Gemeentelijke regelgeving

Gedragscode burgemeester gemeente Eindhoven 2026

Gemeente Eindhoven · geldt sinds 1 april 2026

Aanhef

De raad van de gemeente Eindhoven;

Gelet op artikel 15, derde lid, artikel 41c, tweede lid en artikel 69, tweede lid van de Gemeentewet;

gezien het voorstel van de agendacommissie;

besluit:

Vast te stellen de navolgende

1. Regels rond (schijn van) belangenverstrengeling

Artikel 1

De burgemeester mag zijn invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of van een organisatie waarbij de burgemeester een persoonlijke betrokkenheid heeft.

Artikel 1.1

De burgemeester gaat actief en uit zichzelf de schijn van belangenverstrengeling tegen.

Artikel 1.2

De burgemeester onthoudt zich van deelname aan de beraadslaging en stemming in het college van B&W als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling kan optreden. Het kan dan gaan om de volgende situaties:

a.Het betreft een kwestie waarbij de burgemeester zelf een persoonlijk belang of financieel belang heeft;

b.Het betreft een kwestie waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij de burgemeester persoonlijke betrokkenheid heeft.

Artikel 1.3

De burgemeester onthoudt zich bij beslissingen waarbij (de schijn van) belangenverstrengeling kan optreden niet alleen van stemming (zie artikel 1.2) maar ook van beïnvloeding van de besluitvorming gedurende het gehele besluitvormingsproces.

In alle gevallen van twijfel over vermoedens of schijn van belangenverstrengeling, kan advies worden gevraagd aan de Adviseur Integriteit.

Artikel 1.4

De burgemeester mag bepaalde in de Gemeentewet opgesomde functies niet uitoefenen.

Artikel 1.5

De burgemeester mag bepaalde in de Gemeentewet genoemde overeenkom- sten en handelingen niet aangaan.

Artikel 1.6

De burgemeester vervult geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn burgemeesterschap.

Een voornemen tot aanvaarding van een betaalde of onbetaalde nevenfunctie maakt hij kenbaar in het college. Bij aanvaarding van de nevenfunctie maakt hij deze openbaar. De burgemeester maakt tevens de inkomsten uit zijn neven- functies openbaar.

Artikel 1.7

De gemeentesecretaris draagt zorg voor een geactualiseerde openbare lijst met functies van de burgemeester. Op deze lijst wordt tevens vermeld of de werkzaamheden al dan niet bezoldigd zijn en de hoogte van de eventuele bezoldiging.

Artikel 1.8

De burgemeester doet opgaaf van alle financiële belangen – bijvoorbeeld in de vorm van aandelen, opties en derivaten of schulden – in ondernemingen waarmee de gemeente zaken doet of waarin de gemeente een belang heeft. Deze financiële belangen zijn openbaar en worden ter inzage gelegd.

Ook een tussentijds ontstaan financieel belang dient opgegeven te worden. Alle financiële belangen worden ter advisering voorgelegd aan de Adviseur Integriteit. Het advies, inclusief mogelijke preventieve maatregelen, wordt voorgelegd aan de burgemeester en de gemeentesecretaris die het vervolgens bespreekt met het college.

Artikel 1.9

De gemeentesecretaris draagt zorg voor een geactualiseerde openbare lijst met gemelde financiële belangen van de burgemeester.

Artikel 1.10

1De burgemeester is tot één jaar na het beëindigen van de functie terughoudend om zonder afstemming betaald of onbetaald werk voor de gemeente Eindhoven of voor verbonden partijen waarin de gemeente een financieel en/of bestuurlijk belang uit te voeren, in de volgende situaties:

a.Deze werkzaamheden voortvloeien uit het ambt van burgemeester, of

b.Er sprake is van een informatievoorsprong, persoonlijke betrokkenheid of beïnvloedingspositie die is ontstaan tijdens het ambt.

c.De wethouder stemt voorafgaand aan het aanvaarden van de functie af met de CvdK en de gemeentesecretaris over eventuele risico’s en maakt, indien nodig, maatwerkafspraken. De Adviseur Integriteit kan ook gevraagd worden om advies te geven.

