Aanhef
De raad van de gemeente Eindhoven;
Gelet op artikel 15, derde lid, artikel 41c, tweede lid en artikel 69, tweede lid van de Gemeentewet;
gezien het voorstel van de agendacommissie;
besluit:
Vast te stellen de navolgende
1. Regels rond (schijn van) belangenverstrengeling
Artikel 1
Raadsleden mogen hun invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of van een organisatie waarbij een raadslid persoonlijk betrokken is.
Artikel 1.1
Raadsleden moeten actief en uit zichzelf de schijn van belangenverstrengeling tegengaan.
Artikel 1.2
1Raadsleden doen niet mee aan en zijn niet aanwezig bij de beraadslaging of stemming over onderwerpen waarbij ze een persoonlijk zijn betrokken (artikel 28 Gemeentewet). In het verslag van de betreffende vergadering wordt aangetekend dat het raadslid zich heeft onthouden van beraadslaging en stemming.
2Twijfelt een raadslid over de vraag of er sprake is van een persoonlijke betrokkenheid bij onderwerpen van gemeentelijke besluitvorming? Dan bespreekt hij dit met andere raadsleden of met de griffier of de burgemeester. Als het om een ander raadslid gaat dan spreekt hij dit raadslid daar eerst op aan. In de volgende situaties kan er sprake zijn van belangenverstrengeling of schijn van belangenverstrengeling:
a.Een kwestie waarbij een raadslid zelf een persoonlijk belang of financieel heeft.
b.Een kwestie waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij een raadslid persoonlijke betrokkenheid of zeggenschap heeft.
Zo voorkomen we actief (de schijn van) belangenverstrengeling.
3Als een raadslid zich onthoudt van beraadslaging of besluitvorming in de gemeenteraad omdat hij persoonlijk betrokken is bij een onderwerp, dan meldt hij dit bij de griffier of de burgemeester. Als een raadslid dit meldt bij de griffier, informeert deze de burgemeester.
4In het verslag van de betreffende vergadering wordt aangetekend dat het raadslid zich heeft onthouden van beraadslaging, stemming en aanwezigheid.
Artikel 1.3
1Raadsleden mogen bepaalde in de Gemeentewet opgesomde functies niet uitoefenen (artikel 13 Gemeentewet).
2Raadsleden vervullen geen nevenfuncties waarbij de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van het raadslidmaatschap en het vertrouwen in de gemeente. Bij twijfel over het aanvaarden van een nevenfunctie overlegt het raadslid dit vooraf met de griffier of de burgemeester.
3In alle gevallen van twijfel over vermoedens of schijn van belangenverstrengeling, kan advies worden gevraagd aan de Adviseur Integriteit.
Artikel 1.4
Raadsleden gaan geen handelingen of overeenkomsten aan die wettelijk verboden zijn (artikel 15 Gemeentewet). Daar waar een ontheffing van Gedeputeerde Staten mogelijk is en waar een raadslid hier gebruik van wil maken, overlegt hij met de burgemeester en de griffier.
Artikel 1.5
1Raadsleden maken voor aanvang en/of tussentijds van het raadslidmaatschap via de griffier bekend welke (on)betaalde functies zij vervullen naast het raadslidmaatschap (artikel 12 Gemeentewet). Hierna wordt advies gevraagd wordt aan de Adviseur Integriteit. Dit advies zal vervolgens worden afgegeven aan de griffier die dit met de burgemeester bespreekt en vervolgens deelt met de raad.
2Mocht een raadslid toch een functie aangaan die niet wenselijk is, dan zal de raad ingrijpen met de haar ter beschikkende staande middelen.
3Raadsleden geven in ieder geval:
a.Een omschrijving van de (neven)functie.
b.Een omschrijving van de organisatie voor wie ze (neven)functie verrichten.
c.Uitleg of het een (neven)functie is uit hoofde van het raadslidmaatschap.
d.Uitleg of de (neven) functie betaald of onbetaald is.
Artikel 1.6
De griffier van de raad zorgt voor een actuele openbare lijst met (neven) functies van raadsleden.
Artikel 1.7
Raadsleden geven informatie over alle financiële belangen – bijvoorbeeld aandelen, opties, derivaten en schulden – aan de burgemeester en gemeentesecretaris. Ook als een financieel belang tussentijds ontstaat, moet dat worden opgegeven. Alle financiële belangen worden door de burgemeester en gemeentesecretaris ter advisering (ter voorkoming van mogelijke belangenverstrengeling en het risico op handelen met voorkennis) voorgelegd aan de Adviseur Integriteit. Het advies, inclusief mogelijke preventieve maatregelen, wordt voorgelegd aan de burgemeester en de gemeentesecretaris, die het vervolgens bespreekt met de wethouder.
