Gemeentelijke regelgeving

Standplaatsenbeleid Elburg 2026

Gemeente Elburg · geldt sinds 14 juli 2026

Aanhef

Burgemeester en wethouders van de gemeente Elburg;

gelezen het voorstel van 7 juli 2026;

overwegende,

dat op grond van artikel 5:17 tot en met 5:20 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Elburg (hierna: APV) het innemen of hebben van een standplaats vergunningplichtig is;

dat het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 160 Gemeentewet bevoegd is tot vergunningverlening voor standplaatsen;

dat het gewenst is om de beleidsregels als bedoeld in artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht vast te stellen over de wijze waarop het college deze bevoegdheid uitoefent;

dat de te verlenen vergunningen zijn aan te merken als schaarse vergunningen in de zin van de Dienstenwet;

mede gelet op de Warenwet, de Winkeltijdenwet en de Winkeltijdenverordening gemeente Elburg

b e s l u i t vast te stellen de volgende beleidsregel: Standplaatsenbeleid Elburg2026

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In dit beleid wordt verstaan onder:

1Standplaats: het vanaf een vaste plaats in een openbaar toegankelijk gebied te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruik makend van fysieke middelen zoals een kraam, voertuig of tafel, en niet zijnde een vaste plaats op een week- of jaarmarkt of een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24 APV.

2Vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon op wiens naam de vergunning is gesteld.

3Vaste standplaats: standplaats die voor een dag of dagdeel voor een bepaalde tijd wordt ingenomen.

4Incidentele standplaats: standplaats die incidenteel wordt ingenomen, bijvoorbeeld voor de verkoop van oliebollen, kerstbomen of ijs.

5Verkoopdag: dag waarop de standplaats kan worden ingenomen, waarbij de Winkeltijdenwet en Winkeltijdenverordening Elburg 2020 in acht worden genomen.

Artikel 2. Beschikbaar komen van een standplaats

Een standplaats komt beschikbaar door:

a.het verstrijken van de looptijd van een eerder voor die standplaats verleende vergunning;

b.opzegging door de vergunninghouder; of

c.intrekking van een lopende vergunning voor de betreffende standplaats.

Artikel 3. Aanvraagprocedure

1Voor het innemen van een vaste of incidentele standplaats is een vergunning nodig, ook wanneer de standplaats is gesitueerd op particulier terrein.

2Als een standplaats beschikbaar komt wordt dit door de gemeente bekend gemaakt. In de bekendmaking wordt vermeld voor welke dagen of dagdelen de standplaats beschikbaar is en op welke locatie deze zich bevindt. Verder worden eventuele voorwaarden aan de vergunningaanvraag vermeld. Ook wordt aangegeven hoe men zich voor de standplaatsvergunning kan aanmelden, tot welke datum en tijdstip. Na het sluitingsmoment vindt een loting plaats onder de aanmelders die voldoen aan de voorwaarden die vermeld zijn in de bekendmaking.

3De vergunninghouder wiens vergunning vervalt door het verstrijken van de looptijd van de eerder voor die standplaats verleende vergunning kan eveneens aan de loting deelnemen.

4De aanmelder die de loting wint heeft voorrang op andere aanvragers bij het aanvragen van de standplaatsvergunning. Voor het aanvragen van de standplaatsvergunning moet de reguliere vergunningprocedure worden doorlopen.

5Als zich voor het sluitingsmoment als omschreven in artikel 2 geen aanmelders melden voor de beschikbaarkomende standplaatsvergunning, dan wordt de standplaatsvergunning verstrekt aan de eerstvolgende aanmelder die aan de voorwaarden voldoet.

Artikel 4. Vergunninghouders

1Een vergunning wordt verleend aan één of meerdere natuurlijke personen of aan één rechtspersoon, die is of zijn ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.

