Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven maakt bekend, dat het in de vergadering van 14 november 2023 heeft besloten tot het vaststellen van de bijgevoegde beleidsregel ‘Geluidbeleid – Geluid in geluidaandachtsgebieden’ en deze van kracht te verklaren vanaf het moment dat de Omgevingswet in werking treedt.
2 Wettelijk kader
2.1. Geluid door verkeers- en/of spoorwegen zonder geluidproductieplafonds
2.1.1. Standaardwaarden
Een omgevingsplan dat een nieuwe verkeers- of spoorweg toelaat, voorziet erin dat het geluid op een geluidgevoelig gebouw in het geluidaandachtsgebied niet hoger is dan de standaardwaarden, die zijn opgenomen in tabel 3.34 van het Bkl. Bij een wijziging van de weg mag het geluid op een geluidgevoelig gebouw in het geluidaandachtsgebied niet hoger zijn dan de standaardwaarde of niet hoger dan het geluidniveau op het geluidgevoelig gebouw op het tijdstip van wijziging van het omgevingsplan. De standaardwaarde wordt evenals de grenswaarde voor de hier te beschouwen wegen en spoorwegen uitgedrukt in dB Lden. Dit betreft een jaar gemiddelde geluidbelasting.
Voor gemeente- en waterschapswegen is de standaardwaarde 53 dB Lden, voor lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen 55 dB Lden.
2.1.2. Grenswaarden
Overschrijding van de standaardwaarden is mogelijk. Dit kan indien aangetoond wordt dat:
–geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de waarden van artikel 5.78m te voldoen;
–de overschrijding van de standaardwaarden door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt en het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarden, bedoeld in tabel 3.35 van het Bkl.
–geluidbeperkende maatregelen die financieel doelmatig zijn en waartegen geen bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan, in aanmerking worden genomen.
Voor gemeente- en waterschapswegen is de grenswaarde 70 dB Lden, voor lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen geldt eveneens 70 dB Lden.
2.1.3. Uitzonderingen en afwijkingen
Een overschrijding van de grenswaarde is ook mogelijk indien zwaarwegende economische belangen of andere zwaarwegende maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen en geen maatregelen in aanmerking komen om het geluid te laten voldoen aan de grenswaarde (artikel 5.78o).
2.1.4. Cumulatie en gezamenlijk geluid
Om de aanvaardbaarheid van het geluid van een nieuwe of aan te passen verkeers- of lokale spoorweg op een geluidgevoelig gebouw te beoordelen dient te worden uitgegaan van de gecumuleerde geluidbelasting en de gezamenlijke geluidbelasting (artikel 5.78p en 5.78q). Gecumuleerd geluid wordt gebruikt in geval van overschrijding van een standaardwaarde voor de afweging van de aanvaardbaarheid. Gezamenlijk geluid wordt gebruikt bij de beoordeling van het binnenniveau, dan wel het bepalen van de eisen aan de geluidwering van een geluidgevoelig gebouw.
2.2. Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden
2.2.1. Standaardwaarden
Een omgevingsplan of omgevingsvergunning dat een nieuw geluidgevoelig gebouw toelaat, voorziet erin dat het geluid op dat gebouw niet hoger is dan de standaardwaarde, bedoeld in tabel 5.78t van het Bkl.
Voor rijkswegen en provinciale wegen betreft de standaardwaarde 50 dB Lden, voor gemeente- en waterschapswegen 53 dB Lden, voor lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen 55 dB Lden en voor industrieterreinen met geluidproductieplafonds 50 dB Lden en 40 dB Lnight.
2.2.2. Grenswaarden
Overschrijding van de standaardwaarden is mogelijk tot aan de grenswaarden en in uitzonderlijke gevallen en afwijkende situaties tot boven de grenswaarde.
Voor rijkswegen en provinciale wegen betreft de grenswaarde 65 dB Lden, voor gemeente- en waterschapswegen 70 dB Lden, voor lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen 70 dB Lden en voor industrieterreinen met geluidproductieplafonds 60 dB Lden en 50dB Lnight.
Overschrijding van de standaardwaarden is mogelijk indien aangetoond wordt dat:
–geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarden te voldoen;
–de overschrijding van de standaardwaarden door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt en
–het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarden, bedoeld in tabel 5.78u van het Bkl.
–geluidbeperkende maatregelen worden in aanmerking genomen als deze financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan.
