Aanhef
Popta, Y.T. van, 2024. Actualisatie van de archeologische beleidskaart van de gemeente Emmen. RAAP-Rapport 7230. RAAP B.V., Weesp.
Samenvatting
Dit rapport geeft een toelichting en verantwoording op de totstandkoming van de actualisatie van de archeologische verwachtings- en beleidskaart van de gemeente Emmen. Doel van de actualisatie is onder meer het zorgen dat bij de invoering van de Omgevingswet de gemeente over actuele archeologische beleidsgegevens beschikt. Sinds het verschijnen van de oude kaart, zijn namelijk 198 archeologische veldonderzoeken uitgevoerd, waarvan de gegevens, voor zover mogelijk en relevant, in de huidige kaartproducten zijn verwerkt. Naast de uitkomsten van archeologische onderzoeken zijn ook verschillende provinciale inventarisaties in de kaart verwerkt, waaronder Celtic fields, voordenlocaties, karrensporen en erfgoed uit de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast zijn voor de landschappelijke onderligger de geomorfologische eenheden geactualiseerd op basis van de huidige geomorfologische kaart van Nederland (2019) en de geomorfologische kaart van de Hondsrug (2020). De actualisatie bouwt zoveel mogelijk voort op de oude archeologische beleidsadvieskaart, maar gezien gebruik van voorgenoemde bronnen moesten onvermijdelijk ook de kaarten aangepast worden waarop deze kaart is gebaseerd: de archeologische bronnenkaart en de landschaps- en archeologische verwachtingskaart.
3 Actualisatie: aanvullingen en aanpassingen
3.2 Aanpassingen aan de bronnenkaart
3.2.1 Archis3 registraties
Onderzoeksmeldingen
Al het door professionele bureaus uitgevoerde archeologisch onderzoek dient aangemeld te worden in Archis (het nationale digitale archeologische archief). Dit gebeurt door het plangebied in te tekenen en vervolgens het type onderzoek daarbij te vermelden evenals de uitvoeringsdatum. Wanneer het onderzoek is afgerond, worden de resultaten in Archis gemeld en wordt het onderzoek afgemeld, waarbij ook een rapport dient te worden ge-upload. In de praktijk blijkt vaak dat er grote verschillen zitten tussen de gegevens in Archis en die van het onderzoeksrapport zelf. Dit uit zich veelal in de omvang en/of begrenzing van het gebied waar daadwerkelijk onderzoek is uitgevoerd. In Archis wordt vaak een veel ruimer plangebied genomen dan daadwerkelijk onderzocht is. Ook wordt bijvoorbeeld in het advies van het rapport slechts een deel van het plangebied vrijgegeven voor activiteiten.
In het geval van de gemeente Emmen zijn 198 archeologische onderzoeken (gravend- en borend onderzoek) relevant (figuur 2; peildatum 12-02-2024). Bureaustudies (niet-gravend archeologisch onderzoek) zijn buiten beschouwing gelaten, aangezien ze geen direct bewijs leveren over het al dan niet in stand houden van bestaande verwachtingswaarden; daartoe zijn altijd inzichten vanuit het veld nodig. Als onderdeel van het huidige project zijn voorgaande onderzoeksstappen uitgevoerd voor al het gravend- en booronderzoek dat tussen 2014 en 2024 in de gemeente Emmen is uitgevoerd. Daaruit blijkt dat van de 198 onderzochte terreinen slechts 63 op de correcte manier in Archis zijn verwerkt; van 111 onderzoeksmeldingen moest het onderzoeksgebied handmatig aangepast worden en in de overige gevallen was er onvoldoende informatie beschikbaar om een terrein al dan niet aan te passen.
Uit het onderzoek komt verder naar voren dat ongeveer 60% van de archeologische onderzoeksgebieden na afronding van een archeologisch onderzoek is vrijgegeven. Enerzijds doordat archeologisch onderzoek aantoonbaar heeft gemaakt dat geen archeologische resten aanwezig zijn, en anderzijds doordat de eindfase van de Archeologische Monumentenzorg-cyclus (AMZ-cyclus) is bereikt: alle archeologische resten zijn middels gravend onderzoek ex situ vrijgesteld. In eerste instantie leek het aantal vrijgegeven onderzoeksgebieden meer dan driekwart van het totale aantal onderzoeksgebieden te bedragen; althans, dat bleek uit de conclusies en adviezen zoals vermeld in de desbetreffende archeologische onderzoeksrapporten.
Figuur 2. Overzicht van alle onderzoeksmeldingen van veldonderzoek uit de periode 2014-2024 binnen de grenzen van de gemeente Emmen.
