Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven maakt bekend, dat het in de vergadering van 16 december 2026 het volgende heeft besloten:
Criterium 1 – Wettelijk aangewezen status Stichting BIZ
Op grond van de Wet op de bedrijveninvesteringszones kan de gemeenteraad een belasting (BIZ-bijdrage) instellen ter zake van binnen een bepaald gebied in de gemeente (een bedrijveninvesteringszone) gelegen onroerende zaken, niet zijnde woningen. De BIZ-bijdrage die de gemeente ontvangt, wordt weer uitgekeerd aan een bij verordening aangewezen stichting of vereniging, zodat de BIZ-bijdrage door die rechtspersoon kan worden gebruikt voor het organiseren van activiteiten ten gunste van de gemeenschappelijke ondernemingen die zijn gevestigd in de betreffende bedrijveninvesteringszone. Het bedrag dat het college aan deze rechtspersoon verleent in de vorm van een subsidie, is weliswaar een subsidie, maar komt in feite neer op het teruggeven van de BIZ-bijdragen aan een centraal punt zodat die ten algemenen nutte van alle ondernemingen in de betreffende bedrijveninvesteringszone kunnen worden ingezet. Dit noemt men de: BIZ-subsidie. N.B.: Voor alle duidelijkheid is de BIZ-subsidie niet dezelfde subsidie die het College voornemens is nu te verlenen.
Voor de binnenstad van Eindhoven heeft de gemeenteraad de Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BI-zone Eindhoven Centrum 2022-2026 (hierna: “(de) Verordening) vastgesteld. Uit artikel 2 van de Verordening volgt dat Stichting BIZ is aangewezen als stichting in de zin van de Wet op de bedrijveninvesteringszones.
Het College wenst – naast de BIZ-subsidie – nu een afzonderlijk subsidiebedrag toe te kennen aan Stichting BIZ als wettelijk aangewezen stichting, maximaal ter hoogte van de BIZ-bijdrage die de gezamenlijke ondernemers en vastgoedeigenaren al investeren. De gemeente en de in de binnenstad gevestigde ondernemingen en vastgoedeigenaren dragen dan ieder voor de helft bij aan het gezond, concurrerend en aantrekkelijk houden van het ondernemersklimaat in de binnenstad.
Omdat Stichting BIZ de enige wettelijk aangewezen stichting is voor de binnenstad, zijn er geen andere potentiële gegadigden.
Criterium 2 – Andere serieuze gegadigden hebben baat door zich te vestigen in de binnenstad
De gedachte achter de Wet op de bedrijveninvesteringszones, is dat er een afdracht plaatsvindt van ondernemers en vastgoedeigenaren die zijn gevestigd in de betreffende bedrijveninvesteringszone en dat de collectieve afdracht bijdraagt aan het gemeenschappelijke ondernemersklimaat in die bedrijveninvesteringszone.
De subsidie die het College nu wenst te verlenen kent dezelfde constructie als de BIZ-subsidie; er wordt op een centraal punt subsidie verleend, zodat via de aangewezen rechtspersoon activiteiten kunnen worden ontplooid die ten gunste komen van alle in de binnenstad gevestigde ondernemingen.
Mochten individuele ondernemingen baat willen hebben bij de door het College te verlenen subsidie, dan is het aan die ondernemingen om zich te vestigen in de binnenstad. Zij worden dan zowel belastingplichtig onder de Wet op de bedrijveninvesteringszones, maar krijgen dan ook het voordeel van de extra gemeentelijke subsidie.
Ondernemingen die niet belastingplichtig zijn onder de Wet op de bedrijveninvesteringszone, beschouwt het College niet als een potentiële gegadigde, omdat zij niet op grond van de Wet op de bedrijveninvesteringszone ook een bijdrage doen aan de investering in de binnenstad. Individuele BIZ-belastingplichtige ondernemingen die gevestigd zijn in de binnenstad zijn evenmin potentiële gegadigde, omdat zij al baat hebben bij de subsidie via de activiteiten die Stichting BIZ ontplooit namens hen en de gemeente uitdrukkelijk het gehele ondernemersklimaat in de binnenstad wenst te subsidiëren en niet individuele ondernemingen.
Criterium 3 – Andere aangewezen stichtingen/verenigingen van andere bedrijveninvesteringszones, zijn geen gegadigden voor deze subsidie
Het College heeft de beleidsvrijheid om financiële middelen in te zetten voor activiteiten die het wenst te stimuleren. Het College kiest ervoor financiële middelen te investeren in de binnenstad, gezien de intensivering van herontwikkelingen/gebiedsontwikkelingen in de binnenstad en de wens om de binnenstad ondanks die ontwikkelingen concurrerend en aantrekkelijk te houden. Echter ook als die herontwikkelingen/gebiedsontwikkelingen er niet zouden zijn, heeft het College de beleidsvrijheid om bepaalde activiteiten in de binnenstad te stimuleren.
Het College overweegt dat er ook andere bedrijveninvesteringszones en daarmee corresponderende stichtingen/verenigingen zijn in de gemeente Eindhoven, maar dat betekent niet dat het College ook die stichtingen/verenigingen de gelegenheid dient te geven om mee te dingen op deze subsidie, gezien de keuze van het College (waartoe zij nogmaals de beleidsvrijheid heeft) om deze financiële middelen te investeren in de bedrijveninvesteringszone van de binnenstad. De activiteiten die gestimuleerd worden in de binnenstad zijn andere activiteiten dan die plaatsvinden in andere bedrijveninvesteringszones. De fysieke en sociale opgaven binnen het centrum zijn van een zodanige complexiteit en omvang, dat zij niet in gelijke mate te vergelijken zijn met die van andere gebieden. Er is daardoor geen sprake van een ongelijke behandeling van gelijke gevallen.
Anders gezegd kan een andere stichting/vereniging van een andere bedrijveninvesteringszone niet afdwingen dat het College ook activiteiten financieel stimuleert in hun bedrijveninvesteringszones, omdat dergelijke afwegingen uitdrukkelijk zijn voorbehouden aan het College en de beleidsmatige keuzes die zij wenst te maken.