HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:
a.regeling: de bedrijfsvoeringsorganisatie Recreatieschap Twente;
b.Recreatieschap Twente: de rechtspersoonlijkheid bezittende bedrijfsvoeringsorganisatie, bedoeld in artikel 2 van de regeling;
c.deelnemer: een aan deze regeling deelnemend college;
d.college: college van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente;
e.bestuur: het bestuur van het Recreatieschap Twente als bedoeld in artikel 14a van de Wet;
f.raad: gemeenteraad van een deelnemende gemeente;
g.deelnemende gemeente: de gemeente van de deelnemer;
h.wet: Wet gemeenschappelijke regelingen.
HOOFDSTUK 2 RECHTSPERSOONLIJKHEID BEZITTENDE BEDRIJFSVOERINGSORGANISATIE
Artikel 2 Bedrijfsvoeringsorganisatie
1Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 8, lid 3 van de wet, dat is genaamd Recreatieschap Twente.
2Recreatieschap Twente is gevestigd te Enschede.
3Het rechtsgebied van het Recreatieschap Twente omvat het grondgebied van de deelnemende gemeenten.
Artikel 3 Deelnemers
De deelnemers aan deze regeling zijn de colleges van Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo (O), Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand en Wierden.
HOOFDSTUK 3 DOEL, TE BEHARTIGEN BELANGEN, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN
Artikel 4 Doel en te behartigen belangen
Recreatieschap Twente heeft tot doel, met inachtneming van hetgeen in deze regeling is bepaald, het bevorderen van een evenwichtige ontwikkeling van recreatieve voorzieningen in zijn rechtsgebied.
Artikel 5 Taken
1Recreatieve voorzieningen:
a.bevordering van totstandkoming en instandhouding van publieke recreatieve/toeristische infrastructuur in Twente;
b.aanleg, onderhoud en beheer van publieke recreatieve/toeristische voorzieningen die hetzij op zichzelf, hetzij in routeverband, hetzij door opname in arrangementen, een bovenlokaal karakter hebben.
2Overig:
a.het oprichten van onderscheidenlijk deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, voor zover dit betreft de taken en bevoegdheden als bedoeld onder 1.
3Een besluit tot uitbreiding van activiteiten als bedoeld in lid 1 en lid 2 van dit artikel wordt unaniem genomen door het bestuur onder vermelding van de wijze van kostenverrekening en de overige voorwaarden waaronder dit geschiedt.
HOOFDSTUK 4 BESTUUR
Artikel 6 Bestuur
1Het Recreatieschap Twente heeft een bestuur.
2Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter en één of meer plaatsvervangers aan. Op de voorzitter is artikel 33d van de wet van toepassing.
3De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur.
4In de eerste vergadering van elke zittingsperiode regelt het bestuur onderling de werkzaamheden.
5De stukken die van het bestuur uitgaan worden door de voorzitter ondertekend en door de secretaris medeondertekend.
Artikel 7 Samenstelling
1Elke deelnemer heeft in het bestuur een lid van het college.
2Het in het eerste lid bedoelde lid kan bij afwezigheid worden vervangen door een daartoe door de betreffende deelnemer aangewezen plaatsvervangend lid. Op het plaatsvervangende lid zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing.
Artikel 8 Aanwijzing
1Het college beslist uiterlijk drie maanden na aanvang van elke zittingsperiode van de gemeenteraad over de aanwijzing van het lid en het plaatsvervangende lid. Aftredende (plaatsvervangende) leden kunnen opnieuw als (plaatsvervangend) lid worden aangewezen.
2Onverminderd het bepaalde in artikel 13 van de wet eindigt het (plaatsvervangend) lidmaatschap van het bestuur op de dag aangegeven in artikel C4, lid 2 van de Kieswet. Aftredende leden blijven hun functie waarnemen totdat opnieuw in de benoeming is voorzien, tenzij betrokkene geen zitting meer heeft in de deelnemer.
3De voorziening in een tussentijdse vacature geschiedt binnen acht weken.
4Het (plaatsvervangend) lidmaatschap van het bestuur eindigt eveneens op het moment van uittreding uit deze regeling van een deelnemer die door het (plaatsvervangend) lid wordt vertegenwoordigd.
