Aanhef
De raad van de gemeente Eindhoven;
Gelet op artikel 15, derde lid, artikel 41c, tweede lid en artikel 69, tweede lid van de Gemeentewet;
gezien het voorstel van de agendacommissie;
besluit:
Vast te stellen de navolgende
FASE 1: Bespreken en melden
Sectie I: Route voor raadsleden
Betreft: eigen handelen
a.Een raadslid twijfelt over een eigen nog uit te voeren handeling
i.Het raadslid vraagt de griffier om advies waarna de griffier zich kan laten adviseren door de Adviseur Integriteit: is deze voorgenomen handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat de voorgenomen handeling geen schending is, is de zaak afgedaan.
ii.Als het raadslid, de griffier en de Adviseur Integriteit er niet uitkomen – vanwege een verschil van inzicht of er blijft twijfel bestaan over de voorgenomen handeling – gaan ze samen naar de burgemeester. De burgemeester formuleert een advies.
iii.Het raadslid volgt dit advies in beginsel op. Als er toch van het advies van de burgemeester wordt afgeweken, meldt het raadslid dit zelf aan de gemeenteraad. Laat het raadslid dit na, dan doet de burgemeester het.
COMMUNICATIE
Als een raadslid in een persoonlijk gesprek een advies krijgt van de burgemeester, wordt dit door de griffier, eventueel met ondersteuning van de Adviseur Integriteit, op schrift gesteld en meegegeven aan het raadslid. Adviezen die worden opgevolgd blijven vertrouwelijk. Alleen het betrokken raadslid, de burgemeester, de griffier (met uitzondering wanneer het twijfel aan de griffier betreft) en de Adviseur Integriteit weten ervan.
Als er toch van het advies van de burgemeester wordt afgeweken, meldt het raadslid dit zelf aan de gemeenteraad. Laat het raadslid dit na, dan doet de burgemeester dit.
a.Een raadslid twijfelt over een eigen al uitgevoerde handeling
i.Het raadslid vraagt de griffier om advies waarna de griffier kan zich laten adviseren door de Adviseur Integriteit: is deze handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat er geen sprake is van een schending, is de zaak afgedaan.
ii.Als het raadslid, de griffier en de Adviseur Integriteit er niet uitkomen – vanwege een verschil van inzicht of er blijft twijfel bestaan over de uitgevoerde handeling – gaan ze samen naar de burgemeester. Als de gedeelde conclusie van dit gesprek is dat er inderdaad sprake is van een schending, zal het raadslid in ieder geval de gemeenteraad informeren en indien mogelijk de schending ongedaan maken of de schade herstellen. De burgemeester beoordeelt de zwaarte van de schending en maakt dit zwaarte-oordeel bekend aan de gemeenteraad. De raad velt het eindoordeel en besluit over een eventuele sanctie (zie verder fase 3).
iii.Als er geen sprake is van een gedeelde conclusie, is het aan de burgemeester om te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan.
3.2 Betreft: handelen van een collega-raadslid
a.Een raadslid twijfelt over een voorgenomen handeling van een ander raadslid
i.Het raadslid bespreekt dit met de ander en verwoord zijn/haar twijfels.
ii.Als het gesprek tussen de raadsleden niet leidt tot een gedeelde conclusie, vraagt het twijfelende raadslid de griffier, om advies waarna de griffier zich kan laten adviseren door de Adviseur Integriteit: is de voorgenomen handeling een schending?
iii.Bij aanhoudende twijfel gaat het raadslid samen met de griffier en de Adviseur Integriteit naar de burgemeester. Deze formuleert een advies aan het raadslid van wie een voorgenomen handeling vragen heeft opgeroepen.
iv.Dit raadslid volgt het advies in beginsel op. Als er toch van het advies van de burgemeester wordt afgeweken, meldt het raadslid dit zelf aan de gemeenteraad. Laat het raadslid dit na, dan doet de burgemeester het.
b.Een raadslid twijfelt over een al uitgevoerde handeling van een ander raadslid
i.Het raadslid vraagt de griffier om advies waarna de griffier zich kan laten adviseren door de Adviseur Integriteit: is deze handeling een schending?
ii.Als de gedeelde conclusie is dat er geen sprake is van een schending, is de zaak afgedaan.
iii.Als na dit gesprek de twijfel niet is weggenomen, gaat het raadslid samen met de griffier en de Adviseur Integriteit in gesprek met de burgemeester.
iv.De burgemeester gaat, eventueel ondersteunt door de griffier en Adviseur Integriteit, in gesprek met het raadslid. Als het raadslid erkent mogelijk een schending te hebben begaan, informeert het raadslid samen met burgemeester, de gemeenteraad hierover. (Zie verder onder 1.1.b.)
v.Het is aan de burgemeester om te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan.
Betreft: handelen van een wethouder
a.Een raadslid twijfelt over een voorgenomen handeling van een wethouder
i.Het raadslid bespreekt dit met de wethouder en verwoord zijn/haar twijfels. Het raadslid kan de griffier ook om advies vragen.
ii.Als het gesprek tussen het raadslid en de wethouder niet leidt tot een gedeelde conclusie, vraagt het raadslid de griffier om advies waarna de griffier zich kan laten adviseren door de Adviseur Integriteit: is de voorgenomen handeling een schending?
iii.Bij aanhoudende twijfel gaat het raadslid samen met de griffier en de Adviseur Integriteit naar de burgemeester. Deze formuleert een advies aan de wethouder en dit wordt ook met de gemeentesecretaris gedeeld.
iv.De wethouder volgt dit advies in beginsel op. Als er toch van het advies van de burgemeester wordt afgeweken, meldt de wethouder dit zelf in de college- vergadering en aan de gemeenteraad. Laat de wethouder dit na, dan doet de burgemeester het.
a.Een raadslid twijfelt over een al uitgevoerde handeling van een wethouder
i.Het raadslid vraagt de griffier om advies waarna de griffier zich kan laten adviseren door de Adviseur Integriteit: is deze handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat er geen sprake is van een schending, is de zaak afgedaan.
ii.Bij aanhoudende twijfel doet het raadslid samen met de griffier en de Adviseur Integriteit melding bij de burgemeester. Het is aan de burgemeester om te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan. Wanneer het signaal naar fase 2 gaat wordt dit ook gedeeld met de gemeentesecretaris.
