Aanhef
de raad van de gemeente Eersel;
overwegende dat de gemeenten Eersel en Vessem c.a. op 1 januari 1997 zijn opgeheven en samengevoegd tot de nieuwe gemeente Eersel;
dat in de voormalige gemeenten Eersel en Vessem ca. bij raadsbesluit van 20 april 1982, respectievelijk 26 januari 1995 verordeningen werden vastgesteld regelende de bezoldiging van de in dienst van deze gemeenten werkzame ambtelijke medewerkers;
dat het wenselijk is in het kader van de gemeentelijke herindeling per 1 januari 1997 nieuwe aanvullende bezoldigingsregels vast te stellen en deze regels en uitgangspunten vast te leggen in en nieuwe "Bezoldigingsverordening gemeente Eersel";
gelet op het bepaalde in artikel 3:1, eerste lid van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling (CAR)/Uitwerkingsovereenkomst (UWO) van de gemeente Eersel;
gelezen de resultaten en uitkomsten van het overleg met de commissie voor Bijzonder georganiseerd overleg (BGO) op 16 december 1998;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 29 januari 1999, nummer R99-8;
gelet op het gestelde in artikel 149 van de gemeentewet en op artikel 125, eerste lid van de Ambtenarenwet 1929;
b e s l u i t :
vast te stellen de navolgende verordening: "Verordening tot vaststelling van regelen voor de
bezoldiging van ambtenaren in dienst van de gemeente Eersel"
Hoofdstuk I Begripsbepalingen
Artikel 1
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a.ambtenaar:1. de ambtenaar in de zin van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling (CAR)/Uitwerkingsovereenkomst (UWO) van de gemeente Eersel;2. de werknemer als bedoeld in artikel 2:5:1 van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling CAR)/Uitwerkingsovereenkomst (UWO) van de gemeente Eersel;
b.salaris:het salaris, als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder b, van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling (CAR)/Uitwerkingsovereenkomst (UWO) van de gemeente Eersel;
c.uurloon:het uurloon als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder o van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling (CAR)/Uitwerkingsovereenkomst (UWO) van de gemeente Eersel;
d.schaal: de schaal als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder a, van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling (CAR)lUitwerkingsovereenkomst (UWO) van de gemeente Eersel, opgenomen in bijlage I van deze verordening;
e.salarisnummer:een aanduiding, bestaande uit een getal, dat in een salarisschaal voor een salaris is vermeld;
f.maximumsalaris:het hoogste bedrag van een salarisschaal;
g.bezoldiging;de bezoldiging als bedoeld in artikel 3:1, tweede lid onder c, van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling (CAR)/Uitwerkingsovereenkomst (UWO) van de gemeente Eersel;
h.betrekking:de betrekking als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder b, van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling (CAR)/Uitwerkingsovereenkomst (UWO) van de gemeente Eersel;
i.functiewaarderingsonderzoek:het op systematische wijze in rangorde plaatsen van functies, met als criterium de relatieve zwaarte van de functie;
j.conversie:de vertaling van de gevonden rangorde naar salarisschalen;
k.volledig betrekking:de volledige betrekking als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder k, van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling (CAR)/Uitwerkingsovereenkomst (UWO) van de gemeente Eersel;
l.overwerk:het overwerk als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder l, van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling (CAR)/Uitwerkingsovereenkomst (UWO) van de gemeente Eersel;
Hoofdstuk II Salaris
Artikel 2
1Het recht op salaris vangt aan met de dag waarop de aanstelling van de ambtenaar ingaat. Indien in het aanstellingsbesluit geen datum van ingang is vermeld, vangt het recht op salaris aan met ingang van de dag waarop de ambtenaar feitelijk in dienst is getreden.
2Het recht op salaris eindigt, in geval van ontslag, met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat.
Gebroken tijdvakken
Artikel 3
Wanneer het salaris of een toelage moet worden berekend over een gedeelte van een maand,wordt het bedrag per dag vastgesteld door het maandbedrag te delen door het aantalkalenderdagen van die maand.
