Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Emmen 2025 (aanpassing 2026)

Gemeente Emmen · geldt sinds 4 maart 2026

Aanhef

1Bijgaande "Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Emmen 2025 (aanpassing 2026)" vast te stellen en per 1 maart 2026 in werking te laten treden;

2Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Emmen 2025" per 1 maart 2026 in te trekken.

Hoofdstuk 5 – Ondersteuning op maat

5.1.1 Begeleiding

Begeleiding ten aanzien van de zelfredzaamheid of participatie, wordt verstrekt als ondersteuning op maat, indien geen andere oplossingen mogelijk zijn om tot vermindering of het wegnemen van de beperking(en) te komen. Bij begeleiding gaat het om het tijdelijk ondersteunen bij of het oefenen met vaardigheden of handelingen, het tijdelijk ondersteunen bij of aanbrengen van structuur, het voeren van regie, of het overnemen van toezicht op de inwoner. Het uitgangspunt is dat begeleiding 1 op 1 en face-to-face plaatsvindt. Hierbij kan worden gekozen om een deel van de begeleiding digitaal in te vullen of door middel van groepsbijeenkomsten. Het is het wel van belang dat de individuele leerdoelen en resultaten centraal staan.

Voorbeelden:

Het kan gaan om zaken als het helpen plannen van activiteiten, het regelen van dagelijkse zaken, het nemen van besluiten en het structureren van de dag. Maar ook hulp bij het omgaan met instanties, het uitvoeren van eenvoudige en/of complexe taken, het nakomen van afspraken, het met geld om kunnen gaan, het doen van de administratie, het regelen en behouden van huisvesting, het behouden en bevorderen van een sociaal netwerk. Het kan ook gaan om hulp bij het openbaar vervoer, hulp bij of overnemen van oppakken, aanreiken, verplaatsen van dagelijks noodzakelijke dingen zoals het oppakken van dingen die op de grond zijn gevallen als een leesbril, het aanreiken van dingen die buiten bereik zijn geraakt zoals een kussen, het verplaatsen van een boek, telefoon e.d. Het betreft ook hulp bij het plannen en stimuleren van contact in de persoonsgebonden sociale omgeving. Of hulp bij communicatie in de persoonsgebonden omgeving bij bijvoorbeeld afasie. Het geven van inzicht in de gevolgen van mogelijke besluiten, hulp bij het zich aan regels of afspraken houden, het corrigeren van besluiten of gedrag.

Er bestaan twee vormen van begeleiding. Begeleiding en gespecialiseerde begeleiding. Beide vormen worden geïndiceerd aan de hand van de Leidraad doelen begeleiding.

Afwegingskader

Begeleiding

•De inwoner is door beperkingen onvoldoende zelfredzaam of niet in staat tot participatie. De inwoner ervaart hierdoor beperkingen op het gebied van de sociale redzaamheid, het bewegen en verplaatsen, het psychisch functioneren, het geheugen, de oriëntatie en het vertonen van probleemgedrag.

•Ten aanzien van de ondersteuningsvraag worden andere oplossingen, zoals ondersteuning vanuit andere wetgeving, de inzet van eigen kracht, gebruikelijke hulp, hulp vanuit het sociaal netwerk, mantelzorg, gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen, eerst beoordeeld.

•Begeleiding is noodzakelijk met het oog op het zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen in de eigen leefomgeving.

Voorbeelden:

Specifieke algemeen gebruikelijke oplossingen kunnen gevonden worden in: een agenda, plannings-, administratieve- en financiële computerprogramma’s, vrijwilligers die ondersteunen bij belastingaangifte of andere administratieve zaken, automatische overschrijvingen via de bank, wekkers etc. Maar het kan ook gaan om gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen, zoals een lichtgewicht ergonomische handgrijper om voorwerpen op te pakken. Het aanbod is dichtbij huis, vrij toegankelijk voor wie tot de doelgroep van de voorziening behoort

19Memorie van Toelichting Wmo 2015, p.27

en regulier, bijvoorbeeld welzijnswerk, kinderopvang of sport. Bij algemene voorzieningen kan gedacht worden aan ondersteuning vanuit het maatschappelijk werk.

Begeleiding is onderverdeeld in de categorieën licht, midden en zwaar waarbij er meer tijd per doel wordt toegekend bij zwaardere problematiek.

Licht

Lichte ondersteuning houdt in het ondersteunen bij het aanbrengen van structuur, dan wel het uitvoeren van regie en/of het ondersteunen bij praktische vaardigheden/handelingen en het participeren in de maatschappij. Taken die de inwoner zelf niet of tijdelijk niet (meer) kan verrichten, kunnen worden overgenomen. De inwoner heeft voldoende ziekte-inzicht om eigen beperkingen te kunnen herkennen. Hierbij gaat het voornamelijk om het compenseren van vaardigheden. Denk hierbij aan het samen opruimen van de kamer, bellen naar een professional of de post ordenen.

Midden

In deze categorie wordt methodisch handelen verwacht van de begeleider. Er wordt doelgericht gewerkt aan het behalen van de gestelde doelen. Het gaat hierbij om het aanleren van vaardigheden. Het resultaat kan zijn (gedeeltelijk) herstel, behoud of vertraging in (mogelijke) achteruitgang van de zelfredzaamheid van inwoner. Inwoner heeft een verstoord ziekte-inzicht waardoor er sprake is van een (licht) verstoord zelfbeeld op het gebied van beperkingen. Bij begeleiding midden is sprake van:

a.meer complexe ziektebeelden. Er is sprake van zodanige stoornissen en beperkingen dat kennis van het ziektebeeld en deskundigheid in de omgang hiermee noodzakelijk is.

b.Meer complexe activiteiten. Er is bijvoorbeeld toezicht en sturing nodig op het psychische of lichamelijke functioneren van de inwoner. Of inwoner is juist leerbaar en er kan geoefend worden met het aanbrengen van structuur en/of het uitvoeren van handelingen en/of vaardigheden. Denk hierbij aan: toepassen van de geleerde vaardigheden vanuit een behandeling, ventileren over verslaving/psychische beperkingen. Begrenzen van gedrag en inzicht krijgen.

Zwaar

Bij begeleiding zwaar is sprake van specifieke begeleiding aan inwoners met een combinatie van zware fysieke, cognitieve en/of sociaal-emotionele beperkingen. Er is vaak sprake van (veel) risico’s zoals geweld, misbruik, overlast, maatschappelijke onrust en/of teloorgang. Er is een gedeelde verantwoordelijkheid vanuit organisaties die ondersteuning bieden (zorgverleners, behandelaren, veiligheidshuis). Deze inzet gaat vaak samen met andere vormen van zorg. De mate van betrokkenheid van deze inwoners is meestal minimaal, soms zorg mijdend, zorg afhoudend of neemt geen tot zeer weinig regie. Daarnaast is sprake van een combinatie van multi-problematiek of problemen op verschillende levensgebieden. Denk hierbij aan: OGGZ, reclassering, verslaving, daklozen, GGZ, hoarding.