Betreft: handelen van de burgemeester
a.Een raadslid twijfelt over een voorgenomen handeling van de burgemeester
i.Het raadslid vraagt de griffier om advies waarna de griffier zich kan laten adviseren door de Adviseur Integriteit: is de voorgenomen handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat de handeling geen schending is, is de zaak afgedaan
ii.Indien het raadslid, de griffier en de Adviseur Integriteit concluderen dat de handeling een schending kan zijn, gaan zij samen naar de burgemeester. Ook bij een verschil van inzicht gaan de griffier, het raadslid en de Adviseur Integriteit naar de burgemeester.
iii.De burgemeester overweegt of advies van de CvdK gewenst is, voordat hij/zij een besluit neemt over de eigen voorgenomen handeling. Er kan advies gevraagd worden aan de gemeentesecretaris en de Adviseur Integriteit.
iv.Indien de burgemeester afziet van advisering door de CvdK en het raadslid, de griffier, de gemeentesecretaris en de Adviseur Integriteit houden ernstige twijfels over de voorgenomen handeling van de burgemeester, kunnen het raadslid, de griffier en de Adviseur Integriteit ervoor kiezen om zelf naar de CvdK te gaan.
v.De CvdK formuleert (eventueel na raadpleging van interne en/of externe deskundigen) een advies aan de burgemeester.
vi.De burgemeester volgt dit advies in beginsel op. Als de burgemeester toch van het advies van de CvdK afwijkt, meldt de burgemeester dit zelf aan de gemeentesecretaris, gemeenteraad en de collegevergadering.Indien de burgemeester dit nalaat te doen, dan informeert de CvdK de loco- burgemeester hierover. Deze zal vervolgens, eventueel na het informeren van de burgemeester, de gemeenteraad en het college informeren.
b.Een raadslid twijfelt over een al uitgevoerde handeling van de burgemeester
i.Het raadslid vraagt de griffier om advies waarna de griffier zich kan laten adviseren door de Adviseur Integriteit: is deze handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat de handeling geen schending is, is de zaak afgedaan.
ii.Als na dit gesprek de twijfel niet is weggenomen, gaat het raadslid samen met de griffier en de Adviseur Integriteit in gesprek met de burgemeester, tenzij er goede redenen zijn om dit niet te doen (zie kader ‘Aanspreken: wanneer niet?’, p. 13).
iii.Als de burgemeester erkent mogelijk een schending te hebben begaan, meldt deze dit zelf bij de CvdK, de gemeentesecretaris en de Adviseur Integriteit en informeert vervolgens het college en de gemeenteraad hierover. (Zie verder onder 3.1.b.)
iv.Als het gesprek tussen het raadslid, de gemeentesecretaris, Adviseur Integriteit en de burgemeester niet leidt tot een gedeelde conclusie, kan het raadslid samen met de gemeentesecretaris en de Adviseur Integriteit melding doen bij de CvdK. Het is dan aan de CvdK om te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan.
3.5 Betreft: handelen van de griffier
a.Een raadslid twijfelt over een voorgenomen handeling van de griffier
i.Het raadslid bespreekt dit met de griffier en verwoord zijn/haar twijfels. (Er kan advies worden gevraagd aan Adviseur Integriteit).
ii.Bij aanhoudende twijfel gaat het raadslid samen met de Adviseur Integriteit naar de burgemeester. Deze formuleert een advies aan de griffier.
iii.De griffier volgt dit advies in beginsel op. Als er toch van het advies van de burgemeester afwijkt, meldt de griffier dit zelf aan de werkgeverscommissie. Laat de griffier dit na, dan doet de burgemeester het.
b.Een raadslid twijfelt over een al uitgevoerde handeling van de griffier
i.Het raadslid bespreekt dit met de griffier (er kan advies worden gevraagd aan Adviseur Integriteit en verwoord zijn/haar twijfels, tenzij er goede redenen zijn om dit niet te doen (zie kader ‘Aanspreken: wanneer niet?’, p. 13).
ii.Als de griffier erkent mogelijk een schending te hebben begaan, meldt deze dit samen met de Adviseur Integriteit bij de burgemeester en informeert ook de gemeenteraad hierover. Indien mogelijk zal de griffier de schending ongedaan maken of de schade herstellen. De werkgeverscommissie beoordeelt of er daarnaast ook een sanctie nodig is (zie verder fase 3).
iii.Bij aanhoudende twijfel doet het raadslid samen met de Adviseur Integriteit melding bij de burgemeester. Het is aan de burgemeester om te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan.
Indien een raadslid twijfelt over een (voorgenomen of uitgevoerde) handeling van een raadsadviseur of griffiemedewerker, bespreekt het raadslid dit met de griffier (die advies kan inwinnen bij Adviseur Integriteit) die hier het gemandateerd bevoegd gezag is. De griffier besluit, in overleg met de burgemeester – bij een uitgevoerde handeling – of een melding verder onderzocht doorgezet moet worden naar het meldpunt integriteit van de gemeente Eindhoven, in lijn met de geldende interne meldregeling voor alle ambtenaren. Een en ander valt logischerwijs buiten het bestek van de Procesafspraken Integriteit.
3.6 Betreft: handelen van een ambtenaar uit de organisatie
a.Een raadslid twijfelt over een (voorgenomen of uitgevoerde) handeling van een ambtenaar
i.Het raadslid bespreekt zijn/haar twijfels met de burgemeester (er kan advies worden gevraagd aan Adviseur Integriteit).
ii.Als de burgemeester daar reden toe ziet, informeert de burgemeester de gemeentesecretaris, die het gemandateerde bevoegd gezag is over alle ambtenaren. De gemeentesecretaris besluit, bij een uitgevoerde handeling, of er een melding doorgezet moet worden naar het meldpunt integriteit in lijn met de geldende interne meldregeling integriteit van de gemeente Eindhoven. Communicatie met de melder verloopt steeds via de burgemeester. Een en ander valt logischerwijs buiten het bestek van de Procesafspraken Integriteit. Kwesties die individuele ambtenaren betreffen komen in de regel niet in de gemeenteraad.
iii.In geval van twijfel over het handelen van de gemeentesecretaris zelf, informeert de burgemeester (er kan advies worden gevraagd aan Adviseur Integriteit) de andere leden van het college. Bij eventuele vervolgstappen wordt de Adviseur Integriteit en/of externe deskundigen betrokken.
