Aanhef
De raad van de gemeente Emmen;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 november 2025;
gelet op het bepaalde in artikel 229 eerste lid onder a van de Gemeentewet;
besluit:
Vast te stellen de volgende Verordening op de heffing en invordering van campergelden 2026
Artikel 1- Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.Camperplaats: speciaal voor campers ingericht en afgebakend gedeelte van de openbare weg aan het Westeind te Emmen, voorzien van het verkeersbord E8n;
b.Camper: een motorvoertuig ingericht om buitenshuis te verblijven met de mogelijkheid tot overnachten;
c.Gebruiker: degene die de camperplaats inneemt. Als gebruiker wordt aangemerkt:
-de eigenaar van de camper;
-in geval van verhuur van de camper, degene op wiens naam de huurovereenkomst is gesteld (de huurder);
-indien geen eigenaar of huurder aanwezig is, degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;
d.Etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uur, gemeten vanaf 9 uur ’s morgens;
Artikel 2 – Belastbaar feit
Onder de naam campergeld wordt een recht geheven voor het innemen van een camperplaats. Daaronder vallen niet de optionele diensten die met het innemen van de camperplaats verband houden zoals de afname van elektra etc.
Artikel 3 – Belastingplicht
Belastingplichtig is de gebruiker die een camperplaats inneemt.
Artikel 4 – Tarief
Het tarief voor het innemen van een camperplaats bedraagt €15,20 inclusief 9% btw per etmaal (exclusief toeristenbelasting en exclusief kosten voor het afnemen van optionele diensten zoals elektra).
Artikel 5 – Heffingstijdvak
Het heffingstijdvak bedraagt tenminste één etmaal en vangt aan op de dag waarop de camperplaats wordt ingenomen.
Artikel 6 – Wijze van heffing
Het recht wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij aanvang van het parkeren of in gebruik nemen van een camperplaats in werking stellen van de (betaal)apparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.
Artikel 7 – Tijdstip van betaling
Het recht moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren of het in gebruik nemen van een camperplaats.
Artikel 8 – Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdgelang
1Het recht bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van het heffingstijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht;
2Indien de belastingplicht in de loop van een etmaal aanvangt, is de belasting verschuldigd voor een volledig etmaal;
3Indien de belastingplicht in de loop van een etmaal eindigt, is de belasting verschuldigd voor een volledig etmaal en bestaat geen aanspraak op gedeeltelijke ontheffing van het verschuldigde recht.
Artikel 9 – Kwijtschelding
Bij de invordering van campergeld wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 10 - Inwerkingtreding en citeertitel
1De ‘Verordening campergelden 2025’ van 19 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking.
3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
4Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening campergelden 2026”.