1. Inleiding
Het treasurystatuut is een uitwerking van artikel 16, lid 3 van de Financiële verordening gemeente Etten-Leur 2025. In het treasurystatuut beschrijven we het beleid voor het uitvoeren van de treasuryfunctie. Burgemeester en wethouders stellen in het treasurystatuut nadere richtlijnen vast in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving. We bieden het treasurystatuut ter informatie aan de raad aan.
2. Doelstellingen van de treasuryfunctie
1Het verkrijgen en handhaven van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele voorwaarden zodat te allen tijde in de behoefte aan financiële middelen kan worden voorzien;
2Het beschermen van het gemeentelijke vermogen tegen financiële risico’s zoals renterisico’s en kredietrisico’s;
3Het minimaliseren van de in- en externe verwerkingskosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;
4Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en de richtlijnen van het treasurystatuut.
3. Financiering
Bij het aantrekken van financieringen gelden de volgende uitgangspunten:
1Financieringen worden uitsluitend aangetrokken voor de uitoefening van de publieke taak;
2Financieringsmiddelen worden uitsluitend aangetrokken in euro’s;
3Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne liquiditeiten te gebruiken om de renterisico’s te minimaliseren en het renteresultaat te optimaliseren;
4Financieringsmiddelen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning;
5Bij het aantrekken van kortlopende financieringsmiddelen (rentetypische looptijd < 1 jaar) wordt de kasgeldlimiet niet overschreden;
6Bij het aantrekken van langlopende financieringsmiddelen (rentetypische looptijd > 1 jaar) wordt de renterisiconorm niet overschreden;
7Bij langlopende financieringen vraagt het college bij minimaal twee verschillende instellingen een prijsopgave op alvorens een financiering wordt aangetrokken. Deze prijsopgaven worden door het college schriftelijk vastgelegd.
4. Financiële uitzettingen en garantstellingen publieke taak
Voor uitzettingen en garanties die voortvloeien uit de publieke taak gelden de volgende specifieke uitgangspunten en richtlijnen:
1De gemeente hanteert een terughoudend beleid om leningen en/of garanties te verstrekken uit hoofde van de publieke taak. In bijlage 1 zijn de voorwaarden genoemd die bij een verzoek voor een lening of borgstelling betrokken worden;
2Bij een voorgenomen besluit tot het verstrekken van een lening of garantie uit hoofde van de publieke taak wordt, afhankelijk van de aard van de activiteit of hoogte van het risicoprofiel, de raad in de gelegenheid gesteld om wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen;
3Een voorgenomen verstrekking (lening en/of garantie) van € 100.000 of meer wordt altijd aan de raad ter goedkeuring voorgelegd. Bij lagere bedragen wordt de afweging door het college gemaakt;
4Lid 3 is niet van toepassing als er sprake is van de achtervangovereenkomst met het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW).
5. Uitzettingen treasuryfunctie
Voor tijdelijke uitzettingen die voortvloeien uit de treasuryfunctie gelden de volgende specifieke uitgangspunten en richtlijnen:
1Op grond van de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) zijn gemeenten verplicht om hun overtollige middelen in de schatkist aan te houden;
2Uitzonderingen van de verplichting om overtollige liquide middelen bij de schatkist onder te brengen zijn opgenomen in artikel 7 van de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden;
3In afwijking van lid 1 kan worden besloten de liquide middelen uit te zetten bij andere openbare lichamen, met uitzondering van de Provincie Noord-Brabant (toezichthouder).
6. Betalingsverkeer
De gemeente beperkt de kosten van het betalingsverkeer door de volgende uitgangspunten:
1De gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij haar huisbankier;
2Het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd bij de huisbankier;
3Uitgangspunt is dat de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) de huisbankier is. Wanneer de voorwaarden van de BNG niet meer marktconform zijn of de kwaliteit van de dienstverlening niet voldoet, wordt een nieuwe offerteronde voor het huisbankierschap gehouden;
4Het gebruik van contant geld is uitgesloten, behalve bij de publieksbalie.
7. Administratieve organisatie en interne controle
Voor de administratieve organisatie en de interne controle gelden de volgende uitgangspunten:
1De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd in artikel 8 en 9 van dit statuut;
2Bij de uit te voeren activiteiten is functiescheiding doorgevoerd met de belangrijkste voorwaarden:
a.Iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen uitgevoerd (vier-ogenprincipe);
b.De uitvoering en vastlegging in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen;
c.Bij de autorisatie voor het betaalbaar stellen wordt gebruik gemaakt van een tweehandtekeningensysteem. We maken hiervoor gebruik van een applicatie voor rechtsgeldig digitaal ondertekenen van documenten.
