Gemeentelijke regelgeving

Nota parkeernormen 2024

Gemeente Eindhoven · geldt sinds 13 mei 2026

Bijlage 1 Gebiedsindeling

Voor de parkeernormering worden drie gebieden onderscheiden:

Centrumnorm: het gebied dat begrensd wordt door Fellenoord, Boschdijk, Pastoor Petersstraat, Veldmaarschalk Montgomerylaan, Vincent van de Heuvellaan, John F. Kennedylaan, Prof. Dr. Dorgelolaan, Dommel, Vestdijk, Hertogstraat, P Czn Hooftlaan, Wal, Dommel, Edenstraat, Mauritsstraat en de Vonderweg. Ook Strijp-S valt onder de centrumnorm.

Schilwijk: de wijken buiten het centrum maar binnen de Ring. Ook Stadshart Woensel, Strijp-T en het gebied van de Ontwikkelas ZW volgen de schilnorm.

Restgebied: de rest van het grondgebied van de gemeente

De scheidslijn tussen de gebieden loopt over de as van de genoemde straten en wegen (ook in het geval van de Ring). Het HOV-netwerk is opgenomen in verband met de HOV-correctie in de omgeving van de haltes op dit net en ook de gebiedsontwikkeling Fellenoord is weergegeven. De exacte grenzen van Fellenoord zijn opgenomen in bijlage 10.

Bijlage 2 Parkeernormen auto

Per functie is de parkeernorm weergegeven in aantallen parkeer¬plaatsen per eenheid. Tevens is het aandeel bezoekers aangegeven. Dit aandeel is in de weergegeven parkeernormen opgenomen. De eenheden zijn in m2 bvo (bruto vloeroppervlak). Voor de woonfunctie is het mogelijk uit te gaan van gvo (gebruiksoppervlak), tenzij daartussen een groot verschil zit.

wonen (per wooneenheid)

centrum

schilwijk

restgebied

koop

grondgebonden

vrijstaand

1,0

1,2

1,7

twee-onder-een-kap

0,9

1,1

1,6

rijwoning

0,8

1,0

1,4

appartement

0-50 m²

0,5

0,8

1,0

50-75 m²

0,7

0,9

1,1

75-100 m²

0,7

0,9

1,2

100-125 m²

0,7

1,2

1,4

> 125 m²

0,8

1,2

1,5

huur vrije sector

grondgebonden

rijwoning

0,8

1,0

1,4

appartement

0-50 m²

0,3

0,4

0,6

50-75 m²

0,5

0,6

0,8

75-100 m²

0,6

0,7

0,9

100-125 m²

0,7

0,8

1,0

> 125 m²

0,8

0,9

1,1

sociale huur

grondgebonden

rijwoning

0,8

0,9

1,2

appartementen

0-50 m²

0,3

0,4

0,6

50-75 m²

0,5

0,6

0,7

75-100 m²

0,6

0,7

0,8

100-125 m²

0,7

0,8

0,9

> 125 m²

0,8

0,9

1,0

onzelfstandige woonruimte voor begeleid wonen (zoals verpleeg/verzorgingstehuis)

0,4

0,4

0,5

tiny house*

0,4

0,5

0,6

short stay (max. 6 maanden verblijf)

0,4

0,5

0,7

bezoekersaandeel (al verwerkt in parkeernorm)

0,1

0,1

0,2

zelfstandige woonruimte met campuscontract

0,15

0,15

0,15

onzelfstandige woonruimte (kamerverhuur)

0,05

0,05

0,05

bezoekersaandeel (al verwerkt in parkeernorm)

0,05

0,05

0,05

*grondgebonden, geschakelde of gestapelde woning van max. 50m2 en max. 35m2 grondoppervlak, gericht op duurzaamheid en ecologisch verantwoord wonen

Een grondgebonden woning is een woning met de toegang op maaiveld. Er is sprake van een appartement als de woning onderdeel uitmaakt van een gebouw en/of er sprake is van een gezamenlijke entree. Woningen in een wooncomplex die een eigen toegang op maaiveld hebben, worden ook als appartement gerekend.

Mantelzorgwoningen of kangoeroewoningen (meerdere min of meer gescheiden huishoudens in één woning) moeten worden beschouwd als één woning met bijbehorende parkeernorm. Deze woningen hebben ook één adres en zijn kadastraal niet gesplitst. Dat geldt ook voor friendswoningen, waarbij vrienden/bekenden een woning delen.

Bovenstaande normen zijn ook van toepassing op flexwonen (verplaatsbare woningen), tijdelijke woonconcepten en seniorenwoningen. Voor AZC’s en andere opvanglocaties geldt een norm van 0,1 parkeerplaats per 10 bewoners (geen bezoekersdeel van toepassing).

werken

eenheid

centrum

schilwijk

restgebied

aandeel

bezoekers

kantoor (zonder baliefunctie), bijvoorbeeld administratief en zakelijk

per 100 m²

0,6

0,9

0,9

5%

commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie)

per 100 m²

0,9

1,1

1,4

20%

bedrijf arbeidsintensief/bezoekers-extensief (industrie, laboratorium, werkplaats)

per 100 m²

1,0

1,3

1,6

5%

bedrijf arbeidsextensief/bezoekers-extensief (loods, opslag, transportbedrijf)

per 100 m²

0,3

0,5

0,6

5%

bedrijfsverzamelgebouw

per 100 m²

0,6

0,9

1,1

10%

winkelen en boodschappen

eenheid

centrum

schilwijk

restgebied

aandeel

bezoekers

kleine supermarkt (< 600 m2)

per 100 m²

0,4

1,0

1,6

89%

middelgrote supermarkt (600 – 2500 m2)

per 100 m²

1,5

2,2

2,9

96%

grote supermarkt (> 2500 m2)

per 100 m²

3,5

4,8

5,6

84%

groothandel in levensmiddelen

per 100 m²

5,3

3,9

4,1

80%

buurtwinkelcentrum/solitaire kleinschalige winkel

per 100 m²

1,0

1,8

2,4

72%

stads(deel)centrum

per 100 m²

nvt

2,0

3,0

72%

wijkwinkelcentrum (zoals Kastelenplein)

per 100 m²

nvt

2,5

3,0

79%

weekmarkt

per m² kraam

0,1

0,1

0,2

85%

kringloopwinkel

per 100 m²

0,4

0,6

1,1

89%

bruin- en witgoedzaken

per 100 m²

2,3

3,8

5,4

92%

woonwarenhuis/woonwinkel

per 100 m²

0,6

1,0

1,1

91%

woonwarenhuis (groter dan 20.000 m²)

per 100 m²

nvt

nvt

3,4

95%

meubelboulevard/woonboulevard/winkelboulevard

per 100 m²

1,0

1,2

1,5

93%

outletcentrum

per 100 m²

5,0

6,6

7,3

94%

bouwmarkt

per 100 m²

1,0

1,2

1,7

87%

showroom (auto's, boten etc.)

per 100 m²

0,6

0,6

1,0

35%

tuincentrum

per 100 m²

1inclusief oppervlakte buitenruimte

nvt

1,8

2,0

89%

groencentrum

per 100 m²

2inclusief oppervlakte buitenruimte

1,5

1,8

2,1

89%

kapsalon/schoonheidsspecialist e.d.

per 100 m²

0,9

1,1

1,4

90%

sport, cultuur en ontspanning

eenheid

centrum

schilwijk

restgebied

aandeel

bezoekers

bibliotheek

per 100 m²

0,1

0,4

0,6

97%

museum

per 100 m²

0,3

0,5

0,8

95%

Bioscoop

per 100 m²

1,6

5,5

8,1

94%

filmtheater/filmhuis

per 100 m²

1,0

3,0

5,0

97%

theater/schouwburg

per 100 m²

5,2

5,7

7,4

87%

musicaltheater

per 100 m²

2,1

2,5

3,0

86%

sociaal cultureel centrum/wijkgebouw

per 100 m²

2,0

3,0

4,0

90%

casino, amusementshal

per 100 m²

4,8

5,2

5,6

86%

bowlingcentrum

per bowling-baan

0,7

1,2

1,7

89%

biljart-/snookercentrum

per tafel

0,4

0,6

0,8

87%

dansstudio

per 100 m²

0,7

2,0

3,5

93%

fitnessstudio/sportschool

per 100 m²

3voorziening < 1.500 m²

0,6

2,1

3,2

87%

fitnesscentrum

4voorziening > 1.500 m²

per 100 m²

0,8

2,9

4,3

90%

wellnesscentrum (thermen, kuurcentrum, beautycentrum,

per 100 m²

nvt

nvt

8,3

99%

sauna, hammam

per 100 m²

1,6

3,3

5,0

99%

sexinrichting/bordeel

per 100 m²

0,5

1,0

1,5

90%

sporthal

per 100 m²

1,2

1,8

2,4

96%

sportzaal/gymlokaal

per 100 m²

0,8

1,6

2,4

94%

tennishal

per 100 m²

0,2

0,3

0,3

87%

squashhal

per 100 m²

1,4

2,2

2,5

84%

zwembad overdekt

per 100 m² bassin

nvt

8,8

9,6

97%

zwembad openlucht

per 100 m² bassin

nvt

8,0

10,5

99%

sportveld

per hectare netto terrein

13,0

13,0

13,0

95%

stadion

per zitplaats

0,04

0,04

0,04

99%

kunstijsbaan (kleiner dan 400 meter)

