Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enkhuizen
gelet op artikel 1:3, vierde lid, Algemene wet bestuursrecht, artikel 7:15 Algemene wet bestuursrecht en artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a, Besluit proceskosten bestuursrecht juncto onderdeel C.1. van de bij dat Besluit behorende bijlage,
besluit :
vast te stellen de volgende beleidsregels:
Beleidsregels over toepassing van de wegingsfactoren inzake kostenvergoeding aan belanghebbende in de bezwaar- en beroepsprocedures ten aanzien van belastingaangelegenheden Gemeente Enkhuizen.
Artikel 1 Begripsbepaling
In deze beleidsregel wordt verstaan onder een belastingbedrag:
1het bedrag van een belastingaanslag tezamen met de bij de belastingaanslag opgelegde bestuurlijke boete, of:
2indien geen belastingaanslag is vastgesteld, maar wel een bestuurlijke boete is opgelegd: het bedrag van de boete, of:
3het bedrag van de belasting die op aangifte is voldaan. Onder een belastingaanslag wordt mede verstaan een bedrag als bedoeld in artikel 233a, tweede lid, aanhef en onderdeel a, Gemeentewet .
Artikel 2 Wegingsfactoren
Voor de toepassing van de wegingsfactoren, die zijn genoemd in onderdeel C.1. van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht , wordt een zaak in beginsel aangemerkt als
a.zeer licht indien in geschil is:
1een belastingbedrag van minder dan € 450, of:
2een waarde van minder dan € 45.000, of:
3een belang, niet zijnde een belastingbedrag of een waarde, dat in zwaarte vergelijkbaar is met een belastingbedrag van minder dan € 450 dan wel met een waarde van minder dan € 45.000;
b.licht indien in geschil is:
1een belastingbedrag van € 450 of meer, maar minder dan € 900, of:
2een waarde van € 45.000 of meer, maar minder dan € 90.000, of:
3een belang, niet zijnde een belastingbedrag of een waarde, dat in zwaarte vergelijkbaar is met een belastingbedrag van € 450 of meer, maar minder dan € 900, dan wel met een waarde van € 45.000 of meer, maar minder dan € 90.000;
c.gemiddeld indien in geschil is:
1een belastingbedrag van € 900 of meer, maar minder dan € 6.750, of:
2een waarde van € 90.000 of meer, maar minder dan € 675.000, of:
3een belang, niet zijnde een belastingbedrag of een waarde, dat in zwaarte vergelijkbaar is met een belastingbedrag van € 900 of meer, maar minder dan € 6.750, dan wel met een waarde van € 90.000 of meer, maar minder dan € 675.000;
d.zwaar indien in geschil is:
1een belastingbedrag van € 6.750 of meer, maar minder dan € 22.500, of:
2een waarde van € 675.000 of meer, maar minder dan € 2.250.000, of:
3een belang, niet zijnde een belastingbedrag of een waarde, dat in zwaarte vergelijkbaar is met een belastingbedrag van € 6.750 of meer, maar minder dan € 22.500, dan wel met een waarde van € 675.000 of meer, maar minder dan € 2.250.000;
e.zeer zwaar indien in geschil is:
1een belastingbedrag van € 22.500 of meer, of:
2een waarde van € 2.250.000 of meer, of:
3een belang, niet zijnde een belastingbedrag of een waarde, dat in zwaarte vergelijkbaar is met een belastingbedrag van € 22.500 of meer, dan wel met een waarde € 2.250.000 of meer.
Artikel 3 Inwerkingtreding en citeerartikel
1Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking op de in artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht voorgeschreven wijze
2Deze beleidsregels worden aangehaald als “beleidsregels wegingsfactoren inzake kostenvergoeding aan belanghebbende in de bezwaar- en beroepsprocedures”