8. Verantwoordelijkheden
Functie
Verantwoordelijkheid
Gemeenteraad
•Vaststellen van treasurybeleid op hoofdlijnen via de financiële verordening.
•Vaststellen van de financieringsparagraaf als onderdeel van de begroting en jaarrekening.
•Het houden van toezicht op de uitvoering van het treasurybeleid in breedste zin van het woord.
College
•Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele verantwoordelijkheid).
•Het achteraf bekrachtigen van de afgesloten langlopende geldlening.
•Het rapporteren aan de gemeenteraad over de uitvoering van het treasurybeleid.
•Het vaststellen van het treasurystatuut.
Gemeentesecretaris
•Het uitvoeren van het treasurybeleid (organisatorische bevoegdheid).
Teamleider Financiën
•Het formeel dragen van de eindverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de informatievoorziening over treasury in de planning en controldocumenten.
•Het autoriseren van de door de treasurer voorgestelde transacties.
•Het afleggen van verantwoording aan het college over de uitvoering van het treasurybeheer.
Treasurer
•Het voorbereiden van beleidsvoorstellen op treasurygebied inclusief de paragraaf financiering in de begroting en jaarrekening.
•Het vervaardigen van de liquiditeitsplanning.
•Het aantrekken en uitzetten van gelden.
•Het adviseren van afdelingen over de financiële gevolgen van activiteiten en projecten.
•Het adviseren bij het verstrekken van geldleningen en garanties uit hoofde van de publieke taak.
•Het onderhouden van contacten met banken, geldmakelaars en andere financiële instellingen.
•Het afleggen van verantwoording aan de teamleider Financiën over de uitvoering van de gedane activiteiten.
Administratie (financieel medewerker)
•Het overboeken van saldi tussen bankrekeningen.
•Het afhandelen van het betalingsverkeer.
•Voorbereiden en versturen van betaalopdrachten.
•Het bijhouden en bewaken van gegevens op verzoek van de treasurer.
Team Control
•Het bewaken van de kwaliteit van de treasuryprocessen.
•Het controleren van de juistheid, volledigheid en rechtmatigheid van de door de treasurer gedane activiteiten via het Interne Controleplan Treasury.
Accountant
•Het in het kader van haar reguliere controletaak adviseren en controleren over de feitelijke naleving van het treasurystatuut.
9. Bevoegdheden
De bevoegdheden met betrekking tot de treasuryactiviteiten zijn:
Activiteit
Uitvoering
Autorisatie
Het aanwijzen van treasurer
Team ‘Communicatie HRM Juridisch en veiligheid’
MT
Het aantrekken van korte financiering
Treasurer
Teamleider Financiën
Het aantrekken van lange financiering
Treasurer
College
Betalingsopdrachten voorbereiden en versturen
Administratie
Fiatteerder
Schatkistbankieren
Administratie
Fiatteerder
Het verstrekken van lening/garantie < € 100.000
Beleidsmedewerker samen met
treasurer
College (raad wordt achteraf geïnformeerd)
Het verstrekken van lening/garantie > € 100.000
Beleidsmedewerker samen met
treasurer
Raad
Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen
Treasurer
Teamleider Financiën / Burgemeester
(*) Voordat tot het daadwerkelijk aantrekken van een langlopende geldlening wordt overgegaan wordt de portefeuillehouder Financiën geïnformeerd.
10. Hardheidsclausule
1In gevallen waarin dit treasurystatuut niet voorziet beslist het college;
2Het college handelt overeenkomstig dit statuut. Wanneer toepassing van dit statuut voor een of meer belanghebbenden tot onredelijke gevolgen leidt, kan het college gemotiveerd besluiten hiervan afwijken.