Sectie 2: Route voor wethouders
2.1 Betreft: eigen handelen
a.Een wethouder twijfelt over een eigen nog uit te voeren handeling
i.De wethouder vraagt de gemeentesecretaris om advies. (De gemeentesecretaris kan de Adviseur Integriteit om advies vragen). Is deze voorgenomen handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat de voorgenomen handeling geen schending is, is de zaak afgedaan.
ii.Als de wethouder, de Adviseur Integriteit en de gemeentesecretaris er niet uitkomen – vanwege een verschil van inzicht of er blijft twijfel bestaan over de voorgenomen handeling – gaan ze samen naar de burgemeester. De burgemeester formuleert een advies.
iii.De wethouder volgt dit advies in beginsel op. Als er toch van het advies van de burgemeester wordt afgeweken, meldt de wethouder dit zelf in de college- vergadering en aan de gemeenteraad. Laat de wethouder dit na, dan doet de burgemeester het.
COMMUNCATIE
Als een wethouder in een persoonlijk gesprek een advies krijgt van de burgemeester, wordt dit op schrift gesteld en meegegeven aan de wethouder. Naar inschatting van de burgemeester kan de gemeentesecretaris aanwezig zijn. Adviezen die worden opgevolgd blijven vertrouwelijk. In principe weten alleen de betrokkenen wethouder, de burgemeester (en eventueel de gemeentesecretaris) ervan.
Als er toch van het advies van de burgemeester wordt afgeweken, de wethouder aan de gemeentesecretaris en aan de gemeenteraad. Laat het wethouder dit na, dan doet de burgemeester dit.
a.Een wethouder twijfelt over een eigen al uitgevoerde handeling
i.De wethouder vraagt de gemeentesecretaris om advies: is deze handeling een schending? De gemeentesecretaris kan de Adviseur Integriteit om advies vragen. Als de gedeelde conclusie is dat er geen sprake is van een schending, is de zaak afgedaan.
ii.Als de wethouder, de Adviseur Integriteit en de gemeentesecretaris er niet uitkomen – vanwege een verschil van inzicht of er blijft twijfel bestaan over de uitgevoerde handeling – gaan ze samen naar de burgemeester. Als de gedeelde conclusie van dit gesprek is dat er inderdaad sprake is van een schending, zal de wethouder in ieder geval het college en de gemeenteraad informeren en indien mogelijk de schending ongedaan maken of de schade herstellen. De raad beoordeelt zelfstandig de politieke consequenties, zonder dat de burgemeester eerst een zwaarte-oordeel heeft geveld (zie verder fase 3).
iii.Als er geen sprake is van een gedeelde conclusie, is het aan de burgemeester om te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan.
Betreft: handelen van een raadslid
a.Een wethouder twijfelt over een voorgenomen handeling van een raadslid
i.De wethouder bespreekt dit met het raadslid (er kan advies worden gevraagd aan Adviseur Integriteit) en verwoord zijn/haar twijfels.
ii.Als het gesprek tussen de wethouder en het raadslid niet leidt tot een gedeelde conclusie, vraagt de wethouder de griffier om advies die de Adviseur Integriteit kan raadplegen: is de voorgenomen handeling een schending?
iii.Bij aanhoudende twijfel gaat de wethouder samen met de Adviseur Integriteit naar de burgemeester. Deze formuleert een advies aan het raadslid.
iv.Het raadslid volgt dit advies in beginsel op. Als er toch van het advies van de burgemeester wordt afgeweken, meldt het raadslid dit zelf aan de gemeente raad. Laat het raadslid dit na, dan doet de burgemeester het.
b.Een wethouder twijfelt over een al uitgevoerde handeling van een raadslid
i.De wethouder vraagt de griffier om advies die vervolgens de Adviseur Integriteit kan raadplegen is deze handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat er geen sprake is van een schending, is de zaak afgedaan.
ii.Bij aanhoudende twijfel doet de wethouder samen met de griffier en de Adviseur Integriteit melding bij de burgemeester. Het is aan de burgemeester om te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan.
Betreft: handelen van een collega-wethouder
a.Een wethouder twijfelt over een voorgenomen handeling van collega-wethouder
i.De wethouder bespreekt dit met de andere wethouder en verwoord zijn/haar twijfels.
ii.Als het gesprek tussen de wethouders niet leidt tot een gedeelde conclusie, vraagt de twijfelende wethouder de gemeentesecretaris om advies. De gemeentesecretaris kan de Adviseur Integriteit om advies vragen: is de voorgenomen handeling een schending?
iii.Bij aanhoudende twijfel gaat de wethouder samen met de gemeentesecretaris, en de Adviseur Integriteit naar de burgemeester. Deze formuleert een advies (eventueel na advies van de Adviseur Integriteit) aan de wethouder van wie een voorgenomen handeling vragen heeft opgeroepen
iv.De betrokken wethouder volgt dit advies in beginsel op. Als er toch van het advies van de burgemeester wordt afgeweken, meldt de wethouder dit zelf in de collegevergadering en aan de gemeenteraad. Laat de wethouder dit na, dan doet de burgemeester het.
b.Een wethouder twijfelt over een al uitgevoerde handeling van een collega-wethouder
i.De wethouder vraagt de gemeentesecretaris om advies die vervolgens de Adviseur Integriteit kan raadplegen: is deze handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat er geen sprake is van een schending, is de zaak afgedaan.
ii.Als na dit gesprek de twijfel niet is weggenomen, gaat de wethouder in gesprek met de collega-wethouder, tenzij er goede redenen zijn om dit niet te doen (zie kader ‘Aanspreken: wanneer niet?’, p. 13).
iii.Als de ander erkent mogelijk een schending te hebben begaan, informeert deze, na overleg met de Adviseur Integriteit, samen met de gemeentesecretaris, zelf het college B&W en de gemeenteraad hierover. (Zie verder onder 2.1.b.ii).
iv.Bij aanhoudende twijfel doet de signalerende wethouder samen met de gemeentesecretaris en de Adviseur Integriteit melding bij de burgemeester. Het is aan de burgemeester om te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan.
