Aanhef
Burgemeester en wethouders van de gemeente Enkhuizen
Gelet op de
•Wet Basisregistratie Personen (BRP);
•De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG, Verordening EU 2016/679 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG) en de Uitvoeringswet AVG.
Besluiten:
Vast te stellen de navolgende regeling beheer en toezicht Basisregistratie Personen (BRP) Enkhuizen 2019
Hoofdstuk 1 Aanwijzen functionarissen
Artikel 1
Het college van burgemeester en wethouders wijst functionarissen aan die belast worden met het:
1informatiebeheer;
2beveiligingsbeheer;
3privacybeheer;
4systeembeheer;
5toezicht en fraudecoördinatie;
6control informatiebeveiliging
Artikel 2
De informatiebeheerder wijst functionarissen aan die worden belast met:
1gegevensbeheer;
2applicatiebeheer;
3gegevensverwerking;
4het namens het college van burgemeester en wethouders afnemen van de in artikel 2.8, lid 2 onder sub e, van de Wet BRP bedoelde verklaring.
Hoofdstuk 2 Het informatiebeheer
Artikel 3
De informatiebeheerder beheert de BRP, het gegevensmagazijn en het autorisatiebesluit.
Artikel 4
De informatiebeheerder voorziet in:
1een jaarlijkse planning van de beheeractiviteiten;
2een jaarlijkse rapportage aan het college van burgemeester en wethouders over de bij 1 bedoelde planning, waarbij tevens inzicht wordt gegeven in de kengetallen van de bijhouding- en beheerprocedures;
3een jaarlijkse rapportage over de resultaten die voortvloeien uit de in artikel 13 bedoelde kwaliteitssteekproef;
4administratieve beheerprocedures, voor zover hier niet door of bij de wet in is voorzien;
5periodiek overleg tussen hem en de op basis van de regeling aangewezen beheerders;
6richtlijnen voor de bijhouding van de BRP.
Artikel 5
De informatiebeheerder is verantwoordelijk voor
1de uitvoering van het periodieke onderzoek op grond van artikel 4.3 van de Wet naar de inrichting, de werking en de beveiliging van de basisregistratie, alsmede naar de verwerking van gegevens in de basisregistratie;
2de periodieke toezending van een uittreksel van de resultaten van het onderzoek aan de Autoriteit Persoonsgegevens en aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel 6
De informatiebeheerder adviseert het college van burgemeester en wethouders over de navolgende aspecten die voortvloeien uit deze basisregistratie te weten:
1persoonsinformatievoorziening;
2beveiliging;
3gegevenskwaliteit;
4personeelsaangelegenheden.
Artikel 7
De informatiebeheerder beslist:
1over de installatie van nieuwe of gewijzigde versies van het toepassingssysteem voor de gemeentelijke voorziening van de BRP;
2op verzoeken van organen van de gemeente tot het verkrijgen van gegevens uit de BRP;
3op verzoeken van derden als genoemd in artikel 3.6 van de Wet en als genoemd in de bij verordening BRP/reglement gegevensverstrekking BRP genoemde derden tot het verkrijgen van gegevens uit de BRP;
4over de wijze van de verstrekking van gegevens met betrekking tot het bepaalde in dit artikel, onder 2 en 3.
Artikel 8
De informatiebeheerder ziet er op toe dat:
1de in deze regeling opgenomen bepalingen worden nageleefd;
2de behandeling en afhandeling van verzoeken om gegevensverstrekking als genoemd in artikel 7 geschiedt volgens de bepalingen uit de wet, de Verordening BRP/reglement gegevensverstrekking BRP en Algemene Verordening Gegevensbescherming.
3de bij of krachtens de wet opgelegde verplichtingen ten aanzien van inrichting en bijhouding, evenals de beveiliging van de gemeentelijke voorziening voor de BRP worden nageleefd;
4dat alle in artikel 2 genoemde functionarissen, alsmede het team systeembeheer op de hoogte zijn van de installatie van nieuwe of gewijzigde versies van het toepassingssysteem voor de gemeentelijke voorziening van de BRP en van de gevolgen van deze installatie;
5beveiligingsvoorschriften die voortvloeien uit het plan Informatiebeveiliging worden nageleefd.
Artikel 9
De informatiebeheerder, of een op grond van de artikelen 1 en 2 aangewezen functionaris, neemt deel aan buitengemeentelijk overleg betreffende onderwerpen die het beheer van de gemeentelijke voorziening van de BRP aangaan.
