Gemeentelijke regelgeving

Richtlijn indicatiestelling voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Eijsden-Margraten

Gemeente Eijsden-Margraten · geldt sinds 1 januari 2013

Bijlage 1 Normering huishoudelijke taken in minuten

De gemeente Eijsden-Margraten hanteert standaard normtijden bij het indiceren van hulp bij het huishouden. Het spreekt voor zich dat er altijd per cliënt een individuele afweging gemaakt dient te worden. Afwijkingen van normtijden dienen te worden gemotiveerd. Voor de huishoudelijke werkzaamheden zijn standaardindicaties ontwikkeld die zijn opgenomen in bijlage 1. In dit hoofdstuk wordt per activiteit een normtijd aangegeven.

1.1 Uitgangspunten vaststellen normering

-Het aantal volwassen personen is niet leidend; er wordt gekeken naar de grootte van de woning.

-Voor de aanwezigheid van kinderen kan meerzorg worden geïndiceerd.

-Het hebben van huisdieren is een eigen keuze; hiervoor wordt geen meerzorg geïndiceerd.

-Er wordt uitgegaan van sociale woningbouw; het hebben van een grote (vrijstaande) woning leidt niet tot meerzorg c.q. een hogere indicatie.

-Bij bepaalde problematiek, zoals bv. incontinentie en COPD wordt niet standaard meerzorg geïndiceerd. Het betreft een individuele beoordeling dan wel op basis van medisch advies.

1.2 Activiteiten Hulp bij het huishouden

Hulp bij het huishouden is als voorziening veelomvattend en bestaat uit de volgende activiteiten:

· Boodschappen doen en in uitzonderlijke situaties een boodschappenlijst samenstellen.

· Broodmaaltijden bereiden/ warme maaltijd opwarmen en in uitzonderlijke situaties warme maaltijden bereiden;

· Licht huishoudelijk werk;

· Zwaar huishoudelijk werk;

· Textielverzorging;

· Verzorging van kinderen bij uitval van ouders en/of verzorgers;

· Dagelijkse organisatie van het huishouden;

· Psychosociale begeleiding;

· Advies, instructie en voorlichting gericht op het huishouden; het aanleren van bepaalde vaardigheden.

1.3 Boodschappen doen

Boodschappen doen (is incl. maken boodschappenlijst)

Maken van een boodschappenlijst (als aparte indicatie)

60minuten per week

15minuten per week

Boodschappenlijst samenstellen (uitzondering)

Boodschappen inkopen en opruimen

Het inkopen van boodschappen wordt in de gemeente Eijsden-Margraten niet geïndiceerd. De boodschappenservice is algemeen gebruikelijk en voorhanden. Wanneer sprake is van een regieprobleem of een dusdanige beperking dat het maken

van een boodschappenlijst niet mogelijk is, kan hier 15 min. per week voor worden geïndiceerd.

Wanneer deze niet beschikbaar is kent de gemeente een algemene voorziening voor het doen van boodschappen. Enkel wanneer ook dit niet voldoende compenserend is, wordt een individuele voorziening geïndiceerd.

1.4 Maaltijdverzorging: broodmaaltijd/warme maaltijd

Bereiden broodmaaltijd

15minuten per keer

Max. 2-maal daags

Broodmaaltijd klaarzetten

Tafel dekken en afruimen

Koffie/thee zetten

Afwassen

Indien mogelijk ’s ochtends de boterhammen voor ’s avonds klaarmaken en afgedekt in de koelkast bewaren

Factoren meer/minder hulp:

-Er zijn kinderen < 12 jaar: + max. 20 min per keer

Opwarmen warme maaltijd

15minuten per dag

Eten bereiden

Voorbereiden koken

Afwassen en opruimen

Bereiden warme maaltijd alleen in uitzonderlijke situaties (hele specifieke diëten die niet verkrijgbaar zijn via een maaltijdservice of gezinnen met jonge kinderen <12 jaar)

Maaltijdservice en kant en klaar maaltijden zijn algemeen gebruikelijk en gaan altijd voor

1.5 Licht huishoudelijk werk

Woning met 2 slaapkamers of minder

Woning met 3 slaapkamers of meer

40minuten per week

60minuten per week

Stof afnemen

Opruimen

Afwassen

Bed opmaken

Alleen kamers die in gebruik zijn worden schoongehouden Bij de beschikbaarheid van een algemene of collectieve voorziening is deze voorliggend aan de indicatie van een individuele voorziening

Factoren meer/minder hulp:

-Er zijn kinderen < 12 jaar: +max. 30 min per week

-Sprake van PG problematiek of communicatieproblemen: + max. 30 min per week

-Allergie voor huisstofmijt, COPD (gesaneerde woning): + max. 30 min per week

-Indien ook maaltijdverzorging is geïndiceerd, minder hulp omdat de afwas al gedaan wordt: - 15-30 minuten per keer

-Bij meewerkcapaciteit, minder hulp: -15, 30 of 45 minuten per week

1.6 Zwaar huishoudelijk werk

Woning met 2 slaapkamers of minder

Woning met 3 slaapkamers of meer

70minuten per week

100minuten per week

Stofzuigen

Schrobben, dweilen, soppen van sanitair en keuken

Bedden verschonen

Opruimen huishoudelijk afval

Ramen wassen

Bij de beschikbaarheid van een algemene of collectieve voorziening is deze voorliggend aan de indicatie van een individuele voorziening

Factoren meer/minder hulp:

-Woning met een trappenhuis (eengezinswoning): +30 min per week

-Extra volwassene: + max. 30 min per week

-Er zijn kinderen < 12 jaar: +max. 15 min per week per kind

-Sprake van PG problematiek of communicatieproblemen: +max. 30 min per week

-Allergie voor huisstofmijt, COPD (gesaneerde woning): +max. 30 min per week

-Hoge vervuilingsgraad ten gevolge van de beperking: +max. 30 min per week

1.7 Textielverzorging

Eenpersoonshuishouden

Meerpersoonshuishouden

45minuten per week max.

