1. Inleiding
1.1 Doel en Reikwijdte
1.1.1. Doelstelling
In overeenstemming met artikel 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht kan door het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) beleid worden vastgesteld met betrekking tot een aan haar toekomende bevoegdheid, zoals de bevoegdheid in artikel 5.1, eerste lid, onder a van de Omgevingswet een omgevingsvergunning te verlenen voor een omgevingsplanactiviteit. Het is noodzakelijk om ten behoeve van deze afwijkingsbevoegdheid, mede gelet op de wettelijke verplichting om binnen 8 weken op een aanvraag te beslissen, beleidsregels vast te stellen. De beleidsregels hebben tot doel om bij concrete verzoeken om omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit een afwegingskader te bieden waarmee snel een oordeel over de wenselijkheid en aanvaardbaarheid van het verlenen van medewerking kan worden gevormd. Daarnaast wordt met de beleidsregels beoogd de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid te bevorderen. De rechtszekerheid wordt vergroot doordat beleidsregels als bedoeld in artikel 4:82 Awb het college dwingen overeenkomstig de beleidsregel te handelen. Past het initiatief binnen deze beleidsregel, dan dient de omgevingsvergunning te worden verleend. Beleidsregels geven inwoners en ondernemers inzicht in de wijze waarop een verzoek om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit wordt beoordeeld. Artikel 4:84 van de Awb biedt naast de verplichting te handelen overeenkomstig de beleidsregel ook de mogelijkheid om hiervan af te zien indien de beleidsregel voor een of meer belanghebbenden gevolgen zouden hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen (hardheidsclausule).
1.1.2 Reikwijdte
Deze beleidsregels – die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving – behoren vanaf 1 januari 2024 bij het tijdelijke omgevingsplan van rechtswege Etten-Leur. Het gaat dan om de zogenaamde ‘planologische ondergeschikte gevallen’. Deze gevallen strekken zich uit tot gevallen van geringe planologische betekenis en zijn bouwtechnisch veelal niet van ingrijpende aard. Deze gevallen waren voorheen opgenomen in artikel 4 bijlage II Bor. Dit betekent dat voor omgevingsplanactiviteiten waarvoor een vergunningplicht geldt, maar die niet voldoen aan het tijdelijke omgevingsplan van rechtswege Etten-Leur, een omgevingsvergunning kan worden verleend als de activiteit past binnen de in dit beleid genoemde categorieën. Past de aangevraagde activiteit niet binnen de categorieën van gevallen, dan zal dit beleid bij de beoordeling buiten beschouwing blijven.
Indien het bindend adviesrecht van de raad aan de orde is, zijn deze beleidsregels niet van toepassing. Dit beleid geldt uiterlijk tot 2032. Dan moeten uiterlijk alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zijn opgenomen in het omgevingsplan.
3. Algemeen
3.2 Meten en berekenen
3.2.1 meetvoorschriften
Bij toepassing van de beleidsregels wordt gemeten en berekend zoals bepaald in de meetvoorschriften zoals opgenomen in artikel 2.23 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
3.2.2 wijze van meten
De afstand tot de (zijdelingse) grens van het bouwwerkperceel
Vanaf de buitenwerkse gevelvlakken dan wel, indien sprake is van overstekende daken met een overstekend gedeelte van meer dan 1 meter, respectievelijk overstekken van meer dan 1 meter, vanaf de buitenrand van het overstekende dak/de overstek, neerwaarts geprojecteerd, tot de kadastrale zijgrens van het perceel.
De (bouw)hoogte van een bouwwerk:
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
De goothoogte van een bouwwerk:
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, ondergeschikte bouwonderdelen als goten van dakkapellen niet meegerekend.
De oppervlakte van een bouwwerk:
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot maximaal 1,00 m buiten beschouwing blijven.
4. Beleidsregels
4.9 het wijzigen van het gebruik van bouwwerken binnen de bebouwde kom
4.9.1 Huisvesting arbeidsmigranten
In de gemeente Etten-Leur wonen en werken al tientallen jaren arbeidsmigranten die voor een belangrijk deel bijdragen aan de economische vitaliteit van Etten-Leur en omgeving. Buitenlandse werknemers zijn onmisbaar voor de economie van Etten-Leur en onze regio West-Brabant maar er is een groot tekort aan woonruimte. De gemeente Etten-Leur wil voorzien in voldoende en kwalitatief goede huisvesting voor het aantal arbeidsmigranten die in de gemeente dan wel in de omliggende gemeenten in de regio werkzaam zijn.