Hoofdstuk 3 Het gegevensbeheer
Artikel 10
De gegevensbeheerder BRP is verantwoordelijk voor:
1de juistheid, actualiteit en betrouwbaarheid van de gegevens die opgenomen zijn of worden in de gemeentelijke voorziening voor de BRP;
2het beheer van documentatie op het gebied van de wet en overige regelgeving op het gebied van de BRP;
3communicatie met de overheidsorganen aan wie gegevens worden verstrekt uit de BRP en andere houders van voorzieningen voor de BRP over gegevensverwerking;
4het verwerken van complexe mutaties en correcties met betrekking tot de BRP;
5het uitzetten van richtlijnen met betrekking tot het actualiseren en corrigeren van persoonsgegevens in de gemeentelijke voorziening voor de BRP.
De gegevensbeheerder beslist binnen 5 werkdagen op het in behandeling nemen van een melding van een overheidsorgaan die gerede twijfel heeft over de juistheid van een in de gemeentelijke voorziening van de BRP opgenomen (authentiek) gegeven en stelt het overheidsorgaan in kennis van deze beslissing.
Artikel 11
de gegevensbeheerder BRP voorziet in:
1de behandeling van wijzigingsverzoeken als bedoeld in artikel 2.57, 2.58 en 2.60 van de Wet BRP;
2controlewerkzaamheden ter waarborging van de kwaliteit van de BRP.
Artikel 12
De gegevensbeheerder BRP is bevoegd, in overleg met het teamleider Burgerzaken, vanuit de in artikel 10 bedoelde verantwoordelijkheid de gegevensverwerkers aanwijzingen te geven betreffende de opname en bijhouding van gegevens in de gemeentelijke voorziening voor de BRP.
Artikel 13
Periodiek wordt de inhoudelijke kwaliteit van het bestand van persoonslijsten in de BRP onderworpen aan een inhoudelijke controle door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De gegevensbeheerder BRP voorziet in een doorlopende kwaliteitssteekproef en de uitvoering van de daarmee samenhangende verbetermaatregelen gericht op de handhaving van de kwaliteitsnorm van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.
De gegevensbeheerder BRP voorziet in de uitvoering van het periodiek onderzoek op grond van artikel 4.3 van de Wet, voor wat betreft de verwerking van persoonsgegevens in de gemeentelijke voorziening.
Artikel 14
De gegevensbeheerder BRP neemt deel aan het in artikel 4, lid 5 genoemde overleg.
Hoofdstuk 4 Het systeembeheer
Artikel 15
De systeembeheerder is verantwoordelijk voor het technisch onderhoud van het toepassingssysteem waarmee de gemeentelijke voorziening van de BRP wordt gevoerd (hierna toepassingssysteem).
Artikel 16
De systeembeheerder voorziet in:
1de fysieke beveiliging van het toepassingssysteem;
2een dagelijkse back-up die wordt ondergebracht in een daartoe uitgeruste en beveiligde ruimte op een andere locatie dan de ruimte waarin de apparatuur voor de gemeentelijke voorziening van de BRP is opgesteld;
3de technische installatie van gewijzigde of nieuwe versies van het toepassingssysteem;
4de beschikbaarheid van het toepassingssysteem overeenkomstig hetgeen daarover intern en met derden is overeengekomen.
Artikel 17
De systeembeheerder is bevoegd:
1direct maatregelen te treffen wanneer de continuïteit van het toepassingssysteem of de daarin opgeslagen informatie acuut in het geding is; hij is verplicht achteraf ter zake te rapporteren aan de informatiebeheerder;
2aanwijzingen te geven over:
3beheer toepassingssystemen;
4beheer van bestanden;
5reconstructiemaatregelen.
Artikel 18
De systeembeheerder neemt deel aan het in artikel 4, lid 5 genoemde overleg.