per 100 m²

0,9

1,1

1,4

98%

kunstijsbaan (400 meter)

per 100 m²

nvt

1,8

2,1

98%

jachthaven

per ligplaats

nvt

0,5

0,5

0%

golfoefencentrum

per centrum, circa 6 hectare

nvt

nvt

44,1

93%

golfbaan (18 holes)

per 18 holes, 60-70 hectare

nvt

nvt

80,1

98%

indoorspeeltuin (kinderspeelhal, < 1500 m2)

per 100 m²

0,4

1,2

1,9

97%

indoorspeeltuin (kinderspeelhal, > 1.500 m2)

per 100 m²

1,0

1,8

2,8

98%

manege (paardenhouderij)

per box

nvt

nvt

0,3

90%

dierenpark

per hectare netto terrein

2,0

3,0

4,0

99%

attractie- en pretpark

per hectare netto terrein

2,0

3,0

4,0

99%

volkstuin

per 10 tuinen

0,8

0,9

1,0

100%

horeca en (verblijfs-)recreatie

eenheid

centrum

schilwijk

restgebied

aandeel

bezoekers

camping (kampeerterrein)

per standplaats

nvt

nvt

1,1

90%

bungalowpark (huisjescomplex)

per bungalow

nvt

nvt

1,5

91%

pension

per 10 kamers

0,3

0,7

2,2

77%

hotel

per 10 kamers

1,1

1,9

3,6

80%

café/bar/cafetaria

per 100 m²

3,0

4,0

5,0

90%

restaurant

per 100 m²

4,0

8,0

10,0

80%

discotheek

per 100 m²

1,6

5,2

8,7

99%

evenementenhal/beursgebouw/congresgebouw

per 100 m²

3,0

4,0

5,0

99%

gezondheidszorg en sociale voorzieningen

eenheid

centrum

schilwijk

restgebied

aandeel

bezoekers

huisartsenpraktijk (-centrum)

behandelkamer

1,4

1,7

2,1

57%

apotheek

per 100m²

1,8

2,3

2,7

45%

fysiotherapiepraktijk (-centrum)

behandelkamer

0,7

0,9

1,1

57%

consultatiebureau

behandelkamer

0,8

1,0

1,2

50%

consultatiebureau voor ouderen

behandelkamer

1,1

1,4

1,8

38%

tandartsenpraktijk (centrum)

behandelkamer

1,1

1,4

1,7

47%

gezondheidscentrum

behandelkamer

1,0

1,2

1,5

55%

ziekenhuis

per 100 m² bvo

1,1

1,2

1,4

29%

begraafplaats/crematorium

per (deels) gelijktijdige plechtigheid

10,0

15,0

25,0

98%

penitentiaire inrichting

per 10 cellen

1,4

1,9

3,0

37%

religiegebouw

per zitplaats

0,1

0,1

0,1

98%

onderwijs

5met leerlingen en studenten wordt bedoeld het aantal ingeschreven leerlingen per jaargang; in de normering is rekening gehouden met aanwezigheidspercentages

eenheid

centrum

schilwijk

restgebied

aandeel

bezoekers

kinderdagverblijf (crèche/ peuterspeelzaal/buitenschoolse opvang)*

per 100 m2

0,7

0,9

1,0

0%

basisonderwijs*

per leslokaal

0,5

0,5

0,5

0%

middelbare school

per 100 leerlingen

6bezoekers zijn leerlingen

2,0

2,6

2,9

11%

ROC (regionaal opleidingscentrum)

per 100 leerlingen7

2,8

3,3

3,7

7%

hogeschool

per 100 studenten

7bezoekers zijn studenten

5,5

6,1

6,9

72%

universiteit

per 100 studenten8

8,6

10,2

11,3

48%

avondonderwijs

per 10 studenten8

2,6

3,5

4,4

95%

Bijlage 3 Fietsparkeernormen

Per functie is de fietsparkeernorm weergegeven in aantallen fietsparkeer¬plaatsen per eenheid. Voor de woon-,werk- en onderwijsfuncties is het bezoekersdeel apart weergegeven. Voor andere functies zijn dezelfde percentages voor autoparkeren van toepassing. De eenheden zijn in m2 bvo (bruto vloeroppervlak). Voor de woonfunctie is het mogelijk uit te gaan van gvo (gebruiksoppervlak), tenzij er sprake is van een groot verschil tussen beide (meer dan 20%).

wonen

aantal fietsparkeerplaatsen

bewoners

bezoekers

grondgebonden woning

4,0 per woning

0,2 per woning

appartement 0-50 m²

2,0 per woning

0,2 per woning

appartement 50-75 m²

2,5 per woning

0,2 per woning

appartement 75-100 m²

3,0 per woning

0,2 per woning

appartement 100-125 m²

3,5 per woning

0,2 per woning

appartement > 125 m²

4,0 per woning

0,2 per woning

zelfstandige woonruimte met campuscontract

1,0 per woning

0,2 per kamer

onzelfstandige woonruimte (kamerverhuur)

1,0 per kamer

0,2 per kamer

short stay

1,0 per kamer

0,2 per kamer

woonruimte voor begeleid wonen (zoals verpleeg- en verzorgingstehuis)

0,5 per wooneenheid

0,2 per wooneenheid

werken

aantal fietsparkeerplaatsen

personeel

bezoekers

kantoor (zonder baliefunctie), bijv. administratief en zakelijk

2,0 per 100m2

0,2 per 100 m2

commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie)

5,0 per 100 m2 met een minimum van 10,0

0,2 per 100 m2

bedrijf arbeidsintensief / bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)

1,0 per 100 m2

0,0 per 100 m2

bedrijf arbeidsextensief / bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)

0,5 per 100 m2

0,0 per 100 m2

bedrijfsverzamelgebouw

2,0 per 100 m2

0,2 per 100 m2

winkelen en boodschappen

aantal fietsparkeerplaatsen

(incl. bezoekers)

kleine supermarkt (< 600 m2 bvo )

4,3 per 100 m2

middelgrote supermarkt (600 – 2500 m2 bvo)

4,3 per 100 m2

grote supermarkt (> 2500 m2)

4,3 per 100 m2

groothandel in levensmiddelen

4,3 per 100 m2

buurtwinkelcentrum/solitaire kleinschalige winkel

4per 100 m2

wijkwinkelcentrum (Haagdijk, Trudoplein, Woenselse markt, Kastelenplein)

4,3 per 100 m2

stadsdeelcentrum (winkelcentrum Woensel)

4,3 per 100 m2

weekmarkt

4,3 per 100 m2

kringloopwinkel

4per 100 m2

bruin- en witgoedzaken

0,4 per 100 m2

woonwarenhuis/woonwinkel

0,4 per 100 m2

woonwarenhuis (groter dan 20.000 m2)

0,4 per 100 m2

meubelboulevard/woonboulevard/winkelboulevard

0,6 per 100 m2

outletcentrum

0,6 per 100 m2

bouwmarkt

0,4 per 100 m2

showroom (auto's, boten etc.)

0,1 per 100 m2

tuincentrum

0,6 per 100 m2

sport, cultuur en ontspanning

aantal fietsparkeerplaatsen

(incl. bezoekers)

bibliotheek

5per 100 m2

museum

1,4 per 100 m2

bioscoop

7per 100 m2

filmtheater/filmhuis

12per 100 m2

theater/schouwburg

33per 100 m2

musicaltheater

38per 100 m2

sociaal cultureel centrum/wijkgebouw

5per 100 m2

casino, amusementshal

1,4 per 100 m2

bowlingcentrum

1,4 per 100 m2

biljart-/snookercentrum

1,4 per 100 m2

dansstudio

6,2 per 100 m2

fitnessstudio/sportschool

6,2 per 100 m2

fitnesscentrum

6,2 per 100 m2

wellnesscentrum (thermen, kuurcentrum, beautycentrum, sauna, hammam)

3,9 per 100 m2

sporthal

3,9 per 100 m2

sportzaal/gymlokaal

6,2 per 100 m2

tennishal

6,2 per 100 m2

squashhal

6,2 per 100 m2

zwembad overdekt

32per 100 m2 bassin

zwembad openlucht

43per 100 m2 bassin

sportveld

95per netto hectare

stadion

14per 100 zitplaatsen

kunstijsbaan (kleiner dan 400 m)

3,9 per 100 m2

kunstijsbaan (400 m)