Gelet hierop maken wij de volgende 2 huisvestingsvormen van arbeidsmigranten mogelijk:
•Reguliere huisvesting van arbeidsmigranten en overige personen die geen huishouden vormen in (bedrijfs)woningen: huisvesting van maximaal 4 personen in een reguliere woning of maximaal 6 personen in een bedrijfswoning gelegen op het bedrijventerrein;
•Collectieve huisvesting van arbeidsmigranten op bedrijventerreinen: tijdelijke huisvesting van 51 tot en met 250 personen.
1Reguliere huisvesting van arbeidsmigranten in (bedrijfs)woningen
Voor deze vorm van huisvesting kan een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor een periode van maximaal 2 jaar worden verleend. Na deze periode van 2 jaar dient de situatie weer te worden hersteld in de bestaande toestand, tenzij verlenging verleend wordt. De aanvraag moet voldoen aan de volgende uitgangspunten:
Huisvesting en leefklimaat
a.De te huisvesten arbeidsmigranten dienen werkzaam te zijn in Etten-Leur;
b.De aanvraag richt zich op het huisvesten van maximaal 4 arbeidsmigranten in een reguliere woning of maximaal 6 arbeidsmigranten in een bedrijfswoning gelegen op het bedrijventerrein;
c.Per persoon moet er minimaal 12 m² bruto woonoppervlak aanwezig zijn;
d.De huisvesting leidt niet tot verkeers- en parkeerproblemen;
e.De huisvesting voldoet aan de normenset van de Stichting Normering Flexwonen (SNF-normen) of aan de normenset van het Agrarisch Keurmerk Flexwonen (AKF-normen), zoals die normensets luiden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag;
f.Het gebruik van de (bedrijfs)woning ten behoeve van huisvesting arbeidsmigranten leidt niet tot (aanhoudende) overlast voor de omgeving.
Beheer
g.Door de vergunninghouder dient een beheerder te worden aangewezen die 24 uur per dag, 7 dagen in de week, bereikbaar is;
h.De beheerder is de contactpersoon voor bewoners, omgeving en instanties (waaronder gemeente);
i.De beheerder wijst de gehuisveste arbeidsmigranten op de verplichting zich in de Basisregistratie Personen (BRP) in te schrijven bij een (beoogd) verblijf van meer dan 4 maanden.
Locatie en spreiding
j.De aanvraag richt zich op een woning;
k.Voor bedrijfswoningen gelegen op een bedrijventerrein geldt dat de huisvesting uitsluitend arbeidsmigranten betreft, die alleen binnen het bedrijf waar ze gehuisvest zijn, werkzaamheden verrichten;
l.Medewerking aan de aanvraag leidt niet tot de verhuur van meer dan 1 woning in een straat, met dezelfde postcode, die voor deze doeleinden worden gebruikt.
2.Collectieve huisvesting van arbeidsmigranten op bedrijventerreinen
Voor deze vorm van huisvesting kan een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor een periode van maximaal 15 jaar worden verleend. Na deze periode van 15 jaar dient de situatie weer te worden hersteld in de bestaande toestand. Verlenging van de vergunning is niet mogelijk. De aanvraag moet voldoen aan de volgende uitgangspunten:
Huisvesting en leefklimaat
a.Collectieve huisvesting moet een aantoonbare bijdrage leveren aan de behoefte aan huisvesting voor werknemers op de bedrijventerreinen in Etten-Leur. De gehuisveste arbeidsmigranten dienen minimaal voor 67% werkzaam te zijn in Etten-Leur. Het overige deel dient in de aangrenzende gemeenten werkzaam te zijn;
b.De huisvesting voldoet aan de normenset van de Stichting Normering Flexwonen (SNF-normen) of aan de normenset van het Agrarisch Keurmerk Flexwonen (AKF-normen), zoals die normensets luiden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag;
c.De huisvestingslocatie dient, aanvullend op de SNF- of AKF-normen, te voldoen aan de volgende voorzieningennorm en norm buitenruimte:
Bedrijfskantine
Gezamenlijke (wat grotere) woonruimte welke bijvoorbeeld als woonkamer gebruikt kan worden en/of bij verjaardagen om de verjaardag te vieren
Buitenruimte
Buitenruimte dient voorzien te worden van een (tenminste sobere) tuin. Bewoning mag niet de sfeer uitstralen van het wonen op ‘betonplaten’ en/of ‘tussen vrachtwagens’.