Betreft: handelen van de burgemeester
a.Een wethouder twijfelt over een voorgenomen handeling van de burgemeester
i.De wethouder vraagt de gemeentesecretaris om advies; is de voorgenomen handeling een schending? De gemeentesecretaris kan de Adviseur Integriteit om advies vragen. Als de gedeelde conclusie is dat de handeling geen schending is, is de zaak afgedaan.
ii.Indien de wethouder, de Adviseur Integriteit en de gemeentesecretaris concluderen dat de handeling een schending kan zijn, gaan zij samen naar de burgemeester. Bij een verschil van inzicht met de gemeentesecretaris en de Adviseur Integriteit, gaat de wethouder, eventueel vergezeld door de gemeentesecretaris en de Adviseur Integriteit, naar de burgemeester.
iii.De burgemeester overweegt of advies van de CvdK gewenst is, voordat hij/zij een besluit neemt over de eigen voorgenomen handeling.
iv.Indien de burgemeester afziet van advisering door de CvdK en de wethouder, de gemeentesecretaris en de Adviseur Integriteit houdt ernstige twijfels over de voorgenomen handeling van de burgemeester, kan de wethouder ervoor kiezen om samen met de gemeentesecretaris en de Adviseur Integriteit naar de CvdK te gaan.
v.De CvdK formuleert een advies aan de burgemeester.
vi.De burgemeester volgt dit advies in beginsel op. Als de burgemeester toch van het advies van de CvdK afwijkt, meldt de burgemeester dit zelf aan de gemeentesecretaris, de Adviseur Integriteit en de collegevergadering en de gemeenteraad.
vii.Indien de burgemeester dit nalaat te doen, dan informeert de CvdK de loco- burgemeester hierover. Deze zal vervolgens, eventueel na het informeren van de burgemeester, het college en de gemeenteraad informeren.
b.Een wethouder twijfelt over een al uitgevoerde handeling van de burgemeester
i.De wethouder vraagt de gemeentesecretaris om advies: is deze handeling een schending? De gemeentesecretaris kan de Adviseur Integriteit om advies vragen. Als de gedeelde conclusie is dat de handeling geen schending is, is de zaak afgedaan.
ii.Als na dit gesprek de twijfel niet is weggenomen, gaat de wethouder eventueel samen met de gemeentesecretaris en de Adviseur Integriteit en in gesprek met de burgemeester, tenzij er goede redenen zijn om dit niet te doen (zie kader ‘Aanspreken: wanneer niet?’, p. 13).
iii.Als de burgemeester erkent mogelijk een schending te hebben begaan, meldt de burgemeester dit zelf bij de CvdK, de gemeentesecretaris en de Adviseur Integriteit en informeert het college en de gemeenteraad hierover. (Zie verder onder 3.1.b.).
iv.Als het gesprek tussen de wethouder en de burgemeester niet leidt tot een gedeelde conclusie, kan de wethouder samen met de gemeentesecretaris en de Adviseur Integriteit melding doen bij de CvdK. Het is aan de CvdK om te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan.
2.5 Betreft: handelen van de griffier
a.Een wethouder twijfelt over een voorgenomen handeling van de griffier
i.De wethouder bespreekt dit met de griffier (die advies kan vragen aan de Adviseur Integriteit) en verwoord zijn/haar twijfels.
ii.Bij aanhoudende twijfel gaat de wethouder samen met de Adviseur Integriteit naar de burgemeester. Deze formuleert een advies aan de griffier.
iii.De griffier volgt dit advies in beginsel op. Als er toch van het advies van de burgemeester wordt afgeweken, meldt de griffier dit zelf aan de werkgevers- commissie. Laat de griffier dit na, dan doet de burgemeester het.
b.Een wethouder twijfelt over een al uitgevoerde handeling van de griffier
i.De wethouder bespreekt dit met de griffier (die advies kan vragen aan de Adviseur Integriteit) en verwoord zijn/haar twijfels, tenzij er goede redenen zijn om dit niet te doen (zie kader ‘Aanspreken: wanneer niet?).
ii.Als de griffier erkent mogelijk een schending te hebben begaan, meldt deze dit zelf bij de burgemeester en informeert ook de gemeenteraad en de Adviseur Integriteit hierover. Indien mogelijk zal de griffier de schending ongedaan maken of de schade herstellen. De werkgeverscommissie beoordeelt of er daarnaast ook een sanctie nodig is (zie verder fase 3).
iii.Bij aanhoudende twijfel doet de wethouder samen met de Adviseur Integriteit melding bij de burgemeester. Het is aan de burgemeester om te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan.
2.6 Betreft: handelen van een ambtenaar uit de organisatie
a.Een wethouder twijfelt over een (voorgenomen of uitgevoerde) handeling van een ambtenaar
i.De wethouder bespreekt zijn/haar twijfels en de burgemeester (die advies kan vragen aan de Adviseur Integriteit).
ii.Indien de burgemeester daar reden toe ziet, informeert de burgemeester de gemeentesecretaris, die het gemandateerde bevoegd gezag is over alle ambtenaren. De gemeentesecretaris besluit, eventueel na overleg met de Adviseur Integriteit, bij een uitgevoerde handeling, of de melding onderzocht moet worden door de Adviseur Integriteit in lijn met de geldende interne meldregeling. Eventuele communicatie met de melder verloopt via de burgemeester. Een en ander valt logischerwijs buiten het bestek van de Procesafspraken Integriteit. Kwesties die individuele ambtenaren betreffen komen in de regel niet in de gemeenteraad.
iii.In geval van twijfel over het handelen van de gemeentesecretaris zelf, informeert de burgemeester de andere leden van het college en betrekt hij/zij de Adviseur Integriteit en eventueel externe deskundigen bij eventuele vervolgstappen.