60minuten per week max.

Kleding en linnengoed sorteren en wassen in de wasmachine

Was drogen in droger

Vouwen, strijken en opbergen

Bij de beschikbaarheid van een algemene of collectieve voorziening is deze voorliggend aan de indicatie van een individuele voorziening

Alleen bovenkleding wordt gestreken. Onderkleding en beddengoed wordt gevouwen.

Factoren meer/minder hulp:

-Aantal kinderen <16 jaar: + 15 min per kind per week

-Bedlegerige cliënten: + max. 30 min per week

-Extra bewassing i.v.m. overmatige transpiratie, incontinentie (wanneer alle mogelijkheden betreffende incontinentiemateriaal zijn uitgeprobeerd), speekselverlies enz.: + max. 30 min per week

1.8 Koffie drinken

Koffie drinken

30min per week

Sociaal contact: ‘koffie drinken’ Bemerken (sociale) problematiek cliënt en in de gaten houden situatie ten aanzien van verslechtering van de beperking van belanghebbende

Indien nodig signalen doorgeleiden naar gemeente en/of maatschappelijk werk

Alleen bij cliënten zonder indicatie voor psychosociale begeleiding, tevens observeren.

Alleen indien sprake is van eenzaamheid, dreigend sociaal isolement of verslechterende situatie t.a.v. de beperking door het gebrek aan sociaal contact.

1.9 Verzorging en/of tijdelijke opvang van kinderen

Per week

Tot max. 40 uur aanvullend op eigen mogelijkheden

Voor kinderen tot 7jaar geldt:

Naar bed brengen/uit bed halen: 10 min per keer per kind

Wassen en kleden: 20 min per dag per kind

Eten en/of drinken geven: 20 min per broodmaaltijd/20 min per warme maaltijd

Babyvoeding (flesje): 20 min per keer

Luier verschonen: 10 min per keer

Naar school/crèche brengen: 15 min per keer

Het is hierbij mogelijk om taken te combineren, zoals het gezamenlijk naar bed brengen van kinderen. Dan telt de tijdsnormering voor één kind. De frequentie is gerelateerd aan de leeftijd en ontwikkelingsfase van het kind.

Kinderopvang (crèche, kinderdagverblijf, overblijfmogelijkheden op school, voor- en naschoolse opvang) is altijd voorliggend.

Een kind van 3 maanden of ouder kan gebruik maken van een kinderdagverblijf voor maximaal 5 dagen per week.

Verzorging en/of tijdelijke opvang van kinderen is altijd HH-Plus

Factoren meer/minder hulp:

-Aantal kinderen: -/+

-Leeftijd kinderen: -/+

-Gezondheidssituatie/functioneren kinderen/huisgenoten: -/+

-Aanwezigheid gedragsproblematiek: -/+

-Samenvallende activiteiten: -

1.10 Dagelijkse organisatie van het huishouden

30minuten per week

Administratieve werkzaamheden

Organisatie van huishoudelijke activiteiten

Plannen en beheren van middelen t.b.v. het huishouden

Organisatie van het huishouden is altijd HH-Plus

Factoren meer/minder hulp:

-Aanwezigheid kinderen <16 jaar: + max. 30 min per week

-Sprake van PG problematiek of communicatieproblemen: + max.15 min per week

1.11 Psychosociale begeleiding, tevens observeren

30minuten per week

Formuleren doelen/bijstellen doelen met betrekking tot het huishouden

Helpen handhaven/verkrijgen/herkrijgen structuur in het huishouden

Helpen handhaven/vergroten van zelfredzaamheid m.b.t. budget

In principe is maatschappelijk werk en begeleiding vanuit de AWBZ voorliggend

Psychosociale begeleiding, tevens observeren is altijd HH-Plus

1.12 Advies, instructie en voorlichting

3x per week, maximaal 6 weken

30minuten per week per activiteit, max. 90 min

Instructie omgaan met hulpmiddelen

Instructie licht huishoudelijk werk

Instructie textielverzorging

Maximale duur is 6 weken

Advies, instructie en voorlichting is altijd HH-Plus

1.13 Deskundigheid per activiteit

HH Basis

HH Plus

Boodschappen doen

Bereiden broodmaaltijden

Opwarmen warme maaltijd

Licht huishoudelijk werk Zwaar huishoudelijk werk

Textielverzorging

‘Koffie drinken’

Verzorging en/of tijdelijke opvang van kinderen

Dagelijkse organisatie van het huishouden

Psychosociale begeleiding, tevens observeren

Advies, instructie en voorlichting

Bijlage 2 Standaardindicaties hulp bij het huishouden

De tijdsnormering is indicatief. Hierbij moet tijdens het Gesprek met de cliënt altijd een individuele afweging gemaakt worden. Als er reden is om af te wijken van onderstaande normeringen, dan kan dit altijd met een onderbouwing.

