Gemeentelijke regelgeving

Marktverordening Eindhoven 2012

Gemeente Eindhoven · geldt sinds 18 oktober 2022

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven maakt bekend, dat de raad van deze gemeente in zijn vergadering van 20 november 2012 heeft vastgesteld de volgende:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze verordening en de daarop berustende nadere regels wordt verstaan onder:

a.dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een meeloper, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen, dan wel ingenomen;

b.geregistreerde partner: de persoon met wie de vergunninghouder

overeenkomstig het bepaalde in artikel 80a van boek 1 van het Burgerlijk wetboek

een geregistreerd partnerschap is aangegaan;

c.marktterrein: de openbare ruimte door het college aangewezen en die

gedurende de door het college te bepalen tijd is bestemd voor het houden van

een warenmarkt;

d.meeloper: de marktkoopman die geen vaste standplaats op de markt heeft en

een dagplaats inneemt;

e.NEN-norm: door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm;

f.seizoenplaats: een vaste standplaats, die anders dan een dagplaats voor een bepaalde tijd als vaste plaats ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;

g.standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor

het uitoefenen van de markthandel;

h.standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt, over het door hem te verkopen artikel, een aansprekende

uiteenzetting houdt en ten slotte tracht een aantal personen gelijktijdig tot

aankoop van dat artikel te bewegen;

i.toezichthouder: de marktmeester of een door het college ander aangewezen

persoon die in beginsel over alle in afdeling 5.2 van de Awb opgenomen

bevoegdheden beschikt.

j.vaste standplaats: de standplaats die voor bepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;

k.vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats;

l.bedrijfsleider: degene aan wie door het college is toegestaan om de vergunninghouder te vervangen;

m.vrije plaats: een standplaats die uitsluitend ten behoeve van maatschappelijke en

of culturele doeleinden en/of voor markt PR activiteiten kan worden ingenomen.

n.weekmarkt: de algemene warenmarkt, welke bij besluit van het college, op de daartoe aangewezen plaats, dag en tijdstip wordt gehouden;

Artikel 2. Nadere regels

Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in deze verordening, in het bijzonder met betrekking tot de volgende onderwerpen:

a.de dag, tijd, plaats, afgelasting en verplaatsing van de markt;

b.de opstelling en indeling van de markt;

c.het aantal en de afmetingen van de standplaatsen;

d.de branchering en brancheverdeling;

e.de vergunningverlening en overschrijving van vergunningen;

f.het toewijzen en bezetten van standplaatsen;

g.de afwezigheid bij ziekte, vakantie en in geval van bijzondere omstandigheden;

h.de vervanging van de vergunninghouder;

i.het gebruik van huur– en eigen materiaal en kleinmateriaal;

j.het gebruik van de standplaatsen;

k.de veiligheidsnormen en normen ter voorkoming van gevaar, hinder en overlast.

Hoofdstuk 2. Vergunningen

Artikel 3. Standplaatsvergunning

1Het is verboden een standplaats op het marktterrein in te nemen zonder vergunning van het college.

2De vergunning voor een vaste standplaats wordt verleend voor de duur van maximaal

vijftien jaren.

Artikel 4. Verbod venten en uitdelen proefmonsters, beperking gedrukte stukken

1Het is verboden op het marktterrein tijdens de duur van de markt met goederen, waren of consumptieartikelen ter promoting of verkoop rond te lopen of te rijden.

2Van het verbod in het eerste lid kan het college ontheffing verlenen, voor zover

het betreft de verkoop van alcoholvrije dranken en geringe eet- en drinkwaren ten behoeve van de vergunninghouders.

3Het is verboden op het marktterrein tijdens de duur van de markt, gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen onder het publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden.

Artikel 5. Intrekking standplaatsvergunning

1Het college trekt een vaste standplaatsvergunning in:

a.op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder;

b.bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij met inachtneming van het bepaalde in het marktreglement, de vergunning wordt overgeschreven.