2.2.3. Uitzonderingen en afwijkingen
Indien het gaat om vervangende nieuwbouw dan mag de grenswaarde worden opgehoogd met 5 dB (artikel 5.78v).
Een verhoging van de grenswaarde met 5 dB is ook mogelijk indien de gebruiksfunctie wijzigt (artikel 5.178w).
Een overschrijding van de grenswaarde is eveneens mogelijk indien de uitwendige scheidingsconstructie van het geluidgevoelig gebouw, waar de overschrijding van de grenswaarde plaatsvindt, geen te openen delen bevat anders dan als onderdeel van een gemeenschappelijke doorgang. Geborgd moet worden dat het geluid op de te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie, die direct grenzen aan een verblijfsgebied, niet hoger is dan de grenswaarde. In dit geval dient in het omgevingsplan bepaald te worden dat de gevel een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is (artikel 5.78y). Dit betreft een aanpassing van het begrip dove gevel zoals dit onder de Wet geluidhinder werd toegepast.
Hierbij wordt op basis van de toelichting op het aanvullingsspoor geluid een geluidgedempt ventilatierooster (suskast) niet beschouwd als een te openen deel. Ook deuren die onderdeel zijn van een gemeenschappelijke doorgang worden niet beschouwd als een te openen deel.
Op basis van artikel 5.78z dient aangetoond te worden dat:
–geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de grenswaarde te voldoen;
–de overschrijding van de grenswaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt;
–geluidbeperkende maatregelen als bedoeld in het eerste lid worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan.
Een overschrijding van de grenswaarde is ook mogelijk indien zwaarwegende economische belangen of andere zwaarwegende maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen en geen maatregelen in aanmerking komen om het geluid te laten voldoen aan de grenswaarde. Dit is opgenomen in artikel 5.78aa.
2.2.4. Geluidluwe gevel
Indien één of meer van de standaardwaarden worden overschreden en de grenswaarde niet wordt overschreden dan wordt het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel bij de afweging betrokken. Een geluidluwe gevel is een gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid.
Indien de grenswaarde wordt overschreden dan wordt rekening gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel. Dit is opgenomen in artikel 5.78ab.
2.2.5. Cumulatie en gezamenlijk geluid
Om de aanvaardbaarheid van het geluid op een geluidgevoelig gebouw te beoordelen dient te worden uitgegaan van de gecumuleerde geluidbelasting en de gezamenlijke geluidbelasting. De gezamenlijke geluidbelasting wordt toegepast voor het bepalen van de vereiste gevelwering. Dit op basis van artikel 5.78 ac en 5.78 ad. Het verschil is dat bij het gezamenlijke geluid geen rekening wordt gehouden met de hinderlijkheid van het geluid. Het gezamenlijke geluid is veelal lager dan het gecumuleerde geluid onder de Omgevingswet, doordat de hinderlijkheid niet wordt meegenomen in de optelling. Gecumuleerd geluid wordt gebruikt in geval van overschrijding van een standaardwaarde voor de afweging van de aanvaardbaarheid. Gezamenlijk geluid wordt gebruikt bij de beoordeling van het binnenniveau, dan wel het bepalen van de eisen aan de geluidwering.
2.3. Indirecte akoestische effecten van veranderend verkeer
2.3.1. Grenswaarden
Een toename van meer dan 1,5 dB is mogelijk. Dit kan, indien aangetoond wordt dat:
–geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om de toename boven de 1,5 dB te voorkomen;
–de overschrijding van de standaardwaarden door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt en het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarden, bedoeld in tabel 3.35 van het Bkl.
–geluidbeperkende maatregelen, die financieel doelmatig zijn en hiertegen geen bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan, in aanmerking worden genomen.
Voor gemeente- en waterschapswegen is de grenswaarde 70 dB Lden, voor lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen 70 dB Lden.
2.3.2. Cumulatie van geluid
Om de aanvaardbaarheid van het geluid van het veranderende verkeer op een verkeers- of lokale spoorweg op een geluidgevoelig gebouw te beoordelen dient te worden uitgegaan van de gecumuleerde geluidbelasting (artikel 5.78af).
2.3.3. Uitzonderingen en afwijkingen
Een overschrijding van de grenswaarde is mogelijk indien zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen en geen andere dan de maatregelen in aanmerking komen om het geluid te laten voldoen aan de grenswaarde (artikel 5.78ag).