Tijdsnormering algemeen

Activiteiten

Minuten

Uren

Boodschappen doen

60p week

1u

Boodschappenlijst samenstellen (als aparte indicatie)

15p weer

15min

Bereiden broodmaaltijd

15p keer, max 2x pd

30min

Opwarmen warme maaltijd

15p dag

15min

Licht huishoudelijk werk, 2 slaapkamers

40p week

40min

Licht huishoudelijk werk, 3 slaapkamers

60p week

1u

Zwaar huishoudelijk werk, 2 slaapkamers

70p week

1u 10 min

Zwaar huishoudelijk werk, 3 slaapkamers

100p week

1u 40 min

Textielverzorging eenpersoonshuishouden

45p week

45min

Textielverzorging meerpersoonshuishouden

60p week

1u

‘Koffie drinken’

30p week

30min

Verzorging en/of tijdelijke opvang van kinderen

Max 40 uur

Max 40 u

Dagelijkse organisatie van het huishouden

30p week

30min

Psychosociale begeleiding, tevens observeren

30p week

30min

Advies, instructie en voorlichting

30p week

30min

Let op meerdere factoren voor meerwerk mogelijk

Let op meewerkcapaciteit licht huishoudelijk werk! Let op minderwerk bij licht huishoudelijk werk indien ook maaltijdverzorging is geïndiceerd (dubbeling in activiteit ‘afwassen).

EENPERSOONSHUISHOUDEN

HbH alleenstaande seniorenwoning/flat 2 slaapkamers of minder (in gebruik)

Nr.

Activiteiten

Minuten

Uren

1.1

Boodschappen doen

60p week

1u

1.2

Broodmaaltijd bereiden

15p keer

30min

1.3

Opwarmen warme maaltijd

15p dag

15min

1.4

Licht huishoudelijk werk

40p week

40min

1.5

Zwaar huishoudelijk werk

70p week

1u 10 min

1.6

De was doen

45p week

45min

1.7

Koffie drinken

30p week

30min

HbH alleenstaande seniorenwoning/flat 3 slaapkamers of meer (in gebruik)

Nr.

Activiteiten

Minuten

Uren

1.1

Boodschappen doen

60p week

1u

1.2

Broodmaaltijd bereiden

15p keer

30min

1.3

Opwarmen warme maaltijd

15p dag

15min

1.4

Licht huishoudelijk werk

60p week

1u

1.5

Zwaar huishoudelijk werk

100p week

1u 40 min

1.6

De was doen

45p week

45min

1.7

Koffie drinken

30p week

30min

Hbh alleenstaande eengezinswoning

Nr.

Activiteiten

Minuten

Uren

1.5a

Meerwerk trappenhuis

30p week

30min

Voor alle andere activiteiten is de normering gelijk

MEERPERSOONSHUISHOUDEN

Hbh twee/meerpersoonshuishouden seniorenwoning/flat 2 slaapkamers of minder (in gebruik)

Nr.

Activiteiten

Minuten

Uren

1.1

Boodschappen doen

60p week

1u

1.2

Broodmaaltijd bereiden

15p keer

30min

1.3

Opwarmen warme maaltijd

15p dag

15min

1.4

Licht huishoudelijk werk

40p week

40min

1.5

Zwaar huishoudelijk werk

70p week

1u 10 min

1.5a

Extra volwassene

30p week

30min

1.5b

Aanwezigheid kinderen

15p week p kind

afh. aantal kinderen

1.6

De was doen

60p week

1u

1.7

Koffie drinken

30p week

30min

Let op meerwerk indien aanwezigheid kinderen

Hbh twee/meerpersoonshuishouden seniorenwoning/flat 3 slaapkamers of meer (in gebruik)

Nr.

Activiteiten

Minuten

Uren

1.1

Boodschappen doen

60p week

1u

1.2

Broodmaaltijd bereiden

15p keer

30min

1.3

Opwarmen warme maaltijd

15p dag

15min

1.4

Licht huishoudelijk werk

60p week

1u

1.5

Zwaar huishoudelijk werk

100p week

1u 40 min

1.5a

Extra volwassene

30p week

30min

1.5b

Aanwezigheid kinderen

15p week p kind

afh. aantal kinderen

1.6

De was doen

60p week

1u

1.7

Koffie drinken

30p week

30min

Let op meerwerk indien aanwezigheid kinderen

Hbh twee/meerpersoonshuishouden eengezinswoning

Nr.

Activiteiten

Minuten

Uren

1.5a

Meerwerk trappenhuis

30p week

30min

Voor alle andere activiteiten is de normering gelijk

Let op meerwerk indien aanwezigheid kinderen

Hbh overige activiteiten alleenstaanden/twee- meerpersoonshuishouden

Nr.

Activiteiten

Minuten

Uren

1.1

Verzorging en/of tijdelijke opvang van kinderen

Max 40 uur

Max 40 u

1.2

Dagelijkse organisatie van het huishouden

30p week

30min

1.3

Psychosociale begeleiding, tevens observeren

30p week

30min

1.4

Advies, instructie en voorlichting

30p week per activiteit

30-90 min

Bijlage 3 Verstrekkingswijzen hulp bij het huishouden

Artikel 9 van de Verordening van de gemeente Eijsden-Margraten bepaalt dat ter compensatie van de beperkingen ten gevolge van een ziekte of gebrek inclusief chronische, psychische en psychosociale problemen bij het voeren van een huishouden een voorziening verstrekt kan worden.