Onvolledige betrekking
Artikel 4
Het salaris van de ambtenaar met een onvolledige betrekking wordt vastgesteld op een evenredig deel van het salaris dat voor hem zou gelden bij een volledige betrekking.
Salarisbedragen
Artikel 5
De salarissen van de ambtenaren, wier salaris niet bij of krachtens de wet is geregeld, worden vastgesteld op de bedragen volgens de salarisschalen of, indien voor zijn betrekking een vast bedrag geldt, dit bedrag, opgenomen in de bij deze verordening behorende bijlage I.
Artikel 6
1De toepassing van bijlage I van deze verordening vindt plaats vanaf 1 januari 1997.
2Burgemeester en wethouders bepalen met inachtneming van de resultaten van een functiewaarderingsonderzoek en aan de hand van de vastgestelde conversie de voor de ambtenaar geldende salarisschaal, tenzij zijn wijze van functioneren zich nog daartegen verzet.
3In afwijking van de inschaling op basis van functiewaardering als bedoeld in lid 2 van dit artikel wordt de hoogste salarisschaal (schaal 14) van bijlage I van deze verordening toegekend aan de functie van gemeentesecretaris.
4Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van een functiewaarderingsonderzoek en de daarbij te hanteren methode.
5Anders dan bij het aanvaarden van passende of gangbare arbeid dan wel bij wijze van disciplinaire straf, als bedoeld in de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling (CAR)/Uitwerkings-overeenkomst (UWO) van de gemeente Eersel, kan zonder voorafgaand ontslag voor een ambtenaar geen salarisschaal gaan gelden met een lager maximumsalaris dan dat van de reeds voor hem geldende salarisschaal.
Periodieke verhoging van het salaris
Artikel 7
1Aan de ambtenaar die voldoende of goed functioneert, wordt het salaris van de ambtenaar binnen de voor hem geldende salarisschaal periodiek verhoogd tot het naasthogere bedrag.
2De periodieke verhogingen worden toegekend aan de ambtenaar die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal met ingang van de eerste dag van de maand waarin zijn aanstelling een jaar is verstreken en nadien telkens na een jaar.
3Het tijdstip waarop ingevolge het vorige lid voor de eerste maal een periodiek verhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van burgemeester en wethouders aanleiding bestaat.
4Een verhindering wegens ziekte zal niet van invloed zijn op het tijdstip van toekenning van periodieke salarisverhogingen.
Extra periodieke verhoging van het salaris.
Artikel 8
1Aan de ambtenaar, die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, kan een extra periodieke salarisverhoging tot een in de salarisschaal genoemd bedrag, niet uitgaande boven het maximumsalaris, worden toegekend op grond van uitstekende vervulling van de betrekking.
2Bij de toepassing van het vorige lid blijft het tijdstip waarop ingevolge artikel 7 een salarisverhoging wordt toegekend onverlet, tenzij anders wordt bepaald.
Geen periodieke verhoging
Artikel 9
1Indien een ambtenaar onvoldoende functioneert, kan worden bepaald dat voor hem de in artikel 7 bedoelde salarisverhogingen achterwege worden gelaten.
2Nadien kan worden bepaald dat de salarisverhogingen, welke met toepassing van het eerste lid achterwege zijn gelaten, al dan niet met terugwerkende kracht, alsnog worden toegekend.
3Van een beslissing tot toepassing van het eerste lid wordt de ambtenaar zo spoedig mogelijk, doch in elk geval voor de datum waarop anders de salarisverhoging zou ingaan, schriftelijk mededeling gedaan, onder vermelding van de redenen welke tot de beslissing hebben geleid.Salaris bij bevordering naar hogere schaal
Artikel 10
1Wanneer de ambtenaar wordt bevorderd naar een salarisschaal met een hoger maximumsalaris, wordt het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het eerst hogere bedrag in die schaal, waarmee gerealiseerd wordt dat het verschil tussen het nieuwe salaris en het oude salaris van de ambtenaar tenminste 75% bedraagt van het verschil tussen het bedrag dat de ambtenaar laatstelijk genoot en het naasthogere bedrag in die oude schaal dan wel het naastlagere bedrag in die oude schaal, indien het salaris in de oude schaal reeds overeenkwam met het hoogste bedrag uit die schaal.