In de werkelijkheid ligt de vrijgave van onderzoeksgebieden genuanceerder: in het geval van een proefsleuf, opgraving of begeleiding kan het zijn dat alle archeologische resten enkel ex situ zijn veiliggesteld tot en met de einddiepte van ingreep. Dat wil niet zeggen dat ook daadwerkelijk de gehele bodem (het deel dat zich onder het laatste vlak bevindt) ter plaatse vrij van archeologische resten is. Zo komt het geregeld voor dat binnen de gemeentegrenzen een ontgraving is begeleid tot een diepte van 1 m -mv, waarbij onderin de aangelegde sleuf een esdek is aangetroffen. In het advies van het onderzoeksrapport staat vervolgens vermeld dat het plangebied is vrijgegeven aangezien een archeologische opgraving de laatste stap in de AMZ-cyclus is. Daarbij is echter niet vermeld dat een onverstoorde top van het dekzand op een diepte vanaf 1,5 m -mv aanwezig kan zijn, en dat de vrijgave enkel geldt voor de toen aangelegde sleuf. Dergelijke nuanceringen zijn met het huidige onderzoek aan de verschillende onderzoeksterreinen toegevoegd.
Verder is gebleken dat van circa 9% van alle onderzoeksmeldingen op het moment van toetsing (nog) geen onderzoeksrapport of advies bekend was; deze gebieden zijn dan ook niet in de beleidsadvieskaart verwerkt maar wel weergegeven in kaartbijlage 1b.
Vondstlocaties
Sinds het verschijnen van de oude beleidsadvieskaart is Archis ingrijpend geherstructureerd (destijds was Archis2 vigerend, tegenwoordig is dat Archis3). De oude Archis-waarnemingen (vindplaatsen aangegeven met puntlocaties) zijn in de nieuwe Archis-systematiek als ‘vondstlocaties’ onderverdeeld in complexen, sporen (niet samenvallend met complexen) en vondsten (niet samenvallend met complexen). De nauwkeurigheid van de bijbehorende puntcoördinaten loopt sterk uiteen, van vrij nauwkeurig (op 5 m of minder) tot een nauwkeurigheid op 100 m of aanzienlijk meer. Dat laatste geldt met name voor oude vondsten die in Archis ingevoerd zijn. In totaal zijn in de gemeente Emmen 717 vondstlocaties bekend. Alle locaties (complexen, sporen en vondsten) zijn op de bronnenkaart (kaartbijlage 1a) geplaatst. Om te voorkomen dat de bronnenkaart onleesbaar wordt vanwege de lange zaakidentificatienummers van de vele vondstlocaties, is besloten deze niet van een label te voorzien. Voor het achterhalen van de gegevens van iedere vondstlocatie wordt daarom verwezen naar de attributentabel die aan het desbetreffende GIS-bestand (shapefile) is gekoppeld, en naar de registraties in Archis3. Een ruimtelijke analyse van de ruim 700 vondstlocaties toont aan dat het gros daarvan al in een zone met een hoge archeologische waarde of verwachting ligt. Ongeveer 90 vondstlocaties liggen in een zone met een lage verwachting, maar in de meeste gevallen gaat het om administratieve vondstmeldingen (werkelijke locatie niet bekend) op korte afstand van zones met een hoge archeologische waarde of verwachting.
AMK-terreinen
De terreinen van archeologische waarde (in de oude terminologie de AMK-terreinen) vormen een eigen categorie binnen Archis. Zij zijn op basis van ‘waarde’ onderverdeeld in vier categorieën: beschermde terreinen van zeer hoge archeologische waarde (dit zijn in de regel nu archeologische rijksmonumenten), terreinen van zeer hoge archeologische waarde, terreinen van hoge archeologische waarde en terreinen van archeologische waarde. Het gaat in de gemeente Emmen om 87 terreinen, waarvan 24 rijksmonumenten, 27 terreinen van zeer hoge archeologische waarde, 18 terreinen van hoge archeologische waarde en 18 terreinen van archeologische waarde. Ten opzichte van de oude kaart zijn drie nieuwe terreinen toegevoegd: het betreft drie grafheuvels waarvan de locatie is achterhaald op basis van hoogtekaarten (AHN4). Hoewel dit geen officiële ‘AMK-terreinen’ zijn, wordt aanbevolen er terreinen van hoge archeologische waarde van te maken conform nabijgelegen andere grafheuvels. Daarnaast is van een tiental grafheuvels (rijksmonumenten en terreinen van zeer hoge en hoge archeologische waarde) de geometrie aangepast dan wel verplaatst. Uit een handmatige controle van al deze terreinen met behulp van het AHN4 bleek namelijk dat het te beschermen terrein in werkelijkheid naast de daadwerkelijke heuvel lag (figuur 3). Helaas wordt Archis voor wat de terreinen van archeologische waarde betreft, niet meer onderhouden/up to date gehouden. Dat betekent dat de geometrieën alleen voor deze kaart zijn aangepast, en dat terreinen volgens ARCHIS nog gewoon blijven bestaan, ook als aangetoond is dat zij op die locaties geen bestaansrecht hebben.