3,9 per 100 m2

jachthaven

1,4 per 100 m2

golfoefencentrum

1,4 per 100 m2

golfbaan (18 holes)

1,4 per 100 m2

indoorspeeltuin (kinderspeelhal, < 1500 m2)

1,4 per 100 m2

indoorspeeltuin (kinderspeelhal, > 1.500 m2)

1,4 per 100 m2

manege (paardenhouderij)

1,4 per 100 m2

dierenpark

1,4 per 100 m2

attractie- en pretpark

1,4 per 100 m2

volkstuin

1,4 per 100 m2

horeca en (verblijfs)recreatie

aantal fietsparkeerplaatsen

(incl. bezoekers)

camping (kampeerterrein)

0,1 per standplaats

bungalowpark (huisjescomplex)

0,1 per bungalow

pension

1,0 per 10 kamers

hotel

2,0 per 10 kamers

café/bar/cafetaria

min. 5 per locatie

restaurant

min. 5 per 100 m2

discotheek

min. 5 per 100 m2

evenementenhal/beursgebouw/congresgebouw

1,1 per 100 m2

gezondheidszorg en sociale voorzieningen

aantal fietsparkeerplaatsen

(incl. bezoekers)

huisartsenpraktijk (-centrum)

2,7 per 100 m2

apotheek

17per locatie

fysiotherapiepraktijk (-centrum)

2,7 per 100 m2

consultatiebureau

2,7 per 100 m2

consultatiebureau voor ouderen

2,7 per 100 m2

tandartsenpraktijk (centrum)

2,7 per 100 m2

gezondheidscentrum

2,7 per 100 m2

ziekenhuis

1,1 per 100 m2

begraafplaats/crematorium

8per gelijktijdige plechtigheid

penitentiaire inrichting

1,1 per 100 m2

religiegebouw

10per 100 zitplaatsen

onderwijs

8Met leerlingen en studenten wordt bedoeld het aantal ingeschreven leerlingen per jaargang

aantal fietsparkeerplaatsen

personeel

bezoekers

kinderdagverblijf/crèche/peuterspeelzaal/ buitenschoolse opvang

0,25 per medewerker

0,75 per medewerker

basisonderwijs

0,25 per medewerker

0,75 per ingeschreven leerling

middelbare school

0,25 per medewerker

1,0 per ingeschreven leerling

ROC / MBO

0,25 per medewerker

0,75 per ingeschreven leerling

hogeschool/ HBO

0,25 per medewerker

0,5 per ingeschreven leerling

universiteit

0,25 per medewerker

0,5 per ingeschreven leerling

avondonderwijs

0,25 per medewerker

0,25 per ingeschreven leerling

vervoerslocaties

aantal fietsparkeerplaatsenplaatsen

(alleen bezoekers)

bushalte

5,0 per haltepaar

HOV-bushalte

20,0 per haltepaar

Bijlage 4 Aanwezigheidspercentages autoparkeren

De aanwezigheidspercentages bepalen de mogelijkheden van dubbelgebruik van parkeer-plaatsen en worden verrekend in de parkeereis.

functie

werkdag ochtend

werkdag middag

werkdag avond

koop avond

werkdag nacht

zaterdag middag

zaterdag avond

zondag middag

woningen bewoners

50%

50%

90%

80%

100%

60%

80%

70%

woningen bezoekers

10%

20%

80%

70%

0%

60%

100%

70%

kantoor/bedrijven

100%

100%

5%

5%

0%

0%

0%

0%

commerciële dienst-verlening

100%

100%

5%

75%

0%

0%

0%

75%

supermarkt

30%

60%

40%

80%

0%

100%

40%

75%

bibliotheek

30%

70%

100%

90%

0%

75%

0%

0%

museum

20%

45%

0%

0%

0%

100%

0%

90%

bioscoop/theater/ podium/etc

5%

25%

90%

90%

0%

40%

100%

40%

sociaal-cultureel

10%

40%

100%

100%

0%

60%

90%

25%

sportfuncties binnen

50%

50%

100%

100%

0%

100%

100%

75%

sportfuncties buiten

25%

25%

50%

50%

0%

100%

25%

100%

hotel

75%

50%

90%

90%

100%

75%

100%

50%

café/bar/cafetaria

30%

50%

90%

90%

0%

75%

100%

45%

restaurant

30%

40%

90%

95%

0%

70%

100%

40%

sociaal-medisch:

arts/maatschappelijk/ therapeut

100%

75%

10%

10%

0%

10%

10%

10%

ziekenhuis medewerkers

75%

100%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

dagonderwijs

100%

100%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

avondonderwijs

0%

0%

100%

100%

0%

0%

0%

0%

Voorwaarde voor de dubbelgebruikscorrectie is dat de voor dubbelgebruik meegerekende parkeercapaciteit ook daadwerkelijk voor de beoogde doelgroepen beschikbaar is en de parkeerplaatsen uitwisselbaar zijn. Als de parkeerplaatsen (op eigen terrein) niet door alle functies gebruikt kunnen worden, vervalt de mogelijkheid tot dubbelgebruik. Parkeerplaatsen die exclusief voor één functie/voorziening worden bestemd/gereserveerd, bijvoorbeeld parkeerplaatsen voor individuele woningen of parkeerplaatsen die worden verkocht of verhuurd aan specifieke gebruikers, moeten buiten het dubbelgebruik worden gehouden. De aanwezigheidspercentages zijn dan op (dat deel van) de parkeerbehoefte niet van toepassing.

Bijlage 5 Afkoopregeling parkeereis

Bij inzet van de openbare ruimte als invulling van de parkeereis (stap 4b) of gebruik van de optie mobiliteitsfonds (stap 6) zijn de volgende afkoopbedragen per parkeerplaats van toepassing. Deze zijn bestemd voor het mobiliteitsfonds voor stadsbrede mobiliteitsvoorzieningen.

afkoopgrond

centrum

schilwijk

restgebied

gebruik openbare parkeercapaciteit

n.v.t

€ 1.500

€ 1.000

inzet deelauto

€ 500

€ 0

€ 0

bijdrage stadsbrede mobiliteitsvoorzieningen

€ 2.500

€ 2.000

€ 1.500

fietsparkeren bezoekersdeel

€ 250

€ 200

€ 150

Met openbare parkeercapaciteit worden parkeerplaatsen in de openbare ruimte bedoeld. Parkeerfaciliteiten zoals parkeerterreinen met een slagboom of parkeergarages zijn wel openbaar toegankelijk maar geen openbare ruimte.

De afkoopbedragen voor openbare parkeercapaciteit zijn ook van toepassing als er sprake is van het vervallen van een parkeerplaats ten behoeve van een uitrit.

Bijlage 6 Uitvoeringsregels parkeren auto

Loopafstanden

Parkeerplaatsen (inclusief die voor deelauto’s) die voor een plan worden gebruikt, moeten binnen acceptabele afstand van het plan zijn gelegen. Als richtlijn worden de volgende afstanden gehanteerd, hemelsbreed tussen de parkeerfaciliteit en de entree van het plan:

•Wonen centrum maximaal 400 meter

•Wonen schilwijk maximaal 200 meter

•Wonen restgebied maximaal 100 meter

•Werklocaties maximaal 1000 meter

•Bezoekers en overige functies maximaal 400 meter

Parkeerplaatsen op eigen terrein direct om een plan gelegen worden geacht allemaal binnen de acceptabele loopafstand te liggen, ook als een individuele parkeerplaats en een individuele woning of entree daarbinnen feitelijk op grotere afstand van elkaar zijn gelegen. Als een plan meerdere entrees heeft en maar één parkeervoorziening, is de afstand tot de verste entree maatgevend. Er mag gemeten worden vanaf de buitengrens van een parkeerfaciliteit.

Als de hemelsbrede afstand ver afwijkt van de looproute door de aanwezigheid van onoverbrugbare barrières (zoals een kanaal, een niet-oversteekbare weg, een groot bouwblok of spoorlijn), dan is de loopafstand acceptabel tot die barrière.

Als een parkeerlocatie buiten deze richtlijnen valt, kan in de volgende gevallen worden afgeweken van deze loopafstanden, mits de stad leefbaar en bereikbaar blijft en er geen parkeeroverlast ontstaat en aangetoond wordt hoe de oplossing voor het plan effectief gebruikt kan worden:

In geval de parkeervoorziening niet binnen de loopafstand valt maar wel in de omgeving van het plan is gelegen waar parkeerregulering van toepassing is.

In geval de parkeervoorziening op een grote afstand is gelegen van het plan en vervoer ingezet wordt dan wel aanwezig is om het plan te bereiken vanaf de parkeervoorziening.

.