2Voor zover nodig zal - in afwijking van het eerste lid onder a - de vooruitgang in salaris ten gevolge van de indeling in de schaal met een hoger maximumsalaris nimmer minder bedragen dan het geval zou zijn bij verhoging ingevolge artikel 7 in de schaal waarin de ambtenaar wordt ingedeeld.
Hoofdstuk III Instrumenten van flexibele beloning
Artikel 11
1Indien een ambtenaar een uitstekende individuele prestatie heeft geleverd, kan aan hem een gratificatie als bedoeld in artikel 1 5:1:28 van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling (CAR)/ Uitwerkingsovereenkomst (UWO) van de gemeente Eersel worden toegekend.
2De hoogte van de gratificatie bedraagt maximaal € 750,00.
Groepsgratificatie
Artikel 12
1Aan een groep ambtenaren die een uitstekende collectieve prestatie heeft geleverd, kan een groepsgratificatie worden toegekend.
2De hoogte van een groepsgratificatie bedraagt maximaal € 250,00 per ambtenaar.
Tijdelijke persoonlijke toelage
Artikel 13
1Aan een ambtenaar die gedurende een tijdvak van minimaal een halfjaar een uitstekendeindividuele prestatie heeft geleverd, kan een tijdelijke persoonlijke toelage worden toegekend.
2De in het eerste lid bedoelde toelage bedraagt maximaal 5% van het maandsalaris van de betrokken ambtenaar gedurende een periode van minimaal een halfjaar.Persoonlijke toelage/toekenning uitloopschaal
Artikel 14
1Aan een ambtenaar die het maximum van de voor hem geldende schaal heeft bereikt, kan een persoonlijke toelage als bedoeld in artikel 3:7:8 van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling (CAR)/Uitwerkingsovereenkomst (UWO) van de gemeente Eersel worden toegekend, indien betrokkene gedurende meerdere jaren uitstekend heeft gefunctioneerd.
2De in het eerste lid bedoelde toelage is niet hoger dan 10% van het salaris van de betrokken ambtenaar, met dien verstande dat de som van dat salaris en die toelage het hoogste bedrag van de naasthogere salarisschaal niet overschrijdt.
3De in het eerste lid bedoelde toelage wordt ingetrokken, indien de gronden waarop de toelage werd toegekend, niet meer aanwezig zijn, tenzij burgemeester en wethouders van oordeel zijn, dat er omstandigheden zijn om de toelage geheel of gedeeltelijk te handhaven.
4Aan een ambtenaar die het maximum van de voor hem geldende schaal heeft bereikt, wordt een uitloopschaal toegekend, indien betrokkene gedurende drie opeenvolgende jaren goed heeft gefunctioneerd.
5De uitloopschaal als bedoeld in lid 4 kan eveneens van toepassing worden verklaard op de ambtenaar die nog niet het maximum van de voor hem geldende schaal heeft bereikt, met dien verstande dat in het onder lid 4 gestelde voor "goed" moet worden gelezen "uitstekend".Arbeidsmarkttoelage
Artikel 15
1Aan de ambtenaar kan om redenen van werving of behoud een toelage worden toegekend.
2De in het eerste lid bedoelde toelage wordt toegekend over een tijdvak dat tevoren is vastgesteld, met inachtneming van een maximum van drie jaar.
3De hoogte van de toelage als bedoeld in het eerste lid bedraagt maximaal 10% van het salaris van de betrokken ambtenaar, met dien verstande dat de som van dat salaris en die toelage het hoogste bedrag van de naasthogere salarisschaal niet overschrijdt.
4De toelage als bedoeld in het eerste lid eindigt op de ingevolge het tweede lid vastgestelde vervaldatum. Wanneer de arbeidsmarktsituatie waarop de toelage is gebaseerd nog steeds bestaat kan opnieuw een toelage als bedoeld in het eerste lid aan de ambtenaar worden toegekend.
Nadere regels instrumenten flexibele beloning
Artikel 16
Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen omtrent de toepassing en de hoogte van instrumenten van flexibele beloning als bedoeld in de artikelen 11 tot en met 15.
