bijstand. Nationale Ombudsman.

Nibud. (2023, 23 november). Jongvolwassene richt zich financieel vooral op de korte termijn.

https://open.overheid.nl/documenten/620e4f13-6919-4456-aa23-ead745272f20/file

Wijzer in geldzaken. (z.d.). Nationale Monitor Geldzorgen. Geraadpleegd op 31 januari 2025, van https://www.wijzeringeldzaken.nl/Nationale-Monitor-Geldzorgen/

Deloitte. (z.d.). Samen op weg naar een financieel gezond Nederland. Geraadpleegd op 31 januari 2025, van https://www.deloitte.com/nl/nl/Industries/financial-services/research/financiele-gezondheid-nederland.html

Wijzer in geldzaken. (z.d.). Financiële geletterdheid bij volwassenen. Geraadpleegd op 31 januari 2025, van https://www.wijzeringeldzaken.nl/platform-wijzeringeldzaken/publicaties/m221032-rapport-financielegeletterdheid-bij-volwassenen-v3.pdf

Vooral hoge inkomens sparen; kwart van Nederlanders heeft te kleine buffer. NU.nl. Geraadpleegd op 31 januari 2025, van https://www.nu.nl/economie/6131138/vooral-hogeinkomens-sparen-kwart-van-nederlanders-heeft-te-kleine-buffer.html Rijksoverheid. (2024, 27 juni).

Hoge maatschappelijke kosten van schulden vragen om stevige aanpak. Geraadpleegd op 31 januari 2025, van https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2024/06/27/hogemaatschappelijke-kosten-van-schulden-vragen-om-stevige-aanpak

Schuldenproblematiek in beeld. Geraadpleegd op 31 januari 2025, van https://dashboards.cbs.nl/v5/SchuldenproblematiekInBeeld/ Gemeente Geertruidenberg. (2024).

Minima-effectrapportage Geertruidenberg 2024. KWIZ, Geraadpleegd op 31 januari 2025,

Kamerbrief over de aanpak van geldzorgen, armoede en schulden. Geraadpleegd op 31 januari 2025, van https://open.overheid.nl/documenten/ c9a5939e-2294-4013-abc8-2218e7feb0ee/file Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. (2023).

Kamerbrief over basisdienstverlening voor schuldhulpverlening. Geraadpleegd op 31 januari 2025, van https://open.overheid.nl/documenten/ da9c2e26-6d1e-4768-ab5a-63c2d847bbab/file Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028 54 Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK). (2022).

Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening. Geraadpleegd op 31 januari 2025, van https://www.nvvk.nl/l/library/download/ urn:uuid:d914ff5b-1cea-46e8-b2d2-6ebfddadf01d/20220420+onderzoeksrapport+meetbare+en+merkb are+waarde+van+financiële+hulpverlening.pdf Rijksoverheid. (2022, July 12).

Handreiking samenwerken met vrijwilligersorganisaties. Geraadpleegd op 31 januari 2025, van https://vng.nl/sites/default/ files/2024-10/vng-handreiking-samenwerken-met-vrijwilligersorganisaties-20241009.pdf Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). (2024).

Handreiking aan de slag met preventie van schulden. Geraadpleegd op 31 januari 2025, van https://vng.nl/sites/default/files/2024-10/vnghandreiking-aan-de-slag-met-preventie-van-schulden-202404710.pdf.

Kamerbrief over de aanpak van geldzorgen, armoede en schulden. Geraadpleegd op 31 januari 2025, van https://open.overheid.nl/documenten/ c9a5939e-2294-4013-abc8-2218e7feb0ee/file Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. (2023).

Kamerbrief over basisdienstverlening voor schuldhulpverlening. Geraadpleegd op 31 januari 2025, van https://open.overheid.nl/documenten/ da9c2e26-6d1e-4768-ab5a-63c2d847bbab/file Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK). (2022).

Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening. Geraadpleegd op 31 januari 2025, van https://www.nvvk.nl/l/library/download/ urn:uuid:d914ff5b-1cea-46e8-b2d2-6ebfddadf01d/20220420+onderzoeksrapport+meetbare+en+merkb are+waarde+van+financiële+hulpverlening.pdf Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). (2024).

Handreiking aan de slag met preventie van schulden. Geraadpleegd op 31 januari 2025, van https://vng.nl/sites/default/files/2024-10/vnghandreiking-aan-de-slag-met-preventie-van-schulden-202404710.pdf

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.