•De verantwoordelijkheid van de gemeente houdt op als vastgesteld is dat iemand recht heeft op zorg en verblijf ten laste van de Wlz, omdat de inwoner is aangewezen op permanent toezicht en 24 uur per dag zorg in de nabijheid, ook als de inwoner deze zorg thuis ontvangt. Voorts hebben inwoners duidelijk afgebakende aanspraken op zorg als omschreven in de Zvw. De ondersteuning vanuit de Wmo kan samengaan met de zorg vanuit de Zvw. Het oordeel/de visie van de behandelaar over prognose, behandelbaarheid, e.d. is belangrijk om mee te nemen in de afweging tot welk domein de ondersteuningsvraag behoort. Voor onderdelen waarvoor (nog) geen recht op zorg bestaat, kan de inwoner een beroep doen op ondersteuning door de gemeente.

Gespecialiseerde begeleiding

•Voor inwoners met een somatische beperking, een verstandelijke of lichamelijke handicap, een chronische vorm van niet-aangeboren hersenletsel, een psychiatrische beperking (langdurige psychische stoornis) in combinatie met beperkingen in sociale redzaamheid, bij wie reguliere begeleiding onvoldoende ondersteuning biedt, wordt gespecialiseerde begeleiding ingezet. Daarbij gaan deze beperkingen gepaard met matig of zwaar regieverlies en/of met een matige of zware invaliderende beperking. Bij deze groep is specialistische kennis nodig. De inwoner heeft het nodig dat een gedragswetenschapper betrokken wordt bij het ontwikkelplan. De gedragswetenschapper kan in- of extern benaderd worden. De complexiteit van het gedrag van de inwoners vraagt een nog hoger niveau van vaardigheden in zowel de omgang met de inwoner als in de methodische manier van werken om aan de gestelde doelen te kunnen werken. De focus ligt op handhavingsdoelen, waarbij tevens aandacht is voor activerende elementen. De gespecialiseerde begeleiding bestaat uit het begeleiden in verband met ernstig tekortschietende vaardigheden in het zelfregelend vermogen (dagelijkse bezigheden regelen, besluiten nemen, plannen en uitvoeren van taken, beheerszaken regelen, communicatie, sociale relaties, organisatie van de huishouding) alsmede begeleiding bij de mogelijke integratie in de samenleving en sociale participatie. Ook kan ondersteuning nodig zijn bij sociaal-emotionele problematiek die samenhangt met de stoornis.

•Het gaat om ondersteuning die bedoeld is voor inwoners met reguliere begeleiding en specifieke problemen waardoor specialistische inzet nodig is.

•De focus van gespecialiseerde begeleiding ligt op handhavingsdoelen, maar er is tevens aandacht voor activerende elementen.

Begeleiding naast behandeling

De hoofdregel bij de afbakening Wet maatschappelijke ondersteuning - Zorgverzekeringswet (Wmo - Zvw) is, dat wanneer de begeleiding is ingegeven door geneeskundige zorg (behandeling), de begeleiding valt onder de Zvw. Bijvoorbeeld wanneer een FACT team (Flexibele Assertive Community Treatment) is ingezet, kan hiervan sprake zijn, of wanneer een forensische zorgtitel van toepassing is. Het toepassen van het geleerde tijdens de behandeling in het dagelijks leven is onderdeel van de Wmo.

Persoonlijke verzorging

Persoonlijke verzorging is een onderdeel van de zelfredzaamheid van inwoners. Indien de persoonlijke verzorging niet zelfstandig kan worden uitgevoerd en in het verlengde ligt van begeleiding, kan hiervoor op grond van de Wmo ondersteuning worden verleend.

Het college onderzoekt of de behoefte aan persoonlijke verzorging verband houdt met de zelfredzaamheid (ADL-activiteiten) en in het verlengde ligt van begeleiding. Hangt de behoefte aan persoonlijke verzorging samen met de behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop, dan valt de persoonlijke verzorging onder de Zvw

20Zie artikel 2.10 Besluit Zorgverzekeringswet.

.

Bij persoonlijke verzorging op grond van de Wmo wordt beoordeeld in hoeverre het gaat om het kunnen uitvoeren van de algemeen dagelijkse levensverrichtingen. Het gaat om het aansporen van inwoners tot het uitvoeren van de Adl-activiteiten en het ondersteunen bij dergelijke activiteiten. Het kan gaan om het in en uit bed komen, het aan- en uitkleden, bewegen, lopen, lichamelijke hygiëne en het innemen van medicijnen.

Checklist persoonlijke verzorging:

•De verzorging ligt in het verlengde van de (overige) begeleiding.

•De ondersteuning is gericht op behoud of verbeteren van zelfredzaamheid van mensen die hulp nodig hebben bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL).

•De verzorging is niet ingegeven door behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop.

5.1.2 Dagbesteding

Dagbesteding is gericht op het bieden van dagstructuur en/of het ontlasten van de mantelzorger. Dagbesteding biedt de inwoner een structurele, activerende daginvulling, door deel te nemen aan recreatieve of maatschappelijke activiteiten. Het activiteitenprogramma als geheel biedt de inwoner structuur, sociale contacten en zingeving. Bij de activiteiten wordt ook begeleiding geboden, afhankelijk van de specialistische kennis die hiervoor vereist is. Ook vrijwilligers en mantelzorgers kunnen een belangrijk deel van de zorg en begeleiding bieden, evenals de inwoner zelf als deze in staat is om het programma mede vorm te geven.

Het gaat om het bieden van activiteiten met als doel een andersoortige vorm van dagstructurering dan arbeid of school en daarnaast om zelfredzaamheid, cognitieve capaciteiten en vaardigheden zoveel mogelijk te handhaven en/of gedragsproblematiek te reguleren. Uitgangspunt is dat 4 tot 6 dagdelen dagbesteding per week doorgaans in voldoende mate leidt tot daginvulling en ontlasting van de omgeving. Noodzaak tot toekenning van meer dagdelen dient gemotiveerd te worden. De toekenning van het aantal dagdelen blijft altijd maatwerk.

Er bestaan twee vormen van dagbesteding. Dagbesteding en gespecialiseerde dagbesteding. Ook wordt onderscheid gemaakt tussen educatieve dagbesteding en arbeidsmatige dagbesteding. De vormen van dagbesteding worden geïndiceerd aan de hand van het normenkader begeleiding.

Educatieve activiteiten

•Educatieve activiteiten zijn bedoeld om de talenten, competenties en vaardigheden van de inwoner te ontwikkelen en/of de sterke en minder sterke kanten van zichzelf te accepteren. Van hieruit is de opstap naar arbeidsmatige activiteiten mogelijk.

•Educatieve activiteiten kunnen worden ingezet als de inwoner nog niet in staat is om zelfstandig vrijwilligerswerk of onderwijs te volgen.

Arbeidsmatige activiteiten

•Arbeidsmatige activiteiten betreffen activiteiten met een zelfstandig karakter waarbij het vaak gaat om het tot stand brengen van een product of dienst, afgestemd op de mogelijkheden en interesse van de inwoner om daarmee werkervaring op te doen.