Deze voorziening kan bestaan uit:

· Hulp bij het huishouden als algemene voorziening;

· Hulp bij het huishouden in natura;

· Een persoonsgebonden budget voor Hulp bij het huishouden;

3.1 Hulp bij het huishouden als algemene voorziening

Het betreft hier een snelle en eenvoudige dienstverleningsoplossing zonder veel administratieve rompslomp voor gemeente en aanvrager. In de gemeente Eijsden-Margraten is er op dit moment voor het onderdeel ‘wassen/strijken’ binnen de Hulp bij het huishouden een algemene voorziening beschikbaar. Wellicht zal deze algemene voorziening in de toekomst in het kader van de Kanteling nog verder uitgebreid worden.

3.2 Hulp bij het huishouden in natura

Als de cliënt recht heeft op een indicatie voor Hulp bij het huishouden kan hij kiezen voor een natura voorziening. De gemeente zorgt dat de zorg wordt geleverd door een van de gecontracteerde zorgaanbieders.

De gemeente bepaalt de omvang van de hulp en de geldigheidsduur van de indicatie.

3.3 Persoonsgebonden budget (PGB) voor Hulp bij het huishouden

Als de cliënt recht heeft op een indicatie voor Hulp bij het huishouden kan hij kiezen voorhulp bij het huishouden in de vorm van een PGB. Als het College een individuele voorziening toekent in de vorm van een PGB kan dit bestaan uit:

· Een financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget; de cliënt kan zelf hulp bij het huishouden inkopen.

· De cliënt is officieel werkgever en machtigt de gemeente om het PGB rechtstreeks te betalen aan de zorgaanbieder. De zorgaanbieder betaalt de hulp en verzorgt ook de verantwoording van het PGB. Dit is een persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden in de vorm van dienstverlening ingevolge een arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5 lid 1 van de Wet op de loonbelasting 1964, ook wel de alfa hulp genoemd.

Bijlage 4 Gebruikelijke zorg

Gebruikelijke zorg is de normale, dagelijkse zorg die partners of ouders en inwonendekinderen geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid gemeenschappelijk een woning bewonen en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van het huishouden.

Gebruikelijke zorg is ook alleen aan de orde als er een leefeenheid is die gemeenschappelijk een woning bewoont. Uitwonende kinderen vallen hier dus buiten.

Werk (of vrijwilligerswerk) en opleiding van partner, ouders of inwonende kinderen zijn geen reden om hulp bij het huishouden toe te kennen.

4.1 Gezondheidsproblemen of (dreigende) overbelasting

Indien uit (medisch) onderzoek blijkt dat een huisgenoot aantoonbare beperkingen heeft op grond van een aandoening, beperking, handicap of probleem waardoor redelijkerwijs de taken niet overgenomen kunnen worden is gebruikelijke zorg niet van toepassing.

Een consulent moet altijd onderzoeken of een leefeenheid, gegeven de voor die leefeenheid geldende gebruikelijke zorg, door de (chronische) uitval van een gezinslid niet alsnog onevenredig belast wordt en overbelasting dreigt. Er dient onderzoek gedaan te worden naar de verhouding tussen draagkracht en draaglast van de individuele cliënt.

Factoren die van invloed kunnen zijn op de draagkracht zijn bijvoorbeeld de lichamelijke en/of geestelijke conditie van de partner of huisgenoot maar ook het sociale netwerk en de wijze van omgaan met problemen. Factoren die van invloed kunnen zijn op draagkracht zijn bijvoorbeeld de mate waarin er sprake is van (on)planbare zorg, het ziektebeeld en de prognose, bijkomende problemen van sociale, emotionele of relationele aard.

Wanneer partner of huisgenoot door de combinatie van een (volledige) werkkring of opleiding en het voeren van het huishouden overbelast dreigt te raken, zal er door de consulent altijd medisch advies worden opgevraagd bij de GGD om de overbelasting te objectiveren.

Wanneer de dreigende overbelasting wordt veroorzaakt door een combinatie van werk en gebruikelijke zorg en andere activiteiten dan werk en huishouden, gaan werk en gebruikelijke zorg voor. Het beoefenen van vrijetijdsbesteding kan op zich geen reden zijn om een indicatie voor hulp bij het huishouden te krijgen.

In geval de leden van een leefeenheid overbelast dreigen te raken door de combinatie van werk en verzorging van de zieke partner/huisgenoot, kan een indicatie worden gesteld op de onderdelen die normaliter tot de gebruikelijke zorg worden gerekend. In principe zal die indicatie van korte duur zijn (3-6 maanden) om de leefeenheid de gelegenheid te geven de onderlinge taakverdeling aan de ontstane situatie aan te passen. Hetzelfde geldt als een partner/ouder ten gevolge van het plotseling overlijden van de andere ouder overbelast dreigt te raken door de combinatie van werk en verzorging van de inwonende kinderen.