Scheiding tussen bedrijven van derden en de huisvestingslocatie
Er dient een fysieke, bij voorkeur groene, afscheiding te zijn tussen de bedrijven van derden en de huisvestingslocatie op het bedrijfsperceel.
Spreekkamer
Spreekkamer voor zorg/ fysio/
Sportvoorzieningen
Sportvoorziening, bijvoorbeeld fitness, buitentrainingsfaciliteiten.
Tabel 1: Voorzieningennorm en norm buitenruimte
d.De aanvraag voorziet niet in het huisvesten van gezinnen;
e.De aanvraag richt zich op short- en mid-stay arbeidsmigranten van minimaal 18 jaar of ouder. Permanente bewoning (long-stay) is niet toegestaan;
f.De huisvesting voorziet in een acceptabel woon- en leefklimaat in het bijzonder gericht op de milieunormen. Het meest relevante milieuthema daarbij is geluid en externe veiligheid.
Beheer
g.Door de vergunninghouder dient een beheerder te worden aangewezen die 24 uur per dag, 7 dagen in de week, aanwezig is op de betreffende locatie;
h.De beheerder zorgt voor het dagelijkse onderhoud van de huisvesting en is contactpersoon voor bewoners, omgeving en instanties (waaronder de gemeente);
i.De beheerder wijst gehuisveste arbeidsmigranten op de verplichting zich in de Basisregistratie Personen (BRP) in te schrijven bij een (beoogd) verblijf van meer dan 4 maanden;
j.De beheerder dient een nachtregister bij te houden;
k.In het nachtregister dient ten minste te worden opgenomen: personalia en contactgegevens, datum aanvang huisvesting, datum beëindiging huisvesting en het bedrijf waar gehuisveste werkzaam is;
l.De beheerder zorgt voor naleving van het huisreglement.
Locatie en spreiding
m.De aanvraag richt zich op een perceel gelegen binnen het “zoekgebied tijdelijke collectieve huisvesting” zoals aangegeven in bijlage 3 “Collectieve huisvesting van arbeidsmigranten” bij deze beleidsregels;
n.Voor de huisvestingslocatie gelden de volgende minimumafstanden. Tenzij anders aangeven, wordt daarbij gemeten vanuit de bouwperceelsgrenzen en uitgaande van de kortst mogelijke afstand daartussen:
-Huisvestingslocaties dienen binnen een gebied (grens ligt op de Roosendaalseweg) op minimaal 500 meter tot een bestaande collectieve huisvesting te liggen, tenzij uit de goede onderbouwing van de effecten op de Fysieke Leefomgeving (GoFlo) blijkt dat een afstand van minder dan 500 meter geen negatieve invloed heeft op de omgeving (spreidingsregel bijlage 4);
-de afstand van de huisvesting en de daarbij behorende buitenruimte tot het erf bij een particuliere woning bedraagt minimaal 15 meter. Parkeervoorzieningen kunnen eventueel binnen deze 15 meter gerealiseerd worden. Er kan afgeweken worden van de minimale afstand van 15 meter tot het erf bij particuliere woningen, mits kan worden aangetoond (bijvoorbeeld met een akoestisch onderzoek) dat er sprake zal zijn van een goed woon – en leefklimaat en er voldaan kan worden aan de milieueisen.
