Aanhef
Parkeernormen voor de auto en fiets voor de gemeente Epe
Inhoudsopgave
1Inleiding. 3
1.1 Doel 3
1.2 Werkwijze parkeereis. 3
1.3 Afwijken.. 4
1.4 Extra eisen.. 4
2Bepalen parkeereis. 5
2.1 Stap 1 Gebiedsindeling. 5
2.2 Stap 2 Vastellen ruimtelijk programma. 9
2.3 Stap 3 Bepalen dubbelgebruik binnen ruimtelijk plan per dagdeel 10
2.4 Stap 4 Totale parkeereis. 11
3Hoofdstuk 3 Afwijken van de parkeereis. 12
3.1 Inleiding. 12
3.2 Toelichting stappenplan afwijken parkeernorm... 13
4Parkeernormen auto.. 15
4.1 Parkeernormen voor wonen (grondgebonden). 15
4.2 Parkeernormen voor wonen (niet grondgebonden). 16
4.3 Parkeernormen voor hoofdgroep Werken.. 17
4.4 Parkeernormen voor hoofdgroep Winkelen en boodschappen.. 18
4.5 Parkeernormen voor hoofdgroep Sport, cultuur en ontspanning. 19
4.6 Parkeernormen voor hoofdgroep Horeca en (verblijfs)recreatie. 20
4.7 Parkeernormen voor hoofdgroep Gezondheid en (sociale) voorzieningen.. 20
4.8 Parkeernormen voor hoofdgroep onderwijs. 20
4.9 Toelichting parkeerbehoefte basisscholen en kinderdagverblijven.. 21
4.10 Onderbouwing hoogte parkeerbijdrage. 22
5Parkeernormen voor het stallen van fietsen.. 23
1 INLEIDING
1.1 Doel
Parkeernormen worden gehanteerd om bij bouwplannen of wijzigingen in het gebruik de behoefte van het benodigde aantal parkeerplaatsen te bepalen. Het uitgangspunt is dat bij de ontwikkeling van een plan het aantal benodigde parkeerplaatsen binnen het plangebied wordt gerealiseerd. Hiermee wordt ervoor gezorgd dat de parkeerdruk niet op het openbaar gebied wordt afgewenteld en daar vervolgens tot problemen leidt.
1.2 Werkwijze parkeereis
De werkwijze en de principes die wij hanteren om de parkeereis van een ruimtelijk plan te bepalen, zijn opgenomen in hoofdstuk 2. Hieronder geven wij een toelichting op de achterliggende gehanteerde principes.
Voor de te hanteren parkeernormen is aangesloten bij de parkeerkencijfers van Nationaal kenniscentrum voor infrastructuur, verkeer en openbare ruimte (CROW: Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen publicatie 381, december 2018). Deze publicatie biedt een handreiking voor bijvoorbeeld het bepalen van het aantal verkeersbewegingen die een bepaalde functie genereert maar ook voor de parkeernorm (parkeerkencijfer) die bij de functie hoort. De parkeernorm neemt daarbij af naarmate het project dichter bij het centrum ligt van een zeer stedelijk gebied en is het hoogst als het project in het buitengebied ligt van een niet stedelijk gebied. Voor elk soort gebied wordt door voornoemde CROW-publicatie per functie een bandbreedte gegeven voor de hanteren parkeernorm (minimaal - maximaal). Voor parkeergarages is de NEN 2443 van toepassing. Deze is ook van toepassing voor de garages met minder dan 20 parkeerplaatsen.
Stedelijkheidsgraad
Voor de gehele gemeente Epe is de stedelijkheidsgraad bepaald op ‘weinig stedelijk’ op basis van de adressendichtheid. Alleen het centrum van Epe en Vaassen is aangemerkt als ‘matig stedelijk’. Het centrum van Epe heeft daarnaast een bovenlokale functie als wordt gekeken naar het winkelvoorzieningenniveau en de aantrekkingskracht op bezoekers uit de regio en recreanten in het toeristenseizoen (en daarmee gepaard gaande activiteiten in het centrum).
Gemiddelde parkeernorm
Voor Epe is binnen de bandbreedte die het CROW hanteert de gemiddelde parkeernorm aangehouden. Dit is mede gebaseerd op het autobezit, fietsgebruik, de huidige praktijkervaringen en het parkeerbeleid. Voor de functie wonen is gekozen voor een verdere differentiatie dan die de CROW-norm voor wonen gebruikt. Door de differentiatie is de parkeernorm heel specifiek gemaakt met onderscheid tussen grondgebonden woningen en niet grondgebonden woningen en ingedeeld in koop, huur en sociale huur met diverse woonoppervlaktes. Hiermee is een parkeernorm voor alle type woningen beschikbaar. Voor het stallen van fietsen bij woningen is de norm in het bouwbesluit geregeld.
Het autobezit per huishouden in Epe bedraag 1,2 (2020). Dit ligt boven het landelijke gemiddelde van 0,9. In de parkeernormen wordt hier echter rekening mee gehouden door de keuze per stedelijkheidsgraad. Ook de buurgemeenten kennen een autobezit van 1,2 per huishouden (uitgezonderd de gemeente Apeldoorn (1), maar die wijkt af van de gemeente Epe qua type stedelijkheidsgraad en omvang).
-Fietsgebruik: het aandeel fietsgebruik in Epe ligt rond de 30% (op afstanden tot 7,5 km) (bron: Odin: 2020-2022). Dit is overeenkomstig het landelijke gemiddelde, maar ligt lager dan omliggende gemeenten. De landelijke trend is dat het fietsgebruik toeneemt, onder andere vanwege de opkomst van de e-bike, speedpedelec etc.
-De verwachting is dat het aantal inwoners binnen de gemeente Epe zal stijgen mede als gevolg van de woningbouw.
-Het huidige parkeerbeleid binnen de gemeente Epe is dat er geen vormen van parkeerregulering worden toegepast in de dorpscentra en woonwijken. Vanuit het vigerende parkeerbeleid worden er geen beperkende maatregelen genomen om het autobezoek aan de centra te verminderen.
-De elektrificatie van de auto’s neemt toe. Ondergronds moet hier voldoende rekening mee worden gehouden door het aanbrengen van mantelbuizen. Het uiteindelijk aantal benodigde laadplekken in de openbare ruimte is maatwerk en vergt afstemming met de gemeente. De gemeente toetst hierop evenals op het voldoende vrijhouden van het voetpad als de laadpaal aan de rand van het voetpad wordt geplaatst.
-In openbare ondergrondse parkeergarages is het plaatsen van laadpalen enkel toegestaan onder strikte voorwaarden (zie bijlage 1 voor een nadere toelichting).