2Onder werkzaamheden als bedoeld in lid 1, lid 10 vallen in ieder geval:

a.Het aannemen van opdrachten of advieswerk op contractbasis bij ondernemingen waar de gemeente Eindhoven een financieel en/of bestuurlijk belang in heeft, in dienst van de gemeente Eindhoven of als eigen onderneming.

b.Het optreden als vertegenwoordiger of lobbyist van een externe partij richting de gemeente Eindhoven of verbonden partijen;

c.Het vervullen van een bestuurs- of toezichthoudende functie bij een organisatie die subsidie ontvangt of opdrachten uitvoert voor de gemeente.

2. Regels rond (schijn van) corruptie

Artikel 2

De burgemeester mag zijn invloed en zijn stem niet laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hem zijn gegeven of hem in het vooruitzicht zijn gesteld.

Artikel 2.1

De burgemeester gaat actief en uit zichzelf de schijn van corruptie tegen.

Aannemen van geschenken

Artikel 2.2

De burgemeester neemt geen geschenken aan die hem uit hoofde van of van- wege zijn functie worden aangeboden, tenzij:

a.Het weigeren, teruggeven of terugsturen indruist tegen de gangbare fatsoensnormen, de gever zou kwetsen of deze bijzonder in verlegenheid zou brengen;

b.Het weigeren, teruggeven of terugsturen om praktische redenen onwerkbaar is;

c.Het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of fles wijn) met een geschatte waarde van maximaal 65 euro, waarbij de schijn van beïnvloeding minimaal is

Artikel 2.3

Als geschenken om een van de in artikel 2.2 genoemde redenen niet zijn geweigerd, teruggegeven of teruggestuurd, of om andere redenen toch in het bezit zijn van de burgemeester, wordt dit gemeld aan de gemeentesecretaris, tenzij het gaat om het genoemde onder artikel 2.2 onder c. De geschenken worden dan alsnog teruggestuurd of ze worden eigendom van de gemeente. De gemeentesecretaris zorgt voor de registratie van giften en hun gemeentelijke bestemming.

Accepteren van faciliteiten en diensten

Artikel 2.4

De burgemeester accepteert geen faciliteiten en diensten van anderen die hem vanwege zijn functie worden aangeboden, tenzij:

a.Het weigeren ervan het bestuurswerk onmogelijk of onwerkbaar zou maken en;

b.En de schijn van omkoping of beïnvloeding niet aanwezig is.

Artikel 2.5

De burgemeester gebruikt faciliteiten of diensten van anderen die uit hoofde of vanwege de bestuursfunctie worden aangeboden, niet voor privédoeleinden.

Accepteren van uitnodigingen voor werkbezoeken, lunches, diners en recepties

Artikel 2.6

De burgemeester accepteert uitnodigingen voor werkbezoeken, netwerkbijeenkomsten, voorstellingen, evenementen, lunches, diners en recepties die door anderen worden betaald of georganiseerd alleen als:

a.Dat behoort tot de uitoefening van het bestuurswerk en;

b.De aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel (protocollaire taken, formele vertegenwoordiging van de gemeente, uitnodiging met beschreven doel over de wenselijkheid van de aanwezigheid) en;

c.En de schijn van omkoping of beïnvloeding is niet aanwezig.

Accepteren van reizen en verblijven

Artikel 2.7

De burgemeester accepteert uitnodigingen voor werkbezoeken waarbij reis- en verblijfkosten door anderen worden betaald alleen bij hoge uitzondering. Een dergelijke invitatie dient altijd vooraf te worden besproken in het college. De invitatie mag alleen worden geaccepteerd als het bezoek aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente en de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is.

Van een dergelijk werkbezoek wordt altijd verslag gedaan aan het college. Bij buitenlandse werkbezoeken gebeurt dat schriftelijk, met afschrift aan de raad.

3. Regels rond het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen

Artikel 3

De burgemeester houdt zich aan het beleid dat is vastgesteld voor het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen.

Artikel 3.1

De burgemeester houdt zich aan de regelgeving en het beleid met betrekking tot het gebruik van interne voorzieningen als werkkamer, ICT en kopieermachines.

Artikel 3.2

De burgemeester houdt zich aan de regelgeving en het beleid met betrekking tot onkostenvergoedingen en declaraties.

Artikel 3.3

Een burgemeester houdt zich aan de richtlijnen en het vastgesteld beleid met betrekking tot het gebruik van Artificial Intelligence (AI)

4. Regels rond informatie

Artikel 4

De raad ziet erop toe dat het college van burgemeester en wethouders, en haar afzonderlijke leden, de raad goed informeert. Het college en de burgemeester verstrekken alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft, tenzij dit in strijd is met het openbaar belang. De raad, het college en de burgemeester kunnen geheimhouding opleggen overeenkomstig de wet.