4.2 Fysieke afwezigheid

Indien de huisgenoot van een zorgvrager vanwege werk fysiek niet aanwezig is wordthiermee bij het indiceren uitsluitend rekening gehouden, wanneer het omaaneengesloten perioden van tenminste zeven etmalen gaat. De afwezigheid van dehuisgenoot moet een verplichtend karakter hebben en inherent zijn aan diens werk; denk hierbij aan offshore werk, internationaal vrachtverkeer en werk in het buitenland.

Wanneer iemand aaneengesloten perioden van tenminste zeven etmalen van huis is, is er in die periode feitelijk sprake van een éénpersoonshuishouden en kan er geen gebruikelijke zorg worden geleverd.

Wanneer de fysieke afwezigheid van de partner minder dan 7 etmalen bedraagt, zal er altijd onderzocht moeten worden of de huisgenoot feitelijk kan voorzien in het verlenen van de zorg.

4.3 Uitzonderingen gebruikelijke zorg

In bepaalde situaties kan er iets soepeler worden omgegaan met “gebruikelijke zorg”.

-In terminale situaties (levensverwachting is minder dan 3 maanden) is het ontlasten van de huisgenoot in de vorm van hulp bij het huishouden gebruikelijk.

-Bij het plotseling overlijden van een van de ouders met als gevolg dat de achterblijvende ouder wordt belast met de opvoeding en verzorging van de kinderen in combinatie met werk. Ook in deze situatie kan tijdelijk (3 maanden) hulp bij het huishouden worden ingezet om de ouder de kans te geven op zoek te gaan naar andere oplossingen.

Indien de aanwezige huisgenoten niet (meer) leerbaar zijn. Dit betreft een individuele beoordeling.

-Voorkomen van crisis en ontwrichting bij verzorging en opvang van gezonde kinderen; indien opvang van gezonde kinderen noodzakelijk is heeft de inzet van een voorliggende voorziening een verplichtend karakter. Indien de voorliggende voorziening niet beschikbaar is-een consulent moet zich hier van op de hoogte stellen – kan tijdelijke inzet van hulp bij het huishouden noodzakelijk zijn.

4.4 Ouderlijke zorgplicht bij echtscheiding

Bij echtscheiding vervalt het samenwonen en daarmee dus ook de gebruikelijke zorg voor het huishouden en de onderlinge persoonlijke verzorging van partners. De zorgplicht voor de kinderen verdwijnt niet. Bij uitval van de verzorgende ouder moet wel onderzoek gedaan worden naar de mogelijkheid van opvang van de kinderen door de niet thuiswonende ouder door te kijken naar de voor de rechtbank vastgelegde afspraken tussen de ex-echtgenoten.

Voor die perioden dat de kinderen bij de verzorgende -uitgevallen- ouder zijn kan er dan een indicatie voor opvang zijn. Als de zorgplicht door de niet-verzorgende ouder kennelijk niet wordt nagekomen, beschouwen we de situatie als een eenoudergezin.

4.5 Huishoudelijke taken: uitstelbaar en niet uitstelbaar

Onder huishoudelijke taken vallen zowel de uitstelbare als de niet-uitstelbare taken. Hetverzorgen van -overigens gezonde- kinderen valt ook onder de hulp bij het huishouden.

. Niet-uitstelbare taken zijn maaltijd verzorgen/opwarmen, de kinderen verzorgen, afwassen en opruimen;

. Wel-uitstelbare taken zijn wasverzorging, zwaar huishoudelijk werk: stofzuigen, sanitair, keuken, bedden verschonen.

4.6 Bijdrage van kinderen aan het huishouden

In geval de leefeenheid van de zorgvrager mede bestaat uit kinderen, dan gaat deindicatiesteller ervan uit, dat de kinderen, afhankelijk van hun leeftijd en psychosociaalfunctioneren, een bijdrage kunnen leveren aan de huishoudelijke taken.

. Kinderen tot 5 jaar leveren geen bijdrage aan de huishouding.

. Kinderen van 5 tot en met 12 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden als opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, kleding in de wasmand gooien.

. Kinderen van 13 tot en met 17 jaar kunnen, naast bovengenoemde taken hun eigen kamer op orde houden, d.w.z. rommel opruimen, stofzuigen, bed verschonen.

Taken van een 18-23 jarige

Van een meerderjarige gezonde huisgenoot wordt verwacht dat deze een gedeelte van de huishoudelijke taken overneemt wanneer de primaire verzorger uitvalt.

Een 18-23 jarige wordt verondersteld de volgende taken uit te kunnen voeren:

. schoonhouden van sanitaire ruimte,

. keuken en een kamer,

. de was doen,

. boodschappen doen,

. maaltijd verzorgen,

. af opruimenassen en

Dit is genormeerd naar 2 uur uitstelbare, zware huishoudelijke taken en 3 uur lichte, niet uitstelbare huishoudelijke taken per week.

Daarnaast kunnen zij eventuele jongere gezinsleden verzorgen en begeleiden.

Vanaf 23 jaar wordt iemand geacht de huishoudelijke taken volledig over te nemen.

Bijlage 5 Afbakening hulp bij het huishouden en een zorgzwaartepakket (ZZP)

3.1 Afbakening hulp bij het huishouden en zorgzwaartepakket (ZZP)

Cliënten die een indicatie hebben gekregen voor verblijfszorg hebben een aantal keuzes om deze zorg in te zetten. Afhankelijk van de keuze van de cliënt valt de hulp bij het huishouden onder de WMO of onder de AWBZ.