Fietsparkeerkencijfers
Om te bepalen wat de fietsparkeerbehoefte is en hoeveel stallingen aangelegd moeten worden, zijn fietsparkeerkencijfers ontwikkeld. De kencijfers staan los van de normen in het Bouwbesluit en andere wettelijke bepalingen. De fietsparkeerkencijfers dienen als hulpmiddel voor bijvoorbeeld het bepalen van fietsparkeernormen en zijn bedoeld voor solitaire voorzieningen. Ze zijn dus niet geschikt voor gebieden met grote menging van voorzieningen, zoals binnensteden. Aan de hand van de kencijfers is het benodigde aantal fietsparkeerplaatsen voor een voorziening te berekenen.
De normen voor het stallen van de fiets zijn opgenomen in de CROW-publicatie 741: Leidraad fietsparkeren voor de normen voor het stallen van fietsen. De normen voor de fiets zijn opgenomen in hoofdstuk 5.
1.3 Afwijken
In de meeste gevallen is in het kader van goede ruimtelijke ordening noodzakelijk dat het aantal parkeerplaatsen dat volgt uit toepassing van de desbetreffende parkeernorm gerealiseerd wordt en is dat ook mogelijk binnen het plangebied. Maar het komt in specifieke situaties voor dat een kleiner aantal parkeerplaatsen volstaat en dat (een deel) van de al aanwezige parkeerplaatsen in het openbaar gebied gebruikt kan worden. In die situaties kan afgeweken worden van de normstelling of de locatie-eis. Voorwaarde is wel dat er sprake is van een goede parkeerbalans in het gebied waarin het project gelegen is. Een goede parkeerbalans beoogt een evenwichtige verhouding én verdeling tussen de parkeervraag en het parkeeraanbod. Het gaat daarbij niet alleen over de totale parkeerbalans, maar ook om de verdeling van vraag en aanbod ter plekke: ofwel zijn de plekken zo toebedeeld dat dit niet leidt tot foutparkeren/te hoge parkeerdruk, doordat de ligging van de plekken niet aansluit op het feitelijke parkeergedrag. In dit plan is een regeling opgenomen die de mogelijkheid biedt om gemotiveerd af te kunnen wijken van de gestelde parkeernorm. Dit is uitgewerkt in hoofdstuk 3. Het parkeeronderzoek wat ter onderbouwing nodig is om gemotiveerd af te kunnen wijken van de parkeernorm dient vooraf door de gemeente te worden goedgekeurd.
1.4 Extra eisen
Het kán in incidentele gevallen ook voorkomen dat de gestelde norm te laag is. Het bestuur is dan bevoegd om extra eisen op te leggen: de 'nadere eis'. De nadere eis is vergelijkbaar met de afwijking, maar heeft een 'omgekeerde' werking: de norm wordt strenger in plaats van minder streng. Deze mogelijkheid bestaat ook voor plannen waarbij de te realiseren functies niet aansluiten op de functies zoals beschreven in de uitgave van het CROW. Het opleggen van een nadere eis zal niet vaak voorkomen, maar is gezien de grote gevolgen die een verkeerde parkeerbalans heeft voor de omgeving van een plan, gerechtvaardigd. Zeker daar dit besluit voorzien moet worden van een gedegen motivering waarbij het besluit vatbaar is voor bezwaar en beroep.
2 BEPALEN PARKEEREIS
Onderstaand is beknopt de werkwijze weergegeven om de parkeereis te bepalen. Deze werkwijze wordt in dit hoofdstuk uitgelegd. Daarbij is aangegeven welke principes wij hanteren.
Stap 1 Bepalen ligging plangebied
De ligging bepaalt welke parkeernormen van toepassing zijn.
Stap 2 Vastellen ruimtelijk programma
In de parkeerbalans wordt per ruimtelijke functie de parkeervraag berekend door de oppervlakte van de ruimtelijke functie of aantal woningen te vermenigvuldigen met de parkeernorm, zoals opgenomen in deze nota. Het totaal hiervan vormt de totale parkeerbehoefte.
Stap 3 Bepalen dubbelgebruik binnen ruimtelijk plan per dagdeel
Indien het ruimtelijk plan uit meerdere ruimtelijke functies bestaat, wordt er binnen het ruimtelijk plan gekeken naar dubbelgebruik. Per dagdeel kan de parkeervraag per functie verschillen. Bijv. op zaterdagmiddag is de parkeerbehoefte voor detailhandel maximaal en voor een kantoorfunctie minimaal. Dit kan ertoe leiden dat dubbelgebruik van parkeerplaats en mogelijk is binnen het ruimtelijke plan. Per dagdeel wordt daarom de parkeerbehoefte berekend door het toepassen van aanwezigheidspercentages, zoals opgenomen in deze nota.
Stap 4 Parkeereis
Het dagdeel met de hoogste parkeerbehoefte is maatgevend. Zoveel parkeerplaatsen moeten in het plan aanwezig zijn om in de parkeerbehoefte van de betreffende ruimtelijke functies te voorzien. Ten behoeve van het bezoekers aandeel wordt bepaald hoeveel parkeerplaats er openbaar toegankelijk moeten zijn.
2.1 Stap 1 Gebiedsindeling
Voor de parkeernormen is aansluiting gezocht bij de functielijsten en de waarden uit de publicatie 381 van het CROW uit 2018. Verder onderscheidt het CROW een viertal gebieden: centrum, schil centrum (deze is niet van toepassing binnen de gemeente Epe), rest bebouwde kom en buitengebied. Op navolgende kaarten is weergegeven hoe de gemeente Epe op deze manier is ingedeeld.
-Buitengebied: dit zijn alle gebieden die buiten de bebouwde kom zijn gelegen.
-Centrum Epe: dit is het gebied binnen de centrumring (zie afbeelding 2).
-Kernwinkelgebied Epe: dit is het gebied binnen centrum Epe (zie afbeelding 3).
-Centrum Vaassen: dit is het gebied binnen de (parkeer)ruit (zie afbeelding 4)
-Rest bebouwde kom: dit zijn alle gebieden die zijn gelegen binnen de bebouwde kom, maar buiten de centra van Epe en Vaassen en het kernwinkelgebied van Epe vallen.
Bij de beoordeling van een specifieke ruimtelijke ontwikkeling geldt de actuele komgrens.
Afbeelding 1: Overzicht gebiedsindeling gemeente Epe
Afbeelding 2: Centrum Epe
Afbeelding 3: Kernwinkelgebied Epe
Afbeelding 4: Centrum Vaassen
2.2 Stap 2 Vastellen ruimtelijk programma
In de parkeerbalans wordt per ruimtelijke functie de parkeervraag berekend door de oppervlakte van de ruimtelijke functie te vermenigvuldigen met de parkeernorm, zoals opgenomen in hoofdstuk 4. Voor woningen wordt de parkeervraag berekend per type en aantal woningen, vermenigvuldigd met de parkeernorm.
Het totaal hiervan vormt de totale parkeerbehoefte waar binnen het plan in moet worden voorzien.
