Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enkhuizen,
overwegende dat het ter bevordering van de zorgvuldigheid en de rechtszekerheid gewenst is
regels vast te stellen voor de invordering van de gemeentelijke belastingen;
gelet op de van toepassing zijnde bepalingen in Leidraad Invordering Gemeente Enkhuizen
besluit:
met gelijke ingangsdatum als de Leidraad Invordering Gemeente Enkhuizen van toepassing te verklaren:
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 Hoofdstuk III. Betalingskorting en invorderingsrente
Artikel 28b
1Voor de berekening van de te verlenen betalingskorting wordt gebruik gemaakt van de volgende formule: (A x P) x bedrag van de belastingaanslag / 72 000 = de te verlenen betalingskorting.
2Voor de berekening van de terug te nemen betalingskorting wordt gebruik gemaakt van de volgende formule: (B x P) x bedrag van de vermindering / 72 000 = de terug te nemen betalingskorting.
3In de formules wordt met A aangegeven het aantal dagen van het tijdvak dat aanvangt op de dag na de vervaldag van de voor de belastingaanslag geldende eerste betalingstermijn en eindigt op de vervaldag van de voor de belastingaanslag geldende laatste betalingstermijn, met B het aantal dagen van het tijdvak dat aanvangt op de dag na de dagtekening van het afschrift van de uitspraak of de dagtekening van de kennisgeving waarmee de vermindering of de herziening tot een lager bedrag van de belastingaanslag, wordt bekendgemaakt en eindigt op de vervaldag van de voor de belastingaanslag geldende laatste betalingstermijn en met P het rentepercentage voor de te verlenen of de terug te nemen betalingskorting.
Artikel 28c
Bij de bepaling van het aantal dagen waarover de te verlenen betalingskorting wordt berekend, wordt:
a.de maand waarin de eerste betalingstermijn van de belastingaanslag vervalt, tot het werkelijke aantal dagen in aanmerking genomen met dien verstande dat de maand februari altijd op 28 dagen wordt gesteld;
b.een volle maand gesteld op 30 dagen.
Artikel 28d
Bij de bepaling van het aantal dagen waarover de terug te nemen betalingskorting wordt berekend, wordt: a. de maand waarin de dag na de dagtekening van het afschrift van de uitspraak of de dagtekening van de kennisgeving waarmee de vermindering wordt bekendgemaakt valt, tot het werkelijke aantal dagen in aanmerking genomen met dien verstande dat de maand februari altijd op 28 dagen wordt gesteld; b. een volle maand gesteld op 30 dagen.
Artikel 28e
1Het bedrag van de te verlenen betalingskorting wordt naar boven afgerond op gehele euro’s.
2Het bedrag van de terug te nemen betalingskorting wordt naar beneden afgerond op gehele euro’s.
Artikel 29
De in rekening te brengen invorderingsrente wordt berekend over iedere betaling afzonderlijk.
Artikel 30
1Voor de berekening van de in rekening te brengen invorderingsrente over een betaald bedrag wordt gebruik gemaakt van de volgende formule:
(AxP+AxP enz.) x betaling: 36000
= invorderingsrente
2Indien het bedrag van de betaling moet worden gesplitst in hoofdsom en invorderingsrente, wordt gebruik gemaakt van de volgende formules:
36000 x betaling/ AxP+AxP enz. + 36000
= hoofdsom
betaling - hoofdsom = invorderingsrente.
3In de formules wordt met A het aantal dagen aangegeven waarover invorderingsrente is verschuldigd en met P de onderscheiden rentepercentages welke over de verschillende periodes zijn verschuldigd.
4Het bedrag van de betaling wordt naar beneden afgerond op gehele euro’s.
Artikel 31
Bij de bepaling van het aantal dagen waarover invorderingsrente wordt berekend, wordt:
a.de maand waarin de enige of laatste betalingstermijn van de aanslag vervalt, tot het werkelijke aantal dagen in aanmerking genomen met dien verstande dat de maand februari altijd op 28 dagen wordt gesteld;
b.een volle maand gesteld op 30 dagen en een jaar op 360 dagen.
Artikel 32
1Het bedrag van de in rekening te brengen invorderingsrente wordt naar beneden afgerond op gehele euro’s. .
2Het bedrag van de te vergoeden invorderingsrente wordt naar boven afgerond op gehele euro's.
Artikel 33
Niet van toepassing
Artikel 34
Bij uitstel van betaling voor een periode van drie jaren of langer kan de ontvanger bedingen dat de in rekening te brengen invorderingsrente in afwijking van artikel 29 jaarlijks wordt betaald.