Artikel 9 Bevoegdheden bestuur
Het bestuur is in ieder geval bevoegd:
a.Tot het aanwijzen, schorsen en ontslaan van de directeur/secretaris van het Recreatieschap Twente;.
b.Regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie;
c.Tot privaatrechtelijke rechtshandelingen te besluiten;
d.Te besluiten namens Recreatieschap Twente rechtsgedingen, bezwaarschriftenprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of rechtshandelingen ter voorbereiding daarop te verrichten.
e.Tot het beheer van activa en passiva van Recreatieschap Twente;
f.De zorg, voor zover die niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijke beheer en de boekhouding;
g.Tot het houden van een gedurig toezicht op al wat Recreatieschap Twente aangaat.
h.Tot het beheren en onderhouden van de gebouwen, werken en inrichtingen welke Recreatieschap Twente bezit of op enigerlei wijze onder zich heeft; en
i.Het vaststellen van de plannen en voorwaarden van aanbesteding van werken en leveranties ten behoeve van Recreatieschap Twente.
Artikel 10 Stemrecht
1Een lid van het bestuur beschikt over één stem.
2Indien het gaat om de vaststelling van de begroting, wijzigingen daarvan en de jaarrekening alsmede om besluiten over investeringen op basis van een gemeentelijke bijdrage worden beslissingen in het bestuur genomen op basis van het inwonertal bij aanvang van het kalenderjaar waarin de stemming plaatsvindt.
3Bij overige beslissingen geldt een gewone meerderheid van stemmen, welke gewone meerderheid tevens minimaal de helft van de inwoners van Twente vertegenwoordigt, behoudens indien in deze regeling anders is bepaald
4De stemprocedure wordt bepaald in het reglement van orde.
Artikel 11 Werkwijze
1Het bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast.
2De artikelen 22 en 23 van de wet zijn van toepassing op het bestuur.
Artikel 12 Commissies
1Het bestuur kan een commissie van advies als bedoeld in artikel 24 van de wet instellen.
2Het bestuur stelt een reglement vast waarin de samenstelling, taken en bevoegdheden van de commissie worden opgenomen.
HOOFDSTUK 5 ONDERSTEUNING BESTUUR
Artikel 13 Ambtelijke organisatie
1Recreatieschap Twente heeft een ambtelijke organisatie met aan het hoofd een directeur, die tevens secretaris van het bestuur is.
2De secretaris is bij de vergaderingen van het bestuur aanwezig en staat het bestuur bij in de uitvoering van zijn taken.
3Het bestuur regelt de vervanging van de secretaris.
HOOFDSTUK 6 INFORMATIE- EN VERANTWOORDINGSPLICHT
Paragraaf 1 Tussen Recreatieschap Twente en deelnemende gemeenten
Artikel 14 Actieve informatieplicht
Het bestuur verstrekt de raad ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door hem gevoerde en te voeren bestuur nodig is.
Artikel 15 Passieve informatieplicht
1Het bestuur verstrekt aan de raad de door één of meer leden daarvan overeenkomstig het reglement van orde van die raad verlangde inlichtingen, een en ander voor zover zulks niet in strijd is met het openbaar belang.
2Een verzoek om inlichtingen kan schriftelijk of mondeling worden ingediend bij het betreffende orgaan.
3Het betreffende orgaan verstrekt de gevraagde inlichtingen binnen een maand na ontvangst van het verzoek.
Paragraaf 2 Tussen lid bestuur en gemeenteraad
Artikel 16 Actieve informatieplicht
1Een lid van het bestuur voorziet de raad van zijn gemeente van alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het lid in het bestuur gevoerde en te voeren bestuur noodzakelijk is.
2Het college verleent daartoe de nodige medewerking door onder meer tijdig de agenda’s van vergaderingen van het bestuur ter inzage te leggen voor de raad.
3Een lid van het bestuur geeft de raad van zijn gemeente de door één of meer leden daarvan, overeenkomstig het reglement van orde van die raad verlangde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang.
Artikel 17 Verantwoordingsplicht
1Een lid van het bestuur is aan de raad van zijn gemeente verantwoording verschuldigd voor het door hem in het bestuur gevoerde bestuur.
2Een raadslid heeft het recht de raad te verzoeken om het lid van het bestuur te interpelleren of vragen te stellen tijdens een raadsvergadering.
3De interpellatie of vragenstelling als bedoeld in lid 2 vindt plaats op de wijze, geregeld in het reglement van orde voor de vergaderingen van de betreffende raad.
Artikel 18 Ontslag
1Het college kan een door hem aangewezen (plaatsvervangend) lid van het bestuur ontslag verlenen indien deze het vertrouwen van het college niet meer bezit.