Maatvoering
Langsparkeerplaatsen zijn minimaal 2,0 meter breed en minimaal 6,0 meter lang (een lengte van 5,5 meter is mogelijk bij de parkeerplaatsen die aan de kopse kant liggen). Haaksparkeerplaatsen zijn minimaal 2,5 meter breed en hebben een minimale lengte van 5,0 meter.
Parkeren op eigen terrein bij woningen
Parkeerplaatsen op eigen terrein worden meestal niet volledig of gecombineerd gebruikt. Daarom wordt hiervoor een berekeningsaantal toegepast (gebaseerd op de praktijkervaring) versus het theoretisch aantal wat fysiek mogelijk is. Om te berekenen in hoeveel parkeerplaatsen op eigen terrein wordt voorzien dient het berekeningsaantal te worden gehanteerd.
Parkeervoorziening
Theoretisch aantal
Berekeningsaantal
Opmerking
Enkele oprit zonder garage
1
0,8
Oprit min. 6, meter diep
Lange oprit zonder garage of carport
2
1
> 11,0 meter
Dubbele oprit zonder garage
2
1,7
Oprit min. 6 meter breed
Garage/carport zonder oprit (bij woning)
1
0,4
Garagebox/carport (niet bij woning)
1
0,5
Garage/carport met enkele oprit
2
1
Oprit min. 6 meter diep
Garage/carport met lange oprit
3
1,3
> 11,0 meter
Garage/carport met dubbele oprit
3
1,8
Oprit min. 6 meter breed
Tabel 1: Berekeningsaantallen parkeren op eigen terrein, gemeente Epe
Parkeren van bezoekers
Bij woningen wordt parkeren op eigen terrein wordt vaak gebruikt door de bewoners. Daarom moet er in de openbare ruimte altijd de mogelijkheid zijn voor bezoekers om te parkeren. Bij iedere woning dient minimaal 0,3 parkeerplaats (per woning) ten behoeve van bezoekers openbaar toegankelijk te zijn [Deze parkeerbehoefte van 0,3 per woning is niet alleen voor bezoekers bedoeld, maar ook voor de bewoners zelf, dus voor het parkeren van de eigen auto. Bij het toepassen van deze norm van 0,3 is dus al uitgegaan van dubbelgebruik voor bezoekers van bewoners (overdag/’s avonds) en de bewoners zelf (nachtelijke situatie)]
Parkeren op eigen terrein
Het inrichten van de tuin als parkeerplaats is een mogelijkheid om altijd te beschikken over een parkeerplaats. Voor het gebruik van deze parkeerplaats is een inrit nodig. De aanleg van een inrit dient altijd te worden aangevraagd middels een uitwegvergunning en wordt dan inhoudelijk getoetst.
Parkeerplaatsen voor gehandicapten
Openbare gehandicaptenparkeerplaatsen hebben altijd een minimale breedte van 3,50 meter.
Gehandicaptenparkeerplaatsen op kenteken kunnen afwijken van deze maatvoering.
Loopafstanden
Onderstaand zijn de loopafstanden weergegeven die als acceptabel worden beschouwd bij de diverse ruimtelijke functies. Deze zijn overgenomen uit de CROW-publicatie 381.
Parkeerplaatsen bij nieuwe ruimtelijke functies moeten binnen deze loopafstand (gemeten via de looproute) te worden gerealiseerd. De acceptatie van de loopafstand hangt af van de parkeerduur en van het motief van het bezoek aan het bestemmingsadres.
Hoofdfunctie
Acceptabele loopafstanden
Wonen
100meter
Winkelen
200-600 meter
Werken
200-800 meter
Ontspanning
100meter
Gezondheidszorg
100meter
Onderwijs
100meter
Tabel 2: Overzicht acceptabele loopafstanden gemeente Epe
Algemene gehandicaptenparkeerplaatsen
Bestuurders of passagiers die beschikken over een gehandicaptenparkeerkaart kunnen gebruik maken van algemene gehandicaptenparkeerplaatsen in de centra of bij voorzieningen. De parkeerplaats is gemarkeerd met een kruis en het verkeersbord E6 'Gehandicaptenparkeerplaats'. Anderen mogen er niet parkeren. Bij elk openbaar gebouw hoort tenminste één algemene gehandicaptenparkeerplaats aanwezig te zijn. Bij publieke voorzieningen moet 5% van het aantal parkeerplaatsen worden aangelegd als algemene gehandicaptenparkeerplaats. De afstand tot de ingang van het gebouw dient minder te zijn dan 50 meter.
2.3 Stap 3 Bepalen dubbelgebruik binnen ruimtelijk plan per dagdeel
Indien het ruimtelijk plan uit meerdere ruimtelijke functies bestaat, wordt er binnen het ruimtelijk plan gekeken naar dubbelgebruik. Per dagdeel kan de parkeervraag per functie verschillen. Bijv. op zaterdagmiddag is de parkeerbehoefte voor detailhandel maximaal en voor een kantoorfunctie minimaal. Dit kan ertoe leiden dat dubbelgebruik van parkeerplaats en mogelijk is. Per dagdeel wordt daarom de parkeerbehoefte berekend door het toepassen van aanwezigheidspercentages, zoals hieronder opgenomen.
Woensdagochtend
Werkdagmiddag
Werkdagavond
Koopavond
Werkdagnacht
Zaterdagmiddag
Zaterdagavond
Zondagmiddag
Woningen/bezoekers bewoners
50%
50%
90%
80%
100%
60%
80%
70%
Kantoor/bedrijven
100%
100%
5%
5%
0%
0%
0%
0%
Commerciële dienstverlening
100%
100%
5%
75%
0%
0%
0%
0%
Detailhandel
30%
60%
70%
80%
0%
100%
0%
0%
Grootschalige detailhandel
30%
60%
40%
80%
0%
100%
0%
0%
Supermarkt
30%
60%
40%
80%
0%
100%
40%
0%
Sportfuncties binnen
50%
50%
100%
100%
0%
100%
100%
75%
Sportfuncties buiten
25%
25%
50%
50%
0%
100%
25%
100%
Bioscoop/theater/podium/enzovoort
5%
25%
90%
90%
0%
40%
100%
40%
Sociaal medisch: arts/maatschap/therapeut/consultatiebureau
100%
75%
10%
10%
0%
10%
10%
10%
Verpleeg- /verzorgingstehuis/ aanleunwoning/ verzorgingsflat
50%
50%
100%
100%
100%
100%
100%
100%
Ziekenhuispatiënten inclusief bezoekers
60%
100%
60%
60%
60%
60%
60%
60%
Ziekenhuismedewerkers
75%
100%
40%
40%
40%
40%
40%
40%
Dagonderwijs
100%
100%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
Avondonderwijs
0%
0%
100%
100%
0%
0%
0%
0%
Horeca
30%
40%
90%
90%
70%
40%
100%
40%
Tabel 3: Overzicht maatgevende momenten per functie, gemeente Epe
2.4 Stap 4 Totale parkeereis
Het dagdeel met de hoogste parkeerbehoefte is maatgevend. Zoveel parkeerplaatsen moeten in het plan aanwezig zijn om in de parkeerbehoefte van de betreffende ruimtelijke functies te voorzien. Uitgangspunt daarbij is parkeren op eigen terrein. Ten behoeve van het bezoekers aandeel wordt bepaald hoeveel parkeerplaats er openbaar toegankelijk moeten zijn.