Figuur 3. Drie AMK-terreinen (grafheuvels) in het Valtherbos waarvan met behulp van het AHN4 is aangetoond dat de ligging (zwarte cirkels) niet correct is.
3.2.2 Celtic fields
In 2018 is in opdracht van de Provincie Drenthe een onderzoek uitgevoerd naar Celtic fields in Drenthe (Van der Veen & Ten Anscher, 2018). Bij dit onderzoek is een aantal ‘nieuwe’ Celtic fields ontdekt, terwijl andere kleiner of groter bleken te zijn dan gedacht was, of geen Celtic field bleken te zijn. De balans is voor de gemeente Emmen als volgt (vergelijk Verschoor, 2013 met de nieuwe kaartbijlage 1a): in totaal zijn binnen de gemeentegrenzen tien locaties aangeduid waarvan in alle gevallen met zekerheid is vastgesteld dat er sprake is van een Celtic field.
3.2.3 Karrensporen
In 2018 is in opdracht van de Provincie Drenthe een onderzoek uitgevoerd naar Celtic fields in Drenthe (Van der Veen & Ten Anscher, 2018). Bij dit onderzoek is een aantal ‘nieuwe’ Celtic fields ontdekt, terwijl andere kleiner of groter bleken te zijn dan gedacht was, of geen Celtic field bleken te zijn. De balans is voor de gemeente Emmen als volgt (vergelijk Verschoor, 2013 met de nieuwe kaartbijlage 1a): in totaal zijn binnen de gemeentegrenzen tien locaties aangeduid waarvan in alle gevallen met zekerheid is vastgesteld dat er sprake is van een Celtic field.
Tot voorkort ontbrak een overzicht van karrensporen in Drenthe. Dit fenomeen bleef ook onvermeld op de oude archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Emmen. Uit de recente provinciale inventarisatie (Van der Veen & Ten Anscher, 2018) blijkt dat binnen de gemeente in een tweetal zones bundels karrensporen aanwezig zijn. Het gaat niet geheel verrassend om het Valtherbos en het Noordbargerbos: karrensporen blijven namelijk hoofdzakelijk bewaard in gebieden waar de grond niet of nauwelijks is omgezet, zoals heide en bos (zie figuur 5). De karrensporen zijn verwerkt in de bronnenkaart.
Figuur 4. Ligging van de tien Celtic field-complexen in de gemeente Emmen op basis van de inventarisatie van Van der Veen & Ten Anscher (2018).
3.2.4 Voordenlocaties
Binnen de gemeente Emmen zijn 8 voordenlocaties herkend (Van der Veen & Ten Anscher, 2019). Zij hebben een hoge archeologische verwachting en zijn als vlakken op de beleidsadvieskaart overgenomen. Verder zijn op de bronnenkaart ook 54 bruglocaties opgenomen waarvan de ligging (voor zover mogelijk) is bepaald op basis van historische kaarten uit onder andere 1832 en 1850-1864. In theorie kan een deel van deze bruglocaties voorafgegaan zijn door een voorde, al valt dat op basis van de huidige gegevens niet te bewijzen. Bovendien zijn de bruglocaties enkel als punten zonder duidelijke geometrie op de bronnenkaart geplaatst. Op basis van het voorgenoemde is daarom besloten deze locaties niet vanzelfsprekend als ‘kansrijke voordelocaties’ op de beleidsadvieskaart af te beelden.
Figuur 5. De twee zones waarbinnen bundels met karrensporen zijn aangetroffen in het noordwestelijke deel van de gemeente Emmen. Boven het Valtherbos en beneden het Noordbargerbos.
3.2.5 Overige historische elementen
Aan de bronnenkaart zijn enkele tientallen historische lijnelementen en ruim 850 historische puntelementen toegevoegd. De lijnelementen bestaan uit historische wegen (nog aanwezig, verdwenen voor 1900, verdwenen na 1900), veenwegen (verdwenen voor 1900) en waterlopen. Als basis voor de kartering van historische elementen zijn de Kadastrale Minuutplans uit 1832 gebruikt. De digitale scans van de originele kaarten zijn – voor zover mogelijk – handmatig gegeorefereerd, waarna de daarop aanwezige historische elementen met archeologische relevantie (huizen, boerderijen, schuren, scholen, kerken) zijn overgenomen als puntlocaties. Hoewel de Minuutplans met een hoge mate van nauwkeurigheid zijn opgesteld en gegeorefereerd, wordt aangenomen dat de vertekening ten opzichte van de werkelijkheid in veel gevallen toch 25 tot 50 m kan bedragen.
