Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels tijdelijke regeling alleenverdieners-problematiek gemeente Eindhoven 2025, 2026 en 2027

Gemeente Eindhoven · geldt sinds 20 oktober 2026

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven,

Gelet op:

•de artikelen 4:81, eerste lid en 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht;

•artikel 78gg van de Participatiewet;

Overwegende dat:

•Het wenselijk is om vast te leggen in welke situaties en onder welke voorwaarden aan een huishouden een vaste tegemoetkoming kan worden verstrekt of geweigerd en daartoe beleidsregels vast te stellen;

besluit:

de 'Beleidsregels tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Eindhoven 2025, 2026 en 2027' vast te stellen;

Artikel 1. Definitief

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

•Alleenverdiener: het huishouden als bedoeld als in artikel 78gg van de Participatiewet;

•Huishouden: twee personen die fiscaal partner en toeslagpartner van elkaar zijn voor het jaar waarop de vaste tegemoetkoming betrekking heeft.

•Vaste tegemoetkoming: het bedrag dat over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 per jaar is vastgesteld bij ministeriële regeling op grond van artikel 78gg, Participatiewet.

Artikel 2. Ambtshalve toekenning

Het college kent aan ieder huishouden, waarvoor in het betreffende kalenderjaar het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid, Participatiewet, ambtshalve de vaste tegemoetkoming voor dat kalenderjaar toe.

Artikel 3. Zelfmelder

1Het huishouden kan zich voor een vaste tegemoetkoming melden bij het college.

2Het college verwijst de melder door naar de Sociaal Raadslieden van Lumens voor een doelgroepbeoordeling; Sociaal Raadslieden van Lumens adviseert het college of de melder, als bedoeld in artikel 1 alleenverdiener is.

3Indien het huishouden, op basis van het advies van Lumens, tot de doelgroep van alleenverdieners behoort zoals beschreven in artikel 1, dient het huishouden met hulp van de Sociaal Raadslieden van Lumens schriftelijk of digitaal een aanvraag in bij het college, via het daarvoor beschikbaar gestelde aanvraagformulier.

4Het college beoordeelt of de meestverdienende partner in het huishouden op de datum van aanvraag inwoner van de gemeente is en het huishouden voor het betreffende jaar nog geen vaste tegemoetkoming heeft ontvangen.

5Bij de vaststelling van het inkomen om te bepalen of het huishouden tot de doelgroep van alleenverdieners behoort, telt alleen het inkomen van beide fiscale – en toeslagpartners mee.

6Als er sprake is van een vast maandinkomen, toetst het college het inkomen van de meest recente maand van het jaar voorafgaand aan de datum van aanvraag. Het college rekent dit maandinkomen om naar een verwacht jaarinkomen.

7Als er sprake is van een variabel maandinkomen, toetst het

college het inkomen van de meest recente drie achtereenvolgende maanden voorafgaand aan de datum van aanvraag. Het college​ rekent deze maandinkomens om naar een verwacht jaarinkomen.

8Als de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve

beschikking voor toeslagen over het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd al bekend is, dan gebruikt het college het belastbaar jaarinkomen waar deze aanslag of beschikking op is gebaseerd.

9In afwijking van lid 3 kan de vaste tegemoetkoming ook worden toegekend aan (voormalige) leden van een huishouden die op het moment van indiening van de aanvraag niet langer fiscaal partner zijn, maar dit wel waren over (een gedeelte van) het toeslagjaar waarover vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd. In dat geval wordt het aan het voormalige huishouden uit te betalen bedrag gesplitst, waarbij iedere voormalige partner aanspraak kan maken op de helft van het bedrag dat op grond van deze beleidsregels kan worden toegekend. Iedere voormalige partner kan hiervoor afzonderlijk een aanvraag indienen.

10Bij de vaststelling van het vermogen hanteert het college de vermogensgrens van de zorgtoeslag zoals die geldt voor het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd. Het peilmoment van het vermogen is 1 januari 00:00 van het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd.

11De vaste tegemoetkoming over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 wordt uiterlijk op 31 december 2029 aangevraagd.​

Artikel 4. Toekenning

Het college kent de vaste tegemoetkoming eenmaal voor het betreffende kalenderjaar toe en voor het gehele bedrag​.

Artikel 5. Verstrekking

Het college verstrekt de vaste tegemoetkoming in één keer.

Artikel 6. Aanvullende bijzondere bijstand

Indien de vaste tegemoetkoming op grond van deze beleidsregels niet toereikend is om het nadeel als gevolg van de alleenverdienersproblematiek volledig te compenseren, kan aan belanghebbende aanvullende individuele bijzondere bijstand worden verleend. Belanghebbende dient daartoe een aanvraag in.

Artikel 7 Ingangsdatum

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 8 Titel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Eindhoven 2025, 2026 en 2027.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.