Correctie parkeercapaciteit bij grondgebonden woningen

Als een plan voor grondgebonden woningen parkeergelegenheid op eigen terrein realiseert in de vorm van een garage, oprit of carport, tellen niet alle parkeerplaatsen mee voor het bepalen van de parkeercapaciteit, omdat deze niet altijd voor parkeren gebruikt worden. In onder-staande tabel staan de berekeningsaantallen weergegeven van de parkeervoorzieningen op eigen terrein. Aan de hand hiervan kan de gecorrigeerde capaciteit voor parkeren op eigen terrein worden bepaald.

parkeervoorziening

theoretische capaciteit

berekenings-aantal

opmerkingen

enkele oprit zonder garage

1

0,8

oprit min. 6 m diep

lange oprit zonder garage of carport

2

1,0

oprit min. 10 m diep

dubbele oprit zonder garage

2

1,7

oprit min. 5.5 m breed

garage zonder oprit (bij woning)

1

0,4

garage min. 6 m diep

garagebox (niet bij woning)

1

0,5

huur- of koopcontract

garage met enkele oprit

2

1,0

oprit min. 6 m diep

garage met lange oprit

3

1,3

oprit min. 10 m diep

garage met dubbele oprit

3

1,8

oprit min. 5,5 m breed

Afmetingen en inrichting van parkeerplaatsen

Op parkeervoorzieningen met 20 of meer plaatsen is de NEN-norm 2443 over het parkeren en stallen van personenauto’s op terreinen en in garages van toepassing. Deze bevat functionele eisen en aanbevelingen voor het ontwerp van parkeervoorzieningen. De minimale maat voor een parkeerplaats op eigen terrein is 5,5m x 2,5 m, tenzij de omstandigheden (zoals een oprit voor een garage) om een langere lengte vragen, en de minimale breedte van een uitrit is 3,25 m.

Parkeeronderzoeken

Parkeeronderzoeken die worden uitgevoerd in verband met de inzet van openbare parkeercapaciteit moeten een representatief beeld geven van de parkeerdruk in de omgeving van een plan. Daarbij moet rekening worden gehouden met het volgende:

Het onderzoek moet in een representatieve periode worden uitgevoerd (geen vakantie en/ of feestdagen).

Het onderzoek moet de parkeerdruk op maatgevende momenten in beeld brengen (op basis van de aanwezigheidspercentages). De functies binnen de loopafstand van het gebied zijn bepalend voor de maatgevende momenten. Voor een woonomgeving heeft de werkdagnacht doorgaans de hoogste parkeerdruk, bij werklocaties is dat een werkdag overdag en bij winkelfuncties is dat meestal het weekend. Als richtsnoer voor een meting kan worden aangehouden: werkdagnacht 22-1 uur, werkdag tussen 10 en 16 uur en weekenddag 13-16 uur.

Het gebied waarin het onderzoek moet plaatsvinden, wordt bepaald op basis van bovenstaande (hemelsbrede) loopafstanden.

Voor een compleet beeld moet er op verschillende dagen en meerdere tijdstippen worden gemeten. Het minimum aantal metingen is drie, waar in ieder geval het maatgevende moment moet zitten en een ander moment.

Een parkeeronderzoek mag niet langer dan twee jaar geleden zijn uitgevoerd.

Parkeerdrukmetingen die de gemeente zelf heeft (binnen gereguleerd gebied), kunnen ter beschikking worden gesteld.

Laadinfrastructuur elektrische auto’s

Op basis van het Besluit bouwwerken leefomgeving geldt dat bij woningbouw met meer dan 10 parkeerplaatsen alle parkeerplaatsen moeten worden voorbereid op de aanleg van laadpunten. Bij andere functies moet minimaal één laadpunt aanwezig zijn en minimaal één parkeerplaats per vijf op laden zijn voorbereid.

Gehandicapten parkeerplaatsen

Bij publieke voorzieningen met een parkeereis van 20 parkeerplaatsen of meer moet 2% van de parkeereis worden aangelegd als algemene gehandicapten parkeerplaats. Het is mogelijk deze parkeerplek(ken) aanvullend op de parkeereis te realiseren, aangezien deze alleen door deze doelgroep gebruikt kunnen worden.

Beschikbaarheid externe parkeer- en deelauto-oplossing

Als de parkeereis (deels) buiten het plan wordt ingevuld, moet worden aangetoond dat deze oplossing beschikbaar is of komt en beschikbaar blijft. Hiertoe moet bij de omgevingsvergunningverlening een contract/overeenkomst worden overhandigd waaruit blijkt dat de parkeervoorziening door het plan langdurig gebruikt kan worden. Voor de inzet van deelauto’s wordt er een intentieverklaring verlangt van een aanbieder die in het aanbod kan voorzien.

Registratie adressen t.b.v. uitsluiting parkeervergunningen

Een nieuwbouwplan wordt geplaatst op de Adressenlijst Uitsluiting Parkeervergunningen (AUP-lijst). De gebruikers van het bouwplan komen op basis daarvan niet in aanmerking voor een parkeervergunning van de gemeente.

Bijlage 7 Opzet mobiliteitsplan

Voor nieuwe ontwikkelingen met een parkeereis van 20 parkeerplaatsen of meer in het centrum en in de schil en stadsbreed voor projecten waarin gebruik wordt gemaakt van de mobiliteits-correctie met deelmobiliteit of innovatieve vervoersconcepten wordt een mobiliteitsplan verlangd. Het mobiliteitsplan moet bij het omgevingsplan (VOSP) op hoofdlijnen zijn uitgewerkt, waarmee inzichtelijk wordt gemaakt hoe de parkeerbehoefte wordt opgelost en de verkeersafwikkeling wordt gewaarborgd. Bij de omgevingsvergunning (DOSP) is een volledig mobiliteitsplan noodzakelijk vanwege de toetsing aan de nota parkeernormen. In een mobiliteitsplan zijn tenminste de volgende 10 onderdelen uitgewerkt:

Inzicht geven in de mobiliteitseffecten van het voorgestelde bouwprogramma conform het STOMP-principe: Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, Mobility as a Service en Privé auto.

Aansluiting voor verduurzaming van het werknemersvervoer op Brainport Bereikbaar.

Uitwerking van de parkeerbalans voor fietsparkeren volgens de nota parkeernormen 2024 (gebruik de rekentool Parkeernormen Portaal Gemeente Eindhoven).

Aantonen dat de deelmobiliteitsoplossingen voldoen aan het beleid qua herkenbaarheid, zichtbaarheid, aantrekkelijkheid en toegankelijkheid.

Uitwerking van de parkeerbalans voor autoparkeren volgens de 6 stappen uit de nota parkeernormen 2024 (gebruik de rekentool Parkeernormen Portaal Gemeente Eindhoven).

De inrichting van een inpandige fietsenstallingen moet voldoen aan de Kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen. De inrichting van parkeergarages en parkeerterreinen (≥ 20 parkeerplaatsen) voor gemotoriseerd verkeer moet voldoen aan de NEN-norm 2443 parkeren en stallen op terreinen en in garages.

Onderbouwing van de gekozen mobiliteitsoplossingen (STOMP-principe). Het gaat hierbij om de potentie van deelmobiliteit en het betrekken van toekomstige bewoners bij de mobiliteitsambities.

Op basis van het bouwprogramma en het parkeeraanbod (10% lagere parkeernorm = 7,5% minder autoritten) de verkeersgeneratie voor het nieuwbouwproject bepalen. Minimaal voor het autoverkeer, multimodaal als dat qua intensiteiten relevant is.

Aanleveren van representatieve verkeersstromen (planhorizon 10 jaar) voor de omliggende wegvakken en kruispunten, waarmee de verkeersafwikkeling kan worden getoetst.

Indicatie van de ruimteclaims voor een efficiënte afhandeling van calamiteiten, goederen(expeditie), verhuizen en afvalinzameling e.d.

Bijlage 8 Onderbouwing mobiliteitscorrectie deelauto’s

Eindhoven is volop in ontwikkeling. De regio groeit hard en de vraag naar woningen is dan ook hoog. De komende jaren bouwt de stad daarom hard aan het behalen van de doelstellingen rondom woningbouw. Binnen het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) is er richting 2040 sprake van een woningbouwopgave van circa 62.000 woningen en een groei van 72.000 fte aan arbeidsplaatsen. Een groot deel van deze groei wordt in (binnen)-stedelijk gebied gerealiseerd. Hier is de ruimte schaars maar zijn voorzieningen en mobiliteitsalternatieven zoals openbaar vervoer in ruime mate aanwezig. Dat maakt wonen in de stad juist aantrekkelijk voor velen. Door het gebrek aan ruimte is geen plek om te voorzien in parkeerruimte voor alle nieuwe bewoners. Bovendien is het gebruik van de auto in de stad ongewenst wegens de negatieve verkeers- en milieueffecten. Dit wordt ook beschreven in de geactualiseerde visie van Eindhoven op weg uit 2022.