Hoofdstuk 5 Het applicatiebeheer
Artikel 19
De applicatiebeheerder BRP voorziet in:
1de communicatie bij storingen in hard- en software;
2een logboek waarin bijzondere gebeurtenissen worden bijgehouden;
3de toekenning van de autorisatieniveaus voor actualiseringen aan de gegevensverwerkers, de gegevensbeheerder, de applicatiebeheerder BRP en de informatiebeheerder op grond van een besluit van de informatiebeheerder;
4de bijhouding van een dossier van de autorisaties, die overeenkomstig artikel 7 door de informatiebeheerder zijn toegekend;
5het testen en evalueren van nieuwe versies van het toepassingssysteem, alsmede het testen en evalueren van nieuwe apparatuur;
6de beoordeling van de gevolgen van de installatie van nieuwe en of gewijzigde versies van het toepassingssysteem;
7de bijhouding van een verzameling van alle problemen en klachten, die bij het gebruik van het toepassingssysteem ontstaan;
8een oplossing, eventueel door inschakeling van de systeembeheerder of een derde, voor de onder 7 genoemde problemen en klachten;
9de voorlichting aan de alle in artikel 2 genoemde functionarissen met betrekking tot de gevolgen van een nieuwe of gewijzigde versie van het toepassingssysteem;
10de coördinatie van de werkzaamheden in geval van uitwijk in overleg met de systeembeheerder;
11de vormgeving en inhoud van documenten, die rechtstreeks aan de BRP worden ontleend;
12de afhandeling van verzoeken omtrent managementgegevens;
13een zo spoedig mogelijke oplossing in geval van storingen binnen het toepassingssysteem, zo nodig door inschakeling van een derde.
Artikel 20
De applicatiebeheerder BRP is verantwoordelijk voor:
1de ondersteuning bij het gebruik van het toepassingssysteem;
2het tijdig opschonen van de relevante bestanden in de database;
3het beheer van de tabellen van de BRP;
4het beheer van de gebruikersdocumentatie.
Artikel 21
De applicatiebeheerder BRP is bevoegd:
1gegevensverwerkers en het personeel van externe afdelingen/diensten die direct toegang hebben tot de BRP aanwijzingen te geven over het gebruik van het toepassingssysteem;
2over het gebruik van de BRP gedragsregels op te stellen.
Artikel 22
De applicatiebeheerder BRP is verantwoordelijk voor de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de uitwijkprocessen zoals beschreven in de procedure uitwijk van het plan Informatiebeveiliging.
Artikel 23
De applicatiebeheerder BRP ziet erop toe dat voorgeschreven procedures uit het plan Informatiebeveiliging worden nageleefd.
Artikel 24
De applicatiebeheerder BRP neemt deel aan:
1het overleg genoemd in artikel 4, lid 5;
2het externe gebruikersoverleg.
Hoofdstuk 6 Het privacybeheer
Artikel 25
De privacybeheerder adviseert de informatiebeheerder en het college van burgemeester en wethouders over de privacyaspecten die voortvloeien uit de uitvoering van de Wet en Verordening BRP/reglement gegevensverstrekking BRP.
De privacybeheerder is verantwoordelijk voor:
1de advisering over de inhoudelijke afhandeling van de verzoeken als bedoeld in artikel 7, onder 2, 3 en 4 van deze regeling;
2het dagelijkse toezicht op de naleving van de privacyvoorschriften in relatie tot het gebruik van gegevens uit de BRP die voortvloeien uit de Wet BRP en de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
Artikel 26
De privacybeheerder adviseert over:
1de afhandeling van de verzoeken om inzage in de BRP overeenkomstig artikel 2.55 van de wet respectievelijk artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (inzage);
2de behandeling van alle verzoeken om verstrekkingsbeperking die op basis van artikel 2.59 van de wet ingediend worden en de eventuele privacytoets als bedoeld in artikel 3.21 lid 2 van de wet;
3de afhandeling van verzoeken ingevolge de artikelen 16, 17, 21 en 51 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming;
4de kennisgeving ingevolge artikel 19 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming;
5de afhandeling van verzoeken om inzage in verstrekkingen uit de BRP aan overheidsorganen en derden.
Artikel 27
De privacybeheerder is bevoegd:
1op grond van het in artikel 25, sub b genoemde toezicht, alle gebruikers van gegevens uit de BRP aanwijzingen te geven;
2ongevraagd advies uit te brengen over alle procedures en producten die betrekking hebben op de BRP, waarbij de persoonlijke levenssfeer in het geding is.
Artikel 28
De privacybeheerder is betrokken bij alle bezwaarschriftenprocedures die voortvloeien uit genomen beslissingen op grond van de Wet BRP en daarbij behorende regelingen, de Algemene Verordening Gegevensbescherming voor zover hierbij privacyaspecten aan de orde zijn.
