Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel Paasvuren 2020

Gemeente Emmen · geldt sinds 8 maart 2022

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen;

gelet op de artikelen 10.63 lid 2 Wet Milieubeheer, 5:22 Algemene plaatselijke Verordening gemeente Emmen 2017;

besluit

1De beleidsregel Paasvuren 2020 gemeente Emmen vast te stellen.

2De beleidsregel Vreugdevuren gemeente Emmen 2006 in te trekken.

4 Ontheffingsprocedure

4.3 Voorschriften

4.3.1 Droogte-index:

De droogte-index geeft aan hoe groot het risico op natuurbrand is. De droogte-index geeft de gemiddelde waarden over de laatste 24 uur. Dit wordt uitgedrukt in de fasen 1 of 2. Daarbij geldt dat in fase 1 sprake is van een klein gevaar tot een verhoogd gevaar. Bij fase 2 is sprake van groot tot zeer groot gevaar.

De droogte-index is terug te vinden op www.natuurbrandrisico.nl. De index geeft aan hoe groot het risico van natuurbrand op dat moment is. De voorschriften zijn aan de hand van deze index als volgt bepaald.

4.3.2 Basisvoorschriften

De basisvoorschriften gaan uit van normale omstandigheden. Van normale omstandigheden is sprake wanneer de droogte-index fase 1 aangeeft. De voorschriften zijn als volgt:

a.Paasbulten zijn niet groter dan 1.000 m3.

b.Paasbulten zijn stabiel en aaneengesloten opgebouwd.

c.De paasbult mag alleen worden opgebouwd met onbehandeld, organische materialen, zoals kerstbomen, takken- en/of snoeihout en overig onbehandeld hout.

d.De aanvrager stelt een verantwoordelijke aan die 18 jaar en ouder en is en verantwoordelijk is voor de naleving van de voorschriften. Ook is deze persoon tijdens en na de activiteit als verantwoordelijke aanspreekbaar voor de daarvoor aanwezen personen.

e.De afstand tussen een paasvuur en gebouwen met een rieten dak is minimaal 200 meter.

f.De afstand tussen een paasvuur en overige bebouwing is minimaal 50 meter.

g.De afstand tussen een paasvuur en heide, veen, een bos en andere natuurgebieden is minimaal 100 meter.

h.De afstand tussen een paasvuur en de rijksweg (A-weg / 130 km/u), provinciale weg (N-weg 100 en 80 km/u), waterweg en spoorweg is minimaal 500 meter.

i.De afstand tussen een paasvuur en overige openbare wegen is minimaal 20 meter.

j.De afstand tussen een paasvuur en een bovengrondse hoogspanningskabels en ondergrondse leidingen is minimaal 30 meter.

k.Een paasvuur wordt alleen ontstoken als de windkracht 5 Beaufort of minder is (daarbij geldt KNMI is leidend).

l.De initiatiefnemer is aansprakelijk voor eventuele schade die is toegebracht aan eigendommen van derden, die het rechtstreeks gevolg zijn van het opbouwen of verbranden van een vreugdevuur/paasvuur. De initiatiefnemer wordt niet ontheven van aansprakelijkheid door zich aan de in deze regeling genoemde voorschriften te houden.

m.De initiatiefnemer moet zorgen voor een dekkende WA-verzekering.

4.3.3 Aangescherpte voorschriften

De aangescherpte voorschriften gaan uit van bijzondere omstandigheden. Van bijzondere omstandigheden is sprake wanneer de droogte-index fase 2 aangeeft. Als aanvulling op de basisvoorschriften gelden de volgende voorschriften:

a.De ondergrond onder en rond het paasvuur is zodanig dat er geen grondvuur kan ontstaan, in verband met de veiligheid van het publiek.

b.De afstand van het paasvuur tot een brandgevaarlijk object (bijv. rietgedekt object, feesttenten, etc.) moet 1.000 meter zijn.

c.De afstand van het paasvuur tot een natuurbrandgevaarlijk gebied/perceel moet 500 meter zijn.

d.Bij paasvuren die wel voldoen aan de afstanden zoals genoemd bij punten b en c maar waarbij zich toch een kans voordoet op het ontstaan van beperkte extra branden dient preventief voldoende bluswater aanwezig te zijn. Dit bluswater wordt NIET geleverd door de brandweer in verband met het in stand houden van de basisbrandweerzorg.

4.4 Toezicht en handhaving

4.4.1 Preventieve handhaving

De paasvuren worden gecontroleerd aan de hand van bovenstaande voorschriften. Bij de toezicht en handhaving van paasvuren werkt de gemeente Emmen samen met de daarvoor aangewezen partijen. Alle partijen hebben een belangrijke rol in de fase voorafgaand aan het paasvuur (voorfase). In de voorbereiding naar het paasvuur werken zij samen en wisselen ze belangrijke informatie uit om de doelen uit dit document te bereiken.

De gemeente geeft bij het afgeven van de ontheffing aan of en in hoeverre wordt voldaan aan de gestelde voorschriften. Deze informatie wordt gedeeld met de daarvoor aangewezen personen.

4.4.2 Intrekken ontheffing

Het college heeft op basis van artikel 1:8 APV de mogelijkheid om de ontheffing in te trekken. Ondanks de verscherpte voorschriften kunnen zich weersomstandigheden voordoen ten tijde van het ontsteken van de paasbult die de situatie alsnog onverantwoord maken.

Daarvan is in ieder geval sprake wanneer de ontheffing niet voldoet aan de verscherpte voorschriften en droogte-index fase 2 aangeeft. De houder van de ontheffing wordt daarover schriftelijk danwel mondeling geïnformeerd.

4.4.3 Bijzondere omstandigheden

Het college kan bij bijzondere omstandigheden afwijken van haar beleid (artikel 4:84 Awb). Daarbij mogen de veiligheid van personen, bouwerken en de natuur in de buurt van paasvuren niet in het geding komen. Toetsing hiervan vind plaats aan de hand van de volgende factoren:

•Kwaliteit van de paasbult (oa. eigenschappen van gebruikte houtsoorten);

•Windrichting en windkracht;

•Omvang van de paasbult;

•Aanwezige (blus) voorzieningen;

•Ondergrond.

4.4.4 Repressieve handhaving

Aanwijzingen, gegeven door het college, door het college aangewezen personen of door de politie, moeten meteen worden uitgevoerd.

Het paasvuur kan door het college, door het college aangewezen personen of door de politie altijd worden verboden:

•als niet aan de voorschriften of aanwijzingen wordt voldaan;

•als dit in het belang is van de handhaving van de openbare orde en veiligheid;

•als dit ter bescherming van de woon- en leefomgeving is;

•als dit ter bescherming van de flora en fauna is;

•als dit ter voorkoming van hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu is;

•als er schade voor het milieu en/of gevaar of hinder voor derden is te vrezen.

Het bevoegd gezag kan in samenwerking met de politie, de brandweer en Area reiniging maatregelen nemen om paasvuren zonder ontheffing (illegale paasvuren) te stoppen.

4.4.5 Alsnog ontbranden

Indien een paasvuur niet op de oorspronkelijke branddatum en – tijd kan branden door en situatie zoals hiervoor genoemd, is het de organisator toegestaan om, in overleg met of namens daartoe bevoegd persoon van de gemeente, de paasvuurbult alsnog te branden.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.