2De vergunninghouder neemt de standplaats persoonlijk in of laat zich vertegenwoordigen door een familielid of een medewerker. De rechten en verplichtingen die krachtens de vergunning gelden voor de vergunninghouder zijn ook van toepassing op diens vertegenwoordiger.

3De vergunning en de daaruit voortvloeiende rechten en plichten zijn niet overdraagbaar aan een andere natuurlijk persoon of rechtspersoon.

4De vergunninghouder volgt de aanwijzingen van politie en/of daartoe aangewezen ambtenaren op.

Artikel 5. Vergunning voor vaste standplaatsen

1Een standplaats mag worden ingenomen van 06:00 uur tot 22:00 uur. Het plaatsen en opruimen van de verkoopinrichting vindt binnen deze tijdstippen plaats.

2Een vergunning voor een vaste standplaats wordt voor een periode van maximaal vijftien jaar verleend. Daarna vervalt de vergunning en wordt deze volgens de procedure genoemd in artikel 3 [Aanvraagprocedure] beschikbaar gesteld.

3Een vergunning voor een vaste standplaats wordt voor maximaal twee dagen per week aan dezelfde vergunninghouder verleend.

4Aan een vergunninghouder kunnen meerdere vergunningen voor vaste standplaatsen worden verleend, voor meerdere locaties en dagen.

5Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om de vergunning tijdelijk in te trekken op momenten dat er braderieën of andere evenementen worden gehouden op de toegewezen locatie. De gemeente is niet verplicht om voor die momenten een vervangende standplaatslocatie beschikbaar te stellen.

6Voor een standplaats die zich op particulier terrein bevindt wordt een schriftelijke toestemmingsverklaring van de terreineigenaar aangeleverd.

Artikel 6. Vergunning voor incidentele standplaatsen

1Een incidentele standplaats mag worden ingenomen van 06:00 uur tot 22:00 uur. Het plaatsen en opruimen van de verkoopinrichting vindt binnen deze tijdstippen plaats.

2In de vergunning wordt in elk geval vermeld: locatie, dag of dagen waarvoor de vergunning is verleend.

3Een vergunning voor een incidentele standplaats wordt voor een aaneengesloten periode van maximaal drie maanden verleend. Daarna vervalt de vergunning.

4Indien het beschikbaar komen en het verlenen van een vergunning voor een incidentele standplaats niet voorzienbaar blijkt, kan het college van burgemeester en wethouders een verkorte aanmeld- en aanvraagprocedure volgen die afwijkt van de in artikel 3 omschreven aanvraagprocedure.

5Een vergunning voor een incidentele standplaats kan voor meer dan twee verkoopdagen per week aan één vergunninghouder worden verleend gedurende de gehele vergunningperiode.

6Aan een vergunninghouder kunnen meerdere vergunningen worden verleend, voor meerdere locaties en dagen.

7Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om de vergunning tijdelijk in te trekken op momenten dat er braderieën of andere evenementen worden gehouden op de toegewezen locatie. De gemeente is niet verplicht om voor die momenten een vervangende standplaatslocatie beschikbaar te stellen.

8Voor een incidentele standplaats die zich op particulier terrein bevindt wordt een schriftelijke toestemmingsverklaring van de terreineigenaar aangeleverd.

Artikel 7. Standplaatslocaties en -aantallen

1Het innemen van een standplaats is toegestaan op de volgende locaties:

a.Elburg winkelcentrum De Vrijheid:

•twee vaste standplaatsen op de volgende werkdagen: maandag, dinsdag, woensdag en donderdag;

•twee incidentele standplaatsen.

b.Elburg Havenkade:

•één vaste standplaats voor de verkoop van vis en visproducten op de volgende dagen: maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag;

c.Centrumplein ’t Harde:

•twee vaste standplaatsen op de volgende werkdagen: maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag;

•zes vaste standplaatsen op zaterdagen;

•twee incidentele standplaatsen.

d.Doornspijk parkeerplaats dorpshuis De Deel:

•één vaste standplaats op werkdagen;

•één incidentele standplaats.

e.Onbepaalde locatie aan het Veluwemeer en Drontermeer:

•twee incidentele standplaatsen.