•Arbeidsmatige activiteiten hebben betekenis in het kader van persoonlijke ontplooiing en verkenning van individuele mogelijkheden, bijvoorbeeld gericht op het opdoen van arbeidservaring of het toeleiden naar een (on-)betaalde baan;

•Arbeidsmatige activiteiten zijn gericht op het aanleren en/of onderhouden van arbeidsvaardigheden.

•Arbeidsmatige activiteiten zijn gericht op herstel van inwoners met psychiatrische en/of psychische achtergrond (rehabilitatiedoelen) en dragen bij aan bevordering van maatschappelijke (re-)integratie.

•Er is een stimulerend leer- en oefenmilieu. Indien van toepassing vindt samenwerking plaats met Menso en de EMCO-Groep (sociale werkvoorziening/beschut werk) over de werkzaamheden en de verdere mogelijkheden tot arbeidsintegratie.

•Er is geen sprake van loonvormende arbeid of verdringing van betaalde arbeid.

Gespecialiseerde dagbesteding

Bij gespecialiseerde dagbesteding is gaat het over specifieke groepsbegeleiding aan inwoners waarbij sprake is van een chronisch beeld met complexe problematieken als gevolg van beperkingen, chronische psychische of psychosociale problemen of verslavingsproblematiek. Deze inwoners hebben gedurende de dag deskundige begeleiding nodig met veel aandacht, zorg en ondersteuning. In veel gevallen is een Wlz aanvraag aan de orde. Daarnaast moet sprake zijn van adequate omgevingscondities, bijvoorbeeld een rustige prikkelarme omgeving die is aangepast aan de mogelijkheden en beperkingen van de inwoner. Dit vergt extra en flexibele inzet van personeel, kleinere groepen en een specialistisch aanbod van activiteiten. Concreet uit zich dit vaak in het extra moeten scholen van personeel (specialistische kennis), extra inzet op de groep (1-op1) en activiteiten die aangepast of ontwikkeld moeten worden zodat de inwoner deze (veilig) kan uitvoeren. Dit betreft dan uitzonderlijke omstandigheden waarop reguliere dagbesteding niet is ingericht.

Afwegingskader

Dagbesteding

•Een inwoner kan in aanmerking komen voor reguliere dagbesteding indien de inwoner wegens zijn beperkingen niet in staat is om zelfstandig of met behulp van de omgeving tot een daginvulling te komen. Met enige begeleiding kan de inwoner nog wel zelfstandig activiteiten verrichten. De inwoner kan niet (meer) werken of gebruik maken van regulier onderwijs.

•De gemeente zal eerst onderzoeken of een algemene voorziening, bijvoorbeeld in de vorm van een inloop bij een buurthuis of een koffie-ochtend, passend is om te voorzien in de ondersteuningsvraag.

•De inwoner met hulpvraag is door zijn/haar beperkingen onvoldoende zelfredzaam. De inwoner ervaart hierdoor beperkingen op het gebied van de sociale zelfredzaamheid, het bewegen en verplaatsen, het psychisch functioneren, het geheugen, de oriëntatie en het vertonen van probleemgedrag.

•Ten aanzien van de hulpvraag worden andere oplossingen, zoals ondersteuning vanuit andere wetgeving, de inzet van eigen kracht, gebruikelijke hulp, hulp vanuit het sociale netwerk, mantelzorg, gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen, eerst beoordeeld.

•Bij lichte problematiek is de inwoner (nog) niet of niet meer toe aan een ondersteuning op maat in de vorm van gespecialiseerde dagbesteding.

Gespecialiseerde dagbesteding

•Indien de inwoner behalve structuur ook gespecialiseerde zorg en/of toezicht bij zelfzorg en/of communicatie nodig heeft, zal de inwoner aangewezen zijn op dagbesteding met intensieve begeleiding. De begeleidingsintensiteit is dan hoog, er is intensief tot voortdurend ondersteuning, toezicht en/of zorg nodig waarvoor een hoge mate van specialistische kennis vereist is. De omgeving dient te zijn aangepast aan de mogelijkheden en beperkingen van de inwoner met hulpvraag. Dit varieert van passende condities geïntegreerd in de maatschappij tot volledig beschut.

•Deskundige begeleiding en adequate omgevingscondities bepalen, naast de aard en inhoud van het activiteitenprogramma, het resultaat.

•Bij de zwaardere variant van dagbesteding is sprake van een chronisch beeld met complexe problematiek als gevolg van beperkingen, chronisch psychische of psychosociale problemen of verslavingsproblematiek. Vaak is er een combinatie van beperkingen, zoals een ernstige verstandelijke beperking met één of meer psychiatrische of lichamelijke beperkingen of een zintuigelijke en een psychiatrische beperking met gedragsproblemen. De inwoner is aangewezen op een gespecialiseerde vorm van dagbesteding, vanwege complexe problematiek, waarbij wordt aangesloten bij de mogelijkheden en wensen van de deelnemer.

Vervoer naar dagbesteding

•Indien de inwoner niet beschikt over vervoer van en naar de dagbesteding (met behulp van partner, mantelzorger of anderen uit het sociale netwerk), wordt het vervoer georganiseerd door de organisatie die de dagbesteding levert. Het collectief vervoer is hier in beginsel niet voor bedoeld.

•Van vorenstaande kan worden afgeweken in situaties waarbij sprake is van dagbesteding bij één van de landelijk georganiseerde organisaties (bijvoorbeeld Visio) in verband met een visuele beperking.

Hoofdstuk 7 – Beschermd wonen

7.3 Voorzieningen beschermd wonen

7.3.1 Beschermd wonen Intramuraal

Omschrijving:

Wooncomponent:

•Huisvesting: intramuraal verblijf

Begeleidingscomponent:

•De begeleiding is 24 uur per dag aanwezig op locatie

Doelgroep:

▪ Er is sprake van forse beperkingen in het dagelijks leven als gevolg van psychische, psychiatrische en/of psychosociale aandoeningen, waarbij cliënt intensieve begeleiding nodig heeft.

▪ Cliënt is niet voldoende in staat om eigen hulpvraag te formuleren en/of uit te stellen, waarbij de begeleiding een signalerende functie heeft.

▪ Cliënt heeft een tijdelijke veilige woonomgeving nodig die bescherming, stabiliteit en structuur biedt. Cliënt kan ook begrenzing in gedrag nodig hebben om te kunnen omgaan met emoties of het voorkomen van het veroorzaken van overlast.

▪ Bij Cliënt bestaat een hoog risico op ontregeling of decompensatie zoals bijvoorbeeld psychotische gevoeligheid, het ervaren van angsten, depressie, somberheid en/of het horen van stemmen. Complicaties kunnen leiden tot risicovolle situaties.