2Het college kan een standplaatsvergunning intrekken indien ter verkrijging

daarvan onjuiste, dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;

3Indien degene op wie een vergunning ingevolge het bepaalde in het

marktreglement, is overgeschreven, reeds vergunning heeft voor een andere

vaste standplaats op dezelfde markt, wordt laatstgenoemde vergunning

ingetrokken.

Hoofdstuk 3. Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Artikel 6. Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 7. Intrekking en schorsing vaste standplaatsvergunning

Onverminderd artikel 5 kan het college een vergunning voor een vaste standplaats, al dan niet voorwaardelijk intrekken dan wel telkens voor ten hoogste 4 achtereenvolgende marktdagen tijdelijk schorsen, indien de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat:

a.het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt;

b.zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;

c.niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op

grond van artikel 229, lid 1, onderdeel a en b van de Gemeentewet;

d.de marktmeester en of de bij besluit van het college aangewezen personen belast met het toezicht, belemmert in het uitoefenen van de functie, dan wel de

door hen gegeven aanwijzingen niet opvolgt.

Artikel 8. Uitsluiting meeloper of standwerker

Het college kan een aanvrager van een dagplaats of standwerkersplaats van de toewijzing uitsluiten, indien aanvrager:

a.onjuiste of onvolledige gegevens overlegd of heeft overlegd;

b.het bepaalde bij of krachtens deze verordening overtreedt;

c.of een persoon die hem bijstaat zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;

d.of een persoon die hem bijstaat, de marktmeester en of de bij besluit van het

college aangewezen personen belast met het toezicht, belemmert in het

uitoefenen van de functie, dan wel de door hen gegeven aanwijzingen niet

opvolgt;

e.niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op

grond van artikel 229, lid 1, onderdeel a en b van de Gemeentewet.

Artikel 9. Onmiddellijke verwijdering

Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het college een vergunninghouder gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen, indien hij:

a.het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de

vergunning overtreedt;

b.zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;

c.de marktmeester en of de bij besluit van het college aangewezen personen belast met het toezicht, belemmert in het uitoefenen van de functie dan wel

de door hen gegeven aanwijzingen niet opvolgt.

Artikel 10. Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de marktmeester en de bij besluit van het college aangewezen personen.

Artikel 11 Adviescommissies

1Er is een Marktadviescommissie en een Beleidsadviescommissie markten, die burgemeester en wethouders adviseert inzake aangelegenheden in relatie tot de markten.

2Burgemeester en wethouders stellen nadere regels vast met betrekking tot de samenstelling en werkwijze van deze commissies.

Artikel 12. Marktgeld

1.voor het innemen van een standplaats op de markt is marktgeld verschuldigd conform de marktgeldverordening die jaarlijks wordt vastgesteld door de gemeenteraad

Artikel 13. Overgangsbepalingen

1Besluiten – hoe ook genaamd - van het college die genomen zijn krachtens de Marktverordening gemeente Eindhoven 2002 vastgesteld bij raadsbesluit van 5 maart 2002 gelden als besluiten, genomen krachtens deze verordening, totdat zij zijn ingetrokken of vervallen.

2Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning, ontheffing of overschrijving op grond van de Marktverordening gemeente Eindhoven 2002, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet definitief op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene Wet Bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing

3Een vergunning voor een vaste standplaats verleend op grond van de Marktverordening 2012, die op het moment van inwerkingtreding van deze verordening geldig is, geldt als vergunning als bedoeld in artikel 3, tweede lid, waarvan de geldigheid afloopt na vijf jaar na inwerkingtreding van deze verordening.

Artikel 14. Inwerkingtreding

1Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin zij is geplaatst.

2De Marktverordening gemeente Eindhoven 2002, vastgesteld bij besluit van de raad van 5 maart 2002 komt per gelijke datum te vervallen.

Artikel 15. Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Marktverordening Eindhoven 2012’.

Eindhoven, 20 november 2012.

Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven,

, burgemeester.

, secretaris.

Uitgegeven, 18 december 2012.

Mij bekend,

de gemeentesecretaris van Eindhoven,

mw.drs. P.M. Pistor.

fsp/EJ12033287

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.