Bijlagen
1Geluid door verkeers- en spoorwegen zonder geluidproductieplafonds
Deze bijlage is van toepassing bij de voorbereiding van het toelaten van een verkeers- en/of spoorweg zonder geluidproductieplafonds.
1.1.Uitzondering
Deze bijlage is niet van toepassing op het geluid:
–van een verkeers- of spoorweg voor een periode van 10 jaar of minder;
–van een verkeersweg met een verkeersintensiteit van minder dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal als kalenderjaargemiddelde;
–van een verkeers- of spoorweg op niet-geluidgevoelige gevels.
Indien sprake is van één of meerdere van deze uitzonderingen dan dienen deze uitzonderingen in het omgevingsplan vastgelegd te worden. Hierdoor is dit ook in de toekomst duidelijk en geborgd.
1.2.Start van het initiatief
De gemeente vindt het belangrijk dat een omgevingsplan voorziet in een evenwichtige toedeling van functies.
In gebieden waar de geluidsituatie onder druk staat, acht de gemeente het wenselijk dat de initiatiefnemer vanaf het begin van het planproces een geluiddeskundige betrekt en deze een actieve rol geeft om te komen tot een haalbaar plan met een optimale planopzet.
1.3.Onderzoeksplicht
Onderzoek naar de geluidbelasting van een nieuwe verkeers- of spoorweg zonder geluidproductieplafond is nodig om een evenwichtige toedeling van functies te onderbouwen.
Een nieuwe verkeers- of spoorweg zonder geluidproductieplafond kan toegelaten worden, nadat onderzoek is verricht naar de geluidbelasting op geluidgevoelige gevels van geluidgevoelige gebouwen conform het van toepassing zijnde meet- en rekenvoorschrift.
Het geluid op de geluidgevoelige gevels van een geluidgevoelige gebouwen wordt in elk geval aanvaardbaar geacht indien voldaan wordt aan de standaardwaarden zoals opgenomen in paragraaf 2.2.1. en indien het geluid niet hoger is dan het geluid op het tijdstip van de wijziging van het omgevingsplan.
Indien geen verkeersintensiteit en/of verdeling van het verkeer bekend is dan dient een gemotiveerde prognose te worden gemaakt door een verkeerskundige.
1.4.Geluidbeperkende maatregelen
Bij een overschrijding van de standaardwaarden dient onderzoek te worden verricht naar geluidreducerende of geluidbeperkende maatregelen (artikel 5.78u).
Geluidbeperkende maatregelen als hiervoor bedoeld, worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan.
1.5.Cumulatie
In het geval één geluidgevoelig gebouw door meerdere geluidbronsoorten wordt belast dan wordt elke bronsoort getoetst aan de afzonderlijke standaardwaarde en grenswaarde. Om te beoordelen of de geluidbelasting op een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied aanvaardbaar is dienen de afzonderlijke geluidbelastingen indien, deze boven de standaardwaarde liggen, gecumuleerd te worden. Hierbij wordt rekening gehouden met een correctie voor de verschillen in hinderlijkheid.
Voor de beoordeling van het gecumuleerde geluid gelden geen standaard- of grenswaarden, dus geen normen. Wel moet de gemeente de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluidniveau beoordelen in relatie tot de ontwikkeling die met het voorgenomen besluit mogelijk wordt gemaakt en de omstandigheden en belangen die daarmee gemoeid zijn.
Het komt zelden voor dat de gecumuleerde geluidbelasting overal binnen het plangebied hetzelfde is. Door in de planfase reeds naar de optimale indeling te kijken, geluidluwe zijde(s) te creëren of andere geluidreducerende of compenserende maatregelen toe te passen behoeft de gecumuleerde geluidbelasting in veel gevallen geen belemmering te zijn. Temeer ook omdat met bouwkundige maatregelen in de woningen een geluidbelasting van 33 dB of minder kan worden gerealiseerd.
In het uitzonderlijke geval dat de gecumuleerde geluidbelasting binnen het plangebied hoog is en door bijvoorbeeld (spui)ventilatie en of temperatuurbeheersing in geluidgevoelige ruimten niet goed mogelijk is om te voldoen aan de binnenwaarden dan dienen verdergaande (compenserende) maatregelen te worden getroffen.
Op het bepalen van het gecumuleerd geluid zijn de regels uit paragraaf 3.5.1 Omgevingsregeling van toepassing (artikel 3.38, lid 4 Bkl).