Verblijf in accommodatie van aanbieder:

▪ Cliënt verblijft in een accommodatie van de aanbieder (binnen de muren van de aanbieder). De cliënt betaalt hiervoor geen vergoeding aan de aanbieder,

▪ De woont in een veilige, beschermde omgeving waar toezicht, stabiliteit, structuur en ondersteuning geboden wordt. De samenstelling van de cliënten binnen de accommodatie is dusdanig dat deze voor alle cliënten veilig is en ontwikkelingsmogelijkheden biedt.

▪ Onderdeel van het verblijf zijn ook activiteiten in het kader van welzijn, zoals gezamenlijke momenten voor koffiedrinken en elkaar ontmoeten.

Toezicht:

▪ Er is 24 uur per dag, 7 dagen per week begeleiding in accommodatie aanwezig van wie cliënt ondersteuning ontvangt of kan ontvangen. In de nachtelijke uren is er een slaapwacht aanwezig.

▪ Er vinden verspreid over de dag geplande- en ongeplande contactmomenten plaats op verzoek van cliënt wat aansluit op wat is beschreven in het ondersteuningsplan en op initiatief van aanbieder.

Begeleiding:

De begeleiding is gericht op het vergroten van de eigen regie en zelfredzaamheid van cliënt, waaronder het aanleren van nieuwe competenties, praktische en sociale vaardigheden en het bevorderen van gedragsverandering. Het kan betekenen dat de intensiteit en gerichtheid van ondersteuning kan wisselen. De ondersteuning wordt zowel individueel als in groepsverband geboden. Dit is afhankelijk van de behoefte van cliënt. Begeleiding in groepsverband kan zijn; gezamenlijk koffiedrinken, samen koken en eten, maar ook het aanleren van vaardigheden zoals leren koken en samenwerken.

Eisen aan de beroepskracht

▪ Begeleiding en toezicht wordt verleend door een professional met aantoonbaar HBO of MBO-4 werk- en denkniveau. De HBO-professional is door de MBO-4 professional direct te bereiken.

▪ Begeleiding en toezicht kan geboden worden door een MBO-3 professional onder direct aansturen van een HBO-professional. Een HBO professional dient altijd als achterwacht bereikbaar te zijn. Indien de situatie er om vraagt is fysieke aanwezigheid van de HBO professional nodig.

▪ De toegestane verhouding is één HBO-medewerker op twee MBO-3 medewerkers.

▪ De HBO-professional is betrokken als casusregisseur en achterwacht/supervisor. De HBO-professional heeft een signalerende rol in de behoefte van op- en afschaling binnen de voorzieningen als dit aansluit op de ondersteuning die cliënten nodig hebben.

Randvoorwaarden:

▪ Aanbieder biedt dit product als geheel aan;

▪ Voor verblijf, begeleiding en toezicht geldt dat aanbieder naast MBO-professionals, beschikt over voldoende HBO-professionals

▪ De aanbieders hebben geregeld dat HBO-professional ook in de avond- en nachtelijke uren inzetbaar is.

Eigen bijdrage:

•Inwoners betalen de intramurale eigen bijdrage o.g.v. het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

7.3.2 Beschermd wonen nabij

Omschrijving:

Wooncomponent:

•Huisvesting: intramuraal verblijf

Begeleidingscomponent:

•Begeleiding is 24 uur per dag beschikbaar (in de avonduren op afroep)

Doelgroep:

▪ Er is sprake van forse beperkingen in het dagelijks leven als gevolg van psychische, psychiatrische en/of psychosociale aandoeningen, waarbij de cliënt intensieve begeleiding nodig heeft.

▪ Cliënt is in staat om - met ondersteuning - zijn hulpvraag te formuleren, de urgentie hiervan te bepalen en deze kortdurend uit te stellen.

▪ Cliënt heeft een tijdelijke veilige woonomgeving nodig die bescherming, stabiliteit en structuur biedt. Cliënt kan ook begrenzing in gedrag nodig hebben om te kunnen omgaan met emoties of het veroorzaken van overlast te voorkomen.

▪ Bij cliënt bestaat een risico op ontregeling of decompensatie zoals bijvoorbeeld psychotische gevoeligheid, het ervaren van angsten, depressie, somberheid en/of het horen van stemmen. Complicaties kunnen leiden tot risicovolle situaties.

Verblijf in accommodatie van aanbieder:

▪ Cliënt verblijft in een accommodatie van aanbieder (binnen de muren van de aanbieder). Cliënt betaalt hiervoor geen vergoeding aan de aanbieder,

▪ Cliënt woont in een veilige, beschermde omgeving waar toezicht, stabiliteit, structuur en ondersteuning geboden wordt. De samenstelling van cliënten binnen de accommodatie is dusdanig dat deze voor iedereen veilig is en ontwikkelingsmogelijkheden biedt.

▪ De woonomgeving sluit aantoonbaar aan bij hulpvraag van cliënt.

▪ Onderdeel van het verblijf zijn ook activiteiten in het kader van welzijn worden geboden, zoals gezamenlijke momenten voor koffiedrinken en ontmoeten.

Toezicht:

▪ Er is 24 uur per dag, 7 dagen per week begeleiding in accommodatie mogelijk van wie cliënt ondersteuning ontvangt of kan ontvangen. In de avond- en nachtelijke uren is er ondersteuning op afroep (binnen 15 minuten) aanwezig.

▪ De begeleiding maakt met cliënt vaste afspraken over noodsituaties in de avond- en nachturen.

▪ Er vinden verspreid over de dag geplande en ongeplande contactmomenten plaats op verzoek van cliënt wat aansluit op wat is beschreven in het ondersteuningsplan en op initiatief van aanbieder.

Begeleiding:

De begeleiding is gericht op het vergroten van de eigen regie en zelfredzaamheid van cliënt, waaronder het aanleren van nieuwe competenties, praktische en sociale vaardigheden en het bevorderen van gedragsverandering. Dit betekent dat de intensiteit en gerichtheid van ondersteuning kan wisselen. De begeleiding heeft een signalerende functie op de geplande-en ongeplande momenten. De ondersteuning wordt zowel individueel als in groepsverband geboden. Dit is afhankelijk van de behoefte van cliënt. Begeleiding in groepsverband kan zijn; gezamenlijk koffiedrinken, samen koken en eten, maar ook het aanleren van vaardigheden zoals leren koken en samenwerken

Eisen aan de beroepskracht

▪ Begeleiding en toezicht wordt verleend door een professional met aantoonbaar HBO of MBO-4 werk- en denkniveau. De HBO-professional is door de MBO-4 professional direct te bereiken.

▪ Begeleiding en toezicht kan geboden worden door een MBO-3 professional onder directe van een HBO-professional. Een HBO professional dient altijd als achterwacht bereikbaar te zijn. Indien de situatie er om vraagt is fysieke aanwezigheid van de HBO professional nodig.

▪ De toegestane verhouding is één HBO-medewerker op twee MBO-3 medewerkers.

▪ De HBO-professional is betrokken als casusregisseur en achterwacht/supervisor. De HBO-professional heeft een signalerende rol in de behoefte van op- en afschaling binnen de voorzieningen als dit aansluit op de ondersteuning die cliënten nodig hebben.