Met behulp van de Topografisch Militaire Kaarten (1850-1864) zijn aanvullende historische elementen zoals bruggen, molens, waterlopen en schansen gedigitaliseerd. Bekend is dat de TMK een hogere afwijking heeft ten opzichte van de werkelijkheid dan de Minuutplans. Daarom moet voor de puntlocaties die zijn overgenomen van de TMK uitgegaan worden van een afwijking die per locatie kan oplopen van 50 tot 100 m. Opvallend is wijze waarop de voormalige Schans bij Roswinkel in de vorige beleidsadvieskaart en cultuurhistorische waardenkaart (2017) is verwerkt (figuur @). Op de beleidsadvieskaart wordt een groot perceel langs de gereconstrueerde Runde aangegeven terwijl op de cultuurhistorische waardenkaart het kunstwerk ‘Fort voor het Water’ wordt weergegeven. Beide locaties blijken onjuist te zijn: de werkelijke locatie (achterhaald door het combineren van historische kaarten en hoogtekaarten) van de schans ligt er tussenin aan de overzijde van de waterloop.
Figuur 6. De ligging van de voormalige Schans nabij Roswinkel op basis van de vorige beleidsadvieskaart (rood), het bestemmingsplan en de cultuurhistorische waardenkaart (geel). De schans ligt in werkelijkheid binnen het blauwe kader.
Voor Noordbarge, Zuidbarge en Emmen zijn geen nauwkeurig te georefereren Minuutplans beschikbaar (ook niet via HISGIS). Om die reden is ervoor gekozen de bebouwing in de historische kernen te digitaliseren op basis van de Bonnebladen uit circa 1900. De nauwkeurigheid daarvan is relatief hoog (25 tot 50 m). De begrenzing van de historische kern is gebaseerd op die van de TMK.
3.2.6 Archeologische sporen uit de Tweede Wereldoorlog
In 2020 is in opdracht van de Provincie Drenthe een studie uitgevoerd naar archeologische sporen uit de Tweede Wereldoorlog (Ten Anscher, Van Popta & Scholte Lubberink, 2021; bijlage 5). Bij dit onderzoek is een groot aantal WO2-objecten en elementen geïnventariseerd, die goed te lokaliseren waren, een archeologische component bezitten en substantiële sporen in het bodemarchief kunnen hebben achtergelaten vanwege langdurig gebruik of omdat ze vrij lang zichtbaar gebleven zijn. Binnen de gemeente Emmen gaat het onder andere om twee Nederlandse linies (de Nederlandse O-Lijn en Q-lijn) die op basis van gevechtsverslagen uit mei 1940, AHN-beelden en de TOP-10 zijn ingetekend. De O-Lijn loopt vanuit het noordoosten in zuidwestelijke richting dwars door de gemeente heen; van de Q-Lijn is enkel een zeer klein fragment (ca. 200 m) ten noordwesten van Emmen langs de gemeentegrens waargenomen. Daarnaast zijn dertien kazematlocaties ingetekend, waarbinnen één of meerdere kazematten (zowel van hout als beton) hebben gestaan. Voor alle locaties geldt dat vandaag de dag geen bovengrondse resten meer aanwezig zijn. Het gros van de kazematten lag langs de Nederlandse O-Lijn, al hebben ten westen van Emmer-Compascuum en ten noorden van Klazienaveen ook nog enkele kazematten gelegen. Verdere informatie van individuele objecten kan verkregen worden uit Ten Anscher, Van Popta & Scholte Lubberink (2021).
3.2.7 Nieuwe vindplaatsen met dubbelbestemming (2013-2023)
Sinds het opstellen van de vorige versie van de gemeentelijke beleidsadvieskaart is verschillende keren een terrein opgewaardeerd van een middelhoge tot hoge archeologische verwachting naar een archeologische waarde (Wa1 of Wa2). Het gaat daarbij steeds om terreinen waarvan tussen 2013 en 2023 uit archeologisch veldonderzoek is gebleken dat ter plaatse archeologische resten aanwezig zijn dan wel met hoge mate van zekerheid verwacht worden. Deze vindplaatsen zijn uit de vigerende bestemmingsplannen gehaald, vergeleken met de oude en nieuwe kaarten (om doublures te voorkomen) en als nieuwe laag aan de bronnenkaart en beleidsadvieskaart (zie paragraaf 3.4) toegevoegd.