11. Begrippenlijst
Fiatteerder
De persoon die formeel goedkeuring geeft aan betalingen;
Kasgeldlimiet
Het bedrag wat maximaal aan korte financiering aangetrokken mag worden. De hoogte van het bedrag is een percentage van het begrotingstotaal (Wet Financiering decentrale overheden – Wet Fido);
Koersrisico
Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen;
Korte financiering
Het aantrekken van financiële middelen voor een periode korter dan één jaar;
Lange financiering
Het aantrekken van financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar;
Liquiditeitsplanning
Een overzicht van de verwachte inkomsten en uitgaven;
Publieke taak
Een taak die het algemeen belang dient en bijdraagt aan het bereiken van
gemeentelijke doelstellingen;
Rentecompensatie-
circuit
Renterisico
Een afspraak met de bank waarbij alle bankrekeningen van de gemeente samen worden genomen voor de renteberekening;
Het risico op ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen;
Renterisiconorm
Het risico door renteaanpassing en herfinanciering in een jaar mag niet meer bedragen dan een percentage van het totale begrotingstotaal (Wet Financiering decentrale overheden – Wet Fido);
Rentetypische looptijd
De periode gedurende de totale looptijd van een lening waarbinnen de rentevoet vaststaat;
Rentevisie
De toekomstverwachting over de renteontwikkeling (opgenomen in financieringsparagraaf van de begroting).
12. Inwerkingtreding en citeertitel
1Dit treasurystatuut treedt in werking op de dag na die van bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2026;
2Dit treasurystatuut kan aangehaald worden als “Treasurystatuut Gemeente Etten-Leur 2026”;
3Vanaf 1 januari 2026 wordt het “Treasurystatuut 2017 Gemeente Etten-Leur” ingetrokken.
Bijlage 1 Voorwaarden leningen / borgstellingen
Wanneer de gemeente aanvragen ontvangt om een geldlening te verstrekken of een gemeentegarantie af te geven moet hierover een besluit worden genomen. Kennen we de geldlening of gemeentegarantie toe of niet?
Om deze afweging te maken is het van belang dat er beleidsregels zijn waaraan het verzoek getoetst kan worden. Hieronder leest u deze beleidsregels:
•Een geldlening of garantie wordt uitsluitend verstrekt voor de uitoefening van de publieke taak. Dit betekent dat er een relevant maatschappelijk doel met de lening of garantie wordt bereikt.
•Een geldlening wordt pas verstrekt als er aantoonbaar geen andere aanbieders zijn. Hiertoe dienen minimaal twee onderbouwde afwijzingen van een bank verstrekt te worden.
•Een garantie wordt pas verstrekt als aangetoond kan worden dat de financiering zonder garantstelling niet verkregen kan worden. Hiertoe dienen minimaal twee onderbouwde afwijzingen van een bank verstrekt te worden.
•Er worden geen garantstellingen verleend aan organisaties die daarvoor een beroep kunnen doen op een waarborgfonds. Indien het waarborgfonds voor een borgstelling de voorwaarde heeft dat de gemeente eveneens borg staat voor (een deel van) een lening dan gelden hiervoor de eerder genoemde voorwaarden. Voor de beoordeling zal gebruik gemaakt worden van de expertise van het betreffende waarborgfonds.
•De basis voor het in rekening te brengen rentepercentage is het rentepercentage wat op dat moment wordt gehanteerd indien de gemeente voor de betreffende looptijd een lening afsluit. Dit percentage kan eventueel verhoogd worden met een renteopslag om te voldoen aan wet- en regelgeving (staatssteun en/of Wet Markt en Overheid).
•Een verzoek tot lening of garantstelling dient gemotiveerd ingediend te worden bij het college van burgemeester en wethouders (verder te noemen: college)
•Voor de beoordeling van de kredietwaardigheid van de geldnemer kan de gemeente aanvullende stukken opvragen zoals jaarrekening, begroting en liquiditeitsplanning.
•De gemeente kan aanvullende zekerheden vragen. Bij een onroerende zaak kan dat recht van hypotheek of recht van opstal zijn.
•De geldnemer dient de (on)roerende zaak minimaal tegen herbouw/vervangingswaarde te verzekeren en mag deze zonder toestemming van het college niet vervreemden.
•Er kunnen vooraf eisen gesteld worden aan de geldnemer ten aanzien van de administratie en controle daarop.
•Zonder toestemming van het college is het de geldnemer niet toegestaan om nieuwe geldleningen aan te gaan of gelden uit te lenen.
•De geldnemer dient het college direct te informeren indien er substantiële financiële tegenvallers zijn waardoor de te betalen rente en aflossing in gevaar kan komen.
•De geldnemer dient gedurende de looptijd van de geldlening of garantiestelling op verzoek van het college de jaarrekening en de meerjarenbegroting te overleggen.