Aanhef
De raad van de gemeente Enschede;
Gelezen het voorstel van het presidium (secretaris R.M. Jongedijk, voorzitter R.W. Bleker);
gelet op artikel 108, eerste lid, artikel 149, artikel 81a en verder en artikel 182 t/m 185 van de Gemeentewet;
heeft vastgesteld in de raadsvergadering van 9 oktober 2023:
Verordening op de Rekenkamer gemeente Enschede 2023
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Artikel 1.1 begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.de Rekenkamer: de Rekenkamer van de gemeente Enschede (de organisatie ex artikel 81a en verder Gemeentewet);
b.raadsleden: de leden van de gemeenteraad Enschede;
c.leden: de leden van de Rekenkamer;
d.presidium: het presidium bestaat uit de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitters en de voorzitters van de fracties in de raad.
Artikel 1.2 taken van de Rekenkamer
De Rekenkamer heeft als taak het uitvoeren van onderzoek naar de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van het gemeentelijk beleid. In dit verband wordt verstaan onder:
a.doeltreffendheid: de mate waarin met de geleverde prestaties de gestelde doelen of beoogde maatschappelijke effecten worden bereikt;
b.doelmatigheid: het streven met een zo gering mogelijke inzet van middelen een bepaald resultaat te bereiken dan wel met een bepaalde inzet van middelen een optimaal resultaat te bereiken;
c.rechtmatigheid: het voldoen aan wettelijke kaders en regelgeving.
Hoofdstuk II Samenstelling, benoeming en voorzitterschap
Artikel 2.1 samenstelling van de Rekenkamer
1De Rekenkamer bestaat uit maximaal vijf leden, waarvan één voorzitter is.
2De meerderheid van deze leden dient specifieke deskundigheid te bezitten op het gebied van het uitvoeren van beleidsevaluaties, bij voorkeur bij de lokale overheid.
3De leden hebben bij voorkeur verschillende profielen, achtergrond en deskundigheid.
Artikel 2.2 benoeming en herbenoeming
1Leden worden op voordracht van de zittende leden door de raad benoemd voor een periode van zes jaar. Het rooster van aftreden ziet op het belang van continuïteit in de Rekenkamer met inachtneming van de maximale benoemingsperiode.
2De raad besluit op voordracht van Rekenkamer ten minste zes maanden voor afloop van de benoemingsperiode over het al dan niet herbenoemen van de leden. De leden kunnen worden herbenoemd voor maximaal één periode van zes jaar.
3De Rekenkamer kan voor een korte periode uit meer dan vijf leden bestaan, wanneer vóór het verstrijken van de benoemingstermijn van een vertrekkend lid in het belang van de continuïteit een nieuw lid ter opvolging wordt benoemd.
Artikel 2.3 voorzitterschap
1Eén van de leden wordt door de raad benoemd in de functie van voorzitter van de Rekenkamer.
2De voorzitter is stemhebbend lid van de Rekenkamer. Bij staking der stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
3De Rekenkamer benoemt uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter die de voorzitter bij afwezigheid vervangt.
4De voorzitter draagt, in overleg met de secretaris, zorg voor het bijeenroepen van de vergaderingen van de Rekenkamer.
5De voorzitter leidt de vergaderingen, bewaakt de uitgangspunten, treedt op als woordvoerder namens de Rekenkamer en bevordert een zorgvuldige besluitvorming.
6De voorzitter voert regelmatig overleg met de secretaris als bedoeld in artikel 3.1.
Hoofdstuk III Personele ondersteuning
Artikel 3.1 De ambtelijk secretaris
1De Rekenkamer wordt bijgestaan door een secretaris die zorg draagt voor de voorbereiding en uitvoering van de onderzoeksactiviteiten van de Rekenkamer.
2De secretaris legt rechtstreeks verantwoording af aan de rekenkamer over de wijze waarop de ondersteunende taken worden verricht. De functie is binnen de organisatie belegd bij de griffie.