1.6.Gezamenlijk geluid
Het gezamenlijk geluid op de gevel is nodig voor het borgen van de binnenwaarde van het geluidgevoelig gebouw. Het gezamenlijk geluid op de gevel is de geluidbelasting van de verschillende geluidbronnen tezamen op die gevel. Het geluid van de betrokken geluidbronnen wordt ongewogen bij elkaar opgeteld, zonder correcties voor verschillen in hinderlijkheid.
Het gezamenlijk geluid op de gevel geeft geen inzicht in de geluidkwaliteit bij die gevel. Het houdt immers geen rekening met de verschillen in hinderlijkheid van het geluid van de verschillende geluidbronnen. De hinderlijkheid van het geluid is in de vorige paragraaf omschreven.
Op het bepalen van het gezamenlijke geluid op de gevel zijn de regels uit paragraaf 3.5.1 Omgevingsregeling van toepassing (artikel 3.39, lid 4 Bkl).
Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw legt het bevoegd gezag de waarde van het gezamenlijk geluid op de gevel in het omgevingsplan of in de omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit vast. Dit staat in artikel 5.78ad Bkl respectievelijk artikel 8.0b jo. In combinatie met de binnenwaarde kunnen initiatiefnemer en bevoegd gezag dan bij de bouwactiviteit de benodigde geluidwering van die gevel bepalen (artikel 4.103 Bbl).
Het Bbl biedt een mogelijkheid om het gezamenlijk geluid op de gevel op een later moment opnieuw te bepalen (artikel 4.103a en 5.23a Bbl). Dat kan nodig zijn als een initiatiefnemer een aanvraag voor een bouwactiviteit indient geruime tijd na vaststelling van het gezamenlijke geluid en het geluid op de gevel van het nieuw te bouwen gebouw in de tussenliggende periode is veranderd. Bijvoorbeeld omdat de overheid geluidbeperkende maatregelen heeft getroffen aan een belangrijke geluidbron.
1.7.Zwaarwegend belang
In het algemeen is sprake van een zwaarwegend economisch belang als een gewenste aanleg van een weg aanmerkelijke economische voordelen heeft die het toestaan van een grotere geluidbelasting rechtvaardigen. Bijvoorbeeld ontwikkelingen die sterk bijdragen aan de werkgelegenheid of aan de economische ontwikkeling of structuur van een gebied.
Zwaarwegende maatschappelijke belangen zijn bijvoorbeeld ontwikkelingen:
–die het niveau van de maatschappelijke voorzieningen in een gebied verhogen;
–die het realiseren van sociaal beleid ondersteunen;
–die het behoud of de ontwikkeling van kwetsbare functies of delen van de fysieke leefomgeving ondersteunen.
De grotere geluidbelasting mag dan maar voor een beperkt aantal gebouwen of mensen gelden.
De volgende onderdelen dienen in dit geval in het onderzoek aan de orde te komen.
–Is het doel gerechtvaardigd? Hierbij spelen de doelen van de Omgevingswet en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties een belangrijke rol.
–Is het afwijken geschikt om het doel mee te bereiken?
–Staat de afwijking in redelijke verhouding tot het doel?
–Is de afwijking van de grenswaarden noodzakelijk? Met andere woorden kan het anders en is compensatie of monitoring nodig?
–Is er genoeg maatschappelijk draagvlak voor de afwijking van de grenswaarden?
2Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden
Deze bijlage is van toepassing bij de voorbereiding van het toelaten van geluidgevoelige gebouwen die geheel of gedeeltelijk in een geluidaandachtsgebied zijn gelegen.
2.1.Uitzonderingen
Deze bijlage is niet van toepassing op het geluid:
–van een verkeers- of spoorweg op een geluidgevoelig gebouw dat wordt toegelaten voor een periode van 10 jaar of minder.
–van een verkeersweg met een verkeersintensiteit van minder dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal als kalenderjaargemiddelde op het toelaten van een geluidgevoelig gebouw.
–van een verkeers- of spoorweg op niet-geluidgevoelige gevels.
Indien sprake is van één of meerdere van deze uitzonderingen dan dienen deze in het omgevingsplan vastgelegd te worden. Hierdoor is dit ook in de toekomst duidelijk en geborgd.
