Aanhef
Raadsbesluit 2004 Agendanummer: 04-88 II
DE RAAD DER GEMEENTE EPE;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders (Handelingen van de raad, bijlagenr. 04-88 II);
Overwegende:
Dat het noodzakelijk is de verlening, de voorschotverlening en de vaststelling van de tegemoetkoming van de gemeente in de kosten van kinderopvang bij verordening te regelen;
gelet op het Koninklijk Besluit waardoor de gefaseerde inwerkingtreding van deze verordening mogelijk is, artikel 25 van de Wet Kinderopvang die per 1 januari 2005 van kracht wordt en artikel 149 van de Gemeentewet;
B E S L U I T :
De Verordening Wet Kinderopvang gemeente Epe vast te stellen, waarna deze wordt gelezen als volgt:
Verordening Wet Kinderopvang
1 Algemene bepalingen
Artikel 1 - Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.het college: het college van burgemeester en wethouders;
b.de wet: de Wet Kinderopvang
Hoofdstuk 2 Vaststelling noodzaak van kinderopvang op grond van sociaal-medische indicatie
Artikel 2 - Te verstrekken gegevens
Een aanvraag tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie als bedoeld in artikel 23 van de wet bevat in ieder geval de volgende gegevens:
a.naam en adres van de ouder;
b.indien van toepassing: naam van de partner en, indien dit een ander adres is dan het adres van de ouder: het adres van de partner;
c.naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft;
d.overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming
De aanvraag geschiedt met behulp van een door de gemeente beschikbaar gesteld aanvraagformulier. Indien de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede ondertekend door de partner.
Artikel 3 – Beslistermijn
1Het college besluit over de aanvraag binnen vier weken na ontvangst van alle benodigde gegevens.
2Het college kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het stelt de ouder hiervan schriftelijk in kennis.
Artikel 4 – Inhoud van de beschikking
Het besluit tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie bevat in ieder geval:
a.de geldigheidsduur van de indicatie;
b.de omvang van de kinderopvang die noodzakelijk wordt geacht.
Artikel 5 – Weigeringsgronden
Het college weigert de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie vast te stellen indien:
a.de ouder en de partner reeds een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang ontvangt of kan ontvangen; of
b.de ouder of de partner niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel k of I van de wet.
Hoofdstuk 3 Aanvraag van de tegemoetkoming
Artikel 6 – Te verstrekken gegevens bij aanvraag
1Een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang bevat:
a.naam, adres en sofi-nummer van de ouder;
b.indien van toepassing: naam en sofi-nummer van de partner en, indien dit een ander adres is dan het adres van de ouder: het adres van de partner;
c.naam, geboortedatum en sofi-nummer van het kind of de kinderen waarop de aangevraagde tegemoetkoming betrekking heeft;
d.een offerte of contract van het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen waarin in ieder geval wordt aangegeven: het aantal uren kinderopvang per kind, de kostprijs per uur en de aanvangsdatum van de opvang;
e.gegevens of een verwijzing naar gegevens waaruit blijkt dat de ouder behoort tot de groep personen als bedoeld in artikel 22 van de wet;
f.overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming.
2De aanvraag geschiedt met behulp van een door de gemeente beschikbaar gesteld aanvraagformulier.
3Indien de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede ondertekend door de partner.
Hoofdstuk 4 Verlening van de tegemoetkoming
Artikel 7 – Het besluit tot verlening van de tegemoetkoming
1Het college besluit over de aanvraag binnen vier weken na ontvangst van alle benodigde gegevens.
2Het college kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het stelt de ouder hiervan schriftelijk in kennis.
Artikel 8 – Weigeringsgrond
Het college weigert de tegemoetkoming indien de ouder niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 22 van de wet.
Artikel 9 – Ingangsdatum van de tegemoetkoming
1De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop de aanvraag voor de tegemoetkoming door het college in ontvangst is genomen.
2Als op deze datum nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de tegemoetkoming verleend met ingang van de datum waarop de kinderopvang zal plaatsvinden.
Artikel 10 – De periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend
1De tegemoetkoming wordt verleend voor de periode van een tegemoetkomingsjaar.
