Gemeentelijke regelgeving

Uitvoeringsprogramma 2026

Gemeente Ermelo · geldt sinds 26 maart 2026

Aanhef

Vergunningverlening, toezicht, handhaving, advies, projecten en programma’s

Bijlage 2: Ontwikkeling risicomodule

Inleiding

De middelen van ODVeluwe zijn beperkt. Daarom is het belangrijk om toezicht en handhaving in te zetten waar de risico’s voor mens en milieu het grootst zijn. De risicomodule vormt daarbij het fundament: dit instrument helpt bepalen welke bedrijven of activiteiten prioriteit krijgen. Tot nu toe gebeurde dit op branche- en themaniveau.

Doelstelling

De U&H-strategie stelt dat de risicoanalyse de komende jaren verfijnd moet worden, zodat:

•voor ieder individueel bedrijf een risicoprofiel kan worden opgesteld;

•de inzet verschuift van algemene prioritering naar gerichte inzet op bedrijfsniveau.

Activiteiten

In 2026 werkt ODVeluwe aan de volgende stappen:

1Inventariseren van risicomodellen die andere omgevingsdiensten gebruiken en bepalen wat aansluit bij onze praktijk.

2In kaart brengen van het bedrijvenbestand, met indicatoren zoals aanwezigheid van ZZS, MBA’s, naleefgedrag en toezichtshistorie (cross-reference met de Kamer van Koophandel).

3Ophalen van input bij gemeenten en interne teams: welke risico’s vragen om prioriteit?

4Keuze en aanschaf van een passend model, en eerste toepassing op het bedrijvenbestand.

5Koppeling van praktijkdata aan de module, zodat actualisatie automatisch kan plaatsvinden.

6Opstellen van een handleiding voor medewerkers.

7Implementatie in het systeem Open Wave en bredere toepassing in de organisatie.

Monitor

De voortgang wordt bewaakt aan de hand van de realisatie van de bovenstaande stappen.

Concrete indicatoren zijn:

-Beschikbaarheid van een operationele risicomodule per eind 2026.

-Aantal bedrijven waarvoor een actueel risicoprofiel is opgesteld.

-Gebruik van risicoprofielen bij de programmering van toezicht en handhaving.

-Aantal trainingen of handleidingen die medewerkers hebben gevolgd of toegepast.

-Aan de hand van het nieuwe risicomodel zal ook concreet worden gerapporteerd over de inzet om risico’s te beperken. [kan dat met het systeem]

Bijlage 3: Ontwikkeling monitoring

Inleiding

Met dit uitvoeringsprogramma geven we voor het eerst invulling aan de doelstellingen uit de regionale U&H-strategie. Een belangrijk onderdeel daarvan is het zichtbaar maken van de bijdrage van ODVeluwe via monitoring.

Op dit moment is het echter nog niet in alle gevallen mogelijk om volledig aan te sluiten bij de indicatoren uit de strategie. Voor veel thema’s beschikken we al over data (zoals aantallen vergunningen, meldingen en controles), maar ontbreekt nog informatie om de effecten op milieu en leefomgeving concreet te meten. Daarom kiezen we voor een groeipad: we laten zien wat we nu al kunnen monitoren, welke vervolgstappen we zetten en waar we uiteindelijk naartoe werken.

Dit groeipad bestaat uit drie niveaus:

1Huidige rapportage (2026) – wat kunnen we met de huidige data betrouwbaar laten zien?

2Vervolgstap (2027-2028) – hoe breiden we dit uit in de komende jaren?

3Einddoel (2030 of later) – hoe ziet een volwaardige monitor eruit die aansluit bij de doelstellingen uit de U&H-strategie?

Door dit groeipad per thema uit te werken, ontstaat een realistisch en transparant beeld: we rapporteren nu al over wat mogelijk is, én we laten zien hoe we toewerken naar een volwaardige monitor die daadwerkelijk de milieuwinst en maatschappelijke effecten zichtbaar maakt.

Voorbeeld: Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)

Huidige rapportage (2026)

•Aantal bedrijven dat onder de vijfjaarlijkse informatieplicht valt.

•Aantal ingediende en beoordeelde vermijdings- en reductieplannen.

•Aantal vergunningen waarin ZZS-voorschriften zijn opgenomen.

Vervolgstap (2027-2028)

•Inzicht in naleefgedrag: hoeveel reductieplannen daadwerkelijk leiden tot maatregelen.

•Vergelijking van sectoren/branches (chemie, metaal, zorginstellingen) om prioriteit te bepalen.

•Opstellen van trends en analyses: welke stoffen en processen leveren de grootste risico’s.

•Betere koppeling van toezichtdata aan landelijke en provinciale ZZS-programma’s.

Einddoel (2030 of later)

•Rapportage over feitelijke reductie van ZZS-emissies (kg of % per sector).

•Integrale monitoring van de bijdrage van ODVeluwe aan de KRW-doelen en landelijke ZZS-aanpak.

•Effecten zichtbaar maken in milieukwaliteit (water, bodem, lucht).

•Transparante rapportage over regionale voortgang richting een ZZS-vrije leefomgeving.