Hoofdstuk 7 De gegevensverwerking
Artikel 29
De gegevensverwerkers voorzien in:
1het verwerken van de gegevens in de BRP overeenkomstig de voorschriften van de krachtens de wet voorgeschreven systeembeschrijving (Logisch Ontwerp GBA) en de handleiding uitvoeringsprocedures, voor zover daartoe door de applicatiebeheerder geautoriseerd;
2het verzamelen van de daarvoor bestemde gegevens;
3de archivering van de brondocumenten op grond waarvan de gegevens zijn verwerkt;
4de behandeling van mutaties;
5de behandeling van het netwerkverkeer;
6de behandeling van de foutverslagen, voortvloeiend uit de inkomende netwerk berichten;
7de toetsing van de waarde die aan overgelegde brondocumenten kan worden toegekend aan de hand van artikel 2.8 van de wet en ziet erop toe dat geen gegevens worden verwerkt uit documenten waaraan bij of krachtens de Wet geen ontleningstatus is gegeven;
8de dagelijkse controle van de in de BRP aangebrachte actualiseringen;
9de kennisgeving aan de ingeschrevene voor wat betreft de verwerking van:
•wijziging van het naamgebruik;
•vervolginschrijving voor zover het een adreswijziging betreft die leidt tot opname in de BRP;
10de toezending van de complete persoonslijst aan de ingeschrevene ingeval van een inschrijving in de BRP;
11de afhandeling van de verzoeken om inzage in de BRP overeenkomstig artikel 2.55 van de wet respectievelijk artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (inzage);
12de behandeling van alle verzoeken om verstrekkingsbeperking die op basis van artikel 2.59 van de wet ingediend worden en de eventuele privacytoets als bedoeld in artikel 3.21 lid 2 van de wet;
13de afhandeling van verzoeken ingevolge de artikelen 16, 17, 21 en 51 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming;
14de kennisgeving ingevolge artikel 19 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming;
15de afhandeling van verzoeken om inzage in verstrekkingen uit de BRP aan overheidsorganen en derden.
Artikel 30
De gegevensverwerkers:
1beslissen op aangiften en verzoekschriften die op grond van de wet worden gedaan met inachtneming van het gestelde in artikel 26 en voor zover hier niet op andere wijze in is voorzien;
2beslissen over het verwerken van resultaten van onderzoeken die zijn ingesteld naar aanleiding van een melding van een overheidsorgaan;
3stellen overheidsorganen in kennis van de beslissing ingevolge lid 2 van dit artikel.
Hoofdstuk 8 De toezichthouder/fraudecoördinator
Artikel 31
De toezichthouder als bedoeld in artikel 4.2 van de Wet BRP, is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de verplichtingen van de burger ingevolge hoofdstuk 2, afdeling 1, paragraaf 5 van de Wet BRP.
Artikel 32
De toezichthouder controleert of de burger voldoet zijn verplichtingen met betrekking tot de inschrijving in de BRP (artikel 2.38), de wijziging van diens adres (2.39), het rechtmatig gebruik van een briefadres (2.40 t/m 2.42), zijn vertrek uit Nederland (2.43), de verstrekking van alle inlichtingen die nodig zijn voor de bijhouding van de BRP.
Artikel 33
De toezichthouder ziet er op toe dat, indien de burger niet zelf aan zijn verplichtingen voldoet of kan voldoen, de verplichtingen worden vervuld door degene die daartoe bevoegd is op grond van de artikelen 2.49 en 2.50 van de Wet BRP.
Artikel 34
De toezichthouder ontleent de in lid 2 van dit artikel genoemde bevoegdheden aan hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De toezichthouder is in verband met de uitvoering van de taken als genoemd in artikel 32, bevoegd:
1met uitzondering van het zonder toestemming van een bewoner betreden van een woning, elke plaats te betreden met meeneming van apparatuur (zoals laptop, fotocamera);
2zich zonodig toegang verschaffen met behulp van de sterke arm;
3zich te laten vergezellen door personen die door hem zijn aangewezen;
4inlichtingen te vorderen;
5inzage te vorderen van een identiteitsbewijs;
6zakelijke gegevens te vorderen, kopieën te maken of documenten mee te nemen om te kopiëren;
7onderzoek te doen;
8rapport op te maken ter zake een geconstateerde overtreding van de bepalingen van de Wet BRP, als genoemd in artikel 32.