Sectie 3: Route voor de burgemeester
3.1 Betreft: eigen handelen
a.De burgemeester twijfelt over een eigen nog uit te voeren handeling
i.De burgemeester vraagt om advies in het driehoeksoverleg met de griffier en de gemeentesecretaris (er kan advies gevraagd worden aan de Adviseur Integriteit): is deze voorgenomen handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat de voorgenomen handeling geen schending is, is de zaak afgedaan.
ii.Bij aanhoudende twijfel gaat de burgemeester naar de CvdK. De CvdK formuleert (eventueel na (de Adviseur Integriteit en/of externe deskundigen) een advies.
iii.De burgemeester volgt dit advies in beginsel op. Als de burgemeester toch van het advies van de CvdK afwijkt, meldt deze dit zelf aan de CvdK, in de college- vergadering en aan de gemeenteraad.
iv.Indien de burgemeester dit nalaat te doen, dan informeert de CvdK de loco- burgemeester hierover. Deze zal vervolgens, eventueel na het informeren van de burgemeester, het college en de gemeenteraad informeren.
b.De burgemeester twijfelt over een eigen al uitgevoerde handeling
i.De burgemeester vraagt om advies in het driehoeksoverleg met de griffier en de gemeentesecretaris er kan advies gevraagd worden aan de Adviseur Integriteit: is deze handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat er geen sprake is van een schending, is de zaak afgedaan.
ii.Bij aanhoudende twijfel gaat de burgemeester naar de CvdK. Als de gedeelde conclusie van dit gesprek is dat er inderdaad sprake is van een schending, zal de burgemeester in ieder geval de wethouders, de gemeentesecretaris en de Adviseur Integriteit en de gemeenteraad informeren en indien mogelijk de schending ongedaan maken of de schade herstellen. De raad beoordeelt zelfstandig de politieke consequenties (zie fase 3).
iii.Als er geen sprake is van een gedeelde conclusie, is het aan de CvdK om te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan.
3.2 Betreft: handelen van een raadslid
a.De burgemeester twijfelt over een voorgenomen handeling van een raadslid
i.De burgemeester bespreekt (eventueel na overleg met de griffier en de Adviseur Integriteit) zijn/haar twijfels met het raadslid.
ii.Als dit gesprek met het raadslid niet leidt tot een gedeelde conclusie, formuleert de burgemeester een advies aan het betrokken raadslid.
iii.Het raadslid volgt dit advies in beginsel op. Als er toch van het advies van de burgemeester wordt afgeweken, meldt het raadslid dit zelf aan de gemeenteraad. Laat het raadslid dit na, dan doet de burgemeester het.
b.De burgemeester twijfelt over een al uitgevoerde handeling van een raadslid
i.De burgemeester bespreekt (eventueel na overleg met de griffier en de Adviseur Integriteit) zijn/haar twijfels met het raadslid, tenzij er goede redenen zijn om dit niet te doen (zie kader ‘Aanspreken: wanneer niet?’, p. 13).
ii.Als het raadslid erkent mogelijk een schending te hebben begaan, informeert hij/ zij de gemeenteraad en de Adviseur Integriteit hierover. (Zie verder onder 1.1.b.)
iii.Bij aanhoudende twijfel is het aan de burgemeester om te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan.
3.3 Betreft: handelen van een wethouder
a.De burgemeester twijfelt over een voorgenomen handeling van een wethouder
i.De burgemeester bespreekt (eventueel na overleg met de gemeentesecretaris en de Adviseur Integriteit) zijn/haar twijfels met de wethouder.
ii.Als dit gesprek met de wethouder niet leidt tot een gedeelde conclusie, formuleert de burgemeester samen met de gemeentesecretaris en de Adviseur Integriteit een advies aan de betrokkenen wethouder.
iii.De wethouder volgt dit advies in beginsel op. Als er toch van het advies van de burgemeester wordt afgeweken, meldt de wethouder dit zelf in de college- vergadering en aan de gemeenteraad. Laat de wethouder dit na, dan doet de burgemeester het.
b.De burgemeester twijfelt over een al uitgevoerde handeling van een wethouder
i.De burgemeester bespreekt (eventueel na overleg met de gemeentesecretaris en de Adviseur Integriteit) zijn/haar twijfels met de wethouder, tenzij er goede redenen zijn om dit niet te doen (zie kader ‘Aanspreken: wanneer niet?’, p. 13).
ii.Als de wethouder erkent mogelijk een schending te hebben begaan, informeert deze zijn collega-wethouders, de gemeenteraad en de Adviseur Integriteit hierover. (Zie verder onder 2.1.b.)
iii.Bij aanhoudende twijfel, is het aan de burgemeester om te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan.
3.4 Betreft: handelen van de griffier
a.De burgemeester twijfelt over een voorgenomen handeling van de griffier
i.De burgemeester bespreekt dit met de griffier, verwoord zijn/haar twijfels en formuleert (eventueel na raadpleging van de Adviseur Integriteit en/of externe deskundigen) een advies.
ii.De griffier volgt dit advies in beginsel op. Als er toch van het advies van de burgemeester wordt afgeweken, meldt de griffier dit zelf aan de werkgevers- commissie. Laat de griffier dit na, dan doet de burgemeester het.
b.De burgemeester twijfelt over een al uitgevoerde handeling van de griffier
i.De burgemeester bespreekt dit met de griffier en eventueel met de Adviseur Integriteit en verwoord zijn/haar twijfels, tenzij er goede redenen zijn om dit niet te doen (zie kader ‘Aanspreken: wanneer niet?).
ii.Als de griffier erkent mogelijk een schending te hebben begaan, meldt deze dit zelf aan de gemeenteraad en de Adviseur Integriteit. Indien mogelijk zal de griffier de schending ongedaan maken of de schade herstellen. De werkgeverscommissie beoordeelt of er daarnaast ook een sanctie nodig is (zie verder fase 3).
iii.Bij aanhoudende twijfel is het aan de burgemeester om te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan.