-De huisvestingslocatie dient binnen 2 kilometer afstand van een supermarkt te liggen.
o.Er dient sprake te zijn van een goed woon-leefklimaat.
p.Een locatie dient te voldoen aan de milieunormen. Waaronder het binnen niveau (niet hoger dan 35 dB(A)) moet geborgd zijn.
q.De huisvestingslocatie biedt voldoende parkeerplaatsen op het eigen terrein conform de parkeernormen die de gemeente Etten-Leur toepast. De locatie dient aanvullend te voorzien in voldoende parkeerplaatsen met auto`s die in gezamenlijkheid kunnen worden gebruikt;
r.De huisvestingslocatie dient geschikt te zijn om het aantal verkeersbewegingen dat de huisvesting met zich meebrengt op een veilige manier af te wikkelen;
s.In het pand of op het terrein is voldoende ruimte voor het stallen van fietsen (brom- en snorfietsen) en containers voor huishoudelijk afval ten behoeve van de bewoners van de locatie;
t.De huisvesting is ruimtelijk inpasbaar en vormt geen belemmering(en) voor omliggende bedrijven en functies waaronder waterhuishoudelijke opgaven, natuur en landschapswaarden;
Omgeving
u.De initiatiefnemer zorgt voor draagvlak bij de omgeving mede door het voeren van een omgevingsdialoog conform ‘Routeplanner voor externen digitaal’. Deze routeplanner is te vinden op www.etten-leurdoethetgewoon.nl.
v.De gemeente geeft aanwijzingen over het voeren van een dialoog aan de initiatiefnemer om de kwaliteit van het proces te waarborgen. De gemeente ondersteunt hierbij de initiatiefnemer, maar neemt geen actieve rol in dit proces;
w.Een aanvraag voor collectieve huisvesting wordt in ieder geval geweigerd indien naar het oordeel van het college één of meerdere van de volgende aspecten in onevenredige mate worden aangetast of belemmerd;
1Er is sprake van onvoldoende woon-en leefklimaat waarop de aanvraag betrekking heeft en het woon-en leefklimaat van een nabijgelegen woonwijk;
2De gebruiks- en uitbreidingsmogelijkheden van omliggende functies;
3Verkeersontsluiting en parkeersituatie;
4Milieuhygiënische kwaliteit en externe veiligheid;
4.9.2 Bed en Breakfast
Een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor het wijzigen van het gebruik van een bouwwerk binnen de bebouwde kom tot gebruik als bed & breakfast kan worden verleend, wanneer wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
a.Voorzieningen voor bed & breakfast zijn uitsluitend toegestaan binnen de bestaande woning;
b.De exploitatie van de bed & breakfast wordt uitgeoefend door de hoofdbewoner van de woning;
c.Per woning is sprake van niet meer dan 2 bed & breakfast kamers en maximaal 4 slaapplaatsen;
d.De woonfunctie van de woning blijft behouden;
e.De vloeroppervlakte aan logeereenheden en zelfstandige sanitaire voorzieningen mag niet meer bedragen dan 50 m2.
f.De bed & breakfast-voorziening is vanuit milieuhygiënisch oogpunt inpasbaar in de omgeving;
g.Medewerking aan de aanvraag leidt niet tot verkeers- en parkeerproblemen;
h.Medewerking aan de aanvraag leidt niet tot permanente bewoning.
4.9.3 Horecabedrijven Bisschopmolenstraat (Schoolstraat tot aan rotonde Beiaard-Rode Poort)
In het tijdelijk omgevingsplan van rechtswege Etten-Leur (voormalig bestemmingsplan “Bisschopsmolenstraat) is binnen de bestemming “Gemengde doeleinden” een limiet opgenomen voor het aantal horecabedrijven. Er bestaat behoefte om dit limiet los te laten om nieuwe initiatieven te ontplooien.
Een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor het vestigen van een horecabedrijf kan worden verleend, wanneer wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
a.Het horecabedrijf wordt gevestigd in de Bisschopsmolenstraat, gedeelte tussen Schoolstraat en rotonde Beiaard-Rode Poort;
b.Het horecabedrijf moet een toevoeging zijn aan het voorzieningenniveau van Etten-Leur. Dit wordt per concrete aanvraag beoordeeld;
c.Het betreft een horecabedrijf in de categorie 1a of 1b van de Staat van Horecabedrijven behorende bij het omgevingsplan;
d.Het pand waarin het horecabedrijf wordt gevestigd is op het moment van het vaststellen van het beleid niet als woning in gebruik.