2In afwijking van het eerste lid kan het college de tegemoetkoming voor een andere periode verlenen.
Artikel 11 – Omvang van de kinderopvang
1Het college verleent de tegemoetkoming voor het aantal uren kinderopvang dat door de ouder is aangevraagd.
2In afwijking van het eerste lid verleent het college bij een ouder als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, onderdeel a, van de wet de tegemoetkoming voor het aantal uren kinderopvang dat naar zijn oordeel redelijkerwijs noodzakelijk is voor de combinatie van arbeid en zorg.
Artikel 12 – Inhoud van de beschikking
Het besluit tot verlening van een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang bevat in ieder geval:
a.de vaststelling tot welke van de gemeentelijke doelgroepen de ouder behoort;
b.de naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de tegemoetkoming betrekking heeft;
c.de naam en adres van het kindercentrum of gastouderbureau waar de kinderopvang plaatsvindt;
d.de periode en de omvang van de kinderopvang per tijdvak waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend;
e.de wijze waarop het bedrag van de tegemoetkoming wordt bepaald en het bedrag dat op basis hiervan wordt verleend;
f.de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald;
g.de verplichtingen van de ouder
Artikel 13 – De bevoorschotting van de tegemoetkoming
1De tegemoetkoming wordt in de vorm van een voorschot in door het college nader bepaalde termijnen uitbetaald.
2Het college kan nadere voorschriften stellen over de wijze van bevoorschotting.
Hoofdstuk 5 Vaststelling van de tegemoetkoming
Artikel 14 – Het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming
1De ouder verstrekt binnen vier weken na afloop van de periode waarvoor de tegemoetkoming is verleend aan het college een overzicht van de feitelijke kosten van de kinderopvang over deze periode.
2Het college stelt de tegemoetkoming binnen acht weken na ontvangst van het overzicht van de kosten vast.
Artikel 15 - Verrekening met de voorschotten
De tegemoetkoming wordt overeenkomstig de vaststelling binnen vier weken betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten.
Hoofdstuk 6 Verplichtingen van de ouder
Artikel 16 – Inlichtingenplicht
1De ouder of de partner doet het college onmiddellijk na het bekend worden daarvan uit eigen beweging schriftelijk mededeling van inlichtingen en gegevens die kunnen leiden tot de vaststelling van een lagere tegemoetkoming.
2De ouder of partner verstrekt desgevraagd aan het college binnen een termijn van acht weken alle gegevens en inlichtingen van hem en zijn partner die voor de aanspraak op en de hoogte van de tegemoetkoming van de gemeente van belang zijn.
Hoofdstuk 7 Slotbepalingen
Artikel 17 – Inwerkingtreding
1Onder toepassing van artikel 25 van de Tijdelijke referendumwet treedt deze verordening in werking 3 dagen na haar bekendmaking;
2in afwijking van het eerste lid treedt paragraaf 2 van deze verordening in werking op het moment dat artikel 23 van de Wet Kinderopvang in werking treedt.
Artikel 18 Citeertitel
De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet Kinderopvang (VWk) gemeente Epe.
Nota-toelichting
Uitvoeringsvariant Wet kinderopvang gemeente Epe
Processtap
Onderdeel van het proces
Beschrijving
Wie voert uit
Aanvragen
Vraagfiltering en doorverwijzing
Vaststellen behoefte aan kinderopvang + behoren tot doelgroep bij de organisatie waar de ouder voor het eerst binnenkomt.