Bijlage 4: Gebruikte afkortingen en begrippen

Gebruikte afkortingen

AB – Algemeen Bestuur

BBT – Beste Beschikbare Technieken

Bbk – Besluit bodemkwaliteit

Bkl – Besluit kwaliteit leefomgeving

Bal – Besluit activiteiten leefomgeving

Bbl – Besluit bouwwerken leefomgeving

BOA – Buitengewoon Opsporingsambtenaar

B&W – Burgemeester en Wethouders

GGD – Gemeentelijke Gezondheidsdienst

GS – Gedeputeerde Staten

IBP VTH – Interbestuurlijk Programma Versterking Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving

IPPC – Integrated Pollution Prevention and Control (Europese richtlijn industriële emissies)

LHSO – Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht

MBA – Milieubelastende Activiteit

MKB – Midden- en Kleinbedrijf

MNA – Milieuneutrale Activiteit

ODVeluwe – Omgevingsdienst Veluwe

ODNL – Omgevingsdiensten Nederland

OM – Openbaar Ministerie

REV – Register Externe Veiligheidsrisico’s

RIEC – Regionaal Informatie- en Expertise Centrum

RGT – Risicogericht Toezicht

RIS – Risicoanalyse Inrichtingen Systeem

SPUK THE – Specifieke Uitkering Toezicht, Handhaving en Evaluatie (rijksmiddelen voor energiebesparingstoezicht)

SWO – Samenwerkingsovereenkomst Omgevingsrecht

TUG – Tijdelijke Uitzondering Gebruiksvergunning (luchtvaart)

U&H-strategie – Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

VTH – Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving

VTHA – Vergunningverlening, Toezicht, Handhaving en Advisering

VNOG – Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

Wbb – Wet bodembescherming

ZZS – Zeer Zorgwekkende Stoffen

Gebruikte begrippen

Activiteit – Een handeling of proces die invloed heeft op de fysieke leefomgeving, zoals bouwen, slopen, lozen of het exploiteren van een bedrijf.

Basistaken – De wettelijk verplichte VTH-taken die gemeenten en provincies via de omgevingsdienst laten uitvoeren (zoals vergunningverlening, toezicht en handhaving van milieubelastende activiteiten).

Bevoegd gezag – Het bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor het verlenen van vergunningen, het houden van toezicht en het toepassen van handhaving.

Best Beschikbare Technieken (BBT) – De meest effectieve en geavanceerde technieken om emissies en milieuschade te voorkomen of te beperken, gelet op haalbaarheid en kosten.

Big-8 cyclus – De beleidscyclus binnen het VTH-stelsel, bestaande uit acht stappen van beleid, strategie, programma, uitvoering, monitoring en evaluatie.

Branchegericht toezicht – Een vorm van toezicht waarbij bedrijven worden ingedeeld naar sector (branche) en controles worden afgestemd op branchespecifieke risico’s.

Cyclisch toezicht – Planmatig toezicht met vaste tussenpozen, gericht op het periodiek beoordelen van naleving bij bedrijven met vergelijkbare risico’s.

Datagestuurd werken – Werkwijze waarbij informatie en data over vergunningen, toezicht en handhaving systematisch worden verzameld, geanalyseerd en gebruikt voor sturing en prioritering.

Gedoogstrategie – De manier waarop het bevoegd gezag omgaat met situaties waarin (tijdelijk) wordt afgezien van handhavend optreden, onder voorwaarden en met motivering.

Handhaving – Het optreden van de overheid om naleving van wet- en regelgeving af te dwingen. Kan zowel bestuursrechtelijk (dwangsom, bestuursdwang) als strafrechtelijk plaatsvinden.

Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) – Uniform landelijk kader voor het bepalen van de passende bestuurlijke reactie bij overtredingen van de Omgevingswet.

Maatwerkvoorschriften – Voorschriften die het bevoegd gezag kan opnemen in een vergunning of besluit, waarmee wordt afgeweken van algemene regels als de situatie dat vereist.

Naleefgedrag – De mate waarin bedrijven en burgers zich houden aan de geldende wet- en regelgeving.

Omgevingsbesluit – Uitvoeringsbesluit bij de Omgevingswet waarin regels zijn opgenomen over de VTH-organisatie, kwaliteitscriteria en de verplichting tot een uniforme U&H-strategie.

Omgevingsplan – Het gemeentelijk plan waarin alle regels voor de fysieke leefomgeving zijn opgenomen; vervangt bestemmingsplannen en milieuregels op lokaal niveau.

Omgevingsverordening – Het provinciale regelinstrument onder de Omgevingswet waarin provinciale belangen en regels voor de fysieke leefomgeving zijn vastgelegd.

Opgavegericht werken – Een werkwijze waarin VTH-inzet niet alleen is gericht op naleving, maar ook op bijdragen aan maatschappelijke opgaven (zoals energietransitie, woningbouw, natuurherstel).

Preventiestrategie – De aanpak die gericht is op het voorkomen van overtredingen door voorlichting, gedragsbeïnvloeding en vroegtijdige advisering.

Programma (uitvoeringsprogramma) – Het document waarin jaarlijks wordt vastgelegd welke werkzaamheden en projecten de omgevingsdienst uitvoert om de strategische doelen te realiseren.

Risicogericht toezicht (RGT) – Een aanpak waarbij toezichtinzet wordt bepaald op basis van een risicoanalyse: de kans op en het effect van overtredingen.

Sanctiestrategie – De wijze waarop het bevoegd gezag bestuurlijke sancties inzet bij overtredingen, afgestemd op ernst en gedrag van de overtreder.

Toezicht – Het controleren of activiteiten voldoen aan wettelijke regels, vergunningvoorschriften of beleidskaders.

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (U&H-strategie) – Het strategisch beleidsdocument waarin gemeenten en provincie gezamenlijk vastleggen hoe zij de VTH-taken laten uitvoeren door de omgevingsdienst.

Vergunningverlening – Het beoordelen van aanvragen en meldingen voor milieubelastende activiteiten, met als doel te bepalen of en onder welke voorwaarden activiteiten zijn toegestaan.

Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht – Het besluit van gemeenteraden en Provinciale Staten waarin de kwaliteitseisen en beleidsmatige kaders voor VTH zijn vastgelegd.

Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) – Chemische stoffen die een hoog risico vormen voor mens en milieu, zoals kankerverwekkende of hormoonverstorende stoffen.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.