Artikel 35
De toezichthouder voert zijn werkzaamheden uit in samenspraak met de gegevensverwerker en koppelt het resultaat van zijn werkzaamheden terug aan de gegevensverwerker.
Artikel 36
De toezichthouder legt het resultaat van zijn werkzaamheden vast in een onderzoekrapportage en draagt zorg voor dossiervorming.
Artikel 37
De fraudecoördinator is verantwoordelijk voor:
1De signaleringen van woon- en adresfraude of actie ondernemen bij twijfelgevallen. In het kader van fraude uitkomsten delen met zowel binnen- als buitengemeentelijke afdelingen/organisaties.
2Samenwerking met gemeentelijke afdelingen of externe ketenpartners bevorderen, zoals regelmatige overleggen of het combineren van bevoegdheden, om woon- en adresfraude tegen te gaan;
3Het project Landelijke Aanpak Adreskwaliteit en het gebruik van de terugmeldvoorziening.
Hoofdstuk 9 Het beveiligingsbeheer
Artikel 38
De beveiligingsbeheerder is verantwoordelijk voor de inrichting, organisatie en uitvoering van het informatiebeveiligingsbeleid op het gebied van de persoonsinformatievoorziening.
De beveiligingsbeheerder is in het bijzonder verantwoordelijk voor de opstelling en uitvoering van het plan Informatiebeveiliging voor de gemeentelijke voorzieningen waarmee de SED-organisatie uitvoering geef aan de Wet BRP.
Artikel 39
De beveiligingsbeheerder ondersteunt en adviseert de informatiebeheerder op het gebied van informatiebeveiliging op zodanige wijze, dat de informatiebeheerder diens verantwoordelijkheid op grond van de artikelen 4 en 5 van dit reglement op deugdelijke wijze kan invullen.
De beveiligingsbeheerder coördineert de uitvoering van de beveiligingsmaatregelen van het Informatiebeveiligingsplan.
Artikel 40
De beveiligingsbeheerder is bevoegd:
1uit hoofde van diens verantwoordelijkheid als bedoeld in artikel 38, alle gebruikers van gegevens uit de BRP aanwijzingen te geven;
2ongevraagd advies uit te brengen over alle procedures en producten die betrekking hebben op de BRP, waarbij de beveiliging in het geding is.
Artikel 41
De beveiligingsbeheerder:
1onderkent en reageert op incidenten en adviseert over de maatregelen die nodig zijn om de gevolgen van een incident te beperken en om herhaling te voorkomen;
2stelt passende normen en controlemaatregelen op;
3implementeert beveiligingsmaatregelen;
4coördineert en handhaaft de uitvoering van de maatregelen als genoemd onder c.
Artikel 42
De beveiligingsbeheerder is het aanspreekpunt op het gebied van Informatiebeveiliging en bevordert het beveiligingsbewustzijn bij management en medewerkers.
Artikel 43
De beveiligingsbeheerder:
1neemt deel aan het in artikel 4, onder 5 genoemde overleg;
2participeert in de ontwikkeling en formulering van het gemeentebrede informatiebeveiligingsbeleid.
Artikel 44
De beveiligingsbeheerder rapporteert jaarlijks over de informatieveiligheid aan de informatiebeheerder en verzorgt de bijdragen aan de gemeentebrede managementrapportage over de informatieveiligheid met betrekking tot de persoonsinformatievoorziening.
Hoofdstuk 10 Het beveiligingscontrol
Artikel 45
De controller informatiebeveiliging is verantwoordelijk voor het toezicht op naleving van de beveiligingsmaatregelen en -procedures zoals uitgewerkt in het plan Informatiebeveiliging en met inachtneming van de voor de gemeente vastgestelde baseline informatiebeveiliging gemeenten.
Artikel 46
De controller informatiebeveiliging is bevoegd om het management van de afdeling Burgerzaken dwingende adviezen te geven ten aanzien van de naleving van de beveiligingsvoorschriften, die voortvloeien uit de Wet BRP en het plan Informatiebeveiliging.
Artikel 47
De controller informatiebeveiliging ziet er op toe dat:
1beveiligingsvoorschriften die voortvloeien uit de Wet BRP en het plan Informatiebeveiliging worden nageleefd;
2de in deze regeling opgenomen bepalingen inzake beveiliging worden nageleefd.