2Op het ontslag is artikel 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing, doch artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
HOOFDSTUK 7 FINANCIËLE BEPALINGEN
Artikel 19 Begrotingswijziging
Als begrotingswijzigingen, waarop het bepaalde in de laatste zin van artikel 35, lid 5, van de wet van toepassing is, worden aangewezen die, welke niet leiden tot een verhoging van de deelbijdragen van de deelnemende gemeenten.
Artikel 20 Betalingstermijn geraamde bijdrage
1In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke deelnemende gemeente verschuldigde bijdrage voor het jaar, waarop de begroting betrekking heeft.
2De in lid 1 bedoelde bijdrage bestaat uit een bedrag per inwoner van de deelnemende gemeenten voor de instandhouding van Recreatieschap Twente opgenomen vergoeding.
3De deelnemende gemeenten nemen het in de begroting van Recreatieschap Twente voor hun gemeente geraamde bedrag op in de gemeentebegroting.
4De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks voor 16 januari, 16 april, 16 juli en 16 oktober, telkens een kwart van de in het vorige lid bedoelde bijdrage.
Artikel 21 Verrekening bijdrage
1In de jaarrekening wordt het door elk der deelnemende gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen.
2Verrekening van het verschil tussen de op grond van artikel 20, lid 1, verschuldigde bijdrage en het werkelijk verschuldigde vindt plaats terstond na de vaststelling van de jaarrekening.
Artikel 22 Aangaan geldleningen
1Recreatieschap Twente is bevoegd tot het aangaan van geldleningen en van rekening-courantovereenkomsten en het uitlenen van geld.
2De deelnemende gemeenten staan gezamenlijk garant voor de juiste betaling van rente, aflossing, boeten en kosten van de op grond van het in het vorige lid bepaalde opgenomen en op te nemen gelden, zulks op basis hun procentuele bijdrage in de begroting van het betreffende jaar.
HOOFDSTUK 8 ARCHIEF
Artikel 23 Archiefbeheer
1Het bestuur is belast met de zorg voor archiefbescheiden en het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van Recreatieschap Twente en zijn organen overeenkomstig een, met inachtneming van artikel 30, lid 1 van de Archiefwet 1995, vast te stellen verordening.
2Voor de bewaring van de op grond van de artikelen 12, lid 1 en 13, lid 1 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wijst het bestuur een archiefbewaarplaats aan.
3De secretaris is belast met de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden als bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig de door het bestuur nader vast te stellen regelen.
HOOFDSTUK 9 GESCHILLEN EN KLACHTEN
Artikel 24 Geschillen
1Onverminderd artikel 28 van de wet worden geschillen over deze regeling, in de ruimste zin, onderworpen aan een niet bindend deskundigenadvies.
2Voordat wordt overgegaan tot het vragen van een deskundigenadvies, bedoeld in lid 1, wordt het geschil besproken tussen afgevaardigden van het bestuur en de betreffende deelnemer(s).
3Indien het overleg, bedoeld in lid 2, niet tot een oplossing leidt, benoemen het bestuur en de betreffende deelnemer(s) elk een onafhankelijke deskundige. Beide deskundigen benoemen gezamenlijk een derde deskundige, die als voorzitter van de adviescommissie optreedt.
4Het bestuur en de betreffende deelnemer(s) treden gezamenlijk op als opdrachtgever van de adviescommissie. Zij zetten in hun opdracht aan deze commissie in ieder geval het probleem uiteen, formuleren de te beantwoorden vragen en bepalen de termijn waarbinnen de adviescommissie haar advies uitbrengt.
5De adviescommissie regelt de wijze waarop zij haar advies tot stand brengt. Het advies wordt toegezonden aan het bestuur en de betreffende deelnemer(s).
6Na ontvangst van het advies treden de afgevaardigden, als bedoeld in lid 2, nogmaals in overleg om te trachten tot een oplossing van het geschil te komen. Indien het overleg niet tot een oplossing leidt, is elk der partijen vrij het geschil, overeenkomstig artikel 28 van de wet, voor te leggen aan gedeputeerde staten van Overijssel.
7De kosten van de adviescommissie worden door Recreatieschap Twente en de betreffende deelnemer(s) voor een gelijk deel gedragen.
