Aanhef
de raad van de gemeente Eijsden-Margraten;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 30 september 2025;
gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;
gezien het advies van de dialoogvergadering vergadering van 3 november 2025;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN WATERTOERISTENBELASTING EIJSDEN-MARGRATEN 2026.
Artikel 1 – Begripsomschrijving
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a.vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden;
b.lengte: de lengte over alles;
c.vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een zelfde vaartuig gedurende een periode van ten minste een maand;
d.schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt.
e.etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 00.00 uur.
Artikel 2 - Belastbaar feit
Ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente op vaartuigen waarvoor wegens de aanwezigheid in het watergebied van de gemeente in welke vorm dan ook een vergoeding wordt betaald door personen, die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de Basisregistratie Personen zijn ingeschreven wordt onder de naam watertoeristenbelasting een directe belasting geheven.
Artikel 3 - Belastingplicht
1Belastingplichtig is degene die tegen vergoeding gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 aan hem ter beschikking staande ligplaatsen dan wel op hem ter beschikking staande vaartuigen.
2De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt.
3Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig de schipper, de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig als in artikel 2 bedoeld dan wel een andere persoon die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig.
Artikel 4 - Vrijstellingen
De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:
1door degene, die verblijf houden aan boord van:
a.een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden;
b.kano’s, roei- en volgboten;
c.motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter;
d.een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt;
2waarvoor de gemeente belastingen heft ingevolge de vigerende verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting.
3van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 2 van deze verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
4een persoon die op de dag waarop de eerste overnachting plaatsvindt nog niet de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt.
Artikel 5 - Maatstaf van heffing
De belasting wordt geheven naar het aantal etmalen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal etmalen.
Artikel 6 – Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van de heffing
1Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt het aantal personen dat heeft overnacht gedurende het kalenderjaar bepaald op 2.
2Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht gedurende het kalenderjaar wordt bepaald op 4.
3Het aantal vaartuigen als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op het aantal vaartuigen dat door de belastingplichtige bij aangifte uit de verhuuradministratie is opgegeven, dan wel blijkt.
Artikel 7 - Belastingtarief
Het tarief bedraagt per persoon per etmaal € 2,70
Artikel 8 – Belastingtijdvak
Het belastingtijdvak is gelijk aan het belastingjaar.
Artikel 9 - Wijze van heffing
De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.
Artikel 10 – Aanslaggrens
1Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven.
2Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 11 - Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede een maand later.
2Betaling van de termijnen zoals bedoeld in het eerste lid is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW).
3De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 12 - Kwijtschelding
Voor de kwijtschelding wordt verwezen naar de vigerende regeling Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Eijsden-Margraten.
Artikel 13 - Aanmeldingsplicht
De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet.
Artikel 14 - Digitale aangifte
Het uitnodigen tot het doen van aangifte kan naast de op de in artikel 237, eerste lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze geschieden door het uitreiken, toezenden of elektronisch verzenden van een aangiftebrief waaruit blijkt de wijze van het doen van elektronische aangifte, een omschrijving van de gevraagde gegevens of bescheiden en de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan. In dat geval geschiedt, in afwijking van de in artikel 237, tweede lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze, de aangifte langs elektronische weg door het inleveren of toezenden van de gevraagde gegevens of bescheiden via de digitale voorziening ‘Digitale aangifte toeristenbelasting’ van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen.
Artikel 15 - Inwerkingtreding en citeertitel
1De “Verordening watertoeristenbelasting Eijsden-Margraten 2025” vastgesteld bij raadsbesluit van 12 november 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
4Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening op de heffing en invordering watertoeristenbelasting Eijsden-Margraten 2026”.