2.2.Start van het initiatief
De gemeente vindt het belangrijk dat een omgevingsplan voorziet in een evenwichtige toedeling van functies. In aandachtsgebieden van verkeers- en/of spoorwegen en industrieterreinen, waar de geluidsituatie onder druk staat, acht de gemeente het wenselijk dat de initiatiefnemer vanaf het begin van het planproces een geluiddeskundige betrekt en deze een actieve rol geeft om te komen tot een haalbaar plan met een optimale planopzet.
2.3.Onderzoeksplicht
Indien een geluidgevoelig gebouw wordt opgericht in een geluidaandachtsgebied, dan dient onderzoek te worden verricht naar de geluidbelasting van verkeers- en/of spoorwegen en industrieterreinen met geluidproductieplafonds bij volledige benutting van de geluidproductieplafonds en bij verkeers- en spoorwegen zonder geluidproductieplafonds met omgevingswaarden, het geluid in een voor het verkeer op die verkeers- of spoorweg maatgevend jaar, op geluidgevoelige gevels van deze geluidgevoelige gebouwen. Dit onderzoek dient conform het van toepassing zijnde meet- en rekenvoorschrift uitgevoerd te worden.
Indien het initiatief voorziet in niet geluidgevoelige gevels of niet geluidgevoelige ruimten dan dienen deze niet geluidgevoelige gevels of niet geluidgevoelige ruimten in het omgevingsplan vastgelegd te worden. Hierdoor is dit ook in de toekomst duidelijk en geborgd.
Het geluid op de geluidgevoelige gevels van een geluidgevoelig gebouw wordt in elk geval aanvaardbaar geacht indien voldaan wordt aan de standaardwaarden.
2.4.Geluidbeperkende maatregelen
Bij een overschrijding van de standaardwaarden dient onderzoek te worden verricht naar geluidbeperkende maatregelen (artikel 5.78u).
Om de planvorming en het wegbeheer niet onnodig te belasten wil de gemeente niet-realistische of onhaalbare maatregelen uitsluiten.
Bij een overschrijding van de grenswaarden dienen alle bron- en of overdrachtsmaatregelen beschreven en berekend te worden. In het geval van overschrijdingen van de grenswaarden dient te worden aangegeven welke maatregelen worden getroffen om de geluidbelasting te verlagen tot onder de grenswaarde. Deze maatregel(en) dienen in het omgevingsplan te worden opgenomen. Dit om te borgen dat deze ook daadwerkelijk worden getroffen en duurzaam in stand worden gehouden.
In het geval de geluidbelasting de standaardwaarde overschrijdt bij 21 of meer geluidgevoelige gebouwen dan dienen bronmaatregelen, overdrachtsmaatregelen en maatregelen aan het geluidgevoelig gebouw beschreven en of berekend te worden. De reductie van elke maatregel dient kwalitatief of kwantitatief in beeld te worden gebracht. Ook de kosten van de maatregelen aan de bron en in de overdracht dienen onderbouwd in beeld te worden gebracht.
De kosten van de maatregelen aan de gevel met en zonder bron- en overdrachtsmaatregelen dienen in beeld te worden gebracht. Op deze manier kan financieel worden onderbouwd welke (combinatie) van maatregelen financieel haalbaar zijn.
De maatregel(en) die worden getroffen dienen in het omgevingsplan te worden opgenomen. Dit om te borgen dat deze ook daadwerkelijk worden getroffen en duurzaam in stand worden gehouden.
2.5.Geluidluwe gevel
De gemeente acht het in het belang van een goede gezondheid noodzakelijk dat bij een overschrijding van de standaardwaarden en/of de grenswaarden een geluidluwe gevel aanwezig is. De gemeente staat echter op dit moment ook voor een woningbouwopgave waarbij verdichting binnen de bebouwde kom nodig is. Dit is vaker dan voorheen op geluidbelaste locaties. De gemeente verlangt van initiatiefnemers dat zij in de planfase rekening houden met de indeling van het woongebouw en het toepassen van geluidluwe zijde(s).
In sommige situatie is het eisen van een geluidluwe gevel lastig of niet realiseerbaar en zijn hoge kosten gemoeid met het realiseren van een geluidluwe gevel. Bij vervangende nieuwbouw, aanpassingen van bestaande bouw en wijzigingen van de gebruiksfunctie zal het niet altijd mogelijk zijn om een geluidluwe gevel te realiseren. Ook bij geheel nieuwe situaties is dit in uitzonderlijke gevallen niet altijd mogelijk. Indien de locatie aan meerdere zijden belast is, dan zal een geheel of gedeeltelijke geluidluwe gevel wellicht niet mogelijk zijn.