Artikel 25 Externe ombudsman
Tot behandeling van verzoekschriften als bedoeld in artikel 9:18 van de Algemene wet bestuursrecht is bevoegd de Stichting De Overijsselse Ombudsman voor zover één van de deelnemende gemeenten eveneens deze stichting als ombudsman heeft aangewezen.
HOOFDSTUK 10 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING, OPHEFFING
Artikel 26 Toetreding
1Toetreding door een andere gemeente kan plaatsvinden wanneer het bestuur daarin bewilligt.
2In een besluit van het bestuur als bedoeld in het vorige lid, kan de toetreding afhankelijk worden gesteld van de voldoening aan bepaalde voorwaarden door de betrokken gemeente.
3De toetreding treedt in werking op de datum die in het besluit van het bestuur is bepaald.
4Het college van de toegetreden gemeente doet zo spoedig mogelijk de nodige benoemingen overeenkomstig artikel 8.
Artikel 27 Uittreding
1Een deelnemer kan uittreden door toezending aan het bestuur van een daartoe strekkend besluit van deze deelnemer.
2De uittreding kan, behoudens door het bestuur toe te stane afwijking, slechts plaatsvinden tegen 1 januari, doch niet eerder dan tegen 1 januari van het tweede jaar volgende op dat waarin het in lid 1 bedoelde besluit is genomen.
3Het bestuur stelt nadere regels over de uittreding.
Artikel 28 Wijziging
1Deze regeling kan worden gewijzigd bij daartoe strekkende besluiten van alle deelnemers.
1Indien het bestuur wijzigingen in de regeling wenselijk acht, doet het een daartoe strekkend voorstel aan de deelnemers.
2Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op een wijziging van de regeling die uitsluitend betrekking heeft op aanpassingen aan veranderde wettelijke bepalingen. Tot dergelijke wijzigingen kan worden besloten door middel van een besluit van het bestuur met een meerderheid van twee derde van het aantal uitgebrachte stemmen.
Artikel 29 Opheffing
1De regeling wordt opgeheven wanneer twee derde van de deelnemers daartoe besluiten.
2Een besluit als bedoeld in lid 1, kan niet eerder worden genomen dan nadat het bestuur daarover zijn mening kenbaar heeft gemaakt.
3In geval van opheffing van de regeling besluit het bestuur tot liquidatie en stelt het daarvoor de nodige regelingen vast. Hierbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken.
4Het liquidatieplan wordt door het bestuur vastgesteld.
5Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten tot het bijdragen in de financiële gevolgen van de beëindiging. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel.
6Zo nodig blijven de bestuursorganen van Recreatieschap Twente ook na het tijdstip van de opheffing in functie, totdat de liquidatie is beëindigd.
HOOFDSTUK 11 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 30 Overnemen verordeningen, overdracht rechten en plichten
1De verordeningen en andere besluiten, vastgesteld door het algemeen bestuur van Regio Twente en/of Openbaar lichaam Gezondheid, blijven van kracht en worden geacht te zijn vastgesteld onder de huidige regeling, totdat hierin op andere wijze wordt voorzien.
2De Regio Twente/OLG draagt per 1 januari 2022 de rechten en verplichtingen van Regio Twente/OLG over aan BVR Recreatieschap Twente, een en ander – voor zover van toepassing – overeenkomstig een door het dagelijks bestuur vastgesteld overdrachtsplan.
Artikel 31 Citeerwijze en inwerkingtreding
1Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2022 en wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
2De regeling kan worden aangehaald als “Regeling Recreatieschap Twente”.
3De regeling wordt uiterlijk een maand voorafgaande aan het eind van elke zittingsperiode van de gemeenteraad geëvalueerd, voor het eerst in 2026. Deze evaluatie geschiedt door het bestuur, gehoord de raden.
TOELICHTING
Algemeen
Op 25 september 2019 heeft het Algemeen Bestuur van Regio Twente een veranderopdracht
vastgesteld. Aanleiding voor deze opdracht was “het gedeelde gevoel van urgentie als het gaat om
het versterken van de regionale samenwerking”.
Hierbij moesten twee knelpunten worden opgelost:
a.de gevoelde bestuurlijke drukte; en
b.de samenleving, de buitenwereld, eist dat de overheden slagkracht organiseren,
samen met ondernemers en onderwijs- en onderzoeksinstellingen, maar ook, nu door de coronacrisis
nog eens onderstreept, in een compacte en herkenbare organisatie voor gezondheid.
