Gemeentelijke regelgeving

Notitie huisvesting (pré)mantelzorg gemeente Etten-Leur

Gemeente Etten-Leur · geldt sinds 27 februari 2024

3. Huidige beleidsinzichten en regels

3.1. Rijksbeleid

3.1.1. Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) is de opvolger van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2007. Samen met de Wet langdurige zorg, de Zorgverzekeringswet en de Jeugdwet vormt de Wmo 2015 het stelstel Zorg en Welzijn. De belangrijkste reden voor de Wmo 2015 is het aanpassen van de kwaliteit van de maatschappelijke ondersteuning op de veranderende eisen van en omstandigheden binnen de maatschappij.

In de huidige tijd moeten (en willen veel) mensen zo lang mogelijk thuis blijven wonen, waarbij zij de regie op hun eigen leven behouden. Met de Wmo wil de overheid de mogelijkheden bieden voor passende ondersteuning aan mensen in de eigen leefomgeving door het sociale netwerk, eventueel in combinatie met gemeentelijke (maatwerk)voorzieningen in de nabijheid beter te benutten. Hiervoor is het belangrijk dat mensen met beperkingen zoveel mogelijk in staat worden gesteld om op gelijke voet te participeren en deel te nemen aan het dagelijks leven. Gemeenten hebben de opdracht de toegankelijkheid van voorzieningen, ruimten en diensten voor iedereen te bevorderen en daarmee bij te dragen aan het realiseren van een inclusieve samenleving.

Het belangrijkste uitgangspunt van de Wmo is dat burgers in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor het oplossen van hun problemen en die van hun naasten; de Wmo is een vangnetregeling. Een van de Wmo-prestatievelden is gericht op het bevorderen van deelname aan het maatschappelijk verkeer en het bevorderen van het zelfstandig functioneren van mensen met een beperking of een chronisch psychisch of psychosociaal probleem.

Gelet op het voorgaande kan gesteld worden dat het mogelijk maken van huisvesting voor (pré)mantelzorg past binnen de hierboven weergegeven uitgangspunten van de Wmo.

3.3. Gemeentelijk beleid

3.3.1. Gemeentelijke visie

Het provinciaal standpunt dat er sprake moet zijn van een zorgindicatie (of concrete voorzienbaarheid daarvan) en daarmee van een (ruimtelijke) noodzaak, wordt onderschreven. In het verlengde van het provinciaal ruimtelijk beleid is het ook gemeentelijk beleid om terughoudend te zijn met nieuwe woonfuncties in het buitengebied. Het in zijn algemeenheid toestaan van pré-mantelzorgwoningen zonder dat er (al) sprake is van een noodzaak, zou ook een flinke ruimtelijke impact kunnen hebben, niet alleen in het buitengebied, maar ook in het dichter bebouwde stedelijk gebied. Vanuit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is de gemeente dan ook geen voorstander van leeftijdsgebonden pré-mantelzorgwoningen zonder dat er sprake is van een zorgindicatie. Dan zou alleen een bepaalde leeftijd leidend zijn. Dat is niet de goede richting waarin we een oplossing moeten zoeken.

Met andere woorden, om in de bewoordingen van de voorgestelde motie te blijven, het moet niet wenselijk worden geacht om het realiseren van een pré-mantelzorgwoning boven een nader te bepalen leeftijd mogelijk te maken zonder dat daaraan een advies van een deskundige adviesinstantie ten grondslag ligt.

Het belang van mantelzorg en de daarvoor noodzakelijke voorzieningen, waaronder mantelzorgwoningen, wordt echter zondermeer onderschreven. Daarom is het voorstel om de oplossingsrichting te zoeken en in te zetten op een soepelere indicatiestelling, waarbij ook een duidelijk voorzienbare en/of toenemende zorgbehoefte in de beoordeling wordt meegenomen. Dit sluit ook goed aan op hetgeen vanuit de gemeenteraad gevraagd werd in de voorgestelde motie, namelijk om in ieder geval mogelijkheden te bieden voor:

a.situaties waarin mantelzorg in de nabije toekomst voorzienbaar is;

b.het tijdig kunnen realiseren van een mantelzorgwoning bij een progressief ziektebeeld.