Geen afbouwregeling
Artikel 17
Bij het beëindigen van instrumenten van flexibele beloning als bedoeld in de artikelen 11 tot en met 15 wordt geen afbouwregeling toegepast
Hoofdstuk IV Overige toelagen en vergoedingen
Artikel 18
Een waarnemingstoelage wordt toegekend conform hetgeen is geregeld in artikel 3:1:2 van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling (CAR)lUitwerkingsovereenkomst (UWO) van de gemeente Eersel.
Overwerkvergoeding
Artikel 19
Aan de ambtenaar voor wie een salarisschaal geldt met een lager maximumsalaris dan dat van schaal 11 wordt ingeval van overwerk een overwerkvergoeding toegekend conform hetgeen is geregeld in artikel 3:2 en artikel 3:2:1 van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling (CAR)lUitwerkingsovereenkomst (UWO) van de gemeente Eersel.Toelage onregelmatige dienst
Artikel 20
1Aan de ambtenaar voor wie een salarisschaal geldt met een lager maximumsalaris dan dat van schaal 11 en voor wie de werktijden zijn vastgesteld als bedoeld in artikel 3:3 van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling (CAR)/Uitwerkingsovereenkomst (UWO) van de gemeente Eersel wordt een toelage toegekend op grond van artikel 3:3 van de Collectieve arbeidsvoorwaarden regeling (CAR)/Uitwerkingsovereenkomst (UWO) van de gemeente Eersel.
2De toelage, als bedoeld in het eerste lid, bedraagt per gewerkt uur een percentage van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur en wel:
a.20% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 6 en 8 uur en tussen 18 en 22 uur;
b.40% voor de uren op zaterdag tussen 6 en 22 uur;
c.40% voor de uren op maandag tot en met zaterdag tussen 0 en 6 uur en tussen 22 en 24 uur;
d.65% voor de uren op zondag en op de feestdagen genoemd in artikel 4:2:1, derde lid, van deCollectieve arbeidsvoorwaardenregeling (CAR)/Uitwerkingsovereenkomst (UWO) van degemeente Eersel, met dien verstande, dat genoemde percentages worden berekend over tenhoogste het salaris per uur, dat is afgeleid van het salaris horende bij salarisnummer 11 vanschaal 6.
3Voor de in het vorige lid onder a genoemde morgen- en avonduren wordt de toelage slechts toegekend, indien de arbeid is aangevangen vóór 7.00 uur, respectievelijk is beëindigd na 19.00 uur.
4De vergoeding zoals bedoeld in dit artikel wordt geacht te behoren tot de bezoldiging tot een bedrag dat overeenkomt met hetgeen in de drie kalendermaanden of in de dertien kalenderweken, voorafgaande aan de datum waarop de verhindering tot het vervullen van de betrekking is ontstaan, gemiddeld per maand of per week is toegekend aan die vergoeding, al naar gelang de bezoldiging van de ambtenaar per maand of per week wordt uitbetaald. Voor zover de ambtenaar op evenbedoelde datum minder dan drie kalendermaanden of dertien kalenderweken zijn betrekking heeft vervuld, wordt gerekend met het bedrag dat hem gemiddeld per maand of per week is toegekend over het tijdvak waarin hij vóór het ontstaan van de verhindering in dienst is geweest.
5In bijzondere gevallen kan een regeling worden getroffen, welke het bepaalde in de vorige leden aanvult of daarvan afwijkt.
Toelage bereikbaarheids- en beschikbaarheidsdienst
Artikel 21
1Aan de ambtenaar voor wie een salarisschaal geldt met een lager maximumsalaris dan dat van schaal 11 en die buiten de werktijdenregeling als bedoeld in artikel 4:1 en 4:2 van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling (CAR)/Uitwerkingsovereenkomst (UWO) van de gemeente Eersel ingevolge een schriftelijke aanwijzing van burgemeester en wethouders zich regelmatig of vrij regelmatig bereikbaar en beschikbaar moet houden teneinde bij oproep arbeid te gaan verrichten, wordt een toelage toegekend.
