Gemeentelijke regelgeving

Klimaatverordening gemeente Eindhoven 2016

Gemeente Eindhoven · geldt sinds 28 mei 2016

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven maakt bekend, dat de raad van deze gemeente in zijn vergadering van 23 februari 2016, heeft vastgesteld de

Klimaatverordening gemeente Eindhoven 2016

Artikel 1. Klimaatdoel

1Het gemeentelijk beleid voorziet in het onomkeerbaar stapsgewijs terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in onze gemeente ten opzichte van de uitstoot in 1990, en wel volgens de volgende taakstellingen:

a.Een vermindering met ten minste 55 procent per 1 juli 2030 en een vermindering met ten minste 95 procent per 1 juli 2050.

b.100% duurzaam opgewekte energie per 1 juli 2045.

2Het klimaatdoel wordt bereikt onder meer, en in samen hang met, te formuleren bindende taakstellingen voor energiebesparing en de toename van het aandeel duurzame energie op basis van de laatste wetenschappelijke inzichten en de stand vande techniek.

3De taakstellingen, bedoeld in deze verordening gelden als grenswaarden en bepalen de maximum hoeveelheid broeikasgas, uitgedrukt in Megaton CO2e, die in de betreffende periode in onze gemeente mag worden uitgestoten en welk maximum nietmag worden overschreden.

Artikel 2. Klimaatplan

1Burgemeester en wethouders stellen eenmaal in de vijf jaar – voor het eerst in het jaar van de inwerkingtreding van deze verordening – een gemeentelijk klimaatplan op, met dien verstande dat het Programma duurzame ontwikkeling 2015-2018 uitgebreid wordt tot 2020 en beschouwd wordt als het eerste klimaatplan.

2Het klimaatplan geeft richting aan de aspecten van het klimaatdoel zoals geformuleerd in artikel 1 lid 1 en de jaarlijkse taakstellingen in de klimaatbegroting.

3Burgemeester en wethouders betrekken bij de voorbereiding van het klimaatplan belanghebbende instellingen en organisaties.

4Op de voorbereiding van het klimaatplan is de Verordening Samenspraak en Inspraak gemeente Eindhoven 2008 van toepassing.

5Burgemeester en wethouders rapporteren over de resultaten van het klimaatplan en sluit daarbij aan bij het rapportageritme van het klimaatakkoord van Parijs.

Artikel 3. Klimaatbegroting

1Burgemeester en wethouders zenden jaarlijks een klimaatbegroting, met expliciete vermelding van de taakstellingen ten aanzien van duurzame energie en energiebesparing, aan de leden van de raad voor de taakstelling voor het komende jaar.Hierin worden de inspanningen vermeld met betrekking tot alle portefeuilles.

2De klimaatbegroting wordt tegelijkertijd met de programmabegroting ter vaststelling aangeboden aan de leden van de raad conform de artikelen 186 – 258 van de Gemeentewet. De inspanningen in de klimaatbegroting worden vastgelegd enuitgewerkt in het betreffende onderdeel van de programmabegroting.

3De klimaatbegroting bevat in ieder geval:

a.Beschouwingen over de geboekte resultaten op de taakstellingen in de voorafgaande periode.

b.Beschouwingen over de betekenis van de voor het komende jaar voorgestelde klimaatbegroting voor de gemeente en haar ingezetenen.

c.Beschouwingen over de nationale ontwikkelingen met betrekking tot de klimaatproblematiek.

d.Beschouwingen over de te verwachten ontwikkelingen in het gemeentelijk beleid met betrekking tot de klimaat- en energieproblematiek en andere daarmee samenhangende ontwikkelingen voor de hierop volgende vier jaar.

4Burgemeester en wethouders zijn gehouden aan de in het klimaatplan voorgestelde basismaatregelen met, in voorkomend geval, aanvullende maatregelen, tenzij met het treffen van een of meerdere andere maatregelen aantoonbaar hetzelfde resultaatbereikt zal worden.

5Burgemeester en wethouders leggen na afloop van een begrotingsjaar verantwoording af over het, op basis van de klimaatbegroting,gevoerde beleid en over de effectiviteit daarvan.

6Indien in enig jaar de taakstelling niet wordt gehaald, wordt de omvang van de taakstelling voor de betreffende portefeuille,voor de daaropvolgende twee jaren verhoogd met de betreffende onderschrijding, tenzij anders overeengekomen wordt metde leden van de raad.

Artikel 4. Slotbepalingen

1Deze verordening wordt aangehaald als de Klimaatverordening gemeente Eindhoven.

2Het bepaalde in deze verordening geldt niet voor situaties waarin wordt voorzien door wetten, algemene maatregelen van bestuur of provinciale verordeningen.

3De verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

Eindhoven, 23 februari 2016

Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven,

, burgemeester.

, secretaris.

Uitgegeven,

Mij bekend, 27 mei 2016

de gemeentesecretaris van Eindhoven,

mw.drs. P.M. Pistor

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.