3.3.2. Woonzorgvisie

Op dit moment is de Woonzorgvisie van Etten-Leur in ontwikkeling. Hierin is de combinatie tussen wonen, welzijn en zorg een belangrijk punt. Vanuit de Omgevingsvisie, het raadsprogramma en het college-uitvoeringsprogramma werken we met de volgende uitgangspunten:

•De zorg voor senioren, zoals die nu georganiseerd is, is op korte termijn al niet meer houdbaar. De maatschappelijke opgave is om zorg, behandeling en ondersteuning zo lang mogelijk thuis te bieden, en dan alleen waar het echt nodig is. En vooral aanvullend op informele zorg, dus met inzet van mantelzorg. De vraag om voor elkaar te zorgen wordt de komende jaren heel belangrijk.

•De komende generaties ouderen stellen vaak andere eisen aan hun leven. Ze zoeken naar mogelijkheden om zo lang mogelijk in de eigen omgeving te blijven wonen, al is dat soms in een ander huis. De komende jaren zijn veel nieuwe woonoplossingen nodig om ouderen beschutte maar zelfstandige woningen te kunnen bieden.

•Voldoende passende huisvesting (met zorg) voor senioren.

•Het realiseren van nieuwe woonvormen om senioren beschut maar zelfstandig te laten wonen.

De gemeente Etten-Leur kiest ervoor om tegemoet te komen aan zogeheten ‘vraaggericht bouwen’. Gedacht kan worden aan initiatieven van senioren om gezamenlijk een woonvorm te realiseren. Het kan ook gaan om initiatieven waarbij de mantelzorg centraal staat.

Zodra de conceptnotitie gereed is, gaan we met woningcorporatie Alwel in gesprek. We bespreken dan of ze dit ook omarmen voor sociale huur en of ze hier afspraken over willen maken. Deze afspraken worden dan onderdeel van de set afspraken 2024 (en volgende jaren). Waar we met Alwel zeker afspraken over moeten maken is dat ontvangers en verleners van mantelzorg recht hebben op urgentie voor een passende woonruimtemantelzorgvragers op grond van de Wet versterking regie volkshuisvesting, die naar verwachting in 2024 van kracht wordt. Dit moet de gemeente regelen via een huisvestingsverordening.

3.3.3. Verordening maatschappelijke ondersteuning Etten-Leur 2023 en beleidsregels

De ondersteuningsvragen van mantelzorgverleners zijn divers en liggen op het snijvlak van wonen, welzijn, zorg en arbeid. Om de capaciteit en de kwaliteit van mantelzorg op peil te houden zijn goede voorwaarden en voorzieningen ter ondersteuning nodig. Diverse partijen moeten de verantwoordelijkheid nemen én delen om een optimaal ondersteuningsaanbod te creëren. Hiervoor wordt samengewerkt met lokale partners zoals de medewerkers van het Steunpunt Mantelzorg Etten-Leur.

Een van de ondersteuningsvragen van mantelzorgverleners heeft betrekking op huisvesting. Om tegemoet te komen aan de naar verwachting toenemende vraag naar ruimte voor huisvesting ten behoeve van mantelzorg, zal optimaal gebruik worden gemaakt van bestaande en toekomstige regelgeving om huisvesting voor mantelzorg mogelijk te maken. In de beleidsregels zijn er regels over woonvoorzieningen opgenomen, welke ook van toepassing zijn voor huisvesting mantelzorg.

Bijlage 1: Beleidsregels (pré-)mantelzorgverklaring

Mantelzorgverklaring

In het kader van een mantelzorgverklaring voor huisvesting, gelden de volgende beleidsregels:

1Een aanvraag voor een mantelzorgverklaring in het kader van huisvesting wordt gedaan bij de Wmo. Vanuit de Wmo wordt een onafhankelijk medisch advies opgevraagd. Hierbij wordt de vraag gesteld of er sprake is van intensieve zorg en/of ondersteuning.