3.4 Aanpassingen aan de archeologische beleidsadvieskaart
3.4.1 Onderzoeksvrijstellingen in agrarisch gebied
Na het verschijnen van de oude beleidsadvieskaart is door alle Drentse gemeenten, de provincie en LTO-Noord een convenant ondertekend. Daarin is geregeld welke agrarische werkzaamheden/bodemingrepen als normaal landgebruik beschouwd dienen te worden, waarvoor dus geen horizontale onderzoeksverplichting geldt. Grofweg komt het erop neer dat in gebieden met een agrarische bestemming tot 30 cm geploegd mag worden en tot 10 cm daaronder niet-kerend gewoeld mag worden (de “30 + 10 cm-regel”). Drainage-aanleg is meestal niet vergunningsplichtig, maar wel ter plaatse van essen, terreinen van archeologische waarde en overige vindplaatsen (waaronder ook Celtic fields vallen). Overige ingrepen (diepploegen, mengwoelen, egaliseren, ontginnen, aanleggen of rooien van bos of boomgaard (indien de stobben worden verwijderd), aanleggen vergraven (verbreden) van sloten, aanplant van bomen of houtig gewas) zijn vergunningsplichtig, waarbij de onderzoeksvrijstellingsgrenzen van de archeologische beleidsadvieskaart gelden.
3.4.2 Oude legenda-eenheden
Op de oude beleidsadvieskaart van de gemeente Emmen is niet gewerkt met archeologische legenda-eenheden (verwachtingen en bijzondere terreinen) maar met een zevental beleidscategorieën. In onderstaande tabel wordt daarvan een overzicht gegeven:
Categorie
Archeologische waarden
Oppervlakte
Diepte
Drainage
Rijksmonument
Beschermd
0m2
30cm (+ 10 cm)
Verbod
Wa-A1
AMK-terreinen
0m2
30cm (+ 10 cm)
Verbod
Wa-A2
Hoge archeologische verwachting (historische kernen en bufferzone AMK-terreinen)
100m2
30cm (+ 10 cm)
Verbod
Wa-A3
Middelhoge of hoge verwachting
1000 m2
30cm (+ 10 cm)
Verbod
Wa-A4
Middelhoge of hoge verwachting
1000 m2
30cm (+ 10 cm)
Toegestaan
-
Lage verwachting
n.v.t.
n.v.t.
Toegestaan
-
Geen verwachting
n.v.t.
n.v.t.
Toegestaan
Tabel 3. Overzicht van de verschillende categorieën die voorkomen op de oude archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Emmen, inclusief de vrijstellingsgrenzen.
Op de nieuwe beleidsadvieskaart is getracht om de opgestelde vrijstellingsgrenzen zoveel mogelijk op bovengenoemde categorieën aan te laten sluiten, en daarbij ook rekening te houden met wat elders (omliggende gemeenten, afstemming Provincie) is geadviseerd (zie bijvoorbeeld Van Popta & Van der Veen, 2023; Boshoven & Scholte Lubberink, 2023). Dit leidt tot de volgende indeling:
Waarde
Inhoud
Vrijstelling opp. (m2)
Vrijstelling diepte (cm)
Wa-1
archeologische rijksmonumenten
0
0
Wa-2
AMK-terreinen (excl. historische kern), Celtic fields, karrensporen, depressies/laagten, veenwegen, sporen uit de Tweede Wereldoorlog
0
0
Wa-3
historische puntelementen
50
30(+ 10)
Wa-4
hoge verwachting dekzandkoppen, AMK-terreinen (historische kern), historische lijnelementen, bufferzones AMK-terreinen en Celtic fields
100
30(+ 10)
Wa-5
essen, voordelocaties
500
30(+ 10)
Wa-6
middelhoge of hoge archeologische verwachting (inclusief stuifzandgebieden en beekdalen)
1000
30(+ 10)
Wa-7
onbekende archeologische verwachting
5000
30(+ 10)
Wa-8
lage archeologische verwachting
10ha
30(+ 10)
Tabel 4. Indeling van archeologische waarden en verwachtingen op basis van vrijstellingsgrenzen naar Waarden Archeologie.
De archeologische rijksmonumenten zijn ondergebracht in de categorie Waarde Archeologie 1. Deze vielen op de oude beleidsadvieskaart buiten de bestemmingsplanwaarden, maar tegenwoordig is de gemeente ook bevoegd gezag over deze terreinen (met instemmingsrecht van de RCE); om die reden is een eigen categorie aan deze elementen toegekend. De overige eenheden zijn op basis van de voorgestelde vrijstellingsgrenzen zoveel mogelijk samengevoegd en gecategoriseerd naar Waarden Archeologie (tabel 4).