Randvoorwaarden:

▪ Aanbieder biedt dit product als geheel aan;

▪ Voor verblijf, begeleiding en toezicht geldt dat aanbieder naast MBO-professionals, beschikt over voldoende HBO-professionals.

▪ Aanbieders hebben geregeld dat HBO-professionals ook in de avond- en nachtelijke uren inzetbaar is zijn.

Eigen bijdrage:

•Inwoners betalen de intramurale eigen bijdrage o.g.v. het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

7.3.3 Begeleid Wonen

Omschrijving:

Wooncomponent:

▪ Huisvesting: extramuraal, buiten de muren van aanbieder in een woning van aanbieder. Voorziening is inclusief wooncomponent.

Begeleidingscomponent:

•Begeleiding is 24 uur per dag beschikbaar (op afroep)

Doelgroep:

▪ Er is sprake van beperkingen in het dagelijks leven als gevolg van psychische, psychiatrische en/of psychosociale aandoeningen, waarbij cliënt intensieve begeleiding nodig heeft.

▪ De cliënt is in staat om – eventueel met ondersteuning - zijn hulpvraag te formuleren, de urgentie hiervan te bepalen en deze uit te stellen.

▪ Bij cliënt bestaat enig risico op ontregeling of decompensatie zoals bijvoorbeeld psychotische gevoeligheid, het ervaren van angsten, depressie, somberheid en/of het horen van stemmen.

▪ Cliënt is (met ondersteuning) zelf in staat, regie en grip op zijn leven hebben en te houden.

▪ Bij terugval kan cliënt een beroep doen op begeleiding.

▪ Cliënt woont zelfstandig, waarbij (intensieve) ondersteuning nodig is die 24/7 bereikbaar en beschikbaar is. Reguliere ambulante ondersteuning, die alleen op geplande momenten (op werkdagen en overdag) mogelijk zijn, is vooralsnog onvoldoende om zelfstandig te kunnen gaan of blijven wonen.

Verblijf in accommodatie van aanbieder

▪ Woning is in eigendom van aanbieder, of wordt door aanbieder gehuurd van derden. Cliënt betaalt hiervoor geen vergoeding of huur aan aanbieder.

▪ Cliënt verblijft tijdelijk in een woning van aanbieder waar stabiliteit en structuur kan worden geboden, op momenten als cliënt het nodig heeft. Cliënt leert o.a. hoe een huurder zich hoort te gedragen in de wijk.

Toezicht:

▪ Er is 24 uur per dag een dekkende combinatie van aanwezigheid en nabijheid van professionals, van wie cliënt inwoner ondersteuning ontvangt of kan ontvangen. Voor de avond- en nachturen is er minimaal begeleiding op afroep en indien noodzakelijk binnen 30 minuten aanwezig kan zijn.

▪ De begeleiding maakt met cliënt inwoner vaste afspraken over noodsituaties.

Er vinden verspreid over de dag geplande en ongeplande contactmomenten plaats op verzoek van cliënt wat aansluit op wat is beschreven in het ondersteuningsplan en op initiatief van aanbieder.

Begeleiding:

De begeleiding is gericht op het vergroten van de eigen regie en zelfredzaamheid van cliënt. Dit betekent voor cliënt dat de aangeleerde competenties, praktische en sociale vaardigheden worden toegepast en cliënt deze kan vasthouden. Bij de inzet van de begeleiding, wordt gekeken wat cliënt nodig heeft en wat passend is. Dit betekent dat de intensiteit en gerichtheid van ondersteuning kan wisselen. Er wordt toegewerkt naar alleen planbare momenten. Wanneer het de cliënt niet lukt om ondersteuning te vragen, heeft de begeleiding een signalerende functie op de geplande-en ongeplande momenten.

Eisen aan de beroepskracht

▪ Begeleiding en toezicht wordt verleend door een professional met aantoonbaar HBO of MBO-3 of 4 werk- en denkniveau. De HBO-professional is door de MBO- 3 of 4 professional direct te bereiken.

▪ De HBO-professional is betrokken als casusregisseur en achterwacht/supervisor. De HBO-professional heeft een signalerende rol in de behoefte van op- en afschaling binnen de voorzieningen van een inwoner als dit aansluit op de ondersteuning die de inwoner nodig heeft.

Randvoorwaarden:

▪ Aanbieder biedt dit product als geheel aan;

▪ Voor begeleiding en toezicht geldt dat aanbieder naast MBO-professionals, beschikt over voldoende HBO-professionals.

▪ Aanbieders hebben geregeld dat HBO-professionals ook in de avond- en nachtelijke uren inzetbaar zijn.

Eigen bijdrage:

•Inwoners betalen de intramurale eigen bijdrage o.g.v. het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

7.3.4 Thuis Plus

Omschrijving:

Wooncomponent:

▪ Huisvesting: eigen woonruimte

Begeleidingscomponent:

▪ Woonbegeleiding

▪ Begeleiding is 24 uur per dag beschikbaar (op afroep)

Doelgroep:

▪ Er is sprake van beperkingen in het dagelijks leven als gevolg van psychische, psychiatrische en/of psychosociale aandoeningen, waarbij de cliënt intensieve begeleiding nodig heeft.

▪ Cliënt is in staat om zelfstandig zijn hulpvraag te formuleren, de urgentie hiervan te bepalen en deze uit te stellen.

▪ Bij cliënt bestaat enig risico op ontregeling of decompensatie zoals bijvoorbeeld psychotische gevoeligheid, het ervaren van angsten, depressie, somberheid en/of het horen van stemmen.

▪ Cliënt is (met ondersteuning) zelf in staat, regie en grip op zijn leven te hebben en te houden.

▪ Bij terugval kan de cliënt een beroep doen op begeleiding.

▪ Cliënt woont zelfstandig, waarbij (intensieve) ondersteuning nodig is die 24/7 bereikbaar en beschikbaar is. Reguliere ambulante ondersteuning, die alleen op geplande momenten (op werkdagen en overdag) mogelijk zijn, is vooralsnog onvoldoende om zelfstandig te kunnen gaan of blijven wonen.

Verblijf in accommodatie:

▪ Woning wordt door cliënt zelfstandig gehuurd of via driepartijen overeenkomst of omklapmodel toegewerkt naar zelfstandige huur van woning.

Toezicht:

▪ Er is 24 uur per dag, 7 dagen per week een dekkende combinatie van aanwezigheid en nabijheid van professionals, van wie cliënt ondersteuning ontvangt of kan ontvangen. Voor de avond- en nachturen is er minimaal begeleiding op afroep en indien noodzakelijk binnen 30 minuten aanwezig kan zijn.

▪ De begeleiding maakt met cliënt vaste afspraken over noodsituaties.

Voorziening Thuis Plus zwaar:

▪ Er vinden verspreid over de week geplande en ongeplande contactmomenten plaats op verzoek van cliënt wat aansluit op wat is beschreven in het ondersteuningsplan en op initiatief van de aanbieder. Hierbij variëren de uren in de ondersteuningsbehoefte van cliënt tussen de 7 en 10 uur per week.

