Aanhef
De raad van de gemeente Emmen;
gelezen het voorstel van het college van , nr;
gelet op artikel 2 van de Huisvestingswet en artikel 149 van de Gemeentewet;
gezien het advies van de Commissie Bestuur, Middelen en Economie;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
VERORDENING VOOR STANDPLAATSEN VAN WOONWAGENS 2005
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.standplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h van de Woningwet;
b.woonwagen: een woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid , onderdeel e van de Woningwet;
c.huisvestingsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Huisvestingswet.
d.College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen;
Artikel 2 Toepassingsbereik
Deze verordening is van toepassing op de in de gemeente gerealiseerde en nog te realiseren standplaatsen van woonwagens.
Artikel 3 Verbodsbepaling
Het is verboden zonder vergunning van het college met een woonwagen een standplaats in gebruik te nemen of bezet te houden.
Artikel 4 Aanvragen van vergunning
1Degene die in de gemeente een standplaats wil innemen met een woonwagen, dient hiervoor een schriftelijke aanvraag in op een door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier.
2De aanvrager verstrekt bij het indienen van de aanvraag aan het college de volgende gegevens:
a.de naam, burgerlijke staat en personalia van de aanvrager en van de eventueel tot het huishouden behorende personen;
b.het adres van herkomst;
c.het adres, met aanduiding van huisnummer, van de locatie waar de aanvrager standplaats wenst in te nemen.
Artikel 5 Voorwaarden voor inschrijving
1Het college gaat over tot inschrijving op de in artikel 6 genoemde lijst indien:
a.de aanvrager 18 jaar of ouder is en
b.een aanvraagformulier volledig is ingevuld.
2Als de datum van inschrijving geldt de datum van ontvangst van het aanvraagformulier.
3Aan de aanvrager wordt zo spoedig mogelijk een inschrijvingsbewijs verstrekt.
Artikel 6 Wachtlijst
1Het college stelt een wachtlijst vast van kandidaten die voor een standplaats in aanmerking wensen te komen.
2Kandidaten kunnen zich laten inschrijven op de wachtlijst indien is voldaan aan de voorwaarden, genoemd in artikel 5.
3De wachtlijst vermeldt de namen van de kandidaten in volgorde van inschrijving.
Artikel 7 Vervallen van de inschrijving
De inschrijving als gegadigde voor een standplaats van een woonwagen vervalt:
a.indien de ingeschrevene andere woonruimte - zoals een andere standplaats, een woning of een ligplaats - wordt toegewezen en hij deze woonruimte heeft geaccepteerd;
b.bij overlijden van de ingeschrevene.
Artikel 8 Toewijzing
1Het college wijst alleen dan een standplaats toe indien de aanvrager staat ingeschreven op de in artikel 6 genoemde lijst.
2De standplaats wordt toegewezen aan een aanvrager wiens naam bovenaan de lijst staat.
Artikel 9 Verlenen van de vergunning
Een huisvestingsvergunning wordt verleend voor een onbepaalde periode, is persoonsgebonden en niet overdraagbaar.
Artikel 10 Intrekken van de vergunning
Het college kan de huisvestingsvergunning intrekken indien:
1de standplaats niet binnen een termijn van vier weken na de bekendmaking van het besluit tot verlening van de vergunning wordt ingenomen; indien de termijn is verlengd en de standplaats nog niet is ingenomen, kan de vergunning na afloop van de termijn van de verlenging worden ingetrokken of;
2de vergunninghouder binnen twee weken na de bekendmaking schriftelijk te kennen heeft gegeven hiervan geen gebruik te maken of;
3gebleken is van onjuistheid van de door de aanvrager bij de inschrijving verstrekte gegevens of;
4de vergunninghouder in strijd handelt met de bepalingen van deze verordening.
Artikel 11 Hardheidsclausule
Het college kan artikel 8 buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het doel van deze verordening leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel
1Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop het wetsvoorstel “Dualisering gemeentelijke medebewindsbevoegdheden” in werking treedt.
2Op hetzelfde tijdstip wordt de “Huisvestingsverordening voor standplaatsen van woonwagens”, vastgesteld bij raadsbesluit van 24 februari 2000, ingetrokken.
3Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening voor standplaatsen van woonwagens 2005”.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van
de griffier,
de voorzitter,
J.A: Hekman
C. Bijl