Hoofdstuk IV Selectie onderwerpen, werkwijze en bevoegdheden
Artikel 4.1 selectie onderwerpen
1De Rekenkamer onderzoekt zo mogelijk meerdere onderwerpen van gemeentelijk beleid per jaar.
2Ieder raadslid heeft de bevoegdheid bij de Rekenkamer een onderwerp voor onderzoek aan te dragen.
3Jaarlijks maakt de Rekenkamer een ronde langs de fractie(voorzitter)s om suggesties voor te onderzoeken onderwerpen op te halen en te spreken over de Rekenkamer.
4Burgers kunnen suggesties voor onderzoeksonderwerpen aandragen bij de Rekenkamer, of daarover worden geraadpleegd via bijvoorbeeld het Enschede Panel.
5Indien meerdere onderwerpen voor onderzoek in aanmerking komen maakt de Rekenkamer daaruit een beargumenteerde keuze; ter bepaling van haar keuze kan de Rekenkamer een vooronderzoek laten verrichten.
6De keuze van de Rekenkamer wordt in de vorm van een jaarplan ter kennisgeving voorgelegd aan de raad en college.
Artikel 4.2 werkwijze
1De Rekenkamer stelt, voor het te onderzoeken onderwerp, een onderzoeksopzet vast en formuleert in grote lijnen de onderzoeksvragen.
2De Rekenkamer is belast met en verantwoordelijk voor de organisatie en uitvoering van het onderzoek.
3Voor de begeleiding van elk onderzoek wordt een begeleidingscommissie geformeerd, bestaande uit twee van de externe leden (roulerend) en de secretaris.
4Voor de onderzoeksopzet, formulering van de onderzoeksvragen en probleemstellingen en de uitvoering van het onderzoek kan de Rekenkamer, met inachtneming van het beschikbare budget, gebruik maken van de hulp van (een) externe onderzoeker(s).
Artikel 4.3 bevoegdheden
1Het in de artikelen 183 en 184 van de Gemeentewet ten aanzien van de bevoegdheden van de rekenkamer bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de Rekenkamer.
2De secretaris en de door de Rekenkamer ingeschakelde onderzoeker(s) hebben de bevoegdheid om alle informatie te verzamelen die de Rekenkamer in het belang van het onderzoek nodig acht. Zij hebben een geheimhoudingsplicht met betrekking tot die informatie en het onderzoek en zijn alleen verantwoording verschuldigd aan de Rekenkamer.
3De vergaderingen van de Rekenkamer alsmede de bijeenkomsten waarin personen namens de Rekenkamer worden gehoord en de verslagen daarvan zijn niet openbaar, tenzij de commissie, met inachtneming van het belang van de te horen personen, anders beslist.
HOOFDSTUK V Rapportage
Artikel 5.1 rapportage
1Het in artikel 185 van de Gemeentewet ten aanzien van de rapportage van de Rekenkamer is van overeenkomstige toepassing op de Rekenkamer.
2Indien het verloop van het onderzoek daartoe aanleiding geeft, kan de Rekenkamer besluiten de raad door middel van een tussentijdse rapportage te informeren inzake de vorderingen van het onderzoek.
3Na voltooiing van het onderzoek brengt de Rekenkamer een voorlopige rapportage uit, waarin de bevindingen zijn opgenomen.
4De Rekenkamer stelt in eerste instantie de bij het onderzoek betrokken ambtenaren en/of externe organisaties in de gelegenheid om binnen twee weken te reageren op eventuele feitelijke onjuistheden en het onbedoeld voorkomen van geheime informatie in het rapport.
5Vervolgens wordt het definitieve onderzoeksrapport met de conclusies en aanbevelingen van de Rekenkamer aangeboden aan Raad en College van B&W en voor eenieder beschikbaar gesteld op de website van de Rekenkamer.
6Het College wordt verzocht om te reageren voorafgaand aan bespreking door de Raad en deze reactie schriftelijk kenbaar te maken aan Raad en Rekenkamer.