Het schema toont de verschillende mogelijkheden:

1.

Opname in verblijfssetting

2.

Overbruggings-

zorg

3.

In functies

(ZIN)

4.

VPT

5.

In PGB

ZZP indicatie

<

01-01-2009

AWBZ

WMO

WMO

AWBZ

WMO

ZZP indicatie

>

01-01-2009

AWBZ

WMO

WMO

AWBZ

AWBZ

5.1.1 Opname in verblijfsinstelling

De cliënt zet het ZZP in, in een intramurale instelling (verblijf). De cliënt zet dan de functie ’verblijf’ in. De hulp bij het huishouden wordt dan gefinancierd vanuit de AWBZ.

5.1.2 Overbruggingszorg

De cliënt wil met het ZZP naar een intramurale instelling (verblijf) maar komt op de wachtlijst te staan. Zolang de cliënt thuis woont ontvangt hij overbruggingszorg totdat de functie verblijf wordt ingezet. Hier is geen maximale termijn aan verbonden.

De hulp bij het huishouden wordt dan gefinancierd vanuit de Wmo, omdat de cliënt de functie ‘verblijf’ nog niet inzet.

5.1.3 In functies (ZIN)

De cliënt wil met het ZZP niet naar een intramurale instelling. Hij kiest ervoor om langdurig thuis te blijven wonen en de zorg door een zorgaanbieder thuis in te zetten. Hij ontvangt dan ZIN. Het zorgkantoor zet de indicatie ‘verblijf’ om in functies en klassen. Er is dan geen functie ‘verblijf’ meer. De zorg wordt geleverd door een externe zorgaanbieder. Omdat de functie ‘verblijf’ niet wordt ingezet wordt de hulp bij het huishouden gefinancierd vanuit de WMO

5.1.4 VPT

De cliënt wil met een ZZP niet naar een intramurale instelling. Hij kiest ervoor om langdurig thuis te blijven wonen en de zorg door een zorgaanbieder thuis in te zetten. In plaats van ZIN kiest de cliënt voor “Volledig Pakket Thuis’ (VPT).

In dit geval zet het zorgkantoor de indicatie om in functies en klassen met de functie ‘verblijf’. De zorg kan dan worden geleverd door een interne of externe zorgaanbieder in onderaannemerschap. De hulp bij het huishouden wordt gefinancierd vanuit de AWBZ omdat de functie “verblijf’ wordt ingezet. Het zorgkantoor weet of een cliënt een VPT heeft.

5.1.5 In PGB

De cliënt wil met een ZZP niet naar een intramurale instelling. Hij kiest ervoor om langdurig thuis te blijven wonen. De cliënt wil een PGB ontvangen voor het ZZP. Het zorgkantoor bepaalt de hoogte van dit budget.

Als de ZZP indicatie is gesteld en ingezet voor 01-01-2009, dan wordt de hulp bij het huishouden gefinancierd vanuit de WMO. Het gedeelte hulp bij het huishouden wordt dan niet meegenomen in het budget van het zorgkantoor.

Als de ZZP indicatie is gesteld en ingezet vanaf 01-01-2009, dan wordt de hulp bij het huishouden gefinancierd vanuit de AWBZ. Het gedeelte hulp bij het huishouden wordt dan wel meegenomen in het budget van het zorgkantoor.

Bijlage 6 Normering aantal zones regiotaxi

Voor de Regiotaxi is een nieuwe manier van indicatiestelling ingevoerd waarbij het ook mogelijk is geworden om gedeeltelijke indicaties te stellen. In plaats van het wel of niet toekennen van een pas voor de Regiotaxi gaat het dan om het bepalen hoe groot de vervoersbehoefte van de cliënt is en welk aantal zones daarbij past. Maatwerk dus.

Omnibuzz heeft voor deze wijze van indicatiestelling een notitie geschreven waar onderstaande tekst een beknopte versie van is.

6.1 Indicatiestelling

Bij het stellen van een indicatie met een individueel (deel)budget, dient de huidige indicatiestelling uitgebreid te worden met een aantal stappen.

In schema 1 is weergegeven hoe deze stappen ingepast zijn in de huidige indicatiestelling.

Schema 1: Overzicht stappen aangepaste indicatiestelling

In schema 1 is weergegeven hoe deze stappen ingepast zijn in de huidige indicatiestelling.

Schema 1: Overzicht stappen aangepaste indicatiestelling

Maakt aanvrager aanspraak op

een vervoers-voorziening

»

Bepalen

vervoersbehoefte

»

Bepalen

behoefte CVV

(basisbudget-betaande voorzieningen= vervoersbehoefte CVV)

»

Bepalen

individueel budget

6.1.1 Stap 1: Maakt aanvrager aanspraak op een vervoersvoorziening?

Ten eerste bepaalt de indicatiesteller of er een indicatie is voor het collectief vervoer.

Hierbij wordt onder andere beoordeelt of de aanvrager tot de wettelijke doelgroep behoort en of er sprake is van beperkingen in de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Als uitgangspunt wordt hierbij genomen dat de aanvrager het openbaar vervoer niet kan bereiken of dat de aanvrager er geen gebruik van kan maken. Daarnaast wordt ook beoordeeld of de aanvrager niet in staat is om, al dan niet met hulpmiddelen en in een redelijk tempo, 800 meter te kunnen overbruggen.