Artikel 4.1

De burgemeester is open en transparant over de eigen beslissingen en de beweegredenen daarvoor. De burgemeester handelt in overeenstemming met de Gemeentewet en met de Wet open overheid (Woo).

Artikel 4.2

Als de burgemeester de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het geheime karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, is hij verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet hem tot mededeling verplicht.

Artikel 4.3

De burgemeester maakt niet ten eigen bate of ten bate van een ander gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie.

Artikel 4.4

De burgemeester gaat prudent om met mondelingen en schriftelijke informatie die hij ontvangt. Hij maakt die niet openbaar c.q. geeft die niet door aan anderen zonder instemming van de afzender. Bij twijfel over de bedoeling van de afzender informeert hij hier eerst naar.

5. Regels rond de onderlinge omgang en de gang van zaken tijdens vergaderingen

Artikel 5

Politieke ambtsdragers gaan respectvol met elkaar en met ambtenaren om, zijn open en eerlijk en bevorderen het debat op basis van feiten.

Artikel 5.1

De burgemeester houdt zich tijdens vergaderingen en bijeenkomsten aan het bestuursreglement van het college van burgemeester en wethouders, het reglement van orde van de gemeenteraad van Eindhoven en de verordening op de voorbereidende bijeenkomst en de meningsvormende vergadering gemeente Eindhoven, zoals die op dat moment gelden.

Artikel 5.2

De burgemeester onthoudt zich in het openbaar van negatieve uitlatingen over gemeenteambtenaren. Dus ook in vergaderingen en bijeenkomsten zoals genoemd in het bestuursreglement van het college van burgemeester en wethouders, het reglement van orde van de gemeenteraad van Eindhoven en de verordening op de voorbereidende bijeenkomst en de meningsvormende vergadering gemeente Eindhoven.

Artikel 5.3

De burgemeester bejegent wethouders, raadsleden, de griffie(r) en andere ambtenaren op correcte wijze in woord, gebaar en geschrift. Ook in de media en op sociale media ziet hij af van persoonlijke aanvallen.

Artikel 5.4

De burgemeester twijfelt niet in het openbaar – in de raad, de media of op de sociale media –aan de integriteit van een raadslid of wethouder. Hij erkent en bevestigt hen proactief in hun ambt als bestuurders of volksvertegenwoordiger die in hun handelen het algemeen belang nastreven en de rechten van individuen beschermen.

Artikel 5.5

De burgemeester streeft naar de hoogste kwaliteit van besluitvorming. Het is een gezamenlijke opdracht om de feiten op tafel te krijgen en deze niet te verdraaien. De burgemeester is eerlijk over zijn overwegingen, luistert naar de argumenten van anderen, de argumenten ingebracht vanuit de raad en het college en accepteert deze als bijdragen tot de zorgvuldige besluitvorming.

Artikel 5.6

Bij onenigheid in de onderlinge omgang of de gang van zaken tijdens vergaderingen gaat de burgemeester, mogelijk onder begeleiding, het gesprek aan met een raadslid of wethouder.

6. Regels rond de vaststelling en de handhaving van de gedragscode

Artikel 6

De raad stelt de gedragscode vast voor elk van de bestuursorganen – de raad, de wethouders en de burgemeester – en ziet toe op de naleving ervan.

Artikel 6.1

De raad ziet erop toe dat de gedragscodes van raad, burgemeester en wethouders worden nageleefd.

Artikel 6.2

Het college van burgemeester en wethouders ziet er in het bijzonder op toe dat het college en de individuele collegeleden de eigen gedragscode naleven. De gemeentesecretaris ondersteunt het college hierbij.

Artikel 6.3

Minimaal één keer per bestuursperiode evalueert het college de gedragscodes van de wethouders en de burgemeester op actualiteit, functioneren en de mate waarin deze naar behoren worden nageleefd. De burgemeester betrekt de resultaten van deze evaluatie in de periodieke evaluaties van alle gedrags- codes met de raad.

Artikel 6.4

Indien de burgemeester twijfelt aan een eigen handeling of die van een andere politieke ambtsdrager volgt de burgemeester de processtappen zoals vastgelegd in de Procesafspraken Integriteit.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.