4.9.4 Gebruik maatschappelijk onroerend goed
Steeds meer besturen van sportverenigingen zijn op zoek naar ruimere gebruiksmogelijkheden voor hun gebouwen. De huidige omgevingsplanregels maken dat niet mogelijk en een binnenplanse afwijking voor een (geheel) ander gebruik dan ten dienste van de sportfunctie, is in de regels niet opgenomen.
De betreffende gebouwen van de sportvereniging worden meestal in de avonduren en de weekenden gebruikt. De andere dagen/avonden van de week staan deze gebouwen leeg en kan een gebruik door derden een optimale bezetting zijn voor de sportverenigingen om daarmede inkomsten te genereren.
Bij een ander medegebruik van (een gedeelte van) de sportgebouwen, is het belangrijk dat de hoofdfunctie (sport c.q. recreatie) te allen tijde voorop blijft staan. Dit medegebruik van de bebouwing, dient ondergeschikt te zijn en te blijven. Het gebruik door derden mag het gebruik door de sportvereniging niet in de weg staan.
Om enige richting te geven in wat mogelijk als passend wordt gezien, kan aansluiting worden gezocht bij de functie ‘maatschappelijk’, zoals die is opgenomen in het omgevingsplan Binnen deze bestemming, zoals die in recente bestemmingsplannen is opgenomen, worden voorbeelden genoemd als:
a.Educatieve voorzieningen en onderwijsvoorzieningen;
b.Peuterspeelzalen, kinder- en naschoolse opvang;
c.Dagopvang;
d.(para)medische voorzieningen;
e.(sociaal)culturele voorzieningen;
f.Voorzieningen ten behoeve van openbaar bestuur en openbare dienstverlening;
g.Religieuze en levensbeschouwelijke voorzieningen;
Deze opsomming is niet volledig, zodat ook andere vormen van gebruik van de sportgebouwen/kantines tot de mogelijkheid behoort. Als hoofdregel geldt dat een ander gebruik van de sportgebouwen/kantines niet mag leiden tot een zwaardere of extra belasting van de directe omgeving. Om dit te waarborgen dienen aanvragen ten minste aan de volgende voorwaarden te voldoen:
a.De activiteiten moeten binnen de bestaande bebouwing plaatsvinden;
b.De activiteiten dienen qua aard, omvang en uitstraling te passen in de omgeving;
c.Er mag geen detailhandel ter plaatse worden uitgeoefend, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de beroeps- of bedrijfsactiviteit.
d.De activiteiten mogen geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige parkeerdruk veroorzaken;
e.Het gebruik mag niet leiden tot beperking van de gebruiksmogelijkheden van omliggende percelen;
f.Het gebruik mag geen ernstige c.q. onevenredige hinder voor het woonmilieu opleveren;
g.De sportfunctie op het perceel moet als hoofdfunctie in stand blijven en het voorgestane gebruik zal daaraan ondergeschikt dienen te zijn;
h.Buitenopslag ten behoeve van de activiteiten is niet toegestaan;
i.De toegestane activiteiten dienen te vallen onder milieucategorie 1 van de VNG-brochure ‘bedrijven en milieuzonering’.
Het gebruiken van de sportgebouwen/ kantines voor het organiseren van feesten en partijen, die niet direct verband houden met de doelstelling van de vereniging, is niet toegestaan. Voorbeelden zijn onder andere: een verjaardagsfeest van een (bestuurs)lid van de vereniging, een trouwfeest van een (bestuurs)lid van de vereniging, een communiefeest van een lid van de vereniging enz.
Bijlage 1 Aanvullende indieningsvereisten
1Aanvullend op de indieningsvereisten uit de Omgevingsregeling, kan er bij een aanvraag voor planologische afwijkingsmogelijkheden voor de nieuwe situatie en, indien daarvan sprake is, de bestaande situatie, het volgende worden opgevraagd:
a.Situatietekeningen. Maximale schaal 1:1000. Uit de situatietekening(en) blijkt de oriëntatie van het bouwwerk op het perceel en ten opzichte van omliggende bebouwing en wegen (noordpeil), inclusief relevante maatvoering ten opzichte van bebouwing en perceelsgrenzen;
b.Geveltekeningen, plattegronden en doorsneden. Maximale schaal 1:200. De aanvrager voorziet de tekeningen bij de aanvraag van een duidelijke maatvoering en schaalaanduiding.