Afronding
Bij het bepalen van het benodigd aantal parkeerplaatsen wordt gerekend met één decimaal. Ook de uitkomst is op één decimaal nauwkeurig; bijvoorbeeld 13,5 parkeerplaatsen. Het heeft echter weinig toegevoegde waarde om ook een halve parkeerplaats aan te leggen. Daarom geldt bij het bepalen van het benodigde aantal parkeerplaatsen dat de uitkomst van de berekening afgerond wordt op een geheel aantal parkeerplaatsen waarbij vanaf '0,5' en hoger naar boven wordt afgerond.
3 HOOFDSTUK 3 AFWIJKEN VAN DE PARKEEREIS
3.1 Inleiding
Om maatwerk te kunnen leveren is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen. Daarmee kan afgeweken worden van de eis om (al dan niet alle) parkeerplaatsen op het eigen terrein te realiseren en / of om de norm te verlagen. In specifieke situaties kan het maatwerk dat nodig is er ook toe leiden dat eisen worden opgelegd via de nadere eis.
Parapluplan
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.1 en artikel 5.2 indien:
a.het voldoen aan die bepalingen gezien het gebruik en/of het bouwplan van het betreffende plangebied, mede gezien de omgeving, niet noodzakelijk is en/of op overwegende bezwaren stuit, en / of;
b.op andere wijze in de nodige parkeerruimte wordt voorzien.
Om beargumenteerd te kunnen afwijken van de parkeereis dient onderstaand stappenplan te worden doorlopen.
Afbeelding 5: Toelichting stappenplan afwijken parkeernorm
3.2 Toelichting stappenplan afwijken parkeernorm
1De parkeerbehoefte wordt bepaald aan de hand van de gemeentelijke parkeernormen (zie hoofdstuk 2)
2Afhankelijk van de aard van het initiatief kunnen er redenen zijn voor het hanteren van een lagere parkeernorm.
3In sommige gevallen zijn er bestaande parkeerplaatsen in de directe omgeving die benut kunnen worden. Voorwaarde is dat de actuele bezettingsgraad een toenemend gebruik toelaat. Bij grotere plannen vraagt dit om een parkeeronderzoek naar de bezettingsgraad tijdens maatgevende tijdstippen.
4De parkeerbehoefte (of een deel daarvan) kan worden gerealiseerd door in de directe omgeving (openbaar gebied of particulier terrein) parkeerplaatsen te realiseren.
5Indien niet (geheel) kan worden voorzien in de parkeerbehoefte kan de initiatiefnemer een storting doen in het parkeerfonds.
6Indien gemotiveerd kan worden dat sprake is van een plan met een uitzonderlijke maatschappelijke meerwaarde of bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit, kan positief geadviseerd worden, ondanks dat niet voldaan kan worden aan de parkeerbehoefte of geen sprake is van een storting in het parkeerfonds.
Hieronder volgt een toelichting per stap (stap 1 is beschreven in hoofdstuk 2).
2Is er aanleiding tot het hanteren van lagere normen?
Als een aanvrager kan aantonen dat er sprake is van bijzondere omstandigheden kan een verlaging van de parkeereis worden toegepast. Dit is maatwerk.
3Kunnen bestaande parkeerplaatsen in de directe omgeving worden benut?
Een initiatief mag niet leiden tot parkeeroverlast in de omgeving. Echter in de openbare ruimte kan wel restcapaciteit aanwezig zijn voor het maatgevende dagdeel, zoals is vastgesteld in het bepalen van de parkeereis (zie hoofdstuk 1). Dit is alleen te bepalen op basis van parkeeronderzoek in de openbare ruimte, waarbij op het maatgevende moment (met toevoeging van de nieuwe ruimtelijke functies uit het plan) de parkeerdruk onder de 70% blijft. Als er binnen 10 jaar ontwikkelingen zijn die van invloed zin op de parkeerdruk, dient hier rekening meet te worden gehouden. Ook dient te worden bepaald welk gebied van de openbare ruimte mag worden meegerekend qua dubbelgebruik. Hierbij zijn de acceptabele loopafstanden uit hoofdstuk 2 leidend.
Als er niet voldoende recente onderzoeksgegevens beschikbaar zijn, dient de aanvrager van het ruimtelijke plan een parkeeronderzoek te laten uitvoeren.
4Kan het tekort in de openbare ruimte worden gerealiseerd?
De parkeerbehoefte (of een deel daarvan) kan worden gerealiseerd door in de directe omgeving (openbaar gebied of particulier terrein) parkeerplaatsen te realiseren. Voorwaarde is dat de loopafstand aanvaardbaar is (zie loopafstanden die zijn opgenomen in hoofdstuk 2).
5Wordt voor de aanleg van de parkeerplaatsen een bijdrage in het parkeerfonds gestort?
Indien de voorgaande stappen geen soelaas bieden en het aanpassen van het bouwvolume niet mogelijk is, kan de aanvrager van een ruimtelijk plan binnen de bebouwde kom bij het college een gemotiveerd schriftelijk verzoek indienen om de (resterende) parkeereis af te kopen. Het college kan besluiten om op deze wijze ontheffing te verlenen van de parkeereis, wanneer zij vindt dat de realisatie van het plan belangrijker is dan de (tijdelijke) nadelige gevolgen op het gebied van bereikbaarheid en leefbaarheid. Als het college ontheffing verleent van de parkeereis, neemt zij de verplichting van de aanvrager over om te zorgen voor voldoende parkeergelegenheid. Aan het verlenen van een ontheffing verbindt het college een financiële voorwaarde. De rechten, plichten en de hoogte van het bedrag worden vastgelegd in een overeenkomst. De hoogte van de parkeerbijdrage per parkeerplaats en de financiële onderbouwing van de afkoopbijdrage kunt u vinden in paragraaf 4.10.
De bijdrage in de reserve kan de gemeente, behalve voor de aanleg van nieuwe parkeerplaatsen, ook inzetten voor het in stand houden van reeds gerealiseerde (al dan niet voorgefinancierde) parkeerplaatsen of alternatieve vormen van vervoer die een positief effect hebben op de parkeerdruk (zoals het stimuleren van fietsparkeervoorzieningen in de dorpscentra). Parkeerplaatsen die in het kader van deze afkoopregeling worden gerealiseerd zijn openbaar toegankelijk. De aanvrager kan geen rechten ontlenen aan de afkoopbijdrage.