3.5 Betreft: handelen van een ambtenaar uit de organisatie
a.De burgemeester twijfelt over een (voorgenomen of uitgevoerde) handeling van een ambtenaar
i.De burgemeester informeert de gemeentesecretaris, die het gemandateerde bevoegd gezag is over alle ambtenaren. De gemeentesecretaris besluit, bij een uitgevoerde handeling, of de melding doorgezet moet worden richting de Adviseur Integriteit in lijn met de geldende interne meldregeling. Bij een voorgenomen handeling kan de gemeentesecretaris advies vragen aan de Adviseur Integriteit en het zelf bespreken met de ambtenaar, eventueel samen met de Adviseur Integriteit. De gemeentesecretaris verzorgt de communicatie met de melder (de burgemeester). Een en ander valt logischerwijs buiten het bestek van de Procesafspraken Integriteit. Kwesties die individuele ambtenaren betreffen komen in de regel niet in de gemeenteraad.
ii.In geval van twijfel over het handelen van de gemeentesecretaris zelf, informeert de burgemeester het college van wethouders en betrekt hij/zij de Adviseur Integriteit en eventueel externe deskundigen bij eventuele vervolgstappen.
3.6. Een ambtenaar twijfelt over een (voorgenomen of uitgevoerde) handeling van een raadslid, wethouder of burgemeester.
a.De ambtenaar bespreekt dit met de gemeentesecretaris en er kan advies gevraagd worden aan de Adviseur Integriteit: is deze handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat er geen sprake is van een schending, is de zaak afgedaan.
b.Bij aanhoudende twijfel gaat de gemeentesecretaris eventueel samen met de Adviseur Integriteit naar de burgemeester. Als de gedeelde conclusie van dit gesprek is dat er inderdaad sprake is van een schending dan geldt afhankelijk van wie het betreft het volgende proces:
i.Het betreft een raadslid: Volg het proces onder 3.2 lid a of lid b.
ii.Het betreft een wethouder: Volg het proces onder 2.3 lid a of lid b.
iii.Het betreft de burgemeester: Volg het proces onder 3.4 lid a of lid b
Voor de ambtenaar geldt de bescherming zoals opgenomen in de Meldregeling integriteitschendingen, misstanden en ongewenste gedragingen (artikel 2.8).
De gemeentesecretaris en/of de burgemeester vervolgt het proces verder samen met de Adviseur Integriteit.
FASE 2 Duiden en onderzoeken
Stap 1: Duiding en vooronderzoek
Betreft: handelen een raadslid, een wethouder of de griffier
Bij een melding van een mogelijke integriteitsschending door een raadslid, een wethouder of een griffiefunctionaris beoordeelt de burgemeester (eventueel in overleg met de Adviseur Integriteit) of er sprake is een onderzoekswaardige melding. Dit is het geval indien:
•de melding een vermoedelijke schending van de gedragscode en/of wetgeving betreft, van een zekere ernst;
•de melding voldoende betrouwbaar en concreet is;
•de melding in redelijkheid onderzoekbaar is (dat wil zeggen: er zijn voldoende onderzoeksmogelijkheden).
Om de onderzoekswaardigheid te kunnen bepalen vindt altijd een gesprek met de melder plaats. Daarnaast kan het vooronderzoek onder meer bestaan uit:
•het in kaart brengen van de feitelijke situatie;
•het checken van de beschikbaarheid van (administratieve) informatie;
•het nalopen van relevante wet- en regelgeving.
Ook een gesprek met degene op wie de melding betrekking heeft, kan deel uitmaken van het vooronderzoek. Een dergelijk gesprek vindt niet plaats indien de vermoedelijke schending ernstig is en een eventueel vervolgonderzoek in gevaar kan komen als de betrokkene in dit stadium op de hoogte wordt gesteld.
Ook burgers, bedrijven of instanties kunnen twijfelen over het handelen van een politieke ambtsdrager. Als zij daarvan melding doen via de gemeentelijke klachten- procedure of rechtstreeks bij de burgemeester, treedt fase 2 van de Procesafspraken Integriteit in werking. De melder speelt in het traject verder geen rol; wel wordt hij geïnformeerd over wat er met de melding is gedaan. Ambtenaren die een melding over een politieke ambtsdrager overwegen, informeren de gemeentesecretaris voordat zij zich tot de burgemeester wenden.
De burgemeester is eindverantwoordelijk voor het vooronderzoek. In de regel zal hij/zij ervoor kiezen zich te laten ondersteunen door een adviesgroep met specialis ten die concrete taken uitvoeren. Hiertoe kunnen bijvoorbeeld behoren:
•Adviseur Integriteit (altijd betrokken), senior jurist, adviseur bestuurlijke zaken;
•externe deskundigen.
Adviezen van ondersteuners aan de burgemeester worden op schrift gesteld. Op basis hiervan brengt de burgemeester advies uit. Er zijn vier mogelijke scenario’s te onderscheiden:
1De burgemeester concludeert dat er geen grond is voor de verdenking dan wel dat de melding, onvoldoende betrouwbaar en concreet is en/of niet in redelijkheid onderzoekbaar is. De burgemeester informeert de melder hierover en, indien dat gepast is, ook degene op wie de melding betrekking had.
2Degene die onder verdenking is komen te staan erkent een schending te hebben begaan, de feiten zijn voldoende bekend en er is geen verder onderzoek nodig (zie Fase 3).
3De burgemeester concludeert dat er grond is voor de verdenking en dat de melding ook anderszins onderzoekswaardig is, maar er is geen sprake van erkenning door de betrokkene. In dit geval gelast de burgemeester een integriteitsonderzoek (zie stap 2: Integriteitsonderzoek, par 2.1).
4De burgemeester concludeert dat er grond is voor de verdenking, het vermoeden betreft een ernstige schending en het risico bestaat dat het informeren van de betrokkene het onderzoeksbelang zou schaden. In dit geval gelast de burgemeester een integriteitsonderzoek zonder de betrokkene daar bij aanvang van op de hoogte te stellen (zie stap 2: Integriteitsonderzoek, par 2.1).
Blijkt uit het vooronderzoek dat er sprake kan zijn van een strafbaar feit, dan kan de burgemeester hiervan aangifte doen bij de politie. Gaat het om een redelijk vermoeden van een ambtsmisdrijf, dan is de burgemeester hiertoe verplicht (Artikel 162 Wetboek van Strafvordering).