Artikel 48
De controller informatiebeveiliging adviseert rechtstreeks aan het college van burgemeester en wethouders over beveiligingsaspecten die uit het plan Informatiebeveiliging voortvloeien.
Artikel 49
De controller informatiebeveiliging voorziet in een jaarlijks verslag over de activiteiten inzake het Beveiligingsbeheer van de gemeentelijke voorziening BRP.
Hoofdstuk 11 Slotbepalingen
Artikel 50
De in deze regeling opgenomen bepalingen gelden voor de gemeentelijke voorzieningen als bedoeld artikel 1.2 juncto 1.4 van de Wet BRP evenals voor de in de gemeentelijke voorziening genoemde aangehaakte gegevens en voor de basisgegevens uit de BRP in het gegevensmagazijn.
Artikel 51
1Deze regeling treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is bekend gemaakt en werkt terug tot 25 mei 2018.
2De regeling beheer en toezicht Basisregistratie Personen gemeente Enkhuizen uit 2015 wordt ingetrokken.
Artikel 52
Deze regeling wordt aangehaald als Regeling beheer en toezicht Basisregistratie Personen Enkhuizen 2019.
Bijlage 1: Begrippen
In deze regeling zijn een aantal begrippen gebruikt waarvoor hieronder de definities zijn verwoord:
de Wet BRP:
de wet BRP (Stb. 2013, 315);
de gemeentelijke voorziening voor de BRP:
de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens over de ingeschrevenen van de gemeente waarvoor het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 1.9 van de wet BRP verantwoordelijk is;
gegevensmagazijn:
magazijn met persoonsgegevens over personen die zijn ingeschreven in de gemeentelijke voorziening aangevuld met de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens over personen die niet behoren tot de bevolking van de gemeente Enkhuizen;
ingeschrevene:
degene ten aanzien van wie een persoonslijst als bedoeld in artikel 1 van de Wet BRP, in de basisregistratie is opgenomen;
autorisatiebesluit:
een besluit als bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, van de Wet BRP betreffende de systematische verstrekking van persoonsgegevens uit de centrale voorzieningen;
informatiebeheerder:
de functionaris die namens het college burgemeester en wethouders is belast met de dagelijkse zorg voor de gemeentelijke voorziening, het gegevensmagazijn en het beheer van het autorisatiebesluit;
informatiebeheer:
het geheel van activiteiten gericht op beleidsvoorbereiding ter zake de BRP, de ontwikkeling van kwaliteitsprocedures, beveiligingsprocedures, verstrekking- en privacyprocedures, evenals de coördinatie bij de uitvoering van deze procedures;
plan Informatiebeveiliging:
informatiebeveiligingsplan voor de gemeentelijke voorziening;
beveiligingsbeheer:
het geheel van activiteiten gericht op de inrichting, organisatie en uitvoering van de beveiliging van de persoonsinformatievoorziening;
beveiligingscontrol:
het geheel van activiteiten gericht op het toezicht op de naleving van de maatregelen en procedures die voortkomen uit het plan Informatiebeveiliging;
gegevensbeheer:
het geheel van activiteiten gericht op de inhoudelijke kwaliteitszorg betreffende het gegevens verzamelen, de gegevensverwerking en de informatievoorziening;
systeembeheer:
het geheel van activiteiten gericht op het onderhouden van de technische aspecten van het toepassingssysteem, waarmee de gemeente uitvoering geeft aan de Wet BRP;
applicatiebeheer:
het geheel van activiteiten gericht op het ondersteunen van het toepassingssysteem voor de gemeentelijke voorziening en de waarborging van continuïteit aan de gebruikerszijde van de informatievoorziening;
privacybeheer:
het geheel van activiteiten gericht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer bij het verzamelen en verwerken van persoonsgegevens in de BRP en de informatievoorziening daaruit;
gegevensverwerking:
het ontlenen van gegevens aan documenten en deze op een voorgeschreven wijze middels het daartoe bestemde toepassingssysteem opnemen in een gegevensbestand;
toezicht:
het geheel van activiteiten gericht op de bewerkstelliging dat de burger zijn verplichten op grond van de Wet BRP nakomt.
