Aanhef
de gemeenteraad van de gemeente Eersel;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11 november 2025, nummer R25.064;
gelet op de artikel 224 van de Gemeentewet;
b e s l u i t :
vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2026 gemeente Eersel
Artikel 1 Belastbaar feit
Onder de naam toeristenbelasting wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.
Artikel 2 Belastingplicht
1Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot het houden van verblijf als bedoeld in artikel.
2De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.
3Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 1, verblijf houdt.
4De belastingplichtige die gelegenheid biedt tot het houden van verblijf als bedoeld in artikel 1, in hem daartoe ter beschikking staande ruimten, dan wel ter beschikking staande terreinen kan ter zake van elk van die ruimten en/of terreinen afzonderlijk in de heffing worden betrokken.
Artikel 3 Vrijstellingen
De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:
1door degene, die:
a.als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van ouden van dagen verblijft;
b.overnachtingen die worden gerealiseerd in het kader van scouting in een scouting/Jong Nederland-gebouw in de gemeente;
2van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.
Artikel 4 Maatstaf van heffing
1De belasting wordt berekend over de vergoeding die ter zake van het verblijf met overnachten in rekening wordt gebracht, de toeristenbelasting daaronder niet begrepen.
2Indien de belastingplichtige ondernemer is in de zin van de Wet op de omzetbelasting wordt als vergoeding aangemerkt het bedrag dat als verschuldigd wegens logies aan de heffing van omzetbelasting is onderworpen.
Artikel 5 Belastingtarief
1Het tarief bedraagt:
a.voor een hotel, motel of ‘Bed and Breakfast’ 2½ %;
b.voor overige accommodaties 6½ %.
Artikel 6 Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 7 Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 8 Aanslaggrens
Aanslagen van minder dan € 23,- worden niet opgelegd.
Artikel 9 Termijnen van betaling
1Conform het bepaalde in artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in één termijn, vervallende zes weken na dagtekening van het aanslagbiljet.
2In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingplichtigen kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in 4 gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elke van de volgende termijnen telkens een maand later.
3De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en tweede lid gestelde termijnen.
Artikel 10 Kwijtschelding
Bij de invordering van de toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 11 Aanmeldingsplicht
1De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, dit schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231 tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet.
2De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor de belastingplichtige die met betrekking tot het jaar voorafgaand aan het belastingjaar in de heffing van de toeristenbelasting betrokken is.
Artikel 12 Registratieplicht
1De belastingplichtige, als bedoeld in artikel 2, is gehouden, degenen die verblijf houden te registreren in een daarvoor bestemd nachtverblijfregister.
2Met betrekking tot de inrichting en het gebruik van het nachtverblijfregister kunnen nadere regels gesteld worden.
3Het bepaalde in lid 2 van dit artikel geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruik maakt van een eigen registratiesysteem.
4Bij de vaststelling van feiten ten behoeve van de heffing van toeristenbelasting kan de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b en d van de Gemeentewet, bedoelde gemeenteambtenaar het door belastingplichtige bijgehouden nachtverblijfregister raadplegen.
Artikel 13 Overgangsrecht
De Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2025, vastgesteld op 10 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 14 Inwerkingtreding en citeertitel
1Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
3Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening toeristenbelasting 2026’.