2Burgemeester en wethouders kunnen nader bepalen welke bereikbaarheids- en beschikbaar-heidsdiensten aangemerkt moeten worden en in welke mate.Inconveniëntentoelage
Artikel 22
1Aan de ambtenaar, aan wie het verrichten van zwaar, onaangenaam of gevaarlijke arbeid wordt opgedragen, wordt naar evenredigheid van het aantal uren gedurende welke per kalenderjaar die arbeid is verricht een toelage toegekend.
2Burgemeester en wethouders kunnen nader bepalen welke arbeidsomstandigheden als zwaar, onaangenaam of gevaarlijk aangemerkt moeten worden en in welke mate
Afbouwtoelage
Artikel 23
1Aan de ambtenaar wiens bezoldiging, als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage, als bedoeld in de artikelen 20, 21 en 22, een blijvende verlaging ondergaat, wordt door burgemeester en wethouders een aflopende toelage toegekend, indien:
a.die blijvende verlaging ten minste 3% bedraagt van de som van het salaris en de toelage, als bedoeld in artikel 15, en
b.de ambtenaar de toelage - als bedoeld in de artikelen 20, 21 en 22 - direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende ten minste 2 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.
2In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt aan de ambtenaar van 60 jaar of ouder wiens bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage - als bedoeld in de artikelen 20, 21 en 22 - een blijvende verlaging ondergaat, een blijvende toelage toegekend, indien de ambtenaar de toelage - als bedoeld in de artikelen 20, 21 en 22 - direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan, gedurende tenminste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.
3De in het eerste lid bedoelde aflopende toelage gaat, wanneer de ambtenaar de leeftijd van 60 jaar bereikt en hij, onmiddellijk voor de aanvang van die toelage gedurende tenminste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking een toelage - als bedoeld in de artikelen 20, 21 en 22 heeft genoten, over in een blijvende toelage als bedoeld in het vorige lid.
4Voor de toepassing van de voorgaande leden wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden.
5Burgemeester en wethouders kunnen het eerste lid geheel of gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing verklaren op de ambtenaar wiens bezoldiging als gevolg van het op zijn aanvraag opdragen van een andere functie een blijvende vermindering ondergaat als bedoeld in het eerste lid, indien het belang van de dienst bij het opdragen van die andere functie gebaat is.
6Burgemeester en wethouders stellen voor de uitvoering van dit artikel nadere regels vast.
Hoofdstuk V Overige bepalingen
Artikel 24
1Voor de ambtenaar, die gezien de aard van zijn betrekking en de daaraan verbonden werktijden niet of niet naar billijkheid kan worden ingedeeld in een salarisschaal voorkomende in bijlage I van deze verordening, wordt het salaris en worden eventuele toelagen vastgesteld door burgemeester en wethouders op een vast bedrag per uur, per maand of per jaar, dan wel per verrichting. Daarbij worden de bepalingen van deze verordening zoveel mogelijk in acht genomen.
2In afwijking van het bepaalde in lid 4 van artikel 14 van deze verordening wordt aan de ambtenaar die op 1 januari 1997 het maximum van de voor hem geldende salarisschaal heeft bereikt éénmalig een overgangsregeling getroffen, in die zin dat vanaf 1 januari 1998 sprake moet zijn van drie opeenvolgende perioden van 8 maanden van een "goede" beoordeling.
3Voor gevallen waarin deze verordening niet of niet naar billijkheid voorziet, treffen burgemeester en wethouders een bijzondere regeling.
Slotbepalingen
Artikel 25
1Deze verordening kan worden aangehaald als "Bezoldigingsverordening gemeente Eersel 1997".
2Deze verordening treedt in werking met ingang van 10 februari 1999 en werkt terug tot en met 1 januari1997.
3Op laatst genoemde datum in het vorige lid vervallen de bij raadsbesluit van 20 april 1982, respectievelijk 26 januari 1995 in de voormalige gemeenten Eersel en Vessem c.a. vastgestelde verordeningen, regelende de bezoldiging van de in dienst van deze gemeenten werkzame ambtelijke medewerkers, met inbegrip van latere besluiten tot aanvulling onderscheidenlijk wijziging van deze verordeningen.