In het kader van duurzame verstedelijking krijgt daarom lang niet iedereen meer recht op een parkeerplaats. Daarmee wordt autobezit ontmoedigt en worden alternatieven zoals openbaar vervoer, fietsen en lopen gestimuleerd. Om voor enkele situaties toch een auto te kunnen gebruiken kan deelmobiliteit worden ingezet. Het principe van bijvoorbeeld autodelen is dat men wel een auto kan gebruiken maar deze niet hoeft te bezitten. Wanneer bij gebiedsontwikkeling deelauto’s worden aangeboden wordt het nog aantrekkelijker om in de (binnen)stad te gaan wonen en geen auto te bezitten. Zodoende leidt de inzet van deelauto’s tot een lagere parkeerbehoefte van bewoners binnen een gebieds- of locatieontwikkeling.

De gemeente Eindhoven biedt in haar parkeerbeleid van 2019 al de mogelijkheid om deelauto’s in te zetten bij ontwikkelingen met een verlagend effect op de parkeerbehoefte. Het effect van een deelauto verschilt per gebied:

in het centrum vervangt een deelauto 10 reguliere parkeerplaatsen

in de schilwijk vervangt een deelauto 7 reguliere parkeerplaatsen

in de rest bebouwde kom vervangt een deelauto 4 reguliere parkeerplaatsen

Hieronder volgt een onderbouwing over of en waarom de reducties uit het parkeerbeleid van Eindhoven ten aanzien van deelmobiliteit passend aangaande de schilwijken en restgebied. Het centrum komt aan de orde in bijlage 9.

Effecten van deelmobiliteit

De publicatie ‘Deelauto- en deelfietsmobiliteit in Nederland: Ontwikkelingen, effecten en potentie’ uit oktober 2021 van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) geeft een uitgebreid overzicht met het aanbod, het gebruik, de effecten en de potentie van deelauto- en deelfietsmobiliteit in Nederland.

In deze publicatie concludeert het KiM: Het autobezit van autodelers die incidenteel een deelauto gebruiken (5 keer per jaar of minder) via een B2C-platform [ruim de helft van het totaal B2C-autodelers], is afgenomen met gemiddeld 27% ten opzichte van de situatie voordat ze een deelauto gingen gebruiken. Bij frequentere B2C-autodelers neemt het autobezit sterker af. Het KiM schat een afname van 61% bij mensen die een deelauto 5-30 keer per jaar gebruiken tot een afname van 70% bij mensen die een deelauto meer dan 30 keer per jaar gebruiken.

Deze conclusie is gebaseerd op een aantal elementen. In hoofdstuk 5 van de publicatie beschrijft het KiM dat de laagfrequente deelautogebruikers gemiddeld iets minder dan 1 auto per 2 huishoudens bezaten. Nadat zij een deelauto gingen gebruiken nam het autobezit met 0,11 auto’s (27%) af.

Het KiM vervolgt: Bij gebruikers die vaker dan 5 keer per jaar een deelauto gebruiken neemt het autobezit sterker af, met ongeveer een kwart tot een derde auto per huishouden. Deze huishoudens bezaten ongeveer evenveel auto’s als de laagfrequente autodelers voor

ze begonnen met autodelen en leidde tot een daling van het autobezit van deze gebruikersgroepen van respectievelijk 61% (middelfrequent) en 70% (hoogfrequent). Het effect op het autobezit is dus groter bij hoogfrequente dan bij middelfrequente B2C-autodelers. Daarnaast beschrijft het KiM dat het effect samenhangt met de kwaliteit van het aanbod aan deelauto’s en de ruimtelijke context (parkeerbeleid en beschikbaarheid van openbaar vervoer en fietsfaciliteiten).

Het KiM beschrijft verder dat de relatief grote interesse in autodelen onder alleenstaanden (12% van hen ziet het als perfecte oplossing voor hen, 88% niet) een kans kan zijn voor het opschalen van autodelen. Vooral jongeren tot 30 jaar hebben relatief veel interesse in autodelen, terwijl de interesse daalt naarmate de leeftijd toeneemt. Ook mensen die in een appartement wonen of geen auto bezitten staan relatief positief tegen over autodelen. De kans van opschaling van deelautomobiliteit wordt versterkt door investering in het openbaar vervoer en de mobiliteit voor de fiets en voetganger.

Nieuwe mobiliteitskeuzen bij veranderingen in de persoonlijke levenssfeer

Het KiM stelde al eerder: ‘grote veranderingen in de persoonlijke levenssfeer, zoals samenwonen, een scheiding, een nieuwe baan, of het krijgen van een kind, zijn vaak aanleiding om ingesleten mobiliteitskeuzes te heroverwegen’ (Mijn auto, jouw auto, onze auto - Deelautogebruik in Nederland , 2015). Juist het verhuizen naar een nieuwe woning in de stad betekent dat de bewoners een nieuwe mobiliteitskeuze moeten maken. Dit wordt

ondersteund door statistieken van het CBS, waaruit blijkt dat mensen de auto vaker wegdoen wanneer zij verhuizen (zie ook figuur 1).

Het beschikbaar stellen van deelauto’s kan juist de stimulans zijn om de eigen auto weg te doen. CROW/KpVV stelt in haar factsheet autodelen dat een deelauto 8 tot 13 auto’s vervangt. Daarbij gaat het om 4 tot 6 auto’s die daadwerkelijk verkocht worden plus 5 tot 7 auto’s die niet worden aangeschaft. Daarnaast leidt de aanwezigheid van regulering in de omgeving tot een grotere stimulans voor het gebruik van de deelauto. Het is ook belangrijk

dat er voldoende deelauto´s beschikbaar zijn.

Effect van deelauto’s is overal te zien

Het toenemende gebruik van deelauto’s in Nederland is vooral te zien in de grote steden, maar ook in minder stedelijke gebieden neemt het aantal deelauto’s toe. Het grootste gedeelte van de deelauto’s is te danken aan carsharing platforms, waar particulieren hun auto te huur aanbieden. In grote steden zijn er logischerwijs meer auto’s beschikbaar en is de kans op een goed functionerend deelautosysteem groter dan in minder stedelijke

gebieden. Het succes van deelauto’s hangt ook samen met de parkeerdruk in wijken, die over het algemeen hoger is in stedelijke gebieden. Het CROW noemt een aantal effecten van het toenemende deelautogebruik:

Deelauto’s zijn nieuwer en schoner dan het gemiddelde wagenpark in Nederland. Ook zijn deelauto’s vaker elektrisch. Dit heeft tot gevolg dat de uitstoot per gereden kilometer met een deelauto lager zal zijn dan het Nederlands gemiddelde.

Naast de milieuvoordelen heeft het toenemende deelautogebruik ook tot gevolg dat er ruimte vrijkomt waar anders auto’s geparkeerd stonden. Volgens MoMo Car-Sharing vervangt elke deelauto tussen de 4 en 8 personenauto’s. Projectontwikkelaars bieden steeds vaker een deelauto aan om het aantal parkeerplaatsen te kunnen verminderen.

Door de hoge aanschafkosten van een auto is er geen prikkel om bij elke rit een afweging tussen verschillende modaliteiten te maken. Bij autodelen hangen de kosten bijna volledig af van het gebruik en niet van het bezit. Dit heeft tot gevolg dat het gebruik van de fiets (14%) en het openbaar vervoer (trein: 36%, bus: 28%) toeneemt bij het gebruik van een deelauto.

Uit onderzoek blijkt dat elke klassieke deelauto (een eigen vloot deelauto’s met vaste parkeerplaats die 24 uur per dag beschikbaar is zonder tussenkomst van een persoon) 15 tot 18 gebruikers heeft.

Het gebruik van een deelauto is goedkoper voor mensen die weinig rijden (<10.000 km per jaar). Nederlanders rijden gemiddeld 9.000 km per jaar, waardoor er dus een grote groep is waarvoor autodelen een kostenbesparing oplevert.

Autodelen kan bijdragen aan een vermindering van vervoersarmoede. Niet alle plaatsen zijn even goed met het openbaar vervoer te bereiken, waardoor het gebruik van een auto noodzakelijk kan zijn om de arbeidsmarkt te bereiken. Een deelauto biedt een alternatief voor het kopen van een auto, wat niet voor iedereen een mogelijkheid is.

Openbaar vervoer en autodelen kunnen elkaar ook complementeren, de eerste en laatste (kilo)meters van een reis met het openbaar vervoer zorgen vaak voor een grote stijging van de reistijd. Een deelauto kan de reistijd met het openbaar vervoer flink verminderen, vooral als de toegang tot een deelauto eenvoudig is (denk bijvoorbeeld aan MaaS).