6Gemotiveerd afwijken i.v.m. uitzonderlijke maatschappelijke meerwaarde of bijdrage aan ruimtelijke kwaliteit
Indien gemotiveerd kan worden dat er sprake is van een plan met een uitzonderlijke maatschappelijke meerwaarde of bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit, kan positief geadviseerd worden, ondanks dat niet voldaan kan worden aan de parkeerbehoefte of geen sprake is van een storting in het parkeerfonds.
4 PARKEERNORMEN AUTO
4.1 Parkeernormen voor wonen (grondgebonden)
1A. Hoofdgroep Wonen Koop (Epe/ Vaassen centrum: Matig Stedelijk. Rest gemeente
Epe weinig Stedelijk)
Categorie grondgebonden.
Woning grondgebonden in koopsegment
Type woning koop
Norm per
Kernwinkelgebied Epe
Centrum Epe en Vaassen
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Woning met gebruiksoppervlakte
>150 m2
Woning
1
1,8
2,3
2,4
Woning met gebruiksoppervlakte
>100 m <150 m2
Woning
1
1,7
2,2
2,2
Woning met
Gebruiksoppervlakte
60,0 <100 m2
Woning
1
1,5
2
2
Woning met gebruiksoppervlakte
< 60,0 m2
Woning
1
1,3
1,6
1,8
Serviceflat/ Aanleunwoning
Woning
1
1,1
1,2
1,2
Kamer niet student
Kamer
0
0,6
0,7
0,7
Kamer student
Kamer
0
0,3
0,3
0,3
1B. Hoofdgroep Wonen huur vrije sector (Epe/ Vaassen centrum: Matig Stedelijk.
Rest gemeente Epe weinig Stedelijk)
Woning grondgebonden in vrije sector huursegment
Type woning huur
Norm per
Kernwinkelgebied Epe
Centrum Epe en Vaassen
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Woning met gebruiksoppervlakte
=/> 150,0 m2
Woning
1
1,8
2
2
Woning met gebruiksoppervlakte 100,0 m - <150,0 m2
Woning
1
1,5
1,9
1,9
Woning met gebruiksoppervlakte
=/> 60,0 - <100,0 m2
Woning
1
1,3
1,6
1,6
Woning met gebruiksoppervlakte
< 60,0 m2
Woning
1
1,1
1,3
1,3
Serviceflat/ Aanleunwoning
Woning
1
1,1
1,2
1,2
Kamer niet student
Kamer
0
0,6
0,7
0,7
Kamer student
Kamer
0
0,3
0,3
0,3
1C. Hoofdgroep Wonen sociale huur (Epe/ Vaassen centrum: Matig Stedelijk.
Rest gemeente Epe weinig Stedelijk)
Woning grondgebonden in sociale huursegment
Type woning sociale huur
Norm per
Kernwinkelgebied Epe
Centrum Epe en Vaassen
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Woning met
Gebruiksoppervlakte
=/> 60,0 m2
Woning
1
1,1
1,4
1,4
Woning met gebruiksoppervlakte
< 60,0 m2
Woning
0,9
0,9
1,1
1,3
Serviceflat/ Aanleunwoning
Woning
0,9
0,9
1
1,2
4.2 Parkeernormen voor wonen (niet grondgebonden)
2A. Hoofdgroep Wonen Koop (Epe/ Vaassen centrum: Matig Stedelijk. Rest gemeente Epe weinig Stedelijk)
Categorie niet grondgebonden woningen.
Woning niet grondgebonden in koopsegment
Type woning koop
Norm per
Kernwinkelgebied Epe
Centrum Epe en Vaassen
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Woning met gebruiksoppervlakte =/>150,0 m2
Woning
1
1,6
2,1
2,1
Woning met
Gebruiksoppervlakte =/>100,0 m <150,0 m2
Woning
1
1,4
1,9
1,9
Woning met
Gebruiksoppervlakte
=/> 60,0 <100,0 m2
Woning
1
1,3
1,6
1,6
Woning met gebruiksoppervlakte
< 60,0 m2
Woning
1
1,1
1,3
1,3
Serviceflat/ Aanleunwoning
Woning
1
1,1
1,1
1,1
Kamer niet student
Kamer
0
0,6
0,6
0,6
Kamer student
Kamer
0
0,3
0,3
0,3
2B. Hoofdgroep Wonen huur vrije sector (Epe/ Vaassen centrum: Matig Stedelijk.
Rest gemeente Epe weinig Stedelijk)
Woning niet grondgebonden in vrije sector huursegment
Type woning huur
Norm per
Kernwinkelgebied Epe
Centrum Epe en Vaassen
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Woning met gebruiksoppervlakte =/>150,0 m2
Woning
1
1,4
1,9
1,9
Woning met gebruiksoppervlakte =/>100,0 m <150,0 m2
Woning
1
1,2
1,7
1,7
Woning met gebruiksoppervlakte
=/> 60,0 <100,0 m2
Woning
1
1,1
1,4
1,4
Woning met gebruiksoppervlakte
< 60,0 m2
Woning
0,9
0,9
1,1
1,1
Serviceflat/ Aanleunwoning
Woning
0,9
0,9
1,1
1,1
Kamer niet student
Kamer
0
0,6
0,6
0,6
Kamer student
Kamer
0
0,3
0,3
0,3
2C. Hoofdgroep Wonen sociale huur (Epe centrum: Matig Stedelijk.