Voorziening Thuis Plus licht:

Er vinden verspreid over de week geplande en ongeplande contactmomenten plaats op verzoek van cliënt wat aansluit op wat is beschreven in het ondersteuningsplan en op initiatief van aanbieder. Hierbij variëren de uren in de ondersteuningsbehoefte van cliënt tussen de 4 en 6 uur per week.

Begeleiding:

De begeleiding is gericht op het vergroten van de eigen regie en zelfredzaamheid van cliënt. Dit betekent voor cliënt dat de aangeleerde competenties, praktische en sociale vaardigheden worden toegepast en de cliënt deze kan vasthouden. Dit betekent dat de intensiteit en gerichtheid van ondersteuning kan wisselen. Er wordt toegewerkt naar alleen planbare momenten. Wanneer het cliënt niet lukt om ondersteuning te vragen, heeft de begeleiding signalerende functie op de geplande-en ongeplande momenten.

Eisen aan de beroepskracht

•Begeleiding en toezicht wordt verleend door een professional met aantoonbaar HBO of MBO-3 of 4 werk- en denkniveau. De HBO-professional is door de MBO- 3 of 4 professional direct te bereiken.

▪ De HBO-professional is betrokken als casusregisseur en achterwacht/supervisor. De HBO-professional heeft een signalerende rol in de behoefte van op- en afschaling binnen de voorzieningen van een cliënt als dit aansluit op de ondersteuning die de cliënt nodig heeft.

Randvoorwaarden:

▪ Aanbieder biedt dit product als geheel aan;

▪ Voor begeleiding en toezicht geldt dat aanbieder naast MBO-professionals, beschikt over voldoende HBO-professionals.

▪ Aanbieders hebben geregeld dat HBO-professionals ook in de avond- en nachtelijke uren inzetbaar is.

Eigen bijdrage:

•Inwoners betalen de extramurale eigen bijdrage o.g.v. het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

Uitzondering

De voorzieningen zoals beschreven in dit document zijn leidend voor de indicatie van Beschermd Wonen. Indien de voorzieningen voor Beschermd Wonen niet passend of toereikend zijn bij de ondersteuningsbehoefte van cliënt, kan hier in zeer uitzonderlijke gevallen van worden afgeweken. Dit is maatwerk en moet blijken uit de motivering. Indien nodig wordt een sociaal-medisch advies gevraagd om de noodzaak vast te stellen.

Naast de ingezette vorm van beschermd wonen kunnen de volgende modules worden ingezet:

7.3.5 Module Begeleiding Plus

Omschrijving:

Begeleiding Plus wordt geboden als aanvulling op de reguliere woonbegeleiding. De inzet is in principe tijdelijk, zo kort als mogelijk, gericht op een afschaling naar reguliere woonbegeleiding. Begeleiding Plus is geen behandeling zoals bedoeld in de Zorgverzekeringswet. Begeleiding Plus kan worden ingezet wanneer er sprake is van een van onderstaande situaties. Het is niet mogelijk om in deze module te ‘stapelen’.

Beperkingen van lichamelijke aard:

▪ Extra begeleiding kan nodig zijn indien sprake is van beperkingen van lichamelijke aard, waarbij meer verzorging/verpleging noodzakelijk is. Dat betekent dat naast psychische problematiek ook matige tot ernstige beperkingen zijn op lichamelijk (somatisch) of verstandelijk gebied. Door deze beperkingen heeft de cliënt meer ondersteuning dan gemiddeld nodig:

▫ er is bijvoorbeeld hulp van 2 of meer personen nodig

▫ er is hulp nodig bij het maken van transfers en het zich verplaatsen (bijvoorbeeld gebruik van een tillift, niet zelf in en uit bed kunnen gaan, gebruik rolstoel etcetera)

▪ Daarnaast geldt voor de gehele groep dat gedurende de dag meer ondersteuning nodig is bij het functioneren (er is meer begeleiding nodig bij sociale redzaamheid en psychosociaal functioneren).

▪ De module Begeleiding Plus voor de grondslag beperkingen van lichamelijke aard kan alleen worden ingezet bij de voorziening Beschermd Wonen Intramuraal.

Gedragsproblematiek

▪ Extra begeleiding kan nodig zijn indien sprake is van gedragsproblematiek, zoals verslaving of destructief gedrag (dit heeft invloed op de gehele groep).

▪ Cliënt moet continu worden bijgestuurd in gedrag. De cliënt legt veel druk op de sociale omgeving (manipulatief, destructief, agressief gedrag) en kan slecht functioneren in een groep.

▪ Cliënt is moeilijk te corrigeren en vertoont weinig lerend vermogen. Regelmatig is sprake van zelfverwondend of zelfbeschadigend gedrag.

▪ De cliënt heeft in dat geval te maken met multiproblematiek. Maar ook in geval van een dreigende crisis, terugval, een toename van probleemgedrag of zorgmijding kan extra begeleiding noodzakelijk zijn.

▪ Daarnaast geldt voor de gehele groep dat er gedurende de dag meer ondersteuning nodig is bij het functioneren (er is meer begeleiding nodig bij de sociale redzaamheid en psychosociaal functioneren).

▪ De module Begeleiding Plus voor de grondslag gedragsproblematiek kan alleen worden ingezet bij de voorziening Beschermd Wonen Intramuraal.

Zelfstandigheid 18-23 jaar

▪ Extra begeleiding kan nodig zijn wanneer extra inspanning nodig is bij het ontwikkelen van sociale en cognitieve vaardigheden en competenties gericht op (de weg naar) volwassenheid en zelfstandigheid.

▪ Jongeren die zich in een kwetsbare positie bevinden, kunnen problemen hebben op verschillende leefgebieden en krijgen vanaf hun achttiende te maken met wetgeving en beroepspraktijken die niet goed aansluiten bij hun behoeften of leefwereld.

▪ Jongeren zitten in een fase waarin ze nog erg gevormd worden. Deze fase is zeer belangrijk omdat het bepaalt hoe ze zich straks in de maatschappij staande gaan houden. Daarom is goede sturing en begeleiding juist in deze fase nodig.

Criteria:

▪ Jongere heeft een hulpverleningsachtergrond, bijvoorbeeld vanuit de Jeugdwet.

▪ Er is geen ondersteunend netwerk aanwezig.

▪ Er is dagelijks geplande en ongeplande ondersteuning en begeleiding nodig.

▪ Er dient gemotiveerd en onderbouwd te worden waarom de reguliere begeleiding niet toereikend is.

▪ Er valt te denken aan extra begeleiding welke gericht is op:

▫ Afstemming met instanties en derden. Er valt te denken aan onderwijs/werk en Menso: er wordt gewerkt aan het volgen van een opleiding, behalen van een startkwalificatie of het vinden van werk.

▫ De overgang van 18- naar 18 +;

▫ werken aan (herstellen van) familiebanden/sociaal netwerk;

▫ werken aan sociale en cognitieve vaardigheden zoals: leren om verantwoordelijkheid te nemen, omgang met financiën, omgang met anderen etc.