De plattegronden, doorsneden en aanzichten voldoen tevens aan de onderstaande eisen:
I. Een plattegrond bij de aanvraag om een omgevingsvergunning betreft een doorsnede van een bouwlaag waarop zijn aangegeven:
-Peilmaten van de vloeren;
-Trappen en hellingbanen;
-Kozijnen;
-Alle oppervlakten die een directe relatie hebben met of behoren tot het functionele gebruik en vloeroppervlakten;
II. Overige gegevens die zich ervoor lenen om aan te duiden op plattegronden, zoals: toiletruimten, badruimten, buitenbergingen, buitenruimten, liften, stallingsruimten, technische ruimten, opslagruimten en opstelplaatsen van het aanrecht en kook-, en warmwatertoestellen, enzovoorts.
III. De hoogte- en peilmaatvoeringen zijn ten opzichte van het maaiveld aangeduid ter plaatse van de entree van het bouwwerk.
IV. Alle aanzichten (geveltekeningen) worden in loodrechte verticale projectie weergegeven.
2Een goede onderbouwing van de effecten op de Fysieke Leefomgeving (GoFlo) met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties binnen het projectgebied, waarin aandacht wordt besteed aan de gevolgen voor de fysieke leefomgeving, zoals:
I. Huidige situatie en toekomstige situatie.
II. Ruimtelijke c.q. landschappelijke inpassing;
III. Omgevingskwaliteit;
IV. Ladder voor duurzame verstedelijking of maatschappelijke behoefte;
V. Milieu en kwaliteit leefomgeving;
VI. Economische uitvoerbaarheid (publiekrechtelijke verhaalsregels/anterieure overeenkomst);
VII. Maatschappelijke uitvoerbaarheid (uitkomsten van overleg met belanghebbenden in de omgeving van de voorgestane ontwikkeling).
De inhoud van de goede onderbouwing van de effecten op de Fysieke Leefomgeving (GoFlo) kan per project verschillen.
3Resultaten van onderzoeken naar de effecten voor de fysieke leefomgeving en uitvoerbaarheid van het project.
De volgende onderzoeken kunnen van toepassing zijn en dienen, indien verlangd, onderdeel te zijn van de aanvraag:
I. Bodem;
II. Geluid;
III. Luchtkwaliteit;
IV. Geur;
V. Licht
VI. Trillingen
VII. Externe veiligheid;
VIII. M.e.r.-beoordeling en/of milieueffectrapport.
IX. Natuur;
X. Water;
XI. Archeologie en cultuurhistorie;
XII. Verkeer en parkeren;
Welke onderzoeken exact nodig zijn, is afhankelijk van de omvang en de aard van het project c.q. de impact van de ruimtelijke ontwikkeling op de omgeving.
4Gegevens aanleveren waaruit blijkt dat voldaan wordt aan geldende wet- en regelgeving met betrekking tot de fysieke leefomgeving van:
I. Het Rijk, zoals vastgelegd in de Omgevingswet, Omgevingsregeling Besluit activiteiten leefomgeving, Besluit bouwwerken leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving en eventuele van belang zijnde projectbesluiten.
II. De provincie, zoals vastgelegd in de vigerende provinciale omgevingsvisie, provinciale omgevingsverordening en eventuele van belang zijnde projectbesluiten.
III. De gemeente, zoals vastgelegd in o.a. het geldende omgevingsplan, de omgevingsvisie en andere beleidsstukken, zoals onder andere:
-Welstandsnota;
-Woonzorgvisie;
-Mobiliteitsvisie;
-Groenbeleidsplan;
5Een overzicht van mogelijke belemmeringen voor het project, waarbij minimaal aandacht wordt besteed aan:
I. Kabels en leidingen tracés;
II. Privaatrechtelijke belemmeringen.
6Bij een aanvraag van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit ten behoeve van reguliere huisvesting van arbeidsmigranten en overige personen die geen huishouden vormen in (bedrijf)woningen:
I. Situatietekening/plattegrondtekening met daarop aangegeven:
-Het aantal personen dat gehuisvest wordt in de woning;
-Indien van toepassing: het aantal personen per kamer;
-(brand)veiligheidsvoorzieningen, zoals rookmelders, handblussers e.d.;
In aanvulling hierop dient uit de tekeningen/plattegronden eveneens te blijken dat wordt voldaan aan de SNF- of AKF-normen.