2Er dient voldaan te worden aan onderstaande criteria:

o De zorg die wordt geboden is geen gebruikelijke zorg

2Gebruikelijke zorg is een breed begrip. Om hier wat meer duidelijkheid over te scheppen staan hieronder een aantal zaken opgesomd die onder gebruikelijke zorg vallen en wanneer gebruikelijke zorg overgaat in mantelzorg:• Het opvoeden van een kind, inclusief zaken die horen bij bepaalde levensfases (bijvoorbeeld de luier verschonen van een baby, een peuter helpen eten, een kleuter helpen douchen, et cetera) is gebruikelijke zorg. Indien een kind door aandoeningen meer zorg heeft dan normaliter verwacht mag worden in de levensfase, valt dit onder mantelzorg.• In de basis kunnen mensen zelf voorzien in hun basisbehoeften (hoewel dit bij een opgroeiend kind anders kan liggen). Basisbehoeften zijn: eten, drinken, in- en uit bed komen, lopen en bewegen, ontspannen, sociaal contact, uit- en aankleden, communiceren, plassen en ontlasting, het reguleren van lichaamstemperatuur en lichamelijke hygiëne. Indien hier meer hulp bij nodig is dan verwacht mag worden, is er sprake van mantelzorg.

, zoals bijvoorbeeld een ouder die een kind opvoedt of een partner die helpt in het huishouden.

o De zorg wordt op vrijwillige basis geboden aan iemand die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak.

o De mantelzorger is geen vrijwilliger vanuit een organisatie, maar verleent de mantelzorg vanuit een sociale relatie.

o De zorgvrager is afhankelijk van de mantelzorger voor de algemene dagelijkse levensverrichtingen. Er is dus sprake van een afhankelijkheidsrelatie tussen de hoofdbewoner en mantelzorgwoningbewoner.

o Er is sprake van een hulpvraag op onder andere niet planbare momenten, waardoor er sprake is van niet uitstelbare zorg.

Pré-mantelzorgverklaring

In het kader van een pré-mantelzorgverklaring voor huisvesting, gelden de volgende beleidsregels:

1Een aanvraag voor een pré-mantelzorgverklaring in het kader van huisvesting wordt gedaan bij de Wmo. Vanuit de Wmo wordt een onafhankelijk medisch advies opgevraagd. Hierbij wordt de vraag gesteld of er binnen drie jaar een behoefte aan mantelzorg gaat ontstaan.

Bijlage 2: Beleidsregels pré-mantelzorgwoningen

Algemene bepalingen

1Begripsbepalingen

a.bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw of functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;

b.mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een mantelzorgverklaring vanuit de Wmo kan worden aangetoond;

c.pré-mantelzorg: de periode voorafgaand aan de noodzaak tot mantelzorg, waarbij uit een pré-mantelzorgverklaring blijkt dat, als gevolg van een progressieve ziekte of anderszins, een noodzaak tot mantelzorg binnen een periode van maximaal drie jaar te verwachten is;

d.huisvesting in verband met pré-mantelzorg: huisvesting van één huishouden van maximaal twee personen, in of bij een woning, van wie ten minste één persoon pré-mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning

e.huishouden: de samenlevingsvorm van één gezin, waaronder mede wordt begrepen:

o de inwoning, al dan niet bij wijze van (pré)mantelzorg;

o een met een gezin gelijk te stellen samenlevingsverband;

o een éénpersoonshuishouden.

Voor de uitleg van alle overige begripsbepalingen wordt verwezen naar de Omgevingswet en de daarbij bijbehorende AMvB’s.

