Aanhef
Burgemeester en wethouders van de Gemeente Etten-Leur;
gelet op de Algemene subsidieverordening Etten-Leur 2024;
besluiten:
tot het vaststellen van de Subsidieregeling Voor- en Vroegschoolse Educatie
Artikel 1. Begripsbepaling
In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:
a.ASV: Algemene subsidieverordening Etten-Leur 2024;
b.college: het college van burgemeester en wethouders van Etten-Leur;
c.doelgroeppeuter en -kleuter: kinderen tussen 2 en 6 jaar, woonachtig in gemeente Etten-Leur met een (risico op) taal- en ontwikkelachterstand;
d.normtarief kinderopvang Rijksoverheid: Vastgesteld maximum uurtarief voor kinderopvang waarvoor vanuit de overheid (Belastingdienst) een bijdrage in de vorm van kinderopvangtoeslag geboden wordt;
e.OAB (Onderwijs Achterstand Beleid)-partners: partners in het onderwijs en maatschappelijke partners die activiteiten aanbieden met betrekking tot het voorkomen van een taal- en ontwikkelingsachterstand;
f.organisatie: een kinderopvangorganisatie, een maatschappelijk partner of onderwijs die is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en een locatie heeft in de gemeente Etten-Leur;
g.(warme) overdracht en doorlopende lijn: een goed georganiseerde manier om ervoor te zorgen dat een leerling soepel kan overstappen naar een nieuwe groep, school of klas. Het doel is de leerlingen de juiste ondersteuning te bieden. Belangrijk is dat iedereen die bij de leerling betrokken is samenwerkt;
h.subsidietarief VE gemeente: de vergoeding door de gemeente aan de kinderopvangorganisatie voor het bieden van de voorschoolse educatie;
i.VVE (Voor- en Vroegschoolse Educatie)-programma: educatieve programma's gericht op het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden. Deze programma's starten in een voorschoolse voorziening (peutergroep) en lopen door tot en met groep 2 van de basisschool.
Artikel 2. Doelstelling
De doelstelling van deze subsidieregeling is het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden door het bevorderen van de taal- en de sociaal-emotionele ontwikkeling van doelgroeppeuters en -kleuters, voor een goede start in groep 3 van het basisonderwijs met zo min mogelijk taal- en ontwikkelingsachterstand.
Artikel 3. Activiteiten/projecten die voor subsidie in aanmerking komen
Subsidie op grond van deze regeling kan worden verstrekt voor:
1de uitvoering van VVE-programma’s ten behoeve van doelgroeppeuters door kinderopvangorganisaties;
2begeleiding en coaching van medewerkers door de pedagogisch beleidsmedewerker, of HBO coach, binnen de kinderopvang die belast zijn met de uitvoering van VVE-programma’s;
3het signaleren, indiceren en toe leiden door de jeugdgezondheidszorg en partners binnen de jeugdhulp;
4de aanschaf van goederen en diensten door maatschappelijk partners of onderwijs, die passen bij of een aanvulling zijn op het VVE-programma.
Artikel 4. Doelgroep
Subsidie op grond van deze regeling wordt uitsluitend verstrekt aan:
1Landelijk Register Kinderopvang geregistreerde kinderdagopvangorganisaties die vve-programma’s aanbieden op een locatie in Etten-Leur, ten behoeve van kinderen tot aan de start basisschool;
2organisaties die aanvullende of ondersteunende activiteiten aanbieden ter voorkoming van taal- en ontwikkelachterstanden.
Artikel 5. Berekening van de subsidie
Voor het berekenen van de subsidie wordt gebruik gemaakt van:
1Vergoeding van 450,- per jaar , per doelgroeppeuters, per kinderopvangorganisatie, ten behoeve van de pedagogisch beleidsmedewerker (HBO coach);
2Absolute stijging normtarief kinderopvang Rijksoverheid, met inachtneming van bevriezing van de tarieven vanaf 2026;
3Het uurtarief dat kinderopvang hanteert (subsidietarief VE gemeente ) en jaarlijks door de rijksoverheid vastgesteld wordt (normtarief):
a.Voor- en vroegschoolse educatie wordt per doelgroeppeuter voor 8 uur volledig gesubsidieerd (subsidietarief VE gemeente) en volgens het door de Rijksoverheid vastgestelde normtarief.
b.Vervolgens is de subsidie per doelgroeppeuter voor nogmaals 8 uur:
i.Met recht op kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst: subsidie voor het verschil in uurtarief van het subsidietarief VE en het normtarief;
ii.Zonder recht op kinderopvangtoeslag: subsidie voor het verschil subsidietarief VE en de inkomensafhankelijke ouderbijdrage volgens de VNG Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang (kostwinnersregeling);
4De begroting die door onderwijspartners bij de subsidieaanvraag aangeleverd wordt.
Artikel 6. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
De subsidie is alleen mogelijk voor de kosten die in lijn zijn met artikel 158, artikel 159 en artikel 160 van de Wet primair onderwijs en betrekking hebben tot.
Artikel 7. Verdeling van het subsidieplafond
1Het subsidieplafond voor kalenderjaar 2027 bedraagt € 1.000.000.