II. Hoeveel extra voertuigen; eigen terrein of openbaar gebied.
7Bij een aanvraag van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit ten behoeve van collectieve huisvesting van arbeidsmigranten:
I. Situatietekeningen, geveltekeningen, plattegronden en doorsneden van de bestaande en nieuwe situatie zoals opgenomen onder punt 1 van deze bijlage. In aanvulling op punt 1 dient uit de tekeningen/plattegronden te blijken dat wordt voldaan aan de SNF- of AKF- normen waaronder:
-Het aantal personen per kamer;
-De aanvullingen voorzieningennorm en norm buitenruimte zoals opgenomen in tabel 1 (onder 4.9.1) van deze beleidsregels;
II. Een goede onderbouwing van de effecten op de Fysieke Leefomgeving (GoFlo) zoals opgenomen onder punt 2 van deze bijlage;
III. Resultaten van onderzoeken naar de effecten op de fysieke leefomgeving en uitvoerbaarheid van het project zoals opgenomen onder punt 3 van deze bijlage.
IV. Een huisreglement. Uit dit reglement moet blijken hoe overlast wordt voorkomen, zowel voor eigen huurders/gebruikers als voor omwonenden in de directe omgeving van locatie waarop de aanvraag betrekking heeft. De onderwerpen gedrag (als goede buur), drugsgebruik, alcoholgebruik, parkeren van voertuigen, geluidsoverlast, (zwerf)afval, brandveiligheid waaronder vluchtplan, -wegen, instructies en belangrijke telefoonnummers van beheerder, hulpdiensten dienen minimaal in het regelement te worden verwerkt. De initiatiefnemer of exploitant dient in het huisreglement in elk geval op te nemen welke maatregelen/sancties worden getroffen indien:
-Bij huurders/gebruikers het gebruik van hard- en softdrugs wordt geconstateerd;
-Bij huurders/gebruikers structureel overmatig alcoholgebruik wordt geconstateerd;
-Er foutief wordt geparkeerd in het openbaar gebied;
-De huurders/gebruikers zwerfafval veroorzaken;
-De huurder/gebruikers geluidsoverlast (o.a. muziek) veroorzaken.
V. Het verslag van de gevoerde omgevingsdialoog conform ‘routeplanner voor externen’ te vinden via www.etten-leurdoethetgewoon.nl;
VI. Een overzicht in de vorm van een overeenkomst met Etten-Leurse bedrijven en/of uitzendbureaus die gebruik (gaan) maken van de collectieve huisvesting waarin de lokale behoefte wordt aangetoond. Het overzicht dient aanvullend aantoonbaar te maken dat minimaal 67% van de gehuisveste personen werkzaam zijn/zullen zijn in Etten-Leur. Het overige deel dient in de aangrenzende gemeenten werkzaam te zijn.
Bijlage 4: Procedurele aanpak spreidingsregel
Met de spreidingsregel wil de gemeente, in verband met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, een te grote druk op een gebied vermijden en zorgen voor een evenwichtige spreiding over het bedrijventerrein.
Om uitvoering te geven aan de spreidingsregel wordt de volgende procedure gevolgd:
-Op het moment dat een conceptaanvraag voldoet aan de indieningsvereisten kan de initiatiefnemer de omgevingsdialoog starten;
-De gemeente publiceert de conceptaanvraag op overheid.nl;
-Op het moment van publicatie op overheid.nl gaat de spreidingsregel in. Op de gemeentelijke website staat een tabel waar initiatieven staan opgenomen waarvoor een omgevingsvergunning is verleend of een conceptaanvraag is gepubliceerd;
-De gemeente toetst nieuwe verzoeken in hetzelfde gebied aan deze spreidingsregel;
-Indien er al een conceptaanvraag is ingediend binnen de spreidingsregel komt de nieuwe conceptaanvraag op een wachtlijst te staan;
-Indien binnen een termijn van 6 maanden na publicatie van een conceptaanvraag geen definitieve vergunning is verleend, komt de initiatiefnemer die boven aan de wachtlijst staat in aanmerking om zijn of haar plan uit te voeren.