Opgemerkt wordt dat in het geval van een aanpassing van bestaande bouw door een optopping en/of aanbouw in de planfase rekening dient te worden gehouden met de eis van een geluidluwe gevel.
Indien geen sprake is van een geluidluwe gevel of indien sprake is van een gedeeltelijke geluidluwe gevel dan dienen in het belang van de gezondheid compenserende maatregelen te worden getroffen. Bij compenserende maatregelen kan worden gedacht aan:
–Het opnemen van een of meer gemeenschappelijke woonkamers die aan de geluidluwe zijde is/zijn gelegen. Deze gemeenschappelijke woonkamer(s) dienen duurzaam in stand te worden gehouden en door de bewoners van de geluidgevoelige gebouwen zonder of met een gedeeltelijke geluidluwe gevel kosteloos gebruikt te mogen worden.
–Het opnemen van een of meer gemeenschappelijke buitenruimte(s) of dakterras(sen) die aan de geluidluwe zijde is/zijn gelegen. Deze gemeenschappelijke buitenruimte(s) of dakterras(sen) dienen duurzaam in stand te worden gehouden en door de bewoners van de geluidgevoelige gebouwen zonder of met een gedeeltelijke geluidluwe gevel kosteloos gebruikt te mogen worden.
De totale oppervlakte van de gemeenschappelijke woonkamer(s) of buitenruimte(s) dient minimaal 20 m2 te bedragen. Bij meer dan 10 geluidgevoelige gebouwen (woningen/appartementen) zonder of met een gedeeltelijke geluidluwe gevel, dient de totale oppervlakte van de gemeenschappelijke woonkamer(s) of buitenruimte(s) met 3 m2 per extra geluidgevoelig gebouw (woning/appartement) zonder of met een gedeeltelijke geluidluwe gevel opgehoogd te worden. Bij meer dan 20 geluidgevoelige gebouwen (woningen/appartementen) zonder of met een gedeeltelijke geluidluwe gevel dient de totale oppervlakte van de gemeenschappelijke woonkamer(s) of buitenruimte(s) met 4 m2 per extra geluidgevoelig gebouw (woning/appartement) zonder of met een gedeeltelijke geluidluwe gevel opgehoogd te worden.
Deze compenserende maatregelen dienen in het omgevingsplan te worden opgenomen. Dit om te borgen dat deze ook daadwerkelijk worden getroffen en duurzaam in stand worden gehouden.
2.6.Cumulatie
In het geval dat een geluidgevoelig gebouw door meerdere geluidbronsoorten wordt belast, wordt elke bronsoort getoetst aan de afzonderlijke standaardwaarde en grenswaarde. Om te beoordelen of de geluidbelasting op een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied aanvaardbaar is, dienen de afzonderlijke geluidbelastingen, indien deze boven de standaardwaarde liggen, gecumuleerd te worden. Hierbij wordt rekening gehouden met een correctie voor de verschillen in hinderlijkheid.
Voor de beoordeling van het gecumuleerde geluid gelden geen standaard- of grenswaarden, dus geen normen. Wel moet de gemeente de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluidniveau beoordelen in relatie tot de ontwikkeling die met het voorgenomen besluit mogelijk wordt gemaakt en de omstandigheden en belangen die daarmee gemoeid zijn.
Het komt zelden voor dat de gecumuleerde geluidbelasting overal binnen het plangebied hetzelfde is. Door in de planfase reeds naar de optimale indeling te kijken, geluidluwe zijde(s) te creëren of andere geluidreducerende of compenserende maatregelen toe te passen behoeft de gecumuleerde geluidbelasting in veel gevallen geen belemmering te zijn. Temeer ook omdat met bouwkundige maatregelen in de woningen een geluidbelasting van 33 dB of minder kan worden gerealiseerd.
In het uitzonderlijke geval dat de gecumuleerde geluidbelasting binnen het plangebied hoog is en door bijvoorbeeld (spui)ventilatie en of temperatuurbeheersing in geluidgevoelige ruimten niet goed mogelijk is om te voldoen aan de binnenwaarden dan dienen verdergaande (compenserende) maatregelen te worden getroffen.