Deelauto’s tot nu toe nog vooral in planvorming

De inzet van deelauto’s bij ontwikkelingen gebeurt tot nu toe nog vooral in planvorming en niet alleen in de grote gemeenten, maar ook in plaatsen als Haarlem, Delft, Nieuwegein, Houten en Zeist worden als gevolg van de inzet van deelauto’s minder parkeerplaatsen gerealiseerd. De laatste jaren zijn op verschillende locaties ook daadwerkelijk deelauto’s geplaatst en in gebruik genomen. Het ontbreekt het nog aan goede openbare evaluatiedata en effecten op de langere termijn. Door verschillende aanbieders wordt van andere aantallen uitgegaan. Veelkomende vervangingsfactoren in de adviespraktijk zijn:

een deelauto vervangt 8 tot 13 auto’s (CROW)

een deelauto vervangt 4 tot 8 personenauto’s (MOMO-Carsharing)

een deelauto vervangt 13 personenauto’s (aanbieder Hely)

een deelauto vervangt 4 tot 8 privéauto’s (aanbieder Mobeazy)

een deelauto vervangt 5 personenauto’s (aanbieder WeDriveSolar)een deelauto vervangt 7 personenauto’s (evaluatie door Samen Slim Reizen Zeist)

Succesfactoren van deelmobiliteit

Om de inzet van deelmobiliteit te laten slagen zijn er meerdere factoren die een rol spelen en die het succes van deelmobiliteit bepalen. Dit zijn onder andere:

Doelgroep: iedere doelgroep heeft een andere kijk op (deel)mobiliteit. Zo staat met name de groep jongvolwassenen positief tegenover het gebruik van deelmobiliteit en is deze groep in grotere mate bereid om de eigen auto weg te doen in ruil voor het gebruiken van een deelauto. Bij bijvoorbeeld senioren is de bereidheid om auto te delen waarschijnlijk lager, omdat zij minder bekend zijn met het concept. De mate van succes bij de inzet van deelmobiliteit hangt daarmee ook samen met de doelgroep die beoogd is bij de ontwikkeling.

Alternatieven: het aanbod van alternatieve vervoerswijzen bepaalt hoe eenvoudig autoritten verruild kunnen worden door andere modaliteiten. Hoe beter de alternatieven zijn, hoe eerder mensen bereid zijn om hun eigen auto te verruilen voor het gebruiken van een deelauto. Met het Centraal Station en HOV-net heeft Eindhoven goed openbaar vervoer en door de uitgebreide fietsnetwerk is de hele stad en de rest van de agglomeratie goed per fiets of e-bike bereikbaar. Op de isochronenkaarten hieronder wordt duidelijk hoeveel inwoners en arbeidsplaatsen bereikt kunnen worden vanaf Eindhoven Centraal. Dit drukt de noodzaak van een eigen auto en verhoogt de kansen voor een deelauto als alternatief voor een verplaatsing waar fiets en OV niet concurrerend zijn.

Nabijheid voorzieningen: de nabijheid van voorzieningen bepaalt in hoeverre bewoners moeten reizen om tot dagelijkse voorzieningen te komen zoals supermarkten, en scholen. In de binnenstad van Eindhoven is een (zeer) uitgebreid aanbod van voorzieningen met detailhandel, leisure (zoals bioscopen), scholen (voor alle leeftijden) en supermarkten. Ook in de schil rondom het centrum zijn diverse (dagelijkse) voorzieningen aanwezig. Het uitgebreide voorzieningenaanbod op korte afstand maakt wonen in de stad aantrekkelijk en maakt het bezit van een eigen auto minder noodzakelijk.

Parkeerregulering: een belangrijke succesfactor is de aanwezigheid van parkeerregulering. Met de aanwezigheid van parkeerregulering is vrij parkeren niet mogelijk. Vrijwel het gehele centrum van Eindhoven is een betaald parkeren gebied. Voor bewoners is het daarom niet mogelijk om (gratis) uit te wijken naar openbare parkeergelegenheden in de omgeving. Hierdoor wordt parkeeroverlast voor de buurt voorkomen en kan de juiste doelgroep van de nieuwe woningen worden aangetrokken. Iemand die wel per se een auto wil bezitten en geen parkeerrecht krijgt, overweegt dan om elders te wonen (aan de rand van de stad) waar wel ruimte is om de auto te parkeren. Door het uitsluiten van parkeervergunningen voor nieuwe bewoners is in de praktijk sprake van een parkeernorm van 0 (indien op eigen terrein 0 parkeerplaatsen aangelegd zouden worden). In uitgebreide sterk gereguleerde gebieden zoals in het centrum van Eindhoven is dit mogelijk doordat het niet aannemelijk is dat bewoners uitwijkgedrag voorkomen. Zo wordt de juiste doelgroep aangetrokken en wordt bijgedragen aan de mobiliteitstransitie.

Potentie van deelmobiliteit in Eindhoven

In de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 is een nieuwe parkeernormering voor het centrum vastgelegd, waarbij specifiek in het centrum/stationsomgeving een strenge mobiliteitsreductie wordt toegepast op de parkeereis. Daarnaast is er voor elke nieuwbouwproject binnen de Ring een verplichting tot opstellen van een mobiliteitsplan, inclusief deelmobiliteit.

In de gemeentelijke Agenda Deelmobiliteit staan de definitie, verschijningsvormen en gekozen strategie en rol(len) beschreven op basis waarvan de gemeente samen met aanbieders het aanbod van deelmobiliteit vorm geeft. Deze agenda bevat eveneens het actieprogramma waarin benoemd is welke acties sinds 2019 zijn ondernomen om deelmobiliteit verder te stimuleren en op een goede manier te organiseren.

Momenteel wordt, als onderdeel van het Masterplan Stedelijke Mobiliteit, uitwerking gegeven aan een vervolg van de Agenda Deelmobiliteit. De inzet is gericht op het verder uitwerken van een stadsbreed dekkend netwerk met hoogwaardig aanbod van deelmobiliteit.

In de Actualisatie Eindhoven op Weg (2022); is specifiek t.a.v. deelmobiliteit een nieuwe categorie weggebruikers ('nieuwe mobilisten') toegevoegd. Met de inzet van deelmobiliteit wordt de transitie ingezet van bezit naar (deel)gebruik. Het streven is een nieuwe, schone en toegankelijke reismogelijkheid de beste mogelijkheden te geven.

Bewoners van nieuwbouw komen niet in aanmerking voor een parkeervergunning op straat. Bij het vaststellen van de parkeereis bij het verlenen van de omgevingsvergunning wordt het project daartoe op de AUP-lijst (Adressenlijst Uitsluiting Parkeervergunningen) geplaatst.

In het centrum en een groot deel van het gebied binnen de Ring is betaald parkeren van kracht. Voor parkeren zonder parkeervergunning op straat geldt een minimaal tarief van € 2,10,-/uur. Het dagtarief bedraagt miimaal € 6,90,-/dag. Het parkeertarief geldt van 9 tot 21 uur en ook in het weekend. Concreet is het parkeren van de eigen auto in de openbare ruimte in de directe omgeving niet realistisch. Een abonnement bij een van de commercieel geëxploiteerde parkeergarages bedraagt enkele duizenden euro's per jaar. Deze prijsregulering maakt het minder aantrekkelijk om een eigen auto te bezitten en bevordert het gebruik van alternatieven.

Veel inwoners in het centrum hebben al geen eigen auto, omdat ze daar bewust voor kiezen. Dat aandeel groeit. Het autobezit van bewoners in het centrum van Eindhoven daalt al een aantal jaren, zoals in alle andere grote steden. Met name onder de jongere doelgroepen. In 2016 was er sprake van 0,9 personenauto per huishouden. Dat is in 2021 inmiddels al gedaald naar 0,4.

Veel van de genoemde punten uit voorgaande toelichting hebben betrekking op Eindhoven in het algemeen. Er zijn echter ook verschillen binnen de stad die hun impact hebben op deelautogebruik/deelauto potentie. Daarom wordt hierna ingegaan op de uitgangspunten die gelden bij de schilwijk en restgebied (het centrum wordt behandeld in bijlage 9).

Schilwijk

Alle gebieden die binnen de Ring en maar buiten het centrum vallen behoren tot de schil. Dit zijn relatief oude wijken met veel grondgebonden woningen in een hoge dichtheid. Het grootste deel van de schil is gereguleerd maar sommige delen nog niet. Het plan is om het hele gebied binnen de Ring te reguleren. Met de aanwezigheid van parkeerregulering is er een sturingsmechanisme. Zoals eerder toegelicht is er dan geen risico op uitwijkgedrag en is er daardoor meer potentie voor deelmobiliteit. Daarom is het mogelijk de vervangingswaarde van 1 op 7 te hanteren binnen het gehele schilgebied, echter gemaximaliseerd tot een reductie van 40% van de parkeerbehoefte aangezien er in de wijken rond het centrum een hoger autobezit te verwachten is. Zodoende dient in het schilgebied minimaal 60% van de oorspronkelijke parkeereis opgelost te worden met een andere parkeeroplossing.