▪ De module Begeleiding Plus voor de grondslag zelfstandigheid 18-23 jaar kan alleen worden ingezet bij de voorziening Begeleid Wonen of Thuis Plus.

7.3.6 Module Participatie

Omschrijving

De module Participatie wordt geboden in het kader van activering en (maatschappelijke) participatie. De module wordt in twee vormen aangeboden:

•Educatieve activiteiten

•Arbeidsmatige activiteiten

Educatieve activiteiten:

▪ Educatieve activiteiten zijn bedoeld om de talenten, competenties en vaardigheden van cliënt te ontwikkelen en/of de sterke en minder sterke kanten van zichzelf te accepteren. Van hieruit is de opstap naar arbeidsmatige activiteiten mogelijk.

▪ Educatieve activiteiten kunnen worden ingezet als cliënt nog niet in staat is om zelfstandig vrijwilligerswerk of onderwijs te volgen.

Arbeidsmatige activiteiten:

▪ Arbeidsmatige activiteiten betreffen activiteiten met een zelfstandig karakter waarbij het vaak zal gaan over het tot stand brengen van een product of dienst, afgestemd op de mogelijkheden en interesses van cliënt om daarmee werkervaring op te doen.

▪ Arbeidsmatige activiteiten hebben betekenis in het kader van persoonlijke ontplooiing en verkenning van individuele mogelijkheden, bijvoorbeeld gericht op het opdoen van arbeidservaring of het toe leiden naar een (on-) betaalde baan;

▪ Arbeidsmatige activiteiten zijn gericht op het aanleren en/of onderhouden van arbeidsvaardigheden;

▪ Arbeidsmatige activiteiten zijn gericht op herstel van cliënten met psychiatrische en/of psychische achtergrond (rehabilitatiedoelen) en dragen bij aan bevordering van maatschappelijke (her)integratie.

▪ Er is een stimulerend leer- en oefenmilieu. Indien van toepassing vindt samenwerking plaats met Menso en de EMCO-Groep (sociale werkvoorziening/beschut werk) over de werkzaamheden en de verdere mogelijkheden tot arbeidsintegratie.

▪ Er is geen sprake van loonvormende arbeid of verdringing van betaalde arbeid.

Uitgangspunten:

▪ De module Participatie kan worden ingezet als dit aansluit bij de ondersteuningsbehoefte van cliënt.

▪ Voor de inzet van de module Participatie is de richtlijn dat 4 tot 6 dagdelen doorgaans in voldoende mate leidt tot activering en (maatschappelijke) participatie. Noodzaak tot toekenning van meer dagdelen dient gemotiveerd te worden. De toekenning van het aantal dagdelen blijft altijd maatwerk. Hierbij dient altijd rekening te worden gehouden met dat voldoende tijd en ruimte in de weekplanning dient te worden behouden, om te werken aan de doelen welke door Stichting De Toegang zijn opgesteld.

▪ Het bevorderen van de participatie is altijd onderdeel van het ondersteuningsplan.

▪ De zorgvraag van cliënt is altijd leidend. Als men geen (vrijwilligers)werk of onderwijs kan volgen, dan kan er gekeken worden naar de inzet van de module Participatie.

▪ De module Participatie past bij de individuele behoefte, vaardigheden en interesses van cliënt.

▪ De module Participatie kan alleen ingezet worden voor activiteiten die bijdragen aan vooraf opgestelde doelen en die ontwikkeling en perspectief op participatie bevorderen.

▪ De module Participatie vindt in principe niet vrijblijvend plaats. Bij deelname aan activiteiten wordt op cliënt ‘gerekend’ door de aanbiedende organisatie.

▪ De module Participatie kan niet worden ingezet voor een reguliere dagstructurering die in de woon- en verblijfssituatie wordt geboden.

▪ De module Participatie kan niet ingezet worden voor ‘algemene’ daginvulling zoals gezelligheid in de woning (gezamenlijk koffiedrinken, activiteit ondernemen).

Alternatieven

▪ Trajecten op grond van de Participatiewet zijn voorliggend op de inzet van de module Participatie.

▪ Hobby’s of sport via een (sport)vereniging. Daarnaast kunnen cliënten met een minimum inkomen mogelijk een beroep doen op minimaregelingen die gericht zijn op participatie. De mogelijkheden hiertoe verschillen per gemeente.

7.3.7 Module Vervoer

Omschrijving:

Indien cliënt niet in staat is om zelfstandig naar een locatie te reizen in het kader van participatie, kan gemeente hiervoor een vervoersindicatie afgeven.

Doelgroep:

▪ Cliënten die gebruik maken van participatie en tijdelijk dan wel permanent niet in staat zijn van het reguliere OV en/of eigen vervoer gebruik te maken.

Randvoorwaarden:

▪ Deze module is alleen gelijktijdig in te zetten met de module Participatie.

▪ Aanbieder is verantwoordelijk voor het organiseren van een tijdige en veilige vervoersvoorziening.

▪ Indien cliënt aan een rolstoel gebonden is kan er een indicatie voor rolstoelvervoer worden afgegeven.

Tarief:

Het tarief voor vervoerskosten betreft maatwerk. Dit is mede afhankelijk van het aantal kilometers dat afgelegd dient te worden en de vervoersvorm, waarbij wordt gekeken naar de goedkoopst adequate voorziening.

Bijlage 1: Verklarende woordenlijst

Afwegingskader

Het kader om een ondersteuningsvraag te beoordelen.

De gemeente

Het college van burgemeester en wethouders.

Gebruikelijke hulp

Hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten.

Ondersteuning op maat

Maatwerkvoorziening als bedoeld in de Wmo 2015

32Artikel 1.1.1.Wmo 2015

. Op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen.

Overbelasting

Alle vormen van bovengebruikelijke hulp die de draaglast van de persoon die ondersteuning verleend te boven gaat.

Participatie

Deelnemen aan het maatschappelijke verkeer.

Sociaal netwerk

Personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt.

Zelfredzaamheid

In staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden.

Bijlage 2: Lijst van wettelijk voorliggende-, algemeen gebruikelijke- en algemene voorzieningen

Wettelijk voorliggende voorzieningen

•ondersteuning of zorg op grond van de Wet langdurige Zorg (Wlz);

•jeugdzorg op grond van de Jeugdwet;

•kinderopvang op grond van de Wet op de kinderopvang;

•de leefvervoersvergoeding op grond van artikel 35 lid 3 Wet en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA);

•ondersteuning of zorg op grond van de Zorgverzekeringswet;

•een verhuiskostenvergoeding van de woningcorporatie op grond van het Besluit toegelaten instellingen;

•opvang in het kader van de Wet Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers;

•opvang in een vrijheidsbeperkende locatie op grond van de Vreemdelingenwet.