Betreft: handelen van de burgemeester
Bij een vermoeden van een integriteitsschending door de burgemeester is de CvdK eindverantwoordelijk voor een deugdelijk vooronderzoek. De CvdK formeert een adviesgroep van ondersteuners die in het kader van het vooronderzoek concrete taken uitvoeren. Hierin hebben minimaal de volgende gemeenteambtenaren zitting: de gemeentesecretaris, een senior jurist en de Adviseur Integriteit. Desgewenst kan de CvdK ook externe deskundigen inschakelen.
De CvdK beoordeelt de resultaten van het vooronderzoek. Er zijn dan vier mogelijkheden:
1De CvdK concludeert dat er geen grond is voor de verdenking dan wel dat de melding onvoldoende betrouwbaar en concreet is en/of niet in redelijkheid onderzoekbaar is. Hiermee is de zaak afgedaan. De CvdK informeert de melder en de burgemeester hierover.
2De burgemeester erkent een schending te hebben begaan, de feiten zijn voldoende bekend en er is geen verder onderzoek nodig (zie Fase 3).
3De CvdK concludeert dat er grond is voor de verdenking en dat de melding ook anderszins onderzoekswaardig is, maar er is geen sprake van erkenning door de burgemeester. In dit geval gelast de CvdK een integriteitsonderzoek (zie stap 2: Integriteitsonderzoek, par 2.2).
4De CvdK concludeert dat er grond is voor de verdenking, het vermoeden betreft een ernstige schending en het risico bestaat dat het informeren van de betrokkene het onderzoeksbelang zou schaden. In dit geval gelast de CvdK een integriteitsonderzoek zonder de betrokkene daar bij aanvang van op de hoogte te stellen (zie stap 2: Integriteitsonderzoek, par 2.2).
Indien de verdenking van het plegen van een strafbaar feit de burgemeester betreft, is het de CvdK die aangifte doet.
Communicatie
Als de conclusie van een vooronderzoek luidt dat de verdenking ongegrond is, blijft het vooronderzoek vertrouwelijk. In dit geval weten alleen de melder, degene over wie is gemeld, de burgemeester (of, indien de melding de burgemeester betreft, de CvdK) en eventuele ondersteuners ervan.
Een besluit tot het instellen van een integriteitsonderzoek wordt genomen door de burgemeester (dan wel de CvdK, in het geval van een vermoeden van een schending door de burgemeester). Het is belangrijk om de kring van betrokkenen niet groter te maken dan strikt nodig is.
De vermeende schender wordt altijd geïnformeerd over het instellen van een integriteitsonderzoek. Hiervan wordt alleen afgezien indien dit het vervolgonderzoek in gevaar kan brengen.
In dit stadium kan de burgemeester (dan wel de CvdK) er wel voor kiezen om de fractievoorzitters vertrouwelijk te informeren. Als de kwestie onverhoopt al in de openbaarheid is gekomen is dit sowieso raadzaam.
Stap 2: Integriteitsonderzoek
2.1 Betreft: handelen van een raadslid, een wethouder of de griffier
Als het vooronderzoek heeft geleid tot de conclusie dat een melding over een wethouder, een raadslid of een griffiefunctionaris onderzoekswaardig is, geeft de burgemeester opdracht tot het uitvoeren van een integriteitsonderzoek aan de Adviseur Integriteit. Tot het moment van openbaarmaking wordt geheimhouding opgelegd op alles wat met het onderzoek te maken heeft.
De onderzoeksopdracht wordt zo helder mogelijk geformuleerd en omvat ten minste de volgende zaken:
•de onderzoeksvraag (of -vragen);
•de wet- en regelgeving waaraan het handelen wordt getoetst;
•de termijn waarbinnen het onderzoek dient te zijn afgerond.
De burgemeester is eindverantwoordelijk voor het integriteitsonderzoek (in termen van kwaliteit, tijd en kosten). Concrete taken laat hij uitvoeren door:
•De adviseur Integriteit uit de ambtelijke organisatie van de gemeente;
•en/of onderzoekers van een extern bureau. In dit geval verstrekt het onderzoeksbureau een opdrachtbevestiging met daarin ten minste: een weergave van in te zetten onderzoeksmethoden, een planning en een begroting. Het onderzoeksbureau dient in het bezit te zijn van een vergunning afgegeven door Justis.
In het kader van het onderzoek wordt in ieder geval degene geïnterviewd op wie de melding betrekking heeft. Daarnaast kan het onderzoek onder meer bestaan uit:
•het interviewen van andere betrokkenen;
•het verzamelen en beoordelen van schriftelijke informatie;
•het toetsen van relevante informatie aan wet- en regelgeving.
Het onderzoek mondt uit in een schriftelijk rapport. Nadat de burgemeester de conceptversie heeft gelezen, wordt het gespreksverslag ter inzage voorgelegd aan degene wiens handelen is onderzocht in het kader van hoor en wederhoor. Diens eventuele op- en aanmerkingen worden schriftelijk vastgelegd en als bijlage toegevoegd aan het definitieve rapport. Dat blijft (vooralsnog) geheim.
2.2 Betreft: handelen van de burgemeester
Indien een onderzoekswaardige melding de burgemeester betreft, is het de CvdK die opdracht geeft tot het instellen van een integriteitsonderzoek. Het onderzoekstraject voltrekt zich verder analoog aan het proces zoals hierboven geschetst, met twee verschillen:
•eventuele interne professionele onderzoekers komen uit de provinciale ambtelijke organisatie;
•het concept-rapport gaat naar de CvdK voordat dit ter inzage voorgelegd aan de burgemeester.
FASE 3 Oordelen en sanctioneren
3.1 Betreft: handelen van een raadslid
Nadat een integriteitsonderzoek naar het handelen van een raadslid is afgerond, beoordeelt de burgemeester het definitieve onderzoeksrapport.
Als de conclusie luidt dat er geen schending is gepleegd, deelt de burgemeester de onderzoeksresultaten in principe alleen met het raadslid dat onder verdenking stond, de melder, de griffier en, wanneer eerder betrokken, fractievoorzitters. Eventueel kan de burgemeester er in overleg met het betrokken raadslid voor kiezen om de onderzoeksresultaten breder bekend te maken.