Indien blijkt dat de aanvrager in aanspraak kan komen voor een vervoersvoorziening, wordt overgegaan naar stap 2 van het indicatiestellingproces.

6.1.2 Stap 2: Bepalen vervoersbehoefte

Stap 2, het onderzoek naar de vervoersbehoefte, is een belangrijk onderdeel bij het beoordelen of de aanvrager in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening en welke vervoersvoorziening de beperkingen compenseert.

Hierbij gaat de indicatiesteller na hoe de vervoersmogelijkheden van het collectief vervoer zich verhouden tot de kenmerken van de aanvrager, zijn beperkingen en zijn vervoersbehoeften.

Bij het onderzoek naar het verplaatsingspatroon van de aanvrager worden de volgende aspecten meegenomen:

. Wat zijn de redenen voor de verplaatsingen (verplaatsingsmotief)?

. Waar gaat de aanvrager naartoe, ofwel wat is zijn verplaatsingsbestemming? Het gaat hierbij om zowel de korte (minder dan 100 meter) als om langere afstanden.

. Wat is de frequentie van de verplaatsingen?

. Hoe verplaatst de aanvrager zich (auto, fiets e.d.)?

Bij het bepalen of een vervoersbehoefte relevant is, gaat het niet om de vraag hoe vaak men een bepaalde bestemming wil bereiken, maar om de vraag hoe vaak hij dat moet kunnen doen om deel te nemen aan het ‘leven van alledag’ en om de daarvan deel uitmakende wezenlijke sociale contacten te onderhouden. Uitgangspunt hierbij is dat wat mensen normaal gesproken van dag tot dag plegen te doen wanneer men zich buitenshuis zelfstandig verplaatst. Aangenomen wordt dat de gemiddelde Nederlander zich vier à vijf keer per dag verplaatst, waarbij heen en terug als een aparte verplaatsen gerekend wordt.

Vervoersbehoefte ten behoeve van werk, school, vrijwilligerswerk of

sociale contacten en behandeling op grond van AWBZ, behoren niet tot de Wmo compensatieplicht.

Bij de beoordeling van aanspraken op vervoersvoorzieningen wordt geen rekening gehouden met een vervoerbehoefte in verband met werk. Voor mensen die in dienstbetrekking of als zelfstandige werken zijn er voorliggende voorzieningen, zoals de voormalige Wet Rea voorzieningen die zijn overgeheveld naar WAO/WIA, Wajong, Waz en ZW. Dit geldt ook voor werknemers die werkzaam zijn in de sociale werkvoorzieningen (Wsw). Zij kunnen voor woon-werkverkeer op basis van de CAO-Wsw een beroep doen op hun werkgever.

De Centrale Raad van Beroep heeft daarnaast ook bepaald dat een vervoerbehoefte in verband met vrijwilligerswerk geen aanleiding is voor het verstrekken van een vervoersvoorziening. De Centrale Raad gaat er van uit dat vervoerskosten betaald kunnen worden door de organisatie waarvoor het vrijwilligerswerk verricht wordt.

Het vervoer naar bijvoorbeeld dagopvang of dagverzorging valt in principe evenmin onder de Wmo compensatieplicht. Deze bestemmingen zijn niet te vatten onder de verplaatsingen die mensen – in de regel - van dag tot dag plegen te ondernemen.

Tot slot valt het vervoer in verband met onderwijs ook niet onder de compensatieplicht van de Wmo. Er zijn hierbij voorliggende voorzieningen, zoals het leerlingenvervoer op grond van de onderwijswetgeving, en voorzieningen die via het UWV worden verstrekt (de voormalige Wet Rea voorzieningen).

6.1.3 Stap 3: Bepalen vervoersbehoefte CVV

Nadat de vervoersbehoefte van een klant bekend is, dienen de verschillende voorzieningen die deze behoeften compenseren in kaart gebracht te worden. Hierbij kan bekeken worden welke behoeften vanuit het basisbudget van de Regiotaxi voldaan kunnen worden en welke andere behoeften via bestaande voorzieningen gecompenseerd kunnen worden. In de praktijk betekend dit dat de behoeften die gecompenseerd kunnen worden door bestaande voorzieningen uit het basisbudget weggestreept kunnen worden. Als gevolg blijven de vervoersbehoeften die door het collectief vervoer voldaan kunnen worden over (basisbudget – bestaande voorzieningen = vervoersbehoeften CVV).

De hoogte van het basisbudget is gesteld op 750 zones per jaar. Uit jurisprudentie van de Centrale Raad onder de Wet voorzieningen gehandicapten blijkt dat gehandicapten de mogelijkheid moeten krijgen om met een vervoersvoorziening of een combinatie van vervoersvoorzieningen op jaarbasis minimaal 1.500 tot 2.000 kilometer af te kunnen leggen. Bij een gemiddeld aantal kilometers van 4,2 km per zones komt dit neer op 357 tot 476 zones exclusief opstapzones. Dit houdt in dat de compensatieplicht tenminste een omvang dient te hebben van minimaal 495 tot 659 zones inclusief opstapzone per jaar.

Om de klanten extra tegemoet te komen heeft Omnibuzz gesteld dat het basisbudget bestaat 750 zones inclusief opstapzone per jaar, waardoor de klanten ruim gecompenseerd worden om minimaal 2.000 km per jaar te kunnen reizen.