Algemeen gebruikelijke voorzieningen

•tandem

•fiets (met lage instap)

•stalling voor (driewiel)fiets

•personenauto en de gebruikskosten die daaraan verbonden zijn

•auto-accessoires: airco, stuurbekrachtiging, elektrisch bedienbare ruiten, trekhaak

•eenhendelmengkraan

•thermostatische kraan

•2e trapleuning

•keramische of inductie kookplaat

•verhoogd toilet of toiletverhoger

•antislipvloer/coating en wandbeugels

•zonwering (inclusief elektrische bediening)

•ophoging tuin/bestrating bij verzakking

•ergonomische handgrijper

•planning/agenda computer programma’s

•automatische overschrijvingen via de bank

•reguliere of speciale vormen van onderwijs of arbeid

•boodschappenservice

•sta-op-stoel

•ramenwasser (buitenramen)

•sociale alarmering

•klussendiensten

•de ramenwasservice

Algemene voorzieningen

33Het betreft een niet limitatieve lijst waarbij de gemeente bij toepassing hiervan altijd rekening houdt met de persoonskenmerken van de persoon met ondersteuningsvraag.

•(winter)opvang dak- en thuislozen

•inloopvoorziening

•cliëntondersteuning

•rolstoelpools en scootmobielpools

Bijlage 3: Informatie pgb-vertegenwoordiger

Iemand helpen met een pgb-budget

Binnenkort gaat u iemand helpen met een persoonsgebonden budget (pgb). U bent danpgb-vertegenwoordiger. Iemand wil zorg inkopen met een persoonsgebonden budget (pgb) van de gemeente Emmen. U wilt deze persoon daarmee helpen. Om iemand met een pgb te helpen komt het nodige kijken. Onderstaande 10 punten helpen u om te kijken of deze hulp bij u past.

Lijst wat u moet kunnen

Als pgb-vertegenwoordiger moet u bepaalde dingen kunnen. De Rijksoverheid heeft hiervoor een lijst gemaakt.

1U weet welke zorg de persoon waarvoor u dingen regelt nodig heeft.

2U kunt de regels en verplichtingen die horen bij het pgb (online) vinden.

3U kunt een duidelijke administratie bijhouden.

4U kunt goed communiceren met verschillende organisaties, zoals de gemeente, sociale verzekeringsbank (SVB) en zorgverleners.

5U kunt actie ondernemen en onafhankelijkvooreen zorgverlener kiezen.

6U kunt afspraken maken en deze keuzes uitleggen aan de gemeente Emmen.

7U kunt beoordelen of de geleverde zorg geschikt en van goede kwaliteit is.

8U kunt zorg bij zorgverlenersregelen,zodatdezorgookbij vrije dagen en ziekte door kan gaan.

9U kunt de zorgverlenerslatendoenwatisafgesproken en gaat met hen in gesprek als zij hun werk niet goed doen.

10U kunt genoeg (juridische) kennis over pgb vinden.

Uitleg

Hieronder leest u meer over de kennis en vaardigheden die u als vertegenwoordiger nodig heeft om met een pgb te werken.

Het inkopen van de zorg (zorginhoudelijk)

•Een belangrijke voorwaarde is dat de persoon die u helpt met het pgb zorg inkoopt die van goede kwaliteit is (kwalitatief verantwoorde zorg). U als vertegenwoordiger moet kunnen beoordelen of de geleverde zorg goed is. U bekijkt of de zorg die wordt geleverd aansluit bij de eisen van de gemeente Emmen. Bijvoorbeeld: Is de zorgaanbieder goed in zijn werk (deskundig)?

•Ook moet er een gezonde situatie zijn. Zo moet de zorgaanbieder doen wat er in het gespreksverslag staat. De zorgaanbieder moet aan de doelen voldoen. Hoe de zorgaanbieder de doelen uitvoert moet in een ondersteuningsplan staan.

•U moet de persoon voor wie u pgb-vertegenwoordiger bent goed kunnen helpen. Ook moet u weten wanneer u een klacht in moet dienen.

Het inkopen van de zorg (financieel/administratief)

•U moet kunnen bewijzen dat de zorg is geleverd. En u moet urenbriefjes of facturen controleren en goedkeuren.

•U heeft vaak contact met de persoon voor wie u pgb- vertegenwoordiger bent. Dan kijkt u of de afgesproken zorg is geleverd en past bij de zorg die nodig is. Ook controleert u of alles gaat zoals het is afgesproken.

Onafhankelijkheid

Als pgb-vertegenwoordiger bent u ervoor degene die u helpt en niet voor de zorgaanbieder. Dat betekent dat u de taken onafhankelijk uitvoert. Een zorgaanbieder mag u niet betalen als pgb-vertegenwoordiger. En u mag geen zakelijke relatie hebben met een pgb-beheerder of zorgaanbieder.

Veranderingen doorgeven

De persoon die pgb krijgt moet alle veranderingen en andere dingen die van invloed zijn op de gekregen zorg doorgeven. Wij verwachten dat u als pgb-vertegenwoordiger dit doet voor de persoon die u helpt. Dat betekent dat:

•u voor elke verandering in de gekregen zorg een nieuwe zorgovereenkomst en zorgbeschrijving naar de SVB stuurt;

•u wijzigingen doorgeeft die van invloed kunnen zijn op het pgb, en/of toegekendezorg aan de gemeente en/of stichting De Toegang. Denk hierbij aan:

–uitstel (surseance) van betaling

–faillissement

–(verzoek tot) schuldsanering (Wsnp)

–geen of een fout adres in de gemeentelijke basisadministratie

–opname in bijvoorbeeld het ziekenhuis

–verhuizing

–detentie

Fraude en misbruik

Als u denkt dat er sprake is van misbruik door personen of organisaties waar u zorg heeft ingekocht, neemt u dan contact op met de gemeente. Wanneer de gemeente fraude of misbruik vaststelt kunnen wij het betaalde pgb terugvragen van de klant of derden (pgb-vertegenwoordiger en/of zorgaanbieder). Dit gebeurt pas wanneer er is vastgesteld dat er sprake is van opzettelijk handelen of grove nalatigheid.

Einde ondersteuning betekent einde pgb

Het pgb stoptals de gemeente bepaalt datde zorg nietlanger nodig is of wanneer de zorg niet langer goed is geregeld. Zijn de taken die horen bij het goed, gezond en veilig regelen van het pgb niet goed uitgevoerd? Dan kan de persoon die eerder pgb kreeg, alleen nog zorg in natura krijgen. Wij bepalen dan welke zorgverlener u krijgt.

Meer informatie

Wilt u meer informatie over pgb-vertegenwoordiging? Kijk dan op de site van de Sociale verzekeringsbank (www.svb.nl) of op de site van Per Saldo (www.pgb.nl).

Wat u moet doen

Wilt u pgb-vertegenwoordiger worden van iemand uit de gemeenteEmmen? Dan meldt u dit bij de SVB en de gemeente.

•Sluit een zorgovereenkomstafmetdezorgaanbieder. Deze kunt u vinden op de site van de sociale verzekeringsbank (SVB).

•Vul de ‘verklaring pgb-vertegenwoordiger’ hieronder in en lever deze in bij De Toegang.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.