Als de conclusie luidt dat er wel een schending is begaan, spreekt de burgemeester (na intern of extern advies te hebben ingewonnen) zijn oordeel uit over de zwaarte ervan, daarmee voorsorterend op het sanctie-oordeel van de gemeenteraad. In een vertrouwelijk overleg van de burgemeester en de fractievoorzitters wordt gesproken over:
1het onderzoek en de resultaten daarvan;
2het zwaarte-oordeel van de burgemeester;
3de wijze waarop de onderzoeksresultaten en het zwaarte-oordeel van de burgemeester aan de raad zullen worden voorgelegd;
4de wijze waarop de onderzoeksresultaten, het zwaarte-oordeel van de burgemeester en het raadsbesluit over een eventuele sanctie aan de burger zullen worden gecommuniceerd.
Vervolgens legt de burgemeester de onderzoeksresultaten voor aan de gemeenteraad, met daarbij een gemotiveerd zwaarte-oordeel. De raad vormt zich over dit alles een oordeel en neemt een besluit over een eventuele sanctie. Hierbij vermijdt de raad iedere partijpolitieke bevangenheid.
3.2 Betreft: handelen van een wethouder
Nadat een integriteitsonderzoek naar het handelen van een wethouder is afgerond, neemt de burgemeester als eerste kennis van het definitieve onderzoeksrapport die het bespreekt met de gemeentesecretaris. Vervolgens stelt hij/zij het onderzoeksrapport ter beschikking aan de gemeenteraad, met daarbij een gemotiveerd zwaarte-oordeel over een eventueel vastgestelde schending. De raad beoordeelt zelfstandig de politieke consequenties.
3.3 Betreft: handelen van de burgemeester
Nadat een integriteitsonderzoek naar het handelen van de burgemeester is afgerond, nemen de CvdK en de gemeentesecretaris als eerste kennis van het definitieve onderzoeksrapport. Vervolgens stelt de CvdK het onderzoeksrapport ter beschikking aan de gemeenteraad, zonder een zwaarte-oordeel te vellen over een eventueel vastgestelde schending. De raad beoordeelt zelfstandig de politieke consequenties.
3.4 Betreft: handelen van de griffier
Nadat een integriteitsonderzoek naar het handelen van de griffier is afgerond, neemt de burgemeester als eerste kennis van het definitieve onderzoeksrapport. Vervolgens stelt de burgemeester het onderzoeksrapport ter beschikking aan de werkgeverscommissie, die besluit over een eventuele sanctie.
Nadat een integriteitsonderzoek naar het handelen van een raadsadviseur of griffie- medewerker is afgerond, neemt de burgemeester als eerste kennis van het definitieve onderzoeksrapport. Vervolgens stelt de burgemeester het onderzoeksrapport ter beschikking aan de raad, die besluit over een eventuele sanctie.
Communicatie
1Bij sanctionering van een raadslid:
a.Nadat de burgemeester het eigen zwaarte-oordeel aan de gemeenteraad heeft gepresenteerd – en nog vóór de raadsvergadering – stelt hij/zij (onder embargo) de pers op de hoogte van de kwestie. Tot die tijd spreekt geen van de betrokkenen (zoals de melder, het raadslid wiens handelen is onderzocht, fractievoorzitters, raadsleden, politieke partijen) met de pers. Allen wachten daarmee tot na de raadsvergadering, aangezien dit de kans op onpartijdigheid sterk vergroot.
2Bij sanctionering van een wethouder:
a.Op de dag van de raadsvergadering stelt de burgemeester de pers op de hoogte van de kwestie. Tot die tijd spreekt geen van de betrokkenen met de pers.
3Bij sanctionering van de burgemeester:
a.Op de dag van de raadsvergadering stelt de CvdK de pers op de hoogte van de kwestie. Tot die tijd spreekt geen van de betrokkenen met de pers.
4Bij sanctionering van de griffier:
a.Over een eventuele schending van de griffier wordt niet gecommuniceerd naar de pers, behalve als het een zwaardere schending met dientengevolge een zwaardere sanctie. De burgemeester brengt dan, kort nadat de werkgeverscommissie een besluit over sanctionering heeft genomen, de pers op de hoogte kwestie. Tot die tijd spreekt geen van de betrokkenen met de pers.
5Bij sanctionering van de gemeentesecretaris is de meldregeling integriteit voor ambtenaren van toepassing.
FASE 4 Evalueren en leren
4.1 Leren van elk vraagstuk
Raadsleden of wethouders maken gedurende hun politieke loopbaan hoogstens een beperkt aantal handhavingstrajecten mee, meestal zijdelings. De burgemeester, gemeentesecretaris en de griffier zullen meer ervaring opdoen, maar ook voor hen geldt: handhaven wordt nooit routine. Daarom is in de regel na afronding van een integriteitsvraag- stuk een korte reflectie geboden – of de zaak nu al wordt afgerond na de beoordeling van een melding, nadat er vooronderzoek is verricht of pas na een integriteitsonderzoek dat al dan niet tot sanctionering heeft geleid.
Bij complexere en/of ernstige zaken krijgt deze terugblik het karakter van een meer formele (schriftelijke) evaluatie. Dan is doorgaans ook een vorm van nazorg geboden. Na een raadsvergadering waarin de uitkomsten van een integriteitsonderzoek naar het handelen van een raadslid of wethouder zijn besproken, kan de burgemeester een evaluatiegesprek met betrokkene inplannen. De Adviseur Integriteit kan wanneer gewenst, ondersteunen.
4.2 Leren van de grote lijn
Eens per vier jaar maakt de Adviseur Integriteit, ter bespreking in de gemeenteraad en het college B&W, een geanonimiseerd overzicht van de lessen die getrokken kunnen worden uit adviezen die zijn gegeven en uit de resultaten van vooronderzoek en integriteitsonderzoek, voor de griffier en de gemeentesecretaris. Dat gebeurt op een manier die geen link naar specifieke personen mogelijk maakt.
De afspraken in de Procesafspraken Integriteit alsmede de geldende gedragscodes worden eens per bestuursperiode door de fractievoorzitters, de griffier, de gemeentesecretaris, de burgemeester en de wethouders geëvalueerd, met hulp van de Adviseur Integriteit. Desgewenst worden de afspraken bijgesteld.