De 750 zones van het basisbudget kunnen verdeeld worden in de volgende vervoersbehoeften:

Tabel 1: Verdeling basisbudget in vervoersbehoeften en bijbehorende zones

Vervoersbehoeften

Zones (inclusief opstapzone)

Wekelijks boodschappen doen

200(3,8 zone per week)

Wekelijks verenigingen of clubs bezoeken (kienen, harmonie, voetbalclub etc.)

150(2,8 zones per week)

Wekelijks familie bezoeken

150(2,8 zones per week)

Eens per maand er op uit gaan (markt bezoeken, shoppen, steden bezoeken, sociaal culturele instellingen bezoeken etc.)

120(10 zones per maand)

Eens in de 3 maanden ziekenhuisbezoek

50zones (12,4 zone per 3 maanden)

Onvoorziene vervoersbehoeften

80zones (6,67 zone per maand)

Totaal

750

De vervoersbehoeften in tabel 1 zijn gebaseerd op de cijfers van het klanttevredenheidsonderzoek Jaarrapport 2011 WMO Regiotaxi Zuid-Limburg / Omnibuzz (zie bijlage 1). Uit deze cijfers blijkt dat familiebezoek, boodschappen doen, verenigingen/clubs bezoeken, ziekenhuis bezoek en er eens op uitgaan, de vijf meest gebruikte doeleinden zijn waarvoor de Regiotaxi ingezet wordt.

Tevens zijn in tabel 1 bij elke vervoersbehoefte bepaalde zones weergegeven. Deze zones zijn gebaseerd op de kerngetallen vanuit de MARAP van december 2011 (zie bijlage 2). Uit deze cijfers blijkt dat het gemiddeld aantal reiszones per rit per gemeente (exclusief opstapzones) ligt tussen de 1,9 zone (Sittard-Geleen) en 3,0 zones (Gulpen-Wittem). Dit houdt in dat klanten van Sittard-Geleen gemiddeld 6 km per rit zullen reizen en klanten van Gulpen-Wittem gemiddeld 11 kilometer. Ook de gemeenten Echt-Susteren, Valkenburg en Eijsden-Margraten hebben een hoog aantal reiszones per rit; 2,8 zones exclusief opstapzone. De gemiddeld ritlengte in deze gemeenten ligt dan ook op 10 kilometer. Uit deze cijfers kan dan ook geconcludeerd worden dat in de kleinere gemeenten de ritlengtes veel hoger liggen dan in de grotere gemeente Sittard-Geleen.

In tabel 2 wordt een overzicht gegeven van verschillende bestaande voorzieningen, die in de vervoersbehoeften van de aanvrager zouden kunnen voorzien.

Tabel 2: Overzicht bestaande voorzieningen

Nr.

Bestaande voorziening

1.

Indicatie scootmobiel

2.

Nog gebruik kunnen maken van fiets/bakfiets/spartamet

3.

Gebruik auto en gehandicapte parkeerkaart

4.

Indicatie huishoudelijk werk voor het doen van boodschappen

5.

Bewoners AWBZ instelling

6.

Indicatie collectief vervoer bij partners

6.1.4 Stap 4: Bepalen hoogte individueel budget

Nadat bepaald is in welke vervoersbehoeften het collectief vervoer voorziet, kan de hoogte van het individueel budget bepaald worden.

Hierbij is de frequentie en de bestemming van de behoefte belangrijk. In het basisbudget (zie tabel 3) is per vervoersbehoefte het totaal aantal zones per week of per maand weergeven. Op basis van deze weergaven kan het individueel budget berekend worden.

Tabel 3: Basisbudget

Vervoersbehoeften

Zones

Wekelijks boodschappen doen

200(3,8 zone per week)

Wekelijks verenigingen of clubs bezoeken (kienen, harmonie, voetbalclub etc.)

150(2,8 zones per week)

Wekelijks familie bezoeken

150(2,8 zones per week)

Eens per maand er op uit gaan (markt bezoeken, shoppen, steden bezoeken, sociaal culturele instellingen bezoeken etc.)

120(10 zones per maand)

Eens in de 3 maanden ziekenhuisbezoek

50zones (12,4 zone per 3 maanden)

Onvoorziene vervoersbehoeften

80zones (6,67 zone per maand)

Totaal

750

Bijlage 7 Algemeen gebruikelijke woonvoorzieningen

Conform het besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning worden de volgende

woonvoorzieningen tenminste als algemeen gebruikelijk aangemerkt:

a.toiletpot en verhoogd / hangend toilet;

b.toiletgelegenheid op de eerste etage;

c.airconditioning woonruimte;

d.kooktoestellen algemeen;

e.zonwering (binnen en buiten);

f.alle vormen van kranen (eenhendel-mengkranen, thermostaatkranen en glijstangset);

g.badkamer renovatie (vervangen lavet door douche);

h.waterbed;

i.aanleg centrale verwarming;

j.douchecabine, douchecel, douchewand, seniorendouchebak ;

k.mechanische ventilatie (beluchten woning);

l.afzuigkap boven kooktoestel;

m.beugels, met uitzondering van opklapbare beugels

n.overige, vergelijkbare algemeen gebruikelijke woonvoorzieningen als genoemd in sub a tot en met sub m tot maximaal € 250,-.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.