2Pré-mantelzorgwoningen

Een pré-mantelzorgwoning is een mantelzorgwoning die gerealiseerd wordt in de periode voorafgaand aan de noodzaak tot mantelzorg en waarbij uit een pré-mantelzorgverklaring blijkt dat, als gevolg van een progressieve ziekte of anderszins, een noodzaak tot mantelzorg binnen een periode van maximaal drie jaar te verwachten is. Voor een pré-mantelzorgwoning kan een omgevingsvergunning voor een periode van maximaal drie jaar worden verleend in gevallen waarbij sprake is van een (aanstaande) zorgrelatie tussen de betrokkenen en waarbij het wenselijk en begrijpelijk is dat er bij elkaar op hetzelfde perceel wordt gewoond, maar waar dit op grond van de regelgeving niet vergunningsvrij mogelijk is. Voor het realiseren van pré-mantelzorgwoningen worden de volgende voorwaarden gesteld:

1Uit een pré-mantelzorgverklaring moet blijken dat er binnen drie jaar een behoefte aan mantelzorg gaat ontstaan.

2De woning moet qua plattegrond en inrichting inspelen op de (toekomstige) behoefte. De pré-mantelzorgwoning moet dan ook voorzieningen hebben waarvan je mag verwachten dat ze nodig zijn bij de levensfase en/of ziekte van de bewoner. Bij het afgeven van de pré-mantelzorgverklaring zal de Wmo ook de voorzieningen in kaart brengen die nodig zijn in de pré-mantelzorgwoning;

3De aanvrager is zelf verantwoordelijk voor het realiseren van de benodigde voorzieningen. Op grond van de zogenaamde ‘voorzienbaarheid’ kan voor deze woningaanpassingen later geen beroep worden gedaan op de Wmo;

4Het huishouden dat gevestigd wordt in de pré-mantelzorgwoning bestaat uit maximaal twee personen;

5Er moet sprake zijn van een sociale relatie, zoals een familierelatie, tussen de prémantelzorgbehoevende en de prémantelzorgverlener. Deze zorg wordt niet in het kader van een hulpverlenend beroep aangeboden;

6De pré-mantelzorgwoning voldoet aan de regels voor mantelzorgwoningen zoals opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en ‘bruidsschat omgevingsplan’ behorende bij de Omgevingswet of het tijdelijk omgevingsplan met uitzondering van het begrip van mantelzorg zoals opgenomen in bijlage 1 bij artikel 1.1 van het Bbl of het tijdelijk omgevingsplan. In plaats daarvan geldt de definitie voor pré-mantelzorg zoals geformuleerd onder punt c. van deze beleidsregels.

7De tijdelijke pré-mantelzorgwoning kan in geen geval leiden tot een permanente woonbestemming.

8Aan de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de voorwaarde verbonden dat het gebruik van de pré-mantelzorgwoning uitsluitend is toegestaan gedurende de periode dat de pré-mantelzorgrelatie dan wel te verwachten zorgbehoefte bestaat als bedoeld onder punt c. van deze beleidsregels.

9Indien de pré-mantelzorgbehoevende verhuist of komt te overlijden kan de achterblijvende partner om een pré-mantelzorgverklaring verzoeken. Bij inwilliging van dat verzoek kan de achterblijvende partner in de pré-mantelzorgwoning blijven wonen. Als hij of zij deze verklaring niet krijgt, dan dient hij of zij te verhuizen.

10Aan de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de voorwaarde verbonden dat bij het beëindigen van de pré-mantelzorg als bedoeld onder punt c. van deze beleidsregels, binnen één maand na het beëindigen daarvan:

a.de verplaatsbare pré-mantelzorgwoning (woonunit) moet zijn verwijderd of,

b.het bouwwerk geen voorzieningen meer mag hebben die het maken tot een (onderdeel van een) woning,

tenzij na het beëindigen van de pré-mantelzorg deze direct overgaat in een mantelzorgsituatie zoals bedoeld in de definitie mantelzorg als bedoeld in bijlage 1 bij artikel 1.1 van het Bbl.

11Indien na 3 jaar nog geen sprake is van een mantelzorgsituatie wordt opnieuw een onafhankelijk medisch advies opgevraagd. Op basis hiervan dient er eventueel opnieuw een vergunning aangevraagd te worden.

12De pré-mantelzorgwoning mag niet leiden tot verslechtering van de algemene woonsituatie. Er moet voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein zijn en er mag geen onevenredige afbreuk aan de gebruiksmogelijkheden van naastgelegen percelen ontstaan.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.