Het resultaat van de opdracht is te komen tot ontvlechting van Regio Twente in 4 verschillende
onderdelen:
-Een 3O-gestuurde organisatie voor sociaal economische structuurversterking;
-Een goede landingsplaats voor recreatieve voorzieningen;
-Een goede landingsplaats bij de gemeenten voor vrijwillige samenwerking tussen gemeenten; en
-Een organisatie voor gezondheid, inclusief Samen14 en Kennispunt Twente.
Ter concretisering hiervan heeft het Algemeen Bestuur van Regio Twente op 27 januari 2021 besloten
in te stemmen met voorliggende gemeenschappelijke regeling voor een bedrijfsvoeringsorganisatie
Recreatieschap Twente, waarbij de ondersteunende PIOFJACH functies, net zoals nu, worden
geleverd door de afdeling bedrijfsvoering, die wordt ondergebracht bij de om te vormen
gemeenschappelijke regeling voor Gezondheid.
Argumenten voor dit scenario zijn, dat:
-Uitvoering wordt gegeven aan het besluit van het AB te komen tot ontvlechting;
-Uitvoering wordt gegeven aan het besluit van het AB te komen tot een herkenbare compacte gemeenschappelijke regeling voor Gezondheid;
-Uitvoering wordt gegeven aan het uitgangspunt van de werkgroep om publieke middelen, binnen de kaders van de besluitvorming van het AB, door het voorkomen/beperken van frictiekosten efficiënt en
effectief in te zetten; en
-Door het voorkomen van versnippering op de PIOFJACH functies naast de financiële component
kwetsbaarheid wordt voorkomen en kwaliteit geborgd.
Het oprichten van een bedrijfsvoeringsorganisatie is een bevoegdheid van de colleges van
burgemeester en wethouders. Het bestuur wordt dan ook gevormd door collegeleden. Wel dient de
gemeenteraad op grond van artikel 1 van Wgr toestemming te geven om aan een dergelijke regeling
deel te nemen. Daarnaast blijft er een inlichtingen- en verantwoordingsplicht jegens de raad en vervult
de raad een rol in het kader van de begroting en jaarrekening.
Voor het Recreatieschap Twente wordt een bedrijfsplan opgesteld dat beschrijft hoe deze organisatie
ontwikkeld wordt.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 2, lid 2
Een rechtspersoon dient op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) een vestigingsplaats te hebben. Deze wordt ook in het handelsregister opgenomen. In de huidige situatie is Enschede de vestigingsplaats.
Artikel 3
Omdat in eerste instantie de over te dragen taken en bevoegdheden alle liggen op het terrein van het college van burgemeester en wethouders wordt uitgegaan van een collegeregeling.
Op grond van de Gemeentewet (artikel 169) is er primair een actieve en passieve informatie- en verantwoordingsplicht van het college en de individuele leden daarvan naar de raad.
Daarnaast is de betrokkenheid van de raden bij een gemeenschappelijke regeling van colleges (en eventueel raden) geregeld in de Wgr:
Voor wijzigen van, toetreden tot en uittreden uit een regeling is toestemming raad nodig (artikel 1).
Informatie- en verantwoordingsplicht naar raad (artikelen 16 t/m 19 Wgr); in de onderhavige regeling uitgewerkt in de artikelen 20 t/m 23).
Oprichten rechtspersoon of daaraan deelnemen mag pas nadat raden een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis te brengen van het Algemeen Bestuur (artikel 31a Wgr).
•Jaarlijks moet voor 15 april voor het daaropvolgende jaar aan de raden worden gestuurd de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening (artikel 34 b Wgr).
•De ontwerpbegroting moet 8 weken voor vaststelling door Algemeen Bestuur aan raden worden gestuurd. Raden kunnen zienswijze naar voren brengen bij Dagelijks Bestuur die dit aan Algemeen Bestuur moet voorleggen. Na de vaststelling van de begroting kunnen de raden zo nodig hun zienswijze bij gedeputeerde staten naar voren brengen (artikel 35 Wgr). Deze procedure geldt ook voor een begrotingswijziging die een verhoging van de gemeentelijke bijdrage inhoudt.
Artikel 4
Op grond van artikel 10, lid 1 Wgr dient de regeling te vermelden het belang of de belangen ter behartiging waarvan zij is getroffen of gewijzigd. In overeenstemming met de bedoeling van de wetgever is deze regeling alleen gericht op uitvoerende taken.