Omdat de beleidsadvieskaart is opgebouwd uit elementen van de bronnenkaart en de landschaps- en archeologische verwachtingskaart, zijn de eerder besproken aanpassingen en aanvullingen op die kaarten doorvertaald naar de beleidsadvieskaart. Dat betekent dat veel contouren van bestaande legenda-eenheden gewijzigd moesten worden. Het gaat daarbij met name om landschapszones, maar in mindere mate ook om archeologisch waardevolle terreinen, waaronder essen. Als gevolg daarvan hebben delen van het onderzoeksgebied een zwaarder of minder zwaar regime gekregen. In één geval is in overleg met de gemeente een landschapszone met een lage archeologische verwachting (vlakte van smeltwaterafzettingen) omgezet naar een hoge archeologische verwachting (conform de vorige beleidsadvieskaarten): het betreft het smalle noordelijkste deel tussen beide uitlopers van de Hondsrug, met aan weerszijden zeer kansrijke archeologische zones (Emmeresch en de Emmerdennen). Ook is binnen de geomorfologische eenheden ‘ontgonnen veenvlakte’ en ‘veenkoloniale ontginningsvlakte’ onderscheid gemaakt tussen zones met een lage en onbekende verwachting (zie vorige paragrafen). Voor de zones met een lage archeologische verwachting geldt een vrijstellingsgrens van 10 ha daar waar aan zones met een onbekende archeologische verwachting een vrijstellingsgrens van 5.000 m2 is toegekend.
3.4.3 Nieuwe legenda-eenheden
Aan de beleidsadvieskaart zijn ook enkele nieuwe legenda-eenheden toegevoegd. Het gaat dan om voordenlocaties, Celtic fields, karrensporen, sporen uit de Tweede Wereldoorlog en veenwegen. Hier horen dus ook nieuwe beleids- en onderzoeksadviezen bij. Daarbij is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij wat er elders al over geadviseerd is (zie Van der Veen & Ten Anscher, 2018; 2019; Ten Anscher et al., 2021).
Voordenlocaties
Voorden zijn binnen de beekdalen (die al een middelhoge tot hoge archeologische verwachting hebben) zeer belangrijke elementen met een toegevoegde hoge verwachting. Het gaat om een kwetsbare categorie: voorden en voorde-gerelateerde verschijnselen zijn in beddingen, in oeverzones en in het beekdal in zijn algemeenheid al vlak onder het maaiveld te verwachten, en in beddingen, al dan niet vrijgespoeld, zowel direct op de beddingbodem als er onder. Mede gelet op hun relatief geringe omvang en hun kwetsbaarheid wordt archeologisch onderzoek geadviseerd voor ingrepen groter dan 500 m2 . Er geldt buiten de natuurgebieden een verticale vrijstelling van 30 cm -mv. Voor het uitgebreide onderzoeksadvies zie Van Veen & Ten Anscher, 2019, § 4.2.
Sporen uit de Tweede Wereldoorlog
Voor alle bestaande en verdwenen WOII-elementen wordt planologisch bescherming geadviseerd. Voor zowel bestaande, zichtbare (delen van) WOII-elementen als verdwenen niet-zichtbare elementen wordt, mede gelet op hun relatief geringe omvang en hun kwetsbaarheid, archeologisch onderzoek geadviseerd voor elke ingreep. Er gelden dan ook geen horizontale en verticale vrijstellingen. Uitzondering hierop zijn de buitengrenzen van de voormalige NAD-kampen, waarbinnen in eerste instantie vrijstellingen van 100 m2 en 0,3 m -mv gelden. Indien binnen de voormalige kampgrenzen ter hoogte van een kleiner element (bijvoorbeeld een gebouw) bodemingrepen worden gepland, geldt wel weer dat er geen horizontale of verticale vrijstellingen zijn. Geadviseerd wordt om archeologisch veldonderzoek pas uit te voeren nadat OOO-onderzoek (‘Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten’) is uitgevoerd door een WSCS OOO-gecertificeerd bedrijf, en het gebied is vrijgegeven.
Karrensporen
Karrensporen bestaan uit langgerekte, smalle geultjes. Zij zijn buitengewoon kwetsbaar omdat zij direct aan het maaiveld liggen. Hun oppervlakte is relatief beperkt, waardoor vrij kleine ingrepen al grote schade kunnen aanrichten. De resterende karrensporen bevinden zich hoofdzakelijk in natuurgebieden, waarde bedreiging door ruimtelijke ingrepen en normaal landgebruik geringer is dan daarbuiten. Mede gelet op hun relatief geringe omvang en hun kwetsbaarheid wordt archeologisch onderzoek geadviseerd bij elke ingreep. Er geldt geen verticale vrijstelling. Voor het uitgebreide onderzoeksadvies zie Van Veen & Ten Anscher, 2019, § 6.1 en bijlage 3.