Rest gemeente Epe weinig Stedelijk)
Woning niet grondgebonden in sociale huursegment
Type woning sociale huur
Norm per
Kernwinkelgebied Epe
Centrum Epe en Vaassen
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Woning met
Gebruiksoppervlakte
=/> 60,0 m2
Woning
0,9
0,9
1,2
1,2
Woning met gebruiksoppervlakte
< 60 m2
Woning
0,7
0,7
0,9
0,9
Serviceflat/ Aanleunwoning
Woning
0,7
0,7
0,9
0,9
4.3 Parkeernormen voor hoofdgroep Werken
Norm per
Centrum Epe
Centrum Vaassen
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Kantoor (zonder baliefunctie)
100m2 bvo
1,55
1,85
2,55
2,55
Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie)
100m2 bvo
2,05
2,45
3,55
3,55
Bedrijf arbeidsintensief/ bezoekersintenstief (industrie, laboratorium, werkplaats)
100m2 bvo
1,55
1,55
2,35
2,35
Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)
100m2 bvo
0,65
0,65
1,05
1,05
Bedrijfsverzamelgebouw
100m2 bvo
1,25
1,35
1,95
1,05
4.4 Parkeernormen voor hoofdgroep Winkelen en boodschappen
Centrum Epe
Centrum Vaassen
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Buurtsupermarkt
100m2 bvo
1,9
2,3
4,1
4,1
Discountsupermarkt
100m2 bvo
3,3
3,7
7,5
7,5
Fullservice supermarkt (laag en middellaag prijsniveau)
100m2 bvo
3,1
3,6
6,2
6,2
Fullservice supermarkt (middelhoog en hoog prijsniveau)
100m2 bvo
3,6
3,85
5,6
5,6
Grote supermarkt
100m2 bvo
6
6,6
8,6
8,6
Groothandel in levensmiddelen
100m2 bvo
6,4
7,1
7,1
7,1
Binnenstad of hoofdwinkel(stad)centrum 20.000-30.0000 inwoners
100m2 bvo
3,3
3,9
x
x
Buurt- en dorpscentrum
100m2 bvo
3,7
4
4
4
Wijkcentrum (klein)
100m2 bvo
4,5
4,9
4,9
4,9
Wijkcentrum (gemiddeld)
100m2 bvo
5,1
5,5
5,5
5,5
Wijkcentrum (groot)
100m2 bvo
5,7
6,1
6,1
6,1
Weekmarkt (bijh klein wijk-, buurt en dorpscentrum)*
M1 kraam
0,195
0,225
0,225
0,225
Kringloop
100m2 bvo
1,85
1,85
1,95
2,25
Bruin- en witgoedzaken
100m2 bvo
3,95
4,05
8,15
9,25
Woonwarenhuis/ woonwinkel
100m2 bvo
1,25
1,25
1,95
1,95
Woonwarenhuis (zeer groot)
100m2 bvo
5,05
5,15
5,15
5,15
Meubelboulevard/ Woonboulevard
100m2 bvo
2,35
2,55
2,55
2,55
Winkelboulevard
100m2 bvo
4,15
4,45
4,45
4,45
Outletcentrum
100m2 bvo
10,1
10,4
10,4
10,4
Bouwmarkt
100m2 bvo
2,35
2,45
2,45
2,45
Tuincentrum
100m2 bvo
2,55
2,65
2,65
2,85
Groencentrum
100m2 bvo
2,55
2,65
2,65
2,85
4.5 Parkeernormen voor hoofdgroep Sport, cultuur en ontspanning
Norm per
Centrum Epe
Centrum Vaassen
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Bibliotheek
100m2 bvo
0,45
0,45
1,15
1,35
Museum
100m2 bvo
0,6
0,6
1,1
1,1
Bioscoop
100m2 bvo
3,2
3,2
11,2
13,7
Filmtheater/filmhuis
100m2 bvo
2,6
2,6
7,9
9,9
Theater/schouwburg
100m2 bvo
7,4
7,4
9,8
12
Musicaltheater
100m2 bvo
2,9
2,9
4
5,1
Casino
100m2 bvo
5,7
5,7
6,5
8
Bowlingcentrum
Bowling-baan
1,6
1,6
2,8
2,8
Biljart/ snookercentrum
tafel
0,85
0,85
1,35
1,75
Dansstudio
100m2 bvo
1,6
1,6
5,5
7,4
Fitnesstudio/Sportschool
100m2 bvo
1,4
1,4
4,8
6,5
Fitnesscentrum
100m2 bvo
1,7
1,7
6,3
7,4
Welnesscentrum (therme, kuurcentrum, beautycentrum)
100m2 bvo
9,3
9,3
9,3
10,3
Sauna, hammam
100m2 bvo
2,5
2,5
6,7
7,3
Sporthal
100m2 bvo
1,55
1,55
2,85
3,55
Sportzaal
100m2 bvo
1,15
1,15
2,85
3,55
Tennishal
100m2 bvo
0,3
0,3
0,5
0,5
Squashhal
100m2 bvo
1,6
1,6
2,7
3,2
Zwembad overdekt
100m2 bassin
11,5
11,5
11,5
13,3
Zwembad openlucht
100m2 bassin
12,9
12,9
12,9
15,8
Sportveld
terrein
20
20
20
20
Golfoefencentrum
Centrum
56,2
56,2
56,2
56,2
Golfbaan (18 holes)
18holes 60 ha
96
96
96
118,3
Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), gemiddeld en kleiner
100m2 bvo
3,1
3,1
4,7
5,1
Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), groot
100m2 bvo
3,7
3,7
5,6
6,1
Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), zeer groot
100m2 bvo
3,7
3,7
5,6
6,1
Manege (paardenhouderij)
Box
3,9
4
5,9
6,4
Dierenpark
Ha. Netto terrein
8
8
8
8
Attractie- en pretpark
Ha. Netto terrein
8
8
8
8
Volkstuin
10tuinen
1,35
1,35
1,35
1,45
4.6 Parkeernormen voor hoofdgroep Horeca en (verblijfs)recreatie
Norm per
Centrum Epe
Centrum Vaassen
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Camping (kampeerterrein)
Standplaats
1,2
1,2
1,2
1,2
Bungalowpark (huisjescomplex)
Bungalow
1,7
1,7
1,7
2,1
Hotel
Kamer
1*
1*
1
1
Café/ bar/ cafetaria / afhaal
100m2 bvo
5
6
7
7
Restaurant
100m2 bvo
9
11
15
13
Discotheek
100m2 bvo
6,9
7
20,9
20,9
Evenementenhal/ beursgebouw/ congresgebouw
100m2 bvo
5,5
5,5
8,5
8,5
* Hierbij wordt gekeken of er maatwerk nodig, wenselijk en haalbaar is afhankelijk van de exacte ligging en de aanwezige functies in de omgeving.