Artikel 1.8
De griffier van de raad zorgt voor een actuele openbare lijst met gemelde financiële belangen van raadsleden in ondernemingen waar mee de gemeente zaken doet of waarin de gemeente een belang heeft. Raadsleden geven daarnaast actief aan wanneer er een onderwerp op de agenda staat dat kan leiden tot (schijn van) belangenverstrengeling of er een persoonlijk belang speelt. Het raadslid zal niet aanwezig zijn bij bespreking en zich daarmee ook onthouden van stemming.
Artikel 1.9
De geheimhouding geldt ook na raadslidmaatschap voor geheime informatie (conform Gemeentewet artikel 87-89) totdat de gemeenteraad de geheimhouding heeft opgeheven.
2. Regels rond (schijn van) corruptie
Artikel 2
Raadsleden laten hun invloed en stem niet kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hen zijn gegeven of in het vooruitzicht zijn gesteld.
Artikel 2.1
Raadsleden moeten actief en uit zichzelf de schijn van corruptie tegengaan.
Aannemen van geschenken
Artikel 2.2
Raadsleden nemen geen geschenken aan die hen vanwege hun functie worden aangeboden, tenzij:
a.Het weigeren, teruggeven of terugsturen indruist tegen de gangbare fatsoensnormen, de gever zou kwetsen of deze bijzonder in verlegenheid zou brengen.
b.Het weigeren, teruggeven of terugsturen om praktische redenen onwerkbaar is.
c.Het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of fles wijn) met een geschatte waarde van maximaal 65 euro, waarbij de schijn van beïnvloeding niet aanwezig is.
Artikel 2.3
Als geschenken om een van de in artikel 2.2 genoemde redenen niet zijn geweigerd, teruggegeven of teruggestuurd, of om andere redenen toch in het bezit zijn van een raadslid, wordt dit gemeld aan de griffier. Dit is niet nodig als het gaat om het genoemde onder artikel 2.2 onder c. De geschenken worden dan alsnog teruggestuurd of ze worden eigendom van de gemeente. De griffier zorgt voor de registratie van giften en hun gemeentelijke bestemming
Accepteren van faciliteiten en diensten
Artikel 2.4
Raadsleden accepteren geen faciliteiten en diensten van anderen die hen vanwege hun functie worden aangeboden, tenzij:
a.Het weigeren ervan het raadswerk onmogelijk of onwerkbaar zou maken;
b.En de schijn van omkoping of beïnvloeding niet aanwezig is.
Artikel 2.5
Raadsleden gebruiken faciliteiten of diensten van anderen die vanwege de raadsfunctie worden aangeboden niet voor privédoeleinden.
Accepteren van uitnodigingen voor werkbezoeken, lunches, diners en recepties
Artikel 2.6
Raadsleden accepteren uitnodigingen voor werkbezoeken, netwerkbijeenkomsten, evenementen, voorstellingen, lunches, diners en recepties die niet door de gemeente zijn georganiseerd en/of betaald alleen als:
a.Dat behoort tot de uitoefening van het raadswerk.
b.En de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel. Dit geldt bij protocollaire taken, formele vertegenwoordiging van de gemeente en bij uitnodiging met beschreven doel omtrent de wenselijkheid van de aanwezigheid en;
c.Tegelijkertijd de schijn van omkoping of beïnvloeding niet aanwezig is.
Accepteren van reizen en verblijven
Artikel 2.7
Raadsleden accepteren werkbezoeken waarbij anderen de reis- en verblijfkosten betalen alleen bij hoge uitzondering. Zo’n uitnodiging moet altijd vooraf worden besproken in het fractievoorzittersoverleg. De uitnodiging mag alleen worden geaccepteerd als het bezoek aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente en de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is.
Van zo’n werkbezoek wordt altijd een verslag gedaan aan de raad.
3. Regels rond het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen
Artikel 3
Raadsleden houden zich aan het vastgestelde beleid voor het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen.
Artikel 3.1
Raadsleden houden zich aan de regels met betrekking tot het gebruik van interne voorzieningen van algemene aard, zoals fractiekamers en kopieermachines.
Artikel 3.2
Raadsleden houden zich aan de verordeningen met betrekking tot onkosten- vergoedingen, declaraties en de aanschaf van ICT.