fraudecoördinatie:
het geheel van activiteiten gericht op het bestrijden van woon- en adresfraude
Bijlage 2: Aanwijzing van beheerfunctionarissen door burgemeester en wethouders
Op grond van artikel 1, van de Regeling beheer en toezicht Basisregistratie Personen zijn de navolgende beheerfunctionarissen aangewezen:
Informatiebeheer
Als informatiebeheerder is aangewezen
Mevr. J.M. Dudink-Nieuweboer, teamleider Burgerzaken
Als plaatsvervangers zijn aangewezen
Afdelingshoofden SED-organisatie
Beveiligingsbeheer
Als beveiligingsbeheerder is aangewezen
Dhr. R. Driehuis, externe adviseur van Safe Harbour
Privacybeheerder
Als privacybeheerder is aangewezen
Mevr. M. Buijsman
Als plaatsvervanger is aangewezen
Mevr. C.M. Hansen
Systeembeheerder
Als systeembeheerder is aangewezen
Team Systeembeheer van SSC DeSom
Toezicht
Als toezichthouders zijn aangewezen
Alle medewerkers van de afdeling Dienstverlening
Toezichthouders voor het afleggen van huisbezoeken
Alle medewerkers van het team Burgerzaken
De medewerkers van de teams Toezicht en handhaving en OOV van de afdeling Ruimte
Fraudecoördinator
Dhr. T. Besteman
Beveiligingscontrol
Als controller informatiebeveiliging is aangewezen
Mevr. J.M. Dudink-Nieuweboer, teamleider Burgerzaken
Als plaatsvervanger is aangewezen
Informatiemanager
Enkhuizen,19 maart 2019De secretaris,Mevr. mr. M.J.SchadéDe burgemeester,E.A. vanZuijlen
Bijlage 3: Aanwijzing van beheerfunctionarissen door de informatiebeheerder
Op grond van artikel 2 van de Regeling beheer en toezicht Basisregistratie Personen zijn de navolgende beheerfunctionarissen aangewezen:
Gegevensbeheer
Als gegevensbeheerder BRP is aangewezen
Mevr. C.M. Hansen
Zijn/haar plaatsvervanger is
Mevr. M. Buijsman
Applicatiebeheer
Als applicatiebeheerder BRP is aangewezen
Dhr. P. Bakker,
Zijn/haar plaatsvervanger is
De medewerkers van Applicatiebeheer
Naast de gegevensbeheerder zijn tevens belast met het berichtenverkeer:
•Dhr. T. Besteman, team Burgerzaken
•Mevr. A.J. Groot, team Burgerzaken
•Mevr. L.S.R. Leeninga, team Burgerzaken
•Mevr. E. Bouwman, team Burgerzaken
•Mevr. M. Buijsman, team Burgerzaken
•Mevr. C.M. Hansen, team Burgerzaken
•Mevr. G. Elstak, team Burgerzaken
Gegevensverwerking
Als gegevensverwerkers worden alle medewerkers van het team Burgerzaken aangewezen.
Afnemen verklaringen artikel 2.8, lid 2 van de wet
De bevoegdheid tot het namens het college van burgemeester en wethouders afnemen van de in artikel 2.8, lid 2, onder sub e, van de wet bedoelde verklaring wordt toegekend aan:
•Dhr. T. Besteman, team Burgerzaken
•Mevr. A.J. Groot, team Burgerzaken
•Mevr. E. Bouwman, team Burgerzaken
•Mevr. M. Buijsman, team Burgerzaken
•Mevr. C.M. Hansen, team Burgerzaken
•Mevr. G. Elstak, team Burgerzaken
•Mevr. L.S.R. Leeninga, team Burgerzaken
Enkhuizen,19 maart 2019Mevr. J.M.Dudink-Nieuweboer,informatiebeheerder
Bijlage
Benoeming functionarissen waardedocumenten en registratie bevoegdheden
In de SED-organisatie worden de hieronder beschreven taken betreffende het waardedocumentenproces uitgeoefend door:
Reisdocumenten
Functie
Bevoegdheden
Naam
Functie
BF
AB
LBR
A
V
O
B
U
VN
VM
MA
R. Driehuis
De beveiligingsbeheerder
X
C.M. Hansen
de gegevensbeheerder BRP
X
X
Alle baliemedewerkers KCC
de allround medewerker KCC
X
X
X
X
X
X
X
M. Buijsman
Kwaliteitsmedew. BZ
X
X
X
X
E. Bouwman
Allround medew. BZ
X
X
X
X
X
alle allround medew. BZ
de allround medewerkers BZ
X
X
X
X
X
J. Fischer
de medewerker van De Som
X
P. Bakker
De applicatiebeheerder
X
Legenda
BF
de beveiligingsfunctionaris reis- en waardedocumenten
AB
Autorisatiebevoegde
LBR
Lokaal beheer RAAS
A
Aanvragen
V
Verzenden (Scannen)
O
Ontvangen (Inklaren)
VN
Vernietigen
VM
Vermissingen
MA
Mobiel aanvraagstation
Voor deze medewerkers zijn in de SED-organisatie organieke functiebeschrijvingen opgesteld. Voor de toepassing van het Informatiebeveiligingshandboek en de volledigheid is de tekst van deze functiebeschrijvingen hierna integraal opgenomen. De in de wetgeving opgenomen taken en verantwoordelijkheden maken integraal onderdeel uit van de hier genoemde functiebeschrijvingen.