Celtic fields
De Drentse Celtic fields, akkercomplexen uit de late bronstijd en vooral de ijzertijd, zijn van provinciaal archeologisch belang. Het provinciale belang berust niet alleen op de eigen intrinsieke waarde van de Celtic fields, maar ook omdat gebleken is dat zij een indicatie geven voor, en/of samenvallen met gelijktijdige en oudere prehistorische nederzettingsterreinen en grafvelden. Planologische bescherming van Celtic fields staat voorop om deze kwetsbare eenheden te behouden en betekent ook bescherming van veel meer archeologische waarden. Voor het uitgebreide onderzoeksadvies zie Van Veen & Ten Anscher, 2019, § 6.1 en bijlage 3.
Veenwegen
Een bijzondere en nog relatief onbekende archeologische categorie betreft de veenwegen. Het gaat daarbij om wegen, bestaande uit houten onderdelen (boomstammen, planken, vlechtwerk of een combinatie daarvan) die dwars door uitgestrekte veengebieden werden aangelegd. Tot dusver zijn binnen de gemeente Emmen op verschillende plekken in de veengebieden ten noorden van Klazienaveen al resten daarvan aangetroffen. In algemene zin kunnen deze resten dateren uit de periode van het neolithicum tot en met de ijzertijd/romeinse tijd. Gezien de zeer kwetsbare toestand (prehistorische organische resten) van de wegen en de beperkte gebieden waarbinnen ze nog aanwezig kunnen zijn (met name de hoogveenrestanten) wordt geadviseerd deze categorie bij geplande bodemingrepen volledig te ontzien; er gelden dus geen vrijstellingen gezien het streven naar behoud in situ.
Historische elementen
Historische elementen zijn niet allemaal toegevoegd aan de beleidsadvieskaart als categorie met een dwingend beleidsadvies. In veel gevallen gaat het namelijk om bebouwing of kleine infrastructuur uit de periode 1832-1864 waarvan de exacte locatie niet duidelijk is en/of de archeologische waarde (kleinschalige relatief jonge bebouwing en infrastructuur) wat beperkter is dan die van andere elementen in het onderzoeksgebied. Daarom zijn de puntlocaties voor ‘bebouwing’ en ‘bruggen’ op de beleidsadvieskaart afgebeeld als aandachtspunten voor archeologie en cultuurhistorie. Voor de kerken (al dan niet met kerkhof), molens, schansen, sluis en steenoven (de historische puntelementen) en de historische wegen (de historische lijnelementen) geldt wel dat er vrijstellingsgrenzen zijn opgesteld van respectievelijk 50 m2 en 100 m2 als horizontale grens en 30 cm (+ 10 cm) als verticale grens.
Nieuwe vindplaatsen uit eerdere bestemmingsplannen (2013-2023)
In paragraaf 3.2 is aangegeven hoe archeologisch veldonderzoek, uitgevoerd tussen 2013 en 2023, verschillende nieuwe vindplaatsen dan wel terreinen met een hoge trefkans op archeologische resten heeft opgeleverd. Die terreinen zijn in de bestemmingsplannen opgenomen met een Waarde Archeologie 1 of 2 en overgenomen op de archeologische beleidsadvieskaart. Gezien de nieuwe indeling van archeologische waarden en verwachtingen (Wa1 t/m Wa8) zijn de voormalige terreinen met een Waarde Archeologie 1 nu Waarde Archeologie 2 geworden (vrijstelling van 0 m2 en 0 cm -mv) en de voormalige terreinen met een Waarde Archeologie 2 nu Waarde Archeologie 4 (100 m2 en 30 (+10) cm -mv) geworden. De labels zijn veranderd maar de beoogde vrijstellingsgrenzen (en daarmee mate van bescherming) is daardoor gelijk gebleven.
Bufferzones
Voor veel landschapselementen en archeologische terreinen geldt dat harde cartografische grenzen zijn opgesteld om de eenheden en waarden te kunnen begrenzen. Dat wil echter niet zeggen dat de kans op archeologische resten ook daadwerkelijk daar stopt. Om die reden is voor verschillende eenheden een bufferzone opgesteld. In het geval van rijksmonumenten, AMK-terreinen, Celtic fields en laagtes/depressies (rekening houdend met een eventuele randwal) gaat het om een bufferzone van 50 m. Binnen de bufferzones van de rijksmonumenten, AMK-terreinen en Celtic fields is het advies en de vrijstelling conform het omsloten gebied/terrein. Voor de laagtes/depressies in het landschap is enkel voor de elementen die omsloten zijn door een zone met een lage archeologische verwachting de verwachting omgezet van laag naar hoog. Voor de flanken van de Hondsrug en de Rolderrug geldt dat met name deze gradiëntzones als zeer kansrijk worden geacht voor eventuele archeologische resten. Op verzoek van de gemeente Emmen is daarom een bufferzone van 100 m (gerekend vanaf de flank richting de hoogte) aan de beleidsadvieskaart toegevoegd, waarvoor de horizontale vrijstellingsgrenzen is aangepast van 1000 m2 naar 500 m2.