2Voor locaties die in particulier eigendom zijn kan een standplaatsvergunning worden verleend als het gebruik als standplaats past binnen de bestemming of functie van het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan gemeente Elburg. De eigenaar van de locatie geeft schriftelijk toestemming voor de standplaats op zijn terrein en voor de betreffende ambulant ondernemer. Voor het overige zijn deze beleidsregels onverkort van toepassing op een standplaatsvergunning op particulier terrein.

3Het college of daartoe aangewezen ambtenaren wijst/wijzen de exacte locatie van een standplaats aan.

Artikel 8. Innemen standplaats

1Aan de standplaatsvergunning kunnen voorwaarden worden verbonden die zien op veiligheid, gezondheid, milieunormen en het schoon houden van de standplaats en de naaste omgeving.

2Een terras bij een standplaats is niet toegestaan, wel mogen twee statafels (zonder zitgelegenheid) neer worden gezet voor het nuttigen van etenswaren of drankjes die bij de vergunninghouder zijn gekocht.

Artikel 9. Leges en andere kosten

1Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een standplaatsvergunning zijn leges verschuldigd. Het tarief is opgenomen in de ‘Verordening op de heffing en invordering van leges’.

2De gemeente kan een vergoeding voor gebruik van gemeentelijke grond in rekening brengen. Indien van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt wordt dit als voorwaarde aan de vergunning opgenomen, met vermelding van het tarief en de wijze van wijzigen van dit tarief gedurende de looptijd van de vergunning.

3Indien de gemeente stroom levert aan de standplaats brengt de gemeente deze stroomkosten in rekening bij de vergunninghouder. Het tarief en de wijze van wijzigen van dit tarief gedurende de looptijd van de vergunning wordt als voorwaarde aan de vergunning opgenomen.

Artikel 10. Schade

De vergunninghouder vrijwaart de gemeente van aansprakelijkheid voor elke vorm van schade, toegebracht aan zaken van de gemeente (zoals bestrating), aan derden en aan zaken van derden, die is toe te rekenen aan het gebruikmaken van de vergunning.

Artikel 11. Intrekking of wijziging van vergunning

De vergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd:

a.op basis van de intrekkings- of wijzigingsgronden van artikel 1:6 van de APV;

b.indien de vergunninghouder en/of diens vertegenwoordiger de standplaats op zodanige wijze inneemt of exploiteert dat hij de openbare orde verstoort;

c.als herinrichtings- of constructiewerkzaamheden aan het openbaar gebied daartoe aanleiding geven;

d.als er sprake is van overige onvoorziene omstandigheden die een intrekking van de vergunning rechtvaardigen;

e.als een groter maatschappelijk of ruimtelijk belang daartoe reden geeft, gemotiveerd door het college.

Artikel 12. Overgangsrecht

Standplaatsvergunningen die voor inwerkingtreding van deze beleidsregels zijn ingegaan en een kortere looptijd hebben dan 15 jaar, kunnen op verzoek van de vergunninghouder worden verlengd tot de datum dat een totale maximale looptijd van 15 jaar wordt bereikt, aan die vergunninghouder of diens rechtsvoorganger op die locatie en voor die dagen.

Artikel 13. Hardheidsclausule

Indien de toepassing van deze beleidsregels voor een belanghebbende gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregels te dienen doelen, kan het college van burgemeester en wethouders gemotiveerd afwijken van deze beleidsregels.

Artikel 14. Intrekken oude regeling

Het "Standplaats- en ventvergunningbeleid gemeente Elburg 2006” wordt ingetrokken.

Artikel 15. Inwerkingtreding en citeertitel

1Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na publicatie in het digitale Gemeenteblad.

2Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Standplaatsenbeleid Elburg 2026.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.