De teamleider Burgerzaken is, met uitzondering van de rol van de beveiligingsfunctionaris reis- en waardedocumenten, bevoegd functionarissen aan te wijzen en wijzigingen aan te brengen.
Enkhuizen,19 maart 2019De secretaris,Mevr. mr. M.J.SchadéDe burgemeester,E.A. vanZuijlen
Toelichting op de regeling beheer en toezicht Basisregistratie Personen Enkhuizen 2019
Inleiding
Gelet op artikel 1.10 en 1.11 van de Wet Basisregistratie Personen (BRP) is het noodzakelijk om taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden te beschrijven in een regeling beheer en toezicht BRP.
Wet BRP
Op 6 januari 2014 is de wet BRP in werking getreden. De wet bepaalt dat alle persoonsgegevens in één centrale registratie komen: de Basisregistratie Personen. De BRP is onderdeel van een stelsel van basisregistraties en omvat de gegevens van de gemeentelijke administraties en de Registratie Niet Ingezetenen (RNI). De gemeenten beheren de gegevens van de ‘ingezetenen’, de inwoners van Nederland. In de RNI staan persoonsgegevens van personen die niet in Nederland wonen, maar wel een relatie met Nederland hebben, of personen die korter dan vier maanden in Nederland verblijven. De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) beheert de RNI.
Verplicht gebruik
Sinds 1 januari 2010 geldt volgens artikel 1.7 van de wet voor bestuursorganen de verplichting om bij de uitvoering van taken gebruik te maken van de persoonsgegevens uit de BRP. Naast het verplichte gebruik geldt ook de verplichte terugmelding. Dit houdt in dat alle afnemers en ook gemeentelijke organisatieonderdelen verplicht zijn bij twijfel over een persoonsgegeven hiervan melding te doen bij de betreffende gemeente.
Wettelijk kader
In artikel 1.10 van de wet BRP stelt de wetgever dat er nadere regels gesteld moeten worden aan de technische en administratieve inrichting, de beveiliging van de BRP en de privacybescherming.
In artikel 1.11 wet BRP verplicht de wetgever het college van burgemeester en wethouders zich te houden aan de nadere regels van de systeembeschrijving (vooralsnog Logisch Ontwerp GBA). Het logisch ontwerp schrijft in hoofdstuk 7 voor dat het college van burgemeester en wethouders functionarissen aan moet wijzen die een aantal beheertaken uitvoeren.
De gemeente is verantwoordelijk voor de kwaliteit van persoonsgegevens in de BRP. De kwaliteit wordt onder andere gewaarborgd door het doen van een jaarlijkse zelfevaluatie naar de kwaliteit van gegevens en de processen. In de vragenlijst van de zelfevaluatie zijn vragen opgenomen, gerelateerd aan de Baseline Informatiebeveiliging Gemeenten (BIG), over de vastlegging van de verschillende beheerstaken.
De taakverdeling
Deze regeling beschrijft een aantal beheerrollen, te weten, informatiebeheer, gegevensbeheer, applicatiebeheer, technisch beheer, beveiligingsbeheer en privacybeheer. Daarnaast ook de rollen van de gegevensverwerker, toezichthouder/fraudecoördinator en de beveiligingscontroller. Sommige rollen kunnen door dezelfde functionaris worden vervuld.
SED-organisatie
Vanaf 1 januari 2015 zijn de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland ambtelijk gefuseerd onder de naam SED-organisatie. Vanaf deze datum werken de medewerkers van de SED-organisatie voor de drie gemeenten.