4.7 Parkeernormen voor hoofdgroep Gezondheid en (sociale) voorzieningen
Norm per
Centrum Epe
Centrum Vaassen
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Huisartsenpraktijk
Behandelkamer
2,05
2,25
3,25
3,25
Apotheek
Apotheek
2,25
2,35
3,35
3,35
Fysiotherapiepraktijk
Behandelkamer
1,25
1,35
1,95
1,95
Consultatiebureau voor ouderen
Behandelkamer
1,35
1,45
2,05
2,15
Tandartsenpraktijk
Behandelkamer
1,3
1,3
2
2,2
Gezondheidscentrum
Behandelkamer
1,55
1,65
2,55
2,65
Ziekenhuis
100m2 bvo
1,4
1,5
1,9
2
Crematorium
(Deels) gelijktijdige plechtigheid
30,1
30,1
30,1
30,1
Begraafplaats
(Deels) gelijktijdige plechtigheid
31,6
31,6
31,6
31,6
Penitentiaire inrichting
10cellen
1,65
1,65
3,25
2,65
Religiegebouw
Zitplaats
0,15
0,15
0,15
0,15
Verpleeg en verzorgingstehuis
Wooneenheid
0,6
0,6
0,6
0,6
4.8 Parkeernormen voor hoofdgroep onderwijs
Norm per
Centrum Epe
Centrum Vaassen
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Kinderdagverblijf (creche)
100m2 bvo
1
1
1,4
1,5
Basisonderwijs
Leslokaal
0,75
0,75
0,75
0,75
Middelbare school
100leerlingen
3,7
3,7
4,9
4,9
ROC
100studenten
4,7
4,8
5,9
5,9
Hogeschool
100studenten
9,3
9,4
10,9
10,9
Avondonderwijs
10studenten
4,5
4,6
6,8
10,5
4.9 Toelichting parkeerbehoefte basisscholen en kinderdagverblijven
De parkeerbehoefte bij basisscholen en kinderdagverblijven bestaat naast parkeerplaatsen voor het personeel vooral uit parkeerplaatsen voor het halen en brengen van de kinderen. Voor het personeel is dit een vast getal versus de omvang van de school. Voor het halen en brengen komt de parkeerbehoefte tot stand op basis van een berekening. Deze bestaat uit een aantal onderdelen en luidt:
-Totale parkeerbehoefte van een basisschool / kinderdagverblijf (kdv) =;
-Voor groep 1-3 :
<aantal> x <% leerlingen met auto> x <parkeerduur> x <kinderen in auto> =;
-Voor groep 4-8 :
(<aantal> x <% leerlingen met auto> x <parkeerduur> x <kinderen in auto> );
-Voor kdv:
<aantal> x <% leerlingen met auto> x <parkeerduur> x <kinderen in auto> =;
-+ Totaal aantal parkeerplaatsen :
Aantal:
Dit is het aantal kinderen dat op de locatie kan zijn in groep 1-3, groep 4-8 en het kinderdagverblijf. Soms zijn er meer kinderen in de lagere groepen, soms meer in de hogere. Neem daarom de capaciteit voor de hele school en ken dan 3/8ste toe aan groep 1-3 en 5/8ste aan groep 4-8.
% leerlingen met auto:
Het percentage leerlingen dat met auto wordt gebracht en gehaald is variabel en onder meer afhankelijk van het type gemeente, de stedelijkheidsgraad van de (directe) omgeving, of de school een streekfunctie heeft en de gemiddelde afstand voor de kinderen naar school. Gebruikelijk zijn voor groepen 1 t/m 3 30 tot 60%, voor groepen 4 t/m 8 is dat gelegen tussen de 5 en 40% en voor kinderdagverblijven tussen de 50 en 80%. Om een norm te stellen is één concreet percentage nodig waarvan, conform de regeling in dit bestemmingsplan, afgeweken kan worden (en in bijzondere situaties kan de norm verhoogd worden (“nadere eis”). De te hanteren rekenpercentages zijn 45, 25 en 65.
Parkeerduur:
In deze formule is een reductiefactor m.b.t. de parkeerduur ingebouwd. Groepen 1 t/m 3 parkeren gemiddeld 10 minuten in een periode van 20 minuten = 0,5. Groepen 4 t/m 8 gemiddeld 2,5 minuten in een periode van 10 minuten = 0,25. Bij een kinderdagverblijf is dit gemiddeld 15 minuten in de periode van 60 minuten = 0,25.
Kind in auto:
Daarnaast is een reductiefactor ingebouwd m.b.t. het aantal kinderen in één auto. Voor groepen 1 t/m 3 is dat 0,75. Voor groepen 4 t/m 8 komt deze op 0,85 en voor een kinderdagverblijf 0,75.
Vereenvoudiging:
Gegeven bovenstaande waarden kan de formule vereenvoudigd worden tot:
-Voor groep 1-3 : <aantal kinderen> x 0,16875 =
-Voor groep 4-8 : <aantal kinderen> x 0,053125 =
-Voor kdv: <aantal kinderen> x 0,121875 =
-+ Totaal aantal parkeerplaatsen :
Afwijken:
als gemeld kunnen er diverse goede redenen zijn om af te wijken van de normen. Denk bijvoorbeeld al aan een gescheiden aanvang- en eindtijd van de groepen.
4.10 Onderbouwing hoogte parkeerbijdrage
De berekening van de bouwkosten is gebaseerd op onderstaand ontwerp voor de aanleg parkeervakken.
De hoogte van de bouwkosten verschillen per locatie binnen gemeente. Daarom is een doorrekening gemaakt voor een locatie in de woonwijk (sobere uitvoering) en in het centrum (luxere uitvoering). Op basis van deze uitgangspunten is de hoogte van de afkoopbijdrage bepaald:
-Realisatiekosten gemiddelde van beide varianten:
-€ 5.500 (woonwijk/sobere uitvoering)
-€ 8.200 (centrum/luxere uitvoering)
-Gemiddelde = € 6.850
-Doorrekening grondkosten € 2.050 = € 2.050
============================================
Afkoopbijdrage per parkeerplaats = € 8.900,- parkeerbijdrage
5 PARKEERNORMEN VOOR HET STALLEN VAN FIETSEN
Parkeernormen voor Wonen, werken en voorzieningen
1A. Hoofdgroep Woningen*
Bandbreedte (min-max)
Locatie
Kencijfer
Min
Max
Per (eenheid 1)
Eenheid 2
Eenheid 3
Opmerking
Rij- en vrijstaande woning
1
5
6
Kamer
25m2 bvo
0,25 woning
Bij voorkeur plus 1
Appartement (met fietsberging)
0.75
2
3
Kamer
25m2 bvo
Minimaal 2 plekken
Appartement (zonder fietsberging)
0.25
0.5
1
Kamer
25m2 bvo
0,33 woning
t.b.v. buurtstallingen en fietstrommels
Studentenhuis
1
Kamer
* Bovenstaande tabel (woningen) betreft alleen fietsparkeervoorzieningen voor bewoners. In de openbare ruimte moet daarnaast rekening gehouden worden met fietsparkeervoorzieningen voor bezoekers (0,5 - 1 per woning).
1B. Hoofdgroep Kantoor
Bandbreedte (min-max)
Locatie
Kencijfer
Min
Max
Per (eenheid 1)
Eenheid 2
Eenheid 3
Opmerking
Kantoor (personeel)
Centrum en schil
2
1.3
3.5
100m2 bvo
5werkplekken
Hoe meer gespecialiseerde functies, hoe lager het fietsgebruik. Ook de cultuur van de branche heeft invloed.