Restgebied

De rest bebouwde kom bestaat uit het hele gebied buiten de Ring. In dit gebied zijn de woonwijken jonger dan binnen de Ring het geval is. Het overgrote deel van de rest bebouwde kom is niet gereguleerd. Daarom is er geen sturingsmechanisme om deelmobiliteit 100% te laten slagen. Om die reden zijn de vervangingswaarde en reductiefactor van deelmobiliteit lager. Als vervangingswaarde is het advies 1 op 4 te hanteren, zoals in de vigerende parkeernota het geval is. Echter maakt het parkeerbeleid uit 2019 een reductie van 100% mogelijk, terwijl dit in de praktijk niet realistisch is. Daarom is in het restgebied maximaal 20% van de parkeerbehoefte te reduceren als gevolg van de inzet van deelmobiliteit. Deelmobiliteit vormt hier een aanvulling op het bezitten van een eigen auto, maar geen volledige vervanging. De ligging aan de rand van de stad met meer ruimte voor de auto en minder voorzieningen nabij zorgt ervoor dat inwoners sneller geneigd zijn om een eigen auto te (blijven) bezitten.

Conclusies

De randvoorwaarden voor deelmobiliteit zijn aanwezig in Eindhoven. Het bezit van een eigen auto is vaak niet noodzakelijk door de goede alternatieven en de nabijheid van voorzieningen. Het betaald parkeerregime dat grotendeels binnen de Ring aanwezig is en zal worden gecompleteerd, heeft hier ook invloed op. De vervangingswaarde in de schilwijk is lager dan het centrum, omdat in deze woonwijken een hoger autobezit verwacht wordt. Echter door de aanwezige of geplande parkeerregulering kan uitwijkgedrag worden voorkomen en het gebruik van deelauto’s interessanter worden. Op basis hiervan is een vervangingswaarde van 1 op 7 passend, waarbij de reductie op basis van deelmobiliteit is begrensd tot maximaal 40% van de parkeerbehoefte in verband met het hogere autobezit in deze wijken.

De vervangingswaarde in het restgebied bedraagt 1 op 4 met een maximale reductie op de parkeerbehoefte van 20%. Dit is passend omdat in het overgrote deel van de rest bebouwde kom geen parkeerregulering aanwezig is. Daarmee bestaat er een risico op uitwijkgedrag wanneer er te weinig parkeerplaatsen op eigen terrein worden aangelegd. Zodoende kan de omgeving te maken krijgen met een parkeerprobleem als gevolg van een ontwikkeling. Dit is niet gewenst waardoor de vervangingswaarde en maximale reductie enigszins conservatief zijn opgesteld.

Voor alle gebieden geldt overigens dat monitoring van het gebruik van deelmobiliteit van groot belang is. Zodoende heeft de gemeente Eindhoven inzicht in de effectiviteit ervan en kan er op tijd bijgestuurd worden indien nodig. Wanneer blijkt dat de deelauto’s zeer goed gebruikt worden kunnen er extra deelauto’s gestald worden, om te voorkomen dat bewoners misgrijpen.

Bijlage 9 Onderbouwing mobiliteitscorrectie deelauto’s centrum

Inleiding

Gezien de hoogwaardige mobiliteitsvoorzieningen in het centrum kan het aanbod van een deelauto in een plan in het centrum maximaal 10 parkeerplaatsen voor auto’s van de bewoners vervangen. Omdat deze deelauto ook een parkeerplaats nodig heeft, is de reductie op de parkeereis effectief maximaal 9 parkeerplaatsen. De nadere onderbouwing van de reductiefactor voor deelauto’s in het centrum is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State akkoord bevonden (ECLI:NL:RVS:2023:2204) en is als volgt.

Mobiliteitsbeleid 2013

De gemeente heeft in 2013 haar masterplan voor mobiliteitsbeleid vastgesteld (Eindhoven op weg ). Daarin is de keuze gemaakt voor een autoluwere ontwikkeling voor het stedelijk gebied binnen de Ring en specifiek voor het centrum en stationsgebied. Verplaatsen te voet, op de fiets of met het openbaar vervoer wordt sindsdien gestimuleerd. Ook de inrichting en het beheer van de openbare ruimte wordt daar meer en meer op afgestemd. Minder ruimte voor rijdend en stilstaand motorvoertuigenverkeer, meer ruimte voor de voetgangers, fietsers, busvervoer. Voor het klimaat meer ontharding en meer groen. In maart 2022 is deze visie geactualiseerd op de uitwerkingen sinds 2013 (Actualisatie Eindhoven op weg 2022 ). Onder meer specifiek de toevoeging van deelmobiliteit als apart hoofdvervoerwijze, vanwege de ontwikkeling daarvan in de laatste jaren. Het recent aangetreden nieuwe college heeft deze actualisatie in haar bestuursakkoord aangenomen voor een verdere uitwerking in een Masterplan binnenstedelijke mobiliteit .

Brainportregio

In het integraal MIRT onderzoek naar Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainportregio hebben Rijk en regio beschreven wat de urgentie, aard, omvang, onderbouwing en aanpak van de samenhangende opgaven op het gebied van verstedelijking en bereikbaarheid is. Binnen het Stedelijk Gebied Eindhoven is er richting 2040 sprake van een woningbouwopgave van ca. 62.000 woningen en een groei van 72.000 fte aan arbeidsplaatsen. Besloten is dat deze groei vooral in Eindhoven landt. In lijn met de eerder ontwikkelde plannen (Ontwikkelperspectief Centrum, Eindhoven op Weg en Internationale Knoop XL) is geconcludeerd dat deze verstedelijkingsopgave alleen gerealiseerd kan worden wanneer ook geïnvesteerd wordt in randvoorwaarden zoals groen, openbare ruimte, energie en een bijpassend mobiliteitssysteem.

De potentie van deelmobiliteit

Autodelen is een innovatief concept. Dat betekent dat de ervaringscijfers zich naar mate de toepassing vordert zich uitbreiden en het inzicht wordt vergroot. Onder andere voor wat betreft de reductiefactor voor een deelauto. Bij het opstellen van de nota parkeernormen 2019 waren er enkele onderzoeken bekend. De eerste onderzoeken hadden vooral een voorspellende insteek op basis van consumentenonderzoek en nog niet-gerealiseerde projecten. Recent zijn nieuwe onderzoeken gepubliceerd die inzicht geven in het gebruik, de effecten én de randvoorwaarden voor succes.

Spark 2016

Door Spark is in 2016 het gebruik van deelauto’s onderzocht. Spark geeft aan dat 1 deelauto 3 tot 22 auto’s kan vervangen .

CROW 2018

Uit de CROW publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren (2018), paragraaf 12.1 volgt, op basis van toen bekende kennis , dat 1 deelauto 4 tot 8 auto’s kan vervangen.

Greenwheels 2019

Greenwheels is als aanbieder actief op de deelautomarkt sinds 1995. Dit bedrijf heeft in 2019 een onderzoek onder haar gebruikers laten uitvoeren door Goudappel Coffeng. Daaruit bleek dat 30% van de Greenwheels gebruikers de eigen auto heeft ingeleverd. Ook is op basis van het onderzoek geconcludeerd dat één geplaatste Greenwheels auto betekent dat er 11 auto’s minder in de buurt zijn.

CROW / TU Eindhoven 2019

Ook uit onderzoek van CROW en de TU Eindhoven (2021 ) blijkt dat in ideale situaties – alternatieven op orde (toegankelijk, betaalbaar) én restrictief parkeerbeleid - tot wel 70% van de nieuwe inwoners bereid is geen auto mee te nemen bij verhuizing naar een binnenstedelijke omgeving. Vooral een hoogwaardig (divers, beschikbaarheidsgarantie, gebruiksgemak, nabij en betaalbaar) aanbod van deelmobiliteit en goed openbaar vervoer en fietsnetwerk blijken sleutels tot succes.

Kennisinstituut voor Mobiliteit (2021)

In dit onderzoek naar de ontwikkeling en potenties van deelmobiliteit van KIM (2021) wordt geschetst dat bij een succesvolle toepassing van deelmobiliteit er bij gebruikers van deelauto’s (5 tot 30 keer per jaar) een afname van 61% van autobezit is. Bij mensen die zeer frequent gebruik maken van deelauto’s (meer dan 30 keer per jaar) is de afname van autobezit 70%. Daarnaast is aangegeven dat Shaheen et al. (2019) in Europese studies van round-trip autodelen zien dat tussen de 15% en 67% van de autodelers een auto wegdoet, en dat tussen de 14% en 34% de aankoop van een auto voorkomt. Samen leidt dit tot een reductie van het autobezit van 4 à 11 auto’s per deelauto. In het geval van free-floating autodelen zijn deze effecten respectievelijk 4-23% (auto weg doen) en 14-30% (aankoop voorkomen), met een reductie van op autobezit van 3 à 11 auto’s per deelauto.

De potentie van deelmobiliteit in Eindhoven

In het bovengenoemde door het KIM in 2021 gepubliceerde onderzoek naar de ontwikkeling en potenties van deelmobiliteit schetst KIM een aantal toekomstscenario’s. KIM concludeert dat een scenario waarin én actief op deelmobiliteit én actief op reductie van de reguliere auto wordt ingezet het meest kansrijk is voor een succesvolle toepassing van deelmobiliteit.

