HOOFDSTUK 1: UITGANGSPUNTEN
1.1. DOELSTELLING PROTOCOL
Dit verantwoordings- en accountantsprotocol is opgesteld voor de accountantscontrole van de financiële verantwoording over subsidies. Het protocol is bestemd voor het bestuur en de accountant van de organisatie die subsidie ontvangt van de gemeente Enschede. De subsidieontvanger is verantwoordelijk voor het bekend maken van dit verantwoordings- en accountantsprotocol subsidies gemeente Enschede aan de accountant.
Bij de verantwoording van de subsidies dient de regelgeving in de Algemene subsidieverordening gemeente Enschede 2022 (ASV) te worden gevolgd. In bijzondere subsidieregelingen/verordeningen en/of de subsidiebeschikking kunnen aanvullende verplichtingen en/of verantwoordingsinstructies voor de subsidieontvanger zijn opgenomen. Als deze afwijken van de verplichtingen of instructies die in het verantwoordingsprotocol zijn vermeld, dan moet de subsidieontvanger de verplichtingen of instructies volgen, die in de bijzondere subsidieregelingen/verordeningen en/of subsidiebeschikking zijn opgenomen. Verplichtingen uit de subsidiebeschikking die geen onderdeel uitmaken van de accountantscontrole zijn zo aangemerkt in de beschikking.
1.2. INKADERING PROTOCOL
Dit verantwoordings- en accountantsprotocol geldt voor subsidies die worden verleend en ingaan vanaf het boekjaar 2022. Voor subsidies die al verleend zijn en die ook het jaar 2022 en verder omvatten kan zowel het oude als het nieuwe protocol gebruikt worden. Het verantwoordings- en accountantsprotocol subsidies gemeente Enschede geldt voor onbepaalde tijd.
Het college handelt in overeenstemming met dit verantwoordings- en accountantsprotocol, tenzij dat voor één of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met het verantwoordings- en accountantsprotocol te dienen doelen.
HOOFDSTUK 4: ACCOUNTANTSPROTOCOL
4.1. NORMENKADER BIJ DE CONTROLE VAN DE FINANCIËLE VERANTWOORDING
Bij integrale verantwoording in de jaarrekening dient de accountant vast te stellen dat:
1De jaarrekening is opgesteld conform hoofdstuk 3 van dit protocol;
2De jaarrekening een vergelijking bevat met de gerealiseerde baten en lasten van het voorafgaande boekjaar;
3De jaarrekening een vergelijking bevat met de baten en lasten zoals opgenomen in de begroting;
4De jaarrekening een getrouw(juist en volledig) beeld geeft van de baten en lasten;
5De subsidieontvanger heeft niet in strijd gehandeld met de aan de subsidie verbonden financiële verplichtingen uit de subsidiebeschikking;
6Het inhoudelijke verslag verenigbaar is met de jaarrekening en geen materiële afwijkingen bevat.
Bij verantwoording in een separaat financieel verslag dient de accountant vast te stellen dat:
1Het financiële verslag opgesteld is conform hoofdstuk 3 van dit protocol;
2Het financiële verslag een vergelijking bevat met de baten en lasten zoals opgenomen in de begroting;
3De baten en lasten per verleende subsidie volledig en juist verantwoord zijn;
4De subsidieontvanger niet in strijd gehandeld heeft met de aan de subsidie verbonden financiële verplichtingen uit de subsidiebeschikking;
5Het inhoudelijke verslag verenigbaar is met het financiële verslag en geen materiële afwijkingen bevat.
4.2. BETROUWBAARHEID EN MATERIALITEIT
De controle van de financiële verantwoording moet zodanig worden uitgevoerd dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de verantwoording geen afwijkingen (fouten en onzekerheden) van materieel belang bevat. Indien dit begrip door het gebruik van statistische technieken gekwantificeerd moet worden, betekent dit dat een betrouwbaarheidsniveau van 95 procent gehanteerd moet worden.
Een verklaring met een goedkeurende strekking impliceert, dat, gegeven de bovengenoemde betrouwbaarheid in de financiële verantwoording, geen afwijkingen (fouten en onzekerheden) voorkomen die groter zijn dan de percentages in de hieronder opgenomen materialiteitstabel. Als omvangbasis geldt hierbij het totaalbedrag van de verleende subsidie.
Bij een integrale verantwoording in de jaarrekening gelden dezelfde materialiteitspercentages als bij het financieel verslag, echter uitsluitend voor die posten die betrekking hebben op de subsidie van de gemeente Enschede. Voor de overige posten hanteert de accountant de voor de jaarrekening controle gebruikelijke materialiteitspercentages. De bij de controle van de genoemde subsidieposten geconstateerde afwijkingen en onzekerheden neemt de accountant mee in zijn oordeelsvorming over de jaarrekening als geheel.
Afwijkingen (fouten) worden in absolute zin opgevat, voor zover het de naleving van de subsidieverplichtingen betreft. Saldering van deze fouten is daarom niet toegestaan.
Van een onzekerheid in de controle is sprake als er onvoldoende (controle-) informatie beschikbaar is om een (gedeelte van een) post als goed of fout aan te merken.
Voor een adequate onderbouwing van het oordeel is het noodzakelijk dat de accountant fouten en onzekerheden zoveel mogelijk kwantificeert. Indien de accountant zowel fouten in de financiële verantwoording als onzekerheden in de controle aantreft, dan weegt hij deze bij zijn oordeelsvorming altijd in onderlinge samenhang.
4.3. CONTROLEVERKLARING
Er worden door de gemeente Enschede geen specifieke voorwaarden gesteld ten aanzien van de tekst van de controleverklaring anders dat de voorbeeldtekst 10.2 (jaarrekening) of 10.3 (separate financiële verantwoording) van HRA III (Handleiding Regelgeving Accountancy) van de NBA (Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants) is toegepast. Wel dient uit de controleverklaring te blijken dat wordt voldaan aan de eisen van het verantwoordings- en accountantsprotocol subsidies gemeente Enschede.