7Het college geeft jaarlijks een overzicht van de aanbevelingen en reactie daarop via de jaarrekening
8Het definitieve rapport en de. conclusies & aanbevelingen van de Rekenkamer zijn openbaar, met inachtneming van het bepaalde in artikel 185, eerste lid, van de Gemeentewet.
9Minderheidsstandpunten van de Rekenkamer worden daarbij weergegeven.
10De raad bespreekt het definitieve rapport en de conclusies & aanbevelingen, neemt een besluit over de conclusies & aanbevelingen en bepaalt wat de voortgang daarbij zal zijn.
11Een aantal jaren na publicatie van een onderzoek kan in een zogenoemd doorwerkingsonderzoek nagegaan worden of en in hoeverre de aanbevelingen zijn opgevolgd.
12Jaarlijks voor 1 april stelt de Rekenkamer een verslag op van haar werkzaamheden over het voorgaande jaar.
HOOFDSTUK VI Betrokkenheid raadsleden
Artikel 6.1 onderzoeksprogrammering
1Conform artikel 4.1. maakt (een afvaardiging uit) de Rekenkamer jaarlijks een ronde langs de fractievoorzitters om suggesties voor onderzoeksonderwerpen op te halen.
2Een jaarplan met daarin de door de Rekenkamer vastgestelde onderzoeksagenda wordt schriftelijk met de raad en het college gedeeld.
Artikel 6.2 onderzoeken
1De Rekenkamer vraagt het presidium om uit het midden van de raad maximaal zes personen aan te wijzen, evenredig verdeeld over coalitie en oppositie, die op verzoek van de Rekenkamer in gezamenlijkheid als klankbordgroep kan fungeren.
2De samenstelling van deze groep ligt voor minimaal twee en maximaal vier jaar vast.
3De klankbordgroep wordt in ieder geval bij de start van een rekenkameronderzoek gevraagd om binnen een periode van twee weken in gezamenlijkheid haar inzichten mee te geven in reactie op een concept startnotitie. De Rekenkamer stelt na bespreking van de inzichten in onafhankelijkheid een definitieve startnotitie vast.
4De klankbordgroep wordt in ieder geval in de eindfase van het rekenkameronderzoek gevraagd om binnen een periode van twee weken en onder embargo in gezamenlijkheid te reageren op het concept eindrapport van de rekenkamer. De Rekenkamer bespreekt de inbreng van de klankbordgroep, maar stelt het eindrapport onafhankelijk vast.
Hoofdstuk VII Slotbepalingen
Artikel 7.1 vergoeding
1Aan commissieleden wordt een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en haar subcommissies toegekend die gelijk is aan het voor de van toepassing zijnde inwonersklasse vastgestelde bedrag in het tabel onder artikel 3.4.1. van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
2De voorzitter van de Rekenkamer ontvangt een vaste maandelijks vergoeding. Het bedrag is gebaseerd op 4/36e deel van de salarisschaal van de griffier van de gemeente Enschede. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd
3Leden van de klankbordgroep krijgen geen vergoeding voor hun lidmaatschap van de klankbordgroep.
Artikel 7.2 beslissing in geval van onduidelijkheid verordening
In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of wanneer een artikel voor meerdere uitleg vatbaar blijkt te zijn, beslist:
a.voor zover het betreft de werkwijze van de Rekenkamer: de voorzitter;
b.voor zover het betreft de bevoegdheden van de Rekenkamer:
1de raad op voorstel van het raadspresidium;
2in naar het oordeel van de Rekenkamer spoedeisende gevallen: de Rekenkamer, waarbij de genomen beslissing als voorlopige voorziening wordt aangemerkt; de voorlopige voorziening wordt in de eerstvolgende raadsvergadering ter bekrachtiging aan de raad voorgelegd.
Artikel 7.3 inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking op de dag nadat deze is bekend gemaakt en werkt terug tot en met 30 september 2022.