Op het bepalen van het gecumuleerd geluid zijn de regels uit paragraaf 3.5.1 Omgevingsregeling van toepassing (artikel 3.38, lid 4 Bkl).
2.7.Gezamenlijk geluid
Het gezamenlijk geluid op de gevel is nodig voor borgen van de binnenwaarde van het geluidgevoelig gebouw. Het gezamenlijk geluid op de gevel is de geluidbelasting van de verschillende geluidbronnen tezamen op die gevel. Het geluid van de betrokken geluidbronnen wordt ongewogen bij elkaar opgeteld, zonder correcties voor verschillen in hinderlijkheid.
Het gezamenlijk geluid op de gevel geeft geen inzicht in de geluidkwaliteit bij die gevel. Het houdt immers geen rekening met de verschillen in hinderlijkheid van het geluid van de verschillende geluidbronnen. De hinderlijkheid van het geluid is in de vorige paragraaf omschreven.
Op het bepalen van het gezamenlijke geluid op de gevel zijn de regels uit paragraaf 3.5.1 Omgevingsregeling van toepassing (artikel 3.39, lid 4 Bkl)
Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw legt het bevoegd gezag de waarde van het gezamenlijk geluid op de gevel in het omgevingsplan of in de omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit vast. Dit staat in artikel 5.78ad Bkl respectievelijk artikel 8.0b jo. artikel 5.78ad Bkl. In combinatie met de binnenwaarde kunnen initiatiefnemer en bevoegd gezag dan bij de bouwactiviteit de benodigde geluidwering van die gevel bepalen (artikel 4.103 Bbl).
Het Bbl biedt een mogelijkheid om het gezamenlijk geluid op de gevel op een later moment opnieuw te bepalen (artikel 4.103a en 5.23a Bbl). Dat kan nodig zijn als een initiatiefnemer een aanvraag voor een bouwactiviteit indient geruime tijd na vaststelling van het gezamenlijke geluid en het geluid op de gevel van het nieuw te bouwen gebouw in de tussenliggende periode is veranderd. Bijvoorbeeld omdat de overheid geluidbeperkende maatregelen heeft getroffen aan een belangrijke geluidbron.
2.8.Zwaarwegend belang
In het algemeen is sprake van een zwaarwegend economisch belang als een gewenste toelating van geluidgevoelige gebouwen aanmerkelijke economische voordelen heeft voor de maatschappij die het toestaan van grotere geluidbelasting rechtvaardigen. Bijvoorbeeld ontwikkelingen die sterk bijdragen aan de werkgelegenheid of woningbouwopgave. Of aan de economische ontwikkeling of structuur van een gebied.
Zwaarwegende maatschappelijke belangen zijn bijvoorbeeld ontwikkelingen die het niveau van de maatschappelijke voorzieningen in een gebied verhogen. Of ontwikkelingen die het realiseren van sociaal beleid ondersteunen. Of die het behoud of de ontwikkeling van kwetsbare functies of delen van de fysieke leefomgeving ondersteunen. De grotere geluidbelasting mag dan maar voor een beperkt aantal gebouwen of mensen gelden.
De volgende onderdelen dienen in het onderzoek aan de orde te komen.
–Is het doel gerechtvaardigd? Hierbij spelen de doelen van de Omgevingswet en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties een belangrijke rol.
–Is het afwijken geschikt om het doel mee te bereiken?
–Staat de afwijking in redelijke verhouding tot het doel?
–Is de afwijking van de grenswaarden noodzakelijk? Met andere woorden kan het anders en is compensatie of monitoring nodig?
–Is er genoeg maatschappelijk draagvlak voor de afwijking van de grenswaarden?
Wel dient in dit geval minimaal één geluidluwe gevel aanwezig te zijn of minimaal één gedeeltelijke geluidluwe gevel in combinatie met compenserende maatregelen, zoals het realiseren van één of meer gemeenschappelijke woonkamers of één of meer gemeenschappelijke buitenruimte(s) of dakterras(sen), aan de geluidluwe zijde of het toepassen van coulissen kasten, (mini)loggia’s, voorzetramen (Harbour Fensters, Silent Air, en dergelijke) vliesgevels of lamellen schermen om de geluidbelasting op de achterliggende te openen delen te reduceren tot de standaardwaarde.
3Indirecte akoestische effecten van veranderend verkeer
Deze bijlage is van toepassing op een omgevingsplan dat voorziet in een toename van de verkeersintensiteit op een gemeentelijke verkeersweg, waterschapsweg of een lokale spoorweg.