3.4.4 Archeologisch vrijgegeven gronden
De uitgebrachte rapportages van de 156 recente archeologische onderzoeken zijn bestudeerd om te bezien of de betreffende gebieden geheel of gedeeltelijk kunnen worden vrijgegeven (zie kaartbijlage 1b). Een terrein(deel) is vrijgegeven indien uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat hier geen archeologische waarden meer te verwachten zijn. Voor onderzochte terreinen die alleen tot een bepaalde diepte vrijgegeven konden worden (bijvoorbeeld de einddiepte van een proefsleuf of begeleiddingsleuf), maar die nog steeds een archeologische verwachting bezitten voor de diepere ondergrond, geldt dit advies vanzelfsprekend niet. Daar waar de einddiepte bekend is, is deze als attribute aan de desbetreffende polygoon (plangebied) gekoppeld.
3.4.5 Vervolgonderzoek in lage verwachtingszones
Bij een deel van de 156 recente archeologische onderzoeken is vervolgonderzoek aanbevolen, daar waar het desbetreffende onderzoeksgebied door de nieuwe verwachtingszones (met achterliggende nieuwe landschapskaart) nu in een zone met een lage verwachting is komen te liggen. Omdat de resultaten van de archeologische onderzoeken leidend zijn, is besloten om op die locaties de onderliggende archeologische verwachting om te zetten van laag naar hoog.
3.4.6 Overige onderzoeksvrijstellingen
Geadviseerd wordt om de algemene verticale vrijstelling van de vergunningsplicht voor bodemroerende ingrepen tot 30 cm onder het huidige maaiveld voor agrarische gebieden buiten natuurgebieden te handhaven. N.B. Deze vrijstelling geldt nadrukkelijk niet voor afplagwerkzaamheden, afgravingen en ontgrondingen.
3.4.7 Actualisatie
Met de actualisatie van de beleidsadvieskaart van de gemeente Emmen verschijnt weliswaar een product dat weer bij de tijd is, maar feit blijft ook dat na de eerste serie bodemingrepen en archeologische onderzoeken het product in zekere zin al niet meer up-to-date is. Dergelijke kaarten zijn en blijven statische producten. Derhalve wordt geadviseerd om na vijf jaar een korte update van het product uit te voeren, door de archeologische onderzoeken uit die periode te inventariseren en de resultaten daarvan (wat graaf- en booronderzoek betreft) te verwerken in de kaartbijlage ‘Archeologische Onderzoeken’ en de archeologische beleidskaart. Laatstgenoemde hoeft dan inhoudelijk verder niet aangepast worden; enkel de laag ‘onderzoeksresultaten’ (vrijgegeven, vindplaats, vervolgonderzoek) krijgt een update. Ook is het raadzaam om op basis van de onlangs beschikbaar gestelde hoogtekaarten van het AHN4 de bestaande/verwachte Celtic fields en karrensporen na te lopen: in andere delen van Drenthe (onder andere op het Balloërveld) is gebleken dat op basis van de nieuwe data meer elementen zichtbaar zijn geworden. Na tien jaar is het raadzaam om zowel de onderzoeksresultaten (tweede periode van vijf jaar) als de landschappelijke verwachtingen en beleidsadviezen onder de loep te nemen middels een nieuwe algehele actualisatie.
Bijlage 1. Tijdschaal
Archeologische perioden
Tijdperk
Datering
Recente tijd
Nieuwe tijd
C
1945
B
1850
A
1650
Middeleeuwen
Laat B
1500
Laat A
1250
Vroeg
D: Ottoonse tijd
1050
C: Karolingische tijd
900
B: Merovingische tijd
725
A: Volksverhuizingstijd
525
Romeinse tijd
Laat
450
Midden
270
Vroeg
70na Chr.
Prehistorie
IJzertijd
Laat
15voor Chr.
Midden
250
Vroeg
500
Bronstijd
Laat
800
Midden
1100
Vroeg
1800
Neolithicum (Nieuwe Steentijd)
Laat
2000
Midden
2850
Vroeg
4200
Mesolithicum (Midden Steentijd)
Laat
4900/5300
Midden
6450
Vroeg
8640
Paleolithicum (Oude Steentijd)
Laat
9700
Jong B
12.500
Jong A
16.000
Midden
35.000
Oud
250.000