Artikel 3.3
Een raadslid houdt zich aan de richtlijnen en het vastgesteld beleid met betrekking tot het gebruik van Artificial Intelligence (AI)
4. Regels rond informatie
Artikel 4
De raadsleden zien erop toe dat het college van burgemeester en wethouders, en haar afzonderlijke leden, de raad goed informeert. Het college en de burgemeester geven alle informatie die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft, tenzij dit in strijd is met het openbaar belang. De raad, het college en de burgemeester kunnen geheimhouding opleggen overeenkomstig de wet.
Artikel 4.1
Raadsleden zijn open en transparant over de eigen beslissingen en hun beweegredenen. Ze handelen in overeenstemming met de Gemeentewet en met de Wet open overheid.
Artikel 4.2
Raadsleden die informatie krijgen waarvan zij het geheime karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, moeten die informatie geheimhouden, behalve als de wet hen tot mededeling verplicht.
Artikel 4.3
Raadsleden maken niet ten eigen bate of ten bate van een ander gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie.
Artikel 4.4
Raadsleden gaan zorgvuldig om met mondelinge en schriftelijke informatie die zij ontvangen. Zij maken die niet openbaar c.q. geven die niet door aan anderen zonder instemming van de afzender. Bij twijfel over de bedoeling van de afzender informeren zij hier eerst naar.
5. Regels rond de onderlinge omgang en de gang van zaken tijdens vergaderingen
Artikel 5
Politieke ambtsdragers gaan respectvol met elkaar en met ambtenaren om. Ze zijn open en eerlijk en bevorderen het debat op basis van feiten.
Artikel 5.1
Raadsleden houden zich tijdens vergaderingen en bijeenkomsten aan het reglement van orde van de gemeenteraad van Eindhoven en de verordening op de voorbereidende bijeenkomst en de meningsvormende vergadering gemeente Eindhoven. Aanwijzingen van de voorzitter volgen zij op.
Artikel 5.2
Raadsleden onthouden zich in het openbaar van negatieve uitlatingen over andere raadsleden, de griffie(r) en overige ambtenaren. Dus ook in vergaderingen en bijeenkomsten zoals genoemd in het reglement van orde van de gemeenteraad van Eindhoven en de verordening op de voorbereidende bijeenkomst en de meningsvormende vergadering gemeente Eindhoven.
Artikel 5.3
Raadsleden gaan correct om met elkaar, bestuurders, de griffie(r) en andere ambtenaren, maar ook insprekers en andere betrokkenen. Dit gebeurt zowel in woord, gebaar als geschrift. Ook in de media en op sociale media vallen zij elkaar niet persoonlijk aan.
Artikel 5.4
Raadsleden twijfelen niet aan elkaars integriteit of aan de integriteit van een bestuurder. Dit geldt in het openbaar – in de raad, de media of op de social media –Zij erkennen en bevestigen elkaar proactief in hun ambt als volksvertegenwoordiger dan wel bestuurder. In hun handelen streven ze het algemeen belang na en beschermen de rechten van individuen.
Artikel 5.5
Raadsleden streven naar de hoogste kwaliteit van besluitvorming. Het is een gezamenlijke opdracht om de feiten op tafel te krijgen en deze niet te verdraaien. Raadsleden zijn eerlijk over hun overwegingen. Ze luisteren naar elkaars argumenten en die van de leden van het college. Ze accepteren deze als bijdragen tot zorgvuldige besluitvorming.
Artikel 5.6
Bij onenigheid in de onderlinge omgang of de gang van zaken tijdens vergaderingen gaan raadsleden, mogelijk onder begeleiding, onderling het gesprek aan met elkaar.
6. Regels rond de vaststelling en de handhaving van de gedragscode
Artikel 6
De raad stelt de gedragscode vast voor elk van de bestuursorganen – de raad, de wethouders en de burgemeester – en ziet toe op de naleving ervan.
Artikel 6.1
De raad ziet erop toe dat de gedragscodes van raad, burgemeester en wethouders worden nageleefd.
Artikel 6.2
De raad ziet er in het bijzonder op toe dat de raad, de fracties en de individuele raadsleden de eigen gedragscode van de raad naleven. De griffier ondersteunt de raad hierbij.
Artikel 6.3
De fractievoorzitters evalueren minimaal één keer per bestuursperiode de gedragscode van de raadsleden op actualiteit, functioneren en de mate waarin de regels naar behoren worden nageleefd. Ze brengen hierover verslag uit aan de gemeenteraad.
Artikel 6.4
Als een raadslid twijfelt aan een eigen handeling of die van een andere politieke ambtsdrager volgt hij de processtappen die in de Procesafspraken Integriteit staan