Gesteld mag worden dat Eindhoven zich ontwikkelt binnen dit kansrijke scenario. Dit uit zich in de volgende elementen:

In de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 is een nieuwe parkeernormering voor het centrum vastgelegd, waarbij specifiek in het centrum/stationsomgeving een strenge mobiliteitsreductie wordt toegepast op de parkeereis. Daarnaast is er voor elke nieuwbouwproject binnen de Ring een verplichting tot opstellen van een mobiliteitsplan, inclusief deelmobiliteit.

In de gemeentelijke Agenda Deelmobiliteit staan de definitie, verschijningsvormen en gekozen strategie en rol(len) beschreven op basis waarvan de gemeente samen met aanbieders het aanbod aan deelmobiliteit vorm geeft. Deze agenda bevat eveneens het actieprogramma waarin benoemd is welke acties we sinds 2019 ondernemen om deelmobiliteit verder te stimuleren en op een goede manier te organiseren.

Momenteel wordt, als onderdeel van het Masterplan Stedelijke Mobiliteit, uitwerking gegeven aan een vervolg van de Agenda Deelmobiliteit. De inzet is gericht op het verder uitwerken van een stadsbreed dekkend netwerk met hoogwaardig aanbod van deelmobiliteit.

In de Actualisatie Eindhoven op Weg (2022); is specifiek t.a.v. deelmobiliteit een nieuwe categorie weggebruikers (‘nieuwe mobilisten’) toegevoegd. Met de inzet van deelmobiliteit wordt de transitie ingezet van bezit naar (deel)gebruik. Het streven is een nieuwe, schone en toegankelijke reismogelijkheid de beste mogelijkheden te geven.

Bewoners van nieuwbouw komen niet in aanmerking voor een parkeervergunning op straat. Bij het vaststellen van de parkeereis bij het verlenen van de omgevingsvergunning wordt het project daartoe op de POET-lijst geplaatst (Parkeren Op Eigen Terrein).

In het complete centrum is betaald parkeren van kracht. Voor parkeren zonder parkeervergunning op straat geldt een minimaal tarief van € 2,60,-/uur. Op enkele locaties is er een dagtarief mogelijke van minimaal € 10,-/dag. Het parkeertarief geldt tot 21 uur en ook in het weekend. Concreet is het parkeren van de eigen auto in de openbare ruimte in de directe omgeving niet realistisch. Een abonnement bij een van de commercieel geëxploiteerde parkeergarages in het centrum bedraagt enkele duizenden euro’s per jaar (bv P-Mathildelaan; € 360,-/mnd). Deze prijsregulering maakt het minder aantrekkelijk om in het centrum een eigen auto te bezitten en bevordert het gebruik van alternatieven.

In het centrum zijn hoogwaardige alternatieven beschikbaar voor de eigen auto, namelijk het intercity station Eindhoven Centraal, stads- en regionaal busstation Neckerspoel en bushaltes die onderdeel zijn van het Hoogwaardig Openbaar Vervoer of de stads- en streeklijnen. Er is een goed fietsnetwerk met snelle verbindende routes naar belangrijke locaties dat bovendien steeds verder uitgebreid wordt. Ook is in het centrum reeds een groot en divers aanbod van deelvoertuigen aanwezig. Stadsbreed worden mobiliteitshubs ontwikkeld, met een divers op de vraag afgestemd aanbod aan deelvervoermiddelen (deelfiets, -scooter, -bakfiets, -auto). De digitale toegankelijkheid van het aanbod wordt verbeterd. In totaal komt er voor alle bewoners een hoogwaardig aanbod aan deelmobiliteit beschikbaar.

Veel inwoners in het centrum hebben al geen eigen auto, omdat ze daar voor kiezen. Dat aandeel groeit. Het autobezit van bewoners in het centrum van Eindhoven daalt al een aantal jaren, zoals in alle andere grote steden. Met name onder de jongere doelgroepen. In 2016 was er sprake van 0,9 personenauto per huishouden. Dat is in 2021 inmiddels al gedaald naar 0,4.

Eindhoven in relatie tot de ‘Benchmark autodelen in gebiedsontwikkeling’ (Overmorgen/RWS, 2021)

Inmiddels is er ook onderzoek dat de ingezette lijn van de gemeente Eindhoven voor deelauto’s onderschrijft, op basis van daadwerkelijke ervaringen in de praktijk bij ruimtelijke ontwikkelingen. Een actueel onderzoek is de ‘Benchmark autodelen in gebiedsontwikkeling (Overmorgen, 2021, opdrachtgever: RWS )’, waarbij gerealiseerde situaties met deelmobiliteit zijn onderzocht op hun effectiviteit. De resultaten hiervan geven aan dat:

vooral bij Intercity stationsomgevingen een hoogwaardig aanbod van deelmobiliteit de mogelijkheid geeft om met een hoge ambitie het parkeeraanbod af te schalen en toch in de mobiliteitsbehoefte van de bewoners te voorzien. De deelauto-ratio van gerealiseerde projecten (Zwolle, Rotterdam, Den Bosch, Apeldoorn) ligt tussen de 1 op 8 tot 1 op 13.

Samen met een aanvullend aanbod van deel e-bikes, deelbakfietsen en e-scooters is er voor iedere verplaatsing een alternatief voor de eigen auto beschikbaar.

In de helft van de gevallen worden ook collectieve stallingsvoorzieningen voor fietsen gerealiseerd.

Conclusie: Eindhoven Centrum voldoet aan de randvoorwaarden voor de inzet van deelmobiliteit met een hoge ambitie

Voor een succesvolle inzet op het terugdringen van regulier autobezit – resulterend in een beperktere parkeeromvang - blijkt dat zowel een actieve inzet op deelmobiliteit áls een actieve inzet op het terugdringen van regulier autobezit en gebruik nodig is. Eindhoven zet in op realisatie van een hoogwaardig aanbod van deelmobiliteit ( zie Agenda deelmobiliteit ) en het zo min mogelijk toevoegen van parkeerplaatsen in en rondom het centrum (zie Nota Parkeernormen 2019).

Uit de verschillende onderzoeken(zie hoofdstuk 4) blijkt dat er bandbreedtes zijn voor het vervangen van het aantal auto’s door deelauto’s. Grofweg wordt gesproken over een reductie van 4 tot 13 auto’s per deelauto. De benchmark op gerealiseerde ruimtelijke projecten met deelmobiliteit in nabijheid van IC stations geeft de hoogste waarden; 1 op 8 tot 1 op 13. De Eindhovense reductiefactor deelauto’s voor het centrum zit op het gemiddelde hiervan. Dit is de reductie die maximaal wordt toegepast, minder mag ook.

Gelet op het vorenstaande is het toepassen van een reductiefactor voor het centrumgebied en het stationsgebied van maximaal 10 auto’s per deelauto in de Actualisatie Nota Parkeernormen 2019 alleszins redelijk.

Monitoren

Het gebruik van deelauto’s wordt overigens in samenwerking met de aanbieders gemonitord. In Eindhoven is het aantal deelauto’s de afgelopen jaren gestegen. Dat blijkt uit de enquête onder het Eindhovense Digipanel (april 2021): afgelopen jaar heeft 8% van de respondenten dagelijks/wekelijks, 11% van de respondenten maandelijks en 23% enkele keren een deelauto gebruikt. De aanbieders van deelauto’s monitoren het gebruik van de deelauto’s en het aantal abonnees per wijk. In 2019 waren in Eindhoven 20 deelauto’s op vaste standplaatsen aanwezig. Anno 2022 zijn er ca 170 deelauto’s in de stad waaronder deelauto’s met een vaste standplaats (Greenwheels en MyWheels) en deelauto’s zonder een vaste standplaats (van Amber en MyWheels). Hierbij gaat het om zowel zone-floating deelauto’s (MyWheels) als free floating deelauto’s (Amber).

Onafhankelijke toets onderbouwing mobiliteitscorrectie

Door Empaction is een onafhankelijke toets uitgevoerd inzake bovenstaande onderbouwing. Kort gezegd heeft Empaction geconcludeerd dat de reductie van 10 parkeerplaatsen bij de inzet van één deelauto in het centrum van Eindhoven gerechtvaardigd is. Zoals hierboven al aangegeven is dit ook door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State akkoord bevonden (ECLI:NL:RVS:2023:2204

Bijlage 10 Schema parkeren/deelmobiliteit gebiedsontwikkeling Fellenoord

Voor de gebiedsontwikkeling Fellenoord is een verbijzondering van de parkeernormen-systematiek van toepassing, welke hieronder schematisch wordt weergegeven (zie par. 3.2).

Deze regels gelden binnen de grenzen van de gebiedsontwikkeling zoals aangegeven op de kaart op de volgende pagina.

Begrenzing gebiedsontwikkeling Fellenoord

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.