Artikel 5
In artikel 10, lid 2 van de Wgr is bepaald dat de regeling, waarbij een bedrijfsvoeringsorganisatie wordt ingesteld, aangeeft welke bevoegdheden de besturen van de deelnemende gemeenten aan het bestuur van deze organisatie bij het aangaan van de regeling overdragen.
Recreatieve Voorzieningen: voor het Recreatieschap Twente zijn de huidige taken van Regio Twente overgenomen. Dat betekent o.m. de drie grote recreatieparken Het Rutbeek in Enschede, Het Hulsbeek in Oldenzaal en Het Lageveld te Wierden hieronder vallen.
Overig: zonder opname in de regeling kan Recreatieschap Twente geen andere rechtspersonen oprichten of daarin deelnemen zoals het lidmaatschap van de werkgeversorganisatie t.b.v. het sluiten van een CAO voor het personeel.
Artikel 6
Op grond van de Wgr kent een bedrijfsvoeringsorganisatie alleen een bestuur. Het hebben van een voorzitter is niet geregeld, maar ligt wel in de rede. Door in lid 2 naar artikel 33d van de Wgr te verwijzen wordt geregeld dat de voorzitter het Recreatieschap Twente in en buiten rechte vertegenwoordigt en deze vertegenwoordiging aan anderen kan opdragen.
Artikelen 7 en 8
Overgenomen uit de huidige regeling van Regio Twente.
Artikel 9
Deze bevoegdheden zijn gebaseerd op artikel 33b van de Wgr.
Artikelen 10
Dit is conform het transitieplan, 10.4.
Artikelen 14 t/m 18
Hiermee wordt invulling gegeven aan het bepaalde in de artikelen 16 t/m 19 van de Wgr. Bij de invulling van de informatie- en verantwoordingsplicht wordt uitgegaan een interactief communicatieplatform zoals Regio Twente nu kent..
Hoofdstuk 7
In de Wgr zijn in de artikelen 34, 34a, 34 b en 35 de hoofdprincipes met betrekking tot de financiën opgenomen. Deze betreffen o.a. de begroting.
Hoofdstuk 7 (de artikelen 19 t/m 22) van de Regeling Recreatieschap Twente is een aanvulling op de Wgr.
Artikel 19
Hiermee wordt geregeld dat op deze (eenvoudige) begrotingswijziging niet de wensen- en bedenkingenprocedure van de gemeenteraad van toepassing is.
Artikel 22
Deze bepaling is opgenomen omdat in het verleden is gebleken dat banken dit als voorwaarde stellen.
Artikel 24
De Wgr bepaalt dat deelnemers aan een gemeenschappelijke regeling eventuele geschillen ter beslechting aan gedeputeerde staten kunnen voorleggen. Het is in de samenwerkingspraktijk echter gebruikelijk te proberen het geschil eerst via een ‘interne’ procedure op te lossen.
Artikel 25
Diverse Twentse gemeenten en gemeenschappelijke regelingen, waaronder de huidige Regio Twente, zijn aangesloten bij de Overijsselse Ombudsman die in het leven is geroepen door en functioneert onder de vlag van de afdeling Overijssel van de VNG. Dit maakt een tweedelijns klachtenhandeling ‘dicht bij huis’ mogelijk. Recreatieschap Twente moet zelf een klacht in eerste aanleg behandelen.
Artikel 27
Het is wenselijk dat het bestuur regels stelt over de wijze waarop een uittreding kan plaatsvinden. Daarin is voorzien in artikel 27 door het bestuur daartoe een opdracht te geven.
Artikel 30
In artikel 30 is voorzien dat de huidige verordeningen van de Regio Twente en die zijn meegegaan naar de nieuwe OLG ook meegaan naar Recreatieschap Twente. Verder is in deze bepaling voorzien in de overdracht van vermogen dat nu tot Regio Twente behoort en straks naar de OLG gaat, daarna wordt overgedragen aan Recreatieschap Twente. Hierbij kan worden gedacht aan de drie grote recreatieparken, maar ook allerhande beperkt zakelijke rechten en plichten uit overeenkomsten. De nadere beschrijving zal worden vastgesteld door het dagelijks bestuur van OLG en kan dienen als grondslag voor eigendomsoverdracht.
Artikel 31, lid 3
In de in juni 2015 verschenen handreiking ‘Grip op regionale samenwerking; handreiking voor gemeenteraadsleden en griffiers’ (een initiatief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Vereniging van Griffiers) staan acht gouden lessen om met bestuurlijke samenwerking om te gaan, waaronder de les om regelmatig te evalueren.