2Het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, geldt onder voorbehoud van de vaststelling en goedkeuring van de gemeentelijke begroting.
3Indien uit de vastgestelde gemeentelijke begroting blijkt dat voor deze regeling minder middelen beschikbaar zijn dan waarop het subsidieplafond is gebaseerd, kan het subsidieplafond lager worden vastgesteld.
4Een verlaging als bedoeld in het derde lid heeft gevolgen voor reeds ingediende aanvragen. In dat geval worden aanvragen behandeld met inachtneming van het verlaagde subsidieplafond.
5Indien het toekennen van alle aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, en die niet worden geweigerd op grond van de ASV of van deze regeling, zou leiden tot een overschrijding van het subsidieplafond, rangschikken wij de aanvragen op volgorde van prioriteit.
6De prioritering van activiteiten op deze lijst wordt bepaald aan de hand van hun doelmatigheid, zoals hieronder vermeld:
a.activiteiten met betrekking tot de uitvoering van VVE-programma’s door kinderdagopvangorganisaties;
b.activiteiten ter ondersteuning van de uitvoering van VVE-programma’s door jeugdgezondheidzorg;
c.aanvullende activiteiten op het gebied van taal- en ontwikkelstimulering van het kind en het gezin door maatschappelijk partners;
d.aanvullende doelen op het gebied van taal- en ontwikkelstimulering van het kind en het gezin door onderwijspartners.
7De aanvragen worden door ons toegekend naar de volgorde op de prioriteitenlijst.
Artikel 8. Subsidieaanvraag
1De subsidie wordt (digitaal) aangevraagd door middel van een volledig ingevuld en (digitaal) ondertekend aanvraagformulier;
2Bij de aanvraag om subsidie is, indien nodig, bijgevoegd:
a.een beschrijving of toelichting van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
b.een begroting van (en een dekkingsplan) voor de kosten;
c.offerte of overzicht van uitgaven, welke noodzakelijk worden geacht voor realisatie van de activiteiten;
d.op welke wijze de activiteiten bijdragen aan de gestelde wettelijke kaders, maatschappelijke effecten en gemeentelijke beleidsdoelen;
4In afwijking van artikel 5 lid 1 kan er afgeweken worden om subsidie voor meerdere jaren af te geven, met een maximum van 5 opeenvolgende kalenderjaren.
Artikel 9. Aanvraagtermijn
1De subsidie wordt tussen 1 september en 1 oktober vooraf gaande aan het subsidiabele jaar ingediend;
2Aanvragen die buiten deze periode worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.
Artikel 10. Beslistermijn
1Het bestuursorgaan beslist binnen 13 weken na ontvangst van een volledige aanvraag.
2Indien de aanvraag onvolledig is, wordt de beslistermijn opgeschort totdat de aanvraag is aangevuld.
Artikel 11. Weigeringsgronden
1De subsidie wordt in ieder geval geweigerd indien het niet bijdraagt aan de doelstelling opgenomen in artikel 2 van deze regeling.
2De subsidie wordt in ieder geval geweigerd indien de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, binnen de reguliere programmering van de organisatie valt.
Artikel 12. Verplichtingen
1De subsidieontvangende organisatie houdt zich aan de afspraken tussen de gemeente en de andere OAB-partners, zoals opgeschreven in het document ‘Resultaat- en samenwerkingsafspraken VE gemeente Etten-Leur’;
2De subsidieontvangende organisatie neemt, indien van toepassing, plaats in een werkgroep VVE (Brede school) en levert daarvan één afgevaardigde voor de overkoepelende Themagroep VVE (maatschappelijk partners, onderwijs en gemeente) en werkt actief mee aan de implementatie en evaluatie van het beleid;
3De subsidieontvangende organisatie neemt, indien van toepassing, deel aan het monitoringssysteem en dashboard VVE;
4De kinderopvang organisatie voldoet aan de eisen die opgenomen zijn in de Wet kinderopvang, Wet ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie, Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang, en door de wet aan de uitvoering van VVE-programma’s gesteld zijn;
5De kinderopvang organisatie zorgt dat de kwaliteit van de voorschoolse educatie wordt versterkt door inzetten van een pedagogische beleidsmedewerker in werkelijk ingezette uren en niet in contracturen;
6De kinderopvang organisatie verleent voorrang aan plaatsing van doelgroeppeuters op beschikbaar gekomen peuterplaatsen;
7Het streven is om een peutergroep per dag voor maximaal 50% uit doelgroeppeuters te laten bestaan, altijd met een maximale groepsgrootte van 16 peuters.
Artikel 13. Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule
1Wanneer er over artikelen onduidelijkheden bestaat of wanneer een artikel op meerdere manieren uitgelegd kan worden, beslist het college;
2Als de toepassing van deze regeling leidt tot een onredelijke beslissing op de aanvraag, dan kan het college in uitzonderingsgevallen van deze regeling afwijken (hardheidsclausule).
Artikel 14. Slotbepalingen
1Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na die van publicatie;
2Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Voor- en Vroegschoolse Educatie.