Rest bebouwde kom
1.5
0.9
2.5
Buitengebied
0.9
0.5
1.4
Op NS-station
1.1
0.7
1.8
Kantoor bezoeker
6
3
8
Balie
Minimaal 6
1C. Hoofdgroep onderwijs
Basisonderwijs
Bandbreedte (min-max)
Locatie
Kencijfer
Min
Max
Per (eenheid 1)
Eenheid 2
Eenheid 3
Opmerking
Basisschool (leerlingen)
< 250 leerlingen
4.3
3
5
10leerlingen
0.4 leslokalen
Bij een groter verzorgingsgebied meer fietsen en ook auto's
250tot 500 leerlingen
5
3.5
5.8
>500 leerlingen
6.2
4.3
7.2
Basisschool (medewerkers)
0.4
0.2
0.7
10leerlingen
Middelbare school en ROC
Middelbare school (leerlingen)
10
6
16
100m2 bvo
Grote aantallen
Middelbare school (medewerkers)
Centrum
0.6
0.4
1.1
100m2 bvo
1leslokaal
16.5 leerlingen
Schil centrum
0.5
0.3
0.9
Rest bebouwde kom
0.4
0.2
0.7
ROC (leerlingen)
12
8
14
100m2 bvo
Op ov-locaties lager
ROC (medewerkers)
0.9
0.6
1
100m2 bvo
1D. Hoofdgroep Winkelen en boodschappen
Bandbreedte (min-max)
Locatie
Kencijfer
Min
Max
Per (eenheid 1)
Eenheid 2
Eenheid 3
Opmerking
Winkel-centrum
Binnen de bebouwde kom
2.5
1.5
4
100m2 bvo
80m2 vvo
0.56 winkels
Supermarkt
Binnen de bebouwde kom
2.7
1.6
4.3
100m2 bvo
80m2 vvo
0.5 kassa
Bouwmarkt
Binnen de bebouwde kom
0.25
0.1
0.4
100m2 bvo
90m2 vvo
Tuin-centrum
0.25
0.1
0.4
100m2 bvo (totaal)
80m2 bvo (binnen)
80m2 bvo (totaal)
Vaak voldoende ruimte voor fietsparkeer-plekken en evt. uitbreidingen
1F. Hoofdgroep Horeca
Bandbreedte (min-max)
Locatie
Kencijfer
Min
Max
Per (eenheid 1)
Eenheid 2
Eenheid 3
Opmerking
Fastfood-restaurant
Centrum en schil
10
8
35
100m2 bvo
15.6 tafels
60stoelen
Terras meetellen
Rest bebouwde kom
3.5
3
10
Buitengebied
2.5
2
5
Restaurant (eenvoudig)
7
3
20
100m2 bvo
13tafels
50stoelen
Bv. Pannenkoekenhuis, terras meetellen
Restaurant (Luxe)
2
1
4
100m2 bvo
6.5 tafels
25stoelen
Café
7
3
10
100m2 bvo
1G. Hoofdgroep Gezondheidszorg en maatschappelijke voorzieningen
Bandbreedte (min-max)
Locatie
Kencijfer
Min
Max
Per (eenheid 1)
Eenheid 2
Eenheid 3
Opmerking
Apotheek (bezoekers
7
4
10
Locatie
Kleine aantallen
Apotheek (medewerkers)
4
2
7
Locatie
4kassa's
12werkplekken
Kleine aantallen
Begraafplaats/
crematorium
5
3
8
(Deels) gelijktijdige plechtigheid
100zitplaatsen
Kleine aantallen
Gezondheidscentrum (bezoekers)
1.3
1
3
100m2
1.33 behandel-kamers
Gezondheidscentrum (medewerkers)
0.4
0.3
0.7
100m2
Kerk/moskee
30
20
62
100zitplaatsen
Ziekenhuis (bezoekers)
0.4
0.2
0.6
100m2 bvo
1.33 bedden
Grote aantallen
Ziekenhuis (medewerkers)
0.6
0.3
0.8
100m2 bvo
Grote aantallen
1H. Hoofdgroep Overstappen
Bandbreedte (min-max)
Locatie
Kencijfer
Min
Max
Per (eenheid 1)
Eenheid 2
Eenheid 3
Opmerking
Busstation
Centrum en schil
42
23
61
Halterende buslijn
Carpoolplaats
Rand bebouwde kom
0.8
0.5
1.3
Autoparkeerplaats
1I. Hoofdgroep Sport, cultuur en ontspanning
Bandbreedte (min-max)
Locatie
Kencijfer
Min
Max
Per (eenheid 1)
Eenheid 2
Eenheid 3
Opmerking
Bibliotheek
3
2
5
100m2 bvo
1000 leden
Bioscoop
Centrum
7.8
4
12
100m2 bvo
0.15 zalen
33stoelen
Grote aantallen
Schil centrum
4.3
2
7
100m2 bvo
Rest bebouwde kom
1.4
0.8
2.2
100m2 bvo
Fitness
Centrum
6
3.5
8.5
100m2 bvo
6apparaten
Schil centrum
3.7
2
5.8
100m2 bvo
Rest bebouwde kom
2
1
3
100m2 bvo
Museum
0.9
0.5
1.4
100m2 bvo
Sporthal
2.5
1.4
3.9
100m2 bvo
0.21 kleedkamers
0.05 locatie
Sportveld
50
30
85
Ha netto terrein
1.15 velden
Sportzaal
4
2.2
6.2
100m2 bvo
0.26 kleedkamers
0.05 locatie
Stadion
9
5
14
100zitplaatsen
Grote aantallen
Stedelijk evenement
32
18
50
100bezoekers
Grote aantallen
Theater
Centrum
24
13
38
100zitplaatsen
0.5 zalen
300m2 bvo
Grote aantallen
Schil centrum
21
11
33
Rest bebouwde kom
18
10
28
Zwembad (openlucht)
28
15
43
100m2 bassin
Grote aantallen
Zwembad (overdekt)
20
11
32
100m2 bassin
Grote aantallen
Bijlage 1 Nadere toelichting laden in parkeergarages
Het laden van EV’s in parkeergarages geeft extra uitdagingen omdat het blussen van EV’s is in parkeergarages complexer dan in de buitenruimte. Het grootste risico op brand bij EV’s ligt bij het laden. Voertuigen op reguliere brandstoffen zijn relatief eenvoudig te blussen met water c.q. schuim. Bij EV’s moet de elektrische brand gestopt worden. In de praktijk komt dit neer op het onderdompelen van een voertuig in een bad óf het onder druk injecteren van water in de batterij. Een EV onderdompelen kan enkel wanneer deze verwijderd is uit de parkeergarage, hetgeen brandend onmogelijk is. De apparatuur voor het blussen middels waterinjectie is niet beschikbaar in de regio Epe.
Op het gebied van blusmethodes zijn er bovenop het Bouwbesluit aanvullende eisen te stellen ter vertraging van een EV-brand in een parkeergarage. Op deze wijze kunnen de risico’s en de gevolgen beperkt worden.
Het gevolg van het niet laden van EV’s in parkeergarages is dat het opladen altijd buiten het pand zal moeten plaats vinden en daarmee ook vaak in de openbare ruimte en ook vaak aan openbare laadpalen. De parkeerdruk rondom parkeergarages is daarmee hoger in verband met het langduriger bezetten van plekken en de verminderde flexibiliteit van parkeren.
Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid heeft uitgebreid onderzoek uitgevoerd. Via onderstaande link zijn de rapporten te raadplegen.
https://nipv.nl/onderwerp/parkeergarages/
Bij praktijkcasussen raadplegen we de adviseurs van de VNOG (brandweer).