CWI, Zorgloket, stadhuis Apeldoorn, RIO, consultatiebureau
Organisatie geeft n.a.w. door aan gemeente via e-mail (incl. onder welke regeling de ouder valt)
CWI, stadhuis Apeldoorn
Ouder wordt begeleid bij het vinden van een kindplaats op de manier zoals dit bij de huidige dienstverlening aansluit
CWI, stadhuis Apeldoorn
Aanvragen plaatsingsbewijs en offerte
Ouder dient bij een kindercentrum naar keuze een plaatsingsverzoek in en vraagt een offerte met een opgaaf van de kosten aan
Ouder
Aanvragen status sociaal-medische indicatie (SMI)
Ouders die in aanmerking willen komen voor een subsidie op basis van een sociaal-medische indicatie, vragen een status SMI aan bij de gemeente
Ouder
Aanvragen subsidie
Zodra de offerte met prijs en eventueel informatie over de wachtlijst is ontvangen wordt de aanvraag ingediend bij het zorgloket
Ouder
Zorgloket controleert of de aanvraag compleet is:
Nee: legt aanvraag terug bij ouder
Ja: stuurt aanvraag door naar REW-mavo
Zorgloket
Beoordelen aanvraag
Bepalen of iemand tot de doelgroep behoort
Medewerker bepaalt of de aanvrager tot een van de Wk-doelgroepen behoort
REW/Mavo
Aanvragen advies sociaal-medische indicatie
Indien de ouder een statusaanvraag voor een sociaal-medische indicatie heeft ingediend, wordt door REW/Mavo advies ingewonnen bij RIO of consultatiebureau/jeugdarts. De indicatiesteller geeft een positief of negatief advies aan de gemeente
REW/Mavo
RIO, Thuiszorg
Hoogte van de subsidie bepalen
De hoogte van de subsidie wordt bepaald door de ambtenaar van REW/Mavo waarbij de deelname aan de peuterspeelzaal meegenomen wordt
REW/Mavo
Besluiten
De ambtenaar REW/Mavo draagt zorg voor het aanleveren van de stukken voor bestuurlijke besluitvorming.
REW/Mavo
Gedelegeerd besluit
Afgeven subsidiebeschikking
De ouder ontvangt een subsidiebeschikking waarop is vermeld wat de hoogte is van de gemeentelijke tegemoetkoming. Voorts staan hier andere wettelijke voorwaarden, plichten en rechten op vermeld.
REW/Mavo
Uitbetalen subsidie
Uitbetalen van de subsidie
De gemeentelijke subsidie wordt rechtstreeks in één keer op rekening van het kindercentrum gestort. De ouder tekent hiervoor een machtiging die gekoppeld is aan het gemeentelijke aanvraagformulier.
Financiële administratie
Betalen kindercentrum
zie boven
Monitoren rechtmatigheid
Het kindercentrum levert een jaaropgaaf van het werkelijke aantal uren dat het betreffende kind gebruik heeft gemaakt van de opvang.
KDV
De ouder maakt melding van mutaties in zijn/haar situatie of die van de partner die invloed hebben op de hoogte van de toegekende subsidie
Ouder
Op basis van de aangeleverde gegevens wordt het definitieve subsidiebedrag bepaald. Indien te veel subsidie is betaald wordt dit verrekend met het KDV
REW/Mavo
2010-01-14
Inhoudsopgave
1Algemene bepalingen
Artikel 1 - Begripsbepalingen
Hoofdstuk 2 Vaststelling noodzaak van kinderopvang op grond van sociaal-medische indicatie
Artikel 2 - Te verstrekken gegevens
Artikel 3 – Beslistermijn
Artikel 4 – Inhoud van de beschikking
Artikel 5 – Weigeringsgronden
Hoofdstuk 3 Aanvraag van de tegemoetkoming
Artikel 6 – Te verstrekken gegevens bij aanvraag
Hoofdstuk 4 Verlening van de tegemoetkoming
Artikel 7 – Het besluit tot verlening van de tegemoetkoming
Artikel 8 – Weigeringsgrond
Artikel 9 – Ingangsdatum van de tegemoetkoming
Artikel 10 – De periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend
Artikel 11 – Omvang van de kinderopvang
Artikel 12 – Inhoud van de beschikking
Artikel 13 – De bevoorschotting van de tegemoetkoming
Hoofdstuk 5 Vaststelling van de tegemoetkoming
Artikel 14 – Het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming
Artikel 15 - Verrekening met de voorschotten
Hoofdstuk 6 Verplichtingen van de ouder
Artikel 16 – Inlichtingenplicht
Hoofdstuk 7 Slotbepalingen
Artikel 17 – Inwerkingtreding
Artikel 18 Citeertitel