Een ruimtelijke ontwikkeling (bijvoorbeeld de aanleg van een weg of ontwikkeling van een woonwijk) kan leiden tot een verkeerstoename op andere wegen waarvoor het bevoegd gezag geen besluit neemt. Het omgevingsplan voorziet erin dat het geluid door wegen buiten het plangebied niet meer toeneemt dan 1,5 dB op geluidgevoelige gebouwen (artikel 5.78af Bkl) ten opzichte van de situatie in het maatgevende jaar zonder de wijziging.
De toename van de verkeersintensiteit wordt in elk geval aanvaardbaar geacht indien de toename van de geluidbelasting op de geluidgevoelige gevels van een geluidgevoelig gebouw 1,5 dB of minder bedraagt en de grenswaarden zoals opgenomen in tabel 3.35 niet worden overschreden.
Indien de cumulatieve geluidbelasting op de geluidgevoelige gevels van een geluidgevoelig gebouw als gevolg van de toename van de verkeersintensiteit 1,5 dB of meer bedraagt en de standaardwaarde(n) worden overschreden, dan worden:
–geluidbeperkende maatregelen getroffen om de toename van het geluid te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken; of
–geluidwerende maatregelen getroffen om te voldoen aan de grenswaarde(n), bedoeld in tabel 3.35 van het Bkl.
Als de geluidgevoelige gebouwen, zijn gelegen in geluidaandachtsgebieden van meerdere verkeers- en/of spoorwegen of industrieterreinen, dan wordt bij het veranderen van het verkeer op een verkeers- of spoorweg zonder geluidproductieplafonds, het geluid aanvaardbaar geacht, indien onderzoek uitwijst dat het gecumuleerde geluid op het geluidgevoelig gebouw aanvaardbaar is. Hierbij worden de aanwezigheid van een (geheel) of gedeeltelijke geluidluwe gevel betrokken en/of compenserende maatregelen betrokken.
Een overschrijding van de grenswaarde is eveneens mogelijk indien zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen en geen andere dan de maatregelen in aanmerking komen om het geluid te laten voldoen aan de grenswaarde. Dit is opgenomen in artikel 5.78ag.
De overschrijding van de grenswaarden op basis van zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen acht de gemeente alleen mogelijk indien zoveel als mogelijk geluidwerende maatregelen worden getroffen om te voldoen aan een binnenniveau van 33 dB en/of in combinatie met het treffen van compenserende maatregelen.
De gemeente heeft oog voor de taken en bevoegdheden van andere bestuursorganen. De gemeente moet bijvoorbeeld afstemmen met de provincie en/of omliggende gemeenten, als blijkt dat een nieuwe woonwijk of bedrijventerrein veel verkeer op een provinciale weg of een weg in een andere gemeente veroorzaakt. Dit verkeer kan namelijk een relevante invloed hebben op het geluid op de referentiepunten en woningen langs die weg.
4Indirecte akoestische effecten van wijziging in de geluidoverdracht
Deze bijlage is van toepassing op een omgevingsplan dat een wijziging in de geluidoverdracht in een geluidaandachtsgebied van een verkeers- en/of spoorweg of industrieterrein toelaat.
Het bevoegd kan een wijziging in het geluidaandachtsgebied toelaten in het omgevingsplan die leidt tot een significante toename van het geluid op een geluidgevoelig gebouw. Een voorbeeld van een wijziging is het weghalen van een gebouw of aarden wal die geluid afschermen.
De wijziging in de geluidoverdracht in een geluidaandachtsgebied van een verkeers- en/of spoorweg of industrieterrein op de geluidgevoelige gevels van een geluidgevoelig gebouw wordt in elk geval aanvaardbaar geacht, indien voldaan wordt aan de standaardwaarde(n).
Indien de standaardwaarde wordt overschreden en de wijziging in de geluidoverdracht in een geluidaandachtsgebied van een verkeers- en/of spoorweg of industrieterrein, ter hoogte van de geluidgevoelige gevels van geluidgevoelige gebouwen een significante toename van geluid tot gevolg heeft dan wordt bepaald of:
–geluidbeperkende maatregelen getroffen moeten worden om de toename van het geluid te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken; of
–geluidwerende maatregelen worden getroffen om te voldoen aan de grenswaarde (